CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2.5 TB5_Quickscan flora fauna.pdf

Raadscommissie 11 april 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kommerseweg ongenummerd2.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Quickscan soortenbescherming Kommerseweg 8 te Heerde Projectgegevens Opdr. gvr.: Bouwkundig Tekenburo Gerrit Scholten Project: Kommerseweg 8 te Heerde Betreft: Nieuwbouw woning Uitvoering: Ruimte voor Advies BV Plaats: Heerde Contactpersoon: K. Wegerif (0657085222) Datum: 10-09-2020 wegerif@ruimtevooradvies.nl

1.1 Inleiding In opdracht van de gemeente Heerde voerde Ruimte voor Advies een quickscan Wet natuurbescherming uit op de locatie aan de Kommerseweg 8 te Heerde. De initiatiefnemer heeft het voornemen om het weiland ter plaatse om te vormen naar een bouwkavel en een woning te realiseren. De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige een inschatting maakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden houden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. Naast de soortbescherming is een beoordeling gemaakt van de gebiedsbescherming en is een inschatting gemaakt van de ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Gelders Natuurnetwerk. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van het dorp Heerde.

Het te ontwikkelen weiland is gelegen ten noorden van Heerde. Het plangebied bestaat uit sterk beheerd, soortenarm grasland en heeft een oppervlakte van ca. 3.900 m2. Het te ontwikkelen grasperceel gefunctioneert als weiland waar hedendaags paarden in staan. Aan de westzijde van het plangebied is een bomenrij aanwezig dat gelokaliseerd is op het erf van de Kommerseweg 10. Aan de oostzijde is de woning aanwezig van de Kommerseweg 8 dat omringd is door siertuin. Het plangebied grenst ten noordoosten aan een bosrijk gebied met veel houtopstanden. Bebouwing ontbreekt binnen het plangebied. Het voornemen bestaat om op het weiland een woning te realiseren dat landschappelijk wordt ingepast. Voor de voorgenomen activiteiten wordt geen bebouwing gesloopt en geen opstanden gekapt. Alle ingrepen vallen onder de noemer “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”.

[1]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 8 september 2020 bezocht door K. Wegerif, ecoloog van bureau Ruimte voor Advies. Tijdens dit onderzoek zijn de locaties verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 18 0C en matige wind uit het noordoosten.

Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied. Met roodkader is het onderzoeksgebied weergegeven. Bron: Aerodata International Surveys, GoogleMaps2020

Heerde

Afbeelding 2: Globale ligging Kommerseweg 8 (rode cirkel) ten opzichte van de Heerde. Bron ondergrond: Aerodata International, GoogleMaps2020

[2]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

2. Resultaten quickscan Gebiedsbeleid Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingzone (GO) Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het dichtbijzijnde GNN is gelegen op 180 meter afstand ten westen van het plangebied. Er worden geen effecten verwacht op de ecologische doelstellingen en kernkwaliteiten van het GNN door het ontbreken van verbinding en tussenliggende bebouwing en de aard van de werkzaamheden en ontwikkelingen. Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op ongeveer 180 meter in westelijke richting. Ook al is de afstand tot het Natura 2000-gebied klein, directe negatieve effecten worden niet verwacht. Door bouwwerkzaamheden en de ontwikkelingen kan geluidsverstoring en lichtverstoring optreden. Echter is het niet aannemenlijk dat het geluid ver rijkt door tussenliggende bebouwing en begroeiing. De toename van geluid zal verwaarloosbaar zijn. Ook wordt het niet verwacht dat een toename van licht een significant effect heeft op de doelsoorten van het Natura 2000-gebied. De verlichting wordt geremd door tussenliggende bebouwing en begroeiing, hierdoor wordt lichtverstoring op de doelsoorten niet verwacht.

