6.2. Inspraaknota omgevingsvisie Heerde van de toekomst
Tekst van het document
Inspraaknota Met betrekking tot de omgevingsvisie ‘Heerde van de toekomst’ Inleiding De Omgevingswet introduceert verschillende nieuwe instrumenten voor gemeenten. Eén van deze instrumenten betreft de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Bovendien is het een verplicht instrument voor gemeenten. In artikel 3.2 van de Omgevingswet zijn regels opgenomen over de inhoud van de omgevingsvisie. De vorm waarin de gemeente haar omgevingsvisie vaststelt is vrij. Artikel 3.2 Omgevingswet Een omgevingsvisie bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid: a) een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b) de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c) de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. In de omgevingsvisie ‘Heerde van de toekomst’ zet de gemeente de koers uit voor de (fysieke) leefomgeving op weg naar 2040. De omgevingsvisie vervangt na vaststelling de structuurvisie gemeente Heerde 2025. Net als de structuurvisie geeft de omgevingsvisie richting aan de (fysieke) leefomgeving en helpt het om ruimtelijke keuzes te maken.
Er komen namelijk allerlei maatschappelijke trends en ontwikkelingen op de gemeente af die vragen om antwoorden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grote opgaven als de woonopgave, de milieu- en klimaatproblematiek, de energietransitie en de opgaven in het landelijk gebied. Het gaat ook om lokale aandachtspunten als het aantrekkelijk houden van de (centra van de) dorpen en het beheren van de openbare ruimte. Kortom, het is belangrijk om voorbereid te zijn op de toekomst. Participatie en inspraak Vanuit het uitgangspunt ‘samen werken we aan de omgevingsvisie’ is door ambtenaren, partnerorganisaties, inwoners en het gemeentebestuur gewerkt aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. Na afronding van het participatief proces heeft de gemeenteraad op 2 oktober 2023 besloten in te stemmen met de ontwerp omgevingsvisie ‘Heerde van de toekomst’ en de ontwerp omgevingsvisie voor inspraak ter inzage te leggen. De ontwerp omgevingsvisie ‘Heerde van de toekomst’ heeft van 25 oktober tot en met 5 december 2023 gedurende zes weken voor inspraak ter inzage gelegen. In deze periode zijn 45 inspraakreacties ingediend. Uit deze inspraaknota blijkt deze inspraakreacties in vijf verschillende categorieën zijn ondergebracht. Het gaat om de volgende vijf categorieën.
1. Tien inspraakreacties richten zich op de energietransitie. In het bijzonder wordt gereageerd op de verwijzing in de omgevingsvisie naar het lokaal uitnodigingskader zon en wind op land. De kader staat on hold i.v.m. een aangenomen motie en door landelijke en provinciale ontwikkelingen. Vanuit de inspraak wordt verzocht om in de omgevingsvisie niet naar het uitnodigingskader te verwijzen zolang het kader niet is geactualiseerd. Daarnaast verzoekt de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet om op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van het hoogspanningsnet. Zowel in de omgevingsvisie als in de doorvertaling naar het omgevingsplan. 2. Acht inspraakreacties richten zich op de ruimtelijke ontwikkeling van Veessen, het behouden van de bijzondere waarden van Veessen en het behouden van de belangrijke voorzieningen. Voorgesteld wordt om de ruimtelijke ontwikkeling van Veessen op onderdelen veel specifieker te benoemen. Daarnaast de bijzondere waarden van Veessen beter te beschermen en het behouden van voorzieningen expliciet benoemen. 3. Vijf inspraakreacties richten zich op het aanwijzen van de Horsthoekerenk als uitbreidingslocatie voor wonen, zorg, educatie en recreatie binnen een sterk landschappelijk raamwerk. Voorgesteld wordt om deze aanwijzing te heroverwegen vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch en ecologisch oogpunt.
Of meer duidelijkheid te geven over de stedenbouwkundige invulling en de ruimtelijke kaders van deze toekomstige uitbreidingslocatie. 4. Zes inspraakreacties richten zich op de ontwikkelingen in het landelijk gebied. In het bijzonder door meer waardering uit te spreken voor de huidige landbouw en een passende ontwikkeling van de IJsselvallei. Daarnaast wordt er aandacht gevraagd voor het toekomstperspectief van het (glas)tuinbouwgebied (omgeving Kerkdijk en Borchgraverweg) dat recht doet aan de verschillende belangen in het gebied. 5. Zestien inspraakreacties richten zich op verschillende overige onderwerpen. Leeswijzer inspraaknota Alle inspraakreacties zijn in deze inspraaknota samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Per inspraakreactie is daarnaast aangegeven of de inspraakreactie aanleiding geeft om de ontwerp omgevingsvisie te wijzigen en op welke wijze. Wijzigingen zijn vervolgens per alinea opgenomen in een was-wordt. Oftewel in de linker kolom staat de ‘oorspronkelijke’ alinea en in de rechter kolom de ‘nieuwe’ alinea. In de rechter kolom zijn tekstuele toevoegingen onderstreept. Teksten die zijn verwijderd zijn doorgehaald. Het vervolg De omgevingsvisie ‘Heerde van de toekomst’ wordt na vaststelling conform de landelijke standaarden gepubliceerd. En treedt in werking op de dag na bekendmaking van de vaststelling.
Tegen het besluit van de gemeenteraad tot vaststelling van de omgevingsvisie kan op grond van artikel 8:5 van de Algemene wet bestuursrecht géén beroep worden ingesteld.
Inspraakreacties met betrekking tot de energietransitie Inspraakreactie 1 Samenvatting 1. De visie kan niet verwijzen naar het uitnodigingskader dat nog niet definitief is vastgesteld of on hold staat. 2. Het uitnodigingskader wordt nu samen met de omgevingsvisie doorgedrukt zonder betrokkenheid van belanghebbenden en omwonenden. 3. Zie ook de kamerbrief van de minister over de aangescherpte voorkeursvolgorde. 4. Zie ook de aangenomen motie van de provincie Gelderland over geen nieuwe zonnevelden totdat duidelijk is waar er in Gelderland nog ruimte is op het stroomnetwerk. 5. Het uitnodigingskader is in strijd met de dorpsvisie Hoorn. 6. Zonnepanelen in het buitengebied zijn in strijd met de uitgangspunten van Cittaslow. Reactie gemeente 1. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Het uitnodigingskader maakt geen directe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maar geeft spelregels aan waar de gemeente Heerde waarde aan hecht. Om de doelstelling van een duurzaam en schoon energiesysteem te bereiken blijft een afwegingskader nodig. Na aanscherping zal er dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor zon en wind op land. Het opnemen in de omgevingsvisie van een verwijzing naar een (t.z.t. aangescherpt) kader volstaat om deze reden. 2.
