CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2. Zwolseweg 50, Toelichting.pdf

Raadscommissie 28 november 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zwolseweg 5013.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31/47

Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek en conclusie RPS advies- en ingenieursbureau bv heeft op 25 mei 2018 een onderzoek op basis van NEN5725 uitgevoerd naar de bodemgesteldheid van de locatie. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 6 Bodemonderzoek. Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bovengrond aan de Zwolseweg 50 in Heerde licht verontreinigd is met lood. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd en kunnen als niet verontreinigd worden gekwalificeerd. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Met de beoogde ontwikkeling worden geen gronden afgevoerd. Nader onderzoek naar PFAS is daarom niet noodzakelijk. Indien grond wordt afgevoerd moet de af te voeren grond worden beoordeeld op PFAS. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geeft geen belemmering bij de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Onderzoek en conclusie Archeologische beleidsadvieskaart Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Heerde ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente Heerde dient in deze gebieden, bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, waarbij het plangebied groter dan 100 m² en bij bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv, vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Voor het plangebied is in 2019 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, dit onderzoek is opgenomen in bijalge 8. Op basis van dit rapport is een selectiebesluit door de gemeente Heerde

32/47

genomen. Dit besluit is als bijlage 8 opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied nog steeds sprake is van een hoge archeologische verwachting. Uit de boringen is gebleken dat de bodem in nagenoeg het gehele plangebeid intact is en dat er tussen 65-120 cm –Mv sprake is van een laatmiddeleeuws plaggendek, dat eventuele (oudere) archeologische resten kan hebben beschermd tegen subrecente bodemingrepen. De ontwikkeling dient onder archeologische begeleiding te worden uitgevoerd, in geval de geplande bodemingrepen dieper zullen reiken dan 40 cm –Mv. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de KNA 4.1, op basis van een op voorhand door de gemeente Heerde goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Dit goedgekeurde PvE dient als bijlage bij een toekomstige aanvraag omgevingsvergunning te worden gevoegd.

Figuur 4.1

4.7

Archeologische beleidsadvieskaart

Cultuurhistorie

Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Onderzoek en conclusie Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Heerde bestaat niet uit één, maar uit meerdere kaarten. De cultuurhistorische waardenkaart bevat daarnaast een rapport met een nadere tekstuele (en verbeeldende)

33/47

toelichting. Uit kaart 6 en 7 (figuur 4.2 en 4.3) blijkt dat binnen en rondom het Plangebied geen cultuurhistorische elementen aanwezig zijn. Wel staat er in de buurt van het plangebied, zie figuur 4.2, een gemeentelijk monument. Dit monument wordt door de beoogde ontwikkeling niet aangetast of gehinderd. Ook uit de overige cultuurhistorische waardenkaarten geen cultuurhistorische elementen aanwezig zijn. Vanuit de gemeente Heerde is aangeven, dat de Zwolseweg wordt gezien als historische toegangsweg richting het centrum van Heerde. Zoals beschreven in paragraaf 2.2 Met de beoogde ontwikkeling worden geen ontwikkeling voorgesteld, waarmee negatieve effecten de historische weg ontstaan. Door een passende invulling te geven aan een leegstaande locatie, krijgt de locatie en ruimtelijke en duurzame kwaliteitsimpuls en wordt potentiële achteruitgang van de ruimtelijke kwaliteit tegengegaan. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan de kwaliteit van deze historische toegangsweg. Op het terrein staan twee monumentale beuken. Voor deze monumentale beuken is onderzocht wat de effecten op de bomen zullen zijn van de voorgenomen werkzaamheden, zie hiervoor bijlage 1. Paragraaf 4.8 gaat nader in op de effecten door de ontwikkeling op deze twee bomen. Geadviseerd wordt de richtlijnen te volgend zoals beschreven in de posten Werken Rond Bomen (Bijlage 11).

Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen.

Figuur 4.2

34/47

kaart 6 Inventarisatie cultuurhistorische elementen

figuur 4.3

4.8

Kaart 7 Waardering cultuurhistorische elementen

Ecologie

Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

35/47

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen.

Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming provincie Gelderland In de provincie Gelderland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstelling

36/47

verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 28 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot zowel het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 1,2 kilometer en tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 280 meter. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Veluwe is wel gevoelig voor stikstofdepositie.

