7.2.7C Aanvullend ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Aanvullend natuuronderzoek locatie Soerelseweg 11 te Heerde Resultaten aanvullend veldonderzoek naar vleermuizen en kleine marterachtigen
Datum: 11-12-2023 Auteur: Opdrachtgever: JongBouw Rapportnummer: AVNO/2023/11.12 Versie: D1
Inhoud 1
Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 3 Figuur 1.1: Ligging plangebied (rode ster) in het centrum van Heerde. .......................... 3 1.2 Doelstelling .......................................................................................................... 3 1.3 Onderzoeksgebied .............................................................................................. 3 2 Werkwijze .................................................................................................................... 5 2.1 Vleermuizen ........................................................................................................ 5 2.2 Kleine marterachtigen ......................................................................................... 5 3 Resultaten ................................................................................................................... 7 3.1 Vleermuizen ........................................................................................................ 7 3.2 Marterachtigen ....................................................................................................
7 4 Conclusie .................................................................................................................... 8
2
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor een deel van het perceel aan de Soerelseweg 11 in Heerde bestaan herontwikkelingsplannen. De op het terrein aanwezige loodsen en schuren worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw van enkele appartementen en een woning. In opdracht van JongBouw is voor deze ontwikkeling in 2019 een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd om de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Sindsdien heeft het project stilgelegen en wordt nu weer opgepakt. Omdat het verkennend natuuronderzoek inmiddels is verouderd, is in het voorjaar van 2023 een actualisatie gemaakt van het verkennend natuuronderzoek. Uit deze actualisatie van het verkennend natuuronderzoek is gebleken dat aanwezigheid van vleermuizen in bebouwing en kleine marterachtigen op het terrein niet op voorhand kan worden uitgesloten. Daarom is in 2023 aanvullend veldonderzoek naar vleermuizen en kleine marterachtigen uitgevoerd. Voorliggend rapport bevat de uitkomsten van het aanvullend veldonderzoek naar vleermuizen en kleine marterachtigen.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (rode ster) in het centrum van Heerde.
1.2 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of de bebouwing in het onderzoeksgebied door vleermuizen wordt gebruikt als verblijfplaats en of sprake is van essentieel leefgebied van kleine marterachtigen op het terrein. Indien sprake is van effecten op deze beschermde soorten, dan is voor de ingreep mogelijk een ontheffing vereist op grond van de Wet natuurbescherming. 1.3 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het achtererfgebied van het perceel Soerelseweg 11 in Heerde. De bestaande woning blijft behouden en ligt buiten het onderzoeksgebied. De op het terrein aanwezige schuren (o.a. garageboxen) en loodsen behoren tot het onderzoeksgebied.
3
Figuur 1.3: Onderzoeksgebied (rood omlijnd).
4
2
Werkwijze
2.1 Vleermuizen Bij het inventariseren van vleermuizen is het Vleermuisprotocol 20211 als uitgangspunt gebruikt. Het aantal veldbezoeken is gebaseerd op de potentiële aanwezigheid van de volgende functies voor vleermuizen: • Kraam- / zomerverblijfplaats; • Paarverblijfplaats. Van een mogelijke massawinterverblijfplaats is geen sprake. Het betreft geen groot- of hoogbouw en de bebouwing heeft geen spouwmuren. Vleermuizen kunnen alleen in de buitenschil van de (dak)constructie verblijven of vrijhangend aan de binnenzijde van de grote loods. Deze is niet constant vorstvrij en heeft geen gebufferde constante wintertemperatuur en is daarom niet geschikt als massawinterverblijfplaats voor vleermuizen. In totaal hebben vijf veldbezoeken plaatsgevonden, waarvan drie in de zomerperiode van om kraam- en zomerverblijfplaatsen van vleermuizen in kaart te brengen en twee in het najaar voor paarverblijfplaatsen. De avondbezoeken in de zomer zijn door twee vleermuisonderzoekers uitgevoerd, het ochtendbezoek in de zomer en de najaarsrondes voor paarverblijfplaatsen door één ervaren vleermuisonderzoeker. In onderstaande tabel zijn de data en weersomstandigheden van de veldbezoeken weergegeven. Tabel 2: Data en weersomstandigheden van de vleermuisinventarisaties Datum 25-05-2023
