CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

7.2.7B QS Flora en fauna

Raadscommissie 14 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Soerelseweg 9-113.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actualisatie verkennend natuuronderzoek locatie Soerelseweg 11 te Heerde Actualiserend onderzoek naar de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten flora en fauna en beschermde natuurgebieden

Datum: 15-02-2023 Auteur: Opdrachtgever: JongBouw Rapportnummer: VKNO/2023/15.02 Versie: D1

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 3 1.2 Doelstelling ................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.3 Onderzoeksgebied ..................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2 Wettelijk kader .................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ....... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.2 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming .................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ...... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Gebiedsbescherming .......................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.1 Natura 2000-gebieden ............................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.2 Natuurnetwerk Nederland .......................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4 Soortenbescherming ........................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.1 Verkennend veldbezoek ............................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.2 Flora ...........................................................

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.3 Vogels ........................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.4 Zoogdieren ................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.4.1 Vleermuizen ........................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.4.2 Overige zoogdiersoorten ........................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen ................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.6 Ongewervelden .......................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5 Conclusie ............................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ....... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.2 Wet natuurbescherming; soortenbescherming .................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.3 Natuurnetwerk Nederland .......................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

2

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor een deel van het perceel aan de Soerelseweg 11 in Heerde bestaan herontwikkelingsplannen. De op het terrein aanwezige loodsen en schuren worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw van enkele appartementen en een woning. In opdracht van JongBouw is voor deze ontwikkeling in 2019 een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd om de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Sindsdien heeft het project stilgelegen en wordt nu weer opgepakt. Omdat het verkennend natuuronderzoek inmiddels is verouderd, is gevraagd om dit te actualiseren. Voorliggend rapport bevat de uitkomsten van de actualisatie van het verkennend natuuronderzoek.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (rode ster) in het centrum van Heerde.

1.2 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling verbodsbepalingen uit de wet- en regelgeving voor natuur worden overtreden ten aanzien van beschermde soorten of gebieden. Indien sprake is van effecten op beschermde soorten, dan is voor de ingreep mogelijk een ontheffing vereist op grond van de Wet natuurbescherming. Indien sprake is van effecten op beschermde gebieden, dan is voor de ingreep mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist. 1.3 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het achtererfgebied van het perceel Soerelseweg 11 in Heerde. De bestaande woning blijft behouden en ligt buiten het onderzoeksgebied. De op het terrein aanwezige schuren (o.a. garageboxen) en loodsen behoren tot het onderzoeksgebied. Onderstaande foto’s gemaakt tijdens het veldbezoek geven een indruk van het onderzoeksgebied.

3

4

Foto 1 t/m 10: Indruk onderzoeksgebied.

5

2

Wettelijk kader

2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 2.2 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) • lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: ❖ onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;

6

❖ onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of ❖ onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is verankerd. De Ecologische Hoofdstructuur werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland. NNN-gebieden worden in Geldeland het Gelders Natuurnetwerk genoemd.

7

3

Bureauonderzoek

3.1 Werkwijze Op basis van bestaande inventarisatiegegevens is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde gebieden en/of soorten in (de omgeving van) het plangebied. Hiervoor zijn o.a. verspreidingsatlassen gebruikt zoals de NDFF en waarneming.nl gebruikt. Aan de hand van deze bureaustudie is een inschatting gemaakt van welke beschermde gebieden en/of soorten er mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. 3.2 Verspreiding beschermde soorten Er zijn in de NDFF of in andere bronnen geen waarnemingen van beschermde bekend uit het onderzoeksgebied. Wel is in 2014 een eekhoorn waargenomen op de Soerelseweg ter hoogte van het onderzoeksgebied. Waarschijnlijk betreft het een passerend dier dat vanuit het achter het onderzoeksgebied gelegen parkje verder is getrokken. In het onderzoeksgebied is geen geschikt biotoop voor de eekhoorn aanwezig. Verder zijn in de wijdere omgeving waarnemingen van stedelijke soorten zoals huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis en laatvlieger aanwezig in de NDFF. 3.3 Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op ca. 1.000 m afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 5 km) van het plangebied.

Figuur 3.2: Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (rode pijl). Bron: Atlas Leefomgeving IPO.

Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Heerde en is niet zichtbaar vanuit het Natura 2000-gebied Veluwe. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het onderzoeksgebied in het stedelijk gebied van Heerde en de beperkte impact van de ingreep (reguliere sloop- en bouwwerkzaamheden), kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Van een significante verstoring van kwalificerende soorten is geen sprake. Significante gevolgen door oppervlakteverlies, verstoring door licht of geluid of optische verstoring zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten.

8

Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Veluwe en andere omliggende Natura 2000gebieden zijn stikstofgevoelige gebieden. Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase komen extra stikstofemissies vrij die zouden kunnen leiden tot een toename aan stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Aan de hand van een stikstofberekening kan worden vastgesteld of daadwerkelijk sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. In dat geval is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. 3.4 Gelders Natuurnetwerk Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het dichtstbijzijnde GNN-gebied is landgoed Bonenkamp ten oosten van Heerde op ca. 700 meter afstand van het plangebied. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het GNN ligt en de Omgevingsverordening van Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland ten aanzien van GNN niet noodzakelijk.