Gezien de aard en schaal van het project en het ontbreken van (landschappelijke-)verbinding met het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten op aangewezen doelsoorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot een toename van stikstofemissie tijdens de sloopen realisatiefase door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen. In de gebruiksfase is een er mogelijke toename van stikstofuitstoot ten opzichte van de bestaande feitelijke situatie door een toename van bestemmingsverkeer en uitstoot van de woning. Zeer stikstofgevoelige habitattypen liggen op 180 meter afstand ten zuiden van het plangebied. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet voldoet. Op dit moment is iedere toename van stikstof (> 0,00 mol/hectare/jaar) op gevoelige habitattypen vergunningplichtig. Voor de bouw van de woning is het noodzakelijk om een stikstofberekening met de online-rekentool AERIUS Calculator uit te voeren. Deze rekentool geeft weer of de maximale stikstofdepositie overschreden wordt en dus een vergunning noodzakelijk is.

[3]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

180 m

Afbeelding 4: Ligging plangebied ten opzichte van de Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelignszone (GO) . Door het ontbreken van landschappelijke verbinding en tussenliggende obstakels worden negatieve effecten op het GNN niet verwacht. Bron: Provincie Gelderland

180 m

Afbeelding 5: Ligging plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Ondanks de relatieve korte afstand (180 meter) worden directe negatieve effecten niet verwacht door het ontbreken van landschappelijke verbinding en tussenliggende bebouwing en opstanden. Bron: Provincie Gelderland

[4]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

180 m

Afbeelding 6: De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van zeer stikstofgevoelige habitattypen (donker paars) en stikstofgevoelige habitattypen (paars). Het onderzoeksgebied ligt op ca. 180 meter afstand tot stikstofgevoelige habitattypen. Door de ontwikkelingen en werkzaamheden is er mogelijk sprake van een toename van stikstofdepositie op gevoelige habitattypen. Een Aerius-berekening kan duidelijk maken of er sprake is van een overschrijding van de maximale stikstofdepositie en daarmee vergunningplicht. Bron: Aerius Calculator, https://calculator.aerius.nl/ calculator/?locale=nl#

[5]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

NDFF In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn 160 waarnemingen bekend in en rondom het plangebied. De waarnemingen betreffen voornamelijk vogels, zoals appelvink, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, ekster, houtduif, huismus, koolmees, merel, spreeuw winterkoning en zwarte kraai. Daarnaast zijn nog de eekhoorn en weidebeekjuffer waargenomen in de omgeving van het plangebied. Flora Beschermde soorten zijn niet waargenomen binnen het onderzoeksgebied. Ook zijn geen waarnemingen bekend in de NDFF van beschermde soorten. Geschikt biotoop voor dergelijke soorten ontbreekt binnen het plangebied en directe omgeving. Het plangebied is begroeid met intensief beheerd, kort grasland. De vegetatie bestaat naast gras uit plantensoorten als: duizendblad, smalle weegbree, ridderzuring, zachte ooievaarsbek, paardenbloem, smeerwortel en vogelmuur. Door het huidige beheer, de voedselrijkdom en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten binnen het plangebied. Negatieve effecten op beschermde/bijzondere flora wordt derhalve niet verwacht. Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.

Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen zoals struiken. De onderzoekslocatie is ongeschikt als verblijfplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Op de onderzoekslocatie zijn geen bomen of andere begroeiing aanwezig. Daarnaast is ook geen bebouwing aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor bijvoorbeeld huismussen of gierzwaluwen. De bebouwing in de omgeving is ongeschikt voor soorten zoals slechtvalk of sperwer. De bebouwing is niet hoog genoeg voor deze soorten. Ook is de omliggende bebouwing ongeschikt voor uilen. De begroeiing aan de zuidzijde van het plangebied is uitgebreid onderzocht op het eventueel voorkomen van nesten van ransuilen. Ransuilen nesten worden vaak gezien in hoge naaldbomen zoals aanwezig aan de rand van het plangebied. Nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet waargenomen in de begroeiing. Daarnaast ontbreken waarnemingen van de soorten.

