6. Raadsvoorstel Vaststellen verordening nadeelcompensatie.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering 3 oktober 2022 Commissie 19 september 2022
Afdeling en opsteller ROW/DIB/M. Berends m.berends@heerde.nl Portefeuille W.I. Meijer Programma Ruimte, ondernemen en wonen Opnemen in Bestuursagenda Nee
Agendapunt 6.
Onderwerp Vaststellen verordening nadeelcompensatie
De raad besluit om: Vast te stellen de ‘Verordening nadeelcompensatie gemeente Heerde’. Inleiding Tegelijk met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023 treedt titel 4.5 Awb in werking. Die regeling stelt particulieren in de gelegenheid om financiële compensatie (‘nadeelcompensatie’) te vragen wanneer een rechtmatige handeling van de gemeente, zoals het verlenen of intrekken van een vergunning of feitelijk handelen, heeft geleid tot financieel nadeel. Burgers die door dergelijk rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het ‘normaal maatschappelijk risico’ en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen dan een aanvraag om nadeelcompensatie indienen (artikel 4:126 van de Awb). De nieuwe regeling nadeelcompensatie vervangt de nog afzonderlijk geldende regelingen van onder meer de Wabo, de Wro, de Wet natuurbescherming, de Tracéwet en de Waterwet. Door voor alle verschillende rechtmatige schadeoorzaken één uniforme aanvraagregeling in de Awb op te nemen, worden alle geschillen over rechtmatig overheidsoptreden geconcentreerd bij één rechter, namelijk de bestuursrechter. In de nieuw vast te stellen verordening worden de gemeentelijke uitvoeringsregels van deze regeling vastgelegd.
De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben de onderhavige college- en raadsvoorstellen en het concept-raadsbesluit in gezamenlijkheid voorbereid. Ook de nieuwe werkprocessen, modeldocumenten en de aanbesteding voor externe adviseurs zijn in gezamenlijkheid tot stand gekomen. Beoogd effect De ‘Verordening nadeelcompensatie gemeente Heerde’ vaststellen. Bevoegdheid / Juridisch kader Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voorziet in een algemene regeling over de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. In deze titel staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Zo bevat de regeling in de Awb procedureregels voor het afhandelen van die
1/5
aanvragen (zoals beslistermijnen). Ook zijn regels opgenomen over de maximale hoogte van het te heffen recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. In de Omgevingswet (afdeling 15.1; hierna: ‘Ow’) is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de algemene regeling uit de Awb. Ten opzichte van titel 4.5 van de Awb bevat de Omgevingswet een nadere afbakening van schadeoorzaken. Artikel 4:126, eerste lid, van de Awb bepaalt dat op grond van elk handelen door de overheid in het kader van een rechtmatige uitoefening van een haar toegekende taak of bevoegdheid om schadevergoeding kan worden verzocht. De regeling in de Awb biedt daarmee een brede grondslag voor aanvragen om nadeelcompensatie. Die brede grondslag wordt in de Ow beperkt tot schadeoorzaken als bijvoorbeeld het verlenen (of intrekken) van een omgevingsvergunning, of het vaststellen van een regel in een omgevingsplan (wanneer deze rechtstreeks rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevat). In de vast te stellen gemeentelijke verordening worden een aantal keuzemogelijkheden vastgelegd, zoals de procedure, de indieningsvereisten, het te heffen recht en de regels voor het inwinnen van extern advies. Eerdere besluitvorming en kaders De verordening vervangt de ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Heerde 2008’ (hierna: de planschadeverordening).
Argumenten Het heffen van het recht kan alleen plaatsvinden bij wettelijk voorschrift (art. 4:128 Awb). Om die reden moet een verordening worden vastgesteld. Overige bepalingen, zoals met betrekking tot de adviescommissie, zouden eventueel ook in een beleidsregel kunnen worden vastgelegd. Omwille van de duidelijkheid is het echter wenselijk alle bepalingen omtrent nadeelcompensatie bij elkaar te houden en dus vast te leggen in één verordening. Bovendien leidt het vastleggen van de adviescommissie in een verordening ertoe dat afdeling 3.3 Awb ook van toepassing is. Deze afdeling bevat aanvullende waarborgen voor de aanvrager van het besluit. Hierna wordt nog toegelicht welke specifieke keuzes in de verordening zijn gemaakt. Het te heffen recht (artikel 2) Voor het in behandeling nemen van de aanvraag kan de gemeente een recht heffen. Dit recht mag maximaal € 500 bedragen en wordt volledig vergoed wanneer de aanvraag wordt toegewezen. Voor de aanvragen in Heerde wordt voorgesteld het tarief vast te stellen op € 500. Dit bedrag komt het meest in de buurt van een kostendekkend tarief. Het volledige recht wordt vergoed wanneer de aanvraag wordt toegewezen. Voor de betaling van dit recht wordt een betalingstermijn van vier weken voorgesteld. Dit wijkt af van de generieke zeswekentermijn voor bestuurlijke geldschulden van artikel 4:87 Awb.
