CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

7.4. Advies ROVA

Raadscommissie 15 september 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: Koersbepaling restafval- en grondstoffeninzameling5.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

NV ROVA Holding

Steinfurtstraat 2 Postbus 200

Aan:

College van burgemeester en wethouders

Afschrift aan:

H. van Zwol (ROVA)

Onderwerp:

Bijdrage ROVA aan koersbepaling Heerde

Datum:

24 april 2025

Van:

J.C. Blom

8000 AE Zwolle

IBAN NL52ABNA0576045861 BIC ABNANL2A KVK nr. 05057813

1. Inleiding ROVA is gevraagd om advies over de huidige stand van zaken van de inzameling van afval en grondstoffen in de gemeente Heerde. Daarnaast is ROVA gevraagd om advies te geven over mogelijke maatregelen die hierop aansluiten en die de gemeente overweegt te nemen. In dat kader worden (de effecten van) een aantal maatregelen nader uitgewerkt. In dit memo wordt allereerst stilgestaan bij de huidige stand van zaken van de afvalinzameling in Heerde. Daarna wordt overkoepelend geadviseerd over mogelijke gerichte doelstellingen. Hierop volgen enkele – met de gemeente afgestemde – potentiële maatregelen om deze doelstellingen te behalen. De gemeente gebruikt dit memo als input voor een discussienota die medio 2025 aan college en raad wordt aangeboden.

2. Stand van zaken De gemeente Heerde presteert goed op het gebied van afval en grondstoffen ten opzichte van het gemiddelde van gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse. Inwoners scheiden hun grondstoffen, zoals pmd en gft, goed van het overige afval, wat leidde tot 83 kilo fijn huishoudelijk restafval in 2024. De invoering omgekeerd inzamelen laagfrequent op 1 juli 2019 heeft in grote mate bijgedragen aan de daling van het restafval in de afgelopen jaren. Met omgekeerd inzamelen laagfrequent is de inzamelfrequentie van de minicontainers voor restafval verlaagt van vier-wekelijks naar zes-wekelijks. Om de eventuele behoefte aan extra opslagcapaciteit voor restafval te ondervangen zijn alle huishoudens voorzien van een milieupas, waarmee gebruik kan worden gemaakt van ondergrondse verzamelcontainers voor restafval. Hoewel het afval scheiden in gemeente Heerde goed gaat, zijn er enkele aandachtspunten op het gebied van de ontwikkeling van de hoeveelheid restafval, de kwaliteit van grondstoffen en de samenstelling van restafval te benoemen.

Ontwikkeling restafval en grondstoffen We zien vanaf 2019 tot en met 2024 duidelijk het effect van omgekeerd inzamelen laagfrequent op de hoeveelheid ingezameld restafval. In deze periode is de hoeveel fijn huishoudelijk restafval per inwoner met 14 kg afgenomen. In figuur 1 is een overzicht van de hoeveelheid restafval en grondstoffen van de afgelopen jaren weergegeven. In 2024 is de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval met 6 kg gestegen ten opzichte van 2023. Deze stijging wordt enerzijds veroorzaakt doordat er méér vervuild gft is afgekeurd. Afgekeurd gft wordt als restafval verbrand. Anderzijds is er in 2024 over de gehele linie méér afval (grondstoffen én restafval) ingezameld. Zo is er in 2024 644 kilo afval en grondstoffen per inwoner ingezameld, ten opzichte van 615 kilo per inwoner in 2023. Dit is ook terug te zien aan de stijging van het gemiddeld aantal aanbiedingen van de minicontainers restafval (van 4,29 naar 4,46) en gft (van 14,81 naar 15,23) per huishouden. Een verklaring hiervoor is dat inwoners in totaliteit meer zijn gaan

1

Op al onze opdrachten zijn van toepassing de Algemene Inkoopvoorwaarden NV ROVA Holding. Deze Algemene Inkoopvoorwaarden vindt u op www.rova.nl/inkoopvoorwaarden

consumeren. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat bij een brede stijging van het aantal kilo’s afval, ook het aandeel restafval stijgt. Deze stijging zien we tevens terug bij andere vergelijkbare ROVA-gemeenten. Figuur 1: Ontwikkeling fijn restafval en grondstoffen per inwoner 2015-2024 (kg per inwoner)

Te zien is dat de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval sinds 2019 gestabiliseerd is rond de 80 kg. Dit beeld is gebruikelijk enige jaren na wijziging van het inzamelsysteem – eerst is een daling te zien en vervolgens stabilisatie. Om een verdere reductie te bewerkstelligen worden daarom vervolgstappen geadviseerd. De hoeveelheid grof huishoudelijk afval is in 2024 met 3 kg per inwoner gestegen t.o.v. 2023, naar 26 kg per inwoner per jaar. Dit is gelijk aan het meerjaren gemiddelde van 2016 t/m 2024 en past in het plaatje van een brede stijging van de totale afvalhoeveelheid per inwoner. De hoeveelheid gft is relatief stabiel rond de 180 kg per inwoner per jaar. In de coronajaren 2020/2021 was een duidelijke stijging te zien. Na een afname in 2022 wordt er in 2024 weer méér gft ingezameld. De hoeveelheid pmd is door de jaren heen stabiel gebleven. De hoeveelheid opk loopt licht af; dit komt voornamelijk door toenemende digitalisatie. Deze afname is landelijk zichtbaar.

