CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

7.3. BP_Toelichting

Raadscommissie 18 september 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde15.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VA

VA 277

3

Vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 3 4 5 5

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Beschrijving van het plan Huidige situatie Het toekomstige erf

6 6 7

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleid Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie beleid

12 12 13 15 17

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Milieu- en omgevingsaspecten Algemeen Bodem Water Erfgoed Flora en fauna Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Geur Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets

18 18 18 19 20 22 24 25 26 27 28 32 32 33

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische plantoelichting Juridische aspecten Handhaving

35 35 36

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

38 38 38

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4

Procedure en overleg Procedurestappen Vooroverleg Omgevingsproces Zienswijzen

39 39 39 39 39

2

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens het erf aan de Wezeweg 12 te herontwikkelen in het kader van de regeling voor functieverandering van de gemeente Heerde. De initiatiefnemer is voornemens op dit perceel één nieuwe (schuur)woning te realiseren. Om deze plannen mogelijk te maken wil de initiatiefnemer graag gebruik maken van de functieverandering-regeling. In de beoogde ontwikkeling wordt circa 480 m2 (500 m2 incl. schuine dakvlakken) aan voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Een deel van de voormalige schuren wordt gerenoveerd en vervolgens gebruikt als bijgebouw. De bestaande boerderij en bakhuisje worden gerenoveerd en maken geen onderdeel uit van de sloopopgave vanuit de functieverandering-regeling. Positieve grondhouding en principebesluit De voorgenomen plannen zijn in een conceptplan voorgelegd aan de gemeente Heerde. Op 21 september 2021 heeft de gemeente besloten een positieve grondhouding aan te nemen voor het toepassen van functieverandering van het erf aan de Wezeweg 12. Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan "Ontwikkelingsgebieden. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen "Wonen" en "Tuin". Ter plekke van de nieuw te bouwen woning geldt de bestemming "Tuin" zonder bouwvlak. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de huidige bestemmingsregels, waardoor een afwijking noodzakelijk is.

In haar besluit stelt de gemeente dat de ontwikkeling mogelijk gemaakt wordt door een herziening van het vigerende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van Heerde. Het gebied rondom het plangebied heeft voor het landelijk gebied een relatief hoge bebouwingsdichtheid waarbij de erven door het landschap verspreid liggen. De omgeving kenmerkt zich hoofdzakelijk door voormalige agrarische erven waar veelal gewoond wordt. In figuur 1.1 is de globale ligging weergegeven en in figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven. De wijziging van het bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied aangeduid in figuur 1.2.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied

3

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Figuur 1.2: Begrenzing van het plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan "Ontwikkelingsgebieden". Binnen dit bestemmingsplan gelden de enkelbestemmingen "Wonen", "Tuin" en "Verkeer". De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van een nieuwe woning ter plekke van de bestemming "Tuin". De regels behorend bij deze bestemming laten de bouw van een woning niet toe. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan waardoor een herziening noodzakelijk is.

4

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Ontwikkelingsgebieden'

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Wezeweg 12, Heerde" bestaat uit de volgende stukken: toelichting (met bijlagen); verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.0246.617ONTWezeweg12-VA01); regels (met bijlagen). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de plansystematiek en de opzet van de regels. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan, zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, de inspraak en de procedure.

5

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

Huidige situatie

Ligging en omgeving Het plangebied ligt in een oud hoevenlandschap. Het plangebied is al sinds 1850 in gebruik en heeft sindsdien afwisselende vormen gekend. Het plangebied betreft een voormalig agrarisch erf met rondom tegen elkaar aangebouwde bijgebouwen. Het hoofdgebouw is voorzien van een rieten kap en wit gestucte stenen gevel. Dit gebouw is zeer gedateerd en in slechte staat door achterstallig onderhoud. Noordoostelijk van het hoofdgebouw staat een bakhuisje met gemetselde gevel en mulden dakpan. De overige bebouwing heeft een houten gevel en een dak van asbesthoudende golfplaten. Ten noorden van het erf ligt een bouwlandje bestaande uit weiland waarop langs de oostelijke perceelsgrens (op eigen terrein) een onverharde landweg is gelegen. Rond het bouwland liggen enkele woningen en ook de stedelijke uitbreiding van Heerde is noordoostelijk op relatief korte afstand aanwezig.