Dat de visie een verwijzing bevat naar het uitnodigingskader, betekent niet dat met de vaststelling van de visie meteen ook de inhoud van het uitnodigingskader is vastgelegd en dat dit kader niet aangescherpt kan worden. 3. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de in de kamerbrief van de minister verwoorde aangescherpte voorkeursvolgorde zon op land betrokken. 4. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de door Provinciale Staten aangenomen motie betrokken. 5. Eventuele strijdigheid van het uitnodigingskader met de Dorpsvisie Hoorn staat los van de inhoud van de omgevingsvisie. 6. Cittaslow staat voor behoud van de lokale identiteit, eenheid en schoonheid, voor behoud van landschap en natuur, maar ook voor duurzaamheid. Voor een duurzaam en schoon energiesysteem kan ruimte zijn zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de uitgangspunten van Cittaslow. Wij zien de opwek van duurzame energie juist als een versterking van Cittaslow. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreactie 2, 3, 4, en 5 Samenvatting Insprekers hebben een identieke reactie ingediend. 1. De visie verwijst naar het uitnodigingskader dat nog niet definitief is en on hold staat. 2. Energieopwekking heeft niks met duurzaam landgebruik te maken. Er wordt een vertekend beeld gegeven. Duurzaam landgebruik moet vooral gaan over het beschermen van het natuurlijk systeem. 3. Mogelijk moet voor de visie een milieueffectrapportage worden uitgevoerd. Dit moet worden geverifieerd. 4. De aanleg van nog meer zonnevelden gaat ten koste van de burgerbelangen. 5. De (RES) doelen voor de energietransitie moeten worden herzien. 6. De ontwikkeling van zonnevelden heeft voor omwonenden grote impact op woongenot en brengt veel onrust in de buurt. 7. De ontwikkeling van zonnevelden is een gepasseerd station en past niet in een lange termijn visie. Reactie gemeente 1. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Het uitnodigingskader maakt geen directe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maar geeft spelregels aan waar de gemeente Heerde waarde aan hecht. Om de doelstelling van een duurzaam en schoon energiesysteem te bereiken blijft een afwegingskader nodig. Na aanscherping zal er dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor zon en wind op land.
Het opnemen in de omgevingsvisie van een verwijzing naar een (t.z.t. aangescherpt) kader volstaat om deze reden. 2. De omgevingsvisie verwijst t.a.v. het aspect ruimte voor de energietransitie naar het uitnodigingskader zon en wind op land. Met de toepassing van het uitnodigingskader vinden we een goede balans tussen het behoud van natuur en landschap en het bieden van ruimte voor projecten voor het opwekken van duurzame energie. Duurzaam landgebruik gaat over het in stand houden van deze goede balans. Daarbij is in het uitnodigingskader het behoud van landbouwkundige waardevolle grond expliciet opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat deze grond ten offer valt aan de aanleg van een zonneveld. 3. Op pagina 12 van de omgevingsvisie is uitgelegd waarom geen milieueffectrapportage is uitgevoerd. Hier is beschreven dat de omgevingsvisie kaders geeft en geen concrete uitwerkingen omvat. Dit maakt het inschatten van de milieueffecten lastig. De provincie Gelderland heeft in het kader van het borgen van de RES in de provinciale omgevingsverordening en het actualiseren van het windbeleid een plan-MER in voorbereiding. Deze plan-MER is voor de uitwerking van het gemeentelijke omgevingsplan te gebruiken voor de onderdelen die gaan over het lokaal uitnodigingskader zon en wind. 4.
Aan de hand van het (aan te scherpen) uitnodigingskader worden de verschillende belangen waaronder ook die van omwonenden zorgvuldig afgewogen. 5. Het herzien van (RES) doelen voor de energietransitie staat los van de inhoud van de omgevingsvisie. 6. Wij begrijpen en realiseren ons dat de aanleg van een grootschalig zonneveld veel invloed heeft op de directe woon- en leefomgeving. Met de toetsing aan de waarden die zijn opgenomen in het (aan te scherpen) uitnodigingskader en de ook in dat kader opgenomen bepalingen omtrent lokaal eigenaarschap, worden de negatieve aspecten zoveel mogelijk beperkt. 7. In de omgevingsvisie zetten we de koers uit voor onze (fysieke) leefomgeving op weg naar 2040. Om te kunnen voldoen aan de opgave van de energietransitie is
het nodig dat binnen deze periode ruimtelijke ontwikkelkansen worden geboden voor passende voorzieningen die bijdragen aan de doelen waarvoor de energietransitie zich gesteld ziet. De toepassing van zonnepanelen op land is één van deze voorzieningen. Het passend inzetten van zonnevelden aan de hand van een (aangescherpt) kader vinden wij verantwoord. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreactie 6 Samenvatting 1. Het uitnodigingskader is on hold gezet. De verwijzing in de visie moet worden geschrapt. 2. Opnemen van de ontwikkeling van zonnevelden is in strijd met de landelijke tendens dat zonnevelden niet meer mogen. 3. De ontwikkeling van zonnevelden is in strijd met de provinciale motie. 4. Ga eerst werken aan het van opheffen van de netcongestie. Reactie gemeente 1. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Het uitnodigingskader maakt geen directe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maar geeft spelregels aan waar de gemeente Heerde waarde aan hecht. Om de doelstelling van een duurzaam en schoon energiesysteem te bereiken blijft een afwegingskader nodig. Na aanscherping zal er dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor wind- en zonne-energie op land. Het opnemen in de omgevingsvisie van een verwijzing naar een (t.z.t. aangescherpt) kader volstaat om deze reden. 2. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de in de kamerbrief van de minister verwoorde aangescherpte voorkeursvolgorde zon op land betrokken. 3. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de door Provinciale Staten aangenomen motie betrokken. 4.