Kwaliteit grondstoffen Ondanks dat het afval scheiden in Heerde goed gaat, is de kwaliteit van grondstoffen een aandachtspunt, vooral gft. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de hoeveelheid afkeur van gft en pmd van afgelopen jaren weergegeven. Tabel 1. Ontwikkeling hoeveelheid afkeur gft en pmd in gemeente Heerde

Grondstof Gft Pmd Totaal

2022 0,1 kg/inwoner 1,5 kg/inwoner 1,6 kg/inwoner

2023 0,2 kg/inwoner 0,7 kg/inwoner 0,9 kg/inwoner

2024 3,3 kg/inwoner 1,1 kg/inwoner 4,4 kg/inwoner

Zo zien we dat er in 2024 meer gft is afgekeurd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt door striktere naleving van het acceptatieprotocol bij de overslag door ROVA in relatie tot strengere eisen die de verwerkers stellen voor het ingezamelde gft. Hoewel de kwaliteit van het via zakken ingezamelde pmd naar verhouding beter is, betreft de afkeur in 2024 nog steeds 1,1 kg per inwoner per jaar. Hogere afkeur zorgt voor hogere verwerkingskosten doordat het verbranden van restafval duurder is dan de verwerking van gft. Dit verschil wordt naar verwachting in de toekomst nog groter. De verwerkingskosten van restafval stijgen onder meer door de verhoging van de afvalstoffenbelasting en (de komende jaren) door de CO2heffing op afvalverbranding die de landelijke overheid heeft ingevoerd. Naar verwachting zal de afvalstoffenbelasting de komende jaren verder stijgen, waardoor de verbranding van restafval steeds duurder wordt. Figuur 2. Ontwikkeling verwerkingskosten per ton fijn huishoudelijk restafval gem. Heerde

Daarnaast leiden autonome ontwikkelingen in de grondstoffenmarkt tot strengere eisen aan de kwaliteit van ingezameld afval en/of hogere verwerkingstarieven voor vervuilde materialen, wat pleit voor extra aandacht voor de kwaliteit van grondstoffen. De gemeente en ROVA zien het als hun taak om grondstoffen zo zuiver mogelijk in te zamelen, zodat grondstoffen vervolgens zo hoogwaardig mogelijk kunnen worden verwerkt. Deze ontwikkelingen pleiten ervoor om de inzet op het gebied van verbetering van de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen en tegengaan van vervuiling van grondstoffen te verhogen, door bijvoorbeeld het invoeren van de kernelemenentenaanpak.

Samenstelling restafval Er zitten nog steeds veel grondstoffen in het restafval, die daardoor met het restafval worden verbrand in plaats van hergebruikt. Ruim de helft van het huishoudelijk restafval in de gemeente Heerde bestaat nog uit herbruikbare grondstoffen. In onderstaand overzicht is de samenstelling van het restafval en het aandeel per grondstofstroom weergegeven.1

1 De samenstellingsanalyse is gebaseerd op sorteeranalyses gedaan op het restafval. Sorteeranalyses worden jaarlijks steekproefsgewijs uitgevoerd. Dit overzicht laat daarom vooral de meerjaren trend zien van aanwezige grondstoffen in het restafval.

Tabel 2. Grondstoffen in het restafval gemeente Heerde

Fractie Reststoffen Gft GHA Luiers Pmd Papier Textiel Glas

Percentage in restafval 34% 24% 12% 11% 6% 5% 5% 4%

Recycling Verbranding Recycling (deels) Recycling Verbranding Recycling Recycling Recycling Recycling

Kijkend naar de grondstoffen in het restafval is te concluderen dat er vooral winst te boeken is op een verdere gescheiden inzameling van gft (bijv. bij hoog- en gestapelde bouw) en op de afvalstroom luiers. Omdat deze laatste stroom momenteel niet op grootschalige schaal kan worden gerecycled, en er tegelijkertijd gewerkt wordt aan een UPV (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid)2 op luiers, is het separaat inzamelen van luiers momenteel niet opportuun. Inzet kan wel gericht worden op preventie in de vorm van wasbare luiers en/of zindelijkheidstraining.

Conclusie Op basis van de huidige stand van zaken kan worden geconcludeerd dat het zetten van vervolgstappen opportuun is. Indien de gemeente het huidige beleid handhaaft blijven de resultaten gestabiliseerd op het huidige niveau terwijl de jaarlijkse kosten voor de gemeente verder zullen stijgen. Door nog betere scheidingsresultaten, inclusief focus op de kwaliteit van grondstoffen, te behalen kan deze kostenstijging in zekere mate worden afgevlakt. ROVA adviseert de gemeente daarom om doelstellingen te formuleren voor een verdere reductie van de hoeveelheid (rest)afval en nog betere scheidingsresultaten, en hierop gerichte maatregelen uit te voeren. In hoofdstuk 4 t/m 6 wordt dit verder beschreven. In het volgende hoofdstuk worden eerst de relevante beleidsontwikkelingen benoemd.

3. Ontwikkelingen en beleid Op Europees en landelijk niveau heeft een aantal wetten en regels direct invloed op het gemeentelijk beleid. Hieronder worden daarom de relevante Europese en landelijke wet- en regelgeving beschreven die voor de gemeente relevant zijn voor (het maken van keuzes rondom) het afvalbeleid. Deze worden in onderstaande paragrafen beschreven waarbij cursief wordt aangegeven wat de relevantie is voor het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid.

