5.4. Ambities, landelijk en provinciaal beleid en nulmeting
Tekst van het document
Memo Datum 18 maart 2025
Van M. Dekker
Aan College en Raad
Onderwerp Ambities, landelijk en provinciaal beleid en nulmeting
In het biodiversiteitsplan zijn 5 ambities opgenomen. In deze notitie is beschreven in hoeverre de ambitie past bij bestaand beleid, zowel op landelijk, provinciaal niveau, en wat de huidige situatie is.
1
We streven ernaar dat iedere dorpskern voldoet aan de 3-30-300 regel in 2050 Veel gemeenten gebruiken de 3-30-300 regel om te bepalen hoeveel groen er in de gemeente minimaal moet staan. De regel bestaat eigenlijk uit drie verschillende regels. Dit zijn: • De 3-regel: Dichtbij elke woning, school of werkplek staan minimaal 3 volwassen bomen. • De 30-regel: Elke buurt heeft minimaal 30% boomkroonbedekking. Dit zorgt ook voor schaduw en een koelere buurt op warme dagen. • De 300-regel: Vanuit ieder huis, school of werkplek kun je binnen 300 meter een parkje bereiken, waar je kunt zitten of wandelen.
1.1
3-30-300 regel past bij de nationale maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving De maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving is opgesteld door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). Deze maatlat geeft diverse aanknopingspunten voor de 3-30-300 maatregel (en andere mogelijkheden om biodiversiteit te ook de versterken). Zo wordt in de maatlat “groen verblijfsplekken” aangegeven voor het tegengaan van hitte. Ook het vergroten van infiltratie en minimaliseren van verharding geeft mogelijkheden om ook biodiversiteit te vergroten.
1.2
In de gemeente Heerde halen we een krappe zes, met name aan de 30-regel voldoen we niet Een bureau heeft op basis van luchtfoto’s bepaald welke woningen voldoen aan de 3-30-300 regel. Dit is weergegeven in de kaarten aan het eind van deze memo. De eerste kaart geeft het rapportcijfer. Dit is een samenvoeging van de scores voor zowel 3, 30 als 300. Met uitzondering van de Veluwe (van Wapenveld Noord via Hoornerveen naar Bakhuis) is het rapportcijfer een 6 of lager. Dit wordt met name veroorzaakt doordat niet voldaan wordt aan de 30-regel (30% boomkroonbedekking). Voor de 3-regel (3 bomen) zien we een diffuus beeld. Veel huizen voldoen maar er zijn ook enkele straten die niet voldoen. Deels zijn dit wat jongere wijken waar de bomen nog niet volgroeid zijn. Aan de 30-regel (30% boomkroonbedekking) voldoet bijna geen enkele wijk. Met name de oostzijde van Wapenveld en de assen in Heerde hebben onvoldoende grote bomen. Ook de kleine dorpen zoals Veessen, Vorchten en Hoorn zitten tussen de 10% en 15%. Hierbij speelt waarschijnlijk dat er binnen 500 m weinig volgroeide bomen zijn omdat binnen deze zone veel landbouwgrond is.
Aan de 300 regel voldoen veel wijken. Met name de wijken aan de zuidzijde van Heerde en de oostzijde van Wapenveld voldoen niet. De aanwezigheid van het de begraafplaats en het Stationspark zorgt ervoor dat in Wapenveld alleen de oostzijde niet voldoet. In Heerde zijn met name mogelijkheden bij Vosbergen, Bonenburg, Van Meurspark en de oude begraafplaats. Aan de zuidzijde ontbreekt een park (of bosgebied) van enige omvang.
2
We streven ernaar dat onze gemeente 10% groenblauwe dooradering heeft in het buitengebied in 2050 Groenblauwe dooradering is een begrip dat komt uit het beleid. Het staat voor alle ‘groene’ en ‘blauwe’ kleine landschapselementen in het agrarisch gebied. Hierbij kun je denken aan houtwallen, vrijstaande bomen, singels, heggen, bosjes kleiner dan 5 hectare, bosstroken, moerasjes, sloten, poelen, brede bermen en dijken.
