6.2. Inspraaknota omgevingsvisie Heerde van de toekomst
Tekst van het document
natuurbeheer. Het omgevingsplan wordt over enkele jaren herzien en op dat moment worden definities ook geactualiseerd naar de meest actuele inzichten. 7. De omgevingsvisie stelt dat bestaande agrarische bedrijven kunnen doorontwikkelen, mits de belasting op de natuur, het landschap en het milieu kleiner wordt. Daarmee geeft de gemeente ruimte, maar wel met respect voor de ligging van onze gemeente en de uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen. De gemeente wil nogmaals benadrukken dat de gemeente graag met de landbouw samenwerkt aan deze uitdagingen. De omgevingsvisie heeft namelijk een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor de landbouw. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Daarbij is de gemeente ook afhankelijk van andere overheden (rijk, provincie, regio en waterschap). 8. De omgevingsvisie stelt op pagina 26 dat erven in het buitengebied beter kunnen worden benut voor de woonopgave. Hier wordt aangegeven dat we het logisch vinden om nieuwe woningen vooral toe te staan op erven in de directe nabijheid van onze dorpen of in gemengde gebieden. In primair agrarische gebieden, waar de landbouw de ruimte heeft, willen we juist terughoudend zijn met het toevoegen van nieuwe woningen.
Conclusie De inspraakreactie leidt op punt 1, 2 en 4 tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 34 De landbouw speelt een grote rol als grondgebruiker en beheerder van ons buitengebied. Tegelijkertijd staat de landbouw voor grote uitdagingen. De grootste uitdaging is de productie van gezond voedsel, op zo’n manier dat de boer voldoende inkomsten heeft. Maar zonder dat dit een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, de natuur, het landschap, het milieu en het klimaat. Belangrijk daarbij zijn ook dierwelzijn en gebruik van grondstoffen en energie zonder verspilling. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. Samen met onze agrariërs werken we aan een toekomstbestendige landbouw.
Wordt Blz. 34 De landbouw speelt van oudsher een grote rol als grondgebruiker en beheerder van ons buitengebied. Tegelijkertijd staat de landbouw voor grote uitdagingen. We zien de grote uitdagingen waar de landbouw voor staat. De grootste uitdaging is de productie van gezond voedsel, op zo’n manier dat de boer voldoende inkomsten heeft. Maar zonder dat dit een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, de natuur, het landschap, het milieu en het klimaat. Belangrijk daarbij zijn ook dierwelzijn en gebruik van grondstoffen en energie zonder verspilling. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. Samen met onze agrariërs werken we aan een toekomstbestendige landbouw. Dit in tegenstelling tot de focus van na de oorlog. Toen voldoende en betaalbaar voedsel produceren de opgave voor de landbouw was. We zien dat veel landbouwers werken aan de huidige opgaven. Samen met hen werken we aan een toekomstbestendige landbouw.
Blz. 34 We stimuleren kortere agrarische ketens: een directere verbinding tussen de boer
Blz. 34 We stimuleren kortere agrarische ketens: een directere verbinding tussen de boer
en de consument. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een boerderijwinkel, een groentepakket direct bij de boer vandaan, herenboeren, boerenmarkten of door samenwerkingen met lokale ondernemers en winkeliers. Directe verbindingen zorgen voor minder transport en minder partijen die een deel van de inkomsten afromen. Dit is beter voor het milieu, omdat er met minder vervoer minder CO2-uitstoot is. En het zorgt ervoor dat de boer als producent een betere prijs ontvangt. Tot slot zorgt een meer directe verbinding tussen de boer en de consument voor meer bewustwording bij de consument van wat hij/zij koopt en hoe een product is gemaakt. En dat leidt weer tot minder voedselverspilling. Het biedt ook kansen voor agrotoerisme en boerderijeducatie in onze gemeente. Hiermee wordt de kennis over agrarische bedrijven in onze gemeente vergroot.
en de consument. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een boerderijwinkel, een groentepakket direct bij de boer vandaan, herenboeren, boerenmarkten of door samenwerkingen met lokale ondernemers en winkeliers. Directe verbindingen zorgen voor minder transport en minder partijen die een deel van de inkomsten afromen. Dit is beter voor het milieu, omdat er met minder vervoer minder CO2-uitstoot is. En het zorgt ervoor dat de boer als producent een betere prijs ontvangt. Tot slot zorgt een meer directe verbinding tussen de boer en de consument voor meer bewustwording bij de consument van wat hij/zij koopt en hoe een product is gemaakt. En dat leidt weer tot minder voedselverspilling. Het biedt ook kansen voor agrotoerisme en boerderijeducatie in onze gemeente. Hiermee wordt de kennis over agrarische bedrijven in onze gemeente vergroot. Tegelijkertijd beseffen we dat er door de land- en tuinbouwbedrijven in Heerde veel meer geproduceerd wordt dan lokaal afgezet kan worden. Daarom zal een deel van de producten ook buiten de regio gebruikt worden.
Blz. 73 De uiterwaarden -het buitendijkse gebiedlangs de IJssel en de hoogwatergeul vormen samen een deelgebied. De hoofdfunctie van het gebied is waterbeheer. De weilanden in dit open gebied kunnen overstromen tijdens hoge waterstanden van de IJssel.
Blz. 73 De uiterwaarden -het buitendijkse gebiedlangs de IJssel en de hoogwatergeul vormen samen een deelgebied. De hoofdfunctie van het gebied is waterbeheer. Waterbeheer, natuur en landbouw zijn hier de belangrijkste functies. De weilanden in dit open gebied kunnen overstromen tijdens hoge waterstanden van de IJssel.
Blz. 73 In het gebied tussen de Grote Wetering en de oeverwallen van de IJssel ligt de hoogwatergeul, tussen hoge groene dijken. Het landschap in de hoogwatergeul bestaat uit zeer open en plaatselijk vrij natte weilanden. De openheid en weidsheid maken dit gebied bijzonder. De hoogwatergeul is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren bij hoge waterstanden in de IJssel. Daarom zijn bomen, bosjes en bebouwing verwijderd. Beeldbepalend is de hoogspanningsleiding die eveneens noord-zuid loopt. Het land wordt voornamelijk gebruikt door boeren. Het gebied is daarnaast van belang voor broedende weidevogels en overwinterende
Blz. 73 In het gebied tussen de Grote Wetering en de oeverwallen van de IJssel ligt de hoogwatergeul, tussen hoge groene dijken. De hoogwatergeul wordt, wanneer deze niet nodig is voor de waterveiligheid, gebruikt voor landbouw. Het landschap in de hoogwatergeul bestaat uit zeer open en plaatselijk vrij natte weilanden. De openheid en weidsheid maken dit gebied bijzonder. De hoogwatergeul is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren bij hoge waterstanden in de IJssel. Daarom zijn bomen, bosjes en bebouwing verwijderd. Beeldbepalend is de hoogspanningsleiding die eveneens noordzuid loopt. Het land wordt voornamelijk
ganzen en zwanen. Over de dijken lopen fietspaden, die veel recreanten trekken.
gebruikt door boeren. Het gebied is daarnaast van belang voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen. Over de dijken lopen fietspaden, die veel recreanten trekken.
