6.5. 20250715 memo staatsteun Zuivelmuseum
Tekst van het document
Memo Datum 15 juli 2025
Van Juridische zaken
Aan College
Onderwerp Beoordeling staatsteuncriteria Zuivelmuseum
De gemeente moet bij haar handelen altijd rekening houden met Europese straatsteun regels. Daarnaast is in het bijzonder in het gemeentelijk Treasury statuut opgenomen dat rekening wordt gehouden met de staatsteunregels. 1. Achtergrond De regels met betrekking tot staatsteun komen voort uit afspraken binnen de Europese Unie. Ze zijn vastgelegd in artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dat betekent dat voor de uitleg van staatsteunregels kan worden gekeken naar uitleg van Europese Commissie en Europese Hof van Justitie. Het ministerie van BZK en de VNG hebben specifiek het Kenniscentrum Europa Decentraal opgericht om uitleg te geven over het Europees recht, waaronder staatsteun. Voor meer informatie kan op de website van Kenniscentrum Europa Decentraal worden gekeken. In deze memo wordt volstaan met de hoofdlijnen en analyse van situatie ten aanzien van het Zuivelmuseum. Staatsteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden. De EU wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Door de staatsteunregels willen ze eventuele steun door overheden in goede banen leiden. De EU heeft onder andere uitzonderingen aangewezen, waarbij geen sprake is van staatsteun.
De bekendste is misschien wel de de-minimus regeling, waarbij een bedrag van € 300.000,- aan staatsteun geoorloofd is. Ook heeft de EU verschillende vrijstellingsverordeningen voor specifieke doelgroepen opgesteld. Zo is artikel 53 van de Algemene Groenpsvrijstellingsverordening (AGVV) van toepassing op steun voor diverse culturele doelstellingen en activiteiten. Om te kunnen bepalen of er sprake is van staatsteun, moet namelijk worden voldaan aan 5 cumulatieve criteria. In deze memo vatten we de criteria als volgt samen: 1. Is er sprake van een onderneming die een economische activiteit verricht? 2. Wordt de steun door staatsmiddelen bekostigd? 3. Verschaffen de staatsmiddelen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit)? 4. Is de maatregel selectief: geldt het voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio? 5. Vervalst de maatregelen (in potentie) de mededinging en (dreigt dit te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.
2. Beoordeling In onderstaand schema wordt desbetreffende criteria toegepast op de casus van het Zuivelmuseum. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat we een lening verschaffen aan het Zuivelmuseum. Criteria Onderneming Staatsmiddelen
Economisch voordeel
Selectief
Grensoverschrijdend effect
Analyse ambtelijke organisatie Het zuivelmuseum kan worden aangemerkt als onderneming. Er wordt immers entreegeld gevraagd. De gemeente financiert de eventuele lening uit eigen middelen, al dan niet met geleend geld. De gemeente ontvangt hiervoor een huurvergoeding. Als er sprake is van marktconform handelen, dan kan er volgens de Europese unie geen sprake zijn van staatsteun. Of de overheid marktconform handelt moet vooraf worden beoordeeld, rekening houdend met de informatie die beschikbaar was op het moment dat tot de maatregel werd besloten. Bij de eventuele lening aan het zuivelmuseum zal worden gerekend met een rente van 3,5 % en een opslag van 1 %, daarnaast zal het zuivelmuseum moeten aflossen. Deze tarieven zijn marktconform. Hierbij is geen rekening gehouden met 10 jaar aflossingsvrije periode of eventuele aanvullende garantstelling. Daarbij is de vraag in hoeverre het marktconform zou zijn. De lening wordt verstrekt aan één specifieke partij, te weten het zuivelmuseum. De gemeente is terughoudend is het verstrekken van leningen. Meestal wordt er snel van uitgegaan dat handelsverkeer wordt beïnvloed. Uitzondering is het zuiver lokaal effect. De Europese Commissie heeft in 2013 een besluit genomen over de bouw van een Grieks museum1. Dit besluit is ook van belang voor beoordeling van casus van het Zuivelmuseum.
In het geval van het Griekse museum keek de Commissie naar de ligging, de grootte en de aard van het museum. Ook de publiciteit die voor een museum wordt gemaakt was relevant. Als die niet gericht is op het aantrekken van toeristen uit andere lidstaten, dan is er mogelijk sprake van een puur lokaal effect. Het is aan de gemeente om te bepalen of het museum in kwestie voldoet aan deze criteria. Na de gesprekken met het Zuivelmuseum concludeert de ambtelijke organisatie dat in dit geval kan worden gesproken van zuiver lokaal effect.
Bovenstaande analyse van de cumulatieve criteria van staatsteun leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van staatsteun. In dit geval is er geen sprake is van een grensoverschrijdend effect. In dit geval gaat het om een zuiver lokaal effect en daarom geen sprake van staatsteun. 3. Algemene Groepsvrijstellingsverordening Volledigheidshalve staan we nog even stil bij de specifieke steunmogelijkheden ten aanzien van de culturele sector. Er is in art. 53 van de Algemene Groepsvrijstelling ook een specifieke bepaling opgenomen voor steunmaatregelen aan culturele doelstellingen en activiteiten. Om hier gebruik van te kunnen maken, moet er worden voldaan uit de algemene voorwaarden uit artikel 1 tot en met 12 van de AGVV. Hierbij moet worden gedacht aan voorwaarden wat betreft transparantie, risico’s, stimulerend effect, cumulatie van subsidies en feit dat geen steun mag worden verleend bij financiële moeilijkheden. Bij het Zuivelmuseum is er wel degelijk sprake van financiële moeilijkheden, immers is dat de reden dat er om een lening en/of garantie wordt gevraagd. Er kan 1 Besluit Europese Commissie: SA.36581 (2013/NN) – Greece, van 6 november 2013
2/3
dus geen gebruik worden gemaakt van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Nu er is geconcludeerd dat er geen grensoverschrijdend effect heeft, is dit vooralsnog voor de casus Zuivelmuseum geen probleem. 4. Conclusie Er is sprake van een zuiver lokaal effect, derhalve is er geen sprake van staatsteun.
3/3