Het werken aan het opheffen van netcongestie is inderdaad erg belangrijk, maar uitgangspunt is ook dat na het opheffen van de netcongestie (na 2030) er opties voor passende zonnevelden open worden gehouden. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreactie 7 Samenvatting 1. Zonneparken zijn in strijd met de waarden voor natuur en recreatie en horen dus niet thuis in de visie. 2. Er is te weinig bekend over de schadelijke effecten van brand, straling en blikseminslag bij zonneparken. Hiervoor is eerst onderzoek nodig. 3. Het uitnodigingskader moet nog worden aangepast (is nu on hold gezet). Verwijzing ernaar moet uit de visie worden gehaald. 4. Het opnemen van de ontwikkeling van zonnevelden is in strijd met provinciaal en landelijk beleid. 5. Een zonnepark heeft grote impact op het woongenot en veroorzaakt veel stress en onrust in de buurt. 6. Zonnevelden passen niet in een lange termijn visie. Reactie gemeente 1. Het bieden van ruimte voor het verantwoord ontwikkelen van opwek van duurzame energie zien wij als één van de opgaven waarin de omgevingsvisie moet voorzien. Aan de hand van het (aan te scherpen) uitnodigingskader zon en wind op land worden de verschillende belangen waaronder ook die van natuur en recreatie zorgvuldig afgewogen. 2. Het RIVM heeft in 2022 onderzoek gedaan naar de gevolgen van brand van zonnepanelen. Effecten worden door het RIVM gemeten op zowel de gezondheid van mens en dier als voor het milieu i.v.m. vrijkomende stoffen bij een brand. Er zijn geen andere schadelijke stoffen die vrijkomen dan bij een brand zonder zonnepanelen.
In de visie worden geen eisen gesteld aan de gezondheidseffecten van diverse kaders die worden toegestaan. Deze effecten kunnen wel worden meegenomen in de uitvoering van het nog op te stellen omgevingsplan. 3. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Het uitnodigingskader maakt geen directe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maar geeft spelregels aan waar de gemeente Heerde waarde aan hecht. Om de doelstelling van een duurzaam en schoon energiesysteem te bereiken blijft een afwegingskader nodig. Na aanscherping zal er dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor zon en wind op land. Het opnemen in de omgevingsvisie van een verwijzing naar een (t.z.t. aangescherpt) kader volstaat om deze reden. 4. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de in de kamerbrief van de minister verwoorde aangescherpte voorkeursvolgorde zon op land betrokken. Dit geldt ook voor de door Provinciale Staten aangenomen motie. 5. Aan de hand van het (aan te scherpen) uitnodigingskader worden de verschillende belangen waaronder ook die van omwonenden zorgvuldig afgewogen. Wij begrijpen en realiseren ons dat de aanleg van een grootschalig zonneveld veel invloed heeft op de directe woon- en leefomgeving.
Met de toetsing aan de waarden die zijn opgenomen in het (aan te scherpen) uitnodigingskader en de ook in dat kader opgenomen bepalingen omtrent lokaal eigenaarschap, worden de negatieve aspecten zoveel mogelijk beperkt. 6. In de omgevingsvisie zetten we de koers uit voor onze (fysieke) leefomgeving op weg naar 2040. Om te kunnen voldoen aan de opgave van de energietransitie is het nodig dat binnen deze periode ruimtelijke ontwikkelkansen worden geboden voor passende voorzieningen die bijdragen aan de doelen waarvoor de energietransitie zich gesteld ziet. De toepassing van zonnepanelen op land is één van deze voorzieningen. Het passend inzetten van zonnevelden aan de hand van een (aangescherpt) kader vinden wij verantwoord. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreactie 8 Samenvatting 1. Maak i.p.v. zonnevelden op cultuur- of natuurgrond veel meer gebruik van daken. 2. Stel duurzame energieopwekking als onderdeel van bouw/nieuwbouw verplicht. 3. Voorop moet staan dat er voldoende ruimte is op het energienet. Eerst werken aan opheffen van de netcongestie. Reactie gemeente 1. Binnen het (aan te scherpen) uitnodigingskader staat toepassing van de voorkeursvolgorde van de zonneladder centraal. De zonneladder kent prioriteit toe aan de toepassing van zonnepanelen op daken en voorkomt dat panelen op cultuur- en natuurgrond worden gelegd als dat niet nodig is. 2. Voor nieuwbouw gelden de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Onlangs is op rijksniveau besloten dat gemeenten geen hogere eisen aan energieen milieuprestaties mogen stellen dan het Besluit bouwwerken Leefomgeving (Bbl) voorschrijft. 3. Het werken aan het opheffen van netcongestie is inderdaad erg belangrijk, maar uitgangspunt is ook dat na het opheffen van de netcongestie (na 2030) er opties voor passende zonnevelden open worden gehouden. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreactie 9 Samenvatting 1. Om toekomstige ontwikkelingen rond energietransitie snel uit te kunnen voeren is het gewenst om hiervoor de benodigde ruimte op te nemen/te vermelden in de visie. 2. Hoogspanningsverbindingen staan niet weergegeven op de verbeelding (p. 69) en evenmin op de omgevingsvisiekaart. 3. Treedt bij het mogelijk maken van ontwikkelingen nabij het hoogspanningsnet vroegtijdig in contact. 4. Neem in overweging om op het slopen van bouwwerken binnen de belemmerende strook van hoogspanningsverbindingen een vergunningsplicht van toepassing te verklaren. 5. Neem bij grootschalige en kleinschalige windturbines de daarvoor geldende afstandseisen in acht. Bij uitwerking in het omgevingsplan graag de aanvullende voorwaarden opnemen m.b.t. aan te houden afstanden. Gelet op borging van de veiligheid en leveringszekerheid van hoogspanningsverbindingen. 6. Betrek Tennet bij grondwaterpeilwijzigingen met meer of minder dan 20 cm. Dit met oog op mogelijke effecten op de fundering van de masten. 7. Vergroening nabij ondergrondse verbindingen kan schade veroorzaken aan die verbindingen. 8. De inspreker spreekt waardering uit voor het vroegtijdig betrekken bij de omgevingsvisie als vooroverlegpartner. Reactie gemeente 1. We herkennen dat de ontwikkelingen rondom de energietransitie om ruimte vragen. We passen de omgevingsvisie hierop aan.
Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2. We voegen de hoogspanningsverbindingen toe aan de omgevingsvisiekaart. 3. Het vroegtijdig afstemmen met al onze partners over ruimtelijke ontwikkelingen vinden we belangrijk. Ook in het geval van ontwikkelingen nabij het hoogspanningsnet. 4. Dit hoort niet thuis in een omgevingsvisie. We nemen deze suggestie mee in de uitwerking van het omgevingsplan. 5. We nemen deze suggestie mee in de uitwerking van het omgevingsplan. 6. Dit punt geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. De monitoring of aanpassing van het grondwaterpeil is een verantwoordelijkheid van het waterschap. 7. We houden hier rekening mee tijdens de uitwerking van een concreet project. 8. Gemeente is blij dit te horen en wil deze samenwerking in de toekomst graag verder voortzetten, zoals bijvoorbeeld bij de uitwerking van het omgevingsplan. Conclusie De inspraakreactie leidt tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 31 Vroeger werd elektriciteit volledig opgewekt uit fossiele brandstoffen. Het nadeel hiervan is dat het erg schadelijk is voor het milieu. Daarnaast worden fossiele brandstoffen steeds schaarser. Daarom is duurzame energie zo belangrijk. Duurzame energie is namelijk niet schadelijk voor het milieu en raakt
Wordt Blz. 31 Vroeger werd elektriciteit volledig opgewekt uit fossiele brandstoffen. Het nadeel hiervan is dat het erg schadelijk is voor het milieu. Daarnaast worden fossiele brandstoffen steeds schaarser. Daarom is duurzame energie zo belangrijk. Duurzame energie is namelijk niet schadelijk voor het milieu en raakt
niet op. We willen als gemeente zo snel mogelijk, maar in elk geval in 2050, klimaatneutraal te zijn. Om dit te bereiken, ligt er met name in de bebouwde omgeving een grote uitdaging op het gebied van energiebesparing, het duurzaam opwekken van elektriciteit en de verduurzaming van de warmtevoorziening.
niet op. We willen als gemeente zo snel mogelijk, maar in elk geval in 2050, klimaatneutraal te zijn. Om dit te bereiken, ligt er met name in de bebouwde omgeving een grote uitdaging op het gebied van energiebesparing, het duurzaam opwekken van elektriciteit, en de verduurzaming van de warmtevoorziening en het aanpassen van de energie infrastructuur. Bovendien beseffen we ons dat een nieuw duurzaam energiesysteem een aanzienlijk groter ruimtebeslag heeft en een andere impact heeft op de leefomgeving, dan het oude, op fossiele brandstoffen gebaseerde systeem.
Omgevingsvisiekaart De hoogspanningsverbinding staat niet op de omgevingsvisiekaart.
Omgevingsvisiekaart De hoogspanningsverbinding wordt toegevoegd aan de omgevingsvisiekaart.
Inspraakreactie 10 Samenvatting 1. Schrap de verwijzing in de visie naar het uitnodigingskader omdat dat kader geparkeerd is om een aantal cruciale aanpassingen van het kader mogelijk te maken. 2. De ontwikkeling van zonneparken is in strijd met het voortschrijdende inzicht in de politiek dat zonneparken als niet wenselijk worden gezien. 3. Zonneparken doen afbreuk aan natuur- en recreatiewaarden. 4. Gelet op netcongestie moeten we zorgen dat zonnepanelen achter de meter worden geplaatst. Reactie gemeente 1. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Het uitnodigingskader maakt geen directe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maar geeft spelregels aan waar de gemeente Heerde waarde aan hecht. Om de doelstelling van een duurzaam en schoon energiesysteem te bereiken blijft een afwegingskader nodig. Na aanscherping zal er dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor zon en wind op land. Het opnemen in de omgevingsvisie van een verwijzing naar een (t.z.t. aangescherpt) kader volstaat om deze reden. 2. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de in de kamerbrief van de minister verwoorde aangescherpte voorkeursvolgorde zon op land betrokken. Dit geldt ook voor de door Provinciale Staten aangenomen motie. 3.
Het bieden van ruimte voor het verantwoord ontwikkelen van opwek van duurzame energie zien wij als één van de opgaven waarin de omgevingsvisie moet voorzien. Aan de hand van het (aan te scherpen) uitnodigingskader worden de verschillende belangen waaronder ook die van natuur en recreatie zorgvuldig afgewogen. 4. I.v.m. de netcongestie is het inderdaad erg belangrijk om het stroomnet niet extra te belasten en stroom op te wekken waar het gebruikt wordt. Uitgangspunt is ook dat opties voor passende zonnevelden open worden gehouden, omdat de vraag naar energie blijft toenemen. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreacties met betrekking tot Veessen Inspraakreactie 11, 12, 13, en 14 Samenvatting Insprekers hebben een identieke reactie ingediend. 1. Het rivierfront bij Veessen is bij het Deelgebied Uiterwaarden en Hoogwatergeul ingedeeld. Dit heeft tot gevolg dat het in de visie losgekoppeld is van het dorp Veessen, inclusief de bebouwing aan de rivierzijde van de dijk en IJsselzicht en IJsselhoeve. Dit gaat volledig in tegen het gevoel van de Veessenaren, dat het rivierfront een integraal en belangrijk deel is van het dorp. Aangezien de omgevingsvisie van beide deelgebieden, wat betreft de vorm en mate van recreatie, vrijwel haaks op elkaar staan gaat dit grote gevolgen hebben voor het dorp Veessen. Het kan toch niet zo zijn dat de omgevingsvisie van het ene deelgebied de omgevingsvisie van het andere deelgebied negatief beïnvloedt. Insprekers verzoeken om het gedeelte van het rivierfront wat niet is aangewezen als Natura 2000 gebied is op te nemen binnen het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten en de visie op recreatie van het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten ook van toepassing te laten zijn op het rivierfront. 2. Insprekers verzoeken om aan het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten toe te voegen dat voor de IJsseldijk gestreefd wordt naar het beperken van het gemotoriseerde verkeer zodat de verkeersveiligheid toeneemt en de hinder afneemt. 3.
Insprekers verzoeken om binnen de omgevingsvisie van het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten een paragraaf over de waterveiligheid toe te voegen. Hierin komt te staan dat ernaar wordt gestreefd om het bouwen in de lagere delen te beperken en vaste bebouwing (inclusief recreatieve voorzieningen) buitendijks te verbieden. Reactie gemeente 1. Dat het rivierfront onderdeel is van het dorp Veessen staat voor de gemeente niet ter discussie. Dit is echter geen reden om de begrenzing van de deelgebieden ‘Uiterwaarden en hoogwatergeul’ en ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’ aan te passen. De begrenzing van het Natura 2000 gebied Rijntakken heeft namelijk niet ten grondslag gelegen aan de begrenzing van de gebiedsindeling. De begrenzing van de gebiedsindeling is gebaseerd op de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterstaatsdoeleinden’ zoals deze is opgenomen in de het bestemmingsplan Buitengebied-Oost en het rijksinpassingsplan Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld. Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. De visie op recreatie voor het rivierfront wordt eveneens niet aangepast. De visie is passend voor een gebied dat mede is bestemd voor waterstaatsdoeleinden.