Blz. 74 De uiterwaarden en de hoogwatergeul zijn in eerste instantie bedoeld om de IJssel de ruimte te geven. Zo kan bij een hoge waterstand rivierwater worden afgevoerd en de veiligheid worden gegarandeerd. Die functie moet ook in de toekomst behouden blijven; nieuwe ontwikkelingen mogen hier geen afbreuk aan doen. Daarnaast is dit deelgebied een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Daarmee is het van grote ecologische betekenis. We willen in dit gebied niet alleen de waterveiligheid garanderen. Ook het verbeteren van de natuur geven we prioriteit. In de uiterwaarden gaan we daarbij uit van de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Ons doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen, eventueel met natuurbeheer door boeren. Het is in delen van de uiterwaarden, maar ook in de hoogwatergeul, belangrijk de openheid en de weidsheid te behouden. Niet alleen voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen, maar ook ten behoeve van waterberging. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat het landschap zo mooi blijft als het is.
Blz. 74 De uiterwaarden en de hoogwatergeul zijn in eerste instantie bedoeld om de IJssel de ruimte te geven. Zo kan bij een hoge waterstand rivierwater worden afgevoerd en de veiligheid worden gegarandeerd. Die functie moet ook in de toekomst behouden blijven; nieuwe ontwikkelingen mogen hier geen afbreuk aan doen. Daarnaast is dit deelgebied een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Daarmee is het van grote ecologische betekenis. De hoogwatergeul is belangrijk voor productie van voedsel door de landbouw. We willen in dit gebied niet alleen de waterveiligheid garanderen. Ook het verbeteren van de natuur geven we prioriteit. In de uiterwaarden gaan we daarbij uit van de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Ons doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen, eventueel met natuurbeheer door boeren. In de hoogwatergeul, streven we naar landbouw met aandacht voor natuur en landschap: agrarisch natuurbeheer. Het is in delen van de uiterwaarden, maar ook in de hoogwatergeul, belangrijk de openheid en de weidsheid te behouden. Niet alleen voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen, maar ook ten behoeve van waterberging. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat het landschap zo mooi blijft als het is.
Inspraakreactie 26 Samenvatting 1. Het belang en rentmeesterschap van de primaire agrarische sector wordt niet erkend en benoemd. Ook wat die sector allemaal al doet voor de gemeenschap, omgeving en weidevogels komt er niet in voor. Het zou goed zijn dit wel te beseffen en mee te nemen. 2. In de geul is er een zeer goede samenwerking met het collectief en onze agrariërs. Ook wij doen er aan mee. En dit leidt tot een succesvolle resultaten. Dit kan alleen behouden blijven als de geul een agrarisch gebied blijft en niet samen genoemd wordt met de uiterwaarden. 3. In de visie worden de weidevogels ook in verband gebracht met het Gulbroek. Juist daar zie je de relatief weinige weidevogels in het door boeren beheerde gebied zitten. Juist niet in het door Staatsbosbeheer beheerde gebied. 4. De omgevingsvisie verwijst voor de energietransitie naar het lokaal uitnodigingskader. Terwijl juist afgelopen zomer is gebleken dat dit kader niet voldoet en juist investeerders aanzet tot grotere aaneengesloten velden met zeer weinig aankleding. Met investeerders die geen lokale of soms zelfs beperkte nationale betrokkenheid hebben. Dit past toch totaal niet bij de Cittaslow gedachte? Als u toch denkt aan energie opwekking in het landelijk gebied denk dan eerder aan energie gewassen. 5.
Ook kunnen erfmolens een bijdrage leveren, maar de huidige tiphoogte van 30m is te laag om rendabel te kunnen investeren in onze streek. In Epe is dit recent nog uitgezocht. 6. Pas de omschrijving van “geen nieuwe intensieve veehouderijen” aan. Dit is te kort door de bocht. Inspreker is zelf ook geen voorstander van nieuwvestiging van hele grote varkens of kippenbedrijven, maar intensieve veehouderij omvat zoveel meer. Reactie gemeente 1. De gemeente waardeert de inspanningen van de landbouw. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2. Zowel de hoogwatergeul als de uiterwaarden hebben de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden’ en zijn om deze reden één deelgebied. Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. De uiterwaarden zijn grotendeels aangewezen als Natura 2000 gebied. Daar gaan we uit van de doelstellingen voor het Natura 2000 gebied. Het doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen. Dat kan goed samengaan met agrarisch natuurbeheer door boeren.
De gronden in de hoogwatergeul zijn niet aangewezen als Natura 2000 gebied en hebben hoofdzakelijk een agrarische bestemming. De gemeente heeft niet de intentie om dit te veranderen. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 3. Het Gulbroek is een nat gebied met hoge kweldruk vanuit het Veluwemassief. Bovendien heeft het gebied een hoge natuurpotentie en heeft daarom ook provinciaal belang. De provincie werkt hier samen met partners, waaronder de gemeente, aan herstel en het robuuster maken van de natuur. Deze opgave is niet nieuw en is in de structuurvisie Heerde 2025 - vastgesteld door de gemeenteraad in 2012 – al benoemd. De omgevingsvisie borduurt hierop voort. 4. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader zon en wind wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Dit
neemt niet weg dat gemeente zich moet inspannen voor een duurzaam en schoon energiesysteem. Na aanscherping zal dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor zon en wind op land, waar in de omgevingsvisie naar wordt verwezen. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de in de kamerbrief van de minister verwoorde aangescherpte voorkeursvolgorde zon op land betrokken. Dit geldt ook voor de door Provinciale Staten aangenomen motie. Bovendien geeft de omgevingsvisie aan dat de energietoekomst van onze gemeente ook belang kan hebben bij andere technologieën. De gemeente staat dus open voor innovatieve concepten, die passen bij de maat, schaal en kwaliteiten van onze gemeente. 5. Erfwindmolens kunnen inderdaad een bijdrage leveren aan de energietransitie. De omgevingsvisie biedt hier ook ruimte voor. Een maximale tiphoogte wordt in de omgevingsvisie niet genoemd. Dit is uitwerking een hoort meer thuis in het lokaal kader voor zon en wind op land of in het nog op te stellen omgevingsplan. 6. Ten aanzien van nieuwe intensieve veehouderijen geeft de omgevingsvisie inderdaad aan dat hiervoor geen mogelijkheden zijn. Al sinds 2012 is de gemeente terughoudend voor wat betreft nieuwe intensieve veehouderijen. Momenteel worden nieuwe intensieve veehouderijen (op maagdelijke) locaties in het buitengebied van Heerde al niet worden toegestaan.
Omvorming naar intensieve veehouderij is alleen mogelijk in de IJsselvallei als dit plaats vindt als onderdeel van de zogenoemde “afwaartse beweging”. De uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen in combinatie met de ligging van onze gemeente tussen de Natura2000 gebieden Rijntakken en de Veluwe maken het nodig om ook omvorming naar intensieve veehouderij niet meer toe te staan. Vooralsnog houdt de gemeente vast aan de definitie ‘intensieve veehouderij’ zoals deze is opgenomen in het geldende omgevingsplan. Deze definitie is als volgt: een agrarisch bedrijf of dat deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer, waar geen melkrundvee, schapen, paarden, geiten of dieren biologisch gehouden worden (conform artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet) en waar geen dieren gehouden worden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer. Het omgevingsplan wordt over enkele jaren herzien en op dat moment worden definities ook geactualiseerd naar de meest actuele inzichten. Conclusie De inspraakreactie leidt op punt 1 en 2 tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was
Wordt
Blz. 34
Blz. 34
De landbouw speelt een grote rol als grondgebruiker en beheerder van ons buitengebied. Tegelijkertijd staat de landbouw voor grote uitdagingen. De grootste uitdaging is de productie van gezond voedsel, op zo’n manier dat de boer voldoende inkomsten heeft. Maar zonder dat dit een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, de natuur, het landschap, het milieu en het klimaat. Belangrijk daarbij zijn ook dierwelzijn en gebruik van grondstoffen en energie zonder verspilling. In onze gemeente gaan
De landbouw speelt van oudsher een grote rol als grondgebruiker en beheerder van ons buitengebied. Tegelijkertijd staat de landbouw voor grote uitdagingen. We zien de grote uitdagingen waar de landbouw voor staat. De grootste uitdaging is de productie van gezond voedsel, op zo’n manier dat de boer voldoende inkomsten heeft. Maar zonder dat dit een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, de natuur, het landschap, het milieu en het klimaat. Belangrijk daarbij zijn ook dierwelzijn en gebruik van
we deze uitdaging niet uit de weg. Samen met onze agrariërs werken we aan een toekomstbestendige landbouw.
