7.7. Bestemmingsplan Veldweg 9 Heerde Bijlagen bij Toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Veldweg 9 Heerde’
Planstatus: ontwerp Datum: 2023-12-21 IMRO code: NL.IMRO.0246.620ONTBPVeldweg9-VA01
Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
Inhoudsopgave Bijlage 1: Meerwaardennotitie Bijlage 2: Inrichtingsplan Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Watertoets Bijlage 5: Quickscan ecologie Bijlage 6: Aanvullend onderzoek vleermuizen Bijlage 7: AERIUS berekening Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Programma van Eisen archeologisch proefsleuvenonderzoek
MEERWAARDENOTITIE
VELDWEG ONG. HEERDE
COLOFON MEERWAARDENOTITIE VELDWEG ONG. HEERDE
IBAN: NL84 RABO 0308 1446 51 Btw-nr.: NL001665107B28 KvK nr. : 65329732 P/A Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Familie Bögemann Bureau voor Planvorming & Advies | Zwolle
Opgesteld door Datum
T. Melenhorst 5 november 2021 1mei 2021
Inhoud 1. Inleiding ................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doel .......................................................................................................................... 3 1.2 Uitnodigingsplanologie en maatschappelijke meerwaarde........................................................... 3 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 2. Bestaande situatie plangebied ............................... 4 2.1 Ligging en omgeving ....................................................................................................................... 4 2.2 Huidige situatie plangebied............................................................................................................ 4 2.3 Geldende planologische situatie .................................................................................................... 5 3. Beschrijving van het initiatef .................................. 7 3.1 Beleidsmatige achtergrond ............................................................................................................ 7 3.2 Het plangebied ...............................................................................................................................
7 3.3 Vertaling naar het plan ................................................................................................................... 8 3.3.1 Landschappelijke inpassing ..................................................................................................... 8 3.3.2 Architectonische inpassing .................................................................................................... 10 3.3.3 Vereveningsfonds .................................................................................................................. 10 3.4 Conclusie ...................................................................................................................................... 11 4. Beschrijving maatschappelijke meerwaarde ......... 12 4.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 12 4.2 Ruimtelijke meerwaarde .............................................................................................................. 12 4.3 Sociaal-maatschappelijke meerwaarde ....................................................................................... 12 4.4 Economische meerwaarde ...........................................................................................................
12 4.5 Duurzame meerwaarde ............................................................................................................... 12 4.6 Conclusie ...................................................................................................................................... 13 5. Ruimtelijke en milieukundige aspecten ................ 14 5.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 14 5.2 Beknopte analyse ruimtelijke en milieukundige aspecten .......................................................... 14 6. Conclusie ............................................................. 15 Bijlage ..................................................................... 16 Bijlage 1. Schets landschappelijke inpassing ...................................................................................... 16
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De familie Bögemann (hierna initiatiefnemer) is eigenaar van de percelen en opstallen aan de Veldweg 9 in Heerde, in het Hoornerveen. Het Hoornerveen ligt aan de rand van Heerde, is relatief verstedelijkt en toch onderdeel van het landelijk gebied. De bebouwing en het grondgebruik zijn wisselend van kwaliteit en vertonen een wisselende samenhang met het landschap. Zowel de landschappelijke kwaliteit en samenhang, als ook de overwegende woonfunctie staan daardoor onder druk. Om locaties als het Hoornerveen een impuls te geven heeft de provincie Gelderland de streekplanuitwerking ‘zoekzones stedelijke functies en landschappelijke versterking’ vastgesteld. Een belangrijk uitgangspunt van dit beleid is onder andere dat landschappelijke versterking van de zoekzones, zoals het Hoornerveen, bereikt moeten worden door toevoeging van beperkte woningbouw of kleinschalige woon-werkcombinaties in lage dichtheden, passend in de landschappelijke structuur. Voor het Hoornerveen is in navolging van het provinciale beleid de gebiedsvisie ‘Zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen’ (hierna: gebiedsvisie Hoornerveen) opgesteld. Een deel van de percelen aan de Veldweg 9 is binnen de gebiedsvisie aangewezen als een ‘zoekgebied voor nieuwe woonbebouwing’.
De initiatiefnemer wil nabij de Veldweg 9, binnen het zoekgebied voor nieuwe woonbebouwing en op basis van de uitgangspunten van de Gebiedsvisie, een woning realiseren. In voorliggend document wordt het initiatief nader toegelicht.
1.2 Uitnodigingsplanologie en maatschappelijke meerwaarde Het realiseren van een woning past niet binnen de regels van het bestemmingsplan. Om het plan mogelijk te maken dient afgeweken te worden van het bestemmingsplan. De gemeente Heerde werkt daarbij op basis van ‘uitnodigingsplanologie’. Initiatiefnemers worden als het ware uitgenodigd om met goede initiatieven te komen. Het toepassen van uitnodigingsplanologie betekent dat de gemeente initiatieven stimuleert die een zogenaamde ‘maatschappelijke meerwaarde’ hebben. Het begrip maatschappelijke meerwaarde is door de gemeente Heerde uitgewerkt in de kaders van de Structuurvisie Heerde 2025. Bij maatschappelijke meerwaarde kan het gaan om ruimtelijke meerwaarde, sociaal maatschappelijke meerwaarde, economische meerwaarde en duurzame meerwaarde. Afhankelijk van het gebied of de locatie van het plan kan aan een bepaald aspect meer of minder waarde worden toegekend. In voorliggend document wordt de maatschappelijke meerwaarde voor het realiseren van een woning nabij de Veldweg 9 nader toegelicht. Aan het college wordt gevraagd om op basis van voorliggende meerwaardenotitie medewerking te verlenen aan het realiseren van een woning nabij de Veldweg 9, in aansluiting op de Gebiedsvisie Hoornerveen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij wordt ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele kenmerken van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt een beknopte beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 vormt een toelichting op de maatschappelijke meerwaarde. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op relevant (ruimtelijke) beleid. De ruimtelijke- en milieukundige aspecten die ten grondslag liggen aan het plan worden in hoofdstuk 6 kort toegelicht.
3
2. Bestaande situatie plangebied 2.1 Ligging en omgeving Het plangebied ligt zoals aangegeven in het Hoornerveen, aan de noordwestzijde van de kern van Heerde. De woning is vanuit twee kanten bereikbaar. Aan de zuidzijde vanaf de 2e Hoornerveenseweg en vanaf de oostzijde vanaf de Veldweg. Op de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven. Rood omkaderd de bestaande woning, geel omkaderd het zoekgebied voor de nieuwe woning.
Ligging plangebied.
De omgeving van plangebied is de afgelopen decennia getransformeerd van een agrarisch gebied naar een gebied waar overwegend gewoond wordt. Veelal wordt de woonfunctie gecombineerd met werk aan huis en hobbymatige agrarische activiteiten. Recent zijn de laatste agrarische opstallen ten oosten van het plangebied gesloopt ten behoeve van woningbouw.
2.2 Huidige situatie plangebied De woning aan de Veldweg 9 is in 2012 gebouwd ter vervanging van bestaande bebouwing. De woning
is met de voorzijde georiënteerd richting de 2e Hoornerveenseweg maar staat in tegenstelling tot andere woningen op ruime afstand van de weg.
4
De omliggende percelen worden voor een deel gebruikt voor het hobbymatig houden van paarden. Op een deel van deze percelen, gelegen achter de woning aan de 2 Hoornerveenseweg, is in lijn met de gebiedsvisie Hoornerveen de nieuwe woning voorzien. Op de volgende afbeeldingen is een impressie van de bestaande situatie aan de Veldweg 9 gegeven.