2.1
10% Groen blauwe dooradering is nationaal en provinciaal beleid Een coalitie van partijen heeft in 2022 het aanvalsplan landschap aangeboden aan de minister. In dit aanvalsplan is de ambitie van 10% groen blauwe dooradering (ook wel GBDA) opgenomen. Deze ambitie is vervolgens vertaald in nationaal en provinciaal beleid zoals het NPLG1 en de vertaling naar de provincie, het VLGG 2. Hoewel het huidige kabinet een streep heeft gehaald door het NPLG en daarom ook het VLGG niet is vastgesteld is de ambitie van 10% groen blauwe dooradering wel door diverse partijen omarmd en wordt gekeken hoe aan deze ambitie invulling gegeven kan worden. Zo wordt in de Stedendriehoek een project opgesteld om hier een bijdrage aan te leveren.
2.2
In Heerde hebben we nu 7,6% groen blauwe dooradering De provincie Gelderland heeft een bruto nulmeting gemaakt van de groenblauwe dooradering per gemeente3. Het gaat om een GIS analyse op basis van waarbij de kwaliteit van de beplanting niet is meegenomen. Hierdoor kan een vertekend beeld ontstaan als bij metingen in de toekomst kwaliteit wel meegewogen wordt. De gemeente Heerde heeft op basis van deze analyse nu 7,6% groenblauwe dooradering. Dit is gemiddeld ten opzichte van de omliggende gemeenten.
3
Wij voeren de natuurbeheerplannen in Natura 2000-gebieden uit De provincie Gelderland stelt voor de Gelderse Natura 2000-gebieden beheerplannen op. Als beheerder op de Veluwe voeren wij de taken uit die in het beheerplan zijn beschreven.
3.1
Uitvoeren natuurbeheerplannen N2000 is Europees beleid In Natura 2000-gebieden worden plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Voor alle N2000 gebieden zijn natuurbeheerplannen opgesteld. In de natuurbeheerplannen zijn maatregelen opgenomen die de natuur in deze gebieden in stand moeten houden en zo mogelijk verbeteren. Een groot deel van het bos en de hei die we als gemeente beheren valt onder N2000-gebied Veluwe. Hiervoor heeft de provincie Gelderland een natuurbeheerplan opgesteld. De provincie heeft het natuurbeheerplan uitgewerkt in vier herstelprogramma’s (beken, bossen, heiden en stuifzanden) en een recreatiezoneringsprogramma. Door het uitvoeren van deze plannen kan de natuur in dit gebied blijven bestaan. Als beheerder van een deel van de Veluwe zijn wij verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze herstelprogramma’s.
3.2
Uit de natuurdoelanalyse van de provincie blijkt dat er voor de Veluwe nog veel moet verbeteren De provincie Gelderland heeft voor alle N2000 gebieden natuurdoelanalyses gemaakt. In de natuurdoelanalyses staan eindoordelen voor elk natuurdoel: wordt dat doel gehaald met
NPLG = Nationaal Programma Landelijk Gebied VLGG = Vitaal Landelijk Gebied Gelderland 3 De analyse van de provincie Gelderland is te vinden op: https://www.arcgis.com/apps/dashboards/9d0cbd06b4f140eebd1821e0b2f10130 1 2
2 / 16
uitvoering van de maatregelen uit het beheerplan en de daling van de stikstofuitstoot die nu voorzien wordt voor 2030? Of zijn aanvullende maatregelen nodig? De natuurdoelanalyses zijn niet gespecificeerd naar locatie of gemeente. Uit de natuurdoelanalyse van de Veluwe blijkt dat voor 13 habitattypen en 8 dier- of plantensoorten de maatregelen uit het natuurbeheerplan waarschijnlijk niet voldoende zijn. Voor N2000 gebied Rijntakken blijkt dat alleen voor eikenbeukenbossen met hulst de stikstof uitstoot waarschijnlijk te hoog blijft voor duurzame instandhouding. De andere instandhoudingsdoelen kunnen gehaald worden als het natuurbeheerplan uitgevoerd word
4
We zien natuurinclusief bouwen als kans voor al onze bouwprojecten Natuurinclusief bouwen wil zeggen dat we bij alles dat we nieuw bouwen, van woonhuis tot bedrijfshal, rekening houden met de planten en dieren die in onze gemeente leven. Dit doen we, omdat we er zo voor zorgen dat onze dorpen gezond en aantrekkelijk blijven voor zowel mens als plant en dier.
