7.2.1. TAM-omgevingsplan Kerkweg 8 Vorchten_Motivering
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering
TAM-Omgevingsplan Kerkweg 8 Vorchten
Maart 2025
Status: Definitief
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
Ruimtelijke motivering TAM-Omgevingsplan Kerkweg 8, Vorchten
Plannaam: Plannummer: Plantype: Datum:
TAM-Omgevingsplan Kerkweg 8, Vorchten NL.IMRO.0246.919ONTTAMOPKerkwg8-ON01 Ruimtelijke motivering ten behoeve van een wijziging van het Omgevingsplan Maart 2025
1
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ......................................................................................4 1.1 1.2 1.3
AANLEIDING .........................................................................................................................................4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................................4 LEESWIJZER ..........................................................................................................................................5
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................6 2.1
BESCHRIJVING VAN DE HUIDIGE SITUATIE – RUIMTELIJK EN FUNCTIONEEL ..............................................................6
HOOFDSTUK 3 TOEKOMSTIGE SITUATIE ....................................................................7 3.1
HET VOORNEMEN ..................................................................................................................................7
HOOFDSTUK 4 PARTICIPATIE ................................................................................ 11 4.1 4.2 4.3
ALGEMEEN ......................................................................................................................................... 11 UITKOMSTEN PARTICIPATIEPROCES ........................................................................................................... 11 VOOROVERLEG INSTANTIES ..................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 5 TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN EN BELEID ......................................... 12 5.1 5.2
HET OMGEVINGSPLAN ........................................................................................................................... 12 TOETSING AAN HET BELEIDSKADER ............................................................................................................ 13
HOOFDSTUK 6 ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU ....................................... 27 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14 6.15 6.16
GELUID DOOR ACTIVITEITEN .................................................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 30 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 31 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 32 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 34 GEUR................................................................................................................................................ 36 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 37 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .......................................................................................................... 41 TRILLINGSHINDER .................................................................................................................................
43 WATERASPECTEN ................................................................................................................................. 44 VERKEER EN PARKEREN ......................................................................................................................... 45 GEZONDHEID ...................................................................................................................................... 46 M.E.R.-BEOORDELING ........................................................................................................................... 48 WELSTAND......................................................................................................................................... 50 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ............................................................................................... 50 KLIMAATADAPTATIE .............................................................................................................................. 51
HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE HAALBAARHEID.............................................................. 52 7.1 7.2 7.3
ALGEMEEN ......................................................................................................................................... 52 KOSTENVERHAAL ................................................................................................................................. 52 SITUATIE PLANGEBIED ........................................................................................................................... 52
HOOFDSTUK 8 JURIDISCHE VERANTWOORDING ........................................................ 53 8.1 8.2 8.3
INLEIDING .......................................................................................................................................... 53 OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................... 53 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .......................................................................................................... 55
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING ................................................................. 56 2
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
BIJLAGE 1
BEELDKWALITEITSPLAN .................................................................... 56
BIJLAGE 2
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN .................................................... 56
BIJLAGE 3
PARTICIPATIEVERSLAG ..................................................................... 56
BIJLAGE 4
BODEMONDERZOEK ........................................................................ 56
BIJLAGE 5
STIKSTOFONDERZOEK ...................................................................... 56
BIJLAGE 6
ECOLOGISCH ONDERZOEK ................................................................. 56
BIJLAGE 7
ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ........................................................... 56
BIJLAGE 8
MER-BEOORDELING ........................................................................ 56
3
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggende ruimtelijke motivering heeft betrekking op het perceel aan de Kerkweg 8 te Vorchten, in het buitengebied van de gemeente Heerde. Ter plaatse is een voormalig agrarisch bedrijfsperceel aanwezig. Hier was een varkenshouderij gevestigd. Doordat de komende jaren fors moet worden geïnvesteerd in vernieuwing van het bedrijf en het lange termijnperspectief van de varkenshouderij slecht is, is ervoor gekozen om de bedrijfsactiviteiten op deze locatie te beëindigen. Op het erf staan een bedrijfswoning en vijf leegstaande schuren. De leegstaande schuren worden gesloopt en ter compensatie worden drie woningen teruggebouwd. Hierdoor ontstaat ter plaatse een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Samenvattend bestaat de ontwikkeling uit: • • • • • •
sloop van 2.260 m2 aan landschap ontsierende bebouwing (5 schuren); sanering van overtollige erfverharding; realisatie van drie wooneenheden (vrijstaand + twee-onder-een-kap) met bijbehorende bijgebouwen; behoud van de bestaande voormalige bedrijfswoning; bouw kapschuur ten behoeve van bestaande bedrijfswoning; het geheel zorgvuldig landschappelijk inpassen.
In juni 2022 heeft de gemeente Heerde aangegeven medewerking te willen verlenen aan het plan. Op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan "Buitengebied Oost", is het niet mogelijk om ter plaatse van het plangebied compensatiewoningen toe te voegen en de locatie te gebruiken voor reguliere woondoeleinden, aangezien per woonbestemming hoogstens één woning is toegestaan. Voor deze ontwikkelingen is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Deze wijziging biedt de juiste juridisch-planologische kaders en toont aan dat het initiatief past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties..
