6.2.2a. Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
oktober ’20
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
Projectnummer:
20-M9424
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
21 oktober 2020
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
datum
woensdag 21 oktober 2020
projectnummer
20-M9424
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
oktober ’20
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
5
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 14 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 14
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 15
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 17 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 17
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 19
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 19
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 23
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 25
LITERTUURLIJST ................................................................................................................................. 30 COLOFON ............................................................................................................................................. 31
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A. Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
oktober ’20
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in juni/juli 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie aan de Veesser Enkweg perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen (gemeente Heerde). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van en de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
oktober ’20
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
oktober ’20
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
oktober ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling en woningbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Heerde (e-mail d.d 12-05-2020); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Gelderland; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
oktober ’20
Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.), achter huisnummer Veesser Enkweg 43A Veessen Heerde Zie bijlage 1 X = 203,284 Y= 488,232 Gemeente Heerde, sectie N nr. 852 (ged.) Niet onderzocht 3.010 m2. Op de locatie aan de Veesser Enkweg perceel sectie N 852 (ged.) betreft een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Op de onderzoekslocatie is geen bebouwing aanwezig. Op de onderzoekslocatie bevindt zich geen (gesloten) verharding. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge trefkans”. De nieuwbouw van een woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.
figuur 1. onderzoekslocatie
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van topografische kaarten lijkt de onderzoekslocatie in het verleden voornamelijk in gebruik te zijn geweest als weiland. Op topografische kaarten tussen 1917 en 1974 lijkt het of er bomen stonden op de loocatie. Weiland.
Geen.
Toekomstig
De nieuwbouw van een woning.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op de locatie van de Veesser Enkweg 45 is al rond 1850 basis van op topografische kaarten enige bebouwing zichtbaar. topografische Tussen 1865 en 1890 lijkt de locatie onbebouwd. Vanaf kaarten, Ca. 1890 is er weer bebouwing zichtbaar en deze is in de Topotijdreis) loop der jaren verder uitbereid. Huidig en toekomstig
oktober ’20
Noordzijde: Hogeweg. Westzijde: Boomkwekerij. Oostzijde: Veesser Enkweg 43-45. Zuidzijde: Boomkwekerij.
Geen.
Veesser Enkweg 45 bedrijfsmatig in gebruik.
Geen
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een weiland gelegen aan de Veesser Enkweg perceel sectie N nr. 852 (ged.), achter huisnummer 43A. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie reeds geruime tijd in gebruik als weiland. In het verre verleden stonden op de locatie bomen. Voor zover te herkennen is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.
Bouwvergunning
De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie Veesser Enkweg 45 wordt twee keer vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Van der Scheer Timmerman v.o.f. KVK: 63643898 V.O.F. Landbouwmechanisatiebedrijf Van der Scheer KVK: 08009041 Op de locatie Veesser Enkweg 45 wordt melding gedaan van een bovengrondse dieseltank, bovengrondse afgewerkte olietank en een bovengrondse smeerolietank. Deze tanks zijn gelegen t.p.v. het mechanisatiebedrijf op nr. 45 en vallen buiten de onderhavige onderzoekslocatie.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Ophogingen/dempingen/stortingen
oktober ’20
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van andere boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie (van gemeente en eigenaar). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Aan de zuidoostgrens van de locatie staat een klein schuurtje welke is voorzien van asbestverdachte dakplaten. Dit schuurtje valt buiten het onderzoeksgebied. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
PFAS-verdachtheid
Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.
Niet gesprongen explosieven
Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op de locatie Veesser Enkweg 45 wordt melding gemaakt van een landbouwmachinereparatiebedrijf en (voormalige) smederij opgenomen. De smederij activiteiten dateren al vanaf rond 1900. In de loop der tijd is het huidige landbouwmechanisatiebedrijf ontwikkeld.