4.1
Natuurinclusief bouwen wordt misschien opgenomen in landelijk besluit In de voorstellen voor wijziging van het besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) was de verplichting opgenomen om bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie van gebouwen verblijfsvoorziening en aan te brengen voor de huismus, gierzwaluw en vleermuis. Minister Mona Keijzer heeft in november gemeld dat zij deze eis schrapt. Op 17 december 2024 is in de Tweede kamer een motie aangenomen om waarin de regering wordt verzocht om verblijfsvoorzieningen voor beschermde diersoorten niet uit het Bbl te halen. De regering wordt opgeroepen zo snel mogelijk specifieke voorschriften voor verblijfsvoorzieningen voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen in het Bbl bekend te maken en in werking te laten treden. Op dit moment is onduidelijk wanneer en hoe de motie van de Tweede Kamer uitgevoerd wordt. Het aanbrengen van verblijfsvoorzieningen is een minimale vorm van natuurinclusief bouwen. Graag zien we dat initiatiefnemers nog iets extra’s doen door ook de omgeving (tuin of openbare ruimte) zo in te richten dat er ruimte is voor meer planten en dieren. De herziening van het Bbl.
4.2
We hebben nog geen duidelijke meetlat voor natuurinclusief bouwen Er zijn enkele bedrijven en organisaties die een maatlat of natuurladder hebben ontwikkeld voor natuurinclusief bouwen. Er is echter nog geen landelijk aanvaarde meetmethode voor het bepalen van natuurinclusief bouwen. Daarom is er geen nulmeting gemaakt voor deze ambitie.
5
Onze gemeente is een geschikte plek voor onze 13 gidssoorten om in te leven, nu en in de toekomst Onze 13 gidssoorten staan symbool voor de verschillende ecosystemen. Ze houden ons een spiegel voor en laten ons zien hoe gezond ons groen en onze natuur is. Als zij in onze gemeente kunnen (blijven) leven, weten we dat het goed zit.
5.1
Behouden van leefgebieden is nationale wetgeving In de omgevingswet (voormalige wet natuurbescherming) is vastgelegd dat planten en diersoorten in de natuur moeten blijven bestaan. Het behouden van de leefgebieden van de gidssoorten is dan ook landelijke wetgeving.
5.2
We gaan op basis van beschikbare data een nulmeting maken Een goede nulmeting van de aanwezigheid van de gidssoorten vraagt om een uitgebreide veldinventarisatie. Dit kost veel geld en tijd. Maar er is veel informatie van de aanwezigheid van verschillende gidssoorten (o.a. NDFF4). Samen met de KNNV willen we een overzicht maken van de aanwezigheid van de gidssoorten op basis van beschikbare data. Het is mogelijk dat een bepaalde gidssoort niet in de database voorkomt omdat er geen waarneming geregistreerd is, ondanks dat de gidssoort wel aanwezig is.
4
NDFF = Nationale Databank Flora en Fauna
3 / 16
We kiezen toch voor deze methode omdat een gemeentebrede monitoring op de ambities kostbaar en tijdrovend is.
4 / 16
6 / 16
7 / 16
8 / 16
Bouwsteen Natuur: Uitgangspunten en nulmeting ‘GBDA’ Provincie Gelderland, versie mei 2023
Samenvatting
1.
In deze notitie wordt beschreven hoe we de opgave van 10% groenblauwe dooradering (GBDA) uit het NPLG uitwerken in het VLGG. 1.
Doel: Focus op herstel en verbetering van de huidige groenblauwe dooradering gericht op ecologische kwaliteit en connectiviteit, voor de verbetering van de biodiversiteit in het landelijk gebied.