1.2
ligging van het plangebied
1.2.1
Aanduiding plangebied
Het plangebied ligt aan de Kerkweg 8 te Vorchten, in het buitengebied van de gemeente Heerde. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Heerde, Sectie N, perceelnummers 379, 791, 792, 1390 en 1391. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende kernen en de directe omgeving weergegeven.
4
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (Bron: PDOK (links), Ruimtelijkeplannen.nl (rechts))
1.3
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de gewenste situatie in het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de gevoerde participatie. Hoofdstuk 5 toetst het plan aan het geldende omgevingsplan en behandelt het beleid van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente Heerde. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 7 in het teken van de financiële haalbaarheid. Als laatste wordt in hoofdstuk 8 de verantwoording van de regels gegeven.
5
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Beschrijving van de huidige situatie – ruimtelijk en functioneel
Het plangebied ligt aan de Kerkweg te Vorchten en in het buitengebied van de gemeente Heerde. De kern Vorchten bevindt zich ten noorden van het plangebied. De ruimtelijk functionele structuur van de omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische gronden, verspreid liggende agrarische bedrijfspercelen en woonpercelen. Op het perceel was een varkenshouderij gevestigd, maar doordat de komende jaren fors moet worden geïnvesteerd in vernieuwing van het bedrijf en het langetermijnperspectief van de varkenshouderij slecht is, is ervoor gekozen om de bedrijfsactiviteiten op deze locatie te beëindigen. De bebouwing op het perceel bestaat uit een bedrijfswoning (zuidwestzijde) en de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die achter en naast de woning zijn gesitueerd. Alle schuren hebben asbesthoudende daken en de voor de agrarische functie toegewezen gronden hebben een oppervlakte van ruim twee hectare. Tussen de bebouwing is erfverharding aanwezig. Ten noorden van de agrarische schuren en de bedrijfswoning ligt een stuk grasland. Het perceel wordt aan de westzijde ontsloten op de Kerkweg. Voor het overige bestaat het plangebied uit tuin bij de bestaande woning en agrarische (cultuur)gronden rondom het erf. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied met een luchtfoto weergegeven.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK, bewerkt)
6
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 3
TOEKOMSTIGE SITUATIE
3.1
Het voornemen
3.1.1
Aanleiding
Zoals in hoofdstuk 1 is omschreven bestaat de wens om aan de Kerkweg 8 drie nieuwe woningen (een vrijstaand en een twee-onder-een-kap) met bijgebouwen te realiseren. Om dit mogelijk te maken worden de agrarische bedrijfsgebouwen op het perceel gesloopt. In totaal bedraagt het sloopoppervlak 2.260 m2. De functie wordt gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. De initiatiefnemers zijn niet voornemens om in de toekomst nog gebruik te maken van de planologische mogelijkheden van de agrarische functie op het perceel. De nieuw te bouwen woningen worden gedegen in het landschap ingepast (zie paragraaf 3.1.2). De beeltenis van de te slopen schuren wordt verwerkt in het ontwerp van de woningen (afbeeldingen 3.1 en 3.2 als impressie). Verder wordt bij elke compensatiewoning een aanpandig bijgebouw gerealiseerd. Bovendien wordt er ten behoeve van de huidige bedrijfswoning een nieuwe kapschuur gerealiseerd 200 m2. Deze wordt gebruikt voor het hebben en houden van hobbyvee. De voormalige agrarische bedrijfswoning wordt in gebruik genomen als reguliere woning. Het gemeenschappelijke deel van het erf blijft in beheer van de erfeigenaar. De ontwikkeling voldoet hiermee aan het door de gemeente Heerde opgestelde beleid omtrent het creëren van maatschappelijke meerwaarde.
De gemeente oordeelt dat er met voorliggend plan waarde wordt toegevoegd aan het landschap en dat het plan bovendien voorziet in de lokale woonbehoefte.
Afbeelding 3.1
Impressie nieuwbouw twee-onder-een-kap (Bron: De BuitenStarter)
7
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
Afbeelding 3.2
Impressie nieuwbouw vrijstaande woning met bijgebouw (Bron: De BuitenStarter)
3.1.1.1 ‘Schuurwoning’ en ‘buitenstarter’ Hieronder wordt nader ingegaan op de woonconcepten die van toepassing zijn op voorliggend planvoornemen. De buitenstarter Kavels in het buitengebied zijn schaars, terwijl overheden eisen stellen aan nieuwe verschijningsvormen in het landschap. Het gevolg: dure riante grond met riante woningen. Dit maakt het voor starters en doorstarters bijna onmogelijk om het platteland te wonen. Groenadviesbureau H.A. ten Have heeft daarom een nieuw woonconcept ontwikkeld, genaamd ‘De Buitenstarter’. Door slim om te gaan met de ruimte is het mogelijk om betaalbare woningen in het buitengebied te realiseren. Voorliggend planvoornemen voorziet in twee woningen (twee-onder-een-kap) die in aanmerking komen voor starters die op het platteland willen (blijven) wonen. De vrijstaande woning op het erf is groter van omvang, maar is met een oppervlakte circa 150 m2 toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Schuurwoning Om de karakteristieke kenmerken van het boerenerf zoveel mogelijk in stand te houden, worden woningen op het platteland tegenwoordig veelal in de stijl van agrarische schuren gerealiseerd. Dit geldt ook voor de woningen in voorliggend planvoornemen. De woningen zijn voldoen aan de huidige kwaliteitseisen en zijn minimaal voorzien van energielabel A+++. 3.1.2
Ruimtelijke uitstraling en inpassing op het erf
3.1.2.1 Beeldkwaliteitsplan Op afbeelding 3.3 is een uitsnede van het beeldkwaliteitsplan, welke in zijn volledigheid is opgenomen in bijlage 1 van voorliggende ruimtelijke motivering. Op het beeldkwaliteitsplan is te zien dat de twee-onder-eenkap een totaaloppervlakte heeft van circa 242m2 met een bouwhoogte van circa 6,6 meter en goothoogtes van circa 2,6 en 3 meter. De vrijstaande schuurwoning heeft een oppervlakte van circa 150m2 met een bouwhoogte van circa 9 meter en een goothoogte van circa 3,6 meter. Verder zijn de woningen voorzien van bijgebouwen en wordt er ten behoeve van de bestaande woning een kapschuur gerealiseerd. Op afbeelding 3.3 is tevens te zien hoe de verkeersituatie is geregeld op het erf. Hierbij wordt opgemerkt dat er een extra
8
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering uitrit wordt gerealiseerd, zodat het verkeer richting het achtererf en het verkeer richting de bestaande woning gescheiden is.