Foto links: zicht op de bestaande woning gezien vanaf de oprit naast de 2e Hoornerveenseweg nr. 17. Foto rechts: zicht vanaf de bestaande woning richting de 2e Hoornerveenseweg.
Foto links en rechts: zicht op de locatie van de nieuwe woning.
2.3 Geldende planologische situatie Het plangebied ligt binnen het ‘Bestemmingsplan Ontwikkelingsgebieden’ (2009). Binnen het bestemmingsplan heeft de bestaande woning een woonbestemming en de aangrenzende tuin een tuinbestemming. De omliggende percelen (waaronder de locatie waar de nieuwe woning is voorzien, heeft de bestemming ‘Agrarisch - landschappelijke waarde’. De voor agrarisch – landschappelijke waarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) de uitoefening van een agrarisch bedrijf dan wel het weiden van vee en/of het verbouwen van gewassen; 5
b) infrastructurele voorzieningen zoals deze bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; c) de waterhuishouding; d) recreatief medegebruik in de vorm van voet-, fiets- en/of ruiterpaden; e) het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden; f) ter plaatse van de aanduiding bebouwing, voor een gebouw; met daarbij behorende andere bouwwerken - niet zijnde voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest -, houtopstanden en voorzieningen. Naast de bestemming ‘Agrarisch - landschappelijke waarde’ heeft het terrein de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’. De voor Archeologisch waardevol gebied aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), tevens bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Op de volgende afbeelding is een uitsnede uit de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven.
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’.
Binnen de agrarische bestemming ter plaatse van de voorziene woning is geen woning toegestaan. Om een woning te realiseren dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden.
6
3. Beschrijving van het initiatef 3.1 Beleidsmatige achtergrond De provincie Gelderland heeft in 2006 de streekplanuitwerking ‘Zoekzones stedelijke functies en landschappelijke versterking’ vastgesteld. Daarin is het Hoornerveen aangewezen als ‘zoekzone landschappelijke versterking’. Het doel in deze zoekzone is om een aantrekkelijker landschap te realiseren. In ruil daarvoor mag de gemeente een beperkt aantal nieuwe woningen toestaan in het gebied mits daarmee tegelijk wordt geïnvesteerd in het landschap. De toevoeging van ‘nieuwe woonbebouwing (rood)’ is bedoeld als bijdrage aan de versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het gebied (groen). Op basis van dit provinciale beleid heeft de gemeente Heerde de ‘Gebiedsvisie zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen’ opgesteld. Doel van de gebiedsvisie is om, door investeringen in het landschap en de bouw van enkele woningen, op zorgvuldig gekozen plekken zoveel mogelijk recht te doen aan de versterking en kwaliteitsverbetering van het landschap. Nieuwe woningen zijn daarom niet overal wenselijk maar op plekken die als zoekgebied voor woningbouw zijn aangewezen. Eén van deze locaties die als zoekzone voor woningbouw is aangewezen ligt ter hoogte van de Veldweg 9, binnen het als ‘Open ontginning landschap’ aangewezen gebied. Op de volgende afbeelding is dat weergegeven.
Zoekgebieden voor nieuwe woonbebouwing (figuur 26 uit de gebiedsvisie voor het Hoornerveen). Rood omkaderd het plangebied
In gebieden die zijn aangewezen als ‘zoekgebied voor nieuwe bebouwing’ kan alleen gebouwd worden als voldaan is aan de spelregels die voor het betreffende gebied gelden. Deze kaart kan dus niet op zichzelf gelezen worden. De spelregels in de gebiedsvisie zijn leidend. De kaart is slechts een hulpmiddel bij die spelregels en geeft vooral aan waar in ieder geval niet gebouwd kan worden.
3.2 Het plangebied Uitgangspunten Het plangebied ligt binnen het ‘Open ontginningslandschap’. In het open ontginningslandschap kunnen enkele woningen worden opvangen. Het belangrijkste kenmerk van dit gebied is de openheid en de doorzichten in het gebied. Deze kwaliteit is vanzelfsprekend zeer gevoelig voor nieuwe bebouwing. De belangrijkste spelregel is hier dan ook dat de noord-zuid relaties binnen dit gebied zoveel mogelijk 7
intact blijven. Het verdichten van het gebied met beplantingen en een beperkt aantal nieuwe woningen moet gebeuren in het verlengde van bestaande bouwkavels. Om clustervorming tegen te gaan mogen er geen twee woningen naast elkaar (aangrenzend) aan de achterzijde van een perceel worden opgericht, behalve als er een zandpad of weg tussen ligt. Nieuwe woningen in dit gebied kunnen alleen aan de achterzijde van een bestaande bouwkavel worden opgericht. Dit komt overeen met een voor dit gebied kenmerkend en onderscheiden occupatiepatroon. Er mogen in dit deelgebied geen nieuwe woningen aan de weg worden gerealiseerd, om de openheid en doorzichten maximaal in stand te houden. Het plangebied is zoals hiervoor is weergegeven aangeduid als ‘zoekruimte achter bestaande kavels met behoud van doorzichten’ en ligt binnen het ‘Open ontginning landschap’. De initiatiefnemer onderzoekt de mogelijkheden voor het realiseren van een woning ter plaatse van de Veldweg 9.
3.3 Vertaling naar het plan 3.3.1 Landschappelijke inpassing Het plan voorziet in de bouw van een vrijstaande woning in de tweede lijn, achter de bestaande bebouwing van de 2e Hoornerveenseweg. Op de volgende afbeelding is de schetsmatige invulling van het plangebied weergegeven, waarbij wordt opgemerkt dat de positionering van de woning en bijgebouwen in het vervolgtraject, in afstemming op de Gebiedsvisie en met de gemeente en de architect, wordt ingevuld.
Concept inrichtingsschets plangebied. Bron: Stichting Landschapsbeheer Gelderland.
8
Het landschap en een landelijke uitstraling moeten bij de invulling van nieuwe bouwkavels centraal blijven staan. Bij de positionering van de woning wordt daarom op de volgende wijze rekening gehouden met de ‘spelregels’ uit de gebiedsvisie Hoornerveen. Er mogen geen clusters ontstaan van meer dan twee woningen naast elkaar of aan de achterzijde van een perceel. Met voorliggend plan ontstaat geen cluster van bebouwing. Er worden geen twee woningen naast elkaar (aangrenzend) aan de achterzijde van het perceel aan de 2e Hoornerveenseweg opgericht. -
Bebouwing aan de wegen moet een landelijke uitstraling hebben. Dat kan door met een rooilijn te werken en voortuinen te realiseren en een goed inpassingsplan voor de woonpercelen. Het gebruik van ‘landelijke beplanting’, zoals een boomgaardje is een pre.
Het plangebied ligt niet aan een weg. Wel is (zie het concept inrichtingsplan) een inpassingsplan voor het woonperceel gemaakt waarbij een toegangsweg wordt aangelegd, sprake is van een voortuin en een boomgaardje. -
Bebouwing kan incidenteel ‘in het veld’ worden gerealiseerd. Als stelregel geldt dat dan een nieuw wandelpad tot stand moet komen.