2. Bouwstenen voor de groenblauwe dooradering in het VLGG zijn de volgende: a.
Uitgangspunten: i. Bijdragen aan de natuur-, water- en klimaatdoelen, alsmede aan de landschappelijke versterking en cultuurhistorische identiteit van de Gelderse gebieden, recreatie en stedelijke uitloop en leefbaarheid van het platteland; ii. Focus op kwaliteit; iii. Focus op connectiviteit; iv. Starten in prioritaire gebieden met opgave. b. Instrumenten; Ons bestaande instrumentarium is grotendeels toereikend voor de opgave. Aanvullend zijn mogelijk nog andere instrumenten en maatwerk nodig. c. Financiering; Om de opgave voor GBDA te kunnen realiseren is het volgende essentieel: 1) beschikbaarheid van voldoende middelen uit het transitiefonds voor de aanleg en functieverandering van landschapselementen; en 2) een structurele ophoging van het ANLb om het landschap ook op de lange termijn te kunnen onderhouden. d. Monitoring; Met behulp van ons Landschapsregistratiesysteem hebben we een bruto nulmeting van de groenblauwe dooradering uitgevoerd en zullen we ook op de lange termijn de groenblauwe dooradering blijven monitoren en evalueren. e. Langjarig beheer; Gebrek aan zekerheid van een langjarige beheervergoeding is op dit moment vaak een drempel voor agrariërs om landschap aan te leggen. Beheerovereenkomsten kunnen nu slechts voor maximaal 6 jaar worden afgesloten, hiervoor is een oplossing nodig.
Langjarig beheer van de groenblauwe dooradering is noodzakelijk om de kwaliteit en kwantiteit, en daarmee het doelbereik, te kunnen borgen. f. Organiserend vermogen/partners; We hebben onze partners hard nodig bij de opgave voor groenblauwe dooradering in Gelderland. Denk hierbij o.a. aan de gemeenten, waterschappen, de agrarische collectieven en SLG. g. Regierol Natuur groenblauwe dooradering We adviseren een centrale regierol van het programma Natuur voor de opgave groenblauwe dooradering in de regio’s en gebiedsprocessen om te zorgen voor doelbereik, uniformiteit, synergie en het kunnen stapelen opgaven.
9 / 16
3. Bruto nulmeting groenblauwe dooradering; De tool die we ontwikkeld hebben voor het in beeld brengen van de groenblauwe dooradering geeft op dit moment nog geen correct percentage van de groenblauwe dooradering in Gelderland. Met de huidige techniek is het nog niet mogelijk om op basis van ‘remote sensing’ de kwaliteit van de landschapselementen te bepalen. Hierdoor worden elementen die ecologisch niet relevant zijn ten onrechte meegeteld en komt het percentage groenblauwe dooradering aanzienlijk hoger uit dan in realiteit het geval is. Vervolgstap hierin is het opzetten van een kwaliteitsmaat en bijbehorende correctiefactor. Notabene: Provincie Overijssel gebruikt dezelfde tool en komt tot dezelfde metingen en conclusie.
2.
1
Aanleiding
Het ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) stelt natuurdoelen voor: 1) Natuurherstel Vogel- en Habitatrichtlijn; 2) Stikstofopgave, deelaspect van natuur; 3) Het aanleggen van nieuw bos conform de Bossenstrategie; 4) De resterende hectares Natuurnetwerk Nederland; 5) De hydrologische condities van Natura 2000-gebieden (2027); en 6) de realisatie van een 10% groenblauwe dooradering (GBDA) van het landelijk gebied. Voor laatstgenoemd natuurdoel geldt dat er wordt gestreefd naar 10% Groen Blauwe Dooradering (GBDA) in het landelijk gebied in 2050, waarvan de helft in 2030 gerealiseerd is. Aanvullend is in het NPLG het doel opgenomen dat per provincie 50% van het landelijk gebied in 2030 en 65% in 2035 met 10% dooraderd is. De ‘Quick scan hectaren analyse NPLG’5 geeft het volgende aan: • Er is in Gelderland 166.57 km2 nodig aan groenblauwe dooradering om de gunstige staat van instandhouding van VHR-soorten te realiseren (naast de andere opgaven); • Naast extra oppervlakte natuur en NIL zijn er ook andere opgaven voor het VHR-doelbereik die niet in oppervlakten te vatten zijn: o (Beheer)maatregelen voor kwaliteitsverbetering van natuur en ander leefgebied; o Bescherming/herstel van soorten (bijv. vleermuizen); o