Afbeelding 3.3: Uitsnede beeldkwaliteitsplan (Bron: H.A. ten Have)
3.1.2.2 Landschappelijke inpassing Het plangebied ligt op de rand van een oeverwallandschap ten westen van de rivier de IJssel. Het landschap wordt gekarakteriseerd door weilanden en hoogstam fruitboomgaarden. Op basis van deze landschapskenmerken is het planontwerp gemaakt voor de inpassing van het nieuwe erf. Het huidige erf wordt getypeerd door een gebouwenlint dat diep het oeverlandschap insteekt met een bedrijfswoning, varkensstallen en een kapschuur. Door het verdwijnen van de agrarische functie komen de op het erf gelegen
9
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering schuren leeg te staan. In afbeelding 3.4 is een uitsnede van het bijbehorende erfinrichtingsplan weergegeven. De bestaande uitrit ligt tegen de gevel van de bestaande woning. Om het erf te ontsluiten voor vier woningen wordt deze oprit ca. 10 meter noordwaarts verplaatst. De nieuwe plek is reeds een landbouwkundige uitrit. De bestaande uitrit wordt verwijderd. Verder wordt er een vrijstaande woning gerealiseerd in de vorm van een schuurwoning met een inpandig bijgebouw. Verder worden voor de landschappelijk inpassing de volgende investeringen gedaan: • • • •
aanplant van 140 meter struweelheggen; landschappelijke inpassing van een trafohuis; aanplant van 5 stuks kavelgrensbomen op de zuidelijke perceelsgrens; aanplant van 14 stuks hoogstam fruitbomen op drie posities op het erf.
Voor het volledige landschapsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze ruimtelijke motivering.
Afbeelding 3.4: Uitsnede erfinrichtingsplan (Bron: H.A. ten Have)
10
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 4 4.1
PARTICIPATIE
Algemeen
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief.
4.2
Uitkomsten participatieproces
Ten behoeve van voorliggend planvoornemen heeft er participatie plaatsgevonden. Hieronder wordt kort ingegaan op de verschillende momenten dat er contact is geweest met de buurt. In bijlage 3 is een uitgebreider verslag opgenomen van het participatietraject. De directe omgeving is gedurende het planproces op verschillende momenten betrokken bij de plannen. Hieronder wordt uiteengezet op welke momenten dit is gebeurd. •
In 2021 heeft de initiatiefnemer mondeling de directe buren laten weten dat zij voornemens zijn om te stoppen met hun varkenshouderij. Het gaat hierbij om de bewoners aan de Kerkweg 10, 12, 7, 5, 3, 4, en 6. Bovendien heeft de initiatiefnemer aangegeven voornemens te zijn de functie te willen wijzigen van agrarisch naar wonen.
•
Januari 2022 zijn de omwonenden mondeling geïnformeerd dat de gemeente Heerde openstaat voor het initiatief.
•
In juni 2022 heeft de gemeente een positieve grondhouding aangenomen op het ingediende landschapsplan. Naar aanleiding van deze positieve grondhouding zijn de omwonenden opnieuw mondeling geïnformeerd.
•
In oktober 2023 is er een aangepast plan voorgelegd aan de gemeente. Voordat de initiatiefnemer dit plan is ingediend, zijn de omwonenden op de hoogte gesteld en meegenomen in het ontwerp.
4.3
Vooroverleg instanties
4.3.1
Het Rijk
Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 4.3.2
Provincie Gelderland
Voor het vooroverleg wordt de provincie Gelderland geïnformeerd over het plan. 4.3.3
Waterschap Vallei en Veluwe
Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Voor de uitkomst wordt verwezen naar paragraaf 6.10 van voorliggende ruimtelijke motivering.
