CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.5. RES beleidskader bij discussienota zon en wind

Raadscommissie 23 september 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Discussienota Lokaal uitnodigingskader zon en wind4.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inleiding Aanleiding

Analyse zon en wind

RES Beleidskader bij discussienota Versie: 2/2024 April 2024

1

1 Regionale Energiestrategie Het nationaal Klimaatakkoord heeft als doel om in 2030 de kolencentrales uit te schakelen. In plaats daarvan zal energie duurzaam moeten worden opgewekt. Een groot aandeel daarvan wordt door windmolens op zee opgewekt. Een klein deel wordt opgewekt bij particulieren. Nederland is verdeel over 30 regio’s waarin gemeenten, waterschappen en provincie samenwerken aan de opgave om duurzame energie op te wekken op het land. De gemeente Heerde werkt samen in de regio Stedendriehoek aan Regionale Energiestrategie (RES). De RES moet zorgen voor een onderbouwd bod voor de hoeveelheid energie die binnen de regio opgewekt kan worden. Regio Stedendriehoek heeft het bod ingevuld vanuit de regionale en lokale kenmerken die het landschap hebben gevormd. Het bod van de Regio Stedendriehoek bestaat uit de duurzame opwek van 1,07 terawattuur (TWh).

Grafiek 1. Opbouw RES-bod in MW van de Regio Stedendriehoek

Megawatt is een eenheid voor energie. 1 TWh is 1.000.000.000 kWh Om het in verhouding te plaatsen: Het energieverbruik in 2015 binnen de gemeente Heerde was 0,5 TWh.

2

Uitwerking RES

In de RES regio Stedendriehoek wordt een beschrijving gegeven van hoe het bod tot stand gekomen is maar ook welke uitgangspunten zijn gekozen. Een van de belangrijkste uitgangspunten is het versterken van het landschap. De regionale opgave komt door een aantal ontwikkelingen onder druk te staan. De gemeentes in de regio Stedendriehoek hebben de inspanningsverplichting om de RES 1.0 te verankeren in het lokale omgevingsbeleid. Hiervoor is zijn gebiedsprocessen doorlopen, raadvergaderingen georganiseerd en ruimtelijk beleid ontwikkeld.

ZOn op land

In de RES 1.0 staat de zonneladder aan de basis voor de te doorlopen strategie: Trede 1: zonnepanelen op daken en gevels Trede 2: zonnepanelen op onbenutte terreinen in bebouwd gebied Trede 3: zonnepanelen op onbenutte terreinen in landelijk gebied Trede 4: zonnepanelen op landbouw- en natuurgronden Bij de provincie en het Rijk is steeds meer onrust ontstaan bij de uitwerking van deze zonneladder. De toepassing van de trede 1 t/m 3 is onvoldoende gebleken. Zonneparken werden steeds meer ontwikkeld op landbouwgronden. Ontwikkelaars konden via de RES en de uitwerking daarvan duidelijk zien waar in het landschap zonneparken kunnen worden gerealiseerd. Daarop zijn ontwikkelaars naar de eigenaren van die landbouwgronden gestapt en zijn voorstellen gedaan voor de ontwikkeling van zonneparken.

Er is sprake van een voorkeursvolgorde en niet van een voorwaardelijke volgorde. Daarom is de ontwikkeling van treden 1 t/m 3 ingewikkelder dan de ontwikkeling van trede 4. aangescherpte voorkeursvolgorde zon Bij trede t/m 3 zijn er veel stakeholders en er is geen dwingend instrument om de daken te benutten of de onbenutte terreinen in de bebouwde kom. Het ontwikkelen van grootschalige zon op land is in dat opzichte veel makkelijker. Er zijn wel veel stakeholders maar er is maar één eigenaar en één gemeente. Daarop door de minister van BZ in samenspraak met de minister van EZK een Kamerbrief opgesteld waarin de voorkeursvolgorde zon wordt aangescherpt. In die brief is opgenomen wanneer de trede 4 wel kan worden toegepast. De volgende uitzonderingsmogelijkheden voor trede 4 van de zonneladder zijn mogelijk: A: Agri PV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonnepark B: Landbouwgronden die in transitie zijn; bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon werk bestemming, recreatie of overgang naar natuur. C: als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdragen aan de vermindering van netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik. De “Statenbrief Voorkeursvolgorde zonnepanelen” beschrijft het voorstel hoe Gelderland om wil gaan met de landelijk gemaakte afspraken.