De woning wordt niet in het veld gerealiseerd. Er wordt dan ook geen wandelpad gerealiseerd. De nieuwe woning is te bereiken door een toegangsweg aan te leggen die door het bestaande weiland loopt, langs een nieuw aan te leggen boomgaard. -
In het open ontginningslandschap kunnen enkele woningen worden opvangen. Het belangrijkste kenmerk van dit gebied is de openheid en de doorzichten in het gebied. Deze kwaliteit is vanzelfsprekend zeer gevoelig voor nieuwe bebouwing. De belangrijkste spelregel is hier dan ook dat de noord-zuid relaties binnen dit gebied zoveel mogelijk intact blijven. Het verdichten van het gebied met beplantingen en een beperkt aantal nieuwe woningen moet gebeuren in het verlengde van bestaande bouwkavels.
De woning wordt zodanig achter een bestaande woning aan de 2e Hoornerveenseweg gesitueerd, dat er sprake blijft van een noord-zuid relatie. Doorzichten worden niet belemmerd doordat gebruik wordt gemaakt van lage hagen. Zie de voorziene situering van de woning op de afbeelding hieronder en in paragraaf 3.1. -
Het perceel moeten een groene uitstraling krijgen door het perceel aan twee zijden te beplanten met een houtsingel of stevige bomenrij.
Rondom het perceel worden ten minste twee houtsingels gerealiseerd. Ook worden bomen geplant waarmee het perceel een groene uitstraling krijgt. De woning wordt op basis van voorgaande zodanig gesitueerd dat bestaande structuren en zichtlijnen behouden blijven en dat wordt voldaan aan de spelregels van de gebiedsvisie Hoornerveen. Dat leidt tot voorliggend concept van de voorziene erfinrichting, opgesteld in samenwerking met Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Als bijlage 1 is de schets op grotere schaal opgenomen. Het betreft nadrukkelijk een concept en eerste invulling van het plangebied. Nadat het college een positieve grondhouding heeft aangenomen ten aanzien van het plan wordt dit plan verder uitgewerkt in een inrichtingsplan dat als voorwaardelijke verplichting aan het bestemmingsplan gekoppeld wordt.
9
3.3.2 Architectonische inpassing In deze fase van het planproces heeft nog geen architectonische uitwerking van de woning plaatsgevonden. Deze uitwerking vindt plaats zodra de gemeente haar medewerking aan de verdere uitwerking van de plannen heeft toegezegd. Bij de verdere uitwerking worden de uitgangspunten uit de gebiedsvisie Hoornerveen gehanteerd. Voor de bouw van de woning gelden grotendeels de regels van het bestemmingsplan voor wat betreft bouwmassa, hoogte en kapvorm. De woning zal worden uitgevoerd met in het landschap passende natuurlijke materialen, sobere kleurstelling en eenvoudige vormen. Voorbeeld uitstraling:
Daarnaast wordt uitgegaan van een welstandsvrij beleid voorwoningbouw in het buitengebied.
3.3.3 Vereveningsfonds In hoofdstuk 1 is beschreven dat de gemeente werkt volgens de systematiek van uitnodigingsplanologie. In lijn met die werkwijze wil de gemeente zoveel mogelijk de landschappelijke investeringen d.m.v. zelfrealisatie tot stand laten komen. Niet in elke situatie biedt dit de beste oplossing. Daarom wordt gewerkt met een combinatie van zelfrealisatie en een groenfonds. Het hele gebied moet nadrukkelijk meeprofiteren van de bouw van enkele woningen. De financiële bijdrage moet daarom reëel zijn. Dat vraagt dus om een flinke investering in het landschap per 10
initiatief. Tegelijk is sprake van versnipperd eigendom en zijn nadere randvoorwaarden gesteld aan de landschappelijke investeringen. Zo kan het zijn, dat een groot deel van het eigendom van particulieren helemaal niet in aanmerking komt voor nieuwe beplanting. Daarom zijn forse investeringen per initiatief waarschijnlijk slechts op enkele plekken mogelijk. In de tweede plaats vinden veel bewoners dat de belangrijkste landschappelijke verbeteringen kunnen worden behaald door enkele wat grootschaliger ingrepen. In de vierde plaats zijn er op verschillende plaatsen wel kleinschalige investeringen in het landschap gewenst, maar hoeft daar niet direct een woning tegenover te staan. Met een groenfonds ontstaat voor meer mensen de kans om een woning te bouwen. Bovendien kunnen daarmee iets grotere ingrepen worden gedaan en ontstaat de mogelijkheid om d.m.v. een subsidieregeling inwoners te betalen voor kleinere investeringen in het landschap. Zo ‘profiteren’ meerdere inwoners letterlijk van de bouw van enkele woningen. Er is daarom nadrukkelijk gekozen voor een combinatie van zelfrealisatie en de inzet van een groenfonds. De financiële bijdrage per bouwkavel is bepaald op € 50.000,- per nieuwe bouwkavel. Dit wordt gezien als een reëel bedrag uitgaande van de meerwaarde van de grond.
Concreet betekent dit dat aantoonbaar moet worden gemaakt dat er een bedrag van €50.000,- is geïnvesteerd in het landschap. Voorliggend plan is gezien de status van het planproces nog niet tot in detail uitgewerkt. De definitieve uitwerking volgt na een positief gemeentelijk standpunt. Daarom is nu nog niet exact aan te tonen hoeveel er wordt geïnvesteerd in het landschap. Dat er een investering plaats moet vinden is evident. Wel is in deze fase van het planproces indicatief aan te geven waar de investering in het landschap in voorziet. Grofweg gaat het daarbij om de volgende posten (deels afgeleid uit ‘Tabel 3: Overzicht van de kosten en maatvoering van enkele landschappelijke investeringen’) uit de gebiedsvisie Hoornerveen: -
Aanleg hoogstamboomgaard Aanleg hagen Aanleg houtsingels Aanleg bomenrijen en solitaire bomen Investering in het bekenlandschap Investering groenfonds
€ 500,€ 1.500,€ 3.500,€ 10.000,€ 20.000 € 15.000
De investering in het landschap wordt ingedeeld in twee ‘potjes’: zelfrealisatie (minimaal 60%, maar zoals gezegd kan dit in overleg met de gemeente ook geïnvesteerd worden in grote ingrepen, mits initiatiefnemer daar zelf energie in steekt) en een groenfonds (maximaal 40%). Op basis van het door Stichting Landschapsbeheer Gelderland opgestelde inrichtingsplan een eerste inschatting gemaakt van de kosten. Gezien de aard en omvang van de ingrepen is het de vraag of een investering van €50.000,- op eigen terrein haalbaar is. Het geforceerd aanbrengen van extra beplanting kan juist afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit. Het bedrag moet niet leidend zijn voor de uit te voeren ingrepen. Wel is de initiatiefnemer bereid om in overleg met de gemeente of ‘gebiedspartners’ te investeren in het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit of biodiversiteit in het Hoornerveen of in de gemeente. In overleg met het Bekenfonds zullen concrete projecten in het kader van onderhoud en versterking van het bekenstelsel in Hoornerveen worden bepaald die vanuit dit plan worden gefinancierd. Bij de verdere uitwerking van het plan, na een positieve grondhouding 11
van het college, kan hier verdere invulling aan worden gegeven, zodat wordt voldaan aan de noodzakelijke investering in het landschap.