Europese wet- en regelgeving: Green Deal Europa heeft zich als doel gesteld om in 2050 het eerste klimaatneutrale continent te worden. Als leidraad is hiervoor de Green Deal opgesteld. Voor een klimaatneutraal Europa in 2050 moet de economische groei worden losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen, en moet worden overgestapt op circulaire productie- en consumptie-systemen. Hieruit vloeit de circulaire ambitie voort om in 2050 geen grondstoffen en afval te verbranden.

2 Bij invoering van de UPV op luiers worden producenten van luiers zelf verantwoordelijk voor de inzameling en recycling van

luiers. De impact die dit potentieel heeft op bijv. een inzamelstructuur is momenteel nog niet bekend.

Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Kra) Het juridisch kader voor afvalbeheer wordt in hoge mate bepaald door Europese regels. Centraal daarin staat de Kaderrichtlijn Afvalstoffen. De richtlijn bevat het juridische kader voor de behandeling van afval in de EU. De richtlijn bepaalt dat bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen de volgende afvalhiërarchie als prioriteitsvolgorde moet worden gehanteerd: preventie, voorbereiding voor hergebruik, recycling, andere nuttige toepassingen (bijv. energieterugwinning) en verwijdering. Sustainable Development Goals (SDG) In de wereld van vandaag bestaan grote uitdagingen zoals armoede, honger, ongelijkheid, klimaatverandering en de biodiversiteitscrisis. Door ons handelen te toetsen aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) dragen we bij aan een groenere, eerlijkere en betere wereld. De doelen gelden voor alle landen en voor alle mensen. Gemeente Heerde is een SDG-gemeente en confirmeert zich aan de SDG's. De relevante SDG’s voor het gemeentelijke afvalen grondstoffenbeleid zijn: • 11 Duurzame steden en gemeenschappen • 12 Verantwoorde consumptie en productie • 13 Klimaatactie • 17 Partnerschap om doelstellingen te bereiken Het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid levert een bijdrage aan realisatie van de SDG’s 11, 12, 13 en 17.

Nederlandse wet- en regelgeving: Wet Milieubeheer In de Wet Milieubeheer (Hoofdstuk 10) staat omschreven dat gemeenten de wettelijke zorgplicht hebben voor de inzameling van huishoudelijk afval. De Wet verplicht de gemeenten ook een aantal fracties gescheiden in te zamelen. In de gemeentelijke Afvalstoffenverordening is dit verder uitgewerkt. Uit de Wet Milieubeheer vloeit voort dat de gemeente primair verantwoordelijk is voor de gescheiden inzameling van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Landelijk afval plan 3 (LAP3) Het LAP3 bestaat uit een beleidskader die het nationale beleid voor afvalpreventie, afvalbeheer en de doelstelling van het afvalbeleid beschrijft. In de sectorplannen is het beleid uit het beleidskader uitgewerkt voor verschillende afvalstromen. Per afvalstroom zijn minimum standaarden voor verwerking benoemd. Daarnaast worden landelijke kwantitatieve en kwalitatieve afvaldoelen gesteld. Bijvoorbeeld ten aanzien van het hoeveelheid ingezamelde grondstoffen ter voorbereiding voor hergebruik en recycling. De opvolger, het Circulair Materialenplan (CMP1) treed op 1 januari 2026 in werking. Het beleid voor veilige en hoogwaardige verwerking van afvalstoffen in Nederland. Wet Markt en Overheid Gemeenten kunnen besluiten ook bedrijfsafval in te zamelen, bijvoorbeeld om het aantal vervoersbewegingen in de binnenstad te minimaliseren.

Hiermee concurreren zij met bedrijven. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten overheden zich in die situatie aan een aantal gedragsregels houden: • • • •

Verplicht doorberekenen van alle kosten Verbod bevoordeling eigen overheidsbedrijven Verbod gegevensgebruik voor andere activiteiten Verplichte functiescheiding bestuur en uitvoering

Vanwege de impact van bovenstaande gedragsregels op de administratieve organisatie en de principiële keuze om niet in te grijpen in de marktwerking, zamelt ROVA geen bedrijfsafval in en heeft de gemeente Heerde geen reinigingsrechtklanten.

Algemene (markt- en politieke) ontwikkelingen: Uitvoeringsprogramma VANG-HHA 2022 Het ‘Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstoffen-Huishoudelijk Afval 2021 – 2025’ heeft als doel om de kwaliteit van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen te verhogen en daarmee de recycling te verbeteren. Het programma heeft als motto: met optimale afvalscheiding naar hoogwaardige recycling. De focus verschuift van het beperken van (huishoudelijk) restafval naar de kwaliteit en recyclebaarheid van de ingezamelde grondstoffen. Hiertoe zijn recycledoelstellingen opgesteld: 60% recycling in 2030 en 65% in 2035. Gemeente Heerde onderschrijft de VANG-doelstelling en heeft oog voor de kwaliteit van grondstoffen. Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) De UPV maakt producenten en importeurs financieel en vaak ook organisatorisch verantwoordelijk voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt worden gebracht. De inzameling of inname van deze producten vindt deels plaats in de openbare ruimte, waardoor gemeenten hierin ook een rol hebben. Op dit moment zijn voor de volgende producten UPV’s in werking: • • • • • •

Autobanden en autowrakken Batterijen en accu’s Elektrische en elektronische apparatuur Textiel Verpakkingen Wegwerpplastic