Deze voorkeursvolgorde wordt vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. 3

Interpretatie uitzonderingsgronden Bij uitzonderingsgrond A blijft de agrarische bestemming de hoofdactiviteit. Begrazing met schapen als groenbeheer valt hier niet onder. Teelt van gewassen onder of tussen de panelen wel. Uitzonderingsgrond B heeft betrekking op gronden die een andere bestemming krijgen. Een zonnepark dient als tussenfase richting een definitief andere gebiedsbestemming. Deze uitzonderingsgrond zal lastig uitvoerbaar zijn. Als gronden in eigendom zijn of in eigendom komen van de gemeente en worden ontwikkeld voor woonwijk of bedrijventerrein zal de transitie geen 30 jaar kunnen duren. Ook als het gaat om een gereserveerde ruimte (bijvoorbeeld een voormalige sportlocatie) dat uiteindelijk ontwikkeld wordt als bedrijventerrein kan dit niet zolang in transitie zijn. De financiële regels van de overheid verplicht namelijk dat gronden niet zolang in overgang kunnen zijn. Een gedane investering door de overheid zal na een paar jaar niet ontwikkelen afgeboekt moeten worden. Voor uitzonderingsmogelijkheid C geeft de Statenbrief geen nadere duiding. Binnen de regio Stedendriehoek wordt deze uitzonderingsmogelijkheid als volgt geduid: zonnepanelen zijn toegestaan op landbouw- en natuurgronden als ze onderdeel zijn van duurzame decentrale energiesystemen voor voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen op locaties waar sprake is van netcongestie.

Ook geldt deze uitzonderingsmogelijk als ze onderdeel zijn van decentrale energiesystemen ten behoeve van de warmtetransitie en voor het verduurzamen van de mobiliteit, op locaties waar sprake is van netcongestie.

Windenergie

De Beleidslijn Windenergie beschrijft hoe de provincie Gelderland omgaat met windenergie. In januari 2024 is een aanvulling gekomen op die beleidslijn. In die aanvulling gaat het specifiek over de vraag hoe de provincie kan omgaan met windenergie in de zone van 1-8 kilometer rondom Natura 2000 gebied de Veluwe. Binnen de 1 kilometer wordt windenergie uitgesloten. In het milieueffectrapport is onderzocht wat de gevolgen voor de wespendief zijn van het plaatsen van windturbines op de verschillende afstanden van de Veluwe. Gezien de risico’s die windturbines in de zon van 1-8 kilometer voor de wespendief opleveren, is er slechts onder voorwaarde ruimte voor windenergie. Omdat het met de Veluwe niet goed gaat hebben wespendieven moeite om voedsel te vinden. Vooral in de maanden juli en augustus vliegen zij tot ver buiten de Veluwe. In de beleidslijn is opgenomen als er binnen de RES regio alternatieve zoekgebieden voorhanden zijn buiten de 1-8 kilometer om het bod te vullen moet deze voor besluitvorming worden meegenomen. Geen waterbedeffect De ruimte voor nieuwe windparken in de zon van 1-8 kilometer rondom de Veluwe is beperkt. De voorziene ruimte is er niet binnen de regio Stedendriehoek. De ontwikkeling van de windenergie in de regio Stedendriehoek beperkt zich daarom tot de gemeente Zutphen en de gemeente Lochem.

De regio Stedendriehoek heeft bestuurlijk afgesproken dat er geen waterbed kan ontstaan. Dan gaat het over het verplaatsen van de opweklocaties buiten de zone van 1-8 kilometer van de Veluwe. De bijdrage aan windenergie in de RES kan daarom niet volledig op die twee 4 gemeenten worden vertaald.

Vervolg RES

De aangescherpte voorkeursvolgorde zorgt voor aanpassing van de RES. In de regio Stedendriehoek moeten daarom meer windmolens geplaatst worden. Er zijn echter geen extra ontwikkelingen van windmolens voor de regio Stedendriehoek die vergund kunnen worden voor 2025 en gerealiseerd kan worden voor 2030. Deze jaartallen zijn voor de uitvoering van de RES 1.0 van belang. Regio wordt aan de RES 1.0 gehouden De provincie heeft aangegeven dat het nakomen van de RES afspraken het uitgangspunt is. De ruimte voor Windenergie binnen de 1-8 kilometer rondom de Veluwe is in de praktijk reeds ingevuld met lopende initiatieven buiten de regio Stedendriehoek. Beleidsmatig is er daarmee geen potentie voor windenergie en de regio ziet geen alternatieven ter compensatie elders binnen de Regio. De provincie heeft als reactie op de brief van de regio Stedendriehoek bevestigd dat er geen sprake is van alternatieven ter compensatie elders en dat de regio niet kan worden aangerekend op het achterblijven van de ambitie zoals verwoord in de RES 1.0 (Reactie handelingsperspectief wind op de Veluwe” van 14 juli 2022 zaaknummer 2020-003059).