3.4 Conclusie In dit hoofdstuk is het plan voor de realisatie van een woning aan de Veldweg 9 afgezet tegen het provinciale beleid ten aanzien van de landschapsversterking en het daaruit voort vloeiende gemeentelijke beleid in de vorm van de gebiedsvisie voor Hoornerveen. Hieruit blijkt dat het plan aansluit op de uitgangspunten van het beleid. Het realiseren van de woning draagt bij aan het realiseren van een aantrekkelijker landschap. Op basis van een eerste schetsmatige verkenning wordt dit aangetoond. Indien het college een positieve grondhouding aanneemt ten aanzien van de plannen wordt het plan verder uitgewerkt en kan in overleg worden bepaald op welke wijze een investering in het landschap wordt gedaan. In het volgende hoofdstuk wordt in lijn met de gemeentelijke systematiek van uitnodigingsplanologie de maatschappelijke meerwaarde van het plan beschreven.
12
4. Beschrijving maatschappelijke meerwaarde 4.1 Algemeen Een goede ruimtelijke ordening gaat uit van ruimtelijke uitvoerbaarheid. Daarbij past de gemeente Heerde uitnodigingsplanologie toe. Kwaliteit staat hierbij voorop. Maatschappelijke meerwaarde is een kapstok om deze kwaliteit aan te tonen en te beschrijven. Het begrip maatschappelijke meerwaarde is door de gemeente Heerde uitgewerkt in de kaders van de Structuurvisie Heerde 2025. Bij maatschappelijke meerwaarde kan het gaan om ruimtelijke meerwaarde, sociaal maatschappelijke meerwaarde, economische meerwaarde en duurzame meerwaarde. Afhankelijk van het gebied of de locatie van het plan kan aan een bepaald aspect meer of minder waarde worden toegekend. In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke meerwaarde voor het perceel aan de Veldweg 9 nader uitgewerkt.
4.2 Ruimtelijke meerwaarde Onder ruimtelijke meerwaarde wordt in het gemeentelijk beleid verstaan, de mate waarin tegemoet wordt gekomen aan de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Deze meerwaarde wordt met name gevormd door de versterking van de landschappelijke kwaliteiten en gebiedskwaliteiten door het uitvoeren van landschappelijke maatregelen op het perceel. De meerwaarde komt tot uiting in de aanplant van bomen, struiken en hagen en het realiseren van een boomgaard. Het plan voorziet in het behoud en versterking van de zichtassen in het gebied. Daarnaast wordt een woning gerealiseerd die past binnen de kwaliteiten van het landschap.
4.3 Sociaal-maatschappelijke meerwaarde Onder de sociaal-maatschappelijke meerwaarde wordt verstaan, de mate waarin de deelname van de burgers aan het sociale en economische leven wordt bevorderd. De maatschappelijke meerwaarde van het plan komt onder andere tot uiting doordat de landschappelijke inrichting van het gebied er voor zorgt dat het Hoornerveen voor zowel bewoners als bezoekers van dit deel van Heerde, aantrekkelijker wordt. De beleving van het gebied wordt vergroot.
4.4 Economische meerwaarde Onder de economische meerwaarde wordt verstaan, de mate waarin de lokale en regionale economie gestimuleerd wordt. De plannen voorzien in het bouwen van een woning en de versterking van landschappelijke elementen. Bij de uitvoering van de plannen wordt waar mogelijk samengewerkt met lokale ondernemers.
4.5 Duurzame meerwaarde Onder de duurzame meerwaarde van het plan wordt verstaan, de mate waarin een initiatief aantoonbaar vol houdbaar is, waarbij toekomstige generaties in hun behoeftes kunnen blijven voorzien. Bij de bouw van de woning wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame materialen. Verder zal de woning zeer energiezuinig/energieneutraal gebouwd worden. De gebouwgebonden energie zal zoveel mogelijk door de eigen woning worden opgebracht ( zonnepanelen, warmtepomp). De inrichting vindt zodanig plaats dat er een duurzame versterking van de landschappelijke kwaliteiten 13
plaatsvindt. Naast de al genoemde landschappelijke versterking van het perceel, zullen ook faunavoorzieningen een plaats krijgen. Wij denken daarbij aan de realisatie van een insectenhotel, tuininrichting met bijvriendelijke ( inheemse) beplanting en het aanbrengen van nestkasten ( bv. ten behoeve van de steenuil) .
4.6 Conclusie Voorliggend plan biedt met name een grote ruimtelijke maatschappelijke meerwaarde doordat de ingrepen die worden gepleegd bijdragen aan het verbeteren van landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren in het Hoornerveen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstelling uit de gebiedsvisie Hoornerveen.
14
5. Ruimtelijke en milieukundige aspecten 5.1 Algemeen Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van een plan. In dat kader dient te kunnen worden aangetoond dat een ruimtelijk plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt onder meer het toekomstige gebruik afgezet tegen ruimtelijke en milieukundige omstandigheden ter plaatse en in de omgeving. Onderliggend initiatief bevindt zich in de fase van het aannemen van een grondhouding door het college (principebesluit). Daarom heeft nog geen uitgebreid onderzoek plaatsgevonden naar ruimtelijke en milieukundige aspecten. Deze uitgebreide toetsing zal in een eventueel vervolgtraject wel plaatsvinden. Desondanks wordt in de volgende paragraaf op beknopte wijze ingegaan op enkele ruimtelijke en milieukundige aspecten.
5.2 Beknopte analyse ruimtelijke en milieukundige aspecten Archeologie en cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied geldt een archeologische dubbelbestemming. De met een archeologische dubbelbestemming aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (in dit geval Agrarisch), tevens bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Indien het plan doorgang vindt wordt een archeologische toets uitgevoerd. Flora en fauna Een inschatting van eventuele belemmeringen op het gebied van natuurbescherming is onderdeel van een toets aan een goede ruimtelijke ordening. Daarom dient ieder plan waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan optreedt te worden getoetst aan de Wet Natuurbescherming (Wnb). Dat zal gebeuren op basis van een ecologische QuickScan om te bepalen of het plan leidt tot verstoring van beschermde soorten en middels een stikstofberekening om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op natuurgebieden. Bodem Omdat er sprake is van een milieugevoelige bestemming (wonen) dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het voorziene gebruik. Daarom dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden.
Geluid In het kader van het vervolgtraject dient inzichtelijk te worden gemaakt wat de invloed van het wegverkeerslawaai vanaf de Veldweg en de 2e Hoornerveenseweg is. Dit geluidsniveau dient te voldoen aan de Wet geluidhinder. Overige zaken Naast de hiervoor benoemde noodzakelijke onderzoeken worden ook de aspecten water, bedrijven en milieuzonering, verkeer, externe veiligheid en luchtkwaliteit nader beschouwd in het vervolgtraject.
15
6. Conclusie In voorliggende meerwaardenotitie is een toelichting gegeven op het initiatief om in het kader van de gebiedsvisie ‘Zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen’ een woning te realiseren op het perceel behorende bij de Veldweg 9. Er is voor zover dat mogelijk is in deze fase van het planproces, aangetoond dat het plan bijdraagt aan de landschappelijke versterking van het Hoornerveen en aan de ‘spelregels’ uit de gebiedsvisie. Aan het college wordt daarom gevraagd om een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het plan. Indien medewerking aan het plan wordt toegezegd wordt het plan in overleg met de gemeente verder uitgewerkt ten einde het bestemmingsplan te wijzigen. Wij kunnen ons voorstellen dat voorliggend document vragen oproept. Indien daar sprake van is kunt u gerust contact opnemen met: T. Melenhorst p/a Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle Thom@bureaupena.nl 06-24763465 Ook ten behoeve van de communicatie over het genomen principebesluit kunt u gebruik maken van voorstaande gegevens.
