CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

7.2.10. Bijlage 9 - Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

Raadscommissie 8 april 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bonenburgerlaan 52-545.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Bonenburgerlaan 52-54 Heerde

datum projectnummer

2 mei 2023 213208

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling project projectnummer projectleider

opdrachtgever postadres

contactpersoon

status versie auteur

Ontwikkelingen Bonenburgerlaan Heerde 213208 Jeroen Hendriks De Haag B.V. De Haag 2 5464 XG Veghel Dhr. J. Kriele Definitief 1 Jeroen Hendriks

paraaf gecontroleerd

Juul Osinga

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel Toetsingskader Leeswijzer

1 1 1 1

2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.2.1 2.2.2

Procedurele en inhoudelijke aspecten Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Procedure en betrokken partijen Betrokken partijen Procedure

2 3 3 3 4 4 4 4

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9 3.3

De vormvrij m.e.r.-beoordeling De plaats en kenmerken van het project Kenmerken van het potentiële effect Bodem Bedrijven en milieuzonering Archeologie Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Flora en fauna Verkeer en parkeren Water Samenvatting milieueffecten

5 5 7 7 8 8 9 9 10 10 11 12 13

4

Beoordeling van de effecten en conclusies

14

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Op het perceel Bonenburgerlaan 52-54 te Heerde bestaat het voornemen voor de realisatie van een appartementengebouw met 10 appartementen. In de huidige situatie is hier het autobedrijf Bartelds gevestigd. Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Heerde-Dorp' is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan. Voor dit plan is momenteel een bestemmingsplan in voorbereiding, wat het juridisch-planologische kader vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 1.2 Toetsingskader In deze notitie is de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Het Besluit m.e.r. is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Deze aanmeldnotitie betreft de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten of het mogelijk maken van de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt in gegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt het beoogde plan getoetst aan deze wetgeving.

Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. In hoofdstuk 4 worden de conclusies van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling verwoord in een advies aan het bevoegd gezag.

datum referentie

2 maart 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 1/14

2

Procedurele en inhoudelijke aspecten

De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Onderstaande figuur geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn hiervoor.

Figuur 2.1: soorten milieueffectrapportage

Onderstaand zijn de drie vormen van een milieueffectrapportage nader toegelicht: • m.e.r-plicht: voor activiteiten die zijn opgenomen op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde daarvan overschrijden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling1 opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. • m.e.r.-beoordelingsplicht of plan-m.e.r.: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde overschrijden geldt de (formele) m.e.r. beoordelingsplicht. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de plan-m.e.r. • vormvrije m.e.r.-beoordeling: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar niet de drempelwaarde overschrijden geldt de (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht.

De procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie is nagenoeg gelijk aan de (formele) m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’.

1 Op basis van artikel 3 lid 1 Besluit m.e.r. geldt voor onder meer bestemmingsplannen niet meer automatisch een m.e.r.-plicht als er

een passende beoordeling moet worden gemaakt. Het gaat om plannen die het gebruik bepalen van kleine gebieden (lid 1 sub a) en voor kleine wijzigingen (lid 1 sub b) van plannen. Voor die plannen kan in eerste instantie worden volstaan met een plan-m.e.r.beoordeling.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 2/14

2.1

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.1.1 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis daarvan is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk. Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Op basis van het onderzoek naar flora en fauna (soortenbescherming en gebiedsbescherming) blijkt dat het opstellen van een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming niet benodigd is (zie paragraaf 3.2). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht. Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Gelderland heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt derhalve niet tot m.e.r.-plicht. 2.1.2 Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader.

Toetsing aan D-lijst De beoogde ontwikkeling komt voor als activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 2.1): • Onderdeel D.11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Tabel 2.1: D-lijst, bijlage, besluit Milieueffectrapportage

D11.2

Kolom 1 Activiteiten

Kolom 2 Gevallen

Kolom 3 Plannen

Kolom 4 Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De drempelwaarden in kolom 2 worden door onderhavig plan niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 3/14

2.1.3 Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Het onderhavige plan komt als activiteit voor in kolom 1 van de D-lijst en de drempelwaarden in kolom 2 worden niet overschreden. De drempelwaarde gaat uit van 2.000 of meer woningen. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 10 appartementen. Het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Het bestemmingsplan is te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r. Op basis van het vorengaande wordt geconcludeerd dat een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. De (vormvrije) m.e.r. beoordeling wordt aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. 2.2 Procedure en betrokken partijen 2.2.1 Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure is de gemeente Heerde aan te merken als bevoegd gezag. De Haag B.V.is initiatiefnemer. 2.2.2 Procedure Op basis van de aanmeldnotitie kan het bevoegd gezag een besluit nemen over de noodzakelijkheid tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden.

