5.3. Uitnodigingskader gemeente Heerde zon en wind V1.0.pdf
Tekst van het document
Versie 17 mei 2022
• We nodigen planontwikkelaars uit om projecten voor zonnevelden en windmolens te ontwikkelen, die passen in het gebied. • Inwoners en gebruikers worden betrokken bij de
ontwikkeling en kunnen delen in de opbrengsten. • Een project sluit altijd aan bij bestaande voornemens van de gemeente voor de ontwikkeling van een gebied. • We gebruiken voor ieder project een vast processchema.
2
Colofon Datum versie: 17 mei 2022
Het uitnodigingskader zon en wind op land is opgesteld door adviesbureau Bureauzaaigoed en Odin landschapsontwerpers.
In opdracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde.
Met medewerking van de klankbordgroep bestaande uit een afvaardiging van Heerde Energiek, Visit Heerde, KNNV, Jong Gelre, Agrarische belangen Heerde, Solar Green Point, Dorpsraden en diverse inwoners.
3
Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt ons uitnodigingskader voor windenergie en zonne-energie op land, als uitwerking op de RES 1.0 van de Cleantech regio. We zijn blij met de oplevering hiervan. Als gemeente willen we onze verantwoordelijkheid nemen als het gaat om tegengaan van klimaatverandering en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Dat zijn we verplicht om te doen. Niet alleen naar u als bewoner, maar ook naar toekomstige generaties die we een leefbare leefomgeving willen nalaten. Om goede stappen te zetten naar een klimaatneutrale gemeente binnen dertig jaar moet er veel gebeuren. We zitten midden in een energietransitie. Het opwekken van schone energie is één van de manieren om invulling te geven aan deze transitie. Met dit kader kunnen we initiatieven voor windmolens of zonneparken beoordelen op hun kwaliteit, en zo of we hier ruimte voor beschikbaar stellen. Inwoners weten aan de hand hiervan aan welke voorwaarden projecten moeten voldoen en hoe ze kunnen meepraten en meedoen als er een initiatief komt.
Wolbert Meijer en Stephan Nienhuis, Wethouders gemeente Heerde
Samen gaan we zo richting een duurzame toekomst.
4
Inhoudsopgave 1. Uitgangspunten •
Zoveel mogelijk zonnepanelen op daken
•
Lokale betrokkenheid
•
Landschap is leidend
•
Combineren van functies en andere opgaven
•
Tijdelijke bestemming en duurzame keten
•
Zonnevelden en windmolens beiden nodig
•
Ruimte voor innovaties
2. Inwoners, ontwikkelaars en gemeente werken samen •
Proces met inwoners (en gemeente)
•
Processtappen
•
Eindverslag
•
Profijt- en inpassingsplan
3.
4.
Windmolens •
Inleiding windmolens
•
Windmolenkansen in Heerde
•
Randvoorwaarden windmolens
Zonnevelden •
Inleiding zonnevelden
•
Randvoorwaarden zonnevelden
5.
Evaluatie
6.
Achtergrond •
De opgave
•
Waar staan we in november 2021
•
De Regionale Energiestrategie (RES)
•
Het uitnodigingskader
•
Een kader gemaakt met inwoners en specialisten
•
Voorbeelden 50% eigenaarschap
5
1. Uitgangspunten
Zoveel mogelijk zonnepanelen op daken •
Inwoners en gebiedspartners roepen op om zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en andere bouwwerken te stimuleren. We zetten hier als gemeente actief op in met als doel 35% groei van zonnepanelen op daken per jaar tot 2035. De activiteiten om zonnepanelen op daken te stimuleren vallen buiten de scope van dit kader.
•
Nog niet alle mogelijkheden voor zonnepanelen op daken zijn benut omdat: •
De eigenaar van het pand bepaalt wat er met zijn dak gebeurd. Hier is de gemeente (nog) niet sturend in;
•
Niet elk dak is constructief sterk genoeg voor zonnepanelen;
•
De kosten voor een dak dat constructief sterk genoeg is voor zonnepanelen meer kost dan dat het opwekken van de energie oplevert voor de eigenaar;
•
Meerdere verzekeringsmaatschappijen verzekeren zon op daken van boerenschuren en
bedrijfspanden niet vanwege brandgevaar.
