CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2.1 Zwolseweg 50_ Bijlagen bij de toelichting.pdf

Raadscommissie 28 november 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zwolseweg 5015.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Zwolseweg 50, Heerde Heerde

DATUM IMRO IDN

12-12-2022 NL.IMRO.0246.418aZwolsewegong-VA01

PROJECT PROJECTLEIDER

Zwolseweg 50, Heerde C. Leenstra

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Evertsen Bouw Zwolle 20220167

AUTEUR STATUS

J. Tromp vastgesteld

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Bomenanalyse

7

Bijlage 2

Voorontwerp

23

Bijlage 3

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

25

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

41

Bijlage 5

Watertoets

99

Bijlage 6

Bodemonderzoek

103

Bijlage 7

Archeologie Zwolseweg 50, Heerde

157

Bijlage 8

Selectiebesluit Archeologie

185

Bijlage 9

Stikstofonderzoek

187

Bijlage 10

Natuurtoets Zwolseweg 50 Heerde

199

Bijlage 11

Werken rond Bomen

219

Bijlage 12

Parkeerdrukmeting

221

Bijlage 13

Notulen informatieavond 24-02-2020

231

Bijlage 14

email omwonenden

235

Bijlage 15

Opmerkingen 06-10-2021

237

3/245

4/245

Bijlagen toelichting

5/245

6/245

Bijlage 1

7/245

Bomenanalyse

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Huismanstraat 6 6851 GT Huissen M 06 – 55 47 65 53 a.vanproosdij@grasadvies.nl www.grasadvies.nl

RAPPORTAGE BOOM EFFECT ANALYSE Zwolseweg 50 Heerde

Opdrachtgever:

Rho Adviseurs B.V.

Projectcode:

RHO00120

Project:

BEA Zwolseweg 50 Heerde

Datum:

09-04-2020

Status:

Definitief

Auteur:

B.W. Nijhuis

Gecontroleerd:

A.S.J. van Proosdij

Colofon Opdracht

Opdrachtgever RHO Adviseurs B.V. Druifstreek 72-C 8199 LH Leeuwarden Uw kenmerk: Contactpersoon: Tel: Email:

Opdrachtnemer GRAS Advies Huismanstraat 6 6851 GT Huissen Ons kenmerk: Datum: Versie: Contactpersoon:

Rapportage boom effectanalyse (BEA) van 2 beuken aan de Zwolseweg 50 te Heerde.

Boom effectanalyse Zwolseweg 50 Heerde Dhr. E. Oude Wesselink

+31 570 74 56 05 emiel.oudewesselink@rho.nl

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo RHO00120 Boom effectanalyse Zwolseweg 50 Heerde 09-04-2020 Definitief de heer A.S.J. van Proosdij

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 2

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding ................................................................................................................................................................ 4

1.1 Inleiding ................................................................................................................................................................ 4 1.2 Uitgangspunten .................................................................................................................................................... 4 1.3 Projectgebied ....................................................................................................................................................... 4 1.4 Boombeleid gemeente Heerde ............................................................................................................................ 6 2.

Werkwijze ............................................................................................................................................................. 7

2.1 Methode van onderzoek ...................................................................................................................................... 7 3.

Resultaten ............................................................................................................................................................ 9

3.1 Beschrijving/onderzoek van de bomen ................................................................................................................ 9 3.2 Grondprofielen en beworteling .......................................................................................................................... 11 3.3 Effecten door werkzaamheden .......................................................................................................................... 12 4.

Conclusies en advies ........................................................................................................................................... 14

4.1 Beoordeling bomen ............................................................................................................................................ 14 4.2 Beoordeling effecten door de werkzaamheden ................................................................................................. 14 4.3 Advies ................................................................................................................................................................. 14 Bijlage 1 Bomenposter Werken Rond Bomen ............................................................................................................ 15

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 3

1. Inleiding 1.1 Inleiding PROJECTBESCHRIJVING Het projectgebied bevindt zich aan de Zwolseweg 50 te Heerde. Op het terrein staan 2 monumentale beuken. De eigenaar is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Voor de 2 monumentale beuken is de vraag gesteld wat de effecten op de bomen zullen zijn van de voorgenomen werkzaamheden. DOELSTELLING RAPPORT Om bovenstaande vragen te beantwoorden is een boom effectanalyse (BEA) uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar de huidige kwaliteit, het toekomstperspectief en de effecten van de werkzaamheden op de ontwikkeling van de bomen. Tevens wordt gevraagd welke maatregelen daarbij getroffen moeten worden om schade aan de bomen te voorkomen. In deze rapportage worden de resultaten en conclusies van die BEA gepresenteerd. Op basis van deze uitkomsten worden uitspraken gedaan over mogelijk aanvullend onderzoek, vervolgstappen en/of noodzakelijke maatregelen. GRAS Advies GRAS Advies voert Bea’s uit volgens de geldende standaards. De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij is projectleider. De uitvoering is gebeurd door Dhr. B.W. Nijhuis, gecertificeerd boomspecialist uit onze flexibele schil. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteitsmanagementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

1.2 Uitgangspunten Als uitgangspunt voor deze rapportage is de email van 27-01-2020 van Dhr. Oude Wesselink met als onderwerp ‘FW: Zwolseweg’ en met verwijzing naar de offerte van 13-02-2020.

1.3 Projectgebied Het onderzoeksgebied bevindt zich aan de Zwolseweg 50 te Heerde (Afb. 1.3.1). Het gebouw is al vele jaren in gebruik als politiebureau. In het projectgebied staan twee beuken die een monumentaal karakter hebben (Afb. 1.3.2). Voor deze bomen is een BEA gevraagd, waarbij specifiek de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de ontwikkeling van de bomen onderzocht worden.

Afb. 1.3.1. Ligging van het projectgebied (zwarte cirkel).

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 4

Afb. 1.3.2. Luchtfoto van de plek met de te onderzoeken bomen.

Afb. 1.3.3. De 2 onderzochte beuken, vooraan nummer 1 met daarachter nummer 2.

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 5

1.4 Boombeleid gemeente Heerde Het bomenbeleid is vermeld in onder andere de bomenverordening. Deze is te lezen op de digitale site van de gemeente Heerde. https://www.publicspaceinfo.nl/media/uploads/files/BTLADVIES_2013_0001.pdf De gemeente schrijft onder andere voor dat, indien men bomen wil verwijderen of als men wil bouwen, er geen kapvergunning nodig is, mits deze niet in een beschermd gebied vallen of een beschermde status hebben. Speciale bomen (zie afb. 1.4.1) hebben een beschermde status en voor werkzaamheden nabij deze categorie bomen is een boom effectanalyse verplicht. Verder hanteren wij het Normen Instituut Bomen als leidraad. Wij gebruiken dan ook de richtlijnen van het Normen Instituut Bomen. Op de huidige standaard worden deze bomen ingedeeld in structuurbomen, in de CTB-kwaliteitsnorm (nulmeting) onderverdeeld in waardevolle laan- en parkbomen. De bomen waar het hier om gaat zijn in deze categorie geplaatst (monumentaal). In het rapport wordt deze als beleidsstatus IV gevoegd, reguliere (laan)bomen of bomengroepen (1e grootte), doorgaans met de formele beleidsstatus van structuurbomen met een beperkte groei- en standplaats, met een omloop van 60- 140 jaar. Zie ook: https://www.heerde.nl/Inwoners/Vergunningen/Boom_kappen

Afb. 1.4.1. Groenstructuurplan gemeente Heerde met de locatie van de 2 onderzochte beuken (rode ovaal).

