CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

5.5. Quick Scan Gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

Raadscommissie 17 juni 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: Uitbreiding begraafplaats Wapenveld5.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

Bureau Funeralia IJsselstein, Maart 2025

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

COLOFON Opdrachtgever: Buro Noord Turkseweg 75 83331 LB Steenwijk Contactpersoon: dhr. S. Wiltjer

Uitvoering: Bureau Funeralia Nederlandlaan 49 3402 AP IJsselstein Telefoon:

06-40412804

e-mail: website:

info@bureau-funeralia.nl https://www.bureau-funeralia.nl

Tekst en fotografie Redactie

: Bureau Funeralia, René ten Dam : Bureau Funeraire Adviezen, Leon Bok

Foto voorzijde: Luchtfoto Begraafplaats Wapenveld, februari 2025.

IJsselstein, maart 2025 Rapport 2025-045

© Bureau Funeralia. Alle rechten voorbehouden. Conform de algemene voorwaarden, artikel 5 mag het opgeleverde product door de opdrachtgever aangewend worden voor presentatie en publicatie, binnen de strekking van de opdracht. Indien foto’s en teksten door opdrachtgever worden aangewend voor andere publicaties of andere doeleinden, dan dient Bureau Funeralia hiervoor uitdrukkelijk toestemming te geven. Aan gebruik, anders dan voor de doelstelling van de opdracht, kan Bureau Funeralia kosten verbinden. Ondanks alle zorg die aan de samenstelling van dit rapport is besteed, kan Bureau Funeralia niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die ontstaat of ontstaan is, doordat Bureau Funeralia bij de uitvoering van de overeenkomst is uitgegaan van door de opdrachtgever verstrekte onjuiste en/of onvolledige gegevens.

2 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ..........................................................3 INLEIDING ......................................................................4 1. FUNERAIRE CONTEXT .............................................5 2. WAPENVELD ..........................................................7 2.1 Gemeentelijke begraafplaats…………………………………………7 2.1.1 Geschiedenis en ligging .............................................. 7 2.1.2 Huidige stedenbouwkundige context .........................11 2.1.3 Groen/aanleg en bebouwing ......................................12 2.1.4 Grafcultuur/grafmonumenten ....................................14 2.1.5 Beschrijving karakteristiek .........................................14 3. CONCLUSIES EN ADVIEZEN .................................. 16 VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................... 19 ARCHIEVEN, BRONNEN EN LITERATUUR......................... 20

3 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

INLEIDING Op de gemeentelijke begraafplaats in Wapenveld moeten extra graven worden gerealiseerd. Dit wordt bereikt door een mogelijke inbreiding en uitbreiding van de begraafplaats. Inmiddels is er een conceptmasterplan voor de begraafplaats opgesteld en er is een erfgoedafweging opgesteld voor de voormalige beheerderswoning van de begraafplaats. Het masterplan en de erfgoedafweging zijn besproken in de erfgoedcommissie. De erfgoedcommissie heeft geadviseerd om de gehele begraafplaats cultuurhistorisch te laten onderzoeken en waarderen. Buro Stedenbouw heeft om die reden Bureau Funeralia verzocht een quickscan uit te voeren om de cultuurhistorische waarden te onderzoeken.

Heerde en omliggende gemeenten bezocht daar deze mogelijk kunnen dienen ter referentie. De quickscan focust op de oudste aanleg van de begraafplaats, maar de late uitbreidingen worden meegenomen in de beoordeling.

Ten behoeve van de quickscan is een actuele opname gemaakt van de begraafplaats, waarbij kenmerken en bijzonderheden zijn gedocumenteerd. Van de begraafplaats is een overzicht opgesteld van de waardevolle elementen, de samenhang daarvan op de begraafplaats, alsmede de stedenbouwkundige context met het doel een advies op te stellen voor de wijze van instandhouding, dan wel continuering van de exploitatie in het licht van de cultuurhistorische waarden. Er is ook gekeken naar voorbeelden van te behouden grafmonumenten of ensembles op de begraafplaats. De quickscan geeft daarmee antwoord op de vraag ten aanzien van de noodzaak tot uitvoering van een nadere inventarisatie van de grafmonumenten, een cultuur-historische analyse en waardenstellend onderzoek en tot welke delen dat eventueel beperkt kan blijven. Onderdeel van het rapport is een beschrijving van de geschiedenis van de begraafplaats. Met het oog op dat laatste heeft een bureauonderzoek en aanvullend archiefonderzoek plaatsgevonden in aanvulling op het reeds uitgevoerde onderzoek. In februari 2025 heeft Bureau Funeralia de begraafplaats in Wapenveld gemeente bezocht. Eerder waren al alle begraafplaatsen in de gemeente 4 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