Figuur 3.3: Ligging GNN (groen gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rode pijl). Bron: Atlas Leefomgeving IPO.

9

4

Verkennend veldbezoek

4.1 Werkwijze Op 27 januari 2023 heeft een verkennend veldbezoek in het onderzoeksgebied plaatsgevonden tijdens de daglichtperiode. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en een zaklamp en met een camera zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Er heeft een visuele inspectie van de bebouwing in het onderzoeksgebied plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar sporen van uilen (braakballen, uitwerpselen), steenmarter (latrines, prooiresten) en vleermuizen (uitwerpselen, vlindervleugeltjes). Daarbij is gebruik gemaakt van een zaklamp. De buitenruimte rondom het gebouw is bekeken op aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten en potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren. Er is gekeken naar potentieel geschikte verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van beschermde soorten kunnen duiden, zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. 4.2 Flora In 2019 is geconstateerd dat er geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied. Dit is nog steeds het geval. Er zijn sindsdien geen waarnemingen van beschermde plantensoorten in het onderzoekgebied gedaan.

Het onderzoeksgebied is grotendeels verhard en bebouwd en heeft derhalve een beperkte waarde voor vaatplanten. Niet bebouwde terreindelen zijn sterk verruigd en bevatten geen specifieke standplaatseisen voor beschermde plantensoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde soorten muurplanten aangetroffen op de gevels van de bebouwing. Aanwezigheid van beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied kan op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar planten of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 4.3 Vogels In 2019 is geconstateerd dat er geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten in het onderzoeksgebied. Wel werd een kolonie roeken gevonden op korte afstand van het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat de bebouwing in het onderzoeksgebied nog steeds ongeschikt is als broedlocatie voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats. De te slopen schuren en loodsen zijn niet geschikt als broedplaats voor huismus en gierzwaluw. Slechts twee kleine gebouwen hebben een hellend pannendak, maar geen ruimte tussen de dakpannen vanwege een dubbele opstaande panlat onder de onderste rij pannen. Huismussen kunnen hier dus niet onder de dakpannen komen. De pannen sluiten verder goed op elkaar aan.

Ook elders op deze daken ontbreken invliegopeningen voor huismus of gierzwaluw. Omdat inmiddels in de grote loodsen op enkele plekken het glas uit de ramen is verdwenen zijn de loodsen toegankelijk geworden voor uilen. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen van uilen in de vorm van braakballen of uitwerpselen gevonden. Daarmee kan worden uitgesloten dat deze loodsen door uilen zoals kerkuil of steenuil worden gebruikt als nestplaats. Overige gebouwen zijn niet toegankelijk voor uilen. In het onderzoeksgebied staan geen bomen waarin vogels met een jaarrond beschermde nestplaats kunnen broeden. Net buiten het onderzoeksgebied is een parkje met enkele oude eiken aanwezig. Hierin zit, net als in 2019, een kolonie roeken. Deze hebben echter geen last van de herontwikkeling indien voldoende rekening met de roeken wordt gehouden tijdens hun broedtijd. Tijdens het veldbezoek zijn diverse algemeen voorkomende zangvogels aangetroffen in het onderzoeksgebied en zijn ook nesten van merel en winterkoning gevonden in enkele

10

schuren en loodsen. Nesten van deze soorten zijn alleen beschermd wanneer ze gedurende het broedseizoen in gebruik zijn. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing is derhalve niet aan de orde. In de begroeiing rondom de bebouwing en in de bebouwing zelf kunnen algemeen voorkomende zangvogels broeden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen dient voorkomen te worden, bijvoorbeeld door te werken buiten het broedseizoen op plaatsen waar vogels kunnen broeden. 4.4

Zoogdieren

4.4.1 Vleermuizen In 2019 is geconstateerd dat er geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en dat de te slopen bebouwing ontoegankelijk was als verblijfplaats voor vleermuizen. Voor de kleine schuren in het onderzoeksgebied geldt nog steeds dat deze ongeschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Deze schuren hebben geen spouwmuren of betimmering met holle ruimtes erachter. De dakconstructies bevatten ook geen toegankelijke openingen. Omdat inmiddels in de grote loodsen op enkele plekken het glas uit de ramen is verdwenen zijn de loodsen toegankelijk geworden voor vleermuizen. Tijdens het veldbezoek zijn op meerdere plekken sporen van vleermuizen aangetroffen. Het betreft vleermuiskeutels en vlindervleugels (prooiresten) van de gewone grootoorvleermuis. Het is niet duidelijk of het een hangplek is voor foeragerende dieren of een kraamkolonie. Dit moet aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek worden vastgesteld.

Foto 4.4.1: Vlindervleugeltjes en vleermuiskeutels in de grote loodsen in het onderzoeksgebied.