Verdachte activiteiten < 25 m
Er wordt melding gedaan van een bovengrondse dieseltank, bovengrondse afgewerkte olietank en een bovengrondse smeerolietank. Op nabij gelegen perceel Hogeweg 17 in Veessen is een veehouderij gevestigd. Er is een bovengrondse brandstoftank aanwezig. Op het perceel Veesser Enkweg 47 in Veessen is een rundveehouderij gevestigd. Op het perceel is een bovengrondse dieseltank aanwezig.
oktober ’20
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
►Niet bekend
Omgeving <25 m
Veesser Enkweg 45: ►historisch onderzoek van een locatie aan de Veesser Enkweg 45 te Veessen, 24 oktober 2007, Boluwa Eco Systems BV, kenmerk 07225 conclusies: Ter plaatse van de het perceel is een grond boring verrichte tot 1.2m-mv. De opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld op basis van waarnemingen en olie op waterproef. – Op basis van het vooronderzoek wordt als hypothese gesteld dat er geen reden is om een bodemverontreiniging op het terrein te verwachten. Daarom kan een verkennend onderzoek achterwege blijven. ►verkennend onderzoek NEN 5740 Veesser Enkweg 45, 1 juli 1994, Oranjewoud, project 15009-71141 conclusies: In de ondergrond is een ernstige verontreiniging van minerale olie geconstateerd t.p.v. de vm. wasplaats. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met koper, kwik, nikkel, lood, zink en PAK’s geconstateerd. In het grondwater zijn matige verontreinigingen met arseen xylenen en minerale olie gemeten t.p.v. de vm. smederij. Voor het overige zijn in het grondwater lichte verontreinigingen met koper, kwik, nikkel, zink, chroom, benzeen, ethylbenzeen en naftaleen gemeten. ►verkennend onderzoek NEN 5740 Veesser Enkweg 45, 1 november 2000, Boluwa Eco Systems BV, kenmerk 20334 conclusies: De matige en sterke verontreinigingen uit het bodemonderzoek uit 1994 zijn in gehalten onder de tussenwaarde gemeten. Op het overige onderzochte gedeelte t.p.v.
de nieuwbouw van een loods zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met minerale olie, PAK’s en EOX geconstateerd. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met xylenen, naftaleen en minerale olie geconstateerd. ►verkennend onderzoek NEN 5740 Veesser Enkweg 45, september 2003, Boluwa & Partner BV, kenmerk 03274 conclusies: Uit dit onderzoek ten behoeve van de bouw van een bedrijfswoning blijkt dat in de bovengrond een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte PAK (10-VROM) is aangetroffen. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde parameters aangetoond. Hogeweg 17: ►verkennend onderzoek NEN 5740) Hogeweg 17 Veessen, 11 mei 2004, Tauw, kenmerk R001-4335274VSM-do1 conclusies: In de ondergrond zijn een matige verontreiniging van nikkel en een lichte verontreiniging van chroom geconstateerd. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met kwik en zink geconstateerd. In het grondwater is een lichte verontreiniging met minerale olie geconstateerd. ►bodemsanering Bedrijven (BSB) Hogeweg 17 Veessen, 02 september 2016, Boluwa Eco Systems BV, kenmerk 16113 ►verkennend onderzoek NEN 5740 Hogeweg 17a Veessen, 01 februari 1999, Boluwa Eco Systems BV, kenmerk 99038
oktober ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
figuur 2: Onderzoeken in en rondom perceel N 852. Niet bekend.
De locatie is gelegen in de zone wonen.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 3-4 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-4 4-10 10-18 18-34 34-35
Beschrijving
formatie
Fijne zanden Middelfijne tot grove zanden Leem Middelfijne zanden Leem
Echteld Kreftenheye Kreftenheye, laagpakket van Zutphen Kreftenheye Kreftenheye, laagpakket van Twello
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
oktober ’20
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Heerde, sectie N nr. 852 (ged.) niet nagegaan
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie aan de Veesser Enkweg perceel sectie N 852 (ged.) te Veessen geruime tijd onderdeel is van een weideperceel. Voor zover te herkennen is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel zoals weergegeven in bijlage 2. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 onderzoekslocatie (plangebied) (ca. 3.010 m2)
oktober ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
oktober ’20
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 25 juni 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 10 juli 2020 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. I. Venhuizen geregistreerde veldwerker van MKD Milieukundig Veldwerkbedrijf te Hardenberg en dhr. A.D.M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9.
tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
10
0.5
2 t/m 6 +8 t/m 12
2
2.0
1+13
1
3.5
7
Onderzoekslocatie (3.010 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
oktober ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.4 0.4-0.8 0.8-1.0 1.0-2.0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
Zand Zand Klei zand
Sterk siltig Sterk siltig Matig zandig Matig siltig
Donkerbruin / grijs Creme / bruin Bruin / grijs Crème / bruin
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
Pb 7
2.5-3.5
1.76
5
6.2
oktober ’20
EGV geleidingsvermogen µS/cm 590
troebelheid (NTU) 7.3
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
oktober ’20
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen analysepakket
1 (MM1)
1+2+8+11
0.0-0.45
-
NEN-grond(*)+AS3000
2 (MM2)
3+4+6+7
0.0-0.4
-
NEN-grond(*)+AS3000
3 (MM3)
9+10
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
4 (MM4)
1+7+13
0.5-1.6
-
NEN-grond(*)+AS3000
7
2.5-3.5
-
NEN-grondwater(**)
grond
grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
oktober ’20
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
oktober ’20
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-1.6 m-mv) In tabel 13 en 14 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 21613540#20-M9424-Veesser Enkweg perceel N 852 (ged.) te Veessen Certificaten 1054883 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 20 oktober 2020 16:37 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) x T(IND) N.B.
oktober ’20
T
I
Monster 6376021 Monster 6376022 Monster 6376023 MM1, 01: 0-40, 02: 0-40, 08: 0-45, 11: 0-40 MM2, 03: 0-35, 04: 0-35, 06: 0-40, 07: 0-40 MM3, 09: 0-40, 10: 40-50 Max. Bodemindex 0,138 Max. Bodemindex 0,138 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 3,7 1
10 25
87,5
87,5
@
0 0
4,5 1
10 25
0
85,1
85,1
@
0 0
1,4 8,2
10 25
0 0
0
89,6
89,6
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
49 0,35 4,4 18 0,14 24 < 1.5 15 70
190 0,56 15 35 0,2 37 < 1.0 44 160
@ 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 1.3 AW(WO) 0,001 0 0 1.3 AW(IND) 0,138 1.1 AW(WO) 0,034
55 0,36 4,6 20 0,15 26 < 1.5 15 71
210 0,56 16 38 0,21 39 < 1.0 44 160
@ 0,027 0 1.1 AW(WO) 0,006 0 1.4 AW(WO) 0,002 0 0 1.3 AW(IND) 0,138 1.1 AW(WO) 0,034
54 0,2 5,2 10 0,06 16 < 1.5 18 46
120 0,31 11 17 0,08 23 < 1.0 35 83
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 66
-
0
< 35
< 54
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,08 < 0.05 0,05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,08 < 0.035 0,05 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,1 0,05 0,07 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,1 0,05 0,07 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,08 < 0.05 0,11 < 0.05 0,06 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 0,08 < 0.035 0,11 < 0.035 0,06 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,41
0,41
0
0,46
0,46
0
0,5
0,5
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.013
0
0,005
< 0.011
0
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) x maal Tussenwaarde (Industrie) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) x T(IND) N.B.
oktober ’20
T
I
Monster 6376024 MM4, 01: 80-100, 07: 80-120, 07: 120-160, 13: 50-100, 13: 100-120 Max. Bodemindex 0,769 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2,1 1
10 25
0 0
81,9
81,9
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
110 < 0.2 9,6 12 0,08 17 < 1.5 29 49
430 < 0.24 34 25 0,11 27 < 1.0 85 120
@ 2.3 AW(WO) 1.3 T(IND) -
0,329 0 0,109 0 0 0 0 0,769 0
190
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033 < 0.0033
0,005
< 0.023
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,003
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) x maal Tussenwaarde (Industrie) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 15: samenvatting toets resultaten per mengmonster
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Industrie*
-
-
Industrie*
-
-
Achtergrondwaarde*
kobalt
nikkel
-
Industrie*
Boringen 1+2+8+11
Diepte 0.0-0.45
2 (MM2)
3+4+6+7
0.0-0.4
3 (MM3)
9+10
0.0-0.5
4 (MM4)
1+7+13
0.5-1.6
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
Zintuigelijk wortels matig wortels matig wortels matig roest zwak
>AW kobalt, kwik, nikkel, zink kobalt, kwik, nikkel, zink -
Mengmonster 1 (MM1)
>I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 en MM2 bevatten een verhoogd gehalte kobalt, kwik, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kobalt, kwik, nikkel en zink (zware metalen) in de bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan bodemvreemde afwijkingen in het opgeboorde monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. PAK’s en /of zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen, zoals cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties.
Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
oktober ’20
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
ondergrond (0.5-1.6 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde en bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kobalt en nikkel (zware metalen) in het ondergrondmengmonster MM4 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan bodemvreemde afwijkingen in het opgeboorde monstermateriaal.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde
oktober ’20
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 16: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie Parameters
OPID 21797854#20-M9424-Veesser Enkweg perceel N 852 (ged.) te Veessen 1060996 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2.0.0 Toetsdatum: 20 oktober 2020 17:00 Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS N.B.
oktober ’20
T
I
Monster 6389803 Pb1, 07-Pb7: 250-350 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
170 < 0.2 <2 5 < 0.05 <2 <2 4,2 < 10
3.4 S -
0,209 0 0 0 0 0 0 0 0
325
600
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
203,5
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
0,209 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
interpretatie resultaten grondwater In tabel 17 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuigelijk
>S
>T
>I
Pb 7
2.5-3.5
-
barium
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 7 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 7 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
oktober ’20
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de onderzoeksresultaten staat weergegeven in tabel 18. tabel 18: samenvatting onderzoeksresultaten
Mengmonster
Boringen
Diepte
Zintuigelijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
Grond 1 (MM1)
1+2+8+11
0.0-0.45
wortels matig
-
-
Industrie*
2 (MM2)
3+4+6+7
0.0-0.4
wortels matig
-
-
Industrie*
3 (MM3)
9+10
0.0-0.5
wortels matig
kobalt, kwik, nikkel, zink kobalt, kwik, nikkel, zink -
-
-
Achtergrondwaarde*
4 (MM4)
1+7+13
0.5-1.6
roest zwak
kobalt
nikkel
-
Industrie*
Grondwater Pb 7
7
2.5-3.5
-
barium
-
-
n.v.t.
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonster MM1 en MM2 bevatten een verhoogd gehalte kobalt, kwik, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-1.6 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde en bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte nikkel in het ondergrondmengmonster MM4 overschrijdt de tussenwaarde en de bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor uit milieuhygiënische overweging aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Aangezien het gemeten gehalte nikkel in dit geval niet gerelateerd kan worden aan evt. bodemvreemde bijmengingen of aan het voormalige bodemgebruik wordt geadviseerd om bij de gemeente Heerde na te gaan of er in de omgeving sprake kan zijn van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden voor nikkel in de ondergrond.
oktober ’20
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veesser Enkweg, perceel sectie N nr. 852 (ged.) te Veessen
Wanneer er geen informatie vanuit de omgeving is omtrent verhoogde achtergrondwaarden voor nikkel in de ondergrond wordt geadviseerd wordt om in eerste instantie het geanalyseerde ondergrondmengmonster MM4 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte nikkel. Op deze wijze worden de verhoogd gemeten gehalten nikkel in het ondergrondmengmonster MM4 geverifieerd en ontstaat meer inzicht in de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging. Indien na uitsplitsing wederom gehalten hoger dan de tussenwaarde of bodemindex waarde >0.5 worden gemeten is een nader (afperkend) onderzoek noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging. Het verhoogd gemeten gehalte kobalt (zware metalen) in het ondergrondmengmonster MM4 overschrijdt de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stof uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. grondwater peilbuis 7 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 7 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v.
de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. Ondergrondmengmonster MM4 bevat o.a. een verhoogd gehalte nikkel t.o.v. de tussenwaarde en bodemindex-waarde (>0.5). Voor het overige bevat de boven- en ondergrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreiniging overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten formeel gezien onvoldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest).