7.2b.2. Toelichting - Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg
Gemeente Heerde
Datum: 6 juni 2023 Projectnummer: 220264
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Aanleiding De m.e.r. –beoordeling
3 3
2
Kenmerken van het plan
6
2.1 2.2 2.4
Inleiding Beschrijving van het plan Overige kenmerken van het plan
6 6 7
3
Plaats van het plan
9
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
9 9 9
4
Kenmerken van het potentiële effect
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Inleiding Archeologie Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
15 16 17 19 19 21
5
Conclusie
23
Gebruikte onderzoeken/bronnen
25
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de oostkant van Wapenveld is na de eeuwwisseling de sprong over het kanaal gemaakt met de realisatie van de woonwijken Ossenkamp en De Kolk. De wijken zijn zich grofweg tussen de lintbebouwing aan de Kerkstraat en Werverweg gerealiseerd. Met de realisatie van deze wijken is binnen de bestaande bebouwingsstructuren van de oostkant van Wapenveld tussen de Werverweg en Zwartekolk een geïsoleerd agrarisch perceel ontstaan, te midden van een woonomgeving. Het voornemen bestaat om op dit geïsoleerde agrarische perceel woningbouw te realiseren. In het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’ zijn de gronden van het plangebied bestemd als ‘Agrarisch’. Een klein deel van het plangebied ligt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ en kent eveneens een agrarische bestemming. Om de beoogde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijn de wetgeving.
Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige plan blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan.
1.2
De m.e.r. –beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is 3
van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.
Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig plan (de realisatie van 23 woningen aan de Zwartekolk/Werverweg te Wapenveld) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De
4
drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 23 woningen. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 8.100 m2 Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r.
juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het plan in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
5
2 2.1
Kenmerken van het plan Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plan besproken. De aard en de omvang van het plan worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het plan Het voornemen bestaat om het geïsoleerde agrarische karakter van het plangebied in te wisselen voor een woningbouwontwikkeling. Zo wordt het plangebied meer verweven met haar omgeving. In het plangebied is ruimte voor het realiseren van maximaal 23 woningen. Het functionele programma binnen het stedenbouwkundig plan bestaat uit 10 twee-onder-één-kapwoningen woningen, 8 beneden-bovenwoningen en 5 vrijstaande woningen. Bij de invulling van het plangebied wordt rekening gehouden met de context van de locatie. De bestaande kwaliteiten en kenmerken uit de omgeving worden ingezet om de ontwikkeling ruimtelijk op een kwaliteitsvolle en gebiedseigen manier in te bedden. Zo zijn de gekozen groenzones in het plangebied een voortzetting van de bestaande groenzones direct ten noorden van het plangebied. Deze zones worden versterkt en zorgen voor een zorgvuldige aansluiting op de omgeving.
Stedenbouwkundig plan van beoogde ontwikkeling (bron: EVE Architecten).
6
3D-impressie van de beoogde ontwikkeling (bron: EVE Architecten).
2.3
Omvang van het plan Het functionele programma binnen het stedenbouwkundig plan bestaat uit: − 10 twee-onder-één-kapwoningen woningen, − 8 beneden-bovenwoningen − 5 vrijstaande woningen. Alle woningen zullen bestaan uit twee bouwlagen met een kap, met een daarbij behorende maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.
2.4
Overige kenmerken van het plan
2.4.1
Cumulatie met andere plannen Cumulatie met andere plannen is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken.