Nesten van soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen worden niet verwacht. Het plangebied vervult ook geen andere functie (zoals foerageergebieden of schuilplaatsen) als leefomgeving van soorten met jaarrond beschermde nesten. Negatieve effecten op deze soortgroep is uit te sluiten.

[6]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

Overige broedvogels In de begroeiing ten westen van het plangebied zijn twee nesten waargenomen. Eén van de nesten bevindt zich op hoogte in één van de naaldbomen. Gezien de nestbouw en de grote is het nest vermoedelijk van de houtduif of ekster. Het andere nest was gevestigd in één van de struiken rondom de begroeiing. De waargenomen soorten binnen het plangebied zijn: zwarte kraai, ekster, roodborst en merel. Het plangebied zelf is ongeschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels door het ontbreken van begroeiing. Voor grondbroeders en weidevogels is het plangebied ook ongeschikt als broedlocatie. Het terrein is te intensief beheerd en voldoet niet aan de eisen die grondbroeders stellen aan hun broedgebied. De voorgenomen activiteiten kunnen negatieve effecten hebben op broedvogels die aanwezig zijn in de begroeiing aan de westzijde van het plangebied. Echter vinden de werkzaamheden op 25 meter afstand van de begroeiing plaats. Het wordt derhalve niet verwacht dat door de activiteiten negatieve effecten optreden, zoals het permanent verlaten van het nest door ouders, wanneer gestart wordt in het broedseizoen. Om negatieve effecten met zekerheid te voorkomen wordt geadviseerd om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie.

Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop en renovatie zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Op de locatie staan geen oudere bomen of gebouwen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uit te sluiten. Binnen het plangebied is geen lijnvormige beplanting aanwezig die kan dienen als vliegroute voor vleermuizen. Ook is het terrein niet interessant voor vleermuizen als foerageergebied door het ontbreken van begroeiing en de beperkte oppervlakte. Directe negatieve effecten op vliegroutes en foerageergebieden worden derhalve niet verwacht. Wél is lichtverstoring op foerageergebieden en verblijfplaatsen mogelijk. De bebouwing rondom het plangebied is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarnaast is de begroeiing aan de westzijde geschikt foerageergebied. Het is vanuit de zorgplicht van belang om lichtverstoring van het mogelijke foerageergebied en de mogelijke verblijfplaatsen naar redelijkheid zoveel mogelijk te voorkomen.

Dit kan door zowel tijdens de sloop- en realisatiefase als de gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen en buitenverlichting naar boven en dan met name richting opgaand groen te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en plaats niet meer verlichting dan nodig. De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april t/m november, waarbij ze tussen zonsondergang en zonsopkomst daadwerkelijk vliegen en gevoelig zijn voor verstoring. Negatieve effecten op vaste verblijfplaatsen en andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen worden niet verwacht mits lichtverstoring voorkomen wordt.

[7]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

Grondgebonden zoogdieren Op de locaties zijn geen zoogdieren of sporen van zoogdieren aangetroffen. Op basis van het karakter en het gebruik van het terrein zijn enkele algemene soorten in het plangebied te verwachten, zoals huismus, bosmuis en veldmuis. Voor dergelijke soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wnb in geval van ruimtelijke ordening. In het gebied zijn de overige soorten zoogdieren uit te sluiten door het karakter van het plangebied. Het plangebied bestaat uit intensief grasland zonder andere begroeiing (struiken en bosschages). Hierdoor bevat het plangebied geen schuilmogelijkheden en voedselaanbod voor zoogdieren. Negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren worden niet verwacht. Amfibieën Op basis van de inrichting en het gebruik van het terrein is een belang van het plangebied voor amfibieën uit te sluiten. Binnen het plangebied is geen oppervlakte water aanwezig waardoor het voorkomen van geschikt voortplantingswater binnen het plangebied is uitgesloten. Door het ontbreken van begroeiing (struiken en bosschages) is het plangebied niet geschikt als overwinteringslocatie voor amfibieën. Het plangebied is wel geschikt als landhabitat en dan voornamelijk foerageergebied voor enkele algemene amfibieën. Echter zal de waarde gering zijn gezien het intensieve beheer en omliggende (betere) alternatieven.