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 6

2. Werkwijze 2.1 Methode van onderzoek De methode die wij hanteren voor het onderzoek staat beschreven in het Handboek bomen 2018. Dit handboek vormt de basis en omvat de standaardisering van onderzoeksmethoden, zodat wij onze opdrachtgever steeds dezelfde kwaliteit kunnen leveren. In het handboek bomen staan o.a. ook diverse criteria ten opzichte van grondwater, minimale graafafstand, waterhuishoudingsmaat, CTB-kwaliteitsrichtlijnen en groeiplaatsinrichting en richtlijnen hiervoor. Beoordeelde aspecten Om te komen tot een uiteindelijke beoordeling en inventarisatie zijn per boom de volgende gegevens opgenomen:         

Boomsoort; Stamdiameter, gemeten op 1,30 m afgerond op 5 cm; Hoogte klasse van de boom; Conditie (conform Roloff); Kwaliteit (in categorieën goed, redelijk, matig, slecht); Toekomstverwachting (ten minste); Potentieel monumentaal; Gebreken/aantastingen; Beworteling

Conditie Roloff De conditie is de huidige gezondheid waarin de boom verkeert. De conditie is beoordeeld volgens de kronenstructuur van Dr. A. Roloff, hierbij is gelet op de scheutlengte-ontwikkeling en vorming van dood hout. De conditie is in de volgende klassen ingedeeld: Goed De conditie is goed. Het vertakkingspatroon is normaal voor deze soort, gezien de leeftijd van de boom. Redelijk De conditie is verminderd, maar nog wel voldoende. Het vertakkingspatroon aan de rand van de kroon is dunner. Matig De conditie is duidelijk verminderd. De eindscheuten zijn korter dan normaal. Herstel van de boom is eventueel mogelijk. Slecht De conditie van de boom is minimaal. Kroondelen sterven af. De toestand van de boom is dusdanig slecht dat herstel van de boom niet of nauwelijks mogelijk is.

Kwaliteit van de bomen De kwaliteit is gebaseerd op de huidige conditie, zoals mechanische opbouw en stabiliteit van de boom. Ook de functievervulling van de boom speelt hierbij een rol. Aan bosbomen worden immers andere kwaliteitseisen gesteld dan aan laan- of parkbomen De bomen zijn rondom en in zijn geheel bekeken. Hierbij is gelet op mogelijke afwijkingen, aantastingen, verzwakkingen en andere (potentiële) problemen in opbouw/structuur van stam, wortels en kroon, die visueel zijn waar te nemen. De kwaliteit is ingedeeld in:  Goed: De boom vertoont het beeld dat van de soort verwacht mag worden, gezien de leeftijd van de boom en de groeiplaatsomstandigheden. Op middellange termijn (10-15 jaar) worden er geen problemen verwacht (0)  Redelijk: De Conditie is verminderd, gelet op de leeftijd en de omstandigheden. Maar op korte termijn (< 5 jaar) worden ten aanzien van de fysiologische toestand van de boom geen problemen verwacht. (1)

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 7

Matig: De boom vertoont een sterk verminderd beeld. Negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom zijn niet uit te sluiten. Indien mogelijk, zijn doeltreffende maatregelen voor herstel van de kwaliteit gewenst. (2) Slecht: De conditie en de levensverwachting van de boom is minimaal. De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is dusdanig slecht dat “herstel ”van de boom niet of nauwelijks mogelijk is. (3).

Standplaats en bewortelingsonderzoek Bij de bomen zijn grondprofielen gemaakt om te kijken hoe de beworteling is. Hiertoe is met een grondboor een boring uitgevoerd tot 1 m diepte. Het profiel is beschreven op de aspecten samenstelling, humeusheid, beworteling en grondwater. Ook is de mate van verdichting bepaald.

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 8

3. Resultaten 3.1 Beschrijving/onderzoek van de bomen Het gaat hier om twee beuken. Beide bomen hebben een beschermde status. Aan de 2 bomen is te zien dat de afgelopen jaren extra aandacht aan het onderhoud is geschonken, ze zijn goed onderhouden. Dit is onder andere te zien aan het feit dat er geen tot weinig doodhout in zit (Afb. 3.1.1 & 3.1.2).

Boomnummer 1, links van het gebouw Soort: Fagus sylvatica ‘Purpurea’ Standplaats: Open plantplaats in bestaande beplanting Boomhoogte: 25-30 m Knopbezetting: Goed Groeischeutlengte: Goed Conditie: Goed Vitaliteit: Redelijk tot goed Geschat plantjaar: Ouder dan 100 jaar Toekomstverwachting: Langer dan 15 jaar Wortelpakket: Goed, ligt hoog en tot minimaal 1 m diep Zuurstofgehalte: Voldoende

Boomnummer 2, rechts van het gebouw Fagus sylvatica ‘Purpurea’ Soort: Standplaats: Open plantplaats in bestaande beplanting Boomhoogte: 25-30 m Knopbezetting: Goed Groeischeutlengte: Goed Conditie: Goed Vitaliteit: Redelijk tot goed Geschat plantjaar: Ouder dan 100 jaar Toekomstverwachting Langer dan 15 jaar Wortelpakket: Goed, ligt hoog en tot minimaal 1 m diep Zuurstofgehalte: Voldoende

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 9

Afb. 3.1.1. Boomnummer 1 met sporen van recent zwaar transport nabij de stam.

Afb. 3.1.2. Boomnummer 2.

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 10

3.2 Grondprofielen en beworteling De profielen zijn gemaakt tegen de fundering van het gebouw aan. Wat opvalt, is dat er nogal wat puin in de grond zit, vooral in de eerste 20 cm. Waarschijnlijk is deze grond met puin opgebracht tijdens een vorige bouwperiode. Vanaf 20 cm diepte is de grond redelijk humeus tot een diepte van ca. 1 m. Over de hele diepte van de boring is een wortelpakket aangetroffen (Afb. 3.2.1). Vanaf 90 cm diepte neemt de beworteling wel af en zijn de wortels niet dikker dan 2-3 mm. Grondwater is tot op deze diepte niet aangetroffen. Bij de bomen is hoge beworteling waargenomen: wortels op maaiveld (Afb. 3.2.2). Bij beide bomen is de verdichting van de grond ca. 3/4 mpu.

Afb. 3.2.1. Bovenste laag van het wortelpakket met veel opnamewortels tot minimaal 1 m diep.

Afb. 3.2.2. Hoge beworteling bij boomnummer 2.