Figuur 2.1: Overzichtskaart huidige situatie

6

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Figuur 2.2: Weergave opstallen Wezeweg 12

Beplanting Erfbeplanting is aanwezig met onder andere een treurwilg, conifeerhagen, wintergroene tuinheesters, enkele kersenbomen en een groentetuin. Het erf grenst westelijk tegen de erfbebouwing van de buren. Ten zuiden van het erf ligt een kleine veeweide. De ontsluitingsweg van de (westelijk) naastgelegen woningen sluit via het plangebied aan op de doorgaande openbare weg. Ontsluiting Het plangebied is van oudsher georiënteerd op de Wezeweg en heeft daar dan ook een inrit.

2.2

Het toekomstige erf

Landschappelijke inpassing De gewenste ontwikkeling gaat gepaard met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door sloop van de agrarische schuren maar ook door een goede landschappelijke inpassing. Daarom is door ontwerpbureau Luijendijk een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in Bijlage 2 Inrichtingsplan behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt de nieuwe erfinrichting beschreven. In het plan wordt ingezet op het weer herkenbaar maken van het erfensemble aan de Wezeweg. De bestaande markante treurwilg blijft behouden. Daarnaast wordt de landschapsstructuur hersteld door middel van erfbomen, een singel en landelijke hagen op en rond het erfensemble. Het erfensemble wordt versterkt met erfbeplanting zoals erfbomen, fruitbomen en landelijke hagen. Op het noordelijk gelegen oude bouwland, van oudsher bij de boerderij behorend, blijft de openheid behouden. In figuur 2.3 is het nieuwe landschappelijke raamwerk weergegeven.

7

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Figuur 2.3: Beoogd landschappelijk raamwerk

Bebouwing In de beoogde ontwikkeling wordt circa 480 m2 (500 m2 incl. schuine dakvlakken) aan voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Hiermee onstaat het "recht" voor de bouw van een nieuwe woning incl. bijgebouw. De bestaande boerderij en bakhuisje worden gerenoveerd en maken geen onderdeel uit van de sloopopgave vanuit de functieverandering-regeling. Deze bestaande rechten blijven behouden en maken geen onderdeel uit van het maximum oppervlak aan bijgebouwen. De agrarische ontsierende opstallen worden verwijderd behoudens een gedeelte van de zuidelijke schuur, welke wordt gerenoveerd. Deze schuur doet in de nieuwe situatie dienst als bijgebouw voor de beide woningen. De schuur wordt tevens voorzien van zonnepanelen zodat de benodigde energie van de woningen op eigen erf opgewekt wordt. Het erfensemble wordt versterkt met de bouw van een schuurwoning (nummer 4 in onderstaande figuur). De schuur en schuurwoning zijn in vorm en uitstraling ondergeschikt aan de hoofdwoning. Uitgangspunten bestaande, te behouden, bijgebouwen: Het aanwezige bakhuisje is karakteristiek.

De karakteristieke kenmerken van het bakhuisje dienen bij renovatie behouden te blijven: Eenvoudige vorm met zadeldak en latere uitbouw; Gevel van schoon metselwerk met spatrand van cement; Dakbedekking bestaande uit grijze mulden dakpan; Houtwerk zoals windveren en raamkozijnen zijn gecombineerd wit en groen geschilderd; De gedeeltelijk te behouden schuur heeft een sobere en ingetogen uitstraling en is ruimtelijk ondergeschikt aan de

8

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

hoofdwoning. De buitengevel is voorzien van plaatwerk en hout met gedekte tinten, de dakbedekking is voorzien van golfplaten. Dit karakter dient bij renovatie behouden te blijven: Behoud eenvoudige vorm van zadeldak; Dakbedekking (reeds) voorzien van nieuwe donkere dakplaten; Mogelijkheid tot gebruik van donkerkleurige PV-panelen op de zuidelijke dakhelling; Gevelwerk uitvoeren met zwart gebeitst of anderzijds gedekte tint houten begeveling; De nieuwe woning voldoet aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan.

Figuur 2.4: Invulling van het nieuwe erf met daarop de nieuwe schuurwoning

9

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Figuur 2.5: Referentiebeelden nieuwe woning