Als de potentie van de treden 1 t/m 3 in beeld zijn gebracht moet dit worden vertaald in grootschalige campagnes. Daarbij moet de autonomie van een individuele eigenaar met een groot dak/gevel oppervlak gerespecteerd worden. Als overheid kan je daarom alleen maar overgaan op het stimuleren van de individu en is er geen sprake meer van grootschalige gebiedsontwikkeling. De vraag is hierbij tot hoever kan je als gemeente gaan in het stimuleren en zijn er dan voldoende instrumenten daarvoor? Afschalen ambtelijk en bestuurlijke inzet in de RES De RES heeft de basis in de potentie van grootschalige opwek. Dat hebben de daken in principe niet. Afgezien van de netcongestie problematiek die hier tot 2032 speelt is het de afweging waard om kritisch te kijken naar de ambtelijke en bestuurlijke inzet binnen de RES voor de komende jaren tot 2030.

Afspraken Een mogelijke afspraak is om in beeld te brengen wat de potentie is voor de trede 1 t/m 3 binnen de gemeenten. Daarbij moet worden aangetekend dat de ontwikkeling binnen deze treden voor een grotere ambtelijke belasting zal zorgen dan tot nu toe het geval is. 5

2 Lokaal beleidskader Zon en Wind Het uitnodigingskader gemeente Heerde zon en wind is het gevolg op de procesafspraken van de Regionale Energiestrategie van de regio Stedendriehoek in de RES 1.0.

Op basis van landschappelijk, ecologische en landbouwkundige waarde is een maximale hoeveelheid aan hectare zonnevelden gedefinieerd per landschapstype. - Veluwe flank: 15 hectare - Broeklanden: 25 hectare - Oeverwal: 10 hectare

Voor het opstellen van de het Uitnodigingskader Wind en Zon is een ruimtelijke verkenning uitgevoerd. Binnen de gemeente Heerde worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden; Veluwe, Veluweflank, Broeklanden, Oeverwallen en Uiterwaarden. Elk landschapstype heeft specifieke kenmerken zoals hoogteligging, bodemgebruik, beplanting, patronen van de wegen, verkaveling en bebouwing. De landschapsanalyse is de basis geweest tot de keuzes in maximale grootte van zonneparken en de kansen om tot meervoudig ruimtegebruik te komen.

Op 27 juni 2022 is het uitnodigingskader door de gemeenteraad vastgesteld. 6

Zonneladder In de RES 1.0 staat de zonneladder aan de basis voor de te doorlopen strategie: Trede 1: zonnepanelen op daken en gevels Trede 2: zonnepanelen op onbenutte terreinen in bebouwd gebied Trede 3: zonnepanelen op onbenutte terreinen in landelijk gebied Trede 4: zonnepanelen op landbouw- en natuurgronden De zonneladder is ook vertaald in het uitnodigingskader van de gemeente Heerde. In de uitgangspunten is het volgende aangegeven: Zoveel mogelijk zonnepanelen op daken Inwoners en gebiedspartners roepen op om zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en andere bouwwerken te stimuleren. We zetten hier als gemeente actief op in met als doel 35% groei van zonnepanelen per jaar tot 2035. De activiteiten om zonnepanelen op daken te stimuleren vallen buiten de scope van dit kader. Nog niet alle mogelijkheden voor zonnepanelen op daken zijn benut omdat: • de eigenaar van het pand bepaald wat er met zijn dak gebeurd. Hier is de gemeente (nog) niet sturend in; • Niet elk dak constructief sterk genoeg is voor zonnepanelen • De kosten voor een dak dat constructief sterk genoeg te maken voor zonnepanelen meer kost dan dat het opwekken van de energie oplevert voor de eigenaar • Meerdere verzekeringsmaatschappijen verzekeren zon op daken van boerenschuren en bedrijfspanden niet vanwege brandgevaar.

