7.3. Sv 2024-13 beantwoording aanvullende vragen PvdA en VVD, glyfosaat en andere pesticiden
Tekst van het document
Schriftelijke vragen Reg. Nr. 2024-13 Datum: Van: Aan: Onderwerp: Datum beantwoording: Behandeld in college van:
12-12-2024 Siebren Buist (PvdA) en Ton Kruithof (VVD) College Aanvullende vragen Glyfosaat en andere pesticiden 05-02-2025 29-01-2025
Toelichting Er is het nodige te doen over glyfosaat en pesticiden gebruik in de landbouw. Ook in onze gemeente speelt deze zorg is ons gebleken na het stellen van eerdere vragen hierover. Enkele aanvullende vragen: 1. In onze gemeente hebben we nog geen bollen-of lelieteelten, er zijn wel enkele plekken waar de grondslag geschikt is voor bollen-en lelieteelt. Deze specifieke teelten leveren namelijk de nodige extra nadelen op voor de gezondheid van mens en dier en daarnaast nadelen voor milieu en waterkwaliteit (oppervlaktewater en grondwater). We zouden dat op een eenvoudige wijze wellicht zo kunnen houden. Tellen die belangen niet mee in de het verwoorde standpunt van het college? 2. Is het college op de hoogte om welke percelen het gaat die geschikt lijken te zijn voor de bollenteelt? 3. Ondernemers die spuiten hebben een verantwoordelijkheid, ook jegens hun buren, voor het juist toepassen van middelen om de weilanden dood te spuiten. Dat geldt ook als het gaat om het behandelen van hun boomgaarden. Dit is tot nu toe geen onderwerp van gesprek geweest met de betrokken ondernemers. Het zou volgens ons goed zijn dat het college dat wel tot een gespreksonderwerp maakt. Is het college dat met ons eens? 4. Kan worden uitgelegd waarom er grenzend aan de bebouwing van het dorp Veessen geen spuitzones zijn ingesteld terwijl dat mogelijk wel had gekund? 5.
Heeft het college een actief voorlichtingsbeleid richting onze inwoners als het gaat om wat wel en wat niet mag als het gaat om het eigen spuitbeleid en dat van ondernemers ? 6. Is er een sluitende werkwijze m.b.t. toezicht en handhaving binnen de gemeente als er een melding komt aangaande het spuiten? 7. Klopt het dat bij toepassing van middelen op andere dan landbouwpercelen (bouwterrein/industriële percelen) er altijd een spuitzone wordt gehanteerd? 8. Kan het college uitleggen hoe zij de verhouding ziet tussen het tot nu toe gevoerde beleid in deze en het feit dat Heerde een Cittaslow gemeente is?
Namens de fracties van PvdA en VVD Siebren Buist en Ton Kruithof Op 14 januari 2024 zijn over dit onderwerp nog aanvullende vragen gesteld: De PvdA heeft al eerder vragen gesteld over de rol en de mogelijkheden van de gemeente als het gaat om het gebruiken van bestrijdingsmiddelen. De antwoorden zijn inmiddels ontvangen maar die zijn nog niet breed uitgezet vanwege nadere vragen onzerzijds. Medio december hebben de antwoorden op die eerste vragen geleid tot het stellen van aanvullende vragen. Recent hebben we een handleiding in handen gekregen over het zelfde voor onze inwoners belangrijke onderwerp. We zouden graag deze handleiding willen voegen bij de inmiddels ingediende aanvullende vragen. Vragen n.a.v.de handleiding: 9. We zijn benieuwd naar de visie van het college op deze handleiding. Wil het college ons daar deelgenoot van maken? 10. Ziet het college mogelijkheden om een of meer aanbevelingen over te nemen? Zo ja welke? Zo neen waarom niet? Antwoord 1. Als college zien en beseffen wij dat de teelt van bollen en lelies nadelen heeft voor de gezondheid van mens en dier, milieu en waterkwaliteit. Om bepaalde teelten of spuitzones aan te passen of op te nemen is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Het opstellen van een omgevingsplan vraagt veel inzet van de ambtenaren en heeft een lange doorlooptijd (ca 2 jaar).