•
Gemeente Heerde wil sturingsmogelijkheden voor zon op dak vergroten door: •
Te onderzoeken welke ruimte er is om bijvoorbeeld zon op dak te verplichten bij nieuwbouw voor minimaal het eigen verbruik
•
In RES verband de remmende punten op de agenda van de nationale overheid te plaatsen.
7
Lokale betrokkenheid •
In de gemeente Heerde vinden we lokale betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij de energietransitie belangrijk. Dit betekent, in lijn met de Omgevingswet, voor activiteiten binnen dit kader dat: •
•
Inwoners uit het gebied waar een plan wordt ontwikkeld worden altijd inhoudelijk betrokken1, om: •
de kwaliteit en kracht van het gebied in ieder geval te behouden, doorontwikkelen of zelfs vergroten;
•
te zorgen dat lokale initiatieven en -ontwikkelingen worden meegenomen;
In elk plan wordt gestreefd naar minimaal 50% eigendom door de lokale omgeving2. Het gaat hierbij in de eerste plaats om lokaal eigendom (een collectief of minimaal 5 lokale eigenaren) en in de tweede plaats dat iedereen in de omgeving mee kan doen. Dit is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting3.
•
De planontwikkelaar(s) geven met de lokale omgeving vorm hoe inwoners profiteren van een plan. In de bijlage staat de participatiewaaier uit het klimaatakkoord. Hierin staan de verschillende participatievormen. Daarnaast is een aantal praktijkvoorbeelden hiervan toegevoegd in de bijlage.
1. Zie pagina 16 voor het projectproces 2. Dit geldt niet voor initiatieven waarbij de opgewekte energie voor eigen gebruik is 3. Bron: NPRES, Opleggerfactsheet-RES-procesparticipatie-en-financië le-participatie, pagina 11
8
Landschap is leidend •
We nemen ons rentmeesterschap voor het landschap en de natuur serieus. Dat betekent dat we onze leefomgeving op een goede manier willen doorgeven aan toekomstige generaties. Daar hoort het tegengaan van klimaatverandering en het uitputten van hulpbronnen ook bij. In dit kader hanteren we het uitgangspunt dat landschap leidend is. Zonnepanelen en windturbines hebben een industrieel karakter en staan daarmee in groot contrast met de natuurlijke omgeving. We gaan hier zorgvuldig mee om met inpassingscriteria gebaseerd op landschap, natuur en omgeving. We verlenen alleen een vergunning als een plan ecologische of landschappelijke kwaliteit toevoegt die ook na exploitatietermijn in stand blijft.
•
Bij de start van het maken van het uitnodigingskader is een landschapsanalyse en gebiedsschouw gedaan. Op basis hiervan zijn per landschapstype criteria ontwikkeld voor zonnevelden, net als in de RES. Een windmolen is binnen onze landschapstypen niet landschappelijk in te passen. Daarom hebben we hier algemene criteria voor opgesteld.
De 5 landschapstypen van gemeente Heerde
9
Combineren van functies en andere opgaven •
Ons uitgangspunt is dat een energieproject altijd bijdraagt aan de doelen en ontwikkeling van het gebied zoals deze aangegeven zijn in de Omgevingsvisie.
•
We zijn zuinig op ons landschap en erkennen dat de ruimte op veel verschillende manieren wordt gebruikt en dat er nog diverse opgaven zijn die ruimte nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan de doorontwikkeling van de landbouw en het bouwen van nieuwe woningen. Daarom wordt elk plan, zowel voor zonnevelden als voor windmolens, zoveel mogelijk gecombineerd met andere functies en ruimtelijke- of maatschappelijke opgaven die nodig zijn in het gebied. Welke opgave speelt verschilt per gebied.
•
De combinatie met een ruimtelijke- of maatschappelijke opgave die wordt gemaakt met het plan vindt zoveel mogelijk plaats op de planlocatie, en als dat niet lukt in ieder geval binnen het grondgebied van de gemeente.
•
De combinatie met ander functies en ruimtelijke opgaven werkt ook de andere kant op. Dit betekent dat bij elke ruimtelijke ingreep in een gebied ook wordt gekeken of hier een combinatie met het opwekken van duurzame energie te maken is (ook als hier nog geen plannen voor het opwekken van duurzame energie zijn).