In de visie staat namelijk dat recreatieve ontwikkelingen niet ten koste mogen gaan van de waterveiligheid, de natuur en het landschap. 2. In de omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld herinrichting van straten en routing rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. 3. In hoofdstuk 2 van de omgevingsvisie worden de kernprincipes beschreven. Hiermee geven we aan wat we belangrijk vinden voor de leefomgeving. Het vijfde principe gaat over het heden en de toekomst op duurzame wijze met elkaar
verbinden. Hierin wordt water en bodem als sturend systeem benoemd voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. Een nadere uitwerking van het principe staat op pagina 32 en 33 van de omgevingsvisie onder de kop ‘Ruimtelijke ordening vanuit het natuurlijk systeem’. De omgevingsvisie voldoet hiermee al aan het verzoek van de insprekers en behoeft geen aanpassing. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Inspraakreactie 15 Samenvatting Inspreker geeft op vijf hoofdpunten een reactie. Per punt worden daarnaast tekstuele suggesties gedaan en enkele vragen gesteld. 1. Het rivierfront bij Veessen is bij het Deelgebied Uiterwaarden en Hoogwatergeul ingedeeld. Dit heeft tot gevolg dat het rivierfront, inclusief de bebouwing aan de rivierzijde van de dijk en IJsselzicht en IJsselhoeve, in de visie losgekoppeld is van het dorp Veessen. Het rivierfront Veessen (het gebied dat geen Natura 2000 status heeft) moet daarom worden ingedeeld het Deelgebied Oeverwal. De inspreker bepleit dat het rivierfront Veessen (het gebied dat geen Natura 2000 status heeft) ingedeeld wordt bij het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten, aangezien het een integraal onderdeel is van het dorp Veessen. 2. Inspreker bepleit dat het onderscheid tussen dag- en verblijfsrecreatie expliciet benoemd wordt en dat met name aangegeven wordt dat de verblijfsrecreatie in het dorp Veessen en het rivierfront blijven passen bij de schaal van het dorp. 3. Inspreker begrijpt en accepteert het uitgangspunt van clustering van voorzieningen, maar benadrukt ook het belang van behoud van bepaalde basisvoorzieningen in de kleine kernen voor de leefbaarheid van deze kernen.
Inspreker bepleit dat voor Veessen de instandhouding van de basisschool, van het sport- en gemeenschapscentrum de Noord en van de openbaar vervoersverbinding met Heerde expliciet als streven wordt vermeld. 4. In de visie wordt het unieke karakter van Veessen expliciet genoemd, maar de landschappelijke aspecten hiervan worden maar beperkt uitgewerkt. Inspreker bepleit dat deze karakteristieke landschapsaspecten van Veessen in de visie nadrukkelijk benoemd worden – het dorpslandschap met zijn open ruimtes (enken), de doorzichtlijnen, de losse ervenstructuur en de beleefbaarheid van de visitekaartjes zoals de molen en de kerk in Veessen. 5. Inspreker bepleit dat voor het dorp, en met name voor de IJsseldijk, gestreefd wordt naar een verhoogde verkeersveiligheid en het ontmoedigen van gemotoriseerd verkeer. Tekstuele suggesties en vragen A. Zijn er in de uiterwaarden (buitendijks) binnen de gemeente Heerde hardhout(ooi-) bossen, beuken- en eikenbossen? B. Hier de jaarlijkse Veesser eiermarkt toevoegen. C. Herkenbare beeldkwaliteit verklaren / uitwerken. D. Hoe wordt gekeken naar het mogelijke conflict tussen welstand-overwegingen en energiebesparende maatregelen (zonnepanelen, plaatsing van dubbel glas, warmtepompen etc.)? Hierover hebben wij in de visie niets kunnen vinden. E. “waardevol groen” behoeft ons inziens toelichting.
In het geval van Veessen denken wij ook aan de groene agrarische oppervlakken die binnen de bebouwde kom liggen, maar het is voor ons niet evident dat dit met “waardevol groen” afgedekt wordt. F. Benoem hier het concept “dorpslandschap”. G. Is de term “rood voor rood” nog gangbaar ? Dan zou het verhelderend zijn die term hier te benutten. H. Voor de vitaliteit van de kleine kernen is het van groot belang dat de basisscholen in deze kernen blijven en niet naar de grote kernen “weggeclusterd” worden! Ook bestaande lokale voorzieningen zoals het MFC Vorchten en het sport- en gemeenschapscentrum de Noord in Veessen moeten behouden blijven. I. Noem ook het belang van openbaar vervoer verbinding van de kleine kernen met Heerde. J. Toe te voegen: Behoud van basisscholen en sport- en gemeenschapscentra in de kleine kernen. K. Toe te voegen: Behoud en stimuleer openbaar vervoer tussen de kleine kernen en Heerde.
L. Laatste zin van bovenstaand citaat, invoegen: Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld dat we geen woningen of vaste verblijfsrecreatie-accommodaties bouwen in laag gelegen gebieden waar het heel nat is of op overstromingsgevoelige locaties. M. Maak expliciet onderscheid tussen dag- en verblijfsrecreatie. Met name voor de kleine kernen maakt dit een groot verschil, waarbij verblijfsrecreatie potentieel veel meer overlast geeft voor de bewoners, maar ook makkelijker te beheersen is door middel van vergunningsbeleid voor verblijfsaccommodaties. N. Veesser eiermarkt toevoegen. O. Er wordt in de visie niet ingegaan op het beleid / de criteria met betrekking tot het toewijzen van monumentenstatus aan gebouwen, beschermde dorpsgezichten etc. Is dit een bewuste keuze of een omissie? P. Voeg een zin toe dat dit maatwerk met name ook betrekking heeft op de parkeernormen in geval van nieuwbouw in het buitengebied – 2 parkeerplaatsen per wooneenheid lijkt ons essentieel. Q. Noem hier expliciet ook het belang van openbaar vervoer verbinding van de kleine kernen met de Heerd. R. De tweede belangrijke verbinding is de Plakkenweg, ten noorden van Veessen. Deze weg zou een belangrijke route kunnen zijn van Veessen, Vorchten en het Wijhese veer naar Heerde en daarmee het verkeer over de rivierdijk door Veessen kunnen ontlasten.