Het uitnodigingskader is gericht op het mogelijk maken van de ontwikkeling van zonneparken binnen de met randvoorwaarden begrensde gebieden. Het uitnodigingskader gaat daardoor niet in op de toepassing van trede 1 en 2 van de zonneladder. Ontwikkelingen Doordat de zonneladder een voorkeursvolgorde is en geen voorwaardelijke volgorde, is de toepassing van de trede 1 t/m 3 niet af te dwingen met de instrumenten die de gemeenten hebben. Bij trede 1 t/m 3 zijn er veel stakeholders en er is geen dwingend instrument om de daken te benutten of de onbenutte terreinen in de bebouwde kom. Het ontwikkelen van grootschalige zon op land is in dat opzichte veel makkelijker. Er zijn wel veel stakeholders maar er is maar één eigenaar en één gemeente. Zonneparken worden daarom steeds meer ontwikkeld op landbouwgronden. Ontwikkelaars kunnen via de RES’en en de uitwerking daarvan in het lokale beleid, duidelijk zien waar in het landschap zonneparken kunnen worden gerealiseerd. Daarop zijn ontwikkelaars naar de eigenaren van die landbouwgronden gestapt en zijn voorstellen gedaan voor de ontwikkeling van zonneparken. Ook in de gemeente Heerde hebben ontwikkelaars zich gemeld om met het uitnodigingskader, zonneparken te ontwerpen op landbouwgronden.

Overigens blijkt uit een data-analyse van de gegevens van Liander, dat er ook ontwikkelaars zijn die zich niet hebben gemeld bij de gemeente maar wel een offerte-aanvraag hebben ingediend voor een aansluit en transportovereenkomst voor zonneparken binnen de gemeente.

7

Themaraad lokaal uitnodigingskader zon en wind In de raadsvergadering van 5 juni 2023 is een motie (202306) zon op land en het uitnodigingskader door de gemeenteraad aangenomen. In deze motie wordt het college opgeroepen om onder andere bij beoordeling van initiatieven alert te zijn op omvang en positionering van de zonnepanelen, juist ook in relatie tot buren en direct aanwonenden. Het college heeft in de memo Actieve raadinformatie van 12 juni 2023 aangegeven dat het college voornemens is om een discussienota voor te bereiden en voorafgaand daaraan een themaraad te organiseren. Op 23 oktober 2023 is de themaraad geweest waar een toelichting is gegeven op het tot stand komen van het lokaal uitnodigingskader en de invulling van de korrelgrootte en de afstandseis van een zonnepark tot aan een woning en/of woonkern.

Korrelgrootte Uit de landschapsanalyse zijn er drie landschapstypen kansrijk gevonden voor zonnevelden. Om te bepalen welke grootte van zonnevelden waar acceptabel is, is gekeken naar de grootte van de kavels in de drie landschapstypen. Dit wordt de korrelgrootte genoemd. De keuze voor de korrelgrootte is bepaald aan de hand van de kenmerken van het landschapstype. De korrelgrootte is het oppervlak aan zonnepanelen minus de landschappelijke inpassing, kwaliteitsverbetering en onderhoudspaden tussen de rijen. Naast de grootte is ook de vraag gesteld of zonnevelden gespreid of geclusterd moeten worden. In de voorbereiding richting het uitnodigingskader is hierover in gebiedsbijeenkomsten met specialisten en bewoners gesproken.

Het college heeft toegezegd dat in het eerste kwartaal van 2024 een discussienota aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd voor het aanpassen van het uitnodigingskader. De aanpassingen zouden gericht zijn op die punten die in de themaraad aan de orde zijn geweest.

8

Veluweflank Op de overgang van de hoge naar de lage gebieden liggen oude landbouwgebieden (essen of escomplex). Vanouds waren dit de meest geschikte landbouwgronden. De essen zijn in de afgelopen eeuwen sterk opgehoogd met potstalmest, vermeng met heideplaggen.

De Veluweflank kenmerkt zich door een fijnmazig mozaïeklandschap, regelmatige blokverkaveling en verspreide bebouwing. De korrelgrootte rondom bebouwing is 0,1 tot 1 hectare. De maximaal beoogde grootte van een zonneveld vraagt gezien de korrelgrootte om het combineren van percelen. De beekdalen en de hier voorkomende essen bieden kansen voor integrale gebiedsontwikkeling met zonneparken. Verspreiden of clusteren Op de Veluweflank past verspreide zonnevelden vanwege het mozaïeklandschap.