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 11

3.3 Effecten door werkzaamheden Bij uitvoering van de werkzaamheden kan directe en indirecte schade optreden. Directe schade is onder meer het afbreken van takken, beschadiging van de stam en/of beschadiging van de wortels. Indirecte schade kan optreden bij verdichting van de grond als gevolg van zwaar transport nabij de boom waarbij wortels beschadigen. Ook bronbemaling in de groeiperiode van de bomen kan resulteren in schade als gevolg van verdroging. De nieuwbouw vindt uitsluitend plaats binnen de contouren van de huidige bebouwing. Er vinden geen graafwerkzaamheden plaats tussen de bomen en de huidige bebouwing. Zwaar bouwverkeer vindt plaats aan de achterzijde van het huidige gebouw en niet rondom de bomen. Er vindt geen bronbemaling plaats. De takken van boom 1 hangen over het bestaande gebouw heen (Afb. 3.3.1). Bouwwerkzaamheden op de plaats van de huidige bebouwing kunnen mogelijk resulteren in afbreken van takken. Volledig verwijderen van deze takken leidt tot significante schade aan de boom en is derhalve niet mogelijk. Bij de werkzaamheden die uitgevoerd worden bij het slopen van het oude gebouw en bij de nieuwbouw, kan verstoring van de bewortelbare ruimte ontstaan en/of beschadiging optreden van wortels. Er dient danook goed opgelet worden dat er bij de bomen geen verstoringen in de bewortelbare ruimten ontstaan.

De 2 bomen komen met hun wortels ruim in de kwetsbare boomzone (Afb. 3.3.2). Het NIB adviseert in dergelijke situatie een beschermde vrije zone in te stellen (= kroonprojectie plus 1,5 m, Afb. 3.3.2). In de beschermde vrije zone mogen geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Geadviseerd wordt deze zone af te zetten met een vast hekwerk, zodat er in deze zone niet gereden of gegraven kan worden en takken kunnen uitbreken door bijvoorbeeld kranen. Ook kan deze zone dan niet gebruikt worden als opslag. Bij boom 1 zijn sporen zichtbaar van recent zwaar verkeer nabij de stam (Afb. 3.1.1). Het instellen van een beschermde vrije zone helpt dergelijke beschadigingen te voorkomen.

Afb. 3.3.1. Bij boom 1 hangen de takken ver over het bestaande gebouw heen.

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 12

Afb. 3.3.2. Kwetsbare boomzone en met vaste bescherming. Volgens de NIB te hanteren ruimte.

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 13

4. Conclusies en advies 4.1 Beoordeling bomen De beide beuken hebben een beschermde status. De kwaliteit van beide bomen is goed. Het zijn oude bomen met een redelijke goede groeiplaats. De beuken zijn goed onderhouden en hebben geen of zeer weinig foutstaande of dode takken. De levensverwachting is meer dan 15 jaar.

4.2 Beoordeling effecten door de werkzaamheden De werkzaamheden vinden plaats ruim binnen de kwetsbare zone van de beiden bomen: (= kroonprojectie plus 1,5 m). Tevens hangen de takken van met name boom 1 ruim boven het bouwvlak, wat resulteert in een reële kans op schade aan de takken. Volledig verwijderen van deze takken leidt tot significante schade aan de boom en is derhalve niet mogelijk. Bij uitvoering van graafwerkzaamheden is de kans op beschadiging van wortels eveneens reëel. Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden resulteert vrijwel zeker in schade aan de bomen, tenzij de juiste maatregelen genomen worden om deze twee bijzondere bomen te beschermen. Met deze twee oude beuken dient derhalve zeer zorgvuldig te worden omgegaan.

4.3 Advies Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op een wijze waarbij de beide beuken behouden blijven en de schade geminimaliseerd wordt, is mogelijk als er een goed uitgewerkt werkplan wordt toegepast. Geadviseerd wordt om in elk geval een beschermde vrije zone in te stellen ter grootte van de kroonprojectie plus 1,5 m waarbinnen niet gegraven mag worden en geen zwaar bouwverkeer mag rijden. Waar de beschermde zone overlapt met het grondvlak van de huidige bebouwing zijn werkzaamheden mogelijk in overleg met een bomenwacht (ETT). De ETT kan de aannemer helpen met het eventueel verwijderen van wortels bij graafwerkzaamheden. Geadviseerd wordt tevens de richtlijnen te volgend zoals beschreven in de posten Werken Rond Bomen (Bijlage 1).

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 14

Bijlage 1 Bomenposter Werken Rond Bomen

Naam: Rapportage boomeffectanalyse Project: Zwolseweg 50 Heerde Projectnummer:RHO00120