1. FUNERAIRE CONTEXT Nadat eeuwenlang in en rond kerken was begraven, kwam er eind achttiende eeuw onder Franse invloed langzaam verandering in de wijze waarop de doden werden begraven in Nederland. Die veranderingen gingen niet zonder slag of stoot, maar het leidde ertoe dat vanaf 1829 het niet meer werd toegestaan te begraven in kerken en dat plaatsen met meer dan 1.000 inwoners een begraafplaats kregen buiten de bebouwde kom. In kleine plaatsen bleef men vaak nog begraven op het kerkhof, waar men dat al eeuwen deed. Maar daar waar nieuwe begraafplaatsen ontstonden, werden die verplicht buiten de bebouwde kom aangelegd. De negentiende-eeuwse burgerij was heel statusbewust, dus werden verschillende klassen ingericht op de begraafplaatsen. De eerste klasse bestond meestal uit zogenaamde koopgraven met ‘eeuwigdurend grafrecht’. De meeste begraafplaatsen die in de loop van de negentiende eeuw werden aangelegd, waren evenwel eenvoudig en functioneel ingericht. De graven lagen vaak dicht opeen, zoals dat eerder ook in de kerk het geval was. Doorgaans waren er enkel hoofdpaden die de verschillende grafvakken met elkaar verbonden, maar de meeste graven zelf lagen niet aan paden. Regionaal zijn er grote verschillen hoe er begraven werd in Nederland. In de noordelijke provincies en in Limburg bleef men lang rond de kerk begraven, soms tot de dag van vandaag.

Met name op de kleinere kerkhoven betekende dat ook dat er relatief veel geruimd werd om blijvend gebruik te kunnen maken van de kerkhoven. Daar waar begraafplaatsen buiten de bebouwde kom werden aangelegd, was er aanvankelijk vaak meer ruimte rondom om een begraafplaats uit te breiden. Pas in de twintigste eeuw, als veel begraafplaatsen worden ingehaald door de stedelijke bebouwing, is te zien dat begraafplaatsen ook meer overgaan tot het ruimen van graven. De laagste klassen werden daar het meest voor gebruikt. Als in de tweede helft van de vorige eeuw de begraafcijfers dalen en de crematiecijfers toenemen, ontbreekt er vaak de noodzaak om verder uit te breiden en is het mogelijk door relatief

eenvoudige inbreidingen de begraafcapaciteit op peil te houden of zelfs uit te breiden. In de regio rondom de Veluwe zijn in de negentiende eeuw verschillende gemeentelijke begraafplaatsen aangelegd. De gemeente Heerde nam in 1850 een begraafplaats in gebruik aan de Zuppeldseweg. De grafcultuur op de Veluwse begraafplaatsen is over het algemeen sober met weinig uitbundige grafmonumenten. In de negentiende eeuw lieten notabelen zich nog met name eenvoudige grafzerken aanmeten als grafmonument, terwijl voor het armere deel van de bevolking tot in de twintigste eeuw houten grafpalen gebruikelijk waren, zoals op de gemeentelijke begraafplaats van Elspeet nog goed is te zien. In sommige gemeenschappen zoals op de begraafplaats van Rosendaal was het voor de lagere klassen helemaal niet gebruikelijk om een grafmonument te plaatsen, daar duiden alleen grafnummerpaaltjes de locatie van het graf aan. Hoe de negentiende-eeuwse grafcultuur van Wapenveld was, is moeilijk te bepalen. Het ontbreken van grafmonumenten wil echter niet zeggen dat er niet begraven is. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan gesteld worden dat op alle grafvakken op het oude deel van de begraafplaats in Wapenveld begraven is.

5 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

6 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

2. WAPENVELD De gemeente Heerde telt acht begraafplaatsen, waarvan vier gemeentelijke en vier bijzondere begraafplaatsen. Daarnaast telt de gemeente een verdwenen begraafplaats, te weten het hervormde kerkhof bij de Johanneskerk in Heerde. De oudste begraafplaatsen in Veessen en Vorchten hebben een middeleeuwse oorsprong. Wapenveld heeft als dorp ook een oude oorsprong, maar maakte pas in de negentiende eeuw een groei door, hetgeen alles te maken had met de ontwikkeling van het gebied.

in Heerde was te groot in hun ogen, ‘waardoor het vervoeren der lijken vooral in den winter bij veel sneeuw met groote bezwaren gepaard gaat’.

Het dorp Wapenveld ligt op het laagste punt van de Oost-Veluwe, hetgeen betekent dat al het water van de oostflank van het Veluwemassief naar de uiterwaarden loopt via Wapenveld. De naam Wapenveld komt van 'wapel', een aanduiding voor een laag en moerasachtig gebied. In de negentiende eeuw zou dit de basis vormen van de Wapenveldse papierindustrie, dat het dorp tot ontplooiing bracht. De kern van het huidige Wapenveld ligt rond de Manenbergerbrug. Door de aanleg van nieuwe infrastructuur, zoals de aanleg van het Apeldoornse kanaal en de spoorlijn Apeldoorn-Hattem, werd het gebied in de negentiende eeuw beter bereikbaar en was het aantrekkelijker voor buitenstaanders om zich hier te vestigen. In 1843 werd bepaald dat toenmalige domeingronden verplicht door gemeenten in ontginning moesten worden genomen of afgestaan worden aan particuliere ontginners. Zo ontstond in de negentiende eeuw een aaneengesloten gordel van heideontginningslandgoederen. In 1840 kreeg de overwegend protestantse bevolking van Wapenveld een eigen kerk.