Momenteel is een belemmerende factor dat deze route uitkomt op het Apeldoorns kanaal, waarlangs de verkeerssituatie vooral in het donker lastig is. Verklaar de intentie om deze route van het Wijhese veer naar Heerde te stimuleren om daarmee de IJsseldijk in Veessen te ontlasten. S. Deel het rivierfront Veessen (het gebied dat geen Natura-2000 status heeft) in bij deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten. T. Strijdigheid tussen “vergroten van de mogelijkheden” en “geen uitbreiding” corrigeren; expliciet in tekst en samenvatting stellen dat er geen uitbreiding mag zijn van de capaciteit van verblijfsrecreatie en dat de voorzieningen moeten passen bij de schaal van het dorp Veessen, waarbij rekening gehouden zal worden met het effect op bereikbaarheid en water- en verkeersveiligheid. U. Beleefbaarheid van de IJsseloevers staat onder druk door het huidige beleid van de respectievelijke terreinbeheerders (Staatsbosbeheer, InLeisure). Het is wenselijk dat (op zijn minst buiten het broedseizoen) de IJssel oever vanaf het Wijhese veer tot aan de jachthaven, en vanaf Veessen richting villa Bakhuis, voor wandelaars toegankelijk is. Dit mag best wat explicieter gesteld worden, de formulering in de tekst “Het liefst blijven deze terreinen toegankelijk ….” is wel erg vrijblijvend! V. Unieke IJsselboerderijen staan vnl. op de oeverwallen en niet in de uiterwaarden. Pas dit aan. W.
Inspreker verzoekt aanpassing van de tekst het bijzondere dorpslandschap van Veessen te benoemen. X. Inspreker verzoekt op blz. 77 een paar toevoegingen van de tekst om daarmee beter aan te sluiten bij de karakteristieke landschappen van het dorp en het buitengebied. Y. Een groot deel van Veessen valt momenteel onder Welstandsniveau 2. In deze omgevingsvisie hebben wij geen verwijzing gezien naar welstandsniveaus. Blijft dit in stand en hoe wordt dit in de visie afgedekt? Z. Voeg hier expliciet toe: “het in stand houden van de basisschool en van het sporten gemeenschapscentrum de Noord als voorziening voor behoud van de leefbaarheid van het dorp; het bevorderen van de komst van een restaurant met terras aan het rivierfront, toegankelijk voor inwoners en passanten. AA. Maak in tekst onderscheid tussen dag- en verblijfsrecreatie en geef doelstellingen aan voor beheersing van de verblijfsrecreatie. BB. Noem hier ook expliciet de goede openbaar vervoer verbinding met Heerde. CC. Benoem hier expliciet het streven om de verkeersveiligheid op de IJsseldijk in Veessen te verbeteren en hier het doorgaand gemotoriseerd verkeer te ontmoedigen.
Reactie gemeente Hoewel de gemeente de inzet en de reactie van de inspreker waardeert merkt de gemeente op dat het detailniveau van de inspraakreactie het karakter van de omgevingsvisie overstijgt. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid indien dit nodig is. Bovendien heeft de gemeente vernomen dat de inspreker overweegt een dorpsplan of dorpsvisie voor Veessen te (laten) ontwikkelen. Hoewel dit geen gemeentelijk plan of gemeentelijke visie is gaat de gemeente graag in gesprek om te verkennen op welke wijze de gemeente dit voornemen kan faciliteren. 1. Dat het rivierfront onderdeel is van het dorp Veessen staat voor de gemeente niet ter discussie. Dit is echter geen reden om de begrenzing van de deelgebieden ‘Uiterwaarden en hoogwatergeul’ en ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’ aan te passen. De begrenzing van het Natura 2000 gebied Rijntakken heeft namelijk niet ten grondslag gelegen aan de begrenzing van de gebiedsindeling.
De begrenzing van de gebiedsindeling is gebaseerd op de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterstaatsdoeleinden’ zoals deze is opgenomen in de het bestemmingsplan Buitengebied-Oost en het rijksinpassingsplan Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld. Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. 2. De omgevingsvisie gaat uit van ‘hoogwaardig en kleinschalig recreëren’. Dit betekent dat bij het maken van een afweging over een recreatieve of verblijfsrecreatie ontwikkeling nadrukkelijk wordt gekeken naar kwaliteitsimpuls van het initiatief. De ontwikkeling moet daarnaast goed passen bij karakter en de ontwikkelrichting van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Dit maakt het niet nodig om onderscheid te maken tussen dag- en verblijfsrecreatie. 3. De gemeente herkent het belang van de genoemde basisvoorzieningen in de kleine kernen en in Veessen in het bijzonder. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 4. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid indien dit nodig is. Bijvoorbeeld in het landschapsontwikkelingsplan, de cultuurhistorische waardenkaart en het welstandsbeleid. 5. In de omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld herinrichting van straten rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. A. In de Hoenwaard - buitendijks gebied – zijn hardhout ooibossen, beuken- en eikenbossen aanwezig. B. Dit wordt toegevoegd. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie.
C. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten. In dit geval in het welstandsbeleid. D. Dit vraagstuk wordt uitgewerkt in een andere (Omgevingswet) instrument. In dit geval in het welstandsbeleid. E. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten. In dit geval in het omgevingsplan met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en met een begripsbepaling. F. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. In dit geval zijn het landschapsontwikkelingsplan, de cultuurhistorische waardenkaart en het welstandsbeleid hier de juiste instrumenten voor. G. De gemeente hanteert de term ‘functieverandering’. H. Dit is niet de intentie van de gemeente. Het belang van voorzieningen voor de leefbaarheid van de kleine kernen wordt herkend en krijgt in de omgevingsvisie al aandacht. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt de tekst op dit punt aangescherpt. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. I. Deze interpretatie van de tekst op bladzijde 30 van de omgevingsvisie wordt niet herkend. Het gaat hier om een aantrekkelijk en toegankelijk openbaar vervoer in brede zin. Binnen onze gemeente, maar ook met een goede aansluiting op het openbaar vervoer buiten onze gemeente. J.
Het belang van voorzieningen voor de leefbaarheid van de kleine kernen wordt herkend en krijgt in de omgevingsvisie al aandacht. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt de tekst op dit punt aangescherpt. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. K. Deze suggestie wordt niet overgenomen. In de visie staat al dat de gemeente een aantrekkelijk en toegankelijk openbaar vervoer in brede zin ambieert. L. Deze suggestie wordt niet overgenomen. Wat ruimtelijke ordening vanuit het natuurlijk systeem betekent wordt voldoende toegelicht op pagina 32 en 33 van de omgevingsvisie. M. De visie gaat uit van ‘hoogwaardig en kleinschalig recreëren’. Dit betekent dat bij het maken van een afweging over een recreatieve of verblijfsrecreatie ontwikkeling nadrukkelijk wordt gekeken naar kwaliteitsimpuls van het initiatief. De ontwikkeling moet daarnaast goed passen bij karakter en de ontwikkelrichting van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Dit maakt het niet nodig om onderscheid te maken tussen dag- en verblijfsrecreatie. N. Dit wordt toegevoegd. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. O. Dit is een bewuste keuze. Dit vraagstuk wordt uitgewerkt in een andere (Omgevingswet) instrument. In dit geval in het welstandsbeleid. P. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten.