Maatschappelijke meerwaarde

10

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Om de (maatschappelijke) meerwaarde van voorliggende initiatieven nader vorm te geven heeft de gemeente de 'leidraad initiatieven' vastgesteld. Hier wordt het brede begrip 'maatschappelijke meerwaarde' nader uitgewerkt. Anders dan de taalkundige betekenis van het woord wordt de maatschappelijke context hier breder getrokken en verklaard de leidraad de volgende meerwaarden van toepassing, ressorterende onder het moederbegrip: Ruimtelijke meerwaarde: Onderdelen van de ruimtelijke meerwaarde zijn: landschap, architectuur, stedenbouw, verkeer, milieu, ecologie en erfgoed: Binnen het plan wordt veel landschapsontsierende bebouwing geamoveeerd. Hiermee wordt tevens ingezet op een betere architectuur en wordt ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt, wat zich vertaald in een goede stedenbouwkundige invulling en meerwaarde ten aanzien van natuur en ecologie. Sociaal-maatschappelijke meerwaarde: De leidraad geeft onder meer een voorbeeld ten aanzien van de leefomgeving. Door het voorgestelde initiatief zal de leefomgeving verbeteren, daar de ruimtelijke kwaliteit verbeterd en ecologie toeneemt. Ook vormt het goede mogelijkheden voor een direct wandel- en fietsrondje vanaf de nieuwbouwwijk 'De Bovenkamp'. Hiermee vormt dit plan een grote sociaal-maatschappelijk toevoeging voor de bewoners van die wijk.

Economische en recreatieve meerwaarde: het betreft de mate waarin de lokale en regionale economie gestimuleerd en versterkt wordt. Onderdelen van economische en recreatieve meerwaarde zijn: welvaart, werkgelegenheid, toename van bezoekers, versterking van recreatie, toename van bestedingen en lokaal ondernemerschap: Hoe klein de ontwikkeling ook relatief is, desalniettemin vindt er een aanzienlijke sloop plaats en wordt er een nieuw woning gebouwd. Daar de schaal beperkt is wordt dit logischerwijs gerealiseerd door lokale partijen, hetgeen goed is voor de werkgelegenheid en bestedingen. Ten aanzien van recreanten geldt meer en meer dat zij liever een mooi landschap met verspreide huizen zien dan een vervallen voormalig agrarisch erf waardoor de recreatieve waarde van het omliggende gebied toeneemt. Zie hiertoe ook het vorige punt. Maatschappelijk aanvaardbare meerwaarde: In lijn met het vorige punt wordt onder maatschappelijke meerwaarde vooral verstaan hoe de lokale gemeenschap profiteert. Dit kan zijn door het bieden van bepaalde gemeenschapszin of betrokkenheid, maar ook door de samenwerking met lokale ondernemers. Er is een makelaar en adviseur betrokken, een sloop- en bouwbedrijf moet zijn werk verrichten en ook de gemeente heeft in financiële zin baat bij de exploitatie.

De maatschappelijke aanvaardbare meerwaarde van het initiatief vindt zijn oorsprong daarmee in de attractiviteit van het gebied en de economische samenwerking met de ondernemers. Duurzame meerwaarde: Duurzaamheid is een begrip wat breed uitlegbaar is. De leidraad formuleert hiertoe bijvoorbeeld ecologische meerwaarde en de blijvende uitvoerbaarheid. Er worden veel ecologische verbeteringen aangebracht op het perceel en de netto-hoeveelheid natuur en groen nemen toe. Woningen worden tegenwoordig verplicht duurzaam gebouwd, maar daarmee zijn deze wel duurzaam en komen er middelen beschikbaar om niet duurzame gebouwen te slopen. Binnen dit plan wordt extra ingezet op duurzaamheid door de bestaande bedrijfswoning grondig te renoveren te plaatsen, wat geen beleidsvoorwaarde is maar wel bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstelling. Bovenal wordt er vooral ingezet op een duurzame schuurwoning. Het bijgebouw leent zich met name voor de toepassing van zonnepanelen, die door noord-zuid opstelling hiertoe zeer geschikt is. Zo kan duurzaamheid bereikt worden zonder afbreuk te doen aan het erfensemble.

11

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid en regelgeving

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.

12

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

3.1.3

Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.

Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Bij voorliggend plan wordt één nieuw woning gerealiseerd. Dit is minder dan 11 woningen, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de behoefte van de ontwikkeling niet nader onderbouwd hoeft te worden.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

De provincie kiest er in haar Omgevingsvisie Gaaf Gelderland voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Duurzame economische structuur Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om krachtige steden en vitale dorpen met voldoende werkgelegenheid. Het verbeteren van de economische structuur is een belangrijke opgave voor de Gelderse samenleving. De komende jaren zullen minder in het teken staan van denken in termen van 'groei' en meer in termen van 'beheer en ontwikkeling van het bestaande'. De versterking van de economie vergt een andere aanpak.

Dat betekent vooral dat de provincie zich met haar partners richt op: kansen bieden aan bestaande en nieuwe bedrijven; het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's; het creëren van een goede bereikbaarheid van de stedelijke gebieden en de economische kerngebieden met fiets, openbaar vervoer en auto maar ook digitaal; het versterken van ruimtelijke randvoorwaarden voor de sterke (top)sectoren en het verbeteren van de kennisinfrastructuur; een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor cultuurbeleving; een adequaat beheer (kwaliteit en kwantiteit) van bestaande en eventueel nieuwe woongebieden, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel in Gelderland. Borgen van kwaliteit en veiligheid Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap in Gelderland, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodem- en watersysteem. De provincie zet daarom in op het waarborgen en op het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland.