16
Postadres: Korenbloemstraat 30, 8012 XS Zwolle | info@bureaupena.nl | www.bureaupena.nl
natuur & landschap
Inrichting groen, natuur & landschap nieuwbouwkavel, Veldweg 9 te Heerde In opdracht van: Fam. Bögemann
Opgesteld: Ruimte voor Advies/Harleman Natuur & Landschap, te Vaassen 0578 560368 Datum: 30-augustus-2022 Versie: 3/2022
1. Analyse
2 E
H O
O R
N S
W E G
bouwland
bos
V E L D
weiland erf
E V
. W
E G
heide
open ruimten/zichtlijnen open ruimten/zichtlijnen historische ontwikkeling
1875
1910
1970
voor-/achterzijde woningen - ontginningsbasis
W E G
W E G V E L D
voor-/achterzijde woningen - ontginningsbasis
V E L D
W E G V E L D
ontginningsbasis: woningen, wegen en tussenliggend bouw-/weiland
1970
open ruimten/doorzichten
open ruimten/doorzichten
Hoogteverschillen/-randen (Hillshade). Bron: AHN 2022.
Hoogtekaart met dynamische kleurstelling. Legenda: bruinrood = relatief hoog gedeelte; blauw = relatief laag terreingedeelte. Bron: AHN 2022.
2. Visie en plan op hoofdlijnen
houtsingel
houtsingel weiland
erf
toegangspad weiland
tuinen woning woning
houtsingel V E L D W E G
erf
weiland 2 E
H O
O R
N S
E V
E E
N S
E W
toegangspad E G
Houtsingel/houtwal, weilandsloot met knotwilgen
Gewenste landschappelijke structuur. Duidelijke indeling in erf/privé en omliggend semi-agrarisch gebied. Erfinrichting met hagen, weidekavels met singels. Daarbij veel aandacht voor behoud van openheid, handhaven weilanden met doorzichten op en over het terrein. Veel aandacht voor openbare uitstraling, dus geen hekwerken, langs kavelgrenzen, open toegangspad en gering oppervlakte aan tuin/erf, zodat het plangebied integreert in het landschap. Geen opvallende toevoegingen, alleen gebiedseigen elementen. Bebouwing staat vrij in de ruimte, zoals historische ook het geval was.
3. Inrichtingsplan (voorlopig ontwerp - juni 2022)
houtsingel en landschapsbomen weiland
houtsingel en landschapsbomen
erf
toegangspad
Uitstraling tuin: natuurgrasland, boom met vrij uitgroeiende kroon
weiland woning
houtsingel weiland
tuin
woning erf
Uitstraling: open weidelandschap met compact erf, semiagrarische percelen (weiland)
weiland 2 E
H O
O R
N S
E V
E E
N S
E W
E G
Inrichtingsplan Voorlopig ontwerp inrichting van tuin(en) en buitenruimte.
toegangspad
Uitstraling:veel binding tussen tuin/terras en omringend landschap. Afscheidingen: traditioneel (hagen, weideraster met draad en palen)
3. Inrichtingsplan (planaanpassingen - aug 2022) 2 landschapshaag
1 landschapsbomen landschapshaag
weiland
weiland
knotwilgen (bestaand)
houtsingel landschapsbomen
toegangspad
5 tuin
6 woning tuin
woning
weiland
houtsingel (bestaand)
8
haag houtsingel
Wijzigingen op verzoek van omwonenden: • nr. 1: minder houtsingel, meer hagen i.v.m. vrije doorzicht vanuit de achtertuin; • nr. 2: geen singel, maar wel bomen i.v.m. doorkijk en beleving van het aangrenzende kavelpad; • nr. 3: afschermende houtsingel akkoord i.v.m. tegengaan inkijk op de achtertuin; • nr 4: singel akkoord, geen wijzigingen nodig. Wijzigingen op eigen verzoek t.a.v. terreingebruik • nr. 5: bij de tuinen: geen tussenliggende weidestrook. Weiland noord- en zuidzijde te bereiken via de westkant (buiten de woonkavels om) • nr. 6: toevoeging wadi/zweminrichting t.b.v. benutting van afstromend hemelwater. • nr. 7: geen eiken i.v.m. Eikenprocessierups. • nr 8: geen parkeren/verharding in de strook tussen de woning/tuin en de houtsingel aan de zuidzijde.
4 3 weiland 2 E
H O
O R
N S
E V
E E
N S
E W
E G
Inrichtingsplan Voorlopig ontwerp inrichting van tuin(en) en buitenruimte.
toegangspad
Wijziging bij punt 1: geen houtsingel maar een haag i.v.m. doorzicht vanaf de tuin/woning grenzend aan de noordoostzijde.
Inrichtingsplan locatie Veldweg 9 te Heerde Legenda 1 extensief, kruidenrijk gras, bloemrijk, 2x per jaar maaien en ruimen 2
halfverhard pad: leemgrind of vergelijkbare halfverharding met uitzichtpunt en zitbank
3
verharding: oud-hollandse tegel, groot formaat (terras) of klein formaat (werkruimten)
4
haag: beuk, kniphaag, 2x per jaar knippen/scheren
5
solitaire bomen: hoogstamfruit, historische rassen (o.a. Walnoot)
6
solitaire boom: Winterlinde (bijenboom/schaduwboom)
7
waterelement: hemelwateropvang/-infiltratie, moeraszone en open water/zwemvijver
2
8
toegangspad, grindpad met grasmiddenberm
5
9
grasstrook, doorlooppad paarden, werkruimte
6 1 7
4
3
A
A’
3
9
8
4
solitaire boom, Winterlinde aanplant 1x, maat 14-16.
Nieuw in te richten erf.
haag 1,0 m: aanplant 2-rijig inzaai: gras-/kruidenmengsel 1-2 gram/m2 hemelwateropvang/moeraszone (in natte periode) open water/zwemvijver
kruidenrijke grasvegetatie
halfverharding
haag
A’
A
Principedoorsnede A-A’ van de tuininrichting.
Bloemrijk grasland op zandgrond met o.a. Gewone margriet, Veldzuring, Duizendblad, Scherpe boterbloem, Gewone witbol, Biggenkruid.
Inrichtingsplan locatie Veldweg 9 te Heerde Houtsingel, landschapsbomen, losse haag
Kwaliteit
Maat
Aandeel
plantafstand
Berekend Bestel hoeveelheid hoev.
