CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.3. 2023-10.2. Brief Min EZK Energie op Rijksgronden (2).pdf

Raadscommissie 14 maart 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: Actieve raadsinformatie 2023-10, Geluidsoverlast A502.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

> Retouradres Postbus 2 0 4 0 1 2 5 0 0 EK Den Haag Directoraat-generaal Klimaat en Energie

RES Cleantech t.a.v. R. Postbus 120 7390 AC Twello

Directie W a r m t e en O n d e r g r o n d Bezoekadres B e z u i d e n h o u t s e w e g 73 2 5 9 4 AC Den Haag Postadres Postbus 2 0 4 0 1 2 5 0 0 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T

070 379 8911 (algemeen)

F

070 378 6100 (algemeen)

www.rijksoverheid.nl/ezk Behandeld door drs. W.A. Roeterdink

Betreft

Energie op Rijksgronden

T

070 378 4453

w.a.roeterdink@minezk.nl

Geachte mevrouw Helmer,

Ons kenmerk DGKE-WO / 2 1 2 3 8 3 6 2 Uw kenmerk

Met de indiening van uw RES 1.0 heeft u een mijlpaal bereikt. U kunt starten met de volgende fase in de verduurzaming van de energie-opwek in de RES Cleantech. Het Rijk wil u bij de uitwerking en realisatie graag terzijde staan door 1 gronden ter beschikking te stellen die het Rijk zelf in beheer heeft. In deze brief vindt u meer informatie over de mogelijkheden die het Rijk u via het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) biedt. Verder leest u hoe u in aanmerking kunt komen om in het programma OER te worden opgenomen. Hierbij geldt een onderscheid voor RES-regio's die hun interesse formeel nog kenbaar moeten maken en RES-regio's die dat al hebben gedaan. O p w e k v a n Energie op R i j k s v a s t g o e d ( O E R ) In het programma OER, gestart in 2020, werken Rijkswaterstaat (RWS), ProRail, Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland , het ministerie van Defensie, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en diverse andere ministeries samen. Het programma heeft als doel om een concrete bijdrage te leveren aan het realiseren van de opgave van de RES'en om 35TWh duurzame energie op te wekken in 2030. Met het programma OER wil de Rijksoverheid eigen gronden ter beschikking stellen aan marktpartijen realisatie van duurzame energieprojecten.

Door Rijksgronden met slimme functiecombinaties, zoals zon-PV of windmolens langs dijken, defensieterreinen, spoor- en autowegen, in te zetten voor de opwek van energie wil het Rijk ook een bijdrage leveren aan meervoudig ruimtegebruik. Het Rijk hecht hierbij aan de beleidsuitgangspunten in de zoals het ontzien van vruchtbare landbouwgronden, gebieden met hoge landschappelijke of natuurlijke waarden en het herstellen of versterken van de biodiversiteit (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Zo dient ook invulling te worden gegeven aan de voorkeursvolgorde zon-PV, waarover het Rijk met provincies en gemeenten al overeen is gekomen deze mee te nemen in de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieë n . Ook is afgesproken dat als onderdeel van het RES-proces een kwalitatieve waardering plaatsvindt waarbij wordt gekeken hoe ruimtelijke belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Hierbij liggen voor het combineren van energie met andere maatschappelijke vraagstukken zoals stikstof, biodiversiteit, woningbouw en bedrijventerreinen.