De realisatie van deze tweede centrale doelstelling betekent vooral: ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap; een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed; een gezonde en veilige leefomgeving; een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor beleving, bereikbaarheid en toegankelijkheid van cultuur, natuur en landschap.

13

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt aan de westelijke zijde gedeeltelijk in een grondwaterfluctuatiezone. In deze zone staat het op peil houden van de grondwaterstanden voor een gezonde en veilige omgeving voorop. In deze zone is ook ruimte voor de ontwikkeling van natuur, landbouw en biodiversiteit. Ladder voor duurzaam ruimtegebruik Bij ruimtelijke initiatieven is de uitdaging de match te maken tussen de kwaliteiten van het betreffende initiatief en de kwaliteiten van de plek of het gebied waar het initiatief speelt. De Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. De Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik vervangt het beleid van de woningbouwcontour en de zoekzones. Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande bebouwing te benutten bij het overwegen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad.

Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied?

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In de voorgenomen ontwikkeling wordt er aan het erf aan de Wezeweg 12 een fors oppervlak aan landschapsontsierende opstallen gesloopt. Daarnaast wordt er een nieuwe woning gerealiseerd én een bestaand bijgebouw op een duurzame manier gerenoveerd. Daarnaast past deze ontwikkeling bij de doelen van Gelderland omdat onder andere diverse investeringen in ruimtelijke kwaliteit (zie hoofdstuk 2) op het erf aan de Wezeweg 12 plaatsvinden. Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen van de grondwaterfluctuatiezone. Tot slot wordt met het plan aangesloten op het provinciale kwalitatieve ruimtelijk beleid. Er vindt “ontwikkeling met kwaliteit” plaats. Op regionaal niveau wordt met dit plan rekening gehouden met de transitieopgaven in het landelijk gebied door de sloop van een aantal landschapsontsierende bedrijfsgebouwen.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening Gelderland vormt de juridische doorwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. Voor de niet-grondgebonden landbouw stuurt de verordening op een 'plussenbeleid' (bovenwettelijke maatregelen) bij uitbreidingen. Eén en ander volgens door de gemeenten/regio's nader uit te werken beleidskaders. Het erf aan de Wezeweg behoort tot het Nationaal Landschap buiten Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone (GO) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Nationaal Landschap buiten Gelders Natuurnetwerk ( artikel 2.56 Verordening) Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Het erf aan de Wezeweg ligt in het Nationaal Landschap de Veluwe. Dit landschap is onderverdeeld in diverse deelgebieden, het plangebied behoort tot het deelgebied Gradiënt Oost-Veluwe. Dit gebied is de fraaie en beleefbare gradiënt van Veluwe naar IJssel. Het landschap loopt hier geleidelijk over van besloten boslandschap in het westen via kleinschalig met houtwallen (ten westen van het Apeldoorns kanaal) naar grootschalige openheid in het oosten. De volgende kenmerken zijn typerend voor dit gebied: Dorpen op de Veluweflank, op loopafstand (één uur gaans) van elkaar (o.a. Epe, Heerde). Landgoederen langs de westrand, grondgebonden landbouw. Sterk microreliëf door oost-west gerichte ruggen.

14

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Cultuurhistorisch erfgoed zoals de sprengen, watermolens, Apeldoorns kanaal. Open essen en broekgebieden.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In de voorgenomen ontwikkeling wordt één nieuwe woning gebouwd op een voormalig agrarisch erf. De randen van het erf worden landschappelijk ingepast. Het betreft hiermee een ontwikkeling op erfniveau, waarmee het open karakter van het omliggende landschap behouden blijft. De ontwikkeling belemmert omliggende grondgebonden landbouwbedrijven niet in hun ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling aan de Wezeweg voldoet derhalve aan de regels die de Omgevingsverordening stelt.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie en structuurvisie Heerde 2025