Betula pendula Tilia cordata
Ruwe berk Winterlinde
autochtoon inheems wortelgoed autochtoon inheems wortelgoed
12-14 12-14
25% 25%
10m 10m
3 4
3 4
Sambucus racemosa
Bergvlier
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
20%
100 x 150
15
15
Salix cinerea
Grauwe wilg
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
10%
100 x 150
7
5
Crateagus monogyna
Eenst. meidoorn
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
30%
100 x 150
22
25
Rhamnus frangula
Vuilboom
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
30%
100 x 150
22
25
Ilex aquifolium
Hulst
autochtoon inheems wortelgoed
40-60
10%
100 x 150
7
5
Crataegus monogyna
Eenst. meidoorn
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
96%
5/m2, 2-rij
758
750
Ilex aquifolium
Hulst
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
1%
willekeurig
8
5
Rosa canina
Hondsroos
autochtoon inheems wortelgoed
2/3 tak
4%
willekeurig
30
25
Aandeel
plantafstand
Haag
Fagus sylvatica
Kwaliteit
Beuk
Lonicera periclymenum Wilde kamperfoelie
Solitaire bomen
Maat
Berekend Bestel hoeveelheid hoev.
autochtoon inheems wortelgoed
80-100
99,0%
7/m2
350
350
autochtoon inheems wortelgoed
2/3 tak
10,0%
willekeurig
5
5
Aandeel
plantafstand
Kwaliteit
Maat
Berekend Bestel hoeveelheid hoev. 2
Pyrus communis cv
Peer, streekeigen ras
Hoogstam, biologische teelt
12-14
50%
6-10m
Malus domestica cv
Appel, streekeigen ras
Hoogstam, biologische teelt
12-14
50%
6-10m
2
2
Lonicera periclymenum Wilde kamperfoelie
autochtoon inheems wortelgoed
2/3 tak
10,0%
1/st per boom
3
3
Tilia cordata
autochtoon inheems wortelgoed
12-14
25%
vrijstaand
2
2
Aandeel
hoeveelh
Winterlinde
Kruidengrasland
Kwaliteit
Maat
2
Berekend Bestel hoeveelheid hoev.
Inzaai grasmengsel
biologisch, autochtoon
-
75,0%
1 gram/m2
750
1 kilo
Bijzaai Gewone magriet
biologisch, autochtoon
-
25,0%
1 gram/m3
188
2 ons
Vuilboom of Sporkehout en Wilde kamperfoelie, inheems en passend bij de grondsoort/bostype, voedselbron voor vogels en veel insecten (bes, nectar).
1
Type
Oppervlakte
Hoeveelheid
Eenheid
Houtsingel - struweel
110 m2
75
stuks
Landschapsbomen
90 m1
7
stuks
Landschapshaag
155 m2
780
stuks
Bomen - hoogst.frut
-
4
stuks
Bomen - winterlinde
-
2
stuks
Kruidengrasland Haag aanplant
750 m2 50 m1
1 350
kilo stuks
Plantlijst met soortnamen, kwaliteit en hoeveelheden (afgerond in bestel-eenheden: per stuk, per gewicht, per bos van 5 of 25 stuks). Toelichting: De soortlijst is gebaseerd op het voorkomen van soorten in natuurlijke of spontane bosvegetaties. In dit geval gaat het om de soorten van twee plantengemeenschappen, namelijk: Berken-Eikenbos en Beuken-Eikenbos. De soorten van deze gemeenschappen passen bij de grondsoort in het plangebied. Tevens is er rekening gehouden met biodiversiteit, klimaatadaptie en toekomstige vegetatieontwikkelingen. Om die reden zijn Hondsroos en Winterlinde toegevoegd aan de lijst. Exoten, cultuurvariteiten, tuinplanten en andere uitheemse soorten –hoe fraai ook– zijn ongewenst.
h2
Maatregelen aanplant
Be.p
h2
Ti. c h2
1
Be.p
Ti. c
Ti. c
Qu.r b2 Ma. s b4 4
Ma. s
4 Aanplant struweel. Let op: planten in drie rijen, 0,7 m vanaf de erfgrens. Beheren als bosplantsoenvak: eens per 3-5 jaar lichte dunning met periodieke zwaardere dunning eens per 10 jaar. Ondergroei handhaven ( vegetatie), ruigte en ongewenste onkruiden uitmaaien.
b5
Py. c
Py. c
5 Haag inplanten, 2-rijig met 7 stuks/m2 (bij de woning) en 5 stuks/m2 (bij de weilanden). d.w.z. ruime plantafstand. Na aanplant terugsnoeien tot kniehoogte (voor betere uitstoeling/vertakking). Haagvoet schonen gedurende de eerste jaren, daarna ondergroei handhaven (natuurlijke vegetatie), ruigte en ongewenste onkruiden uitmaaien. Haag eens tot twee maal per jaar snoeien/knippen. Hoogte 1,0 m, breedte 0,7 m.
h3
b4
b2 h1
h3
Ti.c
b3
Ti.c
2 Alle plantvakken: afschermen tegen vraat (paarden/pony’s) en wildschade (reeën, konijnen). 3 Aanplant bomen: Aanplant in kleine maat zodat de bomen eenvoudiger aanslaan. Aanplant in plantgaten zonder grondverbetering (geen mest/voeding). Afstand tot de erfgrens: 2 m. Aanbrengen met boompalen, kniehoogte, 2 stuks per boom. Lindebomen beheren als vrijstaande boom, periodieke vorm- en onderhoudssnoei. Fruitbomen intensievere vormsnoei toepassen, daarna jaarlijks onderhoudssnoei gericht op verwijderen schurende takken, verkrijgen stevige gesteltakken en ‘luchtige’ kronen. Indien nodig: vruchtdunning toepassen.
b1
Be.p
1 Alle plantvakken: Huidige grasbegroeiing bij de aan te brengen groenelementen verwijderen, evenals in de toplaag aanwezige puin en ander ongewenst materiaal verwijderen, ondergrond losspitten om storende lagen te verwijderen. Let op: klic-melding gewenst t.b.v. kabels en leidingen.
b3 2 b2
6 Gewenste toevoegingen: vogel- en vleermuiskasten, bijenhotel en andere natuurgerichte toevoegingen. 7 Kruidenrijke vegetatie spontaan laten ontwikkelen, geen inzaai of inplant. Mogelijk bijzaaien met Cruydthoeck-mengsel M1 Eenvoudig mengsel voor bloemrijk, middelhoog grasland of G5 Bloemrijk bermmengsel.
h1
b4 legenda BOMEN
8 Kruidenrijke grasvegetatie: dun inzaaien met Cruydthoeck-mengsel M1 Eenvoudig mengsel voor bloemrijk, middelhoog grasland (1 gram/m2), aanvullen met Gewone margriet (1 gram/m2. Beheer: 2x per jaar maaien, daarbij per ronde 20 % handhaven en in de winter overlaten staan. Verruiging vaker uitmaaien (en afvoeren).
Ma.s = Malus domestica cv - hoogstam, streekeigen ras Py.c = Pyrus communis cv - hoogstam, streekeigen ras Ti.c = Tilia cordata Be. p = Betula pendula So. a = Sorbus aucuparia Ti.c = Tilia cordata Te behouden bomen b1 = knotwilgen langs sloot/perceelsgrenzen, inheems b2 = lindes, recente aanplant, op termijn dunning in aantal tot onderlingen afstand 8-10 m1 b3 = erfbeplanting, te handhaven (o.a. leilindes) b4 = beeldbepalende bomen, te handhaven (deels niet in eigendom) b5 = fruitbomen, te handhaven Hondsroos met bottels en Hulst, inheems en passend bij de grondsoort/bostype, voedselbron voor vogels en insecten (nectar).
