7.2.4. Wapenveld Gruttoweg_Toelichting (1)
Tekst van het document
31
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
voor infrastructuur dat bij minder dan drie procent concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie) ook geen beoordeling op luchtkwaliteit hoeft plaats te vinden; voor kantoorlocaties is dat bij minder dan 100.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak bij een ontsluitende weg, of 200.000 vierkante meter bruto-vloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Bijzondere aandacht verdient verder het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de buurt van rijks- en provinciale wegen beperkt. Daarvoor voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitonderzoek nodig is. Dit geldt aan weerszijden van rijkswegen op een afstand van driehonderd meter en vijftig meter langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg). Waar in een dergelijke onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er ook geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Wel moet in die situaties de locatiekeuze goed gemotiveerd worden. Dat gebeurt al in de context van de goede ruimtelijke ordening.
De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. Onderzoek Het plan betreft de realisatie van 24 woningen. Het aantal verkeersbewegingen is afgeleid uit de verkeerstudie behorende uit bijlage 9. woningtype
CROW aanduiding
aantal
kental per woning
Vrijstaand, koop
Koop, huis, vrijstaand
3 stuks
8,2 mvt/etmaal / 24,6 ritten/etmaal woning
2 onder 1 kap, koop Koop, huis, 2 onder 1 kap
8 stuks
7,8 mvt/etmaal /woning
Starterswoningen
Koop, huis, tussen/hoek
8 stuks
7,4 mvt/etmaal / 59,2 ritten/etmaal woning
Seniorenwoningen
Koop, huis, tussen/hoek
5 stuks
7,4 mvt/etmaal / 37,0 ritten/etmaal woning
totaal
ritten totaal
62,4 ritten/etmaal
183,2 ritten/etmaal
Rekentool Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool in 2008 ontwikkeld. De nibm-tool wordt jaarlijks door InfoMil geactualiseerd. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool (versie 2021) is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald.
32
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) niet overschrijdt. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege de toename van het verkeer is niet noodzakelijk. Achtergrondniveau Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het plangebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Daartoe is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2021, welke in maart 2021 zijn gepubliceerd. Het RIVM produceert deze kaarten jaarlijks. De kaarten geven een beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren. Per kilometer vak worden de concentraties voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen weergegeven waarvoor Europese regelgeving bestaat. De kaarten op deze website hebben een juridisch-formele status. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen betreffen stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM2.5 en PM10 ). De grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM2.5 en PM10 ) uit de wet zijn opgenomen in de navolgende tabel. Luchtconcentratie
Norm
NO2
jaargemiddelde concetratie
40 µg/m3
PM2.5
jaargemiddelde concetratie
25 µg/m3
PM10
jaargemiddelde concetratie
40 µg/m3
Tabel 9. Grenswaarden luchtconcentraties NO2, PM2.5 en PM10 Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het plangebied de volgende achtergrondniveaus zijn gemeten en worden verwacht voor NO2 , PM2.5 en PM10 . Stof
2020*)
2025*)
2030*)
NO2
10.09 µg/m3
6.813 µg/m3
6.148 µg/m3
PM2.5
7.614 µg/m3
7.81 µg/m3
6.37 µg/m3
PM10
14.25 µg/m3
13.63 µg/m3
12.18 µg/m3
Tabel 10. Achtergrondniveaus luchtkwaliteit *) gegevens 2021
Uit de gemeten en berekende achtergrondniveaus blijkt dat deze ruim onder de wettelijke normen blijven.
33
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
Conclusie Het project kan worden beschouwd als een nibm-project. Daarnaast is de luchtkwaliteit in en rond het plangebied zodanig dat de normen voor een goed woonklimaat worden gewaarborgd. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
4.12 Water Vanwege het belang van water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Vallei en Veluwe. Onderzoek Via de Digitale Watertoets is het waterschap Vallei en Veluwe van onderhavig initiatief op de hoogte gebracht. De watertoets is uitgevoerd op 24 januari 2022. De reactie van het waterschap (17 februari 2022) op de ingevulde watertoets is hieronder integraal opgenomen. Op basis van de aangeleverde gegevens is met de digitale watertoets geconstateerd dat het plan een invloed op de waterhuishouding heeft en dat voor het plan de normale procedure moet worden doorlopen. In de directe omgeving van het plan liggen geen watergangen. De enige aandachtspunten zijn de toename van het verharde oppervlak en de grondfluctuatiezone. Reactie waterschap: toename verhard oppervlak "Door de toename van verhard oppervlak kan het hemelwater niet goed in de bodem wegzakken waardoor er wateroverlast kan optreden binnen het plangebied of in de directe omgeving ervan. Door het realiseren van waterberging kan eventuele wateroverlast worden voorkomen. Als vuistregel gebruikt het waterschap een ondergrens van 60 mm waterberging.