Verdroging, verzuring,
vermesting, schaalvergroting; o Invasieve exoten. Meer bomen buiten het GNN en de 10% groenblauwe dooradering dragen ook bij aan het behalen van de landelijke VHR-doelen. Dat doen we op de volgende wijze: • Met de GBDA verbinden en vergroten we loofbosrelicten op oudebosgroeiplaatsen ter versterking, uitbreiding en ontsnippering van bestaande VHR-kwaliteiten van droge bossen (H9120, H9160 & H9190) en vochtige bossen (H91E0C & H91F0). • We ontwikkelen de groenblauwe dooradering in de overgangsgebieden rondom kwetsbare natuur en rondom (nieuwe) bebouwingskernen, met veel ruimte voor recreatief medegebruik (als onderdeel van de verstedelijkingsstrategie), om een aantrekkelijk uitloopgebied te ontwikkelen en daarmee de recreatiedruk in onze kwetsbare natuur te verminderen. De ambitie van het NPLG om toe te werken naar 10% groenblauwe dooradering is overgenomen uit het Aanvalsplan Landschap van september 2022. Daarom kiest Gelderland ervoor om voor GBDA de defintie van het Aanvalsplan Landschap te hanteren. GBDA wordt hier als volgt omschreven:
5
Quick scan hectareanalyse NPLG | Rapport | Rijksoverheid.nl
10 / 16
“Onder groenblauwe dooradering (GBDA) verstaan we de ‘kleine’ natuurelementen die ons landschap in belangrijke mate vormgeven. Deze kunnen als punten, lijnen of vlakken aanwezig zijn. Naast houtige elementen zoals singels, bomenrijen, houtwallen, heggen, hagen, knotbomen, graften, griendjes en hoogstam-boomgaarden, gaat het om elementen met een begroeiing van kruiden en ruigten en natte elementen zoals slootkanten, natuurvriendelijke oevers en poelen. Ecologisch beheerde sloten kunnen ook tot landschapselementen gerekend worden evenals elementen als keverbanken of kruidenrijke akkerranden. Deze hebben een meer dynamisch karakter dat past bij de kenmerken van akkerbouwlandschappen.”
2 Bouwstenen voor Groenblauwe dooradering in
3.
Gelderland 4.
2.1 Uitgangspunten
Provincie Gelderland hanteert de volgende vier uitgangspunten bij de implementatie van de Groenblauwe dooradering in Gelderland: i. Bijdragen aan de natuur-, water- en klimaatdoelen, alsmede aan de landschappelijke versterking en cultuurhistorische identiteit van de Gelderse gebieden, recreatie en stedelijke uitloop en leefbaarheid van het platteland; ii. Focus op kwaliteit; iii. Focus op connectiviteit; iv. Starten in prioritaire gebieden. 5. i. Bijdragen aan de natuur-, water- en klimaatdoelen Een uitgebreide en kwalitatief goede groenblauwe dooradering in Gelderland is cruciaal om de gestelde natuurdoelen te bereiken. Daarom kiezen we bij de aanleg en herstel van landschapselementen voor locaties en landschapselementen die ecologisch de grootste meerwaarde voor onze doelsoorten hebben. We zorgen er bovendien voor dat de groenblauwe dooradering ondersteunend is aan de wateropgave (KRW), de klimaatopgave door vastlegging van CO2, de bosopgave, en de opgave voor stikstof en natuurinclusieve landbouw. Daarnaast zetten we met de groenblauwe dooradering in op de landschappelijke versterking en cultuurhistorische identiteit van de Gelderse gebieden, recreatie en stedelijke uitloop en leefbaarheid van het platteland. 6. ii. Focus op kwaliteit Landschapselementen dragen enkel bij aan de biodiversiteit wanneer ze ecologisch van voldoende kwaliteit zijn.
