6.2.9. t en r_Kerkstraat 11-13, Veessen_vastgesteld_1
Tekst van het document
Kerkstraat 11-13, Veessen
29
4.6
Klimaatadaptatie
Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering: Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied enige plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui.
De beoogde woningen zullen hoger dan het omliggende maaiveld aangelegd worden zodat er op de erven zelf geen wateroverlast optreedt. Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de (gevoels)temperatuur in het plangebied kan stijgen. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige bouwnormen. Daarmee zijn de woningen minder gevoelig voor opwarming. Daarnaast wordt er opgaand groen gerealiseerd, waarmee het aantal schaduwplaatsen in het plangebied toeneemt en de hittestress van het totale gebied vermindert. Droogte Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van 2 woningen en is daarmee minder afhankelijk van grondwaterstanden en droogte. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf, zoals dat in de huidige situatie ook het geval is. Overstroming Het plangebied is gelegen in de omgeving van de IJssel en heeft daarmee een verhoogde kans op overstroming in het geval van een dijkbreuk. De woningen worden ontsloten door de Kerkstraat en zijn derhalve goed bereikbaar voor hulpdiensten in het geval van nood. Het plan voorziet voldoende in het omgaan met de risico's van klimaatverandering.
30
Kerkstraat 11-13, Veessen
4.7
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan is economisch uitvoerbaar.
Kerkstraat 11-13, Veessen
31
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend plan bevat de volgende bestemmingen: 'Wonen', ten behoeve van de realisering van 2 vrijstaande woningen, ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied. Binnen het bestemmingsvlak zijn 2 bouwvlakken opgenomen met maatvoering (maximum goot- en bouwhoogte); 'Agrarisch met waarde - Landschap', ter plaatse van het zuidelijke deel van het plangebied, ter behoud van de landschappelijke waarden; 'Tuin', rondom de woonbestemming, ten behoeve van tuinen en parkeergelegenheden rond de beoogde woningen; om losse bijgebouwen uit te sluiten, is op de bestemming 'Tuin' de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' opgenomen; De dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied', mede ten behoeve van het behoud, de bescherming en/of het herstel van de eventueel voorkomende archeologische waarden, ter plaatse van het gehele plangebied; De aanduiding 'Molenbeschermingszone', mede voor het beschermen van de functies van de molen als werktuig en als landschapsbepalend element, alsmede voor het veilig stellen van de windvang en windlossing. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
32
Kerkstraat 11-13, Veessen
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden naar de relevante instanties. Er zijn geen bedenkingen tegen het plan naar voren gekomen.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
De buurt is in de initiatief- en schetsontwerpfase op de hoogte gesteld van het plan. Een verslag hiervan is opgenomen in bijlage 7 bij voorliggend document. Reacties naar aanleiding van de initiatieffase waren verdeeld, maar ook positief. Naar aanleiding van gesprekken met de buurt is het aantal wooneenheden van het plan aangepast.
6.4
Verslag zienswijzen
Het initiatief heeft tussen 20 december 2023 en 30 januari 2024 ter inzage gelegen. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingediend.
Kerkstraat 11-13, Veessen
33
34
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlagen bij de toelichting
Kerkstraat 11-13, Veessen
35
36
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 1
Beeldkwaliteitskader
Kerkstraat 11-13, Veessen
37
38
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Kerkstraat 11-13, Veessen
39
40
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 3
Digitale watertoets
Kerkstraat 11-13, Veessen
41
42
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 4
Voortoets stikstofdepositie
Kerkstraat 11-13, Veessen
43
44
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 5
Quickscan Flora en Fauna
Kerkstraat 11-13, Veessen
45
46
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
Kerkstraat 11-13, Veessen
47
48
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 7
Omgevingsdialoog
Kerkstraat 11-13, Veessen
49
50
Kerkstraat 11-13, Veessen
Regels
Kerkstraat 11-13, Veessen
51
52
Kerkstraat 11-13, Veessen
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Kerkstraat 11-13, Veessen met identificatienummer NL.IMRO.0246.311HVVBPKerkstraVA01 van de gemeente Heerde; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan-huis-gebonden-beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde; 1.8 bebouwingspercentage de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden; 1.9 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.10 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw
verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.12 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
Kerkstraat 11-13, Veessen
53
1.14 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.15 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.16 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.17 carport een ten hoogste door twee wanden omsloten overdekte ruimte; 1.18 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.19 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.20 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.21 eerste verdieping tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.22 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.24 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.25
molenbeschermingszone de op de plankaart aangegeven zone rondom een molen waarbinnen bijzondere regels gelden ter bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de molen, waaronder begrepen het beschermen van de functies van de molen als werktuig en landschapsbepalend element, alsmede het veilig stellen van de windvang en windlossing; 1.26 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming;
54
Kerkstraat 11-13, Veessen
1.27 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; 1.28 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.29 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.30 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.31 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.32 woonhuis een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een anderbouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
Kerkstraat 11-13, Veessen
55
2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 afstand tot de molen: de afstand gerekend vanaf het middelpunt van de molen. Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.