Daarom is voor de beoogde ontwikkeling een stikstofonderzoek met Aerius-berekening die zowel voor de exploitatie- als de aanlegfase is uitgevoerd, zie hiervoor bijlage 9. Uit de berekening van de exploitatiefase blijkt dat de toename van de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uitkomt. Daarop hoeft voor het project op dit punt geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Soortenbescherming Voor het plangebied is een natuurtoets uitgevoerd. Het rapport is in bijlage 10 opgenomen. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat: Tijdens het gerichte vleermuisonderzoek geen verblijfplaatsen zijn aangetroffen. Schade aan onmisbaar foerageergebied en vliegroutes is uitgesloten. Een verblijfplaats van steen- (of boom)marter wordt niet verwacht in de te slopen bebouwing, waardoor vervolgstappen niet aan de orde zijn. Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het plangebied geen nestlocaties of onmisbaar foerageergebied aangetroffen van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Op basis van de terreinkenmerken worden ook geen nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten verwacht. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Het project heeft geen negatief effect op beschermde flora, reptielen, vissen en ongewervelden.

Conclusie en advies Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Uitvoering van de werkzaamheden dient zoveel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen 1 maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen.

37/47

Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart, adviseren we om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake des-kundige uit te laten voeren. Vervolgstappen voor vogels zijn niet aan de orde, mits rekening gehouden wordt met het broedseizoen. Het onderdeel broedvogels vormt daarmee geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Er zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde. De Wet natuur-bescherming vormt daarmee geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan. Monumentale Beuken Op het terrein staan 2 monumentale beuken. Bij uitvoering van de werkzaamheden kan directe en indirecte schade optreden. Directe schade is onder meer het afbreken van takken, beschadiging van de stam en/of beschadiging van de wortels. Indirecte schade kan optreden bij verdichting van de grond als gevolg van zwaar transport nabij de boom waarbij wortels beschadigen. Ook bronbemaling in de groeiperiode van de bomen kan resulteren in schade als gevolg van verdroging. Daarom is voor deze 2 monumentale beuken geanalyseerd wat de effecten op de bomen zullen zijn van de voorgenomen werkzaamheden. Dit rapport is als bijlage 1 opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt dat de werkzaamheden plaats vinden binnen de kwetsbare zone van de beiden bomen: (= kroonprojectie plus 1,5 m).

Tevens hangen de takken van met name boom 1 ruim boven het bouwvlak, wat resulteert in een reële kans op schade aan de takken. Volledig verwijderen van deze takken leidt tot significante schade aan de boom en is derhalve niet mogelijk. Bij uitvoering van graafwerkzaamheden is de kans op beschadiging van wortels eveneens reëel. Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden resulteert vrijwel zeker in schade aan de bomen, tenzij de juiste maatregelen genomen worden om deze twee bijzondere bomen te beschermen. Met deze twee oude beuken dient derhalve zeer zorgvuldig te worden omgegaan. Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op een wijze waarbij de beide beuken behouden blijven en de schade geminimaliseerd wordt, is mogelijk als er een goed uitgewerkt werkplan wordt toegepast. Geadviseerd wordt om in elk geval een beschermde vrije zone in te stellen ter grootte van de kroonprojectie plus 1,5 m waarbinnen niet gegraven mag worden en geen zwaar bouwverkeer mag rijden. Waar de beschermde zone overlapt met het grondvlak van de huidige bebouwing zijn werkzaamheden mogelijk in overleg met een bomenwacht (ETT). De ETT kan de aannemer helpen met het eventueel verwijderen van wortels bij graafwerkzaamheden. Geadviseerd wordt tevens de richtlijnen te volgend zoals beschreven in de posten Werken Rond Bomen (zie bijlage 11).

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:

38/47

bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg, het water of door buisleidingen. Volgens de professionele risicokaart zijn er op grotere afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen. Uit de professionele risicokaart blijkt dat ten noorden van het plangebied een risicobron is gelegen.

Het gaat hierbij om LPG tankstation "Shell Tankstation" aan de Molenweg. De inrichting is op dusdanige afstand van het plangebied gelegen, 620 meter of meer, dat deze niet van invloed is op de externe veiligheidssituatie in het plangebied.

Figuur 4.4 Uitsnede Professionele risicokaart Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

39/47

4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 10 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Rijksweg A50,

40/47

direct ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 16,0 µg/m³ voor NO2, 14,8 µg/m³ voor PM10 en 7,8 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.11 Verkeer en parkeren In het kader van verkeer en parkeren wordt in deze paragraaf de verkeersgeneratie, de verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte in relatie tot de gewenste ontwikkeling beoordeeld. Verkeersafwikkeling Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Christianalaan, vanaf de Christianalaan is de Zwolseweg bereikbaar. Op deze manier is een veilige verkeersafwikkeling mogelijk. Gezien het beperkt aantal woningen (10 appartementen) waarbij de huidige verkeersbewegingen ten aanzien van het voormalig politiebureau komen te vervallen zal de verkeersgeneratie niet significant wijzigen. In tabel 4.2 is de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige functie te zien. Geconcludeerd wordt dat de verkeersgeneratie afneemt, waardoor de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de verkeersafwikkeling. Tabel 4.2: Verkeersgeneratie Functie