In veel gevallen gaat het bij Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) om producten waar ook de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval voor geldt. De impact van UPV’s op de inzameling van huishoudelijk afval wordt nauwlettend gevolgd om waar nodig aanvullende maatregelen te nemen. CO2-heffing In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de industrie de jaarlijkse CO2-uitstoot in 2030 heeft verminderd met 14,3 Mton CO2. Op 1 januari 2021 is de CO2-heffing ingegaan om te borgen dat deze doelstelling gehaald wordt. Deze heffing is vanaf 2024 ook van toepassing op installaties die restafval verbranden. De heffing loopt op van € 30 per ton teveel uitgestoten CO2 in 2024 tot € 125 in 2030. Het verbranden van afval gaat door landelijke heffingen steeds meer geld kosten. De gemeente moet als gevolg hiervan de afvalstoffenheffing verhogen. Meer grondstoffen uit het restafval te halen is niet alleen goed voor het milieu maar zorgt ook voor een minder snelle toenamen van vervangingskosten. Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) Het NPCE bevat maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. In het NPCE zijn de meest impactvolle productgroepen (prioritaire stromen) benoemd. Hiervoor zijn transitieagenda’s opgesteld.

De productgroepen consumptiegoederen, elektronische apparaten, verpakkingen en wegwerpproducten, textiel, meubels, matrassen en kunststoffen zijn direct voor het thema afval en grondstoffen van belang.

Voor huishoudelijk afval geldt dat wordt gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik dan wel recycling. In de uitwerking van het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid wordt waar mogelijk aangesloten bij de transitieagenda’s van de prioritaire stromen.

4. Ambitie en doelstellingen afval- en grondstoffenbeleid De gemeente Heerde streeft, conform de landelijke en Europese ambitie, naar een volledig circulaire economie in 2050. Op het gebied van afval en grondstoffen betekent dit dat uiterlijk in 2050 geen afval en grondstoffen meer worden verbrand (0%), maar volledig worden hergebruikt. Om dit stapsgewijs te realiseren kan de gemeente overwegen om een tussendoelstelling voor 2030 te formuleren, zoals bijvoorbeeld: het reduceren naar maximaal 65 kg fijn restafval per inwoner en een recyclepercentage van 65%. Hieronder worden voorbeelden van deze aansluitende doelstellingen gegeven die zouden passen bij de mogelijk te nemen maatregelen, zoals het verlagen van de inzamelfrequentie restafval, het faciliteren van gft-inzameling bij hoogbouw en invoeren van de GRIP-wagen. Doel 1: Verminderen huishoudelijk restafval per inwoner In het huishoudelijk restafval zitten nog veel waardevolle grondstoffen (vooral gft) die als restafval worden verbrand. De reductie van de hoeveelheid huishoudelijk afval door meer grondstoffen te scheiden is en blijft belangrijk op weg naar een circulaire economie. >> Het doel is om de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval te reduceren van 83 kilo per inwoner in 2024 naar 65 kilo per inwoner in 2030.

Doel 2: Verhogen circulariteit en duurzame verwerking grondstoffen Nog niet alle grondstoffen kunnen nu goed, hoogwaardig en/of duurzaam worden hergebruikt of gerecycled. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te kijken wat zij vanuit haar deel van de grondstoffenketen kan doen om de circulariteit en duurzaamheid van verwerking te verhogen. Het ‘Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstoffen-Huishoudelijk Afval 2021 – 2025’ heeft als doel om de kwaliteit van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen te verhogen en daarmee de recycling te verbeteren. Het programma heeft als motto: met optimale afvalscheiding naar hoogwaardige recycling. De focus verschuift van het beperken van (huishoudelijk) restafval naar de kwaliteit en recyclebaarheid van de ingezamelde grondstoffen. Hiertoe zijn recycledoelstellingen opgesteld: 60% recycling in 2030 en 65% in 2035. >> De gemeente Heerde onderschrijft de VANG-doelstelling en stelt zichzelf tot doel om in 2030 een recyclepercentage te realiseren van 65%. In de volgende hoofdstukken worden enkele - met de gemeente Heerde afgestemde - concrete maatregelen nader uitgewerkt.

5. Overzicht maatregelen In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van mogelijk te nemen maatregelen die kunnen helpen om de geformuleerde doelstellingen te halen. Het betreffen specifiek de maatregelen die de gemeente Heerde wil opnemen in de discussienota en aan de gemeenteraad wil voorleggen. Hierin wordt het onderscheid gemaakt tussen systeemwijzigingen en flankerend beleid.

Systeemwijzigingen Maatregel

Afvalstroom

Toelichting

Beoogd resultaat

Invoeren Omgekeerd inzamelen laagfrequent 1 x 8 weken Invoeren Omgekeerd inzamelen fase 2

Restafval

Verlagen van de inzamelfrequentie van restafval, 1 x per 6 weken naar 1 x per 8 weken

Reduceren hoeveelheid restafval

Restafval

Reduceren hoeveelheid restafval

Gescheiden inzameling gft hoog- en gestapelde bouw

Gft

Een vervolgstap ná het laagfrequent inzamelen van restafval, is het inzamelen van restafval via ondergrondse verzamelsystemen i.p.v. minicontainers Plaatsen voorzieningen voor gescheiden inzameling gft bij hoog- en gestapelde bouw, apart inzamelen van gft bij hoogbouw

Reduceren aandeel gft in het restafval

Flankerend beleid Maatregel Invoering GRIP3-wagen

Grof huishoudelijk afval

Toelichting

Beoogd resultaat

Inwoners kunnen bij de GRIP-wagen kleine hoeveelheden grof huishoudelijk afval brengen. De GRIP-wagen is een klein mobiel brengstation