2.1

Gemeentelijke begraafplaats 2.1.1 Geschiedenis en ligging

Eind 1866 ondertekenden tientallen ingezeten van Wapenveld een brief aan de gemeenteraad van Heerde met het verzoek om de aanleg van een begraafplaats in Wapenveld toe te staan. De afstand tot de begraafplaats

Afbeelding 1: Lijst met ondertekenaars (Streekarchief Epe, Hattem, Heerde) 7 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld Een geschikt terrein was al gevonden, aan de zandweg van Heerde naar Hattem. De grond was eigendom van “de buurt Wapenveld en consorten". In 1867 adviseerde een raadscommissie positief op de aanvraag en gaf aan dat de begraafplaats niet kleiner mocht zijn dan twee bunder (ongeveer twee hectare), met daarbij een doodgraverswoning en een berging. Het reglement en de tarieven waren ter beoordeling van de raad. Het bestuur van de vereniging Bijzondere Begraafplaats te Wapenveld bestond uit drie bestuursleden, die voor onbepaalde tijd werden benoemd. Dit bestuur diende kapitaal te beleggen, waarvan met de rente het onderhoud kon worden bekostigd. De gemeente droeg een derde bij aan de oprichtingskosten, met de kanttekening dat als het bestuur in gebreke zou blijven de begraafplaats en het kapitaal aan de stichting onttrokken kon worden. Naast de vereniging die het beheer voerde over de begraafplaats was er in Wapenveld ook een begrafenisvereniging actief, genaamd ‘Begrafenisvereniging de Laatste Eer te Wapenveld’. Deze vereniging verzorgde de uitvaart van overledenen, maar had geen zeggenschap over de begraafplaats.

De Bijzondere Begraafplaats had geen specifieke protestantse signatuur en op basis van de aanwezige archiefstukken kan niet geconcludeerd worden dat het bestuur van de begraafplaats handelde in opdracht van een kerkgenootschap. De oorspronkelijke begraafplaats moet dan ook niet beschouwd worden als protestantse begraafplaats, maar als een particuliere begraafplaats. Verdere stukken uit de negentiende eeuw over de stichting van de begraafplaats ontbreken in de archieven, maar een gietijzeren gedenkbord op de begraafplaats in de vorm van een stèle verwijst naar de realisatie van de begraafplaats in augustus 1867, met daarop tevens de namen van de drie bestuursleden van de vereniging en een tekstuele verwijzing naar de Bijbel. Hoe de oorspronkelijke begraafplaats werd ingericht is onduidelijk, maar in een ongedateerd reglement van vermoedelijk rond 1930 is sprake van 5 afdelingen met drie verschillende

klassen. Waarschijnlijk is dat vanaf de aanleg van de begraafplaats zo geweest. De vereniging had geen andere inkomsten dan de opbrengsten van het begraven en de verkoop ‘zoo nu en dan’ van een eigen graf. In 1924 leidde dit tot een financieel tekort, ook omdat het bestuur zich genoodzaakt zag het salaris van de doodgraver te verhogen, en werd de gemeenteraad verzocht een jaarlijkse subsidie van 200 gulden toe te kennen. De gemeenteraad ging niet zondermeer akkoord en vroeg nadere inlichtingen op bij het bestuur van de begraafplaats. Daaruit blijkt dat de begraafplaats ongeveer 70 are groot was, deels in gebruik voor mensen die een eigen graf wilden en de rest voor mensen die dat niet konden betalen. In 1918 waren 32 personen begraven, in 1919 38 personen, in 1920 35 personen, in 1921 44 personen, in 1922 26 personen en in 1923 19 personen. Dat jaar waren de inkomsten 102 gulden, opgebouwd uit de opbrengsten voor een eigen graf, de begrafeniskosten en de eventuele verhuur van het lijkkleed. In 1922 was er nog een batig saldo van 135 gulden, maar de uitgaven waren voor 1923 echter fors hoger, namelijk 256 gulden en 75 cent mede door een reparatie van het baarhuisje. Per saldo was er een tekort ontstaan, terwijl de schuld van de stichting einde boekjaar 1923 1.950 gulden bedroeg.

Dat het bestuur slecht bij kas zat, blijkt ook in 1930 als het samen met de begrafenisvereniging een begrafenistoestel wil kopen, zoals dat ook op de begraafplaats in Heerde in gebruik is. Het bestuur verzoekt de gemeenteraad de helft van de aanschafkosten beschikbaar te stellen. De gemeenteraad verstrekte het bedrag vervolgens. In 1931 kreeg het bestuur van de begraafplaats 100 gulden ter beschikking na een verzoek om een bijdrage in het noodzakelijk onderhoud van de begraafplaats. Er zijn dan meer tekenen dat het onderhoud te wensen over laat. In 1934 doet het bestuur van Begrafenisvereniging “De Laatste Eer” aan de gemeenteraad het verzoek om de rijweg op de begraafplaats beter te verharden. De raad reageert afwijzend, aangezien de begraafplaats niet onder het beheer valt van de gemeente. Als het bestuur van de 8 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld begraafplaats vervolgens bij de raad het verzoek doet om grint ter beschikking te stellen, dan stemt de raad hiermee in. Naast de begraafplaats stond de doodgraverswoning, opgetrokken van baksteen en met gedokte pannen als dakbedekking. Aangebouwd was een houten schuurtje, met asfalt bedekt, met hierin een fornuispot. De doodgraver betaalde geen huur voor zijn woning. In 1932 werd een stuk grond ter grootte van 1 are gepacht van H.J. de Lange, waardoor de doodgraverswoning aansluiting kreeg op de doorgaande weg langs de begraafplaats. Datzelfde jaar bleek ook dat de woning te klein was geworden voor de doodgraver en zijn gezin. Een verbouwing zou tot onevenredig hoge kosten leiden, ook gezien de slechte staat van het pand, en het bestuur van de begraafplaats vroeg de gemeenteraad 2.200 gulden ter beschikking te stellen voor de bouw van een nieuwe woning aangezien het bestuur zelf daar geen financiële mogelijkheden voor had. Voor de bouw zou een perceel ter grootte van 4 are worden aangekocht tussen de bestaande doodgraverswoning en de begraafplaats. Eind 1932 ging ook Gedeputeerde Staten akkoord. Op 30 december 1932 werd de bouw van de woning gegund aan W.v.O. Sleijster, die met 2.063 gulden als laagste had ingeschreven op de aanbesteding. Het verf- en glaswerk werd gegund aan H.T. Meijer.

