6.2. Was-wordt tabel rechtspositiebesluit raads- en commissieleden 2020
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Model Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019 (gewijzigd model, januari 2024) Leeswijzer: in de kolom ‘bestaande tekst’ is het artikel uit de huidige verordening opgenomen. In de kolom ‘nieuwe tekst’ treft u de gewijzigde tekst. Artikel 4 komt te luiden: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.Een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding van € 195,51 toegekend als:
1. Een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding van € 221,89 toegekend als:
a)
het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of
a) het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken en/of
b)
het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
b) het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
2.Het bepaalde in lid 1 is van toepassing op het door een commissielid bijwonen van een vergadering van:
2. Het bepaalde in lid 1 is van toepassing op het door een commissielid bijwonen van een vergadering van:
1.de rekenkamercommissie;
1.de raadscommissie
2.de raadscommissie Samenleving;
3.De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig de ministeriële regeling bedoeld in artikel 3.4.1 van het Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.
3.de raadscommissie Ruimte; 4.de auditcommissie. 3.De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig de ministeriële regeling bedoeld in artikel 3.4.1 van het Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 5 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente komt te luiden: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed:
11.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
a.
b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt (thans € 0,19 cent per kilometer).
b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
2.Voor reizen buiten het grondgebied van de 1. gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3.Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4.Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
5.De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Aan artikel 6 wordt toegevoegd: 6.4.1. Als een raadslid van een gemeente kosten maakt om zich tijdens het ambt te oriënteren op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, als bedoeld in artikel 3.1.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dan worden die kosten ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 7, derde lid, komt te luiden: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. Het raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
3.Het raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Artikel 10, tweede lid, komt te luiden: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING, artikel 2, 3. De rekenkamerfunctie in deze artikelen wordt geschrapt. Artikel 12 wordt geschrapt.