Verhoging service en voorlichting richting inwoners, verhogen recycling grof huishoudelijk afval

6. Uitwerking maatregelen Hieronder volgt de uitwerking van de maatregelen die in hoofdstuk 5 zijn benoemd. Het is van belang iedere maatregel te beschouwen vanuit de aspecten van de afvaldriehoek – service, milieu en kosten. De effecten op deze aspecten komen per maatregel aan bod. Om een voorbeeld te geven: een maatregel die kostenverhogend is en vanuit financieel oogpunt niet interessant lijkt, kan toch erg zinvol zijn als het een heel positief effect heeft op het milieu en/of de service. Daar waar in dit hoofdstuk structurele/jaarlijkse kosten zijn vermeld, betreffen het altijd bedragen per aansluiting, op basis van prijspeil 2025 (tenzij anders vermeld). Hiervoor geldt dat het altijd bedragen zijn voor alle aansluitingen, ook al is het een maatregel voor een deel van de huishoudens. Voordeel hiervan is dat de financiële effecten van de maatregel goed zijn te beschouwen ten opzichte van elkaar en in verhouding tot de hoogte van de afvalstoffenheffing (eveneens een bedrag per huishouden).

3

GRIP staat voor GRondstoffen Inlever- en InformatiePunt.

6.1 Omgekeerd inzamelen laagfrequent 1 x 8 weken Momenteel heeft de gemeente Heerde een laagfrequente restafval inzameling van 1 x 6 weken met de mogelijkheid om overtollig restafval in een ondergrondse verzamelcontainer te deponeren. Bij deze maatregel wordt het omgekeerd inzamelen laagfrequent een stap verder gezet, waarbij de inzamelfrequentie verder verlaagd wordt naar 1 x 8 weken. Een belangrijke graadmeter om de impact van de invoering van een laagfrequente restafvalinzameling naar 1 x 8 weken te voorspellen, is het huidige aanbiedgedrag van huishoudens. In figuur 3 wordt de verdeling van het totale aantal aanbiedingen van minicontainers van restafval over 2024 weergegeven. Figuur 3. Verdeling aantal aanbiedingen minicontainers restafval gem. Heerde in 2024

Uit dit overzicht trekken we een aantal conclusies in relatie tot laagfrequent 1 x 8 weken: -

-

Ongeveer 67% van de huishoudens biedt de restcontainer 6 keer of minder per jaar aan en kan daarmee nu al goed uit te voeten met een inzamelfrequentie van 1 x per 8 weken (gemiddeld 6,5 inzamelrondes per jaar). Voor de overige 33% van de huishoudens per frequentie kan de invoering van een laagfrequente inzameling van 1 x 8 weken een goede serviceprikkel en stimulans zijn om nog beter grondstoffen uit het restafval te scheiden.

In Heerde staan momenteel 39 ondergrondse verzamelcontainers, waarvan een deel reeds is bestemd als overloopcontainers. Deze worden gebruikt door inwoners van laagbouw die niet uitkomen met een inzameling van 1 x 6 weken. De andere verzamelcontainers zijn in de basis bestemd voor hoogbouwaansluitingen, maar kunnen evt. ook worden gebruikt als overloopcontainer. Van alle aansluitingen die een inzameling via minicontainer hebben (+- 6850 aansluitingen), maakt ongeveer 9% gebruik van de overloopcontainers. Deze +- 625 aansluitingen hebben in 2024 gemiddeld 11 keer per adres op een overloopcontainer gestort. Op basis van het huidige stortingsgedrag en de verdeling van het aantal aanbiedingen van minicontainers restafval, verwachten we dat er geen extra overloopcontainers nodig zijn voor het aanpassen van de frequentie naar 1 x 8 weken.

Omdat de gemeente het restafval reeds laagfrequent 1 x 6 weken inzamelt, verwachten we een beperkte reductie van restafval bij het verder verlagen van de frequentie naar 1 x 8 weken. Zoals te zien is in de tabel verdeling van het aantal aanbiedingen heeft de wijziging voor 2/3e van de inwoners beperkte impact. Daarom schatten we bij reductie van de inzamelfrequentie naar 1 x 8 weken een afname van de hoeveelheid fijn restafval tussen 2,5 kg en 5 kg per inwoner per jaar.

Kosten In tabel 3 wordt een indicatie gegeven van de kosteneffecten van de invoering van omgekeerd inzamelen laagfrequent 1 x 8 weken. Voor de kostenindicatie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: o Totaal aantal aansluitingen: ± 7.895 aansluitingen o Geschatte reductie tussen 2,5 kg en 5 kg restafval per inwoner per jaar o Er wordt ong. 1 kg pmd per inwoner méér ingezameld bij aanpassing van het systeem.