grondstoffen en energie zonder verspilling. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. Samen met onze agrariërs werken we aan een toekomstbestendige landbouw. Dit in tegenstelling tot de focus van na de oorlog. Toen voldoende en betaalbaar voedsel produceren de opgave voor de landbouw was. We zien dat veel landbouwers werken aan de huidige opgaven. Samen met hen werken we aan een toekomstbestendige landbouw.
Blz. 73
Blz. 73
De uiterwaarden -het buitendijkse gebiedlangs de IJssel en de hoogwatergeul vormen samen een deelgebied. De hoofdfunctie van het gebied is waterbeheer. De weilanden in dit open gebied kunnen overstromen tijdens hoge waterstanden van de IJssel.
De uiterwaarden -het buitendijkse gebiedlangs de IJssel en de hoogwatergeul vormen samen een deelgebied. De hoofdfunctie van het gebied is waterbeheer. Waterbeheer, natuur en landbouw zijn hier de belangrijkste functies. De weilanden in dit open gebied kunnen overstromen tijdens hoge waterstanden van de IJssel.
Blz. 73
Blz. 73
In het gebied tussen de Grote Wetering en de oeverwallen van de IJssel ligt de hoogwatergeul, tussen hoge groene dijken. Het landschap in de hoogwatergeul bestaat uit zeer open en plaatselijk vrij natte weilanden. De openheid en weidsheid maken dit gebied bijzonder. De hoogwatergeul is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren bij hoge waterstanden in de IJssel. Daarom zijn bomen, bosjes en bebouwing verwijderd. Beeldbepalend is de hoogspanningsleiding die eveneens noord-zuid loopt. Het land wordt voornamelijk gebruikt door boeren. Het gebied is daarnaast van belang voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen. Over de dijken lopen fietspaden, die veel recreanten trekken.
In het gebied tussen de Grote Wetering en de oeverwallen van de IJssel ligt de hoogwatergeul, tussen hoge groene dijken. De hoogwatergeul wordt, wanneer deze niet nodig is voor de waterveiligheid, gebruikt voor landbouw. Het landschap in de hoogwatergeul bestaat uit zeer open en plaatselijk vrij natte weilanden. De openheid en weidsheid maken dit gebied bijzonder. De hoogwatergeul is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren bij hoge waterstanden in de IJssel. Daarom zijn bomen, bosjes en bebouwing verwijderd. Beeldbepalend is de hoogspanningsleiding die eveneens noordzuid loopt. Het land wordt voornamelijk gebruikt door boeren. Het gebied is daarnaast van belang voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen. Over de dijken lopen fietspaden, die veel recreanten trekken.
Blz. 74
Blz. 74
De uiterwaarden en de hoogwatergeul zijn in eerste instantie bedoeld om de IJssel de ruimte te geven. Zo kan bij een hoge waterstand rivierwater worden afgevoerd
De uiterwaarden en de hoogwatergeul zijn in eerste instantie bedoeld om de IJssel de ruimte te geven. Zo kan bij een hoge waterstand rivierwater worden afgevoerd
en de veiligheid worden gegarandeerd. Die functie moet ook in de toekomst behouden blijven; nieuwe ontwikkelingen mogen hier geen afbreuk aan doen. Daarnaast is dit deelgebied een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Daarmee is het van grote ecologische betekenis. We willen in dit gebied niet alleen de waterveiligheid garanderen. Ook het verbeteren van de natuur geven we prioriteit. In de uiterwaarden gaan we daarbij uit van de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Ons doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen, eventueel met natuurbeheer door boeren. Het is in delen van de uiterwaarden, maar ook in de hoogwatergeul, belangrijk de openheid en de weidsheid te behouden. Niet alleen voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen, maar ook ten behoeve van waterberging. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat het landschap zo mooi blijft als het is.
en de veiligheid worden gegarandeerd. Die functie moet ook in de toekomst behouden blijven; nieuwe ontwikkelingen mogen hier geen afbreuk aan doen. Daarnaast is dit deelgebied een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Daarmee is het van grote ecologische betekenis. De hoogwatergeul is belangrijk voor productie van voedsel door de landbouw. We willen in dit gebied niet alleen de waterveiligheid garanderen. Ook het verbeteren van de natuur geven we prioriteit. In de uiterwaarden gaan we daarbij uit van de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Ons doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen, eventueel met natuurbeheer door boeren. In de hoogwatergeul, streven we naar landbouw met aandacht voor natuur en landschap: agrarisch natuurbeheer. Het is in delen van de uiterwaarden, maar ook in de hoogwatergeul, belangrijk de openheid en de weidsheid te behouden. Niet alleen voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen, maar ook ten behoeve van waterberging. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat het landschap zo mooi blijft als het is.
Inspraakreactie 27 Samenvatting 1. Wat is de definitie van intensieve veehouderij ? 2. Gebruik van de term intensieve veehouderij is niet in overeenstemming met het provinciaal beleid. In provinciaal beleid wordt de term grondgebonden en nietgrondgebonden landbouw gebruikt. 3. Daarnaast heeft de motie ‘Behoud de landbouw in Heerde’ betrekking op alle vormen van landbouw. Dus ook de sectoren die onder de intensieve veehouderij zouden vallen. Daarom is het ook niet gepast om met deze term en verbod te komen van ‘geen nieuwe intensieve veehouderij’. Dit schuurt namelijk met de motie ‘Behoud de landbouw in Heerde’. Dus ten oosten van het Apeldoorns kanaal is het zeer wenselijk dat deze term verdwijnt uit de omgevingsvisie. Dit komt overeen met het huidige regels in de bestemmingsplannen. Onder ‘afwaartse beweging’ is het nu ook mogelijk om over te schakelen naar intensieve veehouderij. 4. Wat dat betreft moet er dus ruimte zijn en blijven voor alle primaire sectoren van de landbouw, eventueel met aanvullende voorwaarden. Door alle vormen van landbouw toe te staan, krijgt de ondernemer ook de kans om verder te ontwikkelen met zijn of haar bedrijf. Bepaalde sectoren of vormen van landbouw uitsluiten stagneert de ontwikkeling van een boerenbedrijf. Reactie gemeente 1.
Deze definitie is conform de begripsbepaling van het omgevingsplan als volgt: een agrarisch bedrijf of dat deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer, waar geen melkrundvee, schapen, paarden, geiten of dieren biologisch gehouden worden (conform artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet) en waar geen dieren gehouden worden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer. 2. De omgevingsvisie is niet het instrument om begrippen juridisch te definiëren. Een begripsbepaling hoort thuis in het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan). Vooralsnog houdt de gemeente daarom vast aan de definitie ‘intensieve veehouderij’ zoals deze is opgenomen in het geldende omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt over enkele jaren herzien en op dat moment worden definities ook geactualiseerd naar de meest actuele inzichten. Regelgeving van hogere overheden wordt hierbij betrokken. 3. De omgevingsvisie stelt dat bestaande agrarische bedrijven kunnen doorontwikkelen, mits de belasting op de natuur, het landschap en het milieu kleiner wordt. Daarmee geeft de gemeente ruimte, maar wel met respect voor de ligging van onze gemeente en de uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen.