Het ontwerp van de woning was van de hand van gemeente-architect B. v.d. Veen. De woning was in eigendom van de gemeente en het bestuur van de begraafplaats betaalde 150 gulden huur per jaar. In 1933 werd de gemeente Heerde kadastraal eigenaar van de begraafplaats, maar het bestuur bleef het beheer voeren. Aan de exploitatie veranderde dus evenwel niets. In 1939 is de toestand van de begraafplaats dusdanig verslechtert dat het bestuur van de V.V.V. de burgemeester aanschrijft. De gemeenteraad stelt een onderzoek in, maar ziet geen aanleiding om vervolgstappen te nemen. Een jaar later neemt de raad alsnog stappen en wordt het bestuur van de begraafplaats verzocht om maatregelen te nemen. Uiteindelijk stelt de gemeenteraad een arbeider beschikbaar om de begraafplaats een netter aanzien te geven, maar dringt er bij het bestuur op aan de

nodige maatregelen te nemen met de middelen die beschikbaar zijn, waaronder de jaarlijkse subsidie van de gemeente, op dat moment 250 gulden.

Afbeelding 2: Begraafplaats Wapenveld. Deel 1 betreft de oorspronkelijke aanleg (Buro Stedenbouw). 9 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld In juni 1943 doet het bestuur voor het eerst het verzoek aan de gemeenteraad om de begraafplaats ‘met alle lusten en lasten’ over te nemen. Er wordt om onbekende reden echter geen gevolg aan gegeven. In januari 1947 beklaagt het bestuur van de V.V.V. zich nogmaals over de onderhoudsstaat van de begraafplaats. Uit onderzoek door de gemeente-architect wordt vervolgens geconcludeerd dat ingrijpen door de gemeente noodzakelijk is. Niet alleen is de onderhoudsstaat slecht, ook ‘[heeft] de indeeling van de graven op zulk een onregelmatige en willekeurige wijze plaats […], dat een behoorlijke registratie der graven groot gevaar loopt.‘ Uit het kasboek bleek dat het onderhoud plaats vond al naar gelang er inkomsten waren uit verkochte grafruimten. In april 1948 deelt het bestuur van de vereniging mee dat zij haar werkzaamheden met ingang van 1 januari 1949 zal staken. De gemeente besluit de taken over te nemen en vanaf dat moment is de bijzondere begraafplaats te Wapenveld een gemeentelijke begraafplaats. De doodgraver komt daarbij in dienst van de gemeente. Bij de overdracht blijkt de plattegrond van de begraafplaats met daarop ieder graf aangegeven, spoorloos te zijn. De administratie blijkt bovendien ‘primitief’ te zijn.

Men weet niet waar verschillende lijken liggen begraven of wie er in verschillende graven ter aarde zijn besteld. Sedert de eerste grafuitgifte in 1867 zijn op dat moment zo’n 300 eigen graven uitgegeven, echter van de graven vóór 1917, als de toenmalige doodgraver in dienst treedt, is nauwelijks kennis. Geconstateerd wordt dat op enkele vakken geruimd kan worden, aangezien daar met zekerheid gesteld kan worden dat er al meer dan 50 jaar niet is begraven. Na de overname wordt het gedeelte links van de ingang aan de Kwartelweg opnieuw ingericht voor uitgifte van nieuwe graven 3e klasse, waarbij bestaande 2e klasse graven aan de weg bleven bestaan. Dit nieuwe gedeelte was volgens nieuwe inzichten ingericht, waarbij alle graven aan rechte paden kwamen te liggen. Aan de bewoners van Wapenveld werd zelf de keuze gelaten te begraven op de 2e klasse op het bestaande deel of de 3e klasse op het nieuwe gedeelte. Ten tijde van de overname zal ook het toegangshek aan de Grote Weg verplaatst zijn naar de Kwartelweg. In

plaats daarvan kwam een klein toegangshek, dat al snel daarna de functie verloor en later in zijn geheel is verwijderd. Tot 1952 genoot doodgraver A. de Graaf een jaarlijkse vergoeding van 1.000 gulden met vrij wonen. Per 1 januari 1953 genoot de nieuwe doodgraver J.J. de Graaf een loon in gemeentedienst en was deze verplicht huur te betalen voor de woning.

Afbeelding 3: Overzicht van de inbreiding van begin jaren '50.

In 1960 klaagde de doodgraver over het lekken van roetwater uit de schoorsteen in de woonkamer. De schoorsteen was al eerder gedeeltelijk vernieuwd, maar de klachten bleven terugkomen. Waarschijnlijk is als gevolg hiervan de oorspronkelijke schoorsteen afgebroken en een nieuw rookkanaal geplaatst. In 1963 werd het toilet van de woning verbeterd en een doucheruimte gebouwd.