Tabel 3 – Indicatieve kosteneffecten bij invoering Omgekeerd inzamelen laagfrequent 1 x 8 weken Huidige inzameling:

Omgekeerd inzamelen Omgekeerd inzamelen laagfrequent (1 x 8 weken) laagfrequent (1 x 8 weken)

Omgekeerd inzamelen laagfrequent (1 x 6 weken) Structurele kosten Kosten inzameling Kosten inzamelmiddelen Verwerkingskosten Totaal jaarlijkse kosten

Reductie 2,5 kg restafval

Reductie 5 kg restafval

€

70.000 €

70.000 €

70.000

€

107.000 € € 177.000 €

107.000 € -12.000 € 165.000 €

107.000 -19.000 158.000

€ €

-12.000 € -1,52 €

-19.000 -2,41

€

Verschil kosten Verschil kosten per aansluiting

6.2 Omgekeerd inzamelen fase 2 Bij Omgekeerd inzamelen fase 2 gaat de inzameling van restafval in de kernen van een haalsysteem naar een brengsysteem. Hiermee wordt de service voor de inzameling van restafval verlaagd. Door deze serviceprikkel zullen inwoners grondstoffen nog zorgvuldiger uit het restafval scheiden. De huis-aan-huis inzameling van restafval met minicontainers komt dan te vervallen en daarvoor in de plaats krijgen de inwoners de mogelijkheid om het restafval weg te brengen naar ondergrondse verzamelsystemen in hun nabijheid, met behulp van de reeds aanwezige milieupas. Hiervoor worden nieuwe ondergrondse verzamelsystemen voor restafval in de wijken en buurten geplaatst. De grondstoffen gft, pmd en opk worden nog steeds aan huis ingezameld. De gemeente kan overwegen om Omgekeerd inzamelen fase 2 voor enkel de huishoudens in de kernen in te voeren, of ook voor huishoudens in het buitengebied. Het inzamelen van restafval in het buitengebied via (ondergrondse) verzamelcontainers komt weinig voor – welhaast alle gemeenten die Omgekeerd inzamelen fase 2 hebben ingevoerd, zamelen enkel in de kernen restafval in via verzamelcontainers, waarbij minicontainers in het buitengebied behouden blijven. Dit heeft met name te maken wegens grote afstanden van huishoudens naar verzamelcontainers in het buitengebied.

ROVA schat, op basis van ervaringen elders, dat de hoeveelheid restafval bij invoering van Omgekeerd inzamelen fase 2 afneemt met 10 kg tot 15 kg per inwoner per jaar - een reductie van ong. 8 tot 18 %.

Kosten In tabel 4 wordt een indicatie gegeven van de kosteneffecten van de invoering van omgekeerd inzamelen fase 2. Voor de kostenindicatie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: o Totaal aantal aansluitingen: ± 7.895 aansluitingen o Aantal aansluitingen buitengebied: ± 1.500 aansluitingen (inzameling met minicontainer) o Aantal aansluitingen exclusief buitengebied : ± 6.395 aansluitingen. o Uitgaande van ongeveer 100 aansluitingen per ondergronds verzamelsysteem, zijn er 64 containers benodigd. Momenteel zijn er reeds 39 in gebruik, dus moeten er 25 worden bijgeplaatst. o Geschatte reductie tussen 10 kg en 15 kg restafval per inwoner per jaar. o Er wordt tussen 2 en 7 kg pmd per inwoner méér ingezameld bij aanpassing van het systeem. Tabel 4 – Indicatieve kosteneffecten bij invoering Omgekeerd inzamelen fase 2. Huidige inzameling:

Omgekeerd inzamelen fase Omgekeerd inzamelen fase 2 2

Omgekeerd inzamelen laagfrequent (1 x 6 weken) Structurele kosten Kosten inzameling Kosten inzamelmiddelen Verwerkingskosten Totaal jaarlijkse kosten

Reductie 15 kg restafval

€

70.000 €

74.000 €

74.000

€

107.000 € € 177.000 €

136.000 € -41.000 € 169.000 €

136.000 -66.000 144.000

€ €

-8.000 € -1,01 €

-33.000 -4,18

€

Verschil kosten Verschil kosten per aansluiting Indicatie eenmalige kosten plaatsing 25 ondergrondse containers

Reductie 10 kg restafval

€ 125.000

6.3 Gescheiden inzameling gft hoog- en gestapelde bouw In de gemeente Heerde wordt gft op dit moment niet gescheiden ingezameld bij hoog- en gestapelde bouw. Zoals in hoofdstuk 2 is benoemd, belandt er nog steeds veel gft in het restafval. ROVA adviseert de gemeente Heerde daarom om huishoudens in de hoog- en gestapelde bouw (verder genoemd: hoogbouw) te faciliteren in het scheiden van gft - alleen indien de respons (kwantiteit), kwaliteit en reinheid wordt gewaarborgd.

Wettelijk kader Aanleiding voor veel gemeenten om werk te maken van de gescheiden inzameling van gft bij hoogbouw zijn enkele Europese en nationale wetswijzigingen. In 2018 is de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen gewijzigd, wat onder andere heeft geresulteerd in het Besluit Gescheiden Inzameling Huishoudelijke Afvalstoffen, dat per 1 juli 2020 in Nederland is ingegaan. Op basis van de Wet Milieubeheer (art. 10.21, lid 2) hebben gemeenten de verplichting om gft afval afzonderlijk in te zamelen, ook bij hoogbouw. Waar eerst een uitzondering op gescheiden inzameling kon worden gemaakt ‘in het belang van doelmatig beheer’, is een uitzondering nu enkel mogelijk indien de inzameling van gft technisch niet haalbaar is of buitensporig hoge kosten met zich meebrengt. Gebleken is in andere (vergelijkbare) gemeenten dat het inzamelen van gft bij hoogbouw technisch haalbaar is en geen buitensporig hoge kosten met zich meebrengt.