Daarbij komt dat niet alleen op bollen en lelies veel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Naast de teelt van bollen (zomerbloeiende lelie, gladiolen en tulpen) worden ook veel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt in de fruitteelt (appels en peren) en aardappelteelt1. College is van mening dat het voor ons als gemeente intensief en tijdrovend is om bepaalde teelten te verbieden of de spuitzones aan te passen. Tevens moet onderzocht en afgewogen worden of het beperken van de mogelijkheden voor ondernemers zorgt voor nadeelcompensatie (voorheen planschade). Deze afweging wordt gemaakt bij het opstellen van het omgevingsplan. 2. Voor bollen- is lichte grond (zand of lichte zavel) nodig die goed doorlatend is en tijdens het groeiseizoen een lage grondwaterstand (lager dan 80 cm). In de gemeente Heerde komen dergelijke gronden met name de Veluweflank en de Oeverwal voor. In het Weteringengebied komen ook enkele percelen voor, bijvoorbeeld rond de Kerkdijk. 3. het college zal het onderwerp agenderen voor het eerstvolgende overleg met de agrarische sector in het voorjaar van 2025 4. Per 1 januari 2024 heeft iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Dit wordt het tijdelijk omgevingsplan genoemd.
Dit tijdelijk omgevingsplan bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten (vooral de voormalige bestemmingsplannen) en uit rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). De spuitzones zijn destijds niet in alle voormalige bestemmingsplannen opgenomen. O.a. niet in het bestemmingsplan voor de kleine kernen Hoorn, Veessen en Vorchten, maar wel in de bestemmingsplannen voor het buitengebied (Buitengebied-West en Buitengebied-Oost).
1 Intensieve teelten op de website van Compendium voor de Leefomgeving
2/3
5. De gemeente Heerde gebruikt zelf geen chemische middelen in het openbaar groen, al is het pleksgewijs wel toegestaan. De medewerkers van de gemeente zijn hiervan op de hoogte en gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen. We constateren wel dat invasieve exoten, zoals de Japanse duizendknoop, moeilijk te bestrijden zijn zonder gebruik van chemische middelen. Het niet toepassen van chemische bestrijdingsmiddelen prevaleert boven pleksgewijze bestrijding. Bij de verhuur van grond aan derden is opgenomen in de contracten “chemische onkruidbestrijding is verboden”. Over het spuitbeleid van ondernemers communiceert de gemeente niet actief. De ondernemers dienen zich aan de wet te houden. 6. Zoals in de beantwoording van vragen 2024-11 al is aangegeven is er nog geen melding hierover binnen gekomen. Een melding over het spuiten is een melding op het gebied van milieu en wordt doorgezet naar het omgevingsloket. De omgevingsdienst gaat vervolgens aan de slag met deze melding. 7. Zoals bij vraag 5 aangegeven gebruikt de gemeente geen chemische bestrijdingsmiddelen. Ook niet op bouwterreinen of industriële percelen. De eigenaren en gebruikers mogen zelf chemische middelen gebruiken mits wettelijk toegestaan. 8. Cittaslow richt zich op de mens in een duurzame omgeving; kwaliteit van leven voor inwoners, bezoekers en ondernemers.
De filosofie gaat over goede kwaliteit van voedsel, maar juist ook over duurzaamheid, gastvrijheid en sociale diensten. Een nieuw soort landbouw (agro ecologie) en een ethische manier van consumeren worden ondersteund. Het doel van Cittaslow is het behouden van de identiteit en de sociale cohesie van de gemeenschap te benutten2. Daarbij past het terughoudend omgaan met chemische bestrijdingsmiddelen. In onze omgevingsvisie hebben we dit als volgt verwoord (pagina 33): “Een vitaal water- en bodemsysteem betekent dat we binnen onze mogelijkheden streven naar beheer zonder bestrijdingsmiddelen en vermesting.” 9. Het rapport waarnaar verwezen wordt betreft de gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen van Natuur& Milieu en Urgenda (bijlage 2). Bij het beantwoorden van voorgaande vragen heeft de gemeente deze handleiding geraadpleegd. En heeft de aanbevelingen beoordeeld. Zie hiervoor de beantoording van vraag 10 10. De mogelijkheden voor regulering van bestrijdingsmiddelen door de gemeente zijn in het rapport schematisch weergegeven op pagina 7. Wat betreft de aanpassingen van het omgevingsplan is al bij vraag 1 aangegeven dat dit een tijdrovende activiteit is. Wanneer er een nieuw omgevingsplan opgesteld wordt zal dit onderwerp meegenomen worden in de afwegingen. Wat betreft maatwerkvoorschriften gaat het om specifieke voorschriften voor een specifieke locatie.
Het college is van mening dat we zeer terughoudend moeten omgaan met het opleggen van maatwerkvoorschriften. In specifieke gevallen waarbij de noodzaak erg groot is kan dit overwogen worden. Wat betreft de verpachting en verkoop van gronden past het om afwegingen hierover te maken in het nieuw op te stellen grondbeleid (verwacht tweede helft 2025) Bijlage: 1. 2024-11 beantwoording vragen PvdA en VVD 2. Gemeentelijke handleiding Regulering Bestrijdingsmiddelen NatuurMilieu Urgenda
2 Bron: Filosofie - Cittaslow
3/3