7
De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
8
3 3.1
Plaats van het plan Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het plangebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Aan de oostkant van Wapenveld is na de eeuwwisseling de sprong over het kanaal gemaakt met de realisatie van de woonwijken Ossenkamp en De Kolk. De wijken zijn zich grofweg tussen de lintbebouwing aan de Kerkstraat en Werverweg gerealiseerd. Met de realisatie van deze wijken is binnen de bestaande bebouwingsstructuren van de oostkant van Wapenveld tussen de Werverweg en Zwartekolk een geïsoleerd agrarisch perceel ontstaan, te midden van een woonomgeving. Dit geïsoleerd geraakte perceel is circa 8.100 m2 groot en betreft het plangebied van voorliggend plan. Het perceel is volledig onbebouwd en wordt gebruikt als grasland. In de huidige situatie is het plangebied afgescheiden geraakt van de overige agrarische percelen, waardoor het haar agrarische functie is verloren. Het perceel is volledig onbebouwd en wordt gebruikt als grasland.
Impressie huidige situatie plangebied Werverwegzijde (bron: Google Maps)
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden.
9
Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. 3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het plangebied is niet gelegen
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het plangebied ligt in een Natio-
•
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
naal Landschap (zie verder on-
•
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
der 1).
van de EHS.
Het plangebied ligt niet in een
in een berg- of bosgebied.
Nationaal Park. 3.3.2.1
Speciale beschermingszones,
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het plange-
door de lidstaten aangewezen
bied liggen Natura 2000-gebie-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
den (zie verder onder 2).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij commu-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het plangebied ligt niet in gebie-
nautaire wetgeving vastgestelde
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
den waar basis van communau-
normen inzake milieukwaliteit
derrichtlijn water)
taire wetgeving reeds normen
reeds worden overschreden
worden overschreden.
Gebieden met hoge bevolkings-
Het plangebied is niet gelegen
dichtheid
in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
•
Verdrag van Valletta
Het plangebied een zone met
•
historisch belang
•
Monumentenwet
hoge archeologische verwach-
•
cultureel belang
•
Gemeentelijk landschaps-
ting. In het kader van het op te
ontwikkelingsplan
stellen bestemmingsplan is ver-
o •
beschermd stads- en dorpsgezicht
kennend archeologisch bureau-
archeologisch belang
en booronderzoek uitgevoerd (zie verder onder 3). In of rondom het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig.
1. Nationaal landschap Raadpleging van de Omgevingsverordening Gelderland wijst uit dat het plangebied is aangewezen als Nationaal landschap. Voor dat bestemmingsplannen die gerealiseerd worden op gronden binnen een nationaal landschap geldt dat deze alleen mogelijk zijn als de kernkwaliteiten van het nationaal landschap niet aangetast worden. 10
Voorliggend plangebied maakt onderdeel uit van het nationaal landschap Veluwe, meer specifiek het deelgebied Gradiënt Oost-Veluwe. Dit gebied wordt gekenmerkt door een fraaie en beleefbare gradiënt van Veluwe naar IJssel: van besloten boslandschap in het westen via kleinschalig met houtwallen (ten westen van het Apeldoorns kanaal) naar grootschalige openheid in het oosten. Verder gelden de volgende kwaliteiten: − Dorpen op de Veluweflank, op loopafstand (één uur gaans) van elkaar (o.a. Epe, Heerde). − Landgoederen langs de westrand, grondgebonden landbouw. − Sterk microreliëf door oost-west gerichte ruggen. − Cultuurhistorisch erfgoed zoals de sprengen, watermolens, Apeldoorns kanaal. − Open essen en broekgebieden. In voorliggende situatie is in het plangebied geen cultuurhistorisch erfgoed terug te vinden, is er geen sprake van microreliëf en is het plangebied ook niet te typeren als es of broekgebied. Door de geïsoleerde ligging vertegenwoordigd het plangebied in praktijk geen specifieke landschappelijke waarden en wordt het gezien als een potentiële inbreidingslocatie. Er is dan ook geen sprake van aantasting van de kernkwaliteiten van het nationaal landschap. Wel wordt bij de invulling van de ontwikkellocatie rekening gehouden met de context van de locatie.