9

Broeklanden Broeklanden zijn lage natte terreinen en kenmerken zich als een grootschalig open gebied met veelal grasland en weinig bebouwing. Door de openheid is de korrelgrootte verschillend. De verkaveling is gerealiseerd vanuit de waterstructuur. De kavels zijn 2-5 hectare en de kavels rondom bebouwing zijn 1-2 hectare.

Verspreiden of clusteren Verspreide zonnevelden moeten gekoppeld zijn aan de schaal van de erven en glastuinbouw. Hier is een kans voor het maken van ecologische verbindingen. Bij clustering is er een kans voor nieuwe natuur bij de wetering, natte kruidenrijke vegetatie, nieuw broekbos en waterberging. Bij een grootschaligere clustering is er een kans voor het uitbreiden van broekbos, natte landbouw en een hogere natuurwaarde na exploitatie door minder bemesting en grondkering.

10

Oeverwallen De oeverwallen zijn gevormd door afzetting van de IJssel. De oeverwallen zijn herkenbaar als hoogtes in het landschap. Oeverwallen werden in de prehistorie al bewoond. De hoger gelegen gronden waren vruchtbaar en zorgden voor veiligheid tegen overstromingen. Korrelgrootte Oeverwallen 1-6 hectare De oeverwallen hebben en divers landschap met een onregelmatige blokverkaveling. De kavelgrootte ligt tussen de 3-6 hectare. Rondom de bebouwingskernen zoals Veessen en Vorchten is de korrelgrootte 1-2 hectare.

Verspreiden of clusteren De korrelgrootte is bepalend voor de grootte van het zonneveld. Er zijn kansen voor het toevoegen van landschapsversterkende en ecologische waarde versterkende elementen zoals onder andere landschappelijke hagen, elzenhagen, houtwallen of houtsingels en boomgaarden.

11

Aangescherpte voorkeursvolgorde zon Na de themaraad met de hierboven besproken onderwerpen, heeft de minister van BZK op 26 oktober 2023 de Tweede Kamer geïnformeerd over de aangescherpte voorkeursvolgorde zon. Bij de provincie en het Rijk is steeds meer onrust ontstaan bij de uitwerking van het lokale beleid voor grootschalige zonneparken en de toepassing van de zonneladder daarin. Daarop is door de minister van . BZK in samenspraak met de minister van EZK een Kamerbrief opgesteld waarin de voorkeursvolgorde zon wordt aangescherpt. In die brief is opgenomen wanneer de trede 4 wel kan worden toegepast. De volgende uitzonderingsmogelijkheden voor trede 4 van de zonneladder zijn mogelijk: A: Agri PV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonnepark B: Landbouwgronden die in transitie zijn; bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon werk bestemming, recreatie of overgang naar natuur. C: als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdragen aan de vermindering van netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik. De “Statenbrief Voorkeursvolgorde zonnepanelen” beschrijft het voorstel hoe Gelderland om wil gaan met de landelijk gemaakte afspraken. Deze voorkeursvolgorde wordt vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.

Aan de provinciale omgevingsverordening worden de volgende artikelen toegevoegd (formele besluitvorming PS voorzien in januari 2025): Artikel 5.90 (nieuw) 1 Als een omgevingsplan de aanleg van een productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van zonne-energie mogelijk maakt, wordt de volgende voorkeursvolgorde voor de keuze van geschikte locaties in acht genomen: a. op daken en gevels; b. op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied; c. op terreinen en objecten in het landelijk gebied; d. op landbouw- en natuurgronden. 2 Onverminderd het eerste lid maakt een omgevingsplan de aanleg van een zonnepark op landbouwgronden niet mogelijk, tenzij: a. in combinatie met een substantiële agrarische functie; b. op landbouwgrond die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie is; c. het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik. Artikel 5.90a (nieuw) (ruimtelijke inpassing zonneparken) 1. Als een omgevingsplan de aanleg van een zonnepark mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met: a. de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of locaties waar zonneparken mogelijk zijn; en b. de wijze waarop deze kwaliteit behouden of blijvend versterkt kan worden. 2.