* Het combineren van functies (meervoudig ruimtegebruik) en het koppelen met andere opgaven vragen om meer ruimte tussen, naast en/of onder de zonnevelden. Dit hoger aandeel onbedekte grond vraagt om extra investeringen t.o.v. zonnevelden zonder deze combinaties. De huidige SDE gaat voor het efficiënt opwekken van duurzame energie en geeft geen waardering voor meervoudig ruimtegebruik of het combineren van opgaven.
10
Tijdelijke bestemming en duurzame keten •
De ontwikkeling rondom duurzame energieopwekking gaan snel. Technieken worden efficiënter en nieuwe technieken worden ontwikkeld. We hanteren daarom een tijdelijke vergunning voor een project van maximaal 25 jaar.
•
Na een exploitatietermijn van 25 jaar wordt de installatie opgeruimd.
•
De planontwikkelaar heeft de inspanningsverplichting om zoveel mogelijk materialen en grondstoffen te hergebruiken of te recyclen na de exploitatie termijn. Hoe dit aan het eind gebeurt geeft de planontwikkelaar aan in het inpassingsplan op basis van minimaal de stand van de techniek van dat moment.
•
In het inpassingsplan geeft planontwikkelaar aan welke functie of inrichting de grond krijgt na afloop van de termijn.
•
Planontwikkelaar geeft in het inpassingsplan aan hoe financiën zijn geregeld ten aanzien van het opruimen van het plan. Dit kan bijvoorbeeld door een bedrag te reserveren bij aanvang of gedurende de exploitatietermijn in de vorm van een bankgarantie of een fonds. Na 15 jaar toont de planontwikkelaar aan bij de gemeente dat financiën die nodig zijn voor het opruimen zijn gereserveerd of tijdig worden opgebouwd.
11
Zonnevelden en windmolens beiden nodig •
Een combinatie van windmolens (hoe groot ze ook zijn) en zonnepanelen aansluiten op een verbinding is gunstig omdat de netaansluiting en infrastructuur zo beter gebruikt wordt. Hoe dichter de verhouding van het aan te sluiten vermogen bij 50% zonne-energie en 50% windenergie ligt hoe gunstiger.
•
Het opwekken van zonne-energie en windenergie verschilt per seizoen, per dag en per uur. In de zomer en overdag kan er meer zonne-energie opgewekt worden terwijl de energievraag niet volledig op die momenten plaatsvindt. Het waait minder wanneer de zon schijnt en veelal schijnt de zon niet als het waait. De profielen van wanneer de zon schijnt en wanneer het waait vullen elkaar aan.
•
De kosten voor het netwerk zijn bij combineren lager. Deze kosten worden
BRON: Liander
verrekend over de netwerkkosten die elk huishouden betaald voor het netwerk in zijn energierekening. Hoe meer netwerkinvesteringen nodig zijn, hoe hoger de kosten voor de huishoudens.
•
Waar mogelijk combineren we zon- en windinitiatieven, en verschillende zoninitiatieven om een zo efficiënt mogelijk netwerk te bereiken.
12
Ruimte voor innovaties •
We geven ruimte aan innovaties die bijdragen aan de energietransitie.
•
Technieken die nu nog geen substantiële bijdrage leveren willen we op kleine schaal de ruimte geven, bijvoorbeeld:
•
•
Waterkracht uit de waterwegen IJssel en het Apeldoorns kanaal;
•
Lokale energieopslag vormen;
•
Waterstof productie en opslag.
We houden de ontwikkeling van nieuwe technieken nauwlettend in de gaten.
•
Innovatieve initiatieven zijn maatwerk. Ook hier is landschap
leidend en geldt het participatieproces uit dit kader. •
BRON: rivierverhalen.nl
De gemeente behoud de vrijheid om bij kwalitatieve innovatieve initiatieven af te wijken van het kader.
13
2. Inwoners, ontwikkelaar en gemeente werken samen
Een proces met inwoners en gemeente •
Bij elk plan (met uitzondering voor eigen gebruik) wordt een omgevingsraad ingezet die:
•
•
begeleidt en adviseert in het ontwikkelproces van het plan,
•
advies uitbrengt over het principeverzoek, en
•
meedenkt in het vormgeven van de locatie en het ontwerp van het plan.