56
Kerkstraat 11-13, Veessen
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschap
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de waterhuishouding; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Algemeen Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden, of in afwijking daarvan de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, voet-, fiets- en/of ruiterpaden of parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 50 m 2, met uitzondering van: 1. het aanleggen en verharden van wegen en/of paden ter directe ontsluiting van agrarische bouwpercelen; 2. het aanleggen van koe- of kavelpaden; b.
het vellen, rooien, zaaien of aanplanten van bomen en andere houtopstanden, voor zover het beplanting betreft die niet in de gemeentelijke kapverordening of de Wet natuurbescherming is geregeld, zoals deze regelingen luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het plan; c. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; e. het graven of dempen van sloten en poelen; f. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 3.3.2 Uitzondering Het in 3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. verband houden met het beeldkwaliteitskader als genoemd in bijlage 2 bij deze regels.
3.3.3 Afwegingskader De in 3.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de agrarische en/of de landschappelijke waarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.
Kerkstraat 11-13, Veessen
57
Artikel 4
Tuin
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende andere bouwwerken, erven en parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming dan wel de aangrenzende bestemming Wonen worden gebouwd, met dien verstande dat: 4.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 1 m bedragen. 4.2.2 Grenzen van het bouwvlak Voor bebouwing ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' geldt dat de navolgende bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,50 m mag overschrijden: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; b. schotelantennes; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. 4.2.3 Vergunningsvrije bouwwerken uitgesloten Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' is het bouwen van vergunningsvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht niet toegestaan.
Artikel 5
Wonen
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep; met daarbijbehorende: b. gebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. tuinen; e. erven. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd waarbij het oppervlakte van het hoofdgebouw niet groter dan 150 m2 mag bedragen; b. de breedte van een woonhuis mag niet minder dan 5 m bedragen; c. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer dan 1 bedragen;
58
Kerkstraat 11-13, Veessen
d. e. f.
g.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' aangegeven goothoogte; de bouwhoogte mag niet meer dan dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' aangegeven bouwhoogte; in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 4. (hoek-)erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,50 m worden overschreden; ter plaatse van de bouwaanduiding 'nokrichting' dient de nokrichting van hoofdgebouwen overeenkomstig te zijn met het in bijlage 2 van de Bijlagen bij de regels opgenomen Beeldkwaliteitskader.
5.2.2 Aanbouwen, uitbouwen en carports Voor een aanbouw, een uitbouw en een carport gelden de volgende regels: a. de afstand van een aanbouw, uitbouw of carport tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en carports bij een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 100 m2, met inachtneming van de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en carports mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel; c. de goothoogte van een aanbouw, uitbouw of carport mag niet meer dan 3,25 m bedragen; d. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of carport mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2 m; e. aanbouwen, uitbouwen en carports dienen hetzij een integraal onderdeel te zijn van het hoofdgebouw hetzij daar aan vast te zijn gebouwd. Vrijstaande bijgebouwen, met inbegrip van vergunningsvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zijn niet toegestaan, zodanig dat ze ruimtelijk een eenheid vormen conform het in bijlage 2 opgenomen Beeldkwaliteitskader. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a.
indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3,25 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. een goede woonsituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Kerkstraat 11-13, Veessen
59
5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. 5.2.1 onder d en e en toestaan dat de goot- en/of bouwhoogte wordt verhoogd met niet meer dan 2 m; b. 5.2.2 onder b en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uit- en bijgebouwen ten behoeve van een aan huis gebonden beroep wordt vergroot tot ten hoogste 80 m2, waarbij geldt dat het bebouwingspercentage als genoemd onder b en de beeldkwaliteitseisen als genoemd onder e onverkort van kracht blijven. 5.4.2 Afwegingskader Een in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor doeleinden van zelfstandige bewoning; b. het gebruik van gronden en opstallen voor een bedrijf; c.
het gebruik van gronden en opstallen overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder dat, binnen een periode van 2 jaar na vaststelling van het plan, uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de randvoorwaarden voor beeldkwaliteit conform het in bijlage 2 opgenomen Beeldkwaliteitskader; d. in afwijking van het bepaalde onder c, mogen gronden en opstallen overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, onder de voorwaarde dat de aanleg van de landschapsmaatregelen als bedoeld in het in bijlage 2 opgenomen Beeldkwaliteitskader wordt uitgevoerd tijdens het eerst volgende plantseizoen na het gereedkomen van het bouwplan.