Blad 15

Bijlage 2

23/245

Voorontwerp

L

♥

K

J

I

H

GF

ED

C

A B

B A

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

D-D

+10200 +9000

+6000

Houtenbalklaag portaal

+3000

0.0.2 Lift

o.k. Hoeklijn fam Nengerman 2417+P

12,7 m²

+0 -862

-862

D-D

Voorgevel

Doorsnede B-B

Linkergevel

1 : 100

1 : 100

A B

♥

5

1 : 100 C

DE

FG

H

I

J

K

A-A - Dependent 3

L

♥ A B

C

D

E

F

G

C-C

H

I

1

2

3

4

6

7

8

B-B

+10200

+10200

+9000

+9000 2.10.7 Woonkamer

A-A

2.9.5 Slaapkamer 1

2.10.6 Slaapkamer 2

28,7 m²

17,0 m²

App -10

+6000

+6000

5700

0 220

App -9

1500

9,6 m²

App -9

App -6

1.8.6 Slaapkamer 2

1.9.7 Woonkamer

42,6 m²

9,6 m²

40,7 m²

Bestaand

+3000 200

+3000

1.8.7 Woonkamer

2430

+5173

3116

Bestaande woning

App -5

+0

App -1

0.4.5 Slaapkamer 1

0.4.4 Badkamer

0.4.3 Techniek

0.5.7 Woonkamer

12,7 m²

5,3 m²

4,7 m²

43,6 m²

+0

Bestaand

2590

+2417

B-B

A-A

-862

Achtergevel

-862

Rechtergevel

1 : 100

1

3

2

4

5

6

7

1 : 100 1

8

Doorsnede A-A 3

2

C-C

4

5

6

7

8

1

1 : 100

3

2

4

5

6

A-A - Dependent 3

Doorsnede C-C 7

1 : 100

8

1

2

3

4

5

67

8

A-A A-A - Dependent 3

♥

♥

11900

0.3.7 Woonkamer

280

5,6 m²

Boilervat

3,5 m²

MV

Lift 1650 0.5.4 Badkamer

2450

RM

0.5.6 Slaapkamer 2

5,9 m²

1.7.6 Slaapkamer 2

22,6 m²

7,0 m²

5,9 m²

A-A - Dependent 3

1.8.8 Garderobekast

A-A

Terras

J

1.8.4 Badkamer

6,9 m²

2.10.5 Slaapkamer 1 Ducoline 23 ZR

Ducoline 23 ZR

5,6 m²

I

1.8.1 Hal

MV

RM

1.9.4 Badkamer

5,9 m²

5,3 m²

4,7 m²

1418

W

MV

4,7 m²

3,6 m²

MV

1.9.1 Hal

C-C - Dependent C-C 2 3

G

56 Bestaand

1.8.6 Slaapkamer 2

89,7 m²

H

1.9.7 Woonkamer

stalenbalk tussen de vloeren

1.9.2 Toilet

H

H

6,3 m²

MV

G

10800

MV

2.10.2 Toilet

2.10.3 Techniek 4,5 m²

MV

1,2 m²

28,7 m²

H

40,7 m²

H

C-C

1,5 m² Boilervat

2.10.7 Woonkamer

58,4 m²

WP

MV

11360

84 Bestaand

4,9 m²

9,6 m²

0.5.7 Woonkamer

RM

MV

RM

RM

C-C

App-10

WM DR

4,5 m²

42,6 m²

H

MV

Boilervat

DR WM 0.5.3 Techniek

RM

kachelpijp verlengen + inplakken In overleg met Fam Nengerman C-C C-C

C-C - Dependent C-C 2 3

2.10.6 Slaapkamer 2

2.9.5 Slaapkamer 1

9,6 m²

DR WM 1.9.3 Techniek

17,0 m²

G

G

G

43,6 m²

F

F

F

F

F

G F

G F

E

E

D

D

Ducoline 17 ZR

MV

E

E

E

E D

E D

D

D

Ducoflat 12 ZR

MV Ducoflat 12 ZR

MV 60 min WBDBO

0.4.6 Slaapkamer 2

2970

3116

150

430

Ducoline 23 ZR

Ducoflat 12 ZR

10500 9840

App-4

Terras

Ducoline 23 ZR

2916 2916

380

D

9840

Terras

7,4 m²

280

C-C

5,3 m²

RM

6,2 m²

1.8.7 Woonkamer

WP Boilervat

0.4.1 Hal

1,5 m²

1.8.2 Toilet MV MV MV 1,2 m²

1.8.3 Techniek

WP

1,2 m²

0.5.2 Toilet

0.0.8 Techniek ruimte

Boilervat

0.4.3 Techniek

150

Ducoline 23 ZR

12,7 m²

MV 0.4.2 Toilet

WM DR

MV

H 1400

E=elektriciteit Ø 75 mm W= water Ø 110 mm

WP

0.4.4 Badkamer

Algemene MK

E

I

2.9.6 Slaapkamer 2

280

Boilervat

WP

0.4.5 Slaapkamer 1

10800

0.5.1 Hal

18

overstroomrooster afm 85*225

Ducoline 17 ZR

RM

1,2 m²

60 min WBDBO

App-8

4,7 m²

10800

MV

I

5,9 m²

280

MV 0.3.2 Toilet

0.3.3 Techniek

I

Loggia

280

12,7 m²

DR WM

0.3.4 Badkamer 5,3 m² MV

J

1650

2.10.1 Hal

6,0 m²

8,0 m²

J

5,6 m²

I

MV

Lift

J

2.10.4 Badkamer

18,8 m²

13,6 m²

0.3.5 Slaapkamer 1

D-D

B-B

J

I

K

D-D

B-B

Galerij

0.5.5 Slaapkamer 1

5,6 m²

Ducoline 23 ZR

WP

1.7.1 Hal

1.7.7 Woonkamer

Ducoline 23 ZR

I

K

D-D

1,6 m²

J

Ducoline 23 ZR

K

D-D

MV

1.8.5 Slaapkamer 1 Ducoline 23 ZR

K

D-D

Ducofit 18 ZR

11,6 m²

1.7.3 Techniek WP

Ducoline 17 ZR

MV 1.7.4 Badkamer

1.7.5 Slaapkamer 1

7100

7100

App-7 J

MV

Ducoline 23 ZR

Ducoflat 12 ZR

7090

Ducoline 17 ZR

RM

K

Terras

28,4 m²

Ducoline 23 ZR Ducoline 23 ZR

9,4 m²

1.7.2 MV Toilet

WM DR

16,7 m²

MV

MV

4,0 m²

7,8 m²

150 980 214

7550

5,6 m²

B-B

Kozijn WBDBO 30 min

60 min WBDBO Ducofit 18 ZR

0.3.6 Berging

0.4.7 Woonkamer

280

11,6 m²

1.6.1 Hal

1.6.2 1.6.3 Boilervat Toilet Techniek MV1,4 m²

WM

7,1 m²

27,7 m²

B A

1.6.4 Badkamer

280

27,6 m²

L

Ducoline 23 ZR

0.2.6 Berging

overstroomrooster afm 85*225

D

C

1.6.5 Slaapkamer 1

Ducoflat 12 ZR

0.2.7 Woonkamer

L

MV

5,0 m² RM

WP

App-4

E

7090

App-6

7090

MV

MV

7500 70 2935

280

5,0 m²

L

MV

K

D-D

WP

Ducoline 17 ZR Ducoline 10 ZR

MV

Ducofit 18 ZR

4195

0.2.1 Hal

G F

7,5 m²

WM DR

WM DR

60 min WBDBO

300 3073

3,5 m²

RM

300 2936

K

D-D

1,6 m²

Boilervat

70

7100

0.2.3 Techniek

0.3.1 Hal

C-C

26,8 m²

A-A - Dependent A-A

MV

H

0.2.2 Toilet

5,5 m²

300

3657

App-2

MV

0.2.4 Badkamer

1.6.6 Slaapkamer 2

Boilervat

WM DR

12,0 m²

RM

1,4 m²

MV

0.2.5 Slaapkamer 1

9,4 m²

1.6.7 Woonkamer

L

MV

App-3

I

280

280 0.1.3 Techniek

Ducoline 23 ZR

0.1.2 MV Toilet

Ducofit 18 ZR

MV

0.1.1 Hal

Ducoline 23 ZR

5,6 m²

12,1 m²

WP

Ducoline 17 ZR

70 3102

0.1.4 Badkamer

0.1.5 Slaapkamer 1

D-D

J

Terras

MV MV

280 L

Ducoline 23 ZR

7,5 m²

Ducoflat 12 ZR

Ducoflat 12 ZR

494 3554

31,5 m² RM

L

11340

MV

7090

0.1.6 Slaapkamer 2

L

600

App-1

0.1.7 Woonkamer

4,0 m²

K

280

628

L

2080

280

♥

A-A - Dependent 3 A-A

11900

11340

18

280

280

♥

Ducoflat 12 ZR

App-10

App-9

Bestaande Bouw

C

C

C

C

C

C

B A

B A

B A

B A

B A

B A

B A

280

App-5

21000

7174

C

7584 7174

380

3676

9840

Bestaande Bouw

3676

7174

App-8

App-9 B-B

♥

♥

B-B

♥

♥

A-A

A-A - Dependent 3

A-A

B-B 1

2

3

4

5

6

7

8

1

A-A

2

Begane grond

Eerste verdieping

1 : 100

1 : 100

3

4

5

6

7

8

A-A - Dependent 3

A-A

1

2

3

4

5

6

7

8

1

A-A - Dependent 3

Tweede verdieping

Dak

1 : 100

1 : 100

2

3

4

Evertsen Bouw B.V. Baileystraat 16 8013 RV ZWOLLE 038-4528444

5

6

7

8

Project

Omschrijving

Datum

10 app. Zwolseweg Heerde

Totaalblad

07-10-21

Projectadres

Status

Wijzigingsdatum

Zwolseweg 50 Heerde

VO Ontwerp

Opdrachtgever

Schaal

EvertsenBouw Zwolle

1:100

A-A - Dependent

Formaat A0

Projectnummer

Getekend

Tekeningnummer

H.Snel

300

598

info@evertsenbouw.nl www.evertsenbouw.nl

Het auteursrecht wordt voorbehouden overeenkomstig de wet CAD tekeningen; geen handmatige wijzigingen toegestaan. Niets uit deze tekening mag overgenomen worden zonder toestemming van onze opdrachtgever en/of ons bureau.

Bijlage 3

25/245

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

AANMELDINGSNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING Woningbouwontwikkeling Zwolseweg 50 te Heerde 8 juni 2022

1/14

DATUM KENMERK

8 juni 2022 20220167_MS

PROJECT PROJECTLEIDER

ing. C.N. Leenstra

OPDRACHTGEVER Evertsen Bouw Zwolle PROJECTNUMMER 20220167 AUTEUR STATUS

2/14

Marijn Smit Concept

3/14

INHOUD 1.