legenda Houtsingel h1 = nieuw aan te leggen haag, 2 plantrijen, 0,7 m breedte, 7n stuks/m1, Beuk h2 = nieuwe landschapshaag, 2 plantrijen, 0,7 m breedte, 5 stuks/m1, Eenst. meidoorn h3 = bestaande haag, 1-2 plantrijen, 0,7 m breedte, te handhaven Kostenraming KOSTENRAMING BERGKLOOSTERWEG (excl. levering plantgoed)
voorbereidende werkzaamheden regelen klic melding opschonen terrein, verwijderen rasters, afvoeren en deels opslag in depot grondwerk, spitten 40 cm diep spitten en afwerken groenvakken (afgerond op standaard oppervl. eenheid) 1
are
plantwerk landschapsbomen: linde/berk 12-14 k.w. maken plantplaats 80x80x80 en doorspitten bodem leveren boom (zie prijslijst) aanbrengen boom leveren, aanbrengen boompalen (kniepaal) 2st. 180cm kop 8-10 onverduurzaamd watergeven (1e jaar na aanplant) 3x 12-14 k.w. plantwerk bomen (tuin): hoogstamfruit/linde maken plantplaats 80x80x80 en doorspitten bodem leveren boom leveren, verwerken bomengrond 0,5m3/boom aanbrengen boom leveren, aanbrengen boompalen (kniepaal) 2st. 180cm kop 8-10 onverduurzaamd watergeven (1e jaar na aanplant) 3x plantwerk struiken/houtsingel/struweel maken plantgat leveren bosplantsoen aanbrengen plantwerk haag: meidoorn, beuk maken plantgat leveren haagplantsoen aanbrengen watergeven (1e jaar na aanplant) overige aanplant maken plantgat; klimplanten bij bomen (Lonicera) leveren haagplantsoen aanbrengen en opbinden
80-100 k.w.
afrondende werkzaamheden verwijderen en afvoeren puin- en groenafval vrijkomend bij spitten plaatsen rasters, hoekpalen en hekwerk (langs nieuwe beplantingen)
stuks
subtotaal
100 500 600
1
600
b1 = bestaande knotwilgenrijen
65 65
1
65
20 70 35 20 24 169
7
1183
20 65 50 35 20 24 214
6
1284
0,75 1,5 0,75 3
75
225
0,75 1,5 0,75 0,5 3,5
1130
3955
1,5 2,5 1,5 4,75
5
23,75
6,90 7,15 1,25 15,3
75
1147,5
65 550 65 680
1
680
150 200
1 5,5
150 1100
80-100 k.w.
3x
2-3
Wateropvang/moeraszone (zonder zwemgedeelte) ontgraven met flauw talud, aflopend: 0-1,5 m diepte, grond verwerken aanbrengen moerasplanten/overzone, 3 pollen per m2 inzaai met grasmengsel
inzaai grasmengsel, bijzaai magreiet zaaigereed maken terrein, 5 cm graszode frezen leveren zaaigoed inzaaien en aanrollen
eenheidspr.
tak
1 m3
7,5
are
stelpost 1 m1
TOTAALBEDRAG RAMING EXCL. BTW niet opgenomen • aanleg tuinplanten, verhardingen, toegangsweg en voorzieningen (bijv. verlichting • bouwkundige onderdelen • aannemerskosten, staartkosten, btw • planvorming/vergunningen
b3 en b 4: bestaande beeldbepalende boom (links) en erfbomen; h2 bestaande beukenhaag
€ 10.413,25
b2: bestaande singel met jonge lindebomen
Uitstraling landschapshaag: een wat lossere scheerhaag, zoals hierboven afgebeeld, bestaatnde uit Eenst. meidoorn en bijmenging van Hondsroos.
natuur & landschap
Rapport
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Veldweg 9 te Heerde
Rapport
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Veldweg 9 te Heerde
Opdrachtgever:
Bureau voor Planvorming & Advies
Projectnummer:
Datum:
BO223190/JHB Opgesteld door:
3 maart 2022 Paraaf:
J.H. Bolks MSc
Status: Definitief Gecontroleerd door: Paraaf: Ing. C.W. Bouwknegt
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding en doelstelling ......................................................................................................................... 3
1.2
Opbouw rapport ....................................................................................................................................... 3
1.3
Verantwoording ........................................................................................................................................ 3
VOORONDERZOEK ................................................................................................................................... 5 2.1
Locatie specifieke gegevens ...................................................................................................................... 5
2.2
Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................ 5
ONDERZOEKSPROGRAMMA .................................................................................................................... 6 3.1
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................. 6
3.2
Veldwerk ................................................................................................................................................... 6
3.3
Geselecteerde monsters en analyses ....................................................................................................... 7
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ........................................................................................................... 8 4.1
Lokale bodemopbouw .............................................................................................................................. 8
4.2
Zintuiglijke waarnemingen ....................................................................................................................... 8
4.3
Veldmetingen grondwater ........................................................................................................................ 8
4.4
Analyseresultaten ..................................................................................................................................... 9
4.4.1
Terminologie toetsing Wet Bodembescherming ............................................................................... 9
4.4.2
Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) .................................................... 9
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................................... 10 5.1
Samenvatting .......................................................................................................................................... 10
5.1.1
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................... 10
5.1.2
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) ................................... 10
5.2
Conclusie ................................................................................................................................................. 10
TABELLEN Tabel 3.1 Overzicht veldwerkzaamheden en analyses NEN 5740 ........................................................................... 6 Tabel 3.2 Geselecteerde monsters & analyses grond en grondwater .................................................................... 7 Tabel 4.1 Overzicht veldmetingen tijdens bemonstering grondwater ................................................................... 8 Tabel 4.2 Toetsing analyses grond en grondwater aan de Wet bodembescherming ............................................. 9
BIJLAGEN Bijlage 1: Overzichtstekening onderzoekslocatie Bijlage 2: Boorprofielen Bijlage 3: Analysecertificaten Bijlage 4: Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Bijlage 5: Toelichting toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek, Veldweg 9 te Heerde, BO223190/JHB
2
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van Bureau voor Planvorming & Advies heeft Mateboer Milieutechniek BV in februari en maart 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Veldweg 9 te Heerde. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater).
1.2
Opbouw rapport
In het onderhavige rapport wordt verslag gedaan van het uitgevoerde bodemonderzoek en komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek (hoofdstuk 2); onderzoeksprogramma (hoofdstuk 3); resultaten (hoofdstuk 4); samenvatting en conclusies (hoofdstuk 5).
1.3
Verantwoording
Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor het gebruik door de opdrachtgever. De conclusies in dit rapport zijn alleen geldig binnen de context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd en het rapport is opgesteld. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie en schriftelijke toestemming van Mateboer Milieutechniek BV (MMT), doet dit op eigen risico. De conclusies zijn gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt. Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor MMT of die MMT niet heeft kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek. Opgemerkt wordt dat het verkennend bodemonderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen, berekend volgens de wettelijk gestelde richtlijnen. Hierdoor blijft het mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn. Verder geeft een bodemonderzoek geen uitsluitsel over niet onderzochte stoffen en is een bodemonderzoek een momentopname. In de loop der tijd kan een eventuele verontreinigingssituatie zich wijzigen.
Voor de eventueel hieruit voortvloeiende schade of gevolgen stelt MMT zich niet verantwoordelijk.
Verkennend bodemonderzoek, Veldweg 9 te Heerde, BO223190/JHB
3
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 en conform protocollen 2001 en 2002. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Mateboer Milieutechniek BV is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Mateboer Milieutechniek BV is geen eigenaar van het onderzochte terrein en heeft buiten de opdracht juridisch, financieel, personeel of op andere wijze geen verbintenis met de opdrachtgever.