Artikel 6
Waarde - Lage archeologische verwachting
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Lage archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Artikel 12 (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) is van toepassing op het uitvoeren van in dat artikel aangegeven werken en werkzaamheden, op en in de daarbij aangegeven gronden, met daarbij aangegeven voorwaarden en uitzonderingen. 6.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde:
60
Kerkstraat 11-13, Veessen
a.
b.
De dubbelbestemming 'Waarde - Lage archeologische verwachting' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; De dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische monumenten' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
Kerkstraat 11-13, Veessen
61
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond welke eenmaal op basis van deze regels in aanmerking werd of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Algemene gebruiksregels a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. b. Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. c. Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist en deze is verleend. d. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van de verbodsbepalingen zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1 Vrijwaringszone - molenbiotoop 9.1.1 Aanduidingsomschrijving De voor 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden zijn, onverminderd het in de regels bepaalde ten aanzien van de voor deze gronden geldende bestemmingen, mede bestemd voor het beschermen van de functies van de molen als werktuig en als landschapsbepalend element, alsmede voor het veilig stellen van de windvang en windlossing. 9.1.2 Bouwregels Op de voor 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht tot een bouwhoogte conform het bepaalde in Bijlage 1. 9.1.3 Afwijking van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.1.2, met dien verstande dat de vergunning slechts wordt verleend indien en nadat de betrokken adviesorganen omtrent de molen zijn gehoord en indien de belangen van de betreffende molen als werktuig en/of landschapsbepalend element niet in onevenredige mate worden geschaad. 9.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijde, en werkzaamheden, bomen, heesters en andere beplanting te planten indien de hoogte daarvan de in bijlage 1 aangegeven hoogte te boven gaat.
62
Kerkstraat 11-13, Veessen
b Bestaande beplanting In aanvulling op het bepaalde in sub a geldt dat beplanting die reeds op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig is mag worden gehandhaafd. c Afwegingskader De omgevingsvergunning kan worden verleend, indien door die werken de functies van de molen niet onevenredig worden geschaad en nadat de betrokken adviesorganen daaromtrent zijn gehoord. d Bepaling hoogtes De hoogte van gebouwen, andere bouwwerken en beplanting wordt gemeten in meters en berekend vanaf het gemiddelde afgewerkte terrein aan de voet van de molen of de belt dan wel stelling.
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van a. b.
c.
d. e. f.
de bij recht in deze regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de andere-bouwwerken wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels en toestaan dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m2; het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet
meer bedraagt dan 4 m2.
10.2 Afwegingskader De in lid 10.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 11
Algemene procedureregels
Voor het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure:
Kerkstraat 11-13, Veessen
63
a. b. c. d.
een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
Artikel 12
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden
12.1 Vergunningsplicht archeologie Behoudens het bepaalde in lid 12.2.1, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: werken en werkzaamheden* waarden/bestemmingen/aanduidingen a b c d e f 6 Waarde - Lage archeologische verwachting + + + + + + * de onderstaande letters worden hierna verklaard; in de tabel is: + = vergunning vereist a aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen b verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden c aanleggen en dempen van watergangen en poelen d aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen (nutsvoorzieningen) breder dan 80 cm en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur e diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m onder het maaiveld - omploegen, het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering f bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters
12.2 Uitzonderingen vergunningplicht 12.2.1 Archeologie Het in lid 12.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a.
b. c. d. e.
64
werken en werkzaamheden in het kader van het normale (agrarische) beheer, onderhoud en exploitatie, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; werken en werkzaamheden waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 12.1 bij d, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor bouwen; voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
Kerkstraat 11-13, Veessen
f.
voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,4 m onder het bestaande maaiveld met een maximale oppervlakte van: 1. 1.000 m² in een gebied met een Waarde - Lage archeologische verwachting.
12.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 12.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel b. de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; 12.4 Rapportageplicht Archeologie De onder lid 12.2 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
12.5 Deskundige advies archeologie Indien het onder 12.4 genoemde rapport of de beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.
Kerkstraat 11-13, Veessen
65
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken 13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 13.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Uitzondering Lid 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik 13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 13.2.2 Verbodsbepaling Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbreking Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Geen overgangsrecht Lid 13.2.1is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kerkstraat 11-13, Veessen'.
66
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlagen bij de regels
Kerkstraat 11-13, Veessen
67
68
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 1
Molenbiotoop
Kerkstraat 11-13, Veessen
69
70
Kerkstraat 11-13, Veessen
Bijlage 2
Beeldkwaliteitskader
Kerkstraat 11-13, Veessen
71
72
Kerkstraat 11-13, Veessen
Verbeelding
Kerkstraat 11-13, Veessen
73
74
Kerkstraat 11-13, Veessen
Kerkstraat 11-13, Veessen
75
76
Kerkstraat 11-13, Veessen