11
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 5
TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN EN BELEID
5.1
Het omgevingsplan
5.1.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Heerde. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: Omgevingsplan gemeente Heerde met AKN-nummer /akn/nl/act/gm0246/2020/omgevingsplan (vastgesteld op 1 januari 2024); • Bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ (vastgesteld op 17 juni 2013). Het omgevingsplan bevat in de geldende situatie uitsluitend de regels van de bruidsschat. Afbeelding 5.1 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ”Buitengebied Oost”, waarbij het plangebied rood omlijnd is. Hierop is te zien dat voor het plangebied de functie ‘Agrarisch’ van toepassing is. Verder geldt op de planlocatie een bouwvlak en een nevenfunctie ‘Archeologische verwachting’, een maatvoering ’maximum aantal bedrijfswoningen: 1’ en een gebiedsaanduiding ‘oeverwal’. •
Afbeelding 5.1: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied Oost" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
12
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering 5.1.2
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
Bestemming ‘Agrarisch’ De voor de functie ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn voornamelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Bouwwerken mogen er uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de agrarische functie. Dubbelbestemming ‘Hoge Archeologische verwachting’ De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden Gebiedsaanduiding ‘Oeverwal’ Bij het bouwen van bouwwerken binnen het oeverwallandschap dient rekening gehouden te worden met het behoud de daarbij behorende landschaps- en natuurwaarden. Dit zijn: o o o
5.1.3
Het behoud en herstel van het halfopen landschap door erf- en wegbeplanting en hoogstamboomgaarden Het onregelmatige verkavelingspatroon De aanwezigheid dijken en bijbehorende bijzondere landschapselementen, zoals kolken, gemalen, IJsselhoeven en landgoederen Strijdigheid in relatie tot het omgevingsplan
Het realiseren van extra woningen en het gebruik van de bestaande bedrijfswoning voor reguliere woondoeleinden ter plaatse van het plangebied is op basis van het geldende planologische regime niet toegestaan. Het plan is in strijd met regels die betrekking hebben tot de activiteiten bouwen en gebruiken. Er mag in het plangebied immers enkel worden gebouwd ten behoeve van agrarisch gebruik. Ook mag er niet meer in het gebied worden gewoond als de agrarische activiteiten er komen te vervallen. Tot slot dient de sloop van de schuren alsmede de landschappelijke inpassing planologisch te worden vastgelegd.
5.2
Toetsing aan het beleidskader
Deze paragraaf beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- , gemeentelijk- en waterschapsbeleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 5.2.1
Rijksbeleid
5.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
13
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
2.
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel
3.
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio’s
4.
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
14
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering 5.2.1.2 Instructieregels Rijks (Amvb’s) Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; o beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; o het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; o het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijk vaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van
woningbouwcategorieën; o het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. o o o
In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden.
5.2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Voor de beoordeling van het planvoornemen aan de hand van de ladder van duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 5.15 van voorliggende ruimtelijke motivering. In de betreffende paragraaf wordt geconcludeerd dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op voorliggend planvoornemen. 5.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Toetsing aan de NOVI Er zijn geen nationale belangen in het geding als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze ruimtelijke motivering opgenomen ontwikkeling. Toetsing Instructieregels Rijks (Amvb’s) In hoofdstuk 5 en 6 wordt aangetoond dat er bij dit planvoornomen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.2.1.5 Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 5.2.2
Toekomstambitie plangebied
Zoals in hoofdstuk 1 van voorliggende ruimtelijke motivering is beschreven, ziet voorliggende ontwikkeling toe op de sloop van bestaande, leegstaande, agrarische bebouwing. Ter compensatie worden binnen het plangebied drie wooneenheden geplaatst (een twee-onder-een-kap en een vrijstaande woning). In deze
15
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering paragraaf wordt dieper ingegaan op de toekomstambitie voor het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt dieper ingegaan op het planvoornemen zelf. Voorliggend planvoornemen ziet toe op het definitief beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse van het plangebied. In de toekomst zal de functie wonen hier van toepassing zijn, in de gemeentelijke structuurvisie staat beschreven dat na beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering, functieverandering is toegestaan. Dit mag dan echter niet ten koste gaan van de agrarische functie van het gebied en mag geen belemmering vormen voor andere agrarische bedrijven. In voorliggend geval is hiervan geen sprake. In hoofdstuk 5 wordt het planvoornemen getoetst aan de diverse milieuaspecten. Hieruit wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het gemeentelijk woonbeleid richt zich op vraaggericht bouwen, met een sterke nadruk op woningen in het lagere segment. Tijdens de principefase is echter met de gemeente afgestemd dat plannen van deze aard, gezien de huidige marktomstandigheden, binnen dit segment niet haalbaar zijn. Daarom voorziet het voorliggende plan in woningen uit een hoger segment.
In het principebesluit van 29 juni 2022 heeft de gemeente aangegeven dat, hoewel de grootste vraag ligt bij goedkopere woningen, er ook behoefte is aan duurdere woningen. De realisatie van deze woningen stimuleert bovendien de doorstroming binnen de woningmarkt, doordat bewoners verhuizen naar nieuwbouw en er goedkopere woningen vrijkomen voor starters. Gezien de algehele krapte op de woningmarkt draagt dit plan bij aan een beter functionerende woningmarkt. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan bij de gemeentelijke ambitie om inwoners de mogelijkheid te bieden een leven lang in Heerde te blijven wonen, waardoor het plan in lijn is met de toekomstambitie van de gemeente Heerde. 5.2.2.1 Maatschappelijke meerwaarde Ingediende plannen worden door de gemeente Heerde beoordeelt op maatschappelijke meerwaarde. Een doeltreffende ruimtelijke ordening houdt rekening met de praktische uitvoerbaarheid van de ruimte. De gemeente Heerde past hiervoor uitnodigingsplanologie toe, waarbij de nadruk ligt op het waarborgen van kwaliteit als vanzelfsprekendheid. Het concept van maatschappelijke meerwaarde fungeert als leidraad om deze kwaliteit te demonstreren en te beschrijven. In de Structuurvisie Heerde 2025 heeft de gemeente Heerde het begrip maatschappelijke meerwaarde nader uitgewerkt.