Ten aanzien van nieuwe intensieve veehouderijen geeft de omgevingsvisie inderdaad aan dat hiervoor geen mogelijkheden zijn. Al sinds 2012 is de gemeente heel terughoudend voor wat betreft nieuwe intensieve veehouderijen. Momenteel worden nieuwe intensieve veehouderijen (op maagdelijke) locaties in het buitengebied van Heerde al niet worden toegestaan. Omvorming naar intensieve veehouderij is alleen mogelijk in de IJsselvallei als dit plaats vindt als onderdeel van de zogenoemde “afwaartse beweging”. De uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen in combinatie met de ligging van onze gemeente tussen de Natura 2000 gebieden Rijntakken en de Veluwe maken het nodig om ook omvorming naar intensieve veehouderij niet meer toe te staan. 4. De omgevingsvisie stelt dat bestaande agrarische bedrijven kunnen doorontwikkelen, mits de belasting op de natuur, het landschap en het milieu kleiner wordt. Daarmee geeft de gemeente ruimte, maar wel met respect voor de uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen. Conform de gemeentelijke reactie onder 3 ziet de gemeente geen mogelijkheden voor nieuwe intensieve veehouderijen op (op
maagdelijke) locaties in het buitengebied of omvorming van bestaande agrarische bedrijven naar intensief. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.
Inspraakreactie 28 Samenvatting 1. De inspreker vindt het positief dat de omgevingsvisie mogelijkheden biedt voor gebieds- en functieverandering van agrarische glastuinbouw en kwekerij. Tegelijkertijd is de inspreker zich ervan bewust dat de bedrijfsmatige ontwikkelingsmogelijkheden in eerdere bestemmingsplannen is beperkt. En realiseert de inspreker zich dat uitbereiding van het tuindersgebied met nieuwe bedrijven niet wenselijk is. 2. De inspreker staat open voor een samenwerking met de gemeente om te komen tot een goede toekomstvisie (gebiedsgericht programma) voor het gebied. Waarbij wel aandacht wordt gevraagd voor de toekomstbestendigheid van de huidige bedrijven. De huidige ruimte in het bestemmingsplan dient gerespecteerd te worden. Reactie gemeente 1. We zien dat het (glas)tuinbouwgebied aan de Kerkdijk/Borchgraverweg een gemengd gebied is geworden met diverse functies en verschillende belangen. Steeds vaker kloppen stoppende ondernemers bij de gemeente aan met het verzoek om de bedrijfsmatige activiteiten te beëindigen en de functie te veranderen. Bijvoorbeeld naar wonen. Maar in het gebied bevinden zich ook bedrijven met veelal jonge ondernemers met de wens om te blijven ondernemen. In sommige gevallen ook met uitbreidingswensen. In het gebied wordt ook gewoond. Om deze redenen ziet de gemeente kansen voor een gebiedsproces.
Door in goed overleg met alle stakeholders in het gebied te komen tot een toekomstvisie voor het gebied, waarmee zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan alle belangen in het gebied en de opgaven die er zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedsgericht programma. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2. De toekomstige regeling van het (glas) tuinbouwgebied aan Kerkdijk Borchgraverweg wordt niet vastgelegd in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor het (glas) tuinbouwgebied aan Kerkdijk Borchgraverweg. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. In dit geval in het omgevingsplan dat nog moet worden opgesteld. Een toekomstvisie voor het gebied - en ontwikkelt met het gebied- kan dienen als input voor dit omgevingsplan. Conclusie De inspraakreactie leidt op de volgende punten tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 71 We bieden in het weteringengebied ruimte aan de doorontwikkeling van bestaande erven door woningen toe te voegen.
Dit doen we altijd met kwaliteit en met respect voor de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld in de buurtschappen, zoals Bruggenhoek en Markluiden. In dit deelgebied is buiten de bestaande erven geen ruimte voor nieuwe woningen, kassen of bedrijvigheid, tenzij daarbij een duidelijke kwaliteitsverbetering optreedt. Denk dan aan het opruimen van kassen, oude schuren of loodsen. In het
Wordt Blz. 71 We bieden in het weteringengebied ruimte aan de doorontwikkeling van bestaande erven door woningen toe te voegen. Dit doen we altijd met kwaliteit en met respect voor de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld in de buurtschappen, zoals Bruggenhoek en Markluiden. In dit deelgebied is buiten de bestaande erven geen ruimte voor nieuwe woningen, kassen of bedrijvigheid, tenzij daarbij een duidelijke kwaliteitsverbetering optreedt. Denk dan aan het opruimen van kassen, oude schuren of loodsen. In het
glastuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) zijn nog enkele glastuinbedrijven aanwezig, maar ook vollegrondbedrijven en vele woningen. De functie van dit gebied is al veranderd en meer gemengd gebied geworden. Deze ontwikkeling willen we verder faciliteren door hier ruimte te bieden aan nieuwe functies die passen in het gebied. Zoals wonen, kleinschalige recreatie, lichte bedrijvigheid en het opwekken van duurzame energie. Dit allemaal in combinatie met ontwikkeling van landschap en natuur.
glastuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) zijn nog enkele glastuinbedrijven aanwezig, maar ook vollegrondbedrijven en vele woningen. De functie van dit gebied is al veranderd en meer gemengd gebied geworden. Deze ontwikkeling willen we verder faciliteren door hier ruimte te bieden aan nieuwe functies die passen in het gebied. Zoals wonen, kleinschalige recreatie, lichte bedrijvigheid (zoals kleinschalige, gespecialiseerde (glas)tuinbouw en kwekerijen) en het opwekken van duurzame energie. Dit allemaal in combinatie met ontwikkeling van landschap en natuur.
Blz. 72 Transformatie van het glastuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) tot een gemengd gebied met ruimte voor wonen, bedrijvigheid, duurzaamheid, recreatie en natuur- en landschapsontwikkeling.
Blz. 72 Faciliteren van een gebiedsproces in het (glas)tuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) om te komen tot een gemengd gebied met ruimte voor wonen, bedrijvigheid, duurzaamheid, recreatie en natuur- en landschapsontwikkeling.