De Structuurvisie gemeente Heerde 2025 is opgesteld om sturing te geven aan de maatschappelijke en economische ontwikkelingen van Heerde. De Structuurvisie Heerde 2025 is een nadere uitwerking van de toekomstvisie van de gemeente Heerde (uit 2009). De visie is in 2017 geactualiseerd. De structuurvisie Heerde 2025 heeft betrekking op het volledige grondgebied van de gemeente Heerde. Op basis van de aanwezige gebiedskwaliteiten worden, in navolging van de toekomstvisie, drie zones onderscheiden. Het plangebied aan de Wezeweg 12 is gelegen in 'Zone 2 - Nieuwe zakelijkheid en gezondheid'. Deze zone wordt gezien als de economische zone tussen Heerde en Wapenveld. De nadruk in de ontwikkelingen binnen deze zone ligt met name op het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de zone als woon-, werk- en leefgebied en het benutten van kansen op het gebied van leefstijl, gezondheid en zorg met respect voor de omgeving. Woningbouw is toegestaan mits er sprake is van functieverandering, woningsplitsing, nieuwe landgoederen of zorgcomplexen. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een functieveranderingsproject, waarbij een agrarisch bedrijf wordt omgevormd naar een woonfunctie. De voorgenomen ontwikkeling ligt in lijn met de structuurvisie Heerde 2025.

3.3.2

Woonvisie Heerde

Als Cittaslow gemeente hecht Heerde veel waarde aan een hoge kwaliteit van leven en een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving. De Woonvisie Heerde kan niet worden losgezien van de Structuurvisie Heerde 2025. In lijn met deze visies is het van belang dat ontwikkelingen bijdragen aan een betere kwaliteit van de leefomgeving én positieve effecten heeft op de kwaliteit van leven. Het is van belang dat er voor de juiste doelgroep woningen worden toegevoegd, hiertoe is een marktanalyse uitgevoerd. Marktanalyse De trend in de omgeving van Heerde is dat meerdere partijen op zoek zijn naar courante betaalbare (nieuwbouw) woningen in het buitengebied. De krapte op de woningmarkt maakt het dat het voor steeds meer huishoudens moeilijker wordt een geschikte, laat staan droomwoning, te vinden. Dat verklaart ook de trend waarbij eerst wordt gekocht en daarna pas verkocht. Momenteel wordt een groot deel van alle nieuwbouw gekocht door een doorstromer, een huishouden dat een koopwoning achterlaat. De trend is dat meerdere van die doorstromers opzoek zijn naar (nieuwbouw) locaties in het buitengebied, maar wel in de nabijheid van de faciliteiten zoals scholen, sportverenigingen, winkels, e.d.. Daarbij zien wij dat steeds meer mensen opzoek zijn naar onderhoudsarme en energiezuinige woningen en dat mensen steeds bewuster worden van milieuvriendelijk bouwen.

Het aanbod Veel objecten die momenteel te koop zijn in het buitengebied omvatten vaak oudere gebouwen waar, bovenop de koopprijs, nog veel kosten gemaakt moeten worden voor renovatie en sanering van asbest. De huidige normen voor financiering maken het lastig om deze extra kosten te kunnen financieren, vandaar dat een groot deel van deze locaties onverkoopbaar blijft. Met als gevolg fysieke achteruitgang van gebouwen gepaard gaande met achteruitgang van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Onderhoud plegen aan leegstaande gebouwen is namelijk geen optie meer. Nieuwe woningen in het buitengebied geven een positieve impuls aan de ruimtelijke kwaliteit en aan de leefbaarheid van het buitengebied.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie

15

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Bovenstaande betekent dat het huidige aanbod, door de hoge extra kosten, niet aansluit bij de vraag die zich voordoet. De grootste blokkade die zich hier voordoet zijn de hoge kosten voor sloop, renovatie etc. In voorgenomen ontwikkeling neemt de initiatiefnemer deze blokkade uit de weg, door zelf alle opstallen te saneren en het erf te voorzien van een kwaliteitsimpuls. Hiermee sluit het plan aan bij de woonvisie Heerde.

3.3.3

Woonagenda 2020-2023

De gemeente Heerde heeft in haar actuele woonbeleid vastgelegd in de Woonagenda 2020-2023. De provincie Gelderland stelt periodiek een huishoudensprognose (Primos bevolkingsprognose) op. Deze prognose geeft een goede indicatie van de verwachte woningbehoefte. In de periode 2017- 2032 wordt een extra woningbehoefte van 620 woningen voor de gemeente Heerde verwacht (ongeveer 41 woningen per jaar). Dit sluit goed aan bij de regionale en provinciale afspraken (350 tot 400 woningen tot 2027, oftewel een gemiddelde realisatie van tussen de 35 en 40 woningen per jaar). Onderstaand overzicht geeft de woningbouwaantallen voor de komende jaren weer. Binnen deze aantallen is er jaarlijks ruimte voor 24 initiatieven van de particuliere markt.