Het (vormvrije) m.e.r.beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: de vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het bestemmingsplan.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 4/14

3

De vormvrij m.e.r.-beoordeling

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 3.1 De plaats en kenmerken van het project Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: A. de omvang van het project; B. de cumulatie met andere projecten; C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; D. de productie van afvalstoffen; E. verontreiniging en hinder; F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; G. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: H. het bestaande grondgebruik, I. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied, J.

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: − wetlands, oeverformaties, riviermondingen − kustgebieden − berg- en bosgebieden − natuurreservaten en -parken − gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; − gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen − gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid − landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang A. de omvang van het project Het plangebied omvat een bebouwd perceel aan de Bonenburgerlaan te Heerde. Het plangebied staat kadastraal bekend als bekend onder Gemeente Heerde, Sectie B nummers 2808 met een oppervlakte van ca. 1.450 m2. In navolgende figuur is een impressie van de toekomstige situatie weergegeven.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 5/14

Figuur 3.1: toekomstige situatie

B. de cumulatie met andere projecten De herontwikkeling betreft een op zichzelf staan project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkellocatie. In de directe omgeving van het plangebied zijn ter plaatse van het perceel Bonenburgerlaan 48 tevens herontwikkelplannen. Aangezien beide ontwikkelingen qua verkeersafwikkeling mogelijk cumulatieve effecten hebben, is naar dit aspect onderzoek verricht. In paragraaf 3.2.8 wordt hier nader op ingegaan. C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Naast de reguliere materialen en hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt in het onderhavige plan. De appartementen worden bovendien niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en kennen een hoge energieprestatie. Het gebruik van afvalstoffen vormt naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. D. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van onderhavig plan en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de woningen.

De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. E. verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan tijdelijk sprake zijn van verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Deze situatie is tijdelijk en leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase worden ten gevolge van de activiteiten geen belangrijke nadelige effecten verwacht. Verder leidt dit project niet tot onevenredige aantasting van beschermde natuurgebieden. F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van de woningen betreft geen risicovolle inrichting. Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. In paragraaf 3.2 wordt daar verder op ingegaan als onderdeel van het aspect water.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 6/14

G. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling) Bij de functie welke mogelijk worden gemaakt bij voorgenomen ontwikkeling ontstaat er geen relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. H. het bestaande grondgebruik Het plangebied is bebouwd en in gebruik als autobedrijf inclusief bedrijfswoning. I.

relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied Het plangebied en de omgeving hebben geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen, waardoor maar beperkt sprake is van kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen. In paragraaf 3.2 is nader ingegaan op de (potentieel) aanwezige natuurwaarden. J. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe. Het Natura 2000-gebied Veluwe ligt op ca. 2 km afstand van het onderzoeksgebied. Op ca. 2,5 km afstand van het onderzoeksgebied ligt het Natura 2000-gebied Rijntakken. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het onderzoeksgebied. In paragraaf 3.2.7 wordt nader op dit aspect ingegaan. K. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het plangebied maakt ook geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Heerde ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Gelet hierop is er archeologisch onderzoek uitgevoerd, in paragraaf 3.2.3 wordt hier nader op ingegaan.

3.2 Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria die besproken zijn onder paragraaf 3.1 (de plaats en kenmerken van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: • de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; • de aard van het effect; • het grensoverschrijdend karakter van het effect; • de intensiteit en de complexiteit van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; • de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; • de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. 3.2.1 Bodem Potentiële effecten ten aanzien van bodem zijn op voorhand niet te verwachten. Er wordt geen activiteit mogelijk gemaakt die een mogelijk bodemrisico met zich mee brengt. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Verkennend bodemonderzoek Bonenburgerlaan 52-54 te Heerde, Inpijn Blokpoel, 27 maart 2023, 23MP0003-adv-01.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 7/14

Huidige situatie Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek zijn er vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen bouwplannen. Er is sprake van overwegend lichte verontreinigingen waarvoor geen noodzaak bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem, er worden namelijk geen activiteiten mogelijk gemaakt die als bodembedreigend gekwalificeerd kunnen worden. De bodemkwaliteit is bovendien geschikt voor het beoogd gebruik. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.2 Bedrijven en milieuzonering Potentiële effecten ten aanzien van bedrijven en milieuzonering zijn met name gerelateerd aan de realisatie van milieubelastende activiteiten en de hinder die zij veroorzaken op de omgeving en vise versa. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009). Huidige situatie De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door overwegend woonfuncties en lichte vormen van bedrijvigheid passend binnen een woonomgeving. Er zijn geen bedrijven in de omgeving aanwezig die een belemmering vormen voor de beoogde woningbouw.