Onder maatschappelijke meerwaarde vallen aspecten zoals ruimtelijke, sociaal-maatschappelijke, economische en duurzame meerwaarde: •
•
•
Ruimtelijke meerwaarde Ruimtelijke meerwaarde is de mate waarin tegemoet wordt gekomen aan de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde (economisch, ecologisch, sociaal, cultureel en erfgoed) bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onderdelen van de ruimtelijke meerwaarde zijn: landschap, architectuur, stedenbouw, verkeer, milieu, ecologie en erfgoed. Sociaal-maatschappelijke meerwaarde De mate waarin de deelname van burgers aan het sociale en economische leven wordt bevorderd. Onderdelen van sociaal-maatschappelijke meerwaarde zijn: welzijn, zelfredzaamheid, sociale cohesie, leefomgeving, veiligheid en gezondheid. Economische en recreatieve meerwaarde Economische en recreatieve meerwaarde is de mate waarin de lokale en regionale economie gestimuleerd en versterkt wordt. Onderdelen van economische en recreatieve meerwaarde zijn: welvaart, werkgelegenheid, toename van bezoekers, versterking van recreatie, toename van bestedingen en lokaal ondernemerschap.
•
Maatschappelijke aanvaardbaarheid meerwaarde Maatschappelijke aanvaardbaarheid meerwaarde is de mate waarin lokale ondernemers en andere personen, instellingen en organisaties van de gemeenschap betrokken worden of baat hebben bij de uitvoering en exploitatie. Onderdelen van maatschappelijke aanvaardbaarheid meerwaarde is draagvlak, betrokkenheid burgers, instellingen en organisaties, samenwerking met lokale ondernemers.
•
Duurzame meerwaarde
16
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering Duurzame meerwaarde is de mate waarin een initiatief aantoonbaar duurzaam is, waarbij toekomstige generaties in hun behoeftes kunnen blijven voorzien. Onderdelen van duurzame meerwaarde zijn: gezonde aarde, welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen. 5.2.2.2 Toetsing aan maatschappelijke meerwaarde Met dit plan wordt geïnvesteerd in het landschap. Voorliggend plan voorziet in een verhoogde ruimtelijke kwaliteit, door schuren te slopen die leeg komen te staan en hier vervolgens drie toekomstbestendige woningen te plaatsen en deze ruimtelijk in te passen. Een landelijk gebied met een goede ruimtelijke kwaliteit draagt positief bij aan de leefbaarheid. De leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van een gebied dragen significant bij aan de plaatselijke economie. Een aangename woon-, werk- en leefomgeving creëert immers een gunstig vestigingsklimaat voor zowel ondernemers als bedrijven. Uit vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend planvoornemen van maatschappelijke meerwaarde is. 5.2.3
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland. 5.2.3.1 Omgevingsvisie Gelderland Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘Gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
energietransitie, van fossiel naar duurzaam; klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; circulaire economie: het sluiten van kringlopen; biodiversiteit: werken met de natuur; bereikbaarheid: duurzaam verbonden; vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema’s: • • • • •
ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid; verkeers- en vervoerbeleid.
17
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering Wonen De provincie en haar partners streven er samen naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de Regionale Woonagenda agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij hieraan gaan doen. De provincie is een van de partijen. Als belangrijke doelgroep van beleid zijn genoemd: • ouderen; • mensen met een zorgindicatie; • jongeren; • arbeidsmigranten; • middeninkomens. Een belangrijke opgave voor deze Regionale Woonagenda’s is de programmering van veranderingen in de regionale woningvoorraad. Het betrekken van meerdere partijen helpt om vanuit verschillende achtergronden actuele informatie over de regionale woningmarkt te krijgen. Kansen en risico’s van nieuwe planen of van bestaande (harde) plancapaciteit kunnen zo beter worden onderbouwd. De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte benadering. Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de vorm, op de plaats en op het moment dat die zich voordoet. Tegelijkertijd streeft de provincie naar een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.
Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. De voorkeur gaat hierbij uit naar het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggende ontwikkeling betreft het realiseren van een drie woningen op voormalig agrarisch bedrijfsperceel. De Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale initiatieven. De betreffende schuren zijn niet geschikt om te bewonen en in bestaand stedelijk gebied is er geen ruimte voor een initiatief als deze. Beoordeeld wordt dat de ontwikkeling kleinschalig van aard is en, gelet op de beoordeling op milieuaspecten (hoofdstuk 5), geen significante milieugevolgen heeft voor de omgeving. Het gehele perceel wordt daarnaast landschappelijk ingepast en resulteert in een kwaliteitsverbetering. Bovendien is er vraag naar dit type woningen in dit gebied. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in lijn is met de principes zoals deze zijn verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland.
5.2.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun omgevingsplan op deze regels afstemmen. Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval betreft het voornemen woningbouwontwikkeling in het buitengebied. Hierdoor is met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van toepassing. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de genoemde artikelen.