10 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld Na de overname in 1949 is niet de hele begraafplaats opgeknapt, blijkt uit archiefstukken uit 1962, waarin gesproken wordt over ‘beboste gedeelten […] geheel met zeer oude graven bezet’. Ruimen leek echter niet gewenst, aangezien aan de oostzijde van de begraafplaats nog ruimte beschikbaar was voor uitbreiding. In 1964 werd een perceel van 4.050 m2 aan de Kwartelweg aangekocht met daarop een woning als onderdeel van het uitbreidingsplan van de begraafplaats. De gemeente hoogde het terrein op, maar nam het nog niet in gebruik. In 1970 werd daarom een terrein ter grootte van circa 5.500 m2 verhuurd, onder voorwaarde dat het direct beschikbaar moest zijn als de gemeente het nodig had.

122 graven gerealiseerd worden. Pas jaren later zou het al aangekochte terrein in twee fases in gebruik genomen worden voor uitbreidingen van de begraafplaats.

2.1.2 Huidige stedenbouwkundige context Aanvankelijk lag de begraafplaats buiten de bebouwde kom, ten zuidwesten van het dorp, zoals te zien op afbeelding 5. Begin twintigste eeuw schoof de grens van het dorp steeds verder op en raakte de begraafplaats aan drie zijden omringd door stedelijke bebouwing. Aan de westzijde van de begraafplaats, aan de overzijde van de Groteweg, grenst de begraafplaats aan een drietal oorspronkelijke heideontginningslandgoederen.

Afbeelding 4: Zuidoosthoek van de oorspronkelijke aanleg met de inbreiding van 1970.

De financiën ontbreken in januari 1970 om een grote uitbreiding van de begraafplaats te realiseren. In de zuidoosthoek (zie afbeelding 4) bevond zich een stukje bos van 30 bij 30 meter, waar alleen aan de rand een tweetal graven lagen van 1949, Voor een periode van 3 jaar konden hier

Afbeelding 5: Begraafplaats linksonder van het centrum (Topotijdreis). 11 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

In het laatste kwart van de vorige eeuw leidden klachten van bewoners van het naastgelegen verzorgingstehuis ertoe dat de ingang aan de Kwartelweg werd verplaatst naar de huidige locatie.

2.1.3 Groen/aanleg en bebouwing De begraafplaats wordt aan de Groteweg en de Kwartelweg afgeschermd door een hoge beukenhaag. De oorspronkelijke aanleg (deelgebied 1 op afbeelding 2) van de begraafplaats is sober uitgevoerd, zoals gebruikelijk voor de meeste Nederlandse begraafplaatsen die zijn aangelegd in de negentiende eeuw. De eerste aanleg kenmerkt zich door een grote keerlus vanaf de oude ingang naar een voormalig baarhuisje. Binnen de keerlus lagen waarschijnlijk de 1e klasse graven. Aan weerszijden van de keerlus lagen twee nagenoeg even grote grafvelden waar zowel 2e als 3e klasse werd begraven. Naar mate de grafvelden vol raakten, werd de begraafplaats naar achteren uitgebreid. De lus zelf werd gebruikt om de lijkwagen op de begraafplaats te kunnen rijden en zo te kunnen keren. Naar verwachting zal de oorspronkelijke groenaanleg van de begraafplaats heel sober zijn geweest. De oude ingang aan de Groteweg werd waarschijnlijk gemarkeerd met rododendrons, maar is opgeheven, waarna de poort naar de Kwartelweg is verplaatst. De toegangspoort bestaat uit twee gemetselde pijlers met pironnen en een smeedijzeren hekwerk met gietijzeren elementen, maar bevat geen specifieke funeraire elementen en is niet meer in gebruik. Verderop aan de Kwartelweg is naast de parkeerruimte een laag en lang hekwerk in gebruik als toegang.

Ook dit hekwerk is niet typerend voor een begraafplaats. Op basis van de archiefstukken kan geconcludeerd worden dat de begraafplaats niet organisch gevuld is, maar dat de doodgraver naar eigen inzicht bepaalde waar er begraven werd. Zo konden eigen graven naast huurgraven liggen en ontstond een willekeurig systeem van begraven. Dit wordt bevestigd door het ontbreken van een adequate

grafadministratie bij de overname van het beheer van de begraafplaats door de gemeente in 1949. Op de oudste delen liggen de graven in het gras, zonder dat er sprake lijkt te zijn van enige structuur, op de meeste graven ontbreken grafmonumenten echter. Binnen de grafvelden ontbreken paden, zoals gebruikelijk is op negentiende-eeuwse begraafplaatsen.

Afbeelding 4: Zicht op de bergschuur.