Verkennend bodemonderzoek, Veldweg 9 te Heerde, BO223190/JHB
4
2
VOORONDERZOEK
2.1
Locatie specifieke gegevens
Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A (paragraaf 6.2.1 van de NEN 5725). (Bron: informatie offerteaanvraag d.d. 13 januari 2022, webviewer provincie Gelderland d.d. 17 januari 2022, veldwerk d.d. 15 februari 2022)
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Veldweg 9 te Heerde en betreft een toekomstige bouwkavel. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.340 m² en is kadastraal bekend als perceel HDE00-A-2733 (gedeeltelijk). Op het perceel is een woning aanwezig. Ten westen van de bestaande woning uit 2012 wordt een nieuwe woning gerealiseerd (rood-voor-groen). Daarnaast zullen rond het percelen allerhande bomen, struiken en hagen worden geplant. De toekomstige bouwkavel is in gebruik als grasland/ braakliggend/paardenweide. Op basis van historische luchtfoto’s en historisch kaartmateriaal is ter plaatse van de nieuw te bouwen woning in het verleden geen bebouwing aanwezig geweest. Direct ten oosten van de onderzoekslocatie is voor de huidige bebouwing eerder een woning met schuren aanwezig geweest. Op basis van de beschikbare bodemgegevens van de provincie Gelderland is voorafgaand aan de nieuwbouw van de woning Veldweg 9 een bodemonderzoek (Boluwa, kenmerk: 09192, d.d. 19-112009) uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is in de bovengrond een overschrijding van de achtergrondwaarde met PAK aangetoond. Verder zijn in de ondergrond en het grondwater geen verhoogde gehalten/concentraties met onderzochte componenten aangetoond. Verder zijn op het perceel geen verdachte activiteiten aanwezig geweest.
Op basis van topotijdreis is het perceel in het verleden ook in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Tijdens het veldwerk zijn geen verdere bijzonderheden waargenomen.
2.2
Bodemopbouw en geohydrologie
(Bron: Dinoloket REGIS II v2.2)
De bodemopbouw bestaat vanaf het maaiveld tot 8 m –mv uit midden en fijn zand (formatie van Boxtel). Van 8 m -mv. tot circa 15 m -mv. midden tot grof zand aanwezig (Formatie van Kreftenheye). Daaronder is tot 81 m -mv. een afwisseling van midden tot grof zand aanwezig (Gestuwde afzetting, complexe eenheid). Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de gemiddelde hoogste grondwaterstand circa 2,0 m -mv.
Verkennend bodemonderzoek, Veldweg 9 te Heerde, BO223190/JHB
5
3
ONDERZOEKSPROGRAMMA
3.1
Onderzoeksstrategie
Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de hierboven vermelde gegevens alsmede de normen: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725, januari 2017); Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740 (nl), januari 2009); Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740/A1 (nl), februari 2016). Op basis van de huidige beschikbare informatie is voor de locatie een onderzoeksstrategie op basis van de NEN 5740/A1 voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (paragraaf 5.1 (ONV-NL)) als doelmatig beschouwd voor het bepalen van de actuele bodemkwaliteit. De verrichte werkzaamheden zijn verder uitgewerkt in tabel 3.1. Tabel 3.1 Overzicht veldwerkzaamheden en analyses NEN 5740 Veldwerk (boringen) onderzoekslocatie (oppervlakte)
Chemische analyses NEN 5740 boring tot 0,5 m –mv
boring tot 2,0 m –mv
boringen met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
1x 1x 1x Standaardpakket Standaardpakket Standaardpakket grond incl. LUOS grond incl. LUOS grondwater Standaardpakket grond: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM Standaardpakket water: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluch ge organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch geleidingsvermogen (EC); □ temperatuur (°C) □ troebelheid (NTU). Gehele onderzoekslocatie (ca. 1.340 m²)
6
1
1
Het grondwater is conform protocol minimaal 1 week na plaatsing van de peilbuis bemonsterd.
3.2
Veldwerk
Het veldwerk is op 15 februari 2022 uitgevoerd conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2001 door gecertificeerd monsternemer de heer M. Zunnenberg van Mateboer Milieutechniek BV. De peilbuis is direct na plaatsing goed afgepompt en vervolgens op 22 februari conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2002 bemonsterd door gecertificeerd monsternemer de heer I.N. Dijkgraaf van Mateboer Milieutechniek BV. In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op verontreinigingskenmerken zoals kleur, olie op water reactie en bodemvreemde bijmengingen (zoals bijv. asbest). De grond is maximaal per halve meter en per zintuiglijk afwijkende bodemlaag bemonsterd. De bodemopbouw op de onderzoekslocatie is weergegeven in paragraaf 4.1. In bijlage 1 is een situatietekening opgenomen met daarop de ligging van de boringen en peilbuis weergegeven. In bijlage 2 zijn de boorprofielen van de afzonderlijke boringen opgenomen. Verkennend bodemonderzoek, Veldweg 9 te Heerde, BO223190/JHB
6
3.3
Geselecteerde monsters en analyses
Na uitvoering van het veldwerk zijn, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen in het veld, een aantal (meng)monsters geselecteerd voor chemisch analytisch onderzoek in het milieulaboratorium. In tabel 3.2 zijn de geselecteerde (meng)monsters en analyses van grond en grondwater weergegeven. Tabel 3.2 Geselecteerde monsters & analyses grond en grondwater Code
Interval (m –mv.)
Monsters
Grondsoort
Zintuiglijke waarneming
Analyse
Zand
-
Standaardpakket grond incl. LUOS
Zand
-
Standaardpakket grond incl. LUOS
Grond
MM01
0,00 - 0,50
MM02
0,50 - 2,00
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,30) 05 (0,30 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,30) 07 (0,30 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 01 (1,50 - 2,00) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 02 (1,50 - 2,00)
Grondwater Pb 01 1,60– 2,60 (peilfilter) 01-1-1 Grondwater Standaardpakket grondwater Standaardpakket grond: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM Standaardpakket water: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluch ge organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch geleidingsvermogen (EC); □ temperatuur (°C) □ troebelheid (NTU).
De liggingen van de boorpunten en peilbuis zijn weergegeven op de tekening in bijlage 1. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door het conform NEN-EN-ISO 14001: 2015-TÜV gecertificeerd en RvA-Testen geaccrediteerde laboratorium van Analytico te Barneveld.
Verkennend bodemonderzoek, Veldweg 9 te Heerde, BO223190/JHB
7
4
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
Lokale bodemopbouw
Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot de maximale boordiepte van 2,6 m -mv. matig tot zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus zand aanwezig. De geschematiseerde boorprofielen (overeenkomstig de NEN 5104) van de afzonderlijke boringen zijn weergegeven in bijlage 2.
4.2
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen waarnemingen gedaan (inclusief asbest) die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse.
4.3
Veldmetingen grondwater
De resultaten van de veldmetingen tijdens de bemonstering van het grondwater (uitgevoerd op 22 februari 2022) zijn verwerkt in tabel 4.1. Tabel 4.1 Overzicht veldmetingen tijdens bemonstering grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Temperatuur (oC)
01-1-1
1,60 - 2,60
0,37
6,7
290
35
8
Grondwaterstand = grondwaterstand in peilbuis (in meter minus maaiveld) pH = zuurgraad (eenheidloos) Ec = elektrische geleidbaarheid (in microSiemens per centimeter) Troebelheid in NTU Temperatuur in graden celsius
De gemeten waarden hoeven niet als afwijkend te worden beschouwd voor het plaatselijke bodemtype. De norm voor het bemonsteren van grondwater geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met gronddeeltjes in het grondwater die de analyseresultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan reden zijn voor herbemonstering. Gezien het feit er maximaal een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond in het grondwater, wordt het niet zinvol geacht het grondwater met betrekking tot de NTU-waarden opnieuw te bemonsteren.