18
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering Artikel 5.27 (beschermen ganzenrustgebied) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een ganzenrustgebied, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als: a. b.
de toelichting bij het omgevingsplan een beschrijving van de onderzoeksresultaten bevat waaruit blijkt dat de activiteit of ontwikkeling wordt verricht op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt; en na het verrichten minimaal 500 hectare in het betreffende ganzenrustgebied overblijft.
Toetsing aan artikel 5.27 De situatie voor wat betreft het ganzenrustgebied is opgenomen in het ecologisch onderzoek dat door Ecofect is uitgevoerd (Zie bijlage 6). Hierin wordt geconcludeerd dat het plan geen nadelige gevolgen heeft voor het rustgebied voor overwinterende ganzen. Artikel 5.33 (beschermen landschap algemeen) 1.
Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen.
2.
Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a.
per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en
b.
de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd.
Toetsing aan artikel 5.33 In paragraaf 3.1.2 en Bijlage 2 wordt toegelicht op welke wijze rekening wordt gehouden met de versterking en instandhouding van de aanwezige landschappelijke kernkwaliteiten. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van aantasting van deze kwaliteiten. Artikel 5.38 (beschermen landschap Gelderse streken: IJsselvallei) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek IJsselvallei wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek IJsselvallei. Toetsing aan artikel 5.38 In paragraaf 3.1.2 en Bijlage 2 wordt toegelicht op welke wijze rekening wordt gehouden met de versterking en instandhouding van de aanwezige landschappelijke kernkwaliteiten. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van aantasting van deze kwaliteiten. Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) 1.
Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen.
19
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering Toetsing aan artikel 5.64 In paragraaf 5.15 wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 2.4.3 (gemeentelijk beleid) wordt beleid inzake woningbouw beschreven en getoetst. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) 1.
Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing aan artikel 5.85 In voorliggende kwestie worden drie woningen gerealiseerd in het buitengebied. Dit betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij geen grootschalige klimaatadaptieve maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast neemt het oppervlakte verhard oppervlakte af wat een positieve werking heeft op het aspect wateroverlast. De woning wordt gebouwd conform de hedendaagse eisen wat betreft klimaatadaptatie en duurzaamheid. Voor wat betreft de wateraspecten wordt verwezen naar paragraaf 4.12. Conclusie beleidstoetsing ‘Omgevingsverordening Gelderland’ Geconcludeerd wordt dat het provinciale beleid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.2.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hierna behandeld. 5.2.4.1 Omgevingsvisie gemeente Heerde Algemeen Visie en missie De Omgevingsvisie Heerde, vastgesteld door de gemeenteraad op 27 mei 2024, biedt een integrale visie op de ruimtelijke, sociale en economische ontwikkeling van de gemeente richting 2040. De gemeente Heerde is onderverdeeld in drie zones: • • •
Natuurlijke Veluwe De dynamiek op de Veluweflank Waterrijke IJsselvallei
Het plangebied ligt binnen zone 3: de Waterrijke IJsselvallei, een dynamisch landschap waar water, natuur, landbouw en landschappelijke kwaliteiten elkaar beïnvloeden. Binnen deze zone valt het specifieke deelgebied ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’, dat wordt gekenmerkt door de overgang tussen hogere oeverwallen en het omliggende rivierenlandschap. Dit gebied heeft een historische en ecologische waarde, waarbij de invloed van de IJssel en de weteringen een belangrijke rol speelt in de ruimtelijke ontwikkeling en het landgebruik.
20
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering De Omgevingsvisie bouwt voort op kernkwaliteiten van de gemeente Heerde, waaronder fraaie landschappen, rijke cultuurhistorie, een sterke lokale economie en een aantrekkelijke woonomgeving. De visie richt zich op het behoud en de versterking van deze kwaliteiten binnen een duurzaam kader. Relevante thema’s De Omgevingsvisie hanteert een aantal opgaven die sturend zijn voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de gemeente. Voor dit plan zijn met name de volgende thema’s van belang: • • •
Wonen: Waardevol en passend wonen, waarbij een evenwichtige woningvoorraad en duurzame inpassing in de omgeving centraal staan. Economie: Het faciliteren van een toekomstbestendige economie, waarbij functieverandering mogelijk is mits deze bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Landschap en natuur: Het behouden en versterken van landschappelijke kwaliteiten, met aandacht voor ecologische verbindingen en biodiversiteit.
Wonen In de Omgevingsvisie wordt het belang van een passend en gevarieerd woningaanbod onderstreept. Nieuwbouw moet bijdragen aan de versterking van bestaande woonkernen en zorgvuldig worden ingepast in het landschap. Inbreiding en herbestemming krijgen de voorkeur boven uitbreiding in het buitengebied. In zone 3 geldt dat woningbouw alleen mogelijk is indien deze aansluit bij de cultuurhistorische structuren en de landschappelijke waarden versterkt. De gemeente Heerde hanteert een vereveningsbijdrage voor sociale woningbouw. Conform het addendum op de Woonagenda dient 40% van de nieuwe woningen binnen een initiatief sociale woningbouw te betreffen. Indien dit niet haalbaar is, wordt een compensatiebijdrage verlangd van 30.000 euro per ontbrekende sociale woning. Economie Binnen de Waterrijke IJsselvallei wordt agrarische bedrijvigheid gekoesterd en versterkt. Agrarische bedrijfsbeëindiging kan leiden tot functiewijziging, mits deze past binnen de kernkwaliteiten van het gebied en geen afbreuk doet aan het open landschap. Kleinschalige, duurzame en circulaire bedrijvigheid wordt gestimuleerd, waarbij de gemeente inzet op innovatieve landbouwvormen en natuur-inclusieve ontwikkelingen. Landschap en natuur De Omgevingsvisie legt sterk de nadruk op landschappelijke diversiteit en ecologische waarde.