Zo worden de bestaande kwaliteiten en kenmerken uit de omgeving ingezet om de ontwikkeling ruimtelijk op een kwaliteitsvolle en gebiedseigen manier in te bedden. Op basis hiervan wordt dit aspect niet verder besproken in hoofdstuk 4. 2.Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen Natura 2000-gebieden “Veluwe” en “Rijntakken” in de directe omgeving van het plangebied. Deze liggen respectievelijk 870 meter en 1 kilometer van het plangebied verwijderd.
Globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Bron: Aerius.
11
Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Voor de Natura 2000-gebieden “Veluwe” en “Rijntakken” is sprake van stikstofgevoelige habitattypen. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.
De Archeologische beleidskaart van gemeente Heerde geeft een overzicht van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in de gemeente Heerde. De beleidskaart bestaat onder andere uit een archeologische verwachtingskaart. Uit de navolgende uitsnede volgt dat er een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt ter plaatse van onderhavig plangebied. In het geldende bestemmingsplan is dan ook een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Archeologische waarden zijn mogelijk in het geding met de voorgenomen ontwikkeling.
Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Heerde, met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (bron: gemeente Heerde)
Gezien voorgaande is voor wat betreft archeologie potentieel sprake van een negatief milieueffect. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom nader onderzocht. 12
3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Het plangebied maakt geen deel
heen: Ecologische Hoofdstruc-
uit van het Natuurnetwerk Ne-
tuur)
derland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel een Natuurwerk in de buurt (zie onder 4).
Gebied geschikt voor be-
Wet natuurbescherming
schermde soorten
Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 5).
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
foerageergebied
Het plangebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Wet milieubeheer
Het plangebied is niet gelegen in
Provinciale verordening
een stiltegebied.
Provinciale verordening
Het plangebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
4. NNN (voormalige EHS) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plangebied ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland (zie navolgende afbeelding). Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op ongeveer 575 meter ten oosten van het plangebied. Hier bevinden zich ook direct een gedeeltes van de groene ontwikkelingszone, rustgebieden voor winterganzen en weidevogelleefgebieden.
13
Globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Rustgebieden voor winterganzen en Weidevogelleefgebieden. Bron: Provincie Gelderland.
De bescherming van het NNN kent in de provincie Gelderland niet het begrip externe werking. Aangezien het plangebied niet in de GNN of GO ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Gelders Natuurnetwerk hebben. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Gezien voorgaande zal geen sprake zijn van negatieve milieueffecten. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht 5. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
14
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het plan en de plaats van het plan zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het plan de realisatie van maximaal 23 woningen aan de Zwartekolk/Werverweg te Wapenveld betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het plangebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de wijdere omgeving van het plangebied bevinden zich Natura 2000-gebieden. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het plangebied aanwezig zijn en zijn er mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − archeologie: het plangebied ligt in een zone met hoge archeologische verwachting.
− natuur: Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. − verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidshinder: Het plan heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete plan en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − bodem: Onderhavig plan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. De te realiseren woningen zullen naar verwachting niet leiden tot grondverontreiniging. − externe veiligheid: De functies in onderhavig plan leiden niet tot externe veiligheidseffecten.
15
− cultuurhistorie: De functies in onderhavig plan leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden. − geurhinder: De functies in onderhavig plan leiden niet tot geurhinder. − water: Er is met het plan niet tot nauwelijks sprake van een toename van de bebouwing c.q. verharding ten opzichte van de huidige situatie. Negatieve gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand niet te verwachten. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Archeologie
4.2.1
Huidige situatie Gelet op de ter plaatse aanwezige hoge archeologische verwachtingswaarde is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling voorzien in een archeologisch bureau- en booronderzoek1. Hieruit volgt dat het plangebied ligt op een daluitspoelingswaaier tussen de stuwwal van de Veluwe en het dal van de IJssel. Zowel stuwwal als dal zijn tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, ontstaan, respectievelijk door stuwing en uitslijting. Mogelijk is een laag(je) dekzand van minder dan één meter dik aanwezig op de daluitspoelingswaaier. Op de bodemkaart staan laarpodzolgronden gekarteerd. Dit zijn jonge ontginningen met een humeus dek van 30 tot 50 cm dik waaronder een Bhorizont aanwezig is.