Type inventarisatie Zomer- en kraamverblijven
Tijden bezoek 21.30 - 00.15 uur
Weersomstandigheden 16° Celsius, bewolkt, windkracht 2
13-06-2023
Zomer- en kraamverblijven
21.45 - 00.30 uur
16° Celsius, onbewolkt, windkracht 2
08-07-2023
Zomer- en kraamverblijven
02.40 - 05.30 uur
13° Celsius, half bewolkt, windkracht 1
05-09-2023
Paarverblijven
21.30 - 23.30 uur
18° Celsius, onbewolkt, windkracht 1
28-09-2023
Paarverblijven
20.45 - 22.50 uur
15° Celsius, bewolkt, windkracht 2
De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met een Pettersson D240x batdetector. Dit apparaat zet de ultrasone geluiden van vleermuizen om in voor mensen hoorbare tonen. Tevens kunnen de geluiden vertraagd (time-expansion) worden opgenomen voor analyse achteraf, omdat sommige soorten moeilijk te determineren zijn in het veld. Het gebruik van een Pettersson D240x batdetector is conform de voorwaarden voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol. Daarnaast is een warmtebeeldkijker van het type Pulsar Helion XP28 ingezet om het plangebied nog beter te kunnen overzien en de locatie van de verblijfplaatsen en het aantal dieren zo exact mogelijk te kunnen bepalen. 2.2 Kleine marterachtigen In het onderzoeksgebied is met behulp van een automatische camera onderzoek gedaan naar aanwezigheid van de (kleine) marters wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter. Het terrein is gelet op de beperkte omvang en ligging in het stedelijk gebied van Nieuw-Vennep niet optimaal geschikt voor deze marterachtigen, maar aanwezigheid kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Daarom is zekerheidshalve toch besloten om camera onderzoek uit te voeren, net als in 2019. De camera is op 25 mei 2023 geplaatst en op 8 juli 2023 weer opgehaald. Gelet op de beperkte omvang van het onderFoto 2.2: Struikrover. 1
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus 2021. Vleermuisprotocol 2021.
5
zoeksgebied dat potentieel geschikt is als leefgebied voor marterachtigen, is één zogeheten Struikrover ingezet. Op onderstaande figuur is aangegeven waar de camera heeft gestaan.
Figuur 2.2: Locatie Struikrover voor kleine marterachtigen (blauwe ster).
6
3
Resultaten
3.1 Vleermuizen Tijdens het vleermuisonderzoek zijn geen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aangetroffen in de te slopen bebouwing in het onderzoeksgebied. Er zijn tijdens de najaarsbezoeken ook geen roepende mannetjes gehoord, wat zou kunnen duiden op de aanwezigheid van een paarterritorium in het onderzoeksgebied. De tijdens het verkennend natuuronderzoek waargenomen vlindervleugeltjes in de grote loods zijn voorafgaand aan het vleermuisonderzoek weggehaald. Tijdens de bezoekrondes van het vleermuisonderzoek is gekeken of er in de tussentijd nieuwe vlindervleugeltjes zijn bijgekomen, wat kan duiden op aanwezigheid van gewone grootoorvleermuizen. Er zijn geen nieuwe vlindervleugeltjes gevonden tijdens het vleermuisonderzoek. Dat betekent dat de betreffende loods momenteel niet door gewone grootoorvleermuizen wordt gebruikt als foerageerplek. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied kort enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen rond de begroeiing op het terrein. Het betreft geen grote aantallen, van essentieel foerageergebied is geen sprake. Er zijn geen andere vleermuissoorten waargenomen in en rond het onderzoeksgebied.
Figuur 4.1: Cumulatieve waarnemingen foeragerende gewone dwergvleermuizen (blauwe stip) in en rond het onderzoeksgebied.
3.2 Marterachtigen Er zijn geen kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) of steenmarters gefotografeerd door de Struikrover cameraval in het onderzoeksgebied. Geconcludeerd kan worden dat het onderzoeksgebied geen vaste rust- of voortplantingsplaatsen van kleine marterachtigen en steenmarter bevat en ook niet door kleine marterachtigen en steenmarter wordt gebruikt als essentieel leefgebied. Er zijn wel enkele muizen (huisspitsmuis en bosmuis), huiskat en vogels (merel, roodborst en heggenmus) door de camera vastgelegd.
7
4 Conclusie Tijdens het aanvullend veldonderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen of van (kleine) marterachtigen aangetroffen in het onderzoeksgebied. Van essentieel leefgebied van vleermuizen of (kleine) marterachtigen is eveneens geen sprake. In het onderzoeksgebied wordt kortstondig door enkele gewone dwergvleermuizen gefoerageerd, maar van essentieel foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaats(en) van deze dieren is geen sprake. Voor de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk ten aanzien van vleermuizen of (kleine) marterachtigen.
8