Pagina 1 v a n 4

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie W a r m t e en O n d e r g r o n d

Ons kenmerk DGKE-WO / 2 1 2 3 8 3 6 2

De keuze welke gronden beschikbaar worden gesteld, gebeurt in nauwe afstemming en samenwerking met de decentrale overheden. Het ter beschikking stellen van gronden vergt voorbereidende werkzaamheden van zowel Rijkspartijen als decentrale overheden. Het OER programma dient hierbij om de communicatie en werkzaamheden aan kant van de Rijksoverheid te stroomlijnen. Om de realisatie van energieprojecten op Rijksgronden in uw RES tot een succes te maken, zullen deze zeker bij de grotere percelen in projectmatige vorm worden opgepakt. OER is de rijksbrede opvolger van het Hernieuwbare energie dat een focus heeft op Rijkswaterstaatslocaties 1 In OER zullen de opgedane leerervaringen van dit pilotprogramma worden benut voor verbreding naar vastgoed van andere Rijksvastgoedhoudende diensten. Voor meer informatie over het verwijzen wij u naar de van 30 oktober 2020. Aandragen van locaties heeft nu de mogelijkheid om locaties aan te dragen. Naar verwachting kunnen de hieruit voortvloeiende projecten niet in 1 keer worden opgepakt maar worden deze opgepakt in meerdere tranches. Locaties die uiterlijk 20 december 2021 door de verantwoordelijke bestuurders per brief bij het ministerie van EZK zijn ingediend, worden meegenomen bij de beoordeling voor de volgende tranche. Aanvragen kunnen worden gericht aan: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat t.a.v.

de directeur Warmte en Ondergrond mevrouw E.W.E. Pijs Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG Wij streven ernaar u begin 2022 te berichten hoe we invulling willen geven aan deze volgende tranche, welke projecten op de reservelijst zullen komen en wanneer locaties kunnen worden aangedragen tranches daarna. Hierbij zal worden gekeken naar zowel gronden van Rijkswaterstaat als van andere diensten. Vervolgtraject selectie v a n projecten Vanwege verenigbaarheid met onze beleidsuitgangspunten en beperkingen in budget en capaciteit bij de rijksdiensten, zullen naar verwachting niet alle verzoeken van RES'en voor opwekking van duurzame energie op rijksgronden direct worden uitgevoerd. Bij overschrijding van de mogelijkheden moet worden geprioriteerd om te bepalen of een project gestart zal worden met een (voor)verkenning en zo j a , in welke tranche met bijbehorende startdatum het wordt geplaatst. Voor deze beoordeling en prioritering zal gebruik gemaakt worden van bijgevoegd beoordelings- en prioriteringskader. Enkele RES-regio's hebben, vooruitlopend op de RES 1.0, al contact opgenomen met het Rijk over de inzet van RWS-gronden ten behoeve van de opwek van duurzame energie. Als bijlage bij deze brief deel ik graag een overzicht van de tot nu toe geleerde lessen met u. Uitgebreide informatie treft u op de website Pagina 2 v a n 4

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie W a r m t e en O n d e r g r o n d

Vanwege het succesvolle verloop van deze gesprekken, groot bestuurlijk draagvlak en kans op realisatie van deze locaties, is op 6 locaties een zogenoemde voorverkenning van start gegaan met inbreng van lokaal bevoegd gezag 2 Het streven van het Rijk is dat alle gedragen aanmeldingen in de komende 2 jaar nader verkend gaan worden, zodat alle daaruit voortvloeiende projecten vó ó r 2030 kunnen worden gerealiseerd. Afhankelijk van de interesse zal de RES'en in deze periode naar verwachting halfjaarlijks de mogelijkheid worden gegeven voor het doen van aanvragen. Aanmelding en informatie Indien er vanuit uw RES al een formeel verzoek is gestuurd, nemen wij in de periode tot 20 december contact met u op om u verder te informeren en samen de te bespreken. Als er vanuit uw RES nog geen verzoek is gestuurd en u wel wilt aansluiten bij het programma OER, nodig ik u uit om zo snel mogelijk contact met ons op te nemen. Ook als de zoeklocatie nog niet volledig vast staat, nodig ik u uit ons vooral een eerste bericht te sturen. Wij nemen dan contact met u op om u verder te informeren, en samen de te onderzoeken om de plannen op een zo eenvoudig mogelijke wijze verder te brengen.