4.2.2
Effecten ontwikkeling Uit het booronderzoek volgt dat de bodem in het plangebied bestaat uit een A- op Cprofiel. De A-horizont is 45 tot 60 cm dik. Onderin de A-horizont zijn zandbrokjes waargenomen die duiden op verploeging of vergraving. De zandbrokjes zijn voornamelijk afkomstig uit de C-horizont en in enkele boorprofielen zijn ook bruine brokjes waargenomen die waarschijnlijk afkomstig zijn van een B-horizont. Door deze waargenomen verploeging of vergraving wordt geconcludeerd dat het grootste deel van een eventueel sporenniveau waarschijnlijk zal zijn vergraven en alleen de diepste sporen behouden kunnen zijn gebleven. Naar aanleiding van het onderzoek wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Wat betreft archeologie is hierdoor geen sprake van een negatief milieueffect.
1
Bureau voor Archeologie (2023). Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Werverweg en Zwartekolk, Wapenveld. Rapportnummer: 1229. 13 februari 2023. 16
4.3
Natuur
4.3.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich aan de rand van Wapenveld (gemeente Heerde, provincie Gelderland). Richting het oosten zijn agrarische gronden aanwezig en loopt de IJssel. Ten westen bevindt zich het natuurgebied de Veluwe. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen. Ten noorden en westen zijn wijken aanwezig en ten oosten en zuiden zijn vrijstaande woningen en oude boerderijen aanwezig. Het plangebied zelf bestaat uit agrarische grond omringd door hagen. Op het perceel was ten tijde van het veldbezoek gras ingezaaid. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.
4.3.2
Effecten ontwikkeling SAB heeft met een quick scan natuur 2 onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Hiervoor is een stikstofonderzoek 3 uitgevoerd. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan en het stikstofonderzoek uiteengezet. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen Natura 2000-gebieden “Veluwe” en “Rijntakken” in de directe omgeving van het plangebied. Deze liggen respectievelijk 870 meter en 1 kilometer van het plangebied verwijderd. In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Uit de uitgevoerde berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase blijkt dat de huidige grenswaarde van 0,00 mol stikstof/ha/j niet worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten derhalve kunnen worden uitgesloten. In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn.
Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele 2
SAB (2022). Quick scan natuur. Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg. Projectnummer: 220264. 20 juli 2022.
3
SAB (2023). Stikstofonderzoek. Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg. Projectnummer: 220264. 26 mei 2023. 17
essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Mogelijk worden met de geplande ontwikkeling nesten verstoord van de steenuil en kerkuil die aanwezig zijn op het perceel aan de Kerkstraat 27. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen is nader soortgericht onderzoek4 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er geen essentieel foerageergebied voor de steenuil aanwezig is in het plangebied. De steenuil aan de Kerkstraat 27 heeft zijn territorium ten zuiden van zijn nestlocatie. Met de geplande ontwikkeling zal de steenuil niet aangetast worden. Voor de kerkuil is er ook geen essentieel foerageergebied aanwezig in het plangebied. De noordelijke nestplaats bevindt zich echter wel dicht op de woonwijk die gerealiseerd zal worden. Door visuele-, licht- of geluidsverstoring kan deze nestplaats mogelijk ongeschikter raken. Hoewel de kerkuil gewend is aan menselijke activiteit, kan dit effect hebben op de nestlocatie.