Onderzoek en ervaring leert dat dit voor een groot deel van de groenblauwe dooradering nog niet het geval is. Zo wordt slechts 20% van de oevers ecologisch beheerd en is 60% van de groene landschapselementen van slechte kwaliteit (Bron: Rekenkamer Oost Nederland 2021, Landschapselementen: niet voor niets! + Onderzoek Nederlands Instituut voor Ecologie, 2022: Waterkwaliteit van sloten en vennen is nog niet best). Ook de verderop in deze notitie genoemde bruto nulmeting die we voor Gelderland hebben gedaan valt zodoende te hoog uit. Er is in Gelderland veel winst te behalen met het herstellen en verbeteren van bestaande landschapselementen. 7. ii. Focus op connectiviteit De waarde van groenblauwe dooradering zit, naast de oppervlakte op zich, ook in de verbondenheid van elementen onderling en het verbinden van natuurgebieden. Dit maakt migratie van soorten en uitwisseling tussen populaties mogelijk en maakt de biodiversiteit in Gelderland weerbaar. We zetten daarom in het
11 / 16
bijzonder in op aanleg, herstel en verbondenheid van lijnvormige elementen, zodat een fijnmazige structuur van droge en natte landschapselementen ontstaat. 8. iv. Starten in prioritaire gebieden We kiezen ervoor om de groenblauwe dooradering met name te realiseren en te herstellen op de plekken waar dit de grootste impact op het doelbereik van de VHR-doelen heeft. Hierbij houden we rekening met de aanwezigheid van doelsoorten en de verbondenheid van natuurgebieden en elementen onderling. Op basis daarvan kiezen we de volgende prioritaire gebieden: 1. Overgangsgebieden (rond Natura 2000-gebieden) In de overgangsgebieden en overige extensiveringsgebieden liggen belangrijke kansen om met voorrang de 10% opgave voor 2030 te realiseren. (Bron: ontwikkeldocument NPLG, blz. 33) 2. Ecologische Verbindingszones (EVZ’s) 3. Locaties in witte gebieden (geen of weinig groenblauw), waar dat meerwaarde heeft voor: a. Specifieke doelsoorten en/of; b. Connectiviteit (t.b.v. natuur/groenblauw raamwerk van stad en dorp/recreatie) c. Cultuurhistorische identiteit en leefbaarheid. 9.
2.2
Instrumenten
Voor het realiseren van nieuwe landschapselementen en het beheren en herstellen van bestande landschapselementen kunnen we grotendeels gebruik maken van bestaande instrumenten, zoals: • Subsidieregeling Biodiversiteit en landschap (§2.2b en §2.2e) voor de aanleg van landschapselementen door gemeenten en agrariërs. • Subsidieregeling Biodiversiteit en landschap (§2.2c) voor de aanleg en het herstel van landschapselementen door vrijwilligersgroepen (via gemeenten). • Subsidieregeling Inwonersinitiatieven voor biodiversiteit (§2.9a) voor de aanleg en het beheer van landschapselementen door inwonersinitiatieven. • Subsidie ANLb voor het beheren van landschapselementen voor agrariërs en eigenaren van agrarische grond. • Ecologisch berm- en oeverbeheer door gemeenten en waterschappen ondersteunen, bijvoorbeeld via het leernetwerk ecologisch bermbeheer. Als provincie beheren we onze eigen bermen al ecologisch. • Incidentele subsidie aan Stichting Landschapsbeheer Gelderland (2022 t/m 2025) voor het ondersteunen in aanleg van landschapselementen door particulieren in het landelijk gebied. Via deze instrumenten is in de afgelopen jaren veel landschap aangelegd, hersteld en beheerd. Ook voor de realisatie van de groenblauwe dooradering in het kader van het VLGG zijn deze instrumenten geschikt.
Aanvullend zijn er wellicht nog andere instrumenten en maatwerk nodig om de kwaliteit van landschapselementen verbeteren en in stand te houden. Zie ook 4.4 Langjarig beheer. 10.
2.3
Financiering
De opgave voor de groenblauwe dooradering vraagt dat er voldoende middelen beschikbaar zijn voor de eenmalige aanlegkosten van nieuwe landschapselementen, de eenmalige kosten voor functieverandering van de grond en de jaarlijkse kosten voor het beheer van deze landschapselementen. Het realiseren (aanleg en functieverandering) van 1% extra groenblauwe dooradering in het landelijk gebied vraagt (o.b.v. de tarieven die we op dit moment hanteren) een eenmalige investering van ca. €305,4 miljoen. Het beheren van deze landschapselementen kost jaarlijks ca. €8 miljoen. Om de opgave voor groenblauwe dooradering te kunnen realiseren is het volgende essentieel: 11. Beschikbaarheid van voldoende middelen uit het transitiefonds voor de aanleg en functieverandering van landschapselementen;