De grootste aanpassing op het oorspronkelijke ontwerp is de inbreiding geweest van begin jaren ’50. Hier werd een rechtlijnig ontwerp neergelegd, waarbij voor het eerst alle graven aan rechte paden in een noord-zuidoriëntatie kwamen te liggen, gericht op het centrale deel. Met name dit vak kent een groen karakter, met een afwisselend assortiment bomen, struiken en heesters, waarbij er echter nauwelijks sprake lijkt te zijn van een ontwerp. De uitzondering hierop vormen de lage beukenhagen binnen dit grafvak en de laan met rododendron en berken 12 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld vanaf de ingang vanaf de Kwartelweg richting het voormalige baarhuisje. Een tweede inbreiding vond plaats begin jaren ’70 in de zuidoosthoek van de oorspronkelijke aanleg, waar destijds 122 graven werden gerealiseerd. Het zogenaamde baarhuisje is niet oorspronkelijk en is in de tweede helft van de vorige eeuw volledig opnieuw opgebouwd. Het heeft geen kenmerken die typerend zijn voor een baarhuisje, zoals dubbel openslaande deuren. Ook bevat het huisje geen bijzondere bouwkundige kenmerken. Feitelijk wijst alleen de locatie aan het einde van de keerlus nog op de oorspronkelijke functie en is het nu in gebruik als een eenvoudig bergschuur. Het gebouw heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde. Van de oude boombeplanting resteert te weinig om te bepalen of er sprake is van een structurele aanplant. Ook kan niet bepaald worden in hoeverre deze oorspronkelijk is. Dat lijkt wel het geval te zijn met de treurbeuk. De oorspronkelijk begrenzing aan de oostzijde is nog te herkennen aan de beeldbepalende bomenlaan met afwisselend beuken en eiken. Het slechte onderhoud in de periode vóór 1949 laat zich gelden in de zin dat er op het oude deel van de begraafplaats geen ontwerp zichtbaar is, voor zover dat er geweest is. Het geheel maakt een rommelige en eclectische indruk.

in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ook de keuze voor taxushagen speelt daarin een rol. Het plaatsen van de haag bij de inbreiding van 1970 is daarvan een goed voorbeeld. Op de eerste grote uitbreiding bestaan de paden uit elementverharding en asfalt, terwijl op de laatste uitbreiding de graven in het gras liggen zonder secundaire paden. Opvallend kenmerk van de begraafplaats is dat de nieuwe delen feitelijk nauwelijks aansluiten op de oude aanleg, maar als losse delen er tegenaan zijn gelegd. Het vormt geen geheel. Ook de urnenzuil met achterliggende haag vormt een stijlbreuk binnen de oorspronkelijke aanleg. De voormalige beheerderswoning heeft een ruimtelijk-functionele relatie met de begraafplaats. De woning in traditionalistische bouwstijl is in 1933 gebouwd in opdracht van de gemeente Heerde (op verzoek van het bestuur van de begraafplaats). De woning bevatte oorspronkelijk een aangebouwde paardenstal en was georiënteerd op de begraafplaats.

De paden op het oude deel bestaan uit halfverharding zonder kantopsluiting. De latere uitbreidingen kenmerken zich door een hoofdas met daarop aansluitend secundaire paden in rechte lijnen. De graven liggen op de eerste uitbreiding aan paden met veelal beeldbepalende (taxus)hagen als achtergrond die de bezoekers beschutting moesten bieden en met tussenliggende ontwerpelementen die de ruimte benadrukken, terwijl op de tweede uitbreiding hagen tussen de graven ontbreken. De veranderingen tonen de nieuwe inzichten over omgang rondom de dood

Afbeelding 5: Enkele van de oudste grafmonumenten op de begraafplaats. 13 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld Het toegangshek met gemetselde pijlers aan de Kwartelweg stamt mogelijk uit de negentiende eeuw. Het ontbeert echter typische funeraire symboliek zoals bijvoorbeeld een zandloper of een zeis. Het toegangshek heeft een ruimtelijke functionele relatie met de begraafplaats maar zonder bijzondere funeraire waarde.

2.1.4 Grafcultuur/grafmonumenten De begraafplaats bevat vooral grafmonumenten uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Op het oudste deel van de begraafplaats zijn nog enkele oudere grafmonumenten te vinden, waaronder een aantal zerken uit de negentiende eeuw. De meeste grafmonumenten zijn afkomstig uit de periode na de overname door de gemeente Heerde. De meeste grafmonumenten zijn van Belgisch hardsteen, maar graniet, diabas en zandsteen komt ook voor. Onder de treurbeuk staan tegen de stam nog een aantal houten grafpalen in verwaarloosde staat. Plaatstaal komt ook voor als grafmonument en is typerend voor een arme grafcultuur. Meest in het oog springend is het grafmonument voor Henri Sanders (overleden in 1974), maar vooral vanwege het verdere lege grafveld. De cultuurhistorische waarde van het grafmonument is beperkt. Op de oudere grafvelden zijn gietijzeren grafpaaltjes gebruikt als grafaanduiding, terwijl op de latere delen betonnen grafpaaltjes zijn gebruikt. Van bijzondere waarde is de gietijzeren gedenkplaat met daarop de namen van de oprichters van de begraafplaats.

2.1.5 Beschrijving karakteristiek Van een karakteristiek ten aanzien van de grafmonumenten is nauwelijks sprake. Wat betreft groen heeft de begraafplaats een sterk gevarieerde en afwisselende uitstraling, met de open grafvakken op het oorspronkelijke deel met daarbij de inbreiding uit de jaren vijftig, hetgeen wel een karakteristiek beeld oplevert. De twee laatste uitbreidingen sluiten nog het best bij elkaar aan en vormen tegelijkertijd een stijlbreuk met het oudste deel van de begraafplaats. Van enige samenhang tussen

Afbeelding 6: Gedenkplaat. 14 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld de oude aanleg en de uitbreidingen is nauwelijks sprake. Als geheel maakt de begraafplaats een groene indruk.