De bewoner van de Kerkstraat 27 heeft in de winter aan de zuidzijde van de schuur een nieuwe nestlocatie gerealiseerd voor de kerkuil. De kerkuil kent deze locatie al, want er werden hier sporen van de kerkuil aangetroffen. Dit is dus mogelijk een alternatieve geschikte locatie. Er dient echter gestuurd te worden op behoud van de noordelijke nestlocatie. In de huidige situatie bevindt zich een robuuste wintergroene haag op de perceelsgrens van Kerkstraat 27. Deze groenstructuur blijft behouden richting de toekomst en heeft een hoogte van circa 4 meter. Ten behoeve van het onderhoud van de groenstructuur wordt ten noorden ervan een onderhoudsstrook van 2 meter breed aangehouden. Met het behoud van deze groenstructuur met bijbehorende onderhoudsstrook wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het voorkomen van visuele-, licht- of geluidsverstoring van de nestplaats. Aanvullend wordt geadviseerd om de achtertuinen van de vier meest zuidwestelijke kavels te voorzien van een groene erfafscheiding en buitenverlichting aan de achterzijde van de tuinen tot een minimum te beperken. Ook wordt geadviseerd om buiten de broedperiode van de kerkuil te bouwen. Met deze maatregelen wordt de kerkuil niet verstoord en kan deze zijn nestlocatie blijven gebruiken. Met inachtneming van deze maatregelen wordt een ontheffing niet noodzakelijk geacht.
Conclusie Gezien voorgaande, en ervan uitgaande dat voornoemde werkwijzen worden uitgevoerd, is voor wat betreft natuur op zijn hoogst sprake van een beperkt negatief milieueffect. Dit geldt enkel voor het aspect soortenbescherming. In ieder geval kan een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden uitgesloten.
4
SAB (2023). Nader onderzoek soorten Wet natuurbescherming. Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg. Projectnummer: 220264.01. 23 mei 2023. 18
4.4
Verkeer
4.4.1
Huidige situatie In de huidige situatie geldt een beperkte verkeersaantrekkende werking richting het plangebied. In de praktijk komt er een tractor naar het perceel om te bemesten en gras te maaien/ophalen. Dit betreffen niet meer dan enkele bewegingen per maand.
4.4.2
Effecten ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 23 woningen en een toename van het planverkeer. De ontwikkeling van onderhavig plan heeft gevolgen voor het verkeer en de wegen in de omgeving van het plangebied. Voor de ontwikkeling is een verkeersonderzoek 5 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling circa 200 motorvoertuigen per werkdagetmaal bedraagt. In de toekomstige situatie neemt de verkeersgeneratie per wegvak minimaal toe. Op het maatgevende wegvak (Kerkstraat) neemt het aantal motorvoertuigen met circa 180 mvt/etmaal toe. Op basis van de Wegenscan blijkt dat de toegenomen verkeersintensiteiten zeer gering blijven en de wenselijke capaciteiten van de Zwartekolk, Werverweg en Kerkstraat niet in gevaar komen. Dit betekent dat de ontwikkeling niet zal leiden tot extreme verkeersdruk en het extra aantal motorvoertuigbewegingen in het verkeersbeeld zal opgaan. Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
4.5
Geluid
4.5.1
Huidige situatie Het plangebied is binnenstedelijk gelegen waarbij verwacht mag worden dat reeds sprake is van een merkbare geluidsbelasting in de omgeving ten gevolge van omliggende wegen.
4.5.2
Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van maximaal 23 woningen zorgt voor de aantrekking van meer verkeer en daarmee potentieel hogere geluidswaarden. Er liggen in de directe omgeving buiten de bebouwde kom twee gezoneerde 60 km/uur wegen: de Werverweg en de Kerkstraat. Daarnaast liggen in de directe nabijheid diverse 30 km/uur wegen, waaronder de Kerkstraat en de Werverweg. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai6 uitgevoerd waarbij
5
Goudappel B.V. (2023). Verkeersonderzoek De Kolk Wapenveld. Kenmerk: 013729.20230213.N1.01. 13 februari 2023.