Ten slotte is een hardheidsclausule opgenomen. Deze bepaling regelt dat het college in uitzonderlijke gevallen bevoegd is om het te heffen recht te verlagen. Deze bepaling is bedoeld voor schrijnende situaties waarin buitengewoon bezwaar bestaat om het recht van € 500 vooraf te betalen. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanvragers met een inkomen op of onder bijstandsniveau, die geen vermogen of andere voorliggende voorziening kunnen aanwenden om het recht te kunnen voldoen. Aanvraagvereisten (artikel 3)
2/5
Voorgesteld wordt om het mogelijk te maken de aanvraag in te dienen: 1. via het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier op de gemeentelijke website; of 2. schriftelijk; 3. per e-mail. Door dit op deze wijze vast te leggen wordt voorkomen dat aanvragen ook op andere digitale wijzen (zoals Whatsapp) kunnen worden ingediend. Adviescommissie (artikel 4) In deze artikelen wordt de procedure beschreven die wordt gevolgd wanneer het noodzakelijk is om advies in te winnen voor een juiste afhandeling van de aanvraag. Bij voorkomende aanvragen wordt een extern adviesbureau benaderd met het verzoek advies uit te brengen. Met dit adviesbureau wordt van tevoren, middels een aanbestedingsprocedure, een raamovereenkomst gesloten voor het uitbrengen van dergelijke adviezen. Van het inwinnen van advies wordt afgezien wanneer: - de aanvraag kennelijk ongegrond is; - wanneer de schade niet aan de gemeente kan worden toegerekend; - wanneer eerder al voor een vergelijkbare aanvraag advies is ingewonnen; - wanneer de schade minder bedraagt dan € 500; of - wanneer in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid aanwezig is om de aanvraag zelf te kunnen beoordelen.
Uitbetaling en voorschot (artikel 5) In deze artikelen wordt bepaald dat de toegekende schadevergoeding wordt uitbetaald uiterlijk op de dag waarop het besluit op de aanvraag onherroepelijk is geworden, in beginsel dus zes weken na dagtekening. In uitzonderlijke situaties, waarin de aanvraag naar verwachting zal worden toegekend maar het onevenredig bezwarend is om de beslissing op de aanvraag af te wachten, kan de gemeente een voorschot verlenen. Kwijtschelding (artikel 6) In dit artikel wordt vastgelegd dat voor het te heffen recht geen kwijtschelding wordt verleend. Deze bepaling wordt uit voorzorg opgenomen, omdat het karakter van het te heffen recht niet voldoende duidelijk volgt uit de wet. Voor andere gemeentelijke rechten, zoals leges of begrafenisrechten, is in beginsel kwijtschelding mogelijk, tenzij dit bij verordening is uitgesloten. Mocht het karakter van het te heffen recht ook als gemeentelijke belasting kwalificeren, dan zou dit recht ook voor kwijtschelding in aanmerking komen, zolang daarover niets in de verordening is opgenomen. Om die reden wordt zekerheidshalve bepaald dat dit niet mogelijk is. Mocht de hoogte van het tarief leiden tot betalingsproblemen, dan kan toepassing worden gegeven aan de hardheidsclausule. (zie hiervoor).
Slotbepalingen (artikelen 7 en 8) Deze bepalingen regelen de intrekking van de bestaande planschadeverordening en de inwerkingtreding van de nieuwe verordening nadeelcompensatie. De inwerkingtreding van de verordening wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de nadeelcompensatieregeling in de Awb. Dit is mede ingegeven door de onzekerheid omtrent de datum van inwerkingtreding van deze regeling, die op zijn beurt is gekoppeld aan inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor bepaalde aanvragen blijft de oude planschaderegeling gelden, voor een periode van maximaal vijf jaar. Hiervoor is een regel van overgangsrecht opgenomen. Kanttekeningen Te heffen recht, kostendekkendheid
3/5
De wetgever heeft niet bepaald dat het te heffen recht voor de aanvraag ten hoogste kostendekkend mag zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld de legesheffing wel het geval is. De gemeenteraad is vrij in de vaststelling van de hoogte van dit tarief, tot een maximum van € 500 per aanvraag. Voor het voorgestelde tarief van € 500 wordt daarom geen cijfermatige onderbouwing gegeven. Wel is het zo dat op het gebied van dienstverlening – zoals bij de legesheffing – de gemeente probeert zoveel mogelijk kostendekkend te werken. Het voorgestelde tarief van € 500 komt het meest in de buurt van de kosten die daadwerkelijk gemaakt worden om een aanvraag in behandeling te nemen. Hoewel de precieze kosten op voorhand niet goed te voorspellen zijn, zullen de totale kosten per aanvraag het bedrag van € 500 al snel overschrijden. Zeker omdat in veruit de meeste gevallen extern advies moet worden ingewonnen. Omdat de wetgever een maximumtarief van € 500 heeft ingesteld, is het hier dus niet mogelijk om een volledig kostendekkend recht te heffen. Bovendien wordt dit recht terugbetaald wanneer een aanvraag wordt gehonoreerd. Inwerkingtreding De inwerkingtreding van titel 4.5 Awb hangt samen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, die verwacht wordt op 1 januari 2023.