15 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

3. CONCLUSIES EN ADVIEZEN De gemeentelijke begraafplaats in Wapenveld is een voorbeeld van een laatnegentiende-eeuwse begraafplaats, zoals die in de regio Gelderland/Overijssel meer aangetroffen kan worden. Met name in de regio rond de Veluwe kenmerken de begraafplaatsen zich door een eenvoudige aanleg in een veelal groene omgeving en met een sobere grafcultuur. Het feit dat de bevolking van Wapenveld tot ver in de negentiende eeuw vooral bestond uit eenvoudige arbeiders toont zich op de begraafplaats, waar geen uitbundig vormgegeven grafmonumenten voorkomen. De meeste graven van vóór 1949 hebben zelfs helemaal geen grafmonument meer. Waarschijnlijk werd door het arme deel van de bevolking vooral hout toegepast als grafpaal, waarvan een aantal exemplaren nog te vinden zijn onder de treurbeuk.

Het belangrijkste ontwerpkenmerk dat bewaard is gebleven van de oorspronkelijke begraafplaats is de keerlus die vanaf de voormalige ingang naar het baarhuisje leidde. De ingang zelf is echter verdwenen en het baarhuisje is vervangen door een eenvoudige bergruimte dat geen enkel kenmerk van een baarhuisje vertoont. Meer bijzonder is de oorspronkelijke beheerderswoning naast de begraafplaats, gebouwd in de jaren ’30 van de vorige eeuw. De ensemblewaarde hiervan moet vooral gezien worden in samenhang met de begraafplaats, aangezien weinig beheerderswoningen nabij begraafplaatsen als zodanig bewaard zijn gebleven. Bureau Funeralia adviseert de voormalige beheerdersbewoning dan ook te behouden en eventueel aan te wijzen als gemeentelijk monument op basis van de reeds uitgevoerde cultuurhistorische quickscan door Choufour. Het gebouw voor de beheerder bij de huidige ingang vertegenwoordigt daarentegen geen bijzondere waarde. Het bijzondere ontwerpelement dat aan de zuidzijde aanwezig was in de vorm van smalle teruggevallen raampartijen, is voor het grootste deel tenietgedaan doordat deze zijn vervangen door eenvoudige kozijnen. Qua materiaal en afwerking vertegenwoordigt het gebouw geen cultuurhistorische waarde. De oorspronkelijk toegangspoort aan de Groteweg is (waarschijnlijk) na de definitieve overname van de begraafplaats door de gemeente in 1949 verplaatst naar de Kwartelweg.

De toegangspoort heeft geen bijzondere funeraire kwaliteiten en heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde ten aanzien van de begraafplaats. Ook het lage toegangshek bij de huidige ingang van de begraafplaats heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde.

Afbeelding 7: Houten grafpalen onder de treurbeuk.

De begraafplaats als geheel bevat onvoldoende cultuurhistorische waarden om een aanwijzing tot gemeentelijk monument te rechtvaardigen. Van een aanleg is tot op zekere hoogte sprake en het groen vormt een eclectisch geheel. Wel bevat de begraafplaats een aantal elementen die cultuurhistorisch van waarde zijn. Dat zijn de keerlus met het halfverharde padenstelsel in het centrum van de oude 16 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld aanleg en de rij met afwisselende beuken en eiken die de oude erfgrens van de begraafplaats aanduiden. Daarnaast zijn er op de begraafplaats een aantal grafmonumenten te vinden die van cultuurhistorische waarde voor de gemeente Heerde zijn. Dat zijn naast de bekende oorlogsgraven een aantal grafmonumenten uit de negentiende eeuw en twintigste eeuw. Grafmonumenten die zich bevinden op de delen die door inbreiding opnieuw in gebruik worden genomen, dienen niet zonder meer verwijderd te worden. Het verwijderen van grafmonumenten, al dan niet noodzakelijk, heeft invloed op de karakteristieke eigenschappen van een begraafplaats of kerkhof. In historisch en educatief opzicht is het van belang bestaande erfgoedwaarden te behouden. Dat kan zijn door grafmonumenten in situ te behouden, maar ook door grafmonumenten eventueel te verplaatsen naar een plek waar grafuitgifte niet gepland is of zelfs onmogelijk is. Een inventarisatie van waardevolle grafmonumenten strekt daarom tot de aanbeveling. Bureau Funeralia is beschikbaar voor nadere adviezen.

17 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

18 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

VERKLARENDE WOORDENLIJST In dit rapport worden enkele begrippen en termen gebruikt waarvan niet voor iedereen onmiddellijk duidelijk is wat daarvan de betekenis is. Zeker in de context van funerair erfgoed kan de betekenis van zo’n woord anders zijn dan in het dagelijks taalgebruik. begraafplaats: terrein waar stoffelijke resten van overledenen begraven, bijgezet of verstrooid worden, niet gelegen rond een kerk. In die zin te onderscheiden van kerkhof. graf: ruimte waarin één of meerdere lijken worden begraven, de plaats waar iemand begraven ligt. grafzerk: liggende (natuur-)steen ter afdekking van een graf. De steen kan variëren in grootte en versiering. Doorgaans worden naam en geboorte- en sterfdatum vermeldt. Oudere zerken bevatten meestal een grafschrift langs de rand. graniet: korrelig oergesteente, hoofdzakelijk samengesteld uit kaliveldspaat, kwarts en glimmer. Zeer duurzaam en goed te polijsten. Deze steen vindt al zeer lang zijn toepassing in grafmonumenten, maar in de 20ste eeuw vaker toegepast en dan opvallend door hoge graad van polijstwerk. hardsteen: een harde kalksteensoort uit België die door koolstof een blauwgrijze kleur heeft; staat onder veel namen bekend, zoals arduin, blauwsteen, Belgisch graniet, stinksteen en stoepsteen. De benaming heeft vaak ook met de kwaliteit te maken. lijkenhuisje: of baarhuisje.