2.

3.

4.

4/14

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

5 6 6

Kenmerken en plaats van het project

7

2.1 2.2

Kenmerken van het project Plaats van het project

7 9

Kenmerken van de milieueffecten

10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

10 10 11 12 12 12 13 13 13 13

Verkeer Geluid Ecologie Bodem Water Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Luchtkwaliteit Sloop en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

14

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Aan de Zwolseweg 50 in Heerde staat een voormalig politiekantoor dat momenteel leeg staat (Figuur 1-1). Het gebouw heeft geen toekomstperspectief waardoor het dreigt te verloederen. De nieuwe eigenaar van het pand heeft het voornemen om het pand te slopen en op deze plek een kleinschalig appartementengebouw te realiseren van maximaal 10 appartementen. Om dit initiatief mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Daarin is vastgelegd wanneer een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld of een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden.

Figuur 1-1 Locatie plangebied

In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is onder andere de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Het gaat om grootschalige stedelijke ontwikkelingen, waarbij voor woningen de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen ligt. De ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt blijft met 10 appartementen ruim onder de drempelwaarden en is daarmee niet rechtstreeks planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling.

5/14

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de kenmerken van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op bovenstaande aspecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de kenmerken en de plaats van het project; ● gaat in hoofdstuk 3 in op de kenmerken van de potentiële milieueffecten; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken.

6/14

2. KENMERKEN EN PLAATS VAN HET PROJECT 2.1

Kenmerken van het project

Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Ook wordt ingegaan op de mate van gebruik van natuurlijke hulpstoffen, de productie van afvalstoffen en de mate van verontreiniging en hinder als gevolg van het project. Tot slot wordt ingegaan op het risico van ongevallen. Fysieke kenmerken Het voornemen bestaat uit de realisatie van een appartementengebouw met maximaal 10 appartementen met een varierende bouwhoogte. De bouwhoogte aan de Zwolseweg bedraagt circa 11 meter. De eerste bouwlaag ligt in vergelijking tot de begane grond, voor het beschermen en behouden van de monumentale bomen, naar achteren. De woningen worden voorzien van warmtepompen. Het plangebied wordt ontsloten door de Christinalaan en de Zwolseweg.

Figuur 2-1 Beoogde ontwikkeling

7/14

Figuur 2-2 Aanzichten (bron: KHV architecten)

Omvang en cumulatie Het project omvat de bouw van een appartementengebouw met maximaal 10 appartementen. In de omgeving van het plangebied zijn verder geen nieuwe ontwikkelingen. Gebruik natuurlijke hulpstoffen Voor de bouw van het appartementengebouw hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Productie van afvalstoffen Vanuit de nieuwe appartementen zal sprake zijn van huishoudelijk afval. Dit wordt op een correcte manier afgevoerd. Er is geen sprake van bijzonder schadelijk afval waaraan specifieke voorwaarden zijn verbonden. De verontreinigde grond wordt afgevoerd naar een erkende verwerker. Verontreiniging en hinder De realisatie van een woningbouwproject leidt in principe niet tot een risico op verontreiniging van het milieu. Wel is er sprake van lichte verontreiniging in de bovenste laag van de bodem. Dit vormt echter geen belemmering voor de beoogde functie. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 3. Hinder tijdens het gebruik van de woningen wordt gereguleerd via de Algemene Plaatselijke Verordening (overlast). Risico van ongevallen De uitvoering van de plannen en het gebruik van de woningen brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën.

8/14

2.2

Plaats van het project

Algemeen Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik Het plangebied betreft het gebouw van een voormalig politiekantoor binnen de stedelijke structuur van Heerde. Het plangebied heeft op basis van het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘maatschappelijk’. Momenteel is het gebouw niet meer in gebruik. De bebouwing in de omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woningbouw uit begin vorige eeuw. Het (voormalige) politiekantoor was afwijkend qua functie en voorkomen tussen de woningen aan de Zwolseweg.

Figuur 2-3 Huidige planologische regeling

Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft op zichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu De ontwikkeling vindt niet plaats in een gevoelig gebied. De dichtstbijzijnde gevoelige gebieden (zoals genoemd in de EU richtlijn) zijn Natura 2000 gebieden, die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. De afstand tot zowel het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 1,2 kilometer en tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 280 meter. In de nabijheid liggen geen andere gevoelige gebieden zoals genoemd in de EU richtlijn (wetlands, kustgebieden, bosgebieden, natuurparken, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk van historisch cultureel of archeologische gebieden van belang).

9/14

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het project beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In de directe omgeving van het gebied zijn geen ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie zoals opgenomen in de toelichting bij het uitwerkingsplan en de onderliggende onderzoeken. Conform de EU richtlijn wordt in ieder geval ingegaan op het bereik van het effect, waaronder het grensoverschrijdende karakter daarvan. De waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Om hier inzicht in te geven worden eerst de milieu- en omgevingsaspecten behandeld.

3.1

Verkeer

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Christinalaan, vanaf de Christinalaan is de Zwolseweg bereikbaar. Op deze manier is een veilige verkeersafwikkeling mogelijk. Gezien het beperkt aantal woningen (10 appartementen) waarbij de huidige verkeersbewegingen ten aanzien van het voormalig politiebureau komen te vervallen zal de verkeersgeneratie niet significant wijzigen. In Tabel 3-1 is de verkeersgeneratie van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de verkeergeneratie geen gevolgen heeft voor de huidige verkeersafwikkeling. Tabel 3-1 Verkeersgeneratie Functie Huidig

Politiebureau

Aantal -525

CROW categorie m2 bvo

Kantoor

Kencijfer* 17,7

Verkeersgeneratie Per 100 m2

-93

bvo Toekomstig

Appartementen

7

Woningen

Koop, appartement,

6,4

Per woning 45

6

Per woning 18

midden 3

Woningen

Koop, appartement, goedkoop

Totaal

-53

* CROW 381, weinig stedelijk, rest bebouwde kom, maximaal kencijfer (worst-case) Parkeren Voor 10 appartementen zijn op basis van de parkeernormennota 14 parkeerplaatsen benodigd. Grenzend aan het plangebied zijn in de huidige situatie, in het openbaar gebied, 11 parkeerplaatsen aanwezig, die voorheen ten behoeve van het politiebureau werden gebruikt. Deze situatie blijft gehandhaafd en wordt uitgebreid met nog 1 parkeerplaats. De overige twee benodigde parkeerplaatsen zijn gesitueerd aan de Zwolseweg. Op deze manier wordt voorzien in de parkeerbehoefte waardoor negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.

3.2

Geluid

Industrielawaai Het plangebied is gelegen in een rustig woongebied dat buiten de geluidcontouren van bedrijven valt. Nadelige effecten van de realisatie van woningen(geluidgevoelige objecten) worden eveneens uitgesloten.