Figuur 3.1: Woningbouwprogramma Heerde 2020-2023 In de Woonagenda ontbreekt een duidelijke brandbreedte waarbij verwezen wordt naar de regeling Bijdrage sociale woningbouw. Dat maakt dat het niet duidelijk is, wat het percentage sociale woningbouw is dat wordt gehanteerd bij de bepaling van de bijdrage sociale woningbouw. Daarom iser een addendum opgesteld. Dit addendum heeft als doel om alsnog duidelijk te maken welk percentage sociale woningbouw wordt gehanteerd bij de invulling van woningbouwplannen en de bepaling van de bijdrage sociale woningbouw. Addendum bij Woonagenda 2020-2023 Met de vaststelling van de Uitvoeringsparagraaf 6.0 van de Structuurvisie Heerde 2025 is de Bijdrage sociale woningbouw en het bijbehorende Vereveningsfonds ingesteld. In bijlage 3 van de Uitvoeringsparagraaf 6.0 is de regeling “Bijdrage sociale woningbouw” uiteen gezet. De regeling laat zien op welke wijze en onder welke randvoorwaarden initiatiefnemers een bijdrage moeten leveren en/of kunnen onttrekken aan het Vereveningsfonds sociale woningbouw.

Onder sociale woonprogramma schaart de gemeente twee categorieën: sociale huurwoningen, met een huurprijs tot de huurliberalisatiegrens (€ 752,33 in 2021), dienen na oplevering te worden verhuurd als sociale huurwoning, voor de duur van minimaal 25 jaar; koopwoningen binnen het goedkope koop segment, waarbij wij in dit document een streefbedrag van € 150.000 v.o.n. voor een woning voor één- of tweepersoonshuishouden en € 180,000 v.o.n. voor eengezinswoning hanteren. Koopwoningen binnen het goedkope koop segment zijn niet duurder dan € 190.000 v.o.n. Bij alle ontwikkelingen die niet voldoen aan het beleidspercentage sociale woningbouw, zoals vermeld in de Woonagenda, verplicht de initiatiefnemer zich om te zoeken naar een alternatieve locatie voor de realisering van het sociaal woonprogramma, dan wel een financiële bijdrage te doen in het Vereveningsfonds sociale woningbouw. Een eventueel noodzakelijk bijdrage is gebaseerd op de meeropbrengst van de woningen die in plaats van het sociaal woonprogramma gerealiseerd worden. De berekening van de hoogte van de daadwerkelijke afdracht is afhankelijk van de omvang van het sociaal woonprogramma dat niet wordt gerealiseerd. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een particulier initiatief waarbij één vrijstaande woning wordt gebouwd.

De nieuw te bouwen woning voldoet niet aan de criteria voor sociale woningbouw, zoals vastgelegd in de Uitvoeringsparagraaf 6.0. Daarom doet de initiatiefnemer een afdracht aan de gemeente Heerde ten behoeve van sociale woningbouw elders in de gemeente. Hiermee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de gemeentelijke woningbehoefte.

16

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

3.3.4

Streekplanuitwerking regio Noord-Veluwe

In de streekplan uitwerking wordt beschreven dat het voor de Regio Noord- Veluwe van groot belang is dat de kwaliteit van het buitengebied behouden blijft én waar mogelijk verder ontwikkeld wordt. Hierbij gaat het zowel om de ruimtelijke, economische als om de sociale kwaliteiten (leefbaarheid). Om te voorkomen dat het buitengebied verrommelt en de leefbaarheid van het landelijk gebied achteruit zal gaan, bestaan er mogelijkheden voor hergebruik van vrijgekomen bebouwing via functieverandering of het opstarten van nevenactiviteiten. Wonen wordt gezien als geschikte vorm van hergebruik van vrijgekomen agrarisch bebouwing in het buitengebied. Herbouw is op basis van het streekplan mogelijk in één woongebouw (met daarbinnen meerdere wooneenheden), daarnaast worden in de streekplanuitwerking onder voorwaarden mogelijkheden gecreëerd voor de (her)bouw van een vrijstaande woning, afhankelijk van de locatie. De mogelijkheden die de regeling voor functieverandering biedt zijn afhankelijk van het gebiedstype. Functieverandering naar wonen Bij functieverandering naar wonen geldt dat maximaal 50% van de bebouwing mag worden gebruikt voor wonen. Bij een functieverandering naar wonen kan zowel hergebruik van bestaande bedrijfsgebouwen plaatsvinden als sloop en vervangende nieuwbouw.