Blz. 90
Blz. 90
Mogelijke gebiedsgerichte programma’s
Mogelijke thematische programma’s
Mogelijke gebiedsgerichte programma’s
Mogelijke thematische programma’s
- Veluwe - Centrumgebieden van Heerde en Wapenveld - Bedrijventerreinen - Voormalige glastuinbouwgebied aan de Kerkdijk/ Borchgraverweg
- Energietransitie - Landbouwtransitie - Gezondheid - Biodiversiteit - Klimaat - Luchtkwaliteit
- Veluwe - Landelijk gebied - Centrumgebieden van Heerde en Wapenveld - Bedrijventerreinen - Voormalige glastTuinbouwgebie d aan de Kerkdijk/ Borchgraverweg
- Energietransitie Landbouwtransitie - Gezondheid - Biodiversiteit - Klimaat - Luchtkwaliteit
Inspraakreactie 29 Samenvatting 1. De inspreker is verbaasd om te lezen dat er in de omgevingsvisie vooral de nadruk ligt op de functieverandering van het (glas)tuinbouwgebied. De functie van het (glas)tuinbouw gebied moet blijven bestaan en heeft toekomst. Zeker omdat er genoeg animo is om eventueel stoppende bedrijven over te nemen. De inspreker wil benadrukken dat deze groep jonge ondernemers in toekomst moet blijven kunnen ondernemen in Heerde. Huidige (glas)tuinbouwlocaties moeten daarom behouden blijven zodat een nieuwe generatie de mogelijkheid heeft om het bedrijf te kunnen ontwikkelen. De nadruk op functieverandering in het gebied ziet de inspreker graag veranderen in behoud van (glas)tuinbouw. Tot slot zorgt de sector voor werkgelegenheid. 2. De inspreker benadrukt dat de (glas)tuinbouw een groene en duurzame sector is en producten produceert voor een groene leefomgeving. De sector zorgt daarbij deels voor een lokale afzet en draagt bij aan de doelen van de gemeente als Cittaslow gemeente. 3. Binnen gemeente Heerde is er een kleine maar enthousiaste en jonge groep tuinbouwers die graag willen blijven ondernemen in de toekomst. In de ontwerpomgevingsvisie wordt deze groep vergeten. Om jong tuinbouwtalent de kans te geven om een bedrijf voort te zetten binnen de gemeente Heerde stelt de inspreker voor dit voorrang te geven op andere nieuwe functies.
Nieuwe functies zijn beter passend aan de randen van kernen in plaats van binnen het (glas)tuinbouwgebied. Ondernemers die het bedrijf niet meer willen voortzetten moeten hier de kans voor krijgen door bijvoorbeeld een rood-voor-rood regeling. Jonge ondernemers krijgen dan binnen het gebied de mogelijkheid om het bedrijf te ontwikkelen, binnen een schaal waarop dat bij het gebied past. Bij andere ontwikkelingen binnen het gebied moet er rekening gehouden worden met de huidige gebruikers van het gebied. Reactie gemeente 1. We zien dat het (glas)tuinbouwgebied aan de Kerkdijk/Borchgraverweg een gemengd gebied is geworden met diverse functies en verschillende belangen. Steeds vaker kloppen stoppende ondernemers bij de gemeente aan met het verzoek om de bedrijfsmatige activiteiten te beëindigen en de functie te veranderen. Bijvoorbeeld naar wonen. Maar in het gebied bevinden zich ook bedrijven met veelal jonge ondernemers met de wens om te blijven ondernemen. In sommige gevallen ook met uitbreidingswensen. In het gebied wordt ook gewoond. Om deze redenen ziet de gemeente kansen voor een gebiedsproces. Door in goed overleg met alle stakeholders in het gebied te komen tot een toekomstvisie voor het gebied, waarmee zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan alle belangen in het gebied en de opgaven die er zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedsgericht programma.
Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2. De gemeente vindt het goed om te lezen dat de sector zich inzet voor verduurzaming en het Cittaslow gedachtegoed. Dit sluit ook goed aan op de omgevingsvisie. 3. De toekomstige regeling van het (glas)tuinbouwgebied aan Kerkdijk Borchgraverweg wordt niet vastgelegd in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor het (glas) tuinbouwgebied aan Kerkdijk Borchgraverweg. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid, een gebied of een regeling volgt in andere (Omgevingswet) instrumenten of in beleid. In dit geval in het omgevingsplan dat nog moet worden opgesteld. Een toekomstvisie voor het gebied - en ontwikkelt met het gebied - kan dienen als input voor dit omgevingsplan.
Conclusie De inspraakreactie leidt op de volgende punten tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 71 We bieden in het weteringengebied ruimte aan de doorontwikkeling van bestaande erven door woningen toe te voegen. Dit doen we altijd met kwaliteit en met respect voor de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld in de buurtschappen, zoals Bruggenhoek en Markluiden. In dit deelgebied is buiten de bestaande erven geen ruimte voor nieuwe woningen, kassen of bedrijvigheid, tenzij daarbij een duidelijke kwaliteitsverbetering optreedt. Denk dan aan het opruimen van kassen, oude schuren of loodsen. In het glastuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) zijn nog enkele glastuinbedrijven aanwezig, maar ook vollegrondbedrijven en vele woningen. De functie van dit gebied is al veranderd en meer gemengd gebied geworden. Deze ontwikkeling willen we verder faciliteren door hier ruimte te bieden aan nieuwe functies die passen in het gebied. Zoals wonen, kleinschalige recreatie, lichte bedrijvigheid en het opwekken van duurzame energie. Dit allemaal in combinatie met ontwikkeling van landschap en natuur.
Wordt Blz. 71 We bieden in het weteringengebied ruimte aan de doorontwikkeling van bestaande erven door woningen toe te voegen. Dit doen we altijd met kwaliteit en met respect voor de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld in de buurtschappen, zoals Bruggenhoek en Markluiden. In dit deelgebied is buiten de bestaande erven geen ruimte voor nieuwe woningen, kassen of bedrijvigheid, tenzij daarbij een duidelijke kwaliteitsverbetering optreedt. Denk dan aan het opruimen van kassen, oude schuren of loodsen. In het glastuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) zijn nog enkele glastuinbedrijven aanwezig, maar ook vollegrondbedrijven en vele woningen. De functie van dit gebied is al veranderd en meer gemengd gebied geworden. Deze ontwikkeling willen we verder faciliteren door hier ruimte te bieden aan nieuwe functies die passen in het gebied. Zoals wonen, kleinschalige recreatie, lichte bedrijvigheid (zoals kleinschalige, gespecialiseerde (glas)tuinbouw en kwekerijen) en het opwekken van duurzame energie. Dit allemaal in combinatie met ontwikkeling van landschap en natuur.
Blz. 72 Transformatie van het glastuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) tot een gemengd gebied met ruimte voor wonen, bedrijvigheid, duurzaamheid, recreatie en natuur- en landschapsontwikkeling.
Blz. 72 Faciliteren van een gebiedsproces in het (glas)tuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) om te komen tot een gemengd gebied met ruimte voor wonen, bedrijvigheid, duurzaamheid, recreatie en natuur- en landschapsontwikkeling.
Blz. 90
Blz. 90
Mogelijke gebiedsgerichte programma’s
Mogelijke thematische programma’s
Mogelijke gebiedsgerichte programma’s
Mogelijke thematische programma’s
- Veluwe - Centrumgebieden van Heerde en Wapenveld - Bedrijventerreinen - Voormalige glastuinbouwgebied aan de Kerkdijk/ Borchgraverweg
- Energietransitie - Landbouwtransitie - Gezondheid - Biodiversiteit - Klimaat - Luchtkwaliteit
- Veluwe - Landelijk gebied - Centrumgebieden van Heerde en Wapenveld - Bedrijventerreinen - Voormalige glastTuinbouwgebie d aan de Kerkdijk/ Borchgraverweg
- Energietransitie Landbouwtransitie - Gezondheid - Biodiversiteit - Klimaat - Luchtkwaliteit
Inspraakreacties met betrekking tot overige onderwerpen Inspraakreactie 30 Samenvatting 1. In het gebied Hoornerveen moet het voor iedereen mogelijk zijn om nieuwe woningen toe te voegen en dat dit niet door spelregels onmogelijk wordt gemaakt. Er moet daarom een nieuwe visie voor het Hoornerveen komen. 2. Daarnaast moet pre mantelzorg makkelijker mogelijk gemaakt worden. Reactie gemeente 1. De gebiedsvisie zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen is in samenspraak met de inwoners van het Hoornerveen opgesteld. Tijdens dit proces is nadrukkelijk gesproken over het maximaal aantal toe te voegen woningen in het gebied met bijbehorende spelregels. Dit maximum van zeven nieuwe woningen met bijbehorende spelregels is in samenspraak met het gebied tot stand gekomen. Dit maximum is inmiddels bijna bereikt en daarmee is de gebiedsvisie bijna eindig. Het maken van een nieuwe visie voor het Hoornerveen met meer nieuwe woningen doet geen recht aan het participatieproces dat met de inwoners is doorlopen. Daarnaast ligt de prioriteit voor woningbouw vooral op andere plekken in de gemeente. 2. Voor het toepassen van pre mantelzorg op bepaalde plekken is het bestaande beleid van toepassing. In de omgevingsvisie staat dat de gemeente vernieuwende ideeën wil stimuleren zoals: woningsplitsing, tijdelijk wonen, flexwonen, erfdelen en woningdelen.