12 / 16
12. Een structurele ophoging van het ANLb om het landschap ook op de lange termijn te kunnen onderhouden. 13.
2.4
Monitoring
Provincie Gelderland heeft samen met provincie Overijssel, de gemeente Bronckhorst en Boomregister een tool (landschapsregistratiesysteem) voor het in beeld brengen van de groenblauwe dooradering (GBDA) ontwikkeld. Doel is op uniforme wijze voor Gelderland de GBDA in beeld te kunnen brengen en langdurig te kunnen monitoren. Daarnaast zijn de resultaten van de meting en monitoring noodzakelijk voor het kunnen realiseren van de opgave om groenblauw te herstellen, te behouden en de kwaliteit en connectiviteit te verbeteren als relevante bijdrage aan de VHR-doelstellingen en biodiversiteit. In paragraaf 5 van deze notitie wordt het landschapregistratiesysteem en de bruto nulmeting groenblauwe dooradering nader toegelicht. Gedetailleerde informatie over de bruto nulmeting is in de bijlage terug te vinden. 14.
2.5 Langjarig beheer
Een belangrijk factor voor agrariërs om landschapselementen aan te leggen op hun grond is de zekerheid om ook op de langere termijn verzekerd te zijn van een beheervergoeding. Op dit moment kan deze zekerheid echter nog niet worden geboden, aangezien er onder het ANLb gewerkt wordt met beheerperioden van 6 jaar. Via de Pilot Landschap Achterhoek is onder meer verkend wat de mogelijkheden zijn om agrariërs de zekerheid van een langjarige beheervergoeding te bieden. Uit de pilot komt naar voren dat dit op dit moment voor ons als provincie niet mogelijk is. Voor de aanleg van nieuwe elementen en voor het beheer en herstel van bestaande elementen is het van belang dat het plafond van het ANLb omhoog gaat en de beheerperioden waarmee gewerkt wordt worden verlengd. Daarnaast is in zijn algemeenheid langjarig beheer van de groenblauwe dooradering noodzakelijk om de kwaliteit en kwantiteit, en daarmee het doelbereik, te kunnen borgen. 15.
2.6
Organiserend vermogen/partners
Op dit moment spelen onze partners al een belangrijke rol bij de aanleg, het herstel en het beheer van landschapselementen. Zo vervullen de agrarische collectieven een rol als tussenpartij bij agrarisch natuurbeheer door agrariërs, biedt SLG ondersteuning aan vrijwilligersgroepen en coördineert NMG het platform natuurinclusieve landbouw. Ook de samenwerking met gemeenten en waterschappen is van belang, vanwege hun rol bij onder meer het ondersteunen van vrijwilligers en particulieren en bij het aanleggen en (ecologisch) beheren van landschap op hun eigen gronden. Bij de uitvoering van het VLGG is voor deze en andere partners een belangrijke rol weggelegd. 16.
2.7 Regierol Natuur
De groenblauwe dooradering is een belangrijk onderdeel van het NPLG voor het behalen van de doelstellingen van de KRW, het Klimaatakkoord en de VHR. Een centrale regierol voor het programma Natuur is noodzakelijk en gewenst bij de uitwerking en realisatie van de opgave voor de groenblauwe dooraderin in de regio’s en gebiedsprocessen. Op deze manier kan worden gezorgd voor uniformiteit en synergie, kunnen opgaven waar mogelijk worden gestapeld en gecombineerd, en is provinciebreed doelbereik gewaarborgd.
13 / 16
17.
3
Landschapregistratiesysteem (LASREG)
Met LASREG (landschapsregistratiesysteem), een tool die gebruik maakt van remote sensing, is gestart met het in kaart brengen van de GBDA in Gelderland. Deze tool kan de GBDA zowel visueel als kwantitatief tonen en indien gewenst onderscheid maken tussen groene en blauwe aders. Hierbij kan worden gekeken naar individuele gemeenten, clusters van gemeenten en de provincie als geheel. Dit is eerst als pilot gedaan in een vijftal gemeenten en inmiddels uitgebreid naar een bruto nulmeting voor de hele provincie. In LASREG zijn de volgende definities gehanteerd bij het berekenen van het percentage GBDA: 1. Landelijk gebied is het gebied buiten het GNN en buiten de bebouwde kom (steden en dorpen); 2. Vlakelementen (bossen, grote wateren) groter dan 1 hectare worden niet meegeteld als landelijk gebied; 3. Bermen worden nog niet meegeteld als landschapselement (deze worden veelal onvoldoende ecologisch beheerd), landschapselementen in bermen tellen wel mee; 4. Boomkronen worden gecorrigeerd op basis van punt- (30%), lijn- (60%) of vlakvormig (90%);
14 / 16
18.