Toekomstige situatie Aangezien er met onderhavige ontwikkeling een bedrijfsmatige functie wordt opgeheven en woningen toegevoegd worden, kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling qua milieuhinder een positief effect heeft op de omgeving. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van milieuzonering enkel positieve gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.3 Archeologie Potentiële effecten ten aanzien van archeologie zijn met name gerelateerd aan verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologisch bureauonderzoek, Laagland Advies B.V., december 2022, rapport 1040. Huidige situatie Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van resten uit de MiddenPaleolithicum tot Late Middeleeuwen. Voor de bouw van het appartementengebouw zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden. Deze ingrepen zorgen voor een aantasting van de ondergrond in het plangebied, waarbij mogelijke archeologische niveaus kunnen worden verstoord. Om meer inzicht te verkrijgen in de aanwezigheid en aard van eventuele archeologische resten en mogelijk recente verstoringen wordt geadviseerd een verkennend/karterend archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan het best in de

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 8/14

vorm van een verkennend booronderzoek (IVO-O) plaats vinden. Bij het verkennend booronderzoek zullen in het plangebied boringen moeten worden gezet aan de hand waarvan meer informatie verkregen zal worden over de intactheid van de bodem en de daarbij horende archeologische niveaus. Op basis van de resultaten van dit booronderzoek kan dan uitspraak gedaan worden over eventuele aan- of afwezigheid van archeologische resten. Toekomstige situatie Vanwege de voorgenomen ontwikkeling kan verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden niet uitgesloten worden. Ter hoogte van het plangebied dient nog nader archeologisch onderzoek plaats te vinden middels een verkennend/karterend archeologisch onderzoek. In de eventuele archeologische waarden te bescherming is er voor gekozen de dubbelbestemming 'Waarde – Hoge archeologische verwachtingswaarde' over te nemen in het bestemmingsplan. Hiermee worden de mogelijke archeologische waarden in de ondergrond geborgd. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning voor het bouwen dient er middels het verkennend/karterend archeologisch onderzoek een beter beeld te zijn van de archeologische waarden. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

3.2.4 Externe veiligheid Potentiële effecten ten aanzien van externe veiligheid zijn met name gerelateerd aan de aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving van het gebied en/of de realisatie van risicovolle inrichtingen binnen het plan. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Signaleringskaart externe veiligheid, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/ Huidige situatie Op basis van de provinciale risicokaart blijkt dat er in de omgeving geen potentiële risicobronnen aanwezig zijn die een belemmering zouden kunnen vormen. Toekomstige situatie Het plan zelf voorziet in de toekomstige situatie niet in de realisatie van nieuwe risicobronnen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.5 Geluid Potentiële effecten ten aanzien van geluid zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen. Huidige situatie In de huidige situatie is er ter plaatse van het plangebied een autobedrijf aanwezig. Toekomstige situatie Ten aanzien van de akoestische effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de omgeving kan gesteld worden dat er geen milieubelemmerende functies mogelijk worden gemaakt. Enkel de verkeersgeneratie van de woningen kan zorgen voor een relevante geluidbelasting.

Gelet op de reeds aanwezige functie en de beperkte omvang van het beoogde programma kan zondermeer gesteld worden dat er van een significante verkeersgeneratie met bijbehorende extra geluidbelasting geen sprake zal zijn.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 9/14

Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.6 Luchtkwaliteit Potentiële effecten ten aanzien van luchtkwaliteit zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt. Daarnaast dient de luchtkwaliteit in het gebied in beschouwing te worden genomen. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Huidige situatie Op basis van de geraadpleegde bronnen blijkt dat de achtergrondconcentraties fijn stof (PM10), zeer fijn stof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied ver onder de wettelijke norm zit. Toekomstige situatie Gelet op de aard en omvang van de voorliggende ontwikkeling is het aan te merken als een project welke 'niet in betekende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.7 Flora en fauna Potentiële effecten ten aanzien van flora en fauna zijn met name gerelateerd aan soortenbescherming binnen en direct rondom het plangebied en gebiedsbescherming van natuurgebieden.

Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Verkennend natuuronderzoek, Tuitert Natuuronderzoek, 22 maart 2022, VKNO/2022/22.03. • Aanvullend natuuronderzoek, Tuitert Natuuronderzoek, 27 oktober 2022, AVNO/2022/27.10. • Rapportage stikstofberekening, Gras Advies, 28 februari 2023, P05283. Huidige situatie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ca. 2 km afstand. Het betreft ‘Veluwe’. Op ca. 2,5 km afstand van het onderzoeksgebied ligt het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. Uit de uitgevoerde quickscan blijkt het volgende: Het onderzoeksgebied bevat voor vleermuizen toegankelijke bebouwing, waardoor aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen niet op voorhand kan worden uitgesloten. Aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek dient vastgesteld te worden of daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in de