Dat geldt ook als er vanuit uw RES-regio weliswaar een verkennend gesprek met ons heeft plaatsgevonden maar dit gesprek nog niet heeft geleid tot een formeel verzoek om Rijksgronden ter beschikking te stellen voor opwek van energie. Voor alle verzoeken kunt u contact opnemen met Jeroen Bijleveld en Mieke van de Veerdonk (06 4 6 9 2 0 1 8 1 ; respectievelijk 06 11279699) of via PostbusOER@minezk.nl Indien u gereed bent om een aanvraag in te dienen, vragen wij u deze zo snel mogelijk, maar uiterlijk 20 december te voltooien in de vorm van een brief aan bovengenoemd adres. Om de verschillende projectlocaties te kunnen beoordelen vragen we u om uw aanvraag inclusief de volgende informatie te verstrekken: Aanduiding van de locatie, met concreet kaartmateriaal Of, en, zo j a , hoe deze locatie is opgenomen in uw RES 1.0 Beoogde opwektechniek (zon/wind) Bestuurlijk draagvlak (ondertekening brief door bestuurders lokaal bevoegd gezag met een duiding waar lokaal bevoegd gezag zich voor wil inspannen in (menskracht/€ ) binnen de betreffende RES-regio 3 Provincie waar het zoekgebied in ligt Indicatie opwekpotentie (aantal MW)

De voorverkenning zal vervolgens moeten uitwijzen of wordt doorgegaan naar de verkenningsfase. De activiteiten in deze voorverkenning kunnen bestaan uit het uitvoeren van technische en economische studies om het potentieel vast te stellen, maken van verkennende schetsen voor landschappelijke inpassing, opstellen van een eerste globale businesscase en het voeren van ambtelijk en bestuurlijk overleg, met als doel een gezamenlijk gedragen beeld en uitgesproken intentie te behalen en het inventariseren van de mogelijkheden tot Indien beoogde locaties de grenzen van een RES overschrijden (bijv. bij wordt u verzocht aan te geven in hoeverre de aanvraag met deze andere RES('en) is afgestemd. Pagina 3 v a n 4

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie W a r m t e en O n d e r g r o n d

Indicatie/beoordeling netbeheerder (indien beschikbaar) 4 Overwegingen RES-regio m.b.t. ruimtelijke inpasbaarheid, en afweging ruimtelijke belangen gerelateerd aan de huidige functie van de betreffende locatie. Ik wens u veel succes met uw eventuele aanvraag en de verdere uitwerking en realisatie van uw RES. Uw inspanningen beschouw ik daarbij als het Klimaatakkoord in de praktijk. Ik realiseer me dat die praktijk weerbarstig kan zijn. Langs deze weg wil ik mijn grote waardering uitspreken voor uw inzet, die essentieel is om onze doelen te realiseren.

Met vriendelijke groet, De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat - Klimaat en Energie, namens deze:

Esther Pijs Directeur Warmte en Ondergrond

Wij zullen hier zelf ook een toets op laten uitvoeren. Pagina 4 v a n 4

Bijlage: Beoordelings- en prioriteringskader Met het programma OER wil de Rijksoverheid eigen gronden ter beschikking te stellen aan marktpartijen voor de realisatie van duurzame energieprojecten. Door Rijksgronden met slimme functiecombinaties, zoals zon-PV of windmolens langs dijken, defensieterreinen, spoor- en autowegen, in te zetten voor de opwek van energie wil het Rijk ook een bijdrage leveren aan meervoudig ruimtegebruik. Het Rijk hecht hierbij aan de beleidsuitgangspunten in de zoals het ontzien van vruchtbare landbouwgronden, gebieden met hoge landschappelijke of natuurlijke waarden en het herstellen of versterken van de biodiversiteit (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Zo dient invulling te worden gegeven aan de voorkeursvolgorde zon-PV, waarover het Rijk met provincies en gemeenten al overeen is gekomen deze mee te nemen in de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieë n . Ook is afgesproken dat als onderdeel van het RES-proces een kwalitatieve waardering plaatsvindt waarbij wordt gekeken hoe ruimtelijke belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Hierbij liggen meekoppelkansen voor het combineren van energie met andere maatschappelijke vraagstukken zoals stikstof, biodiversiteit, woningbouw en bedrijventerreinen. 1.