Aantal

Huidig

Politiebureau

-525

m2 bvo

Toekomstig

Appartementen

7

woningen

3

woningen

CROW categorie Kantoor

Kencijfer*

Koop, appartement, midden koop appartement, goedkoop

6,4

Per 100 m2 bvo Per woning

6

Per woning

17,7

Totaal *CROW 381, weinig stedelijk, rest bebouwde kom, maximaal kencijfer (worst-case)

Verkeers-g eneratie -93 45

18

-53

Parkeren Om de parkeerbehoefte van ontwikkelingen te bepalen heeft de gemeente Heerde het parkeerbeleid en de Nota Parkeernormen vastgesteld. In deze nota zijn voor verschillende functies parkeernormen opgenomen. In tabel 4.3 is voor onderhavige ontwikkeling de parkeerbehoefte op basis van de nota parkeernormen berekend.

41/47

In deze tabel zijn de parkeerbehoefte van de huidige en toekomstige juridisch-planologische situatie inbeeld gebracht. In tabel 4.4 is de parkeerbehoefte berekend van de huidige en toekomstige juridisch-planologische situatie aan de hand van zogeheten aanwezigheidspercentages. Tabel 4.3: de parkeerbehoefte van de huidige en toekomstige planologische situatie Functie Aantal Norm Huidig Politiebureau -525 m2 bvo dienstverlenin 3 g Toekomstig Appartementen 7 woningen Appartement, 1,8 midden Appartementen 3 woningen Appartement, 1,5 goedkoop

behoefte -16 12,6 3,9 -0,5

Tabel 4.4: Parkeerbehoefte op basis van aanwezigheidspercentage de huidige en toekomstige planologische situatie. Functie Aanwezigheidspercentage Werkdagen zaterdag zondag Parkeerbehoefte ochtend middag avond nacht middag avond middag Huidig gebruik Dienstverlening 100% 100% 5% 0% 50% 0% 0% Beoogd gebruik Woningen bewoners 50% 50% 90% 100% 60% 80% 70% Woningen bezoekers 10% 20% 80% 0% 60% 100% 70% Parkeervraag totaal

-9

-9

14

14

2

14

12

Uit tabel 4.3 blijkt dat door de beoogde ontwikkeling de parkeerbehoefte in vergelijking met de huidige planologische situatie toeneemt met 0,5 parkeerplaatsen. Op basis van aanwezigheidspercentages van de verschillende gebruikersgroepen is de parkeervraag op diverse momenten bepaald. De situatie op de werkdag (ochtend, middag, avond en nacht) en de zaterdag (middag en avond) en zondag is hierbij in beeld gebracht. Op basis van 10 appartementen zijn op basis van tabel 4.4 maximaal 14 parkeerplaatsen noodzakelijk. Grenzend aan het plangebied zijn in de huidige situatie, in het openbaar gebied, 11 parkeerplaatsen aanwezig, die voorheen ten behoeve van het politiebureau werden gebruikt. Hierdoor is gedeeltelijk sprake van verevening. Op basis van het beleid van de gemeente geldt dat bij een ontwikkeling wordt voorzien van parkeerplaatsen op eigen terrein. Van dit beleid mag van worden afgeweken indien wordt aangetoond dat op een andere wijze kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Zie daarvoor het parkeerbeleidsplan van Heerde. In voorliggend plan wordt op de volgende wijze invulling gegeven aan de parkeeropgave. In overleg met omwonenden is besloten om de parkeeropgave niet op eigen terrein op te lossen. Dat betekent dat de volledige parkeeropgave ten gevolge van het plan in openbaar gebied opgelost wordt. In dat kader is

42/47

besloten dat ter plaatse van de bestaande parkeerplaatsen aan de Christinalaan en extra parkeervoorziening wordt gerealiseerd, zie figuur 4.5. Daarmee komt het totaal aantal parkeerplaatsen op 12 stuks. Deze parkeerplaatsen, die in openbaar gebied liggen, zullen naar verwachting voornamelijk worden gebruikt door de bewoners van de nieuwe appartementen. De overige 2 parkeerplaatsen die op basis van tabel 4.4 noodzakelijk zijn, worden ook in openbaar gebied opgelost. Om aan te tonen dat in openbaar gebied voldoende parkeergelegenheid is om de vraag op te lossen zonder daardoor de parkeerdruk op het gebeid onevenredig wordt aangetast, heeft een parkeerdrukonderzoek plaatsgevonden. Dit parkeerdrukonderzoek is opgenomen als bijlage 12 van deze toelichting. Uit dit parkeerdrukonderzoek blijkt dat binnen een acceptabele loopafstand op de maatgevende momenten van de parkeervraag voldoende parkeergelegenheid is om de parkeervraag ten gevolge van het plan op te vangen in openbaar gebied. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het plan op basis van het aspect 'parkeren' uitvoerbaar is.