Omdat die datum nog niet definitief is, is de inwerkingtreding van deze verordening nadeelcompensatie gekoppeld aan de daadwerkelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet. Mocht deze onverhoopt opnieuw worden uitgesteld, dan blijft de oude planschadeverordening nog van kracht. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal dan ook de verordening nadeelcompensatie in werking treden en de planschadeverordening worden ingetrokken (m.u.v. het overgangsrecht, zie hiervoor). Geld In de begroting 2023 zal rekening worden gehouden met de overgang naar ‘nadeelcompensatie’. Communicatie Na vaststelling van de verordening wordt deze bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad en gepubliceerd in “de Schaapskooi”, de gemeentelijke website en op overheid.nl. Inclusiviteit Voor minima kan het tarief van € 500 voor het indienen van een aanvraag wellicht als een hoge drempel worden ervaren. Bij de huidige planschade regeling heeft dit tot op heden echter niet tot problemen geleid. Mocht de betaling van dit tarief in voorkomende gevallen toch moeilijk of onmogelijk blijken, dan kan toepassing worden gegeven aan de hardheidsclausule (zie hiervoor). Cittaslow Niet van toepassing. Inkoop en SROI Met de gemeente Oldebroek wordt al een aantal jaren samengewerkt met betrekking tot de externe advisering op het gebied van planschade. De bestaande raamovereenkomsten lopen binnenkort af.
Op dit moment wordt onderzocht hoe de voortzetting ervan gestalte moet krijgen. Daarbij zullen naar verwachting ook de gemeenten Elburg en Nunspeet aanhaken. Met hen wordt vanuit de gemeente Oldebroek al langer op dit gebied samengewerkt. Een optie is, dat ook de gemeente Hattem zich bij deze samenwerking gaat aansluiten. Bij het aangaan van nieuwe overeenkomsten met adviesbureaus zullen de noodzakelijke aanbestedingsregels in acht worden genomen. Uitvoering Door de inwerkingtreding van de Awb-bepalingen over nadeelcompensatie wordt het belangrijker om direct bij ontvangst van een schadeclaim te beoordelen of er sprake is van een rechtmatige of onrechtmatige schadeoorzaak. Dit heeft immers gevolgen voor de te doorlopen procedure en de van toepassing zijnde afhandeltermijnen. Om die reden is het proces voor de afhandeling van
4/5
schadeclaims opnieuw vastgesteld. Dit proces vangt aan met een beoordeling van de schadeclaim door de ‘schadeduider’: de persoon die beoordeelt of de gestelde schade voortkomt uit een rechtmatige, dan wel een onrechtmatige overheidsdaad. De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben inmiddels ieder hun eigen ‘schadeduider’ aangewezen. Verder zal op de gemeentelijke website een formulier beschikbaar worden gesteld waarmee particulieren (DigiD) en bedrijven (eHerkenning) hun aanvraag om nadeelcompensatie kunnen indienen. Voor de verdere afhandeling van de aanvraag nadeelcompensatie hebben de gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek in gezamenlijkheid standaardbrieven ontwikkeld voor onder meer de procedurebevestiging, het inschakelen van een extern adviseur en het uiteindelijke besluit. De aanvrager ontvangt uiterlijk binnen 8 weken, of 6 maanden indien een extern adviseur moet worden ingeschakeld, een definitief besluit op zijn aanvraag. Tegen dit besluit staan de gebruikelijke rechtsmiddelen van bezwaar en beroep bij de rechtbank open. Evaluatie In 2024 zal het eerste jaar van de uitvoering van de nieuwe regeling nadeelcompensatie worden geëvalueerd. Daarbij zullen onder meer de werkprocessen, het tarief, de betaaltermijn en de toepassing van de hardheidsclausule tegen het licht worden gehouden.
Advies commissie(s) Dit wordt ingevuld nadat het advies is behandeld in de commissievergadering. Heerde, 10 mei 2022 Het college van Heerde drs. J.W. Wiggers B. van Zuthem
, burgemeester , gemeentesecretaris
Bijlagen: 1. Raadsbesluit Vaststellen verordening nadeelcompensatie Ter inzage: geen
5/5