In een omgevingsplan dat de aanleg van een zonnepark in het buitengebied mogelijk maakt, wordt bepaald dat: a. het zonnepark landschappelijk goed wordt vormgegeven en ingepast; b. het zonnepark na beëindiging van het gebruik wordt verwijderd; en c. de mate waarin de bij aanleg en gebruik van een zonnepark gerealiseerde versterking van de ruimtelijke kwaliteit na de verwijdering van dat zonnepark in stand wordt gehouden.

12

Artikel 5.90b (nieuw) (participatie bij de aanleg van een zonnepark) Als een omgevingsplan de aanleg van een zonnepark mogelijk maakt, besteedt de toelichting aandacht aan: a. de mate waarin het streven naar minimaal 50% financiële participatie voor omwonenden is gerealiseerd; b. de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de procedurele en financiële participatie van omwonenden; en c. een beschrijving van hoe en gedurende welke periode initiatiefnemer gewerkt heeft aan het verkrijgen van draagvlak bij de omwonenden.

Vertaling aangescherpte voorkeursvolgorde Er zijn behalve de uitzonderingsgronden van de aangescherpte voorkeursvolgorde geen mogelijkheden voor de ontwikkeling van een zonnepark in Heerde. De ontwikkelaars die met of zonder het uitnodigingskader aan de slag zijn gegaan vallen niet in de uitzonderingsgronden en zullen dus geen toestemming krijgen om de ontwikkeling verder uit te voeren.

13

3 Discussienota

Het uitnodigingskader gemeente Heerde zon en wind is het gevolg op de procesafspraken van de Regionale Energiestrategie van de regio Stedendriehoek in de RES 1.0. Op basis van landschappelijk, ecologische en landbouwkundige waarde is een maximale hoeveelheid aan hectare zonnevelden gedefinieerd per landschapstype. - Veluwe flank: 15 hectare - Broeklanden: 25 hectare - Oeverwal: 10 hectare Doordat de omgevingsverordening stelt dat de aanleg van een zonnepark op landbouwgronden niet mogelijk is, komt die maximale hoeveelheid per landschapstype te vervallen. De aangescherpte voorkeursvolgorde van de zonneladder bevat een nee-tenzij benadering voor zonneparken/zonnevelden op landbouwgronden. De aanleg van een zonnepark is niet mogelijk tenzij: a. In combinatie met een substantiële agrarische functie b. Op landbouwgrond die in transitie is c. Het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik. De nee-tenzij benadering van het uitnodigingskader komt bovenop de bovenstaande voorkeursvolgorde. Het is niet nodig om het uitnodigingskader te laten vervallen. De uitzonderingsgronden kunnen alsnog worden toegepast.

Een ontwikkeling wordt maatwerk Indien het mogelijk is, binnen de uitzonderingsgronden van de aangescherpte voorkeursvolgorde, om te ontwikkelen zal het uitnodigingskader een afstandseis bevatten van de ontwikkeling tot aan een woonkern en een individuele woning. Er moet afstand gehouden worden van minimaal 50 meter tot aan de gevel van gebouwen die niet bij het plan horen. Deze 50 meter geldt voor het gehele project inclusief de inpassing. De omvang en verhouding en positie van zonnepanelen in verhouding tot het landschap is voornamelijk maatwerk. Dit maatwerk wordt gekaderd door de volgende randvoorwaarden: • Het ontwerp sluit aan bij bestaande structuur en schaal van het landschap (korrelgrootte); • Het landschap en de landschappelijke versterking blijft na exploitatietermijn in stand ongeacht de bestemming; • Het zonneveld is niet zichtbaar tenzij het kwaliteit toegevoegd aan het landschap, een duidelijke educatieve waarde heeft, en/of het de gekoppelde ruimtelijke opgaven ten goede komt. Door deze randvoorwaarden moet onder andere: • De hoogte van de panelen afgestemd worden op het landschapstype en op de inrichting van de rand (landschappelijke inpassing); • Het zicht op de achterkant van de panelen vermeden worden, door bijvoorbeeld groen inpassing of het draaien van de laatste rij panelen.

• Spiegel effect verminderd worden en de kleur van de panelen en het frame, afgestemd worden op het landschap. 14

Daarvoor zijn de volgende discussiepunten geformuleerd: 1: Moet de kaart van het uitnodigingskader worden aangepast, waarbij alle licht groen gekleurde gebieden oranje gekleurd worden? Alle ja-mits gebieden worden dus nee-tenzij gebieden.