In dit geval in het parkeerbeleid. Dit parkeerbeleid wordt binnenkort geactualiseerd. Q. De ontwerp omgevingsvisie volstaat al op dit punt door een aantrekkelijk en toegankelijk openbaar vervoer in brede zin te ambiëren. Zowel binnen onze gemeente, maar ook met een goede aansluiting op het openbaar vervoer buiten onze gemeente. R. In de ontwerp omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld routing of herinrichting van straten rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke
wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in bijvoorbeeld een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. S. De begrenzing van deelgebieden ‘Uiterwaarden en hoogwatergeul’ en ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’ wordt niet aangepast. De begrenzing van het Natura 2000 gebied Rijntakken heeft namelijk niet ten grondslag gelegen aan de begrenzing van de gebiedsindeling. De begrenzing van de gebiedsindeling is gebaseerd op de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden’ zoals deze is opgenomen in de het bestemmingsplan Buitengebied-Oost en het rijksinpassingsplan Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld. Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang. T. De omgevingsvisie gaat uit van ‘hoogwaardig en kleinschalig recreëren’. Dit betekent dat bij het maken van een afweging over een recreatieve of verblijfsrecreatie ontwikkeling nadrukkelijk wordt gekeken naar kwaliteitsimpuls van het initiatief. De ontwikkeling moet daarnaast goed passen bij karakter en de ontwikkelrichting van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Dit maakt het niet nodig om onderscheid te maken tussen dag- en verblijfsrecreatie. U. De ontwerp omgevingsvisie wordt op dit punt aangepast.
Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. V. De ontwerp omgevingsvisie wordt op dit punt aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. W. De ontwerp omgevingsvisie wordt op dit punt niet aangepast. Gezien het karakter van de omgevingsvisie worden de hoofdlijnen van kwaliteiten van Veessen voldoende beschreven. X. De ontwerp omgevingsvisie wordt op dit punt niet aangepast. Gezien het karakter van de omgevingsvisie worden de hoofdlijnen van kwaliteiten van Veessen voldoende beschreven. Y. Dit is een bewuste keuze. Dit vraagstuk wordt uitgewerkt in een andere (Omgevingswet) instrument. In dit geval in het welstandsbeleid. Z. De ontwerp omgevingsvisie wordt op dit punt aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. AA. De ontwerp omgevingsvisie gaat uit van ‘hoogwaardig en kleinschalig recreëren’. Dit betekent dat bij het maken van een afweging over een recreatieve of verblijfsrecreatie ontwikkeling nadrukkelijk wordt gekeken naar kwaliteitsimpuls van het initiatief. De ontwikkeling moet daarnaast goed passen bij karakter en de ontwikkelrichting van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Dit maakt het niet nodig om onderscheid te maken tussen dag- en verblijfsrecreatie. BB.
In de ontwerp omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld routing of herinrichting van straten rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in bijvoorbeeld een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. CC. In de ontwerp omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld routing of herinrichting van straten rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke
wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in bijvoorbeeld een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. Conclusie De inspraakreactie leidt op de volgende punten tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 20 De kleinschalige en hoogwaardige verblijfsmogelijkheden (zoals B&B’s) passen bij het karakter van de gemeente. Dat geldt ook voor de verschillende evenementen, zoals de Hessenmarkt Heerde, Lammetjesdag, het Hoornerfeest, Padd’ndag en Hemito. In de centra van Heerde en Wapenveld en aan de IJssel in Veessen zijn lokale producten te proeven bij de verschillende restaurants. In Vorchten zijn deze streekproducten op verschillende plekken langs de weg te vinden.
Wordt Blz. 20 De kleinschalige en hoogwaardige verblijfsmogelijkheden (zoals B&B’s) passen bij het karakter van de gemeente. Dat geldt ook voor de verschillende evenementen en activiteiten, zoals de Hessenmarkt Heerde, Lammetjesdag, Hoornerfeest, Padd’ndag en Hemito, het Heerdelijk Festival, Rondje Pontje Rock, de Veesser Eiermarkt en de boerderijenfietstocht. In de centra van Heerde en Wapenveld en aan de IJssel in Veessen zijn lokale producten te proeven bij de verschillende restaurants. In Vorchten zijn deze streekproducten op verschillende plekken langs de weg te vinden.
Blz. 29. De belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, blijven in onze gemeente aanwezig en clusteren we zoveel mogelijk. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te
Blz. 29. Het behouden van de belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, is van groot belang voor de leefbaarheid van al onze dorpen. Daar waar het kan is het streven om voorzieningen te clusteren. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer
ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.
ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.
Blz. 37 Passende evenementen We koesteren evenementen die passen bij de schaal en het karakter van onze gemeente. Denk aan de Hessenmarkt Heerde, Lammetjesdag, Hoornerfeest, Padd’ndag en Hemito. Deze lokale evenementen en activiteiten ondersteunen onze Cittaslow-identiteit.
Blz. 37 Passende evenementen en activiteiten We koesteren bestaande en nieuwe evenementen en activiteiten die passen bij de schaal en het karakter van onze gemeente. Denk aan de Hessenmarkt Heerde, Lammetjesdag, Hoornerfeest, Padd’ndag en Hemito, het Heerdelijk Festival, Rondje Pontje Rock, de Veesser Eiermarkt en de boerderijenfietstocht. Deze lokale evenementen en activiteiten ondersteunen onze Cittaslow-identiteit.
Blz. 74 In de uiterwaarden en in de hoogwatergeul is ook ruimte voor recreatie. Dat mag alleen niet ten koste gaan van de waterveiligheid, de natuur en het landschap. De bestaande recreatieterreinen langs de IJssel zijn belangrijk voor de leefbaarheid van het gebied en de beleving van de IJssel. Het liefst blijven deze terreinen toegankelijk voor bezoekers en bewoners van het gebied. We concentreren recreatieve activiteiten aan de oever van de IJssel in Veessen. Het voetveer is voor recreanten een verbinding tussen Salland, de IJssel en de Veluwe. De IJsseloever in Veessen fungeert daarmee voor de Veluwe als kleine ‘toegangspoort’ voor de Veluwe vanaf Salland over het water. Tegelijkertijd is het een ontvangstlocatie voor recreanten die hun weg langs de IJssel zoeken, op een wijze die past bij de maat en schaal van het gebied. Voor de bereikbaarheid is de veerverbinding naar Wijhe belangrijk. De pont zorgt voor de ontsluiting van het gebied, én geeft de gebruikers de mogelijkheid te genieten van de mooie IJssel.