Afhankelijk van het initiatief, de locatie en de maatschappelijke meerwaarde kan medewerking worden verleend. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.
Inspraakreactie 31 Samenvatting De inspreker heeft met genoegen geconstateerd dat de sprengen en beken op meerdere plaatsen in de visie genoemd worden, maar menen dat met name de cultuurhistorische betekenis van de sprengenbeken meer benadrukt mag worden. De inspreker stelt voor om op volgende punten een tekstuele wijziging door te voeren. 1. Blz 42. De inspreker stelt voor onder “bijvoorbeeld” ook wind- en watermolens te noemen. 2. Blz 54.Toevoegen dat ook de sprengenbeken een belangrijke cultuurhistorische waarde hebben. 3. Blz 56. Hier toevoegen, het beschermen van het grondwaterpeil – dit is van groot belang voor het behoud van natte ecosystemen en voor de watervoerendheid van de beken. 4. Blz 59. Vasthouden van water is inderdaad van groot belang voor de biodiversiteit en voor watervoerendheid van sprengen en beken. Dat doel is ons inziens echter niet te bereiken door (alleen) het water rondom de beken en sprengen vast te houden, maar door te streven naar een hoog grondwaterpeil in het hele gebied (de Veluweflank). 5. Blz 60. De inspreker stelt voor om hier “rondom beken en sprengen” te vervangen door “op de Veluweflank”. 6. Blz 64. Hier worden drie uitbreidingslocaties genoemd. Voor twee van deze locaties, Bovenkamp en Horsthoekerenk, is mogelijk sprake van sprengenbeken in het plangebied.
In algemene termen wordt aangegeven dat bij de nieuwbouw aandacht moet zijn voor o.a. natuur en landschap. Wij zien graag expliciet vermeld het streven om de beken te integreren in het uitbreidingsplan, met respect voor zichtbaarheid en voor de cultuurhistorische en ecologische waarden. Reactie gemeente 1. Deze aanvulling op de tekst wordt overgenomen, maar wel met de toevoeging dat hier de historische wind- en watermolens worden bedoeld. 2. Deze aanvulling op de tekst wordt overgenomen. 3. Deze aanvulling op de tekst wordt niet overgenomen. We erkennen dat een goed grondwaterbeer van belang is voor de watervoerendheid van sprengen en beken. Echter is dit een bevoegdheid van het waterschap en niet van de gemeente. 4. Deze aanvulling op de tekst wordt niet overgenomen. We erkennen dat een goed grondwaterbeer van belang is voor de watervoerendheid van sprengen en beken. Echter is dit een bevoegdheid van het waterschap en niet van de gemeente. 5. Deze aanvulling op de tekst wordt overgenomen. 6. Deze aanvulling op de tekst wordt niet overgenomen. Op bladzijde 64 van de omgevingsvisie staat dat ‘alle nieuwbouw moet passen bij het dorpse karakter en de identiteit van de plek en goed moet integreren in de bestaande omgeving’. Hier vallen ook de sprengen en beken onder indien deze aanwezig zijn op een bepaalde locatie.
Conclusie De inspraakreactie leidt op de volgende punten tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 41-42 Om ons erfgoed toekomstwaarde te geven, stimuleren we nieuwe functies, verdienmodellen en passend hergebruik van waardevol erfgoed. Randvoorwaarde is wel dat de plannen bijdragen aan de
Wordt Blz. 41-42 Om ons erfgoed toekomstwaarde te geven, stimuleren we nieuwe functies, verdienmodellen en passend hergebruik van waardevol erfgoed. Randvoorwaarde is wel dat de plannen bijdragen aan de
instandhouding van het erfgoed en passen in het gebied. Denk dan bijvoorbeeld aan waardevolle landgoederen en historische boerderijen.
instandhouding van het erfgoed en passen in het gebied. Denk dan bijvoorbeeld aan waardevolle landgoederen, historische boerderijen en historische wind- en watermolens.
Blz. 54 Op de Veluwe ontspringen beken en sprengen die een verbinding vormen met de lager gelegen zones in onze gemeente. En er zijn bijzondere cultuurhistorische waarden te vinden, zoals grafheuvels uit de steentijd, oude karrensporen en bijzondere landgoederen uit vroegmoderne tijden.
Blz. 54 Op de Veluwe ontspringen beken en sprengen die een verbinding vormen met de lager gelegen zones in onze gemeente. Deze vormen een belangrijke cultuurhistorische waarde. De beken en sprengen zijn gegraven om watermolens aan te drijven, deze waren belangrijk voor de vroege industrialisatie van de streek. Daarnaast zijn de grafheuvels uit de steentijd, oude karrensporen en bijzondere landgoederen uit vroegmoderne tijden bijzondere cultuurhistorische waarden.
Blz. 60 Werken aan het vasthouden van water rondom beken en sprengen in combinatie met natuur- en landschapsontwikkeling.
Blz. 60 Werken aan het vasthouden van water op de Veluweflank in combinatie met natuuren landschapsontwikkeling.
Inspraakreactie 32 Samenvatting 1. Een klankbordgroep, die in Heerde de agrarische bedrijven vertegenwoordigt, is tijdens het voortraject betrokken geweest. Ook tijdens de commissievergadering van 27 november jl. is ingesproken. Dit laatste heeft geresulteerd in een opdracht voor het College om een landbouwvisie te schrijven. Desondanks zijn er aandachtpunten en bezwaren die inmiddels in een gezamenlijke zienswijze zijn ingediend. Gemakshalve verwijst de inspreker deze zienswijze. De zienswijze alsmede het uitwerken van een landbouwvisie heeft de steun van de inspreker. 2. In de visie wordt gesproken over het stimuleren van zonnepanelen op bestaande bebouwing. Het plaatsen van zonnepanelen op bijvoorbeeld agrarische schuren is (onder voorwaarden) altijd toegestaan. Een uitwerking in de visie of een beschrijving naar toekomstig beleid ontbreekt. 3. Naast de agrarische bedrijven die doorgaan, zijn er ook bedrijven die (overwegen te) stoppen, deels stoppen of een andere invulling zoeken op het erf. Een visie op vrijkomende agrarische bebouwing wordt niet gegeven. Toch kan bestaande bebouwing gebruikt worden voor nieuwe functies. Een uitwerking per deelgebied ligt voor de hand. Ook met betrekking tot het geven van ontwikkelingsruimte. Het terugbouwen van woningen op het erf kan op ook op andere plekken dan op het erf.