Maar omdat er niet geloosd kan worden op een watergang is het goed om het plan zo in te richten dat er bij extreme buien geen wateroverlast ontstaat. We gaan er vanuit dat het schone hemelwater binnen het plangebied wordt opgevangen en zo mogelijk wordt geïnfiltreerd. De gemeente kan hier over adviseren". Verwerking in het plan Voor het opvangen van het schone hemelwater wordt geopteerd voor infiltratie binnen het plangebied d.m.v. bijvoorbeeld IT-riolering / infiltratiekratten met en/of overloop naar een wadi. Een en ander zal in het vervolgtraject worden uitgewerkt. Reactie waterschap: grondwaterfluctuatiezone "Het plangebied ligt in een zone aan de rand van de Veluwe waar in de toekomst mogelijk hogere grondwaterstanden gaan voorkomen. Deze zone heeft de provincie aangeduid als grondwaterfluctuatiezone. In deze zone is het van belang om gebouwen zo te ontwerpen dat hogere grondwaterstanden niet tot overlast gaan leiden. Meer informatie hierover is te vinden op de website van Provincie Gelderland". Verwerking in het plan Blijkens het verkennend bodemonderzoek ligt de grondwaterstand in de huidige situatie tussen de 3,78 m en 3,64 m beneden maaiveld. Bij de aanleg van de woningen en het aanliggende terrein zal rekening worden gehouden met afdoende hoogte verschil en afwatering zodat eventueel overlast wordt voorkomen.
Afwatering richting een wadi behoort daarbij tot de mogelijkheden. Conclusie Aan de opmerkingen van het waterschap zal in de vervolguitwerking tegemoet worden gekomen. Daarmee is het bestemmingsplan wat betreft het aspect water uitvoerbaar.
34
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
4.13 Stikstof Inleiding In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Onderzoek De provincie Gelderland heeft via e-mail laten weten dat in het stikstofregistratiesysteem (SSRS) ruimte is gereserveerd. Initiatiefnemer heeft hiervoor een aanvraag voor een Wnb-vergunning ingediend bij de provincie. Op 20 oktober 2022 heeft de provincie Gelderland hiervoor een Wnb-vergunning verleend. Onderdeel van deze vergunning zijn de uitgevoerde AERIUS-berekeningen. Deze vergunning is als Bijlage 12 aan het plan toegevoegd.
Conclusie Met het afgeven van de Wnb-vergunning is er voldoende stikstofruimte gereserveerd en kan worden geconcludeerd dat stiktof geen belemmering vormt voor voorliggend bestemmingsplan.
4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Inleiding Milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. M.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld aan de vaststelling van een structuurvisie, aan een bestemmingsplan of aan het verlenen een vergunning. In het Besluit m.e.r. zijn in de bijlage onderdeel C en D activiteiten opgenomen, waarbij op grond van artikel 7.8b van de Wet milieubeheer besloten moet worden of bij de voorbereiding van het plan of besluit voor die activiteiten een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Op het voornemen is categorie 11.2 uit bijlage I onderdeel D van het Besluit m.e.r. van toepassing: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarde (2.000 of meer woningen) wordt niet overschreden. Conform het gewijzigde Besluit m.e.r. dient voor activiteiten die wel in de D-lijst zijn opgenomen, maar niet aan de daar genoemde drempelwaarden voldoen, een toets aan 'Bijlage III van de Europese richtlijn milieubeoordeling projecten' te worden uitgevoerd, een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aard, omvang en ligging zijn begrippen die bij deze beoordeling centraal staan.
Een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet in de meeste gevallen worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie (artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r.). Ook in de voorliggende situatie is een aanmeldnotitie opgesteld. Deze is als Bijlage 13 bij de toelichting gevoegd. Conclusie Op [....] heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde een besluit genomen in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het voorliggende bestemmingsplan. In dit besluit heeft het college op basis van de ingediende aanmeldnotitie beslist dat een milieueffectrapportage niet is vereist.
35
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
36
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de regels
Inleiding
Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen met een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplan te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.
5.2
Dit bestemmingsplan
In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Hieronder worden deze hoofdstukken puntsgewijs besproken. 5.2.1
Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de Begrippen en de Wijze van meten. Deze beide artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. De gemeente heeft bindende afspraken over planregels opgesteld. Deze zijn aangepast in overeenstemming met de eisen van de SVBP2012. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. Voor de begrippen is aansluiting gezocht bij andere bestemmingsplannen in de gemeente Heerde. Voor de wijze van meten geldt hetzelfde.