Figuur 4.5 Situering parkeerplaatsen Christinalaan.

4.12 Kabels, leidingen en zoneringen Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

43/47

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische regeling

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Wonen

44/47

Het appartementencomplex en de omliggende gronden zijn opgenomen binnen de bestemming 'Wonen Wonen'. Het gaat hierbij om een gestapelde woongebouw waarbij sprake is van maximaal 10 appartementen met variatie in bouwhoogte. De maximale bouwhoogte van het gebouw is 11 voor het deel aan de Christinalaan geldt een maximale bouwhoogte van 7 meter. Waarde - archeologische verwachting De voor 'Waarde - archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

45/47

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ambtelijke voorbespreking Het initiatief is voorbesproken met de gemeente, daarna is door het college positief besloten op het voorstel. Daarbij is als randvoorwaarde meegegeven dat bij de ontwikkeling van het appartementengebouw 30% geschikt moet zijn voor ouderen, jongeren of zorgbehoevenden. Daarbij is in de planvorming rekening gehouden. Participatie proces Op 24 februari 2020 heeft een informatieavond plaats gevonden. Belanghebbenden konden die avond reageren om de beoogde ontwikkeling en de ontwerpschetsen. De notulen van deze informatieavond is opgenomen in bijlage 13. De behandeling van de bezwaarpunten hebben toen in hoofdzaak niet geleid tot aanpassing van het plan. In een later stadium is er een e-mail van omwonenden met de voornoemde bezwaren verzonden (zie bijlage 14) aan de initiatiefnemer en hebben er op verzoek persoonlijke gesprekken plaatsgevonden. Vervolgens is dat ontwerp in de februari 2020 als een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Op basis van ingediende zienswijzen is het ontwerp van het woongebouw, in overleg met de omgeving, aangepast. Dit nieuwe ontwerp is op 22-09-2021 tijdens een informatiemiddag besproken. Bij deze informatiemiddag is het gewijzigde plan gepresenteerd en is aan de omwonenden gevraagd of ze opmerkingen hadden. De ingekomen reacties zijn in bijlage 15 opgenomen.

Ten opzichte van gebouw zoals was opgenomen in het vorige ontwerpbestemmingsplan is de bouwhoogte van het gebouw verlaagd van 13 meter naar 11,4 meter aan de Zwolseweg-zijde en 7 meter aan de Christinalaan. Tevens is het gebouw aan de Zwolseweg 1 meter verder uit de rooilijn geplaatst. Daarnaast zijn de beoogde parkeerplaatsen verplaatst van het eigen terrein naar het openbaar gebied aan de Christinalaan. Procedure Voor onderhavige ontwikkeling heeft februari 2020 als een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Op basis van ingediende zienswijzen is het ontwerp, in overleg met de omgeving, van het ontwerp van het beoogde woongebouw aangepast. Voor de volledigheid is besloten om het nieuwe plan nogmaals als ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is 6 weken ter visie gelegd. Tegen het bestemmingsplan zijn diverse zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beatwoord in een zienswijzennota. Degenen die een zienswijze hebben ingediend hebben de samenvatting en de beantwoording van de zienswijzen ontvangen. De zienswijzen hebben geleid tot enkele tekstuele aanpassingen in de toelichting van het bestemmingsplan. Ook is naar

46/47

aanleiding van de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan een parkeerdrukmeting uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn aan de toelichting van het bestemmingsplan gekoppeld. In de regels van het bestemmingsplan is een aanvullende eis ten aanzien van het beschermen van waardevolle bomen opgenomen. Met inachtneming van bovenstaande is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten die gepaard gaan met het project en de kosten voor ontwikkeling en inrichting van het besluitgebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is geregeld in een overeenkomst tussen de gemeente Heerde en de initiatiefnemer. Ook is er een overeenkomst voor de verrekening van planschade afgesloten tussen beide partijen. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

47/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=95f425de-d07d-4e8d-a718-de6714b61ca5