Daarnaast zijn er andere mogelijkheden die onderzocht kunnen worden zoals een sloopbank. Ik vraag de gemeente de mogelijkheden te onderzoeken en op te nemen in de visie. 4. Op de plankaart voor de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk is een strook niet ingetekend als uitbreidingslocatie. Het gaat om een strook tussen de woningen Eperweg 39 en Schoolweg 1. Mijn inziens hoort dit bij het plangebied. Reactie gemeente 1. De gemeente verwijst op dit punt allereerst naar de gemeentelijke reactie op de inspraakreactie nummer 24. Pagina 90 van de omgevingsvisie beschrijft op welke wijze het strategisch beleid uit de omgevingsvisie kan doorwerken in programma’s. Hoewel definitieve keuze nog moeten worden gemaakt wordt een programma voor het landelijk gebied hier toegevoegd als optioneel programma. Daarbij is de gemeente ook afhankelijk van andere overheden (rijk, provincie, regio en waterschap). De omgevingsvisie wordt op dit punt dus aangepast. Er is bewust gekozen voor de term ‘landelijk gebied’, omdat er meerdere opgaven in het landelijk gebied samenkomen. Dit gaat verder dan enkel de landbouw. 2. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid volgt in een andere instrumenten. Zo heeft de gemeente het beleid voor zon en wind uitgewerkt uitnodigingskader zon en wind op land.
Het uitnodigingskader is door de gemeenteraad in 2022 vastgesteld en staat momenteel on hold, omdat het moet worden aangescherpt. 3. De gemeente actualiseert momenteel het functieveranderingsbeleid. In het kader hiervan onderzoeken we de genoemde mogelijkheden en werken we de mogelijkheden nader uit. 4. Op dit moment denken we dat het plangebied zoals deze op de omgevingsvisiekaart is weergegeven volstaat om aan de woonvraag te voldoen. Indien de toekomst anders uitwijst wordt op dat moment overwogen om de begrenzing van de uitbreidingslocatie te veranderen.
Conclusie De inspraakreactie leidt op de volgende punten tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 90
Wordt Blz. 90
Mogelijke gebiedsgerichte programma’s
Mogelijke thematische programma’s
Mogelijke gebiedsgerichte programma’s
Mogelijke thematische programma’s
- Veluwe - Centrumgebieden van Heerde en Wapenveld - Bedrijventerreinen - Voormalige glastuinbouwgebied aan de Kerkdijk/ Borchgraverweg
- Energietransitie - Landbouwtransitie - Gezondheid - Biodiversiteit - Klimaat - Luchtkwaliteit
- Veluwe - Landelijk gebied - Centrumgebieden van Heerde en Wapenveld - Bedrijventerreinen - Voormalige glastTuinbouwgebie d aan de Kerkdijk/ Borchgraverweg
- Energietransitie - Landbouwtransitie - Gezondheid - Biodiversiteit - Klimaat - Luchtkwaliteit
Inspraakreactie 33 Samenvatting 1. De inspreker herkent zich als brancheorganisatie (ook namens de leden) reeds in grote mate in de omgevingsvisie. Desalniettemin zijn er ook diverse thema’s c.q. aspecten, zoals voormeld, welke specifiek en in belangrijke mate voor deze ‘unieke’ bedrijven bijzondere aandacht behoeven en redelijkerwijs erkend dan wel betrokken dienen te worden in de visie (en bij de verdere uitwerking van instrumenten in het kader van de Omgevingswet). De inspreker vraagt met namen om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties, die zijn aangesloten bij de organisatie, te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken. Om daarmee uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. Reactie gemeente 1. De gemeente erkent en waardeert de werkzaamheden die door de bij de brancheorganisatie aangesloten bedrijven worden uitgevoerd. Het gaat dan met name om (agrarisch) loonwerk, grondwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, mestaanwending, infrastructurele projecten, be- en verwerking van meststoffen, compostering en onderhoud van (openbare)groenvoorzieningen, natuurgebieden en oppervlaktewater. De genoemde bedrijvigheid is van belang voor onze gemeente.
En met name van belang voor een toekomstbestendig landelijk gebied en de maatschappelijke uitdagingen, die op het landelijk gebied afkomen. Naar oordeel van de gemeente worden de ontwikkelmogelijkheden van de bij de brancheorganisatie aangesloten bedrijven in de omgevingsvisie niet beperkt, maar nodigt de omgevingsvisie juist uit om samen te werken aan de maatschappelijke uitdagingen en opgaven. Echter beschrijft de omgevingsvisie de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid volgt in een andere Omgevingswet instrumenten. Bijvoorbeeld in het omgevingsplan en in programma’s. Ontwikkelruimte komt met name in deze Omgevingswet instrumenten aan bod. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.
Inspraakreactie 34 Samenvatting De inspreker geeft aan met veel interesse en waardering de omgevingsvisie heeft ingezien. De inspreker heeft vervolgens per opgave een aantal opmerkingen naar voren gebracht. Opgave 1. Gezonde woon- en leefomgeving 1. Inspreker adviseert om de naam Hulsbergerlanden te gebruiken voor de uitleglocatie in Wapenveld. 2. Overweeg adoptie van openbaar groen door omwonenden mogelijk te maken. 3. Om de biodiversiteit te verhogen zou een meer kruidenrijke vegetatie in (toekomstige) wadi’s veel toevoegen. Dit geldt ook voor graspercelen en -stroken in de wijken en voor de dijken langs het Apeldoorns kanaal. Ander maaibeheer kan leiden tot kruidenrijk gras en dijken vol met bloemen, waar insecten en vlinders zich thuis voelen en inwoners graag wandelen en fietsen. 4. In deze opgave gaat het vooral over groen in de openbare ruimte. Ook vergroening van bebouwde gebieden kan echter veel opleveren voor een gezonde woon- en leefomgeving. Stimuleer particulieren en ondernemers om hun erf of tuin te vergroenen. Zorg dat zij deskundige ondersteuning kunnen krijgen bij het ontwerp, zodat het past in het landschap en biodiversiteit bevordert met inheemse beplanting. Onder opgave 3 wordt gesproken over het weghalen van tegels bij particuliere tuinen. Dat kan hieraan gekoppeld worden. Opgave 3. Duurzaam landgebruik 1.
Zonnevelden op landbouwgronden passen niet bij het dorpse karakter van Wapenveld en niet bij het halfopen landschap met essen, enken en kampen. Zonnecellen op daken en eventueel bij geluidswallen of langs grote autowegen zijn minder belastend voor het landschap. 2. Op blz. 59 wordt gesproken over energieopwekking in het deelgebied de Veluweflank. Hierbij moet rekening worden gehouden met de weidevogels en de Wespendief in dit gebied. Windmolens passen daar niet bij. Opgave 4. Heerlijk en kleinschalig recreëren 1. Op pagina 55 gaat het over recreatiezonering in het deelgebied Veluwe en de meest geschikte plekken om ontvangstlocaties voor het gebied te ontwikkelen. Daar worden in Wapenveld alleen Groot Stokkert en het Ennerveld genoemd. Groot Stokkert is in gebruik als vluchtelingen opvang. Het heeft geen recreatieve functie meer en is daarmee niet geschikt. Het vakantiepark Ennerveld moet nog ontwikkeld worden en is voorlopig ook nog geen optie. Ontvangstlocaties in het Wapenvelder bosgebied zijn echter een must om wild parkeren aan de Dreefseweg en de Molenweg te voorkomen. Het Wapenvelder Zand en het Veluws Pompstation zijn opties voor een P-locatie in dit bosgebied. Naast de Schaapskooi Renderklippen en de haven in Veessen zijn ook Vrieze’s erfgoed, en Zuivelmuseum Erve IJzerman ontvangstlocaties. 2.