10/14

Warmtepompen Wel dient rekening te worden gehouden met geluidseisen ten aanzien van nieuw te plaatsen warmtepompen, maximaal 40 dB(A) op de erfgrens. De warmtepompen worden voorzien op het dak. De geluidbelasting van deze pompen is onderzocht (bijlage 4 van het bestemmingsplan). Uit het onderzoek blijkt dat, indien op het dak van het woongebouw twee installaties met elk een bronvermogen Lw van 75 dB(A) worden geïnstalleerd of een enkele installatie van 78 dB(A) of tien stuks van 65 dB(A), wordt een geluidbelasting ter plaatse van de woningen verwacht van maximaal 40 dB op de erfgrens. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt aan de Zwolseweg en ligt daarmee binnen de wettelijke (Wet geluidhinder) geluidzone van deze weg (50 km-weg). In het kader van een toetsing aan de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat voor 5 van de 10 woningen een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld. Met dit initiatief is de toename in verkeersbewegingen dusdanig klein dat negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten. Het plan heeft, door een afschermde werking, een positief-effect op de geluidbelasting van reeds bestaande woningen.

3.3

Ecologie

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Veluwe is wel gevoelig voor stikstofdepositie. De geplande woningen worden gasloos opgeleverd waardoor geen stikstofemissie plaatsvindt. De verkeersgeneratie en de aanlegfase zouden kunnen leiden tot een stikstofdepositie op de omliggende natura 2000 gebieden. Het effect van stikstofdepositie is in beeld gebracht met een berekening voor de aanleg- en gebruiksfase. De berekening toont aan dat er geen toename in stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Zodoende is er geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van omliggende Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn (ten aanzien van stikstof) niet nodig. Soortenbescherming Voor het plangebied is een natuurtoets uitgevoerd. Het rapport is in bijlage 9 van het bestemmingsplan opgenomen. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat: ● Tijdens het gerichte vleermuisonderzoek geen verblijfplaatsen zijn aangetroffen.

Schade aan onmisbaar foerageergebied en vliegroutes is uitgesloten. ● Een verblijfplaats van steen- (of boom)marter wordt niet verwacht in de te slopen bebouwing, waardoor vervolgstappen niet aan de orde zijn. ● Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het plangebied geen nestlocaties of onmisbaar foerageergebied aangetroffen van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Op basis van de terreinkenmerken worden ook geen nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten verwacht. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Het plan heeft geen negatief effect op beschermde flora, reptielen, vissen en ongewervelden. Daarnaast geldt voor het plangebied dat er sprake kan zijn van aantasting en/of verstoring van (overige) broedvogels. Dit kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Monumentale Beuken Op het terrein staan 2 monumentale beuken. Bij uitvoering van de werkzaamheden kan directe en indirecte schade optreden. Daarom is voor deze 2 monumentale beuken geanalyseerd wat de effecten op de bomen zullen zijn van de

11/14

voorgenomen werkzaamheden. Dit rapport is als bijlage 1 van het bestemmingsplan opgenomen. Dit onderzoek geeft aan waarbij rekening dient te worden gehouden alvorens de werkzaamheden starten. Geadviseerd wordt om in elk geval een beschermde vrije zone in te stellen ter grootte van de kroonprojectie plus 1,5 m waarbinnen niet gegraven mag worden en geen zwaar bouwverkeer mag rijden. Waar de beschermde zone overlapt met het grondvlak van de huidige bebouwing zijn werkzaamheden mogelijk in overleg met een bomenwacht (ETT). De ETT kan de aannemer helpen met het eventueel verwijderen van wortels bij graafwerkzaamheden. Geadviseerd wordt tevens de richtlijnen te volgend zoals beschreven in de posten Werken Rond Bomen (Bijlage 10 van het bestemmingsplan).

3.4

Bodem

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. Uit dit onderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met lood. De ondergrond en het grondwater is niet verontreinigd en kan als niet verontreinigd worden gekwalificeerd. Het project heeft op zichzelf geen relevant risico op het veroorzaken van bodemverontreiniging.

3.5

Water

In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Ook neemt het verhard oppervlak niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt Afvalwater wordt aangesloten op het gemeentelijk riool. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.6

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Het plangebied ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente Heerde dient in deze gebieden, bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, waarbij het plangebied groter dan 100 m² en de bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv, vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Voor het plangebied is in 2019 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit rapport is een selectiebesluit door de gemeente Heerde genomen. Dit besluit is als bijlage 7 bij het bestemmingsplan opgenomen. In het plangebied dient een archeologische begeleiding uitgevoerd te worden, in geval de geplande bodemingrepen dieper zullen reiken dan 40 cm –Mv. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de KNA 4.1., op basis van een op voorhand door de gemeente Heerde goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Dit goedgekeurde PvE dient als bijlage bij een toekomstige aanvraag omgevingsvergunning te worden gevoegd. Echter, in de huidige situatie is het terrein geheel verhard en nagenoeg geheel bebouwd, waardoor de gronden in het verleden reeds geroerd zijn. De nieuwe ontwikkeling zal vanwege vergelijkbare werkzaamheden naar verwachting geen gevolgen hebben voor eventuele archeologische waarden in het plangebied.

Daarmee zijn relevante milieueffecten op dit punt uitgesloten. Cultuurhistorie In en in de omgeving van het plangebied bevinden geen bouwwerken met cultuurhistorische (steden)bouwkundige waarden. Geconcludeerd wordt dat er geen negatief effect op cultuurhistorische waarde in de omgeving is.

12/14

3.7

Externe veiligheid

De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Wel zijn het appartementengebouw zelf te beschouwen als kwetsbaar object. In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg, het water of door buisleidingen. Er zijn op grotere afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen. Deze zijn op dusdanige afstand van het plangebied gelegen dat deze niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie ter plaatse. Negatieve effecten als gevolg van de bouw van het appartementencomplex kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.8

Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 10 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 16,0 µg/m³ voor NO2, 14,8 µg/m³ voor PM10 en 7,8 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.

3.9

Sloop en aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tijdens de aanleg kan plaatselijk overlast optreden (geluid/stof). Deze effecten zijn echter van tijdelijke aard en zullen zoveel mogelijk worden gemitigeerd door in overleg met de gemeente rekening te houden met de omgeving bij de keuze van bouwmethode en –tijden. Verder zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.10 Mitigerende maatregelen De volgende maatregelen en of randvoorwaarden zijn nodig om nadelige effecten van het planvoornemen te reduceren: ● In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (globaal 15 maart tot 1 augustus) of een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog laten uitvoeren om overtredingen te voorkomen. ● Ter bescherming van de monumentale beuken, Instellen van een beschermde vrije zone ter grootte van de kroonprojectie plus 1,5 m waarbinnen niet gegraven mag worden en geen zwaar bouwverkeer mag rijden.