Uitgangspunten ROVA adviseert om de inzameling van gft bij hoog- en gestapelde bouw volgens de volgende uitgangspunten vorm te geven:

• • • • • • •

• • • •

Alle hoogbouw wordt gefaciliteerd met een gft-in-behuizing (met toegangscontrole) of gft-in-beugel (zonder toegangscontrole) in de verhouding 70/30. Als richtlijn wordt 1 inzamelvoorziening per 33 aansluitingen geplaatst;4 De deelvoorziening wordt wekelijks (in een separate gft hoogbouwroute) geledigd; De deelvoorziening wordt 13 keer per jaar gereinigd; De kwaliteit van het ingezamelde gft wordt per voorziening, bij elke inzamelronde geregistreerd; Er geldt een kwaliteitsprotocol waarbij wordt ingegrepen d.m.v. interventies bij containers die de helft van de inzamelrondes per kwartaal vervuild zijn. Indien er geen verbetering in de kwaliteit van het gft wordt bewerkstelligd, wordt een container afgesloten of verwijderd; De gemeente en ROVA maken aanvullend afspraken over (de financiering) van interventies bij structurele vervuiling. Uitvoering van interventies vindt plaats in samenspraak met de gemeente. ROVA adviseert om een draagvlakdrempel te hanteren voor de gft-in-beugel waarbij per complex 20% van het aantal aansluitingen vooraf aangeeft mee te willen doen met de gft-voorziening; ROVA adviseert om voor de gft-in-behuizing de draagvlakpeiling te gebruiken om de adressen aan te sluiten die hebben aangegeven mee te willen doen; Voor hoogbouw waar nu wordt ingezameld via een losse (evt.

gedeelde) minicontainer, adviseert ROVA om deze container in te nemen en over te gaan op een gft-in-beugel of -behuizing. Er wordt in principe geen keukenmanagementset uitgereikt;

In tabel 5 wordt een overzicht van de geprefereerde inzamelmiddelen voor hoogbouw en het effect op milieu, service en kosten weergegeven. Voor de beste resultaten adviseert ROVA het integrale gebruik van een gft-inbehuizing. Tabel 5. Overzicht inzamelmiddelen voor gft hoogbouw Type bouw Inzamelfreq. Gft-deelbeugel

Gft-in-behuizing

Complexgebonden hoogbouw en geclusterde losse hoogbouw Complexgebonden hoogbouw in gebied met passanten zoals winkelcentra

Milieu

Service

Kosten

1 x per week

Hoger risico op vervuiling

Beperkte service, brengafstanden

Relatief lagere kosten p.a.

1 x per week

Redelijk goede kwaliteit gft

Beperkte service, vaak brengafstanden

Relatief hogere kosten p.a.

Milieu We schatten de inzamelpotentie van gft bij hoogbouw op bijna 5 kilo per week per hoogbouwaansluiting. Dit komt neer op tussen de 100 en 110 kg gft per inwoner of tegen de 250 kg per aansluiting per jaar (op basis van gemiddelde woningbezetting van 2,4 inwoners per aansluiting). Op basis van het geschatte aantal hoogbouwaansluitingen in Heerde is dit in potentie ongeveer 10 kg gft per inwoner per jaar. De verwachting is dat niet elk individueel huishouden het gft zal gaan scheiden. Daarnaast is de woningbezetting bij hoogbouw vaak lager dan bij laagbouw. Dit in ogenschouw nemende, doen we de aanname dat deze kilo’s gft op dit moment nog volledig bij het restafval meegaan en straks gescheiden als gft wordt ingezameld. Dan kan dat dat in potentie een daling betekenen van de hoeveelheid restafval tussen 6% en 12 %, t.o.v. de totale hoeveelheid restafval over 2024. Dit komt neer op tussen 5 kg en 10 kg restafval per inwoner per jaar.

4 Gebaseerd op ervaringen in andere gemeenten. Na positieve besluitvorming van college/raad voor invoering van integrale inzameling van gft

bij hoogbouw, worden de definitieve locaties van inzamelvoorzieningen geïnventariseerd en vastgesteld. Van deze richtlijn kan indien benodigd worden afgeweken.

In de praktijk zal moeten blijken of deze hoeveelheid werkelijk wordt behaald.

Kosten In tabel 6 wordt een indicatie gegeven van de kosteneffecten van de invoering van de inzameling van gft bij hoogbouw. Hierbij zijn de volgende aannames en uitgangpunten zijn gehanteerd: • Het geschatte aansluitingen hoogbouw per 1-1-2027, zijnde 800; • Gemiddeld 1 inzamelvoorziening per 33 hoogbouwaansluitingen. Daarmee komt het totale aantal benodigde voorzieningen op 25 voorzieningen; • Van de 25 inzamelvoorzieningen zullen 7 inzamelvoorzieningen gft-deelbeugels zijn en 18 gft-inbehuizing.

Tabel 6. Indicatieve kosten bij invoering van de inzameling van gft bij hoogbouw

Structurele kosten Kosten inzamelmiddelen

€ 20.000

Kosten inzameling en reiniging

€ 31.000

Verwerkingskosten

€ -5.000

Totale kosten

€ 46.000

Totale meerkosten per aansluiting

€ 5,79

Eenmalige kosten Kosten plaatsing 25 verzamelsystemen gft

€ 10.400

De hierboven vermelde jaarlijkse meerkosten per aansluiting zijn van toepassing op alle aansluitingen in de gemeente en dus niet alleen op de hoogbouwaansluitingen.

Vervolg Nadat de gemeente heeft besloten om de inzameling van gft bij hoogbouw in te voeren, wordt deze wijziging projectmatig (onder leiding van het projectenbureau van ROVA) ingeregeld. In deze stap wordt de werkelijke situatie omtrent hoogbouw geïnventariseerd en de daadwerkelijke locaties van de voorzieningen bepaald. Dit gebeurt altijd in overleg en in afstemming met de beleidsambtenaar van de gemeente met plaatselijke kennis (ook kadastraal).

6.5 Invoering GRIP-wagen ROVA is gevraagd om een uitwerking te maken van de invoering van de GRIP-wagen (GRondstoffen InleverPunt) in de gemeente Heerde.

GRIP-wagen De GRIP-wagen is een aanvullende service op voorzieningen zoals het afvalbrengstation Lagemaat. Bij de GRIPwagen kunnen kleine hoeveelheden (‘een boodschappentas vol’) van de volgende stromen worden gebracht: • Elektrische apparaten, waaronder lampen • CD/DVD’s • Harde kunststoffen • Hout & puin • Kaarsvet

• • • •

Klein chemisch afval Metalen Piepschuim Vlakglas

Milieu De ervaring van de GRIP-wagen in andere gemeenten is dat er gemiddeld ongeveer 1,7 kilo tot 5 kg per aanbieder aan materiaal wordt gebracht bij de GRIP-wagen. Het is lastig in hoeverre de inzet van de GRIP-wagen zorgt voor een reductie van de hoeveelheid restafval. Uit de evaluatie van de GRIP-wagen in Zwolle bleek dat er in theorie een reductie van ongeveer 0,71 kg per inwoner per jaar kan worden gerealiseerd. Echter, de ingezamelde grondstoffen bij de GRIP-wagen worden niet per definitie bij het restafval worden gestort.

Service Naast milieuwinst heeft de GRIP-wagen voordelen op het gebied van service. De GRIP-wagen is relatief dichtbij huis en makkelijk toegankelijk. Voor aanbieders is het prettig dat verschillende grondstoffen op dezelfde locatie kunnen worden ingeleverd en dat ze voor kleine hoeveelheden niet in de auto hoeven te stappen om dit naar het milieubrengstation te brengen. Een belangrijke functie van de GRIP-wagen is daarnaast de persoonlijke benadering richting aanbieders, en daarbij de mogelijkheid om informatie en toelichting over afvalscheiding te geven. Inwoners komen veelvuldig bij de GRIPwagen langs voor informatie over afvalscheiding en recycling. Uit de evaluatie van de invoering van de GRIP-wagen in Zwolle is gebleken dat de geschatte verhouding aanbieders van grondstoffen en informatieverstrekking 60 – 40 is, waarbij natuurlijk ook de eerste categorie naast grondstoffen aanbieden ook informatie vraagt/krijgt.

Frequentie en standplaatsen GRIP-wagen In verband met de nodige opstel- en afbreektijd in verhouding tot het aantal inwoners/potentiële aanbieders achten wij het niet rendabel om de GRIP-wagen in de kernen/dorpen kleiner dan 3.000 inwoners op te stellen. In de praktijk hebben de grotere kernen een regiofunctie. Van deze regiofunctie gaan we ook uit voor de GRIPwagen, om daarmee een optimale balans tussen kosten, service en milieuwinst te maken. Voor gemeente Heerde adviseren we daarom om met de GRIP-wagen periodiek op standplaatsen in kernen van Heerde en Wapenveld te staan. Een centrale, goed toegankelijke locatie is voor het succes van de GRIP-wagen van belang. Met name locaties zoals marktpleinen bieden een groot bereik. ROVA stelt voor om de GRIP-wagen met onderstaande frequentie en uren te hanteren op betreffende locaties. Hierbij is rekening gehouden met benodigde reis-, laad- en lostijden: Plaats Heerde Wapenveld

Frequentie 1 x per 2 weken 1 x per 2 weken

Uren op standplaats 3 uur 3 uur

Kosten In tabel 7 zijn de indicatieve kosten weergegeven voor zowel een 2-wekelijkse als wekelijkse GRIP-wagen inzameling. ROVA is momenteel bezig met het verduurzamen van het wagenpark. Op een nader moment in de toekomst zal daarom worden overgegaan op een elektrische GRIP-wagen. In dat kader wordt bij de indicatieve kosten onderscheid gemaakt tussen gebruik van een voertuig op diesel of een elektrisch aangedreven voertuig.

Tabel 7. Indicatieve kosten bij invoering van de GRIP-wagen

1x per 2 weken op standplaats

Kosten diesel voertuig Kosten elektrisch voertuig

Totale kosten p/j € 20.000 € 25.000

Kosten per aansluiting p/j € 2,54 € 3,17

Totale kosten p/j € 40.000 € 50.000

Kosten per aansluiting p/j € 5,08 € 6,34

1x per week op standplaats

Kosten diesel voertuig Kosten elektrisch voertuig

Uiteraard kan de gemeente aangeven indien ze op méér of minder locaties willen staan, en wensen m.b.t. frequentie aangeven. ROVA kan hierop aangeven welke meer- of minderkosten met aangepaste dienstverlening zijn gemoeid. Indien de gemeente kiest voor invoering van de GRIP-wagen zal hierop een actuele planning en communicatieplan worden gemaakt, waarna een definitief kostenvoorstel wordt gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=a83e7f6d-bce1-4f85-b4db-46164f021370