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 10/14

bebouwing aanwezig zijn. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de sloop van de bebouwing. Toekomstige situatie De voorgenomen bestemmingsplanwijziging heeft geen negatieve effecten als gevolg van additionele verstoring door geluid en licht op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Emissie van stikstof kan echter over grotere afstand de natuur beïnvloeden, derhalve is een separate AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de Aeriusberekening blijkt dat de totale stikstofemissie tijdens de gebruiks- en realisatiefase niet leidt tot stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden (depositie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar). Aangezien de voor vleermuizen geschikte bebouwing gesloopt zal worden, is er aanvullend onderzoek uitgevoerd naar een eventuele verblijfplaats van de vleermuis. Uit dit onderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied geen verblijfsplaatsen van de vleermuis aanwezig zijn. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

3.2.8 Verkeer en parkeren Potentiële milieueffecten ten aanzien van verkeer en parkeren zijn met name gerelateerd aan een eventuele toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt en de realisatie van voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. Eventuele gevolgen daarvan ten aanzien van geluid, natuur en luchtkwaliteit zijn reeds in eerdere paragrafen in beschouwing genomen. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Parkeernormennota , gemeente Heerde; • Verkeerskundig onderzoek, Aveco de Bondt, 20 juli 2022, 213208_AdB_RAP_0002_v2.0. Huidige situatie In de huidige situatie is een autobedrijf met bijbehorende verkeersgeneratie op de locatie aanwezig. Toekomstige situatie Met de realisatie van 10 appartementen kent de voorgenomen ontwikkeling een parkeervraag van 17, 2 parkeerplaatsen. Als onderdeel van het plan worden op eigen terrein 18 parkeerplaatsen gerealiseerd waarmee voorzien wordt in de parkeerbehoefte. Aangezien er naast onderhavige ontwikkeling nog een ontwikkeling (Bonenburgerlaan 48) gerealiseerd wordt met een verkeersafwikkeling op de Meidoornlaan, is er door Aveco de Bondt een verkeerskundige analyse uitgevoerd waarin beide ontwikkeling in samenhang zijn beschouwd.

Om te bepalen wat de verkeerskundige impact van de ontwikkelingen is op de omgeving is een telling verricht middels een tellus op de Meidoornlaan. De tellus is van 17 juni t/m 1 juli 2022 13 kalenderdagen actief geweest en heeft al het passerende verkeer, zowel gemotoriseerd als niet gemotoriseerd, geteld. Op basis van de tellingen en de analyse wordt geconcludeerd dat de verkeersgeneratie van beide plannen slechts voor geringe toename van de verkeersintensiteiten op de Meidoornlaan zorgt . De totale intensiteit (meting + ontwikkelingen) is dermate laag dat niet verwacht wordt dat dit tot verkeerskundige problemen zal leiden.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 11/14

Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeer en parkeren geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.9 Water Potentiële milieueffecten ten aanzien van water zijn met name gerelateerd aan de toename van het verhard oppervlak in relatie tot de afwatering van het hemelwater. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • www.dedigitalewatertoets.nl. Huidige situatie In de huidige situatie is nagenoeg het volledige plangebied verhard. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak af. Het is daarom niet verplicht om compenserende maatregelen te treffen. Bij de toekomstige inrichting van het buitenterrein worden door het toevoegen van groen en infiltratiekratten wel voorzieningen aangelegd waardoor overtollig hemelwater in de bodem wordt geïnfiltreerd. Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. In de provinciale omgevingsvisie en -verordening zijn geen beleidsuitgangspunten en/of regels opgenomen over dit thema.

Voorliggend plan voorziet echter niet in woonen/of verblijfruimtes beneden maaiveld waardoor problemen met het grondwater zijn uit te sluiten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 12/14

3.3 Samenvatting milieueffecten In tabel 3.1 zijn de conclusies van de beoordeling van de potentiële effecten van de ontwikkeling samengevat en is aangegeven of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Tabel 3.1 Milieueffecten (milieu)Thema

Conclusie beoordeling potentiële effecten Doorlopen m.e.r.-procedure noodzakelijk

Bodem

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem Nee geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Bedrijven en milieuzonering

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van Nee milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving

Archeologie

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving

Externe veiligheid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe Nee veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving

Geluid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Nee

Luchtkwaliteit

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Nee

Flora en Fauna

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van Nee soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Verkeer en parkeren

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe Nee veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Water

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

Nee

Nee

P 13/14

4

Beoordeling van de effecten en conclusies

Het voornemen om woningbouw te realiseren binnen het plangebied heeft geen nadelige gevolgen voor het milieu. Wanneer er geen ‘nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Geadviseerd wordt om de gemeente Heerde op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum referentie

2 mei 2023 213208_AdB_RAP_0003_v1.0

P 14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=dbd72911-d208-477e-8d16-2aeb894a57d0