13/14

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

14/14

40/245

Bijlage 4

41/245

Akoestisch onderzoek

AKOESTISCH ONDERZOEK GELUIDBELASTING 10 APPARTEMENTEN ZWOLSEWEG 50 HEERDE 21.207.01 VERSIE 02

Behandeld door: Ing. R. Herik Opdrachtgever : Evertsen Bouw Zwolle Baileystraat 16 8013 RV Zwolle Hengelo 11 mei 2022

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

1

Inleiding

4

2

Beschrijving van de situatie

5

3

Wettelijk kader

6

3.1 Wet geluidhinder

6

3.1.1 Wegverkeerslawaai 3.1.2 Gemeentelijk geluidbeleid

6 7

3.2 Wet ruimtelijke ordening

7

3.2.1 Cumulatie

7

3.3 Reflectie door hoogbouw op omliggende woningen

7

3.4 Warmtepompen en/of luchtbehandeling

7

Gegevens voor de berekeningen

8

4.1 Verkeersgegevens

8

4.2 Overige invoergegevens

9

Resultaten en toetsing

9

5.1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai

9

5.2 Reflectie door breDer en hoger bouwen

9

5.3 Warmtepompen en/of luchtbehandeling

10

6

Hogere grenswaarde

11

7

Conclusie

12

4

5

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

2

FIGUREN EN BIJLAGEN

Figuur 1: Figuur 2:

situatie en ligging van het plan indeling van de verdiepingen

Figuur 3-1: Figuur 3-2: Figuur 3-3: Figuur 3-4:

objectenmodel Geomilieu wegverkeerslawaai na nieuwbouw objectenmodel Geomilieu wegverkeerslawaai zonder ondergrond objectenmodel Geomilieu wegverkeerslawaai huidige situatie objectenmodel Geomilieu luchtbehandeling

Figuur 4-1: Figuur 4-2: Figuur 4-3:

rekenmodel Lden incl. art 110G nieuwbouw rekenmodel wegverkeerslawaai met resultaten cumulatief rekenmodel LArLT als gevolg van installaties

Bijlage 1-1: Bijlage 1-2: Bijlage 1-3: Bijlage 2-1: Bijlage 2-2: Bijlage 3: Bijlage 4:

verkeersgegevens gemeente Heerde invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai invoergegevens bronvermogens installaties geluidbelasting nieuwbouw per punt geluidbelasting aangegeven per weg vergelijk model met en zonder hoogbouw tbv reflectie berekening geluid ten gevolge luchtbehandeling en warmtepompen

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

3

1

Inleiding In opdracht van Evertsen Bouw is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten geluidbelasting op een plan gelegen langs de Zwolseweg te Heerde. Het plan bestaat uit het vervangen van een schoolgebouw door een appartementengebouw bestaande uit 2 en 3 bouwlagen waarin 10 appartementen worden gerealiseerd. Het plan ligt binnen de geluidzone van de Zwolseweg. De Christinelaan loopt aan de andere zijde van het plan en betreft een weg met een maximale rijsnelheid van 30 km/u. Deze 30 km wegen zijn niet gezoneerd zoals bedoeld in de Wet Geluidhinder. Het plan heeft op dit moment nog niet de juiste bestemming. Vanwege de aanpassing van het bestemmingsplan dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op het pand door verkeerslawaai. Daarnaast wordt gekeken naar de invloed op het pand in de omgeving zoals de reflectie door het geluid vanaf de Zwolseweg op de tegenover gelegen woningen en het geluid van gebouwinstallaties. Dit onderzoek gaat in op het wettelijk kader en geeft de resultaten van de berekende geluidbelasting op het bestemmingsplan. Het onderzoek wordt gebruikt voor de te maken ruimtelijke afweging.

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

4

2

Beschrijving van de situatie In de onderstaande afbeelding is een voorlopige visualisatie weergegeven.

Hierbij is de voorgevel (boven) de gevel gericht naar de Zwolseweg. De linkergevel (onder) is gericht naar de Christinalaan. In figuur 1 en 2 in de bijlagen is de situatie nader aangegeven. Vanwege het afwijken van de bestemming van het perceel zal een wijziging van of een vrijstelling van de regels in het bestemmingsplan noodzakelijk zijn. Onderdeel bij deze afweging voor deze vrijstelling of afwijking is de geluidbelasting op het plan. Aan de hand van de bekende omgevingskenmerken en de verkeersintensiteiten kan de geluidbelasting worden berekend. De berekende geluidbelasting dient te worden getoetst aan de richtwaarden genoemd in de Wet Geluidhinder. De rekenpunten zijn gekozen rondom het plan.

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

5

3

Wettelijk kader

3.1

WET GELUIDHINDER Als een gemeentebestuur via het bestemmingsplan de bouw van geluidgevoelige bestemmingen mogelijk maakt, is er sprake van een ‘nieuwe situatie’ in de zin van de Wet geluidhinder. Indien een geluidgevoelige bestemming, zoals een woning binnen de geluidzone van een weg wordt geprojecteerd, moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden naar de geluidbelasting afkomstig van die weg.

3.1.1 Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder is bepaald dat iedere weg een geluidzone heeft. Een zone is in feite een akoestisch aandachtsgebied. De breedte van de zone wordt bepaald door het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Het binnen- en buitenstedelijk gebied is als volgt gedefinieerd: - buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; - binnenstedelijk het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van de gebieden binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. De volgende wegen zijn echter vrijgesteld van een zone: - wegen, die liggen binnen een woonerf; - wegen, waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. De geluidzone ligt aan weerszijden van de weg. Aan het uiteinde van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de zonebreedte, met de breedte die zij had aan het einde van de weg. Bij verschillende zonebreedten van één weg, loopt het breedste zonedeel door over een derde van de grootste zone-afstand en sluit dan met een loodlijn aan op de kleinere zone. Het akoestisch onderzoek richt zich op de te verwachten geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen in de geluidzone. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB.

In bepaalde gevallen mogen hogere waarden worden toegepast. De maximaal toegestane waarde voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen bedraagt 63 dB in stedelijk en 53 dB in buitenstedelijk gebied. Bij vervangende bouw liggen deze maxima 5 dB hoger. Vanwege de verwachting dat het wegverkeer op middellange termijn stiller wordt (betere uitlaat/stillere motoren), wordt op grond van artikel 110 g van de Wet geluidhinder een aftrek op de rekenresultaten toegestaan alvorens te toetsen aan de wettelijke waarden. Deze aftrek bedraagt 5 dB voor wegen waarop met een snelheid van minder dan 70 km/uur wordt gereden en minimaal 2 dB voor wegen waarop 70 km/uur of meer wordt gereden. Bij toetsing aan het Bouwbesluit bedraagt de aftrek 0 dB. Indien een hogere waarde wordt toegepast, moet door middel van een gevelisolatieberekening worden aangetoond dat de geluidbelasting binnen de woning de maximaal toelaatbare waarde niet overschrijdt. Bij een nieuwe woning maakt de gevelisolatieberekening onderdeel uit van de bouwaanvraag.

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

6

3.1.2 Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Heerde geen geluidbeleid opgesteld onder welke condities (voorwaarden) de gemeente medewerking wil verlenen aan bouwplannen waarvoor een hogere grenswaarde benodigd is. Om deze reden wordt getoetst aan de standaard afweging zoals deze in het Wet Geluidhinder is aangegeven. 3.2

WET RUIMTELIJKE ORDENING Bij het projecteren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen dient zorg te worden gedragen voor een goed (akoestisch) woon- en leefklimaat. Er dient een bredere milieuhygiënische afweging in relatie tot geluid te worden gemaakt dan alleen het gestelde in de Wet geluidhinder. Om die reden wordt een onderzoek verkeerslawaai niet beperkt tot de wegen die vallen onder het regiem van de Wet geluidhinder, maar verbreed tot alle akoestisch relevante wegen in en rond het plangebied.