6
SAB (2023). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg. 3 maart 2023. 19
voor de benoemde wegen sprake is van een minimale etmaalintensiteit van circa 590 motorvoertuigen per etmaal voor het maatgevende jaar 2033. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op 200 extra motorvoertuigen per etmaal. Het autoverkeer van het plan zal worden ontsloten via de Zwartekolk en de Werverweg. Daarlangs bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen door de realisatie van het plan. Voor de Zwartekolk geldt ter hoogte van het plangebied een etmaalintensiteit van 398 motorvoertuigen in 2033. Uit de Wet geluidhinder (Wgh) is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Conform het verkeersonderzoek komen er worst-case 186 extra motorvoertuigen per weekdagetmaal op de Zwartekolk. De verkeerstoename zal circa 47% zijn. De geluidbelasting op de beoogde woning ten gevolge van de Zwartekolk is ten hoogste 45 dB inclusief de planbijdrage. Navolgende figuur geeft de geluidbelastingen weer op de omliggende woningen zonder en met planbijdrage.
Berekende geluidbelasting op bestaande woningen liggend aan de Zwartekolk, links zonder en rechts met planbijdrage.
Uit de berekening blijkt dat zonder planbijdrage de geluidbelasting ten hoogste 45 dB is op de oostgevel van Zwartekolk 1 en 15. Met de planbijdrage bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 47 dB. Hiermee wordt de (gehanteerde) voorkeursgrenswaarde
20
van 48 dB niet overschreden. Derhalve mag worden aangenomen dat op de bestaande woningen aan de Zwartekolk geen negatieve (milieu)effecten te verwachten zijn. De verkeerstoename op de overige wegen blijft onder de 40%. De verwachting is dat deze hindertoename niet merkbaar zal zijn voor het menselijke oor. Gezien voorgaande worden voor wat betreft geluid geen significant negatieve (milieu)effecten verwacht.
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM10)
Achtergrondconcentratie (2020, huidig) 8 - 10 µg/m3 14 - 15 µg/m3 7 - 8 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
4.6.2
Effecten ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 23 woningen. Gezien de omvang is het plan ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig plan onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
21
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2023
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
200
Aandeel vrachtverkeer
1,0%
3
NO2 in μg/m
0,13
3
0,03
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m 3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Berekening NIBM-tool, op basis van 200 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen ruim onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
22
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van maximaal 23 woningen aan de Zwartekolk/Werverweg nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Archeologie
Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Lucht
Beoordeling milieueffecten Op grond van het verkennende archeologisch bureau- en booronderzoek worden negatieve effecten ten gevolge van het plan niet verwacht met het oog op archeologische waarde. Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof worden uitgesloten. Op grond van het verrichte natuuronderzoek komt naar voren dat er maatregelen nodig zijn om een nabijgelegen nestlocatie van de kerkuil te kunnen behouden. Met inachtneming van deze maatregelen wordt een ontheffing niet noodzakelijk geacht ten behoeve van de kerkuil. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht. Ervan uitgaande dat de voornoemde werkzaamheden plaats zullen vinden zijn hiermee de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de omliggende wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een extra verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie.
Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer zal daarentegen niet zorgen voor merkbare hinder Negatieve (milieu)effecten zijn daarmee uitgesloten. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
23
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten. Met inachtneming van maatregelen is dit zeker niet als belangrijk negatief milieueffect te kwantificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
24
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken − Quick scan natuur (SAB) − Nader onderzoek Wet natuurbescherming (SAB) − Onderzoek stikstofdepositie (SAB) − Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (SAB) − Archeologisch bureau- en booronderzoek (Bureau voor Archeologie) − Verkeersonderzoek (Goudappel) Bronnen − Risicokaart www.risicokaart.nl − Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken − Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ − Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ − CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ − Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken − AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ − Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx − Omgevingsverordening Gelderland www.ruimtelijkeplannen.nl − Beleidskaart Archeologie Gemeente Heerde https://www.heerde.nl/Inwoners/Wonen_en_ver_bouwen/Ruimtelijk_beleid/Archeologie
25