Ontwikkelingen moeten bijdragen aan natuurversterking en behoud van karakteristieke landschapselementen. De gemeente streeft naar een evenwichtige ontwikkeling waarin water en bodem sturend zijn. Bebouwing en verharding dienen zo te worden vormgegeven dat de ruimtelijke samenhang gewaarborgd blijft. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten uit de gemeentelijke Omgevingsvisie Het voorliggende plan omvat een functiewijziging en woningbouwontwikkeling binnen zone 3. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie, aangezien agrarische bebouwing wordt herbestemd tot wonen zonder afbreuk te doen aan de landschappelijke waarden. De woningbouw draagt bij aan de diversiteit van het woningaanbod en wordt landschappelijk ingepast. In bijlage 2 wordt nader toegelicht hoe deze landschappelijke versterking binnen het plan wordt vormgegeven. Het initiatief past binnen de kaders van de Omgevingsvisie gemeente Heerde en draagt bij aan de geformuleerde beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. In het kader van de Omgevingsvisie zijn de aspecten wonen, economie en landschap relevant. De gemeente staat woningbouw in het buitengebied niet zonder meer toe, maar bij een functieverandering, zoals in dit plan, is deze mogelijkheid wel aanwezig. Een functiewijziging van agrarisch naar een andere bestemming is toegestaan bij bedrijfsbeëindiging, wat hier het geval is.
Daarbij moeten de landschappelijke waarden behouden blijven of worden versterkt. Het plan voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in de uitvoeringsparagraaf. Daarnaast wordt in paragraaf 5.2.4.2 het plan
21
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering nader getoetst in relatie tot het Volkshuisvestingsprogramma. In bijlage 2 wordt uiteengezet hoe deze versterking ten opzichte van de bestaande situatie wordt gerealiseerd. Concluderend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de kaders van de Omgevingsvisie gemeente Heerde en bijdraagt aan de geformuleerde beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. 5.2.4.2 Volkshuisvestingsprogramma 2024-2028 Algemeen Op 24 juni 2024 heeft de gemeenteraad van Heerde het Volkshuisvestingsprogramma 2024-2028 vastgesteld. Dit programma vervangt de eerdere woonvisie en woonagenda en sluit aan op de Omgevingsvisie van Heerde. De ambitie is om in Heerde een gevarieerd, toekomstbestendig en passend woningaanbod te realiseren, waarbij rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen, betaalbaarheid en de behoefte aan zorggeschikte woningen. De gemeente zet actief in op regievoering om deze doelen te behalen, mede in lijn met de regionale Woondeal Stedendriehoek en nationale volkshuisvestelijke afspraken. Woningvoorraad Heerde heeft zich gecommitteerd aan de toevoeging van netto circa 850 (bruto circa 1030) woningen tot en met 2030, met een focus op betaalbaarheid.
Minimaal 30% van de nieuwbouw dient sociale huur te zijn en twee derde van de nieuwe woningen moet vallen binnen het betaalbare segment (sociale huur, middenhuur of koop tot €390.000). De gemeente streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende woningen voor starters, gezinnen en senioren. Doorstroming en herstructurering van de bestaande voorraad spelen hierbij een belangrijke rol. Kwalitatieve afweging Het woningbouwbeleid is vraaggericht: nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten inspelen op de marktvraag en bijdragen aan ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteit. Specifiek wordt ingezet op levensloopbestendige woningen, een gevarieerd woningaanbod per kern en het bevorderen van doorstroming. Daarnaast wil de gemeente initiatieven ondersteunen die bijdragen aan een inclusieve woonomgeving en het langer zelfstandig wonen van ouderen mogelijk maken. Uitvoeringsagenda Volkshuisvestingsprogramma 2024-2028 De Uitvoeringsagenda Volkshuisvestingsprogramma 2024-2028 vormt het tweede deel van het volkshuisvestingsprogramma en werkt de strategische doelen uit het kaderdocument uit in concrete maatregelen en toetsingskaders. De agenda richt zich op drie pijlers: 1. 2. 3.
Een woning voor jong en oud – Sturing op voldoende aanbod voor diverse doelgroepen, met minimaal 30% sociale huur en 40% betaalbare woningen (middenhuur en betaalbare koop). Doorstroming en levensloopbestendig wonen spelen een belangrijke rol. Wonen met ondersteuning en zorg – Realisatie van woonvormen die bijdragen aan zelfstandig wonen en zorg dichtbij huis, inclusief geclusterde woonvormen en woonzorgzones. Een stimulerende leefomgeving – Investeren in een toegankelijke, inclusieve en duurzame woonomgeving die bijdraagt aan sociale cohesie en klimaatadaptatie.