3.2.1 Cumulatie Bij de afwijking van het bestemmingsplan en het verlenen van de hogere waarde moet inzicht zijn in de aanvaardbaarheid van de totale geluidsituatie. Hiertoe kan de gecumuleerde belasting worden bepaald van alle wegen samen. Voorwaarde voor de aanpassing naar een geluidgevoelige functie is dat de gevel van de woning een zodanige geluidisolatie bezit dat – uitgaande van de gecumuleerde geluidbelasting - aan de binnenwaarde zoals genoemd in het Bouwbesluit wordt voldaan. 3.3

REFLECTIE DOOR HOOGBOUW OP OMLIGGENDE WONINGEN

Het plan betreft het vervangen van een school bestaande uit laagbouw door een gebouw bestaande uit 2 bouwlagen aan de zijde van de Christinalaan en drie bouwlagen aan de zijde van de Zwolseweg. Een onderdeel van de afweging is een eventuele toename van de geluidbelasting aan de overzijde van het plan vanwege reflectie. Om inzicht te krijgen in het effect van het plan in de geluidbelasting aan de overzijde zijn extra rekenpunten opgenomen ter plaatse van de rij woningen aan de overzijde. Op deze rekenpunten wordt de geluidbelasting bepaald op een hoogte van 2 en 5 meter boven het maaiveld voor en na realisatie van het bouwplan. 3.4

WARMTEPOMPEN EN/OF LUCHTBEHANDELING

In het kader van een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan moet onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van de warmtepompen. Daarbij kan in beginsel worden aangesloten bij de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012. Als het bestemmingsplan voorziet in meerdere warmtepompen of wordt afgeweken van het bestemmingsplan om meerdere warmtepompen toe te staan, moet ook onderzoek worden gedaan naar de gecumuleerde geluidbelasting van de betreffende warmtepompen. Een verwijzing naar de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is dan niet voldoende omdat deze alleen iets zegt over de geluidbelasting van één enkele warmtepomp.

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

7

4

Gegevens voor de berekeningen Voor het uitvoeren van de berekeningen zijn de volgende gegevens nodig: • uurintensiteiten van de diverse categorieën van het verkeer; • de verkeerssnelheden; • de situering van het te onderzoeken pand ten opzichte van de omringende wegen en bebouwing; • het type wegdek • de invloed van de bodem op de geluidoverdracht. De gegevens dienen bepaald te zijn voor de toestand zoals die is te verwachten minimaal 10 jaar na het opstellen van het rapport, in dit geval voor het jaar 2032. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder. Gerekend is met het programma GEOMILIEU, versie 2021-1.

4.1

VERKEERSGEGEVENS De verkeersgegevens zijn verstrekt door de gemeente Heerde en opgenomen als bijlage 1-1. Het gaat om het prognosejaar 2030. Voor latere jaren kan een groeipercentage worden gehanteerd van 1.5% per jaar. Er is een etmaalintensiteit voor het jaar 2030 voor de Zwolseweg aangeleverd van 4789 motorvoertuigen per etmaal. Voor het jaar 2032 worden gerekend met een weekdaggemiddelde etmaalintensiteit van 4933 mvt/etmaal. De volgende verkeersgegevens zijn gebruikt voor het bepalen van de geluidbelasting.

De wegdek verharding bestaat uit asfalt. De rijsnelheid bedraagt 50 km/u. Voor de Christinalaan is gekozen voor dezelfde aanpak. Hier is uitgegaan van de volgende aantallen.

De wegdekverharding bestaat uit klinkers in keeperverband. Er geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/u.

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

8

4.2

OVERIGE INVOERGEGEVENS In bijlage 1-2 zijn de invoergegevens opgenomen van het rekenmodel. Er is gerekend met een volledig harde ondergrond (bodemfactor 0) voor de wegen. In de figuren 3 is een weergave opgenomen van het rekenmodel met de objecten en bodemgebieden. Het overige terrein in de omgeving is hoofdzakelijk groen. Hier is gerekend met een standaard bodemfactor van 1.

5

Resultaten en toetsing

5.1

GELUIDBELASTING WEGVERKEERSLAWAAI De geluidbelasting op de woning is bepaald conform methode RMG 2012. Hierbij is gerekend met het rekenmodel GeoMilieu versie v2021-1. In figuur 3 zijn diverse plots opgenomen van het rekenmodel. In bijlage 1-2 zijn gegevens opgenomen van de wegen, objecten en hoogtes van gebieden. De figuren geven samen met de invoergegevens in bijlage 1-2 de uitgangspunten voor het bepalen van de geluidbelasting. In figuur 4-1 is de geluidbelasting opgenomen als gevolg van het wegverkeer inclusief 5 dB aftrek conform artikel 110g van de Wgh. De geluidbelasting bedraagt maximaal 53 dB inclusief 5 dB aftrek conform artikel 110g van de Wgh als gevolg van het verkeer over de Zwolseweg. De geluidbelasting is 5 dB hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar lager dan 63 dB tot waaraan bouw van nieuwe situatie in binnenstedelijk gebied mogelijk is. Er dient een afweging te worden gemaakt om een hogere waarde van 48 dB toe te staan. De cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek is weergegeven in figuur 2 en bedraagt maximaal 58 dB. De geluidbelasting vanaf de Christinalaan is lager dan de geluidbelasting vanaf de Zwolseweg. Voor de appartementen aan de Christinalaan is geen vaststellen van een hogere waarde noodzakelijk.

5.2

REFLECTIE DOOR BREDER EN HOGER BOUWEN In figuur 3-3 is het rekenmodel opgenomen van de huidige situatie. In figuur 3-2 van de toekomstige situatie. De geluidbelasting op de rekenpunten 07,08 en 09 is bepaald in de huidige situatie en in de toekomstige situatie en met elkaar vergeleken. In bijlage 3 zijn de resultaten opgenomen. Uit de berekeningen blijkt dat het plan een afname van de geluidbelasting met 0.3 dB ten gevolge heeft. De gewijzigde gebouwvorm heeft meer positieve invloed dan de reflectie door de gewijzigde gebouwhoogte. Het plan heeft daarmee een positef effect op de geluidbelasting van reeds bestaande woningen.

Akoestisch onderzoek – 10 appartementen Zwolseweg 50 Heerde –21.207.01 versie 02

9

5.3

WARMTEPOMPEN EN/OF LUCHTBEHANDELING In het kader van een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan moet onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van de warmtepompen. Daarbij kan in beginsel worden aangesloten bij de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012. Als het bestemmingsplan voorziet in meerdere warmtepompen of wordt afgeweken van het bestemmingsplan om meerdere warmtepompen toe te staan, moet ook onderzoek worden gedaan naar de gecumuleerde geluidbelasting van de betreffende warmtepompen. Een verwijzing naar de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is dan niet voldoende omdat deze alleen iets zegt over de geluidbelasting van één enkele warmtepomp. Er is een rekenmodel opgesteld conform de Hanleiding Rekenen en Meten Industrielawaai 1999. In figuur 3-4 is een weergave opgenomen. Op het dak van het plan zijn twee installaties verondersteld met elk een bronvermogen Lw van 75 dB(A). Eventueel kan ook worden gekozen voor een enkele installatie van 78 dB(A) of tien stuks van 65 dB(A). Het totaal bronvermogen is voor deze aannames gelijk en voldoende ruim voor de technische installaties op het dak van het plan. In bijlage 1-2 zijn de invoergegevens opgenomen van de installaties en bronvermogens. In bijlage 4 zijn de berekeningsresultaten opgenomen.

Met deze aannames wordt een geluidbelasting ter plaatse van de woningen verwacht van maximaal 40 dB op de erfgrens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=aca65e8b-7d9d-4b6b-a7d3-acb8693cacf4