Beoordeling geschiktheid

Voordat we als Rijk gronden inzetten, willen we beoordelen of en in hoeverre deze geschikt zijn voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit. Bij de opwek van energie kan het zowel gaan om een aanvulling op een bestaande ruimtelijke functie of om vervanging daarvan. Dat laatste is bijvoorbeeld mogelijk als gronden niet meer nodig of minder geschikt zijn voor de uitoefening van de primaire taken door de betreffende Rijksvastgoedhoudende organisatie. Deze toets zal op twee manieren worden uitgevoerd: • Toetsing door Rijksvastgoedhoudende organisatie aan eigen taken • Toetsing door departementen aan Rijksbeleid (uitgangspunten NOVI enzonneladder) Toetsing aan eigen taken In deze toetsing staat centraal of opwek van hernieuwbare elektriciteit op een bepaalde locatie verenigbaar is met de primaire functie gekoppeld aan de taken van de betreffende Rijksvastgoedhoudende organisatie. Hierbij kan worden gedacht aan een beoordeling of opwek langs of op een locatie nabij een auto- of vaarweg verenigbaar is met de doorstroming van verkeer en de verkeersveiligheid. Deze beoordeling dient te worden uitgevoerd door de betreffende organisatie en is al dan niet gebaseerd op regelgeving of intern beleid. Uitgangspunt is dat bij ZBO's (SBB en ProRail per 1/1/2022) deze toetsing plaatsvindt op eigen gezag. Bij Defensie voert het departement zelf de beoordeling uit.

Toetsing aan Rijksbeleid (beleidsmatig) De basisgedachte achter de RES is dat regio's zelf als beste in staat zijn om te bepalen hoe de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op een passende manier kan worden verbonden aan het toekomstperspectief voor het eigen gebied. Vanuit het Rijk echter wordt een beoordeling op beleidsmatige uitgangspunten nog passend geacht, omdat het eigen gronden betreft. Aangezien de RES'en verantwoordelijkheid dragen voor het maken van hun eigen ruimtelijke afwegingen gaat het Rijk niet opnieuw functies binnen een RES afwegen. In plaats daarvan staat de vraag centraal in hoeverre afwegingen die binnen een RES gemaakt op een zorgvuldige wijze zijn uitgevoerd op het moment deze RES Rijksgronden wil inzetten. Hierbij zal onder meer worden gekeken hoe gebruik is gemaakt van de voorkeursvolgorde voor zon-PV, in geval van agrarische of natuurgronden (zie kader). Om deze toets uit te voeren zullen RES regio's worden gevraagd naar hun afweging van ruimtelijke belangen, gerelateerd aan de huidige functie van de betreffende locatie, en de ruimtelijke inpasbaarheid van de opwek van hernieuwbare elektriciteit. Voor zover hier naar is gekeken, krijgen we ook graag zicht op mogelijke meekoppelkansen .

Bij meekoppelkansen kan worden gedacht aan het combineren van energie met andere maatschappelijke vraagstukken zoals stikstof, biodiversiteit, woningbouw en bedrijventerreinen.

1

Omschrijving van de voorkeursvolgorde zon-PV De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Het inpassen op daken en gevels draagt niet alleen bij aan het combineren van functies. Aangezien al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans ook minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties. Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of bermen van spoor- en autowegen. Deze voorkeursvolgorde houdt geen in. Na het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zon-PV kan gestart worden met het gelijktijdig benutten van gekozen mogelijkheden. 2. Prioritering Indien het aantal verzoeken vanuit de 30 RES-regio's voor opname van Rijkslocaties in het programma OER groter is dan de capaciteit die de betrokken Rijksdiensten kunnen leveren, zal het nodig zijn om te prioriteren.

In dat geval zal per vastgoedhoudende dienst gewerkt worden met tranches. Het streven van het Rijk is dat alle gedragen aanmeldingen in de komende 2 jaar nader verkend gaan worden, zodat alle daaruit voortvloeiende projecten vó ó r 2030 kunnen worden gerealiseerd. Afhankelijk van de interesse zal de RES'en in deze periode naar verwachting halfjaarlijks de mogelijkheid worden gegeven voor het doen van aanvragen. Bij het prioriteren zal zowel gewerkt worden met een kwalitatieve rangschikking als met een gelijke verdeling per Rijksvastgoedhoudende dienst over de verschillende RES'en. Waar de beoordeling met of 'nee' kan worden beantwoord, dient de prioritering juist gradaties te bevatten om locaties te kunnen rangschikken. Deze kwalitatieve rangschikking is geen 'exacte wetenschap.' In grote lijnen zal naar de volgende factoren worden gekeken: Kwalitatieve rangschikking Op welke aspecten worden locaties beschouwd? In hoeverre is er vooronderzoek gedaan naar de mogelijkheden om op deze locatie energie op te wekken? In hoeverre kan een project voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit eenvoudig meegenomen worden in andere processen van de betreffende Rijksvastgoedhoudende dienst (zoals een slimme combinatie met een geplande weguitbreiding of het meenemen van de energie-opwek bij de aanpassing van een kazerneterrein)? Hoeveel eigen inzet levert het regionaal bestuur?

Hoe groot zijn de risico's vanuit netcapaciteit

Hoe weegt de potentie van het project op tegen de hiermee gemoeide omgevingscomplexiteit?

2

Hoe worden ze gescoord? Locaties waar meer vooronderzoek naar is gedaan zijn kansrijker en scoren hoger. Locaties waar minder vooronderzoek naar is gedaan, kunnen eerder leiden tot verrassingen en scoren lager. Indien een project goed binnen de processen van deze organisatie kan worden ingepast, scoort deze locatie hoog. Indien een energieproject andere processen van de betreffende organisatie ernstig verstoort of hier minder goed in kan worden ingepast, scoort deze lager.

Indien er veel eigen inzet wordt geleverd, scoort een locatie hoger. Zeker naarmate dit concreter wordt toegezegd. Met weinig eigen inzet scoort een locatie lager. Indien een locatie ligt in zgn. congestie-gebied zijn de risico's hoog en scoort de locatie laag. Tenzij er concrete uitbreidingsplannen liggen voor het elektriciteitsnetwerk. Indien een locatie in groen gebied ligt, scoort deze in principe beter. Voor deze toetsing geldt echter dat de netcongestie in de tijd zeer veranderlijk is. Ook dat zal moeten worden meegewogen bij prioritering van locaties. Projecten met een hoge potentie in energie-opwek en een lage omgevingscomplexiteit, scoren in principe het hoogst. Naarmate de potentie hoger is, wordt echter een hogere mate van omgevingscomplexiteit geaccepteerd.

Gelijke verdeling per RES Zolang er sprake is van de noodzaak om te prioriteren, zal het Rijk ook aansturen op een zo gelijk mogelijke verdeling van Rijksinzet per RES. Hiervoor zal in dat geval voor alle locaties - nadat ze gerangschikt zijn - een verdeling worden gemaakt per RES. Het idee is dat zolang nog niet alle RES'en zijn, per RES -en mede afhankelijk van de omvang van de RES- niet meer dan 1 tot 3 projecten per rijksvastgoedhoudende organisatie worden gestart.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=a1b1ac18-dd38-4f47-9050-cbe7cda064dc