Bij functieverandering naar wonen dient minimaal 500 m² aan voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt voor een nieuwe woning. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De initiatiefnemer is voornemens om één vrijstaande woning te realiseren en hiervoor 486 m2 in te zetten. De gemeente heeft ingestemd met dit aantal m2 in ruil voor één woning omdat er geen nieuw bijgebouw wordt gebouwd. De te slopen bebouwing en oppervlakte zijn op tekening vastgelegd (Bijlage 1 Sloopplan).De initiatiefnemer renoveert het voormalige bakhuis én een schuur. Deze schuur doet in de nieuwe situatie dienst als bijgebouw. De schuur wordt tevens voorzien van zonnepanelen zodat de benodigde energie van de woningen op eigen erf opgewekt wordt. Het plan past daarmee binnen de kaders van de streekplanuitwerking regio Noord-Veluwe.

3.3.5

Landschapontwikkelingsplan Van Veluwe Tot IJssel

Het landschap van de Veluwe tot de IJssel is aangemerkt als nationaal landschap. Een mooi aantrekkelijk landschap is belangrijk. Dit geldt voor zowel de burgers van de gemeente Heerde, de natuur als voor de vele mensen die de streek elk jaar bezoeken. Een fraai landschap is ook in economische zin van betekenis als vestigingsfactor voor bedrijven. Om dit landschap te bewaren en mooier te maken heeft de gemeente Heerde samen met de gemeenten Epe en Voorst een landschapsontwikkelingsplan (hierna LOP) opgesteld. In het LOP is er beleid opgesteld per landschapseenheid. Het plangebied ligt in het landschap ‘Oude bouwlanden en Dekzandruggen’. Hierin zijn de volgende beleidsambities relevant voor het plangebied Uitbreiding van de kleine kernen zal gericht worden op een betere landschappelijke inpassing door nieuwe, meer geleidelijke dorpsranden te maken. Dit kan door lijnvormig en ‘dorps’ te bouwen in lage dichtheden langs paden en wegen en deze te laten doorlopen in het omringende netwerk van paden. De nog resterende waardevolle open delen van oude bouwlanden moeten worden behouden. Het welstandsbeleid of de ambtelijke toetsing van het geheel van erf en gebouw wordt gericht op behoud van de landschappelijke kwaliteit van de oude akkers.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De ontwikkeling betreft een functieverandering van een voormalig agrarisch erf, waarbij de oude bebouwing wordt gesloopt en in dit geval twee woningen worden gebouwd. De ontwikkeling gaat gepaard met een investering van het landschap, welke is beschreven in Bijlage 2 Inrichtingsplan behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Daarbij wordt ook een bijdrage geleverd aan de beleidsambities 11, 12 en 13. Het plan past daarmee binnen de beleidskaders van het LOP Van Veluwe Tot IJssel.

3.4

Conclusie beleid

In dit hoofdstuk is onderbouwd op welke wijze de ontwikkeling aan de Wezeweg past binnen de beleidsdoelstellingen op Rijks, provinciaal én gemeentelijk niveau. Uit de onderbouwing blijkt dat de ontwikkeling aan de Wezeweg in lijn is met de beleidsdoelstellingen van de drie overheidsorganen.

17

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf.

4.2.2

Onderzoek

Om te bepalen of de bodemkwaliteit passend is voor de nieuwe woonfunctie is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. De belangrijkste resultaten worden hierna beschreven. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is zwak tot matig grindig, zwak kiezelhoudend en plaatselijk zwak oer- of gleyhoudend. De bovengrond is plaatselijk zwak plastic- en glashoudend. Zowel de boven- als ondergrond zijn plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudend. Verder is de ondergrond plaatselijk zwak kolengruishoudend. In het opgeboorde materiaal van boring A06 is er geen oliewaterreactie waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. De bovengrond van MM02 (zintuiglijk schoon) is licht verontreinigd met kwik en PAK. De bovengrond uit MM01 (matig baksteenhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak plastichoudend) zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd.

4.2.3

Conclusie

De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

18

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

4.3

Water

4.3.1

Algemeen

Europees- en rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlakte waterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Op Rijksniveau is het Nationaal Waterplan het voornaamste beleidsplan. In december 2009 is dit plan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Waterplan Provincie Gelderland In het Provinciaal Waterplan 2010-2015 staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provincie brede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd.

Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water is voor bepaalde oppervlaktewateren vastgelegd of het een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewater is. Ook zijn voor die oppervlaktewateren ecologische doelen geformuleerd. Voor verbetering van de grondwaterkwaliteit zijn maatregelen opgenomen. Waterschap Vallei en Veluwe Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft het Waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene regels en Beleidsregels van het Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst.