37
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
5.2.2
Bestemmingsregels
Groen De eerste bestemming betreft de bestemming Groen. Openbare gronden met deze bestemming hebben als functie: groenvoorzieningen, parkeren, voet- en rijwielpaden en speelvoorzieningen. Daarbij zijn ondergeschikte nutsvoorzieningen, water en waterberging ook mogelijk. Voorts bepalen de bouwregels dat gebouwen niet zijn toegestaan en bouwwerken die geen gebouwen zijn slechts in zeer beperkte mate mogelijk zijn. Tuin Aan de gronden die gelegen zijn tussen de rooilijnen van de woonbestemmingen en de grens van het openbaar gebied is de bestemming 'Tuin' toegekend. Deze bestemming is geïntroduceerd om het groene karakter van de wijk te versterken, zoals dat ter plaatse van de bestemming voorkomt in de vorm van tuinen die grenzen aan de openbare weg. Met het oog daarop moet worden voorkomen, dat binnen deze strook gebouwde erfafscheidingen worden opgericht met een hoogte van meer dan één meter. Doel van deze bestemming is het onbebouwde karakter van de tuinen in deze strook te handhaven en te bevorderen dat de in deze strook aanwezige tuinen niet of uitsluitend met groen worden afgeschermd. Voor de acht starterswoningen geldt een uitzondering, daar is aan de noordzijde wel bebouwing toegestaan. Verkeer De derde bestemming betreft de bestemming Verkeer. Het gaat hier om de gronden die zijn bestemd voor de openbare wegen en straten en fiets- en voetpaden.
Daarbij zijn uiteenlopende voorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn niet toegestaan. Wel kunnen bouwwerken zoals lichtmasten en zaken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer worden gebouwd. Wonen Ten aanzien van de binnen het plangebied aanwezige woningbouw is als uitgangspunt genomen dat er geen redenen aanwezig zijn om niet tot de toekenning van een positieve (woon-) bestemming over te gaan. Derhalve is aan iedere woning binnen het plangebied de bestemming Wonen toegekend. Bij de bestemming Wonen is bepaald dat (in de bouwstrook) vrijstaande en halfvrijstaande woningen als rijenwoningen zijn toegestaan, zoals aangegeven op de verbeelding.
38
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid kan worden geconstateerd dat het hier een bestemmingsplan betreft voor invulling van een inbreidingslocatie. De ontwikkeling hiervan vindt plaats door een projectontwikkelaar. De gemeente heeft hier geen financiële bemoeienis mee. De uit het plan voortkomende kosten zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Met initiatiefnemer zal een anterieure overeenkomst (planschade is een onderdeel van deze overeenkomst) worden afgesloten. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en wordt het plan uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In deze paragraaf worden, voorzover beschikbaar, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Bro uiteengezet. Ook de resultaten van de zienswijzefase worden hier uiteengezet. De initatiefnemer heeft in de afgelopen tijd op de volgende wijze vormgegeven aan participatie met de omgeving. Er is een inloopbijeenkomst op 16 oktober 2019 geweest waarbij omwonenden zijn uitgenodigd; In oktober/november 2020 is er door omwonenden een klankbordgroep gevormd. Op 25 november 2020 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen omwonenden (klankbordgroep), architect, ontwikkelaar, dorpsraad, adviseur grondeigenaren en de gemeente Heerde. Op 23 september 2021 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen omwonenden (klankbordgroep), architect, ontwikkelaar, dorpsraad, adviseur grondeigenaren en de gemeente Heerde. De oorspronkelijke klankbordgroep is door omwonenden opgesplitst in een klankbordgroep Gruttoweg en een klankbordgroep Flessenbergerweg/Nachtegaalweg. Beide klankbordgroepen hebben hun open aanmerkingen op het plan kenbaar gemaakt. De op- en aanmerkingen van de klankbordgroepen zijn meegenomen in de overwegingen. Diverse aanpassingen zijn hierdoor doorgevoerd in het plan. 6.2.1
Overleg
In het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestemmingsplan ter advisering voorgelegd aan een aantal vaste overleg- en adviesinstanties, zoals bijvoorbeeld de provincie en het waterschap. De binnengekomen reacties zijn waar nodig in het bestemmingsplan verwerkt. 6.2.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 4 oktober 2023 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bekendmaking van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden door middel van een publicatie in het gemeentelijke huis-aan-huisblad en in de Staatscourant. Tijdens deze periode is er voor eenieder de mogelijkheid geweest een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn 18 zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen zijn in een seperate zienswijzennota behandeld. Naar aanleiding van deze zienswijzen is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Met de uitkomsten van het nader ecologisch onderzoek wordt bij de verdere uitwerking van dit plan rekening gehouden. Daarnaast is het inrichtingsplan gewijzigd, hier is een parkeerplaats aan toegevoegd en ter hoogte van het calamiteitenpad is nu een heg en openbaar groen ingetekend. Het calamiteitenpad is uit het plan gehaald. Ook is de Wnb-vergunning als bijlage toegevoegd.
39
bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg
6.2.3
Vaststelling
De bekendmaking van het vaststellingsbesluit vindt te zijner tijd plaats door middel van een publicatie in het gemeentelijke huis-aan-huisblad en in de Staatscourant. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn (zes weken) is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij een voorlopige voorziening bij de voorzitter van de ABRvS is aangevraagd.
40