4.4.2 Overige zoogdiersoorten In 2019 is geconstateerd dat er geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van nietvrijgestelde soorten overige zoogdieren. Er zijn sindsdien geen waarnemingen van nietvrijgestelde soorten overige zoogdieren gedaan in het onderzoeksgebied of de wijdere omgeving. Het onderzoeksgebied is grotendeels verhard en bebouwd en heeft derhalve een beperkte waarde voor zoogdieren. Niet bebouwde terreindelen zijn sterk verruigd en zijn daarmee wel geschikter geworden voor kleine marterachtigen zoals bunzing en wezel. De loodsen en schuren zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor de steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn geen (recente) sporen van steenmarter aangetroffen in de bebouwing in het onderzoeksgebied. Aanwezigheid van een vaste rust- of voortplantingsplaats van de steenmarter in de bebouwing kan daarom op voorhand worden uitgesloten. In de verruigde begroeiing langs de rand van het onderzoeksgebied kunnen wel kleine marterachtigen leven. Aanwezigheid van hermelijn is niet waarschijnlijk midden in het stedelijk gebied, maar bunzing en wezel zouden wel voor kunnen komen. Aan de hand van aanvullend onderzoek naar kleine marterachtigen dient vastgesteld te worden

11

of sprake is van een verblijfplaats of van essentieel foerageergebied in het onderzoeksgebied. Voor andere niet-vrijgestelde soorten overige zoogdiersoorten zoals das, boommarter en eekhoorn is geen geschikt leefgebied aanwezig in het onderzoeksgebied. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor andere soorten dan bunzing en wezel niet aan de orde. 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen In 2019 is geconstateerd dat er geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van beschermde vissen, amfibieën en reptielen in het onderzoeksgebied. Dit is nog steeds het geval. Er zijn sindsdien geen waarnemingen van beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen in het onderzoekgebied gedaan. In het onderzoeksgebied is geen geschikte biotoop aanwezig voor beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen. Er is geen oppervlaktewater aanwezig wat kan dienen als leefgebied en/of voortplantingsplaats en geen begroeiing die geschikt is als overwinteringshabitat in de omgeving van geschikt voortplantingswater. Nader onderzoek naar vissen, amfibieën en reptielen of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 4.6 Ongewervelden In 2019 is geconstateerd dat er geen aanwijzingen waren voor aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het onderzoeksgebied. Dit is nog steeds het geval.

Er zijn sindsdien geen waarnemingen van beschermde soorten ongewervelden in het onderzoekgebied gedaan. Het onderzoeksgebied is grotendeels verhard en bebouwd en heeft derhalve een beperkte waarde voor ongewervelden. Niet bebouwde terreindelen zijn sterk verruigd en bevatten geen specifieke standplaatseisen voor waardplanten van bijvoorbeeld vlinders of libellen. Ook voor het in de omgeving voorkomende vliegend hert ontbreekt geschikt leefgebied in de vorm van oude wegkwijnende eiken(stobben). De aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het plangebied kan derhalve worden uitgesloten. Nader onderzoek naar ongewervelden of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

12

5

Conclusie

5.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 De voorgenomen sloop van de bebouwing op de locatie Soerelseweg 11 te Heerde leidt, afgezien van het aspect stikstofdepositie, niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Verdere toetsing in de vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Ten aanzien van stikstofdepositie geldt dat aan de hand van een stikstofberekening moet worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dit kan leiden tot significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. 5.2 Wet natuurbescherming; soortenbescherming De grote loodsen in het onderzoeksgebied zijn recent door vleermuizen gebruikt als verblijfplaats. Niet duidelijk is of alleen sprake is van een hangplek van foeragerende gewone grootoorvleermuizen of dat de dieren de gebouwen ook gebruiken als (kraam)verblijfplaats. Dit zal aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek moeten worden vastgesteld.

Indien sprake is van een vaste rust- of voortplantingsplaats van vleermuizen, dan is voor de sloop daarvan een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In het onderzoeksgebied kunnen de kleine marterachtigen bunzing en wezel voorkomen. Aan de hand van onderzoek met een camera kan worden vastgesteld of sprake is van een vaste rust- of voortplantingsplaats of van essentieel leefgebied van deze kleine marterachtigen. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Verder zijn geen niet-vrijgestelde beschermde soorten of vogels met een jaarrond beschermde nestplaats aanwezig in het onderzoeksgebied. Wel kunnen in de begroeiing rondom de bebouwing en in de bebouwing zelf algemeen voorkomende zangvogels broeden. Nesten van deze vogels zijn niet jaarrond beschermde. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen dient voorkomen te worden, bijvoorbeeld door te werken buiten het broedseizoen op plaatsen waar vogels kunnen broeden. 5.3 Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen sloop van enkele loodsen en schuren op de locatie Soerelseweg 11 te Heerde leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk.

Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” is niet aan de orde.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=5d635a29-fb93-4f01-a20d-a32efbb87563