Watertoets Belangrijk instrument om water belangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de water kwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

4.3.2

Onderzoek

Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over voorliggend plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De gehele watertoets is in Bijlage 3 Watertoets behorend bij de toelichting opgenomen. Hierop is het volgende naar voren gekomen: Beoordeling Op basis van de uitgevoerde watertoets blijkt dat er geen waterschapsbelangen geraakt worden. Er kan worden volstaan met een onderbouwing van het algemene aandachtspunten en aandachtspunten voor de grondwaterfluctuatiezone.

Algemene aandachtspunten

19

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. In het plangebied wordt een aanzienlijk oppervlak aan bebouwing gesloopt . Het oppervlak aan verhouding en bebouwing neemt dan ook aanzienlijk af. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om hemelwater te infiltreren. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG.

Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Dit advies wordt in de verdere planuitwerking meegenomen. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Voorliggend plan wordt uitgevoerd met bouwmaterialen die niet verontreinigd zijn.

Gebied specifieke aandachtspunten Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. In voorliggend plan wordt rekening gehouden met deze zone en wordt grondwaterneutraal gebouwd. Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen van de grondwaterfluctuatiezone.

4.3.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.4

Erfgoed

4.4.1

Archeologie

Algemeen Wet op de archeologische monumentenzorg In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologie vriendelijke alternatieven. Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, vallen de artikelen waarin de omgang met

20

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

archeologie in de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, nog in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Onderzoek De gemeente Heerde heeft een archeologische beleidskaart opgesteld. Aan de hand van de beleidskaart kan de gemeente beoordelen of er bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en nieuwe bestemmingsplannen een archeologisch onderzoek nodig is. De kaart maakt het dus mogelijk om zorgvuldig om te gaan met erfgoed en geeft duidelijkheid over de onderzoeksplicht. In onderstaande figuur is een uitsnede van de archeologische beleidskaart opgenomen, het plangebied ligt in de rode cirkel en heeft een hoge verwachtingswaarde. Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een verstoringsoppervlak groter dan 100 m2 en die dieper gaan dan 40 centimeter beneden maaiveld is archeologisch onderzoek verplicht. De voorgenomen werkzaamheden voorzien in de bouw van één woning zonder nieuw bijgebouw. Het bijgebouw wordt ondergebracht in een bestaande schuur welke wordt gerenoveerd en dienst doet als bijgebouw bij de twee woningen op het toekomstige erf. Gesteld wordt dat bij de bouw van één woning een verstoring van meer dan 40 cm over een oppervlak 100 m2 niet aan de orde is. Daarom wordt een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Figuur 4.1: Ligging plangebied (rode cirkel) in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarden

Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden de onderzoeksvrijstellingen niet overschreden waardoor een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

4.4.2

Cultuurhistorie

Algemeen In de visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed wordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 2011-2015. De moderne monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het Kabinet samenwerking met publieke en private partijen van belang. In de visie wordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken worden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische, sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter wordt uitgebaat. Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel

21

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

mogelijk vooraf kenbaar te maken en waar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafweging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedwaarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Rijk heeft gekozen voor vijf prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1. werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; 4. levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; 5. en wederopbouw: het tonen van een tijdperk. Onderzoek Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. De gemeente Heerde heeft haar cultuurhistorisch beleid uiteengezet in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Deze kaart bestaat bestaat uit 9 kaarten en een toelichting. De meest relevante kaart voor dit plan is waardenkaart 8 'Waardering historische Landschappen', waarin de gronden van het plangebied een gemiddelde waardering toegewezen hebben gekregen.

Figuur 4.2: Ligging plangebied (rode cirkel) in zone met gemiddelde cultuurhistorische waarden

Conclusie In de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande boerderij behouden. Daarbij worden er enkele landschapsontsierende opstallen gesloopt en één woning toegevoegd. Deze woning wordt gerealiseerd op de locatie van de voormalige opstallen. Daarnaast wordt het erf landschappelijk ingepast. Met deze ontwikkeling wordt het oude erfensemble versterkt, dit heeft een positief effect op de cultuurhistorische waarden van het erf en het omliggende landschap.

4.5

Flora en fauna

4.5.1

Algemeen

Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke

22

bestemmingsplan Wezeweg 12, Heerde

hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden. In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend.

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk 'soortbescherming': 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). 2. Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). 3. Nationaal beschermde 'andere soorten' (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet Natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een 'Nee, tenzij'- toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden.

4.5.2

Onderzoek

In november 2021 is door Natuurbank Overijssel een natuurtoets uitgevoerd. Hieronder volgen de conclusies uit het ecologisch onderzoek, voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 5 Flora en fauna onderzoek behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied en gebruiken het ook niet als foerageergebied. Er nestelen geen vogels in het plangebied maar vogels benutten het plangebied wel als foerageergebied. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=9d780f86-bc12-4771-9843-2db726f7cc8c