Ruimte of gebouw waar, in afwachting van de begrafenis, de lijken werden gelegd van mensen die aan een besmettelijke ziekte waren overleden. Door deze gescheiden te houden van de levenden werd de kans op besmetting geminimaliseerd. Pesthuizen of gasthuizen hadden bij hun kerkhof al vaak zo’n huisje totdat in de Wet op de Besmettelijke Ziekten van 1872 werd vastgelegd dat elke begraafplaats zo’n ruimte of huisje moest hebben. Dit voorschrift was een gevolg van een andere kijk op hygiëne

monument:

smeedijzer:

stèle:

zerk:

en gezondheidszorg, die dankzij nog veel meer maatregelen aan het eind van de 19de eeuw sterk verbeterde. Lijkenhuisjes werden vaak gecombineerd met een opbaarruimte. verschillende betekenissen: 1. Gedenkteken, opgericht ter herinnering aan een historische persoon of gebeurtenis. Komt voor in verschillende vormen, maar veelal als zuil, naald, boog, stand- of borstbeeld, tombe, epitaaf en dergelijke. 2. Bouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische aspecten van belang wordt geacht. Ook om zijn kunst- en bouwgeschiedenis, geschiedkunde of technologie kan het bouwwerk worden gewaardeerd. Een veelvoud van dergelijke bouwwerken kan ook als monument worden beschouwd. Ingevolge de Monumentenwet kunnen dergelijke gebouwen of objecten wettelijke bescherming genieten. een betrekkelijk zuivere vorm van ijzer die gemakkelijk gesmeed kan worden en niet snel hard wordt, zodat het met de hand gevormd of gehamerd kan worden, dit in tegenstelling tot gietijzer. Veel toegepast voor hekwerken op graven, ook wel in combinatie met gietijzer. van het Griekse woord voor rechtopstaand steenblok. Een rechtopstaande graf- of gedenksteen of gedenkzuil waarin een motief of inscriptie is uitgehouwen, gewoonlijk op een graf. grote, platte natuurstenen plaat ter afdekking van een graf, al dan niet versierd. Zie ook grafzerk.

19 van 20

Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaats Wapenveld

ARCHIEVEN, BRONNEN EN LITERATUUR Archieven Index op de ingekomen stukken bij de gemeente Heerde 1823 – 1929 Toegang: 87654330 • Begraafplaats Wapenveld, rapport raadscommissie over aanleg 1867 nr. 170 • Begraafplaats Wapenveld, rekening 1923 1924 nr. 217 • Begraafplaats Wapenveld, verzoek tot aanleg met veel handteke ningen 1866 nr. 727 Inventaris dossierarchief secretarie Heerde 1930 – 1970 • Dossier inzake een woning bij de begraafplaats te Wapenveld Met kaart,1928 - 1954. 2.07.351 22/16 • Dossier inzake de doodgraverswoningen te Heerde en Wapenveld, resp. Kamperweg 3 en Groteweg 36, 1935 1969. 2.07.351 1782 • Dossier inzake de bijzondere begraafplaats van Wapenveld en het omzetten ervan in een algemene, alsmede de geallieerde vliegergraven ter plekke, 1930 - 1948. -1.776 404 • Dossier inzake aankoop grond met opstallen van J.A. Groffen aan de Kwartelweg voor uitbreiding van de begraafplaats van Wapenveld, 1964 - 1970. 2.07.351 2869 • Dossier inzake begraafplaatsen, graven en begraven,, 1930 1950. -1.776 372 • Dossier inzake begraafplaatsen, 1949 - 1969. 1.776.11 2769 • Dossier inzake de voorheen bijzondere en na overname algemene begraafplaats in Wapenveld, met plattegronden, 1949 - 1969. -1.776.11B 2770

Internet Geraadpleegd februari 2025 - Tijdreis over 200 jaar topografie: http://www.topotijdreis.nl/ - Delpher: https://www.delpher.nl - Streekarchief Hattem, Epe, Heerde – collectie kranten: https://www.streekarchiefepe.nl/collecties/kranten/ - Reliwiki: https://reliwiki.nl/ Literatuur: - Buro Stedenbouw, Concept Masterplan Begraafplaats (December 2024) - Buro Stedenbouw, Historie begraafplaats (22-03-2024) - Choufour, Cultuurhistorische Quickscan Groteweg 36, Wapenveld (12 november 2024) - Cultuurland Advies Landschapsbiografie Wapenveld – Rapportnummer 1203 (2014) - Leon Bok, René ten Dam; Canon van het Nederlands Funerair Erfgoed (2020)

20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=07a4bc60-c817-4c3a-8d23-72d6cb5d5031