Blz. 74 In de uiterwaarden en in de hoogwatergeul is ook ruimte voor recreatie. Dat mag alleen niet ten koste gaan van de waterveiligheid, de natuur en het landschap. De bestaande recreatieterreinen langs de IJssel zijn belangrijk voor de leefbaarheid van het gebied en de beleving van de IJssel. Het liefst blijven We vinden het belangrijk dat deze terreinen toegankelijk zijn voor bezoekers en bewoners van het gebied. We concentreren recreatieve activiteiten aan de oever van de IJssel in Veessen. Het voetveer is voor recreanten een verbinding tussen Salland, de IJssel en de Veluwe. De IJsseloever in Veessen fungeert daarmee voor de Veluwe als kleine ‘toegangspoort’ voor de Veluwe vanaf Salland over het water. Tegelijkertijd is het een ontvangstlocatie voor recreanten die hun weg langs de IJssel zoeken, op een wijze die past bij de maat en schaal van het gebied. Voor de bereikbaarheid is de veerverbinding naar Wijhe belangrijk. De pont zorgt voor de ontsluiting van het gebied, én geeft de gebruikers de mogelijkheid te genieten van de mooie IJssel.
Blz. 75 We zien graag dat de dynamische geschiedenis van het gebied beter zichtbaar wordt. Dat kan bijvoorbeeld met informatieborden of met speelmogelijkheden voor kinderen. Door uitleg te geven bij de unieke IJsselboerderijen, het monnikenverleden,
Blz. 75 We zien graag dat de dynamische geschiedenis van het gebied beter zichtbaar wordt. Dat kan bijvoorbeeld met informatieborden of met speelmogelijkheden voor kinderen. Door uitleg te geven bij de unieke IJsselboerderijen, over het
de oversteek van de kozakken en de pontjes komt het bijzondere verleden tot leven. Dat maakt het gebied extra aantrekkelijk voor recreanten.
monnikenverleden, en de oversteek van de kozakken. Bijvoorbeeld bij en de pontjes, waardoor komt het bijzondere verleden tot leven komt. Dat maakt het gebied extra aantrekkelijk voor recreanten.
Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.
Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Veessen heeft een basisschool en het sport- en gemeenschapscentrum De Noord. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. Het behouden van voorzieningen in zowel Veessen als Vorchten is belangrijk voor de leefbaarheid. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.
Inspraakreactie 16 Samenvatting Inspreker geeft op vier punten een reactie. Per punt worden daarnaast tekstuele suggesties gedaan. A. Het belang onderkennen van het behouden van voorzieningen in de kleine kernen zoals in Veessen. Voorstel 1: Opnemen in de tekst dat de voorzieningen zoals scholen maar ook andere voorzieningen zoals winkels en sportvoorzieningen in de kleine kernen behouden moeten blijven. Voorstel 2: Opnemen dat er voor de kleine kernen ruime parkeernormen worden gehanteerd. B. Een scherpere visie op recreatie in het deelgebied Uiterwaarden en hoogwatergeul. Voorstel 1: Betrek het bebouwde deel van de uiterwaarden in de visie bij de kern Veessen. Voorstel 2: Schrijf voor het deelgebied uiterwaarden en hoogwatergeul een heldere visie voor recreatie die duidelijkheid geeft en die mogelijkheden en onmogelijkheden afbakent, in combinatie met de rest van de kern Veessen. Voorstel 3: Ga hierbij ook rekening houden met het aankomende rijksbeleid dat het bouwen (lees vaste verblijfsrecreatie) in de uiterwaarden niet meer van deze tijd is en met de voortschrijdende klimaatverandering ook niet meer wenselijk is. Voorstel 4: Hou in de visie, m.b.t. de mate van toename van (verblijfs-)recreatie, rekening met de huidige wegenstructuur en de capaciteit hiervan, zodat de verkeersveiligheid niet verder achteruit gaan en geluidsbelasting in Veessen niet nog verder toeneemt.
Voorstel 5: Wees hier concreter en neem de toegankelijkheid van de recreatieterreinen en van de voorzieningen als uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen (bij alles wat afwijkt van huidige vergunningen). Voorkom daarmee dat de inwoners alleen met de lasten en niet met de lusten te maken krijgen bij nieuwe ontwikkelingen. Voorstel 6: Zorg voor meer mogelijkheden voor ommetjes rondom Veessen. C. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden van Veessen en de omgeving van de oeverwal beter beschrijven en de waarden die er nu zijn als zodanig te erkennen en beter te beschermen. Voorstel 1: Dit overnemen in de beschrijving van het huidige karakter. Voorstel 2: Het dorpslandschap in Veessen ook vermelden op pag. 40, Par. 3.5.2 over Landschappelijke diversiteit. Voorstel 3: Deze unieke structuur beter beschrijven en waarderen. Voorstel 4: De historische kern, en algemeen de zichtlijnen op de historische elementen in Veessen benoemen en waarderen.
Voorstel 5: Dit een duidelijke plek geven in de visie op daarmee bij de ontwikkeling van het dorp de aanwezige waarden ook in de toekomst behouden. D. Toekomstbestendige bedrijventerreinen, Duurzaamheid en klimaat. Voorstel 1: Hier meer ambitie voor uitspreken om bedrijventerreinen groener te maken. Reactie gemeente Hoewel de gemeente de inzet en de reactie van de inspreker waardeert merkt de gemeente op dat het detailniveau van de inspraakreactie het karakter van de omgevingsvisie overstijgt. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid indien dit nodig is. A. Het belang onderkennen van het behouden van voorzieningen in de kleine kernen zoals in Veessen. Voorstel 1: De gemeente herkent het belang van de genoemde basisvoorzieningen in de kleine kernen en in Veessen in het bijzonder. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Voorstel 2: Parkeernormen zijn normen die worden vastgelegd in het parkeerbeleid van de gemeente. Dit parkeerbeleid wordt binnenkort geactualiseerd. B.
Een scherpere visie op recreatie in het deelgebied Uiterwaarden en hoogwatergeul. Reactie voorstel 1: Dat het rivierfront onderdeel is van het dorp Veessen staat voor de gemeente niet ter discussie. Dit is echter geen reden om de begrenzing van de deelgebieden ‘Uiterwaarden en hoogwatergeul’ en ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’ aan te passen. De begrenzing van de gebiedsindeling is namelijk gebaseerd op de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden’ zoals deze is opgenomen in de het bestemmingsplan Buitengebied-Oost en het rijksinpassingsplan Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld. Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. Reactie voorstel 2: De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor recreatie in de betreffende deelgebieden die betrekking hebben op Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Reactie voorstel 3: In hoofdstuk 2 van de ontwerp omgevingsvisie worden onze kernprincipes beschreven.