Argument: Het schept duidelijkheid dat alle gronden in het buitengebied alleen kunnen voldoen aan de uitzonderingsgronden van de verscherpte voorkeursvolgorde zon en aan de extra vereisten zoals zijn opgenomen in het uitnodigingskader onder Nee-Tenzij.

15

2: Moet de kaart van het uitnodigingskader worden aangepast waarbij alleen rondom de woonkernen Heerde en Wapenveld de lichtgroen gekleurde gebieden worden opgenomen en de rest van het buitengebied oranje gekleurd wordt? De ja-mits gebieden beperken zich dan tot de kernen Heerde en Wapenveld

Argument: Zonneparken nabij de kernen kunnen bijdragen aan oplossen van netcongestie Woningbouwontwikkeling en het isoleren van de wijken vragen ook netcapaciteit. Die capaciteit zal niet altijd voorhanden zijn. De korte afstand van een zonneveld tot een kern kan voordelig zijn in het voorzien van energie aan de kern en een bijdrage leveren aan het verminderen van de netcongestie. Ook is het mogelijk om een zonnepark aan te sluiten achter de meter van een grootverbruiker (bijvoorbeeld een bedrijf). Hiermee wordt het mogelijk om een zonnepark te ontwikkelen en uitbreiding te realiseren voor een of meerdere bedrijven. Ook kan een zonnepark bijdragen aan nieuwbouw of het verduurzamen van bestaande gebouwen. Kanttekening De ja-mits gebieden rondom de kernen zijn beperkt. Ontwikkelaars zullen hierdoor nog gerichter hun diensten kunnen verkopen. De ja-mitsgebieden kunnen alleen maar gebruikt worden in de uitzonderingsgronden van de zonneladder met de aangescherpte voorkeursvolgorde. Het specifiek behouden van de ja-mitsgebieden rondom de kernen geeft hierdoor geen extra mogelijkheid ten opzichte van de aangescherpte voorkeursvolgorde. 16

3. Wil de raad het uitnodigingskader aanpassen voordat het besluit voor aanpassing van de Omgevingsverordening door Provinciale Staten van Gelderland is vastgesteld (voorzien in januari 2025)? Argumenten: Op 6 maart 2024 heeft provinciale staten besloten de aangescherpte voorkeursvolgorde zon uit de kamerbrief van 26 oktober 2023, expliciet over te nemen. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de afspraak over de juridische verankering van die voorkeursvolgorde in de provinciale omgevingsverordening. De regels van de provinciale omgevingsverordening zijn direct geldend in een omgevingsplan. Daarom is het niet nodig deze op te nemen in het uitnodigingskader.

Beleidsmatig is er daarmee geen potentie voor windenergie en de regio ziet geen alternatieven ter compensatie elders binnen de regio. De provincie heeft als reactie op de brief van de regio Stedendriehoek bevestigd dat er geen sprake is van alternatieven ter compensatie elders en dat de regio niet kan worden aangerekend op het achterblijven van de ambitie zoals verwoord in de RES 1.0. Lokale doelstelling Het uitnodigingskader is de eerste aanzet om binnen de kaders van uitnodigingsplanologie, duurzame energie op te wekken. Nu er behalve de uitzonderingsgronden geen ruimte is voor zonnevelden en windenergie, kan de vraag gesteld worden welke bijdrage de gemeente Heerde kan hebben in grootschalige duurzame energieopwek zoals is beschreven in de RES 1.0.

Consequenties RES en lokale doelstelling De aangescherpte voorkeursvolgorde zorgt voor aanpassing van de RES. In de regio Stedendriehoek moeten daarom meer windmolens geplaatst worden. Er zijn echter geen extra ontwikkelingen van windmolens voor de regio Stedendriehoek die vergund kunnen worden voor 2025 en gerealiseerd kan worden voor 2030. Deze jaartallen zijn voor de uitvoering van de RES 1.0 van belang. Regio wordt aan de RES 1.0 gehouden De provincie heeft aangegeven dat het nakomen van de RES afspraken het uitgangspunt is. Daarom zou er ruimte moeten zijn voor windenergie. De ruimte voor windenergie binnen de 1-8 kilometer rondom de Veluwe is in de praktijk reeds ingevuld met lopende initiatieven buiten de regio Stedendriehoek.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=e1613f57-573d-4926-bc66-3dbd4af760a6