4
Bijlage 1: Bruto nulmeting GroenBlauwe
dooradering (GBDA) 19.
4.1
Cijfers
Gelderland heeft 313625.5 hectare aan landelijk gebied
LASREG berekent een percentage van 7,5% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied in Gelderland, dit is een bruto nulmeting 7,5% is gelijk aan 23.549 hectare groenblauwe dooradering
Kaart: Uitkomsten bruto nulmeting GBDA, per gemeente We spreken van een bruto nulmeting omdat we nog niet in staat zijn om alleen ecologische relevante landschapselementen te meten. Tevens is het met remote sensing niet mogelijk om de kwaliteit van de landschapselementen te bepalen. Hierdoor worden kwalitatief laagwaardige elementen ten onrechte meegeteld waardoor het percentage groenblauwe dooradering in Gelderlang hoger uitvalt dan in werkelijkheid het geval is. Het opzetten van een kwalitateitsmaat is noodzakelijk. Dit willen we doen door aanvullend onderzoek in het veld te verrichten en een handmatige filtering op elementen over de in beeld gebrachte elementen uit te voeren. Voor nu benadrukken we dat deze eerste nulmeting een bruto nulmeting is, zetten we in op het verbeteren van kwaliteit en connectiviteit en laten we het percentage niet leidend zijn voor de invulling van het beleid en de bouwstenen van de opgave groenblauwe dooradering.
20.
4.2 Toelichting op bruto nulmeting
21. In de berekende oppervlaktes is sprake van enige overschatting Individuele landschapselementen van opgaand groen zijn geïdentificeerd aan de hand van de individuele bomen en struiken. Met het samenstellen van losse bomen tot singel of houtwal ontstaat bij onvolledige en aangetaste landschapselementen een overschatting van het oppervlak. Ook bij bomen die bijvoorbeeld boven sloten hangen is een dubbeltelling van het oppervlak niet te vermijden. Overigens is van een deel van de landschapselementen niet bekend wat het precies is. Ook bevatten de kaarten enige ruis, soms lopen bermen bijvoorbeeld door in tuinen. Daardoor kunnen de berekende oppervlaktes afwijken van de werkelijkheid.
15 / 16
22. Kwalitatieve criteria zijn nog niet meetbaar Kwalitatieve criteria zijn in het Aanvalsplan Landschap genoemd. Landschapselementen tellen mee als ze kenmerkend zijn voor het landschapstype, onderling verbonden zijn en ecologisch beheerd worden. Elementen dienen ook compleet te zijn. Bermen en perceelranden dienen kruidenrijk te zijn, oevers tellen mee als ze natuurvriendelijk zijn ingericht. Met LASREG kunnen we een goede inschatting maken van het type landschapselement. Voor de berekening van de percentages is (nog) geen rekening gehouden met of aanwezige elementen in het betreffende landschapstype passen. Ook zijn er geen uitspraken te doen over de kwaliteit (onderhoudstoestand, vitaliteit, gaafheid en soortensamenstelling) van een landschapselement. In de toekomst is dat deels te ondervangen met verbeteringen van het systeem en nieuwe databronnen. Veldwaarnemingen zijn nauwkeuriger maar zijn veelal niet beschikbaar. Met steekproefsgewijs veldonderzoek door professionals kan de kwaliteit in kaart worden gebracht. Ook is het inwinnen van publieksdata met een app een mogelijkheid. 23. In de bestaande groenblauwe dooradering ligt een grote verbeteropgave Globaal de helft van de aanwezige groene elementen verkeert in een slechte of matige toestand (Bron: Rekenkamer Oost Nederland 2021, Landschapselementen: niet voor niets!).
Bijvoorbeeld door slecht beheer, het ontbreken van ondergroei en groeiruimte, invasieve soorten/exoten, randeffecten van gebruik van aangrenzende gronden. Van de aanwezige blauwe lijnvormige dooradering voldoet waarschijnlijk eveneens een groot deel (80%) niet aan criteria van inrichting, waterkwaliteit en beheer. Ook hier ligt een kwalitatieve opgave. (Bron: Onderzoek Nederlands Instituut voor Ecologie, 2022: Waterkwaliteit van sloten en vennen is nog niet best).
16 / 16