De omliggende sloten en greppels zijn, mits ze in het voorjaar voldoende water bevatten, geschikt als voortplantingsbiotoop. Voor de te verwachten algemene amfibieënsoorten heeft de provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling verleend. Negatieve effecten op beschermde soorten worden niet verwacht.

Reptielen, vissen, insecten en overige soortgroepen Het plangebied is ongeschikt leefgebied voor reptielen. Het voorkomen van beschermde vissoorten is uitgesloten door het ontbreken van oppervlakte water. Van beschermde insecten (zoals libellen, dagvlinders en nachtvlinders) en beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn geen waarnemingen uit het onderzoeksgebied bekend en het voorkomen van dergelijke soorten is uitgesloten gezien de ligging en aard van de kavel. Negatieve effecten op deze soortgroepen is uit te sluiten.

[8]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

3. Conclusie en aanbevelingen In het plangebied zijn alleen algemene soorten gevonden. Op basis van het karakter en het gebruik van het terrein zijn bedreigde en zwaar beschermde soorten uit te sluiten. Van fauna is het voorkomen van algemene grondgebonden zoogdieren en foeragerende vogels mogelijk. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wet natuurbescherming in geval van ruimtelijke ontwikkeling. De begroeiing aan de westzijde is geschikt voor algemene broedvogels, verstoring wordt gezien de afstand van de werkzaamheden niet verwacht. Om negatieve effecten met zekerheid te voorkomen wordt geadviseerd om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. De voorgenomen activiteiten kan leiden tot lichtverstoring op foerageergebied en verblijfplaatsen van vleermuizen, dit is echter eenvoudig te voorkomen door een aangepast verlichtingsregime toe te passen en spaarzaam te zijn met verlichting in de actieve periode van vleermuizen. Voor de bouw van de woning is het noodzakelijk om een stikstofberekening met de online-rekentool AERIUS Calculator uit te voeren. Deze rekentool geeft weer of de maximale stikstofdepositie (> 0,00 mol/hectare/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen overschreden wordt en dus een vergunning noodzakelijk is.

Voor de ontwikkeling van het terrein zijn, met uitzondering van een stikstof-berekening en het voorkomen van lichtverstoring op vleermuizen, geen aanvullende maatregelen of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Wel dient men rekening te houden met algemene zorgplicht.

[9]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

[10]

Fig. 6: Vegetatie van algemene grassen, duizendblad, smalle weegbree en paardenbloem.

Fig. 7: Zachte ooievaarsbek.

Fig. 8: Nest in de westelijke begroeiing aan de rand van het plangebied van vermoedelijk houtduif of ekster.

Fig. 9: Ander nest in de westelijke begroeiing van vermoedelijk houtduif.

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

Fig. 10: Plangebied gezien uit zuidelijke richting. Negatieve effect op soorten anders dan vleermuizen wordt niet verwacht. De activiteiten leiden mogelijk tot lichtverstoring op vleermuizen dit is echter eenvoudig te voorkomen. Ook kunnen de activiteiten leiden tot een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen. Een stikstofberekening door middel van de AERIUS-calculator dient aan te tonen of de grenswaarde van stikstofgevoelige habitattypen overschreden wordt en of het project vergunningsplichtig is.

Fig. 11: Plangebied gezien uit noordoostelijke richting. Op de achtergrond is de westelijke begroeiing gezien met daarin twee nesten. Algemene broedvogels worden verwacht in de begroeiing. Negatieve effecten worden niet verwacht, wel wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten.

[11]

Quickscan Kommerseweg 8 te Heerde

9 augustus 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=b28dc130-2cd5-4dfb-aa0c-d7a21512cb3a