Op pagina 60 over deelgebied de Veluweflank wordt beschreven dat het Apeldoorns Kanaal verder moet worden ontwikkelt als recreatielint. In dat kader wilt inspreker graag onderzocht hebben of varen naar Wapenveld door recreatie toervaart een haalbare optie is. In Wapenveld zijn al investeringen gedaan om de Kloosterbrug, de Manenbergerbrug en de Flessenbergerbrug beweegbaar te kunnen maken. Op die manier is het in principe mogelijk om het kanaal bevaarbaar te maken. Er zijn ook al aanlegvoorzieningen aan de boulevard. 3. Inspreker streeft naar herstel van de doorgaande wandelroute langs het Apeldoorns Kanaal, zoals deze gerealiseerd was bij de sanering in 2016. De route functioneert niet tussen met name de Suikerbrug en Flessenbergerbrug. 4. De inspreker stelt voor om te verkennen of de recreatieve functie van het verbindingskanaal tussen de Werverweg en het gemaal Veluwe kan worden versterkt. 5. Inspreker stelt voor om een kwaliteitsslag voor camping ’t Kromholt en openbare toegankelijkheid van de IJssel in deze omgeving op te nemen in de visie.
Opgave 5. Sterk door natuur en landschap 1. Op pagina 40 en 41 wordt beschreven hoe we robuuste en veelzijdige natuur kunnen realiseren en landschappelijke diversiteit kunnen behouden. We missen daar een belangrijk aspect. Om te zorgen voor een robuuste en veelzijdige natuur en landschappelijke diversiteit is het ook belangrijk om te streven naar samenhang in beheer door gemeente, landgoedeigenaren, terreinbeheerders en Waterschap Vallei en Veluwe. 2. Op pagina 59 gaat het over ecologische verbindingen in het deelgebied de Veluweflank. Denk hierbij ook aan (de dijken langs) het Apeldoorns Kanaal, dat een prachtig aaneengesloten ecologisch lint kan vormen. Zie ook ons derde punt onder opgave 1. Opgave 6. Herkenbaar verleden 1. Om het waardevolle erfgoed beleef- en zichtbaar te houden is een structurele ondersteuning van musea in de gemeente Heerde nodig. Om ook de plaatselijke jeugd bewust te maken van waardevol erfgoed en karakteristieke landschappen in de eigen omgeving, streven wij naar uitbreiding van lespakketten. 2. Bij het deelgebied Weteringengebied vraagt inspreker meer aandacht voor de historische achtergrond van dit gebied als het gaat om de strijd tegen het water. Het gebied rond het gemaal Veluwe is het laagste punt van de Oost-Veluwe en krijgt al het water te verwerken.
Het gaat daarbij om de IJssel, het Apeldoorns Kanaal, de Wetering en de Evergunne, terwijl ook het kwelwater van de Veluwe nog een rol speelt. Ook mist de inspreker de aandacht voor de historische waarde van het gemaal Pouwel Bakhuis. Opgave 7. Slimme en schone mobiliteit 1. Op blz. 61 en 62 wordt het deelgebied centra Heerde en Wapenveld beschreven. In samenhang met de ontsluiting van het toekomstige nieuwe woongebied Hulsbergerlanden stelt de inspreker voor om te verkennen of het centrum van Wapenveld verkeersluwer kan worden gemaakt maken. Daarbij blijven ook de parkeermogelijkheden in de buurt van de winkels een punt van aandacht. Opgave 8. Duurzaam ondernemen Geen toevoegingen. Reactie gemeente Opgave 1. Gezonde woon- en leefomgeving 1. Deze aanvulling op de tekst wordt overgenomen en de naam Hulsbergerlanden wordt geïntegreerd in de visie. 2. Het adopteren van groen is in de gemeente Heerde al mogelijk. Inwoners kunnen via de website hier een aanvraag voor doen. 3. De ontwerp omgevingsvisie beschrijft op meerdere plekken dat het stimuleren van biodiversiteit belangrijk is. Zowel in de bestaande omgeving als bij nieuwbouw plannen. Hoe dit concreet moet worden toegepast wordt bepaald in de projecten zelf. Daarnaast is de gemeente een biodiversiteitsprogramma aan het ontwikkelen.
In dit programma wordt concreet gemaakt hoe we als gemeente om willen gaan met biodiversiteit in zowel de bestaande openbare ruimte als bij nieuwbouwplannen. 4. De gemeente is een biodiversiteitsprogramma aan het ontwikkelen. In dit programma wordt concreet gemaakt hoe we als gemeente om willen gaan met biodiversiteit. Eén van de pijlers van dit programma richt zich op communicatie, bewustwording en stimuleren. Het belang en de waarde van een hogere biodiversiteit wordt hiermee kenbaar gemaakt en wat inwoners en ondernemers kunnen doen om bij te dragen.
Opgave 3. Duurzaam landgebruik 1. De omgevingsvisie is niet het instrument om af te wegen of op een locatie opwek van duurzame energie kan worden gerealiseerd. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader zon en wind op land is hiervoor wel het instrument. Dit kader wordt momenteel aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Het uitnodigingskader maakt overigens geen directe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maar geeft spelregels aan waar de gemeente Heerde waarde aan hecht. 2. Vanuit het toekomstige afwegingskader worden initiatieven voor duurzame energie afgewogen. Een beoordeling vanuit een goede fysieke leefomgeving is eveneens aan de orde. De effecten op de flora en fauna zijn hier onderdeel van. Opgave 4. Heerlijk en kleinschalig recreëren 1. De omgevingsvisie spreekt duidelijk uit dat nog moet worden onderzocht wat de meeste geschikte plekken zijn om ontvangstlocaties voor het Veluwegebied te ontwikkelen. De volgende locaties zijn hiervoor in beeld: het Erf van Daendels, de Schaapskooi, Groot Stokkert, het Heerderstrand en het Ennerveld. Hoewel deze locaties met de huidige inzichten geschikt zijn kan de toekomst anders uitwijzen. Vanuit het recreatiezoneringsplan en in samenwerking met alle stakeholders worden de uiteindelijk maatregelen vastgesteld en definitieve uitspraken gedaan over locaties. 2.
Vanuit maatschappelijke kosten en baten is een bevaarbaar Apeldoorns Kanaal voor de recreatieve toervaart niet langer een realistische ambitie. Bovendien ontbreekt hiervoor de steun bij andere overheidspartners. 3. In de visie staat dat het Apeldoorns Kanaal verder ontwikkelt kan worden als recreatielint waarin de cultuurhistorische, recreatieve, natuurlijke en economische functies van het kanaal en de directe omgeving met elkaar worden gecombineerd. Het realiseren van nieuwe wandelroutes of het beter verbinden van wandelroutes past bij deze ambitie. De exacte bepaling van deze routering is een nadere uitwerking en hoort niet thuis in een omgevingsvisie. 4. We stellen voor om hier in de omgevingsvisie meer aandacht aan te geven. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 5. In de Hoenwaard is een gebiedsontwikkeling voorzien, waar momenteel met stakeholders en andere belanghebbenden wordt gewerkt aan een concrete plan met bijbehorende maatregelen. Toegankelijkheid van de IJssel heeft in dit proces aandacht. De omgevingsvisie is niet het instrument om concrete uitspraken te doen over een specifieke camping zoals het ’t Kromholt. Opgave 5. Sterk door natuur en landschap 1. Deze aanvulling op de tekst wordt overgenomen. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2.