Toetsing aan het volkshuisvestingsprogramma Het initiatief voorziet in de bouw van drie koopwoningen (één vrijstaand en een twee-onder-een-kap). In lijn met het volkshuisvestingsprogramma is er behoefte aan zowel duurdere als goedkopere woningen. De gemeente hanteert een flexibel toetsingskader waarin vraaggericht bouwen wordt gestimuleerd en initiatieven worden beoordeeld op hun bijdrage aan de volkshuisvestelijke doelen. Dit initiatief draagt bij aan de eerste pijler van de uitvoeringsagenda door te voorzien in woningbouw die aansluit bij de behoeften van diverse doelgroepen. Hoewel het plan bestaat uit woningen die niet betaalbaar zijn voor iedere doelgroep, kunnen door de verhuizing van doorstromers goedkopere woningen in de bestaande voorraad vrijkomen voor starters en andere woningzoekenden. Daarmee past het binnen het flexibele toetsingskader van de gemeente
22
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering en ondersteunt het de volkshuisvestelijke ambities van Heerde. Gezien de lokale woonbehoefte en het streven naar een gevarieerd woningaanbod sluit het initiatief daarmee aan bij het gemeentelijk woonbeleid. 5.2.4.3 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgestelde ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
5.2.5
Beleid Water
5.2.5.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.2.5.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het NWP 20162021 op enkele onderdelen gewijzigd. Tezamen geven beide documenten op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.
De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de NOVI wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 5.2.5.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Gelderland wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn gericht op het herstel het versterken van het watersysteem met nieuwe functies, het beperken en compenseren van negatieve effecten en een gebiedsgerichte aanpak tegen uitdagingen op het gebied van water. 5.2.5.4 Waterschap Vallei en Veluwe IJsselvallei en Oostflank Veluwe Waterschap Vallei en Veluwe heeft in de “Blauwe omgevingsvisie 2050” de doelstellingen richting 2050 vastgelegd. Hiervoor heeft het waterschap haar gebied opgedeeld in vier verschillende stroomgebieden. Het plangebied ligt in de ‘IJsselvallei en Oostflank van de Veluwe (zie afbeelding 5.2). In de volgende alinea’s wordt ingegaan op de eigenschappen en doelen voor dit gebied. Kwaliteiten en kansen De oostzijde van de Veluwe gaat over in de IJsselvallei, via de flank van de Veluwe, die met zijn vele sprengen en landgoederen bijzonder rijk is aan cultuurhistorie. De zuidelijke IJsselvallei bestaat uit een stelsel van beken, die van oost naar west stromen en uitmonden in de diep ingesneden rivier. Naar het noorden toe ligt de IJssel
23
TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering minder diep tussen zijn ‘eigen’ oeverwallen. Tussen deze oeverwallen en de hoge gronden van de Veluwe liggen lage gronden, voormalige moerasgebieden, die als polders zijn ontgonnen. In dit overwegend open gebied overheersen de weteringen, die nabij Hattem samenkomen en die via een gemaal, uitstromen in de IJssel. Op de grens tussen de hoge en lage gronden ligt een belangrijke noord-zuidgeoriënteerde waterloop: het Apeldoorns Kanaal. Deze wordt vanaf Apeldoorn geflankeerd door de Grift. De beken, sprengen en de door de mens gemaakte waterlopen zijn onderdeel van het watersysteem, maar zijn in de steden niet altijd meer herkenbaar. Druk op grondwatervoorraden De IJssel is de ‘kleinste grote rivier’ van Nederland. Met zijn huidige inrichting ten behoeve van de scheepvaart heeft de IJssel een sterk drainerende werking: veel grondwater van de Veluwe lekt versneld weg naar de rivier. Voor de Veluwe dreigt het risico dat door klimaatverandering de vraag naar drinkwater toeneemt. Hiermee wordt de druk op de grondwatervoorraden steeds groter. Ten opzichte van de huidige situatie zal het verschil tussen winter- en zomerafvoer steeds groter worden. Steeds vaker zal de scheepvaart op de IJssel te maken krijgen met beperkingen als gevolg van lage waterstanden in de zomer.
Waterkwaliteit Bij weinig afvoer en hoge temperaturen komt ook de waterkwaliteit van de IJssel onder druk. Dat heeft negatieve gevolgen voor de waterafhankelijke natuur in het buitendijkse gebied. Ook komen vaker periodes voor waarin geen water kan worden ingelaten vanuit de IJssel. De inlaatpunten bij Dieren en Terwolde vormen nu nog ‘tappunten’ om een groot deel van de IJsselvallei van water te voorzien. De landbouw en vele andere gebruikers maken hier uiteraard graag gebruik van. We maken rioolwater geschikt om hiermee het watersysteem aan te vullen. Waterafvoer In de winter zullen steeds hogere afvoeren de waterstand in de IJssel doen stijgen en de druk op de dijken verhogen. Met het plan Ruimte voor de Rivier is op sommige locaties de afvoercapaciteit vergroot waardoor de overstromingskans kleiner is geworden. Een groot deel van de dijken langs de IJssel voldoet niet en moet worden versterkt. Overlast Voor vrijwel het gehele gebied geldt dat overlast van zowel te veel als te weinig water voor gaat komen. Dit geldt voor het landelijk én het stedelijk gebied, zoals Apeldoorn, dat te maken krijgt met sterk fluctuerende grondwaterstanden. Het bekensysteem en het Apeldoorns Kanaal kunnen worden ingericht als waterbuffer, waar in natte periodes water kan worden vastgehouden. Dat kan in droge periodes weer worden benut.