De omgevingsraad bestaat uit twee delen •
Flexibel deel: bestaande uit inwoners uit het gebied waar het plan plaatsvindt en eventueel anderen die redelijkerwijs impact kunnen ervaren als het plan wordt gerealiseerd.
•
Vast deel: bestaande uit een aantal vakspecialisten (ecologie, landschap, agrarisch, …) die Heerde goed kennen.
•
De gemeente stelt het vaste deel van de omgevingsraad samen. Het flexibele deel wordt gevormd tijdens de eerste inwonersbijeenkomst die door de planontwikkelaars wordt georganiseerd.
•
De gemeente bewaakt of de omgevingsadviesraad representatief is van samenstelling, zowel op inhoud als op inwonerbetrokkenheid. De grootte van de omgevingsraad wordt bepaald op basis van de grootte van het plan.
15
Processtappen STAP 1 Gemeente stelt uitnodigingskader beschikbaar. Gemeente activeert vast deel van Omgevingsraad
STAP 2 Verkennend kwalitatief gesprek planontwikkelaar met de gemeente over het idee. Inhoudelijk gesprek over onder andere de gebiedskwaliteiten
STAP 3 Planontwikkelaar organiseert een bijeenkomst voor inwoners. Toelichting idee Aandachtspunten ophalen Vormen flexibele deel omgevingsraad
STAP 4
STAP 7
Planontwikkelaar dient principeverzoek in met (tussentijds)eindverslag en toets netbeheerder
Omgevingsraad adviseert en gemeente beoordeelt de aanvraag.
Gemeente neemt grondhouding in en betrekt advies omgevingsraad2.
STAP 5 Planontwikkelaar organiseert een (gebieds-)proces om het plan te maken met inwoners, voorbereiding omgevingsvergunning. Afspraken over de locatie, het ontwerp, grondvergoedingen, omgevingsfondsen of gebiedsfondsen, et cetera.
…
Anterieure overeenkomst bij akkoord.
STAP 8
Blauw kader = actieve rol omgevingsraad
Inzage termijn. Inwoners kunnen inspreken.
STAP 9
Minimaal niveau participatie met inwoners4:
Bij akkoord college en raad wordt de vergunning verleend.
•
Informeren
•
Raadplegen
STAP 10
•
Adviseren
•
Coproduceren
•
Meebeslissen
STAP 6
Aanvraag subsidie.
Planontwikkelaar dient omgevingsvergunningaanvraag in.
STAP 113
Inpassingsplan, profijtplan en eindverslag.
STAP X
Start bouw, oplevering en exploitatie.
1. Bij initiatieven waarbij de opgewekte energie voor eigen gebruik is, geldt stap 1, 2 en 6 t/m 11. 2. Met grondhouding wordt bedoeld dat de gemeente een uitspraak doet of ze positief of negatief tegenover het plan staat op basis van welke onderdelen van het plan. 16 3. Afhankelijk van de vorm van financiële participatie, of inwoners eigenaar zijn, is het participatieniveau informeren of meebeslissen. 4. De sterren geven de momenten voor en het niveau van participatie weer. In lijn met het ‘participatiebeleid fysieke leefomgeving’ is het aan de planontwikkelaar om dit verder uit te werken.
Eindverslag •
Planontwikkelaars krijgen de opdracht om het plan met de inwoners uit het gebied te ontwikkelen (zie pagina 16) en inwoners te laten meeprofiteren van de opbrengsten, financieel en/of materieel (zie ‘Achtergrond’).
•
Bij zowel zonnevelden als windmolens gaat de planontwikkelaar met het gebied vanaf de start van het plan in gesprek. Alle gesprekken en andere communicatievormen met inwoners, bijvoorbeeld het verslag van de inwonersavond, worden gedurende het gehele ontwikkelingstraject (stap 1 tot en met 6) vastgelegd in een eindverslag1.
•
•
Welke activiteiten en communicatievormen en -momenten zijn ondernomen met welke belanghebbenden op welk moment;
•
Welke aandachtpunten en reacties zijn hierbij naar boven gekomen;
•
Hoe is de inbreng verwerkt in het verdere ontwerp en waarom op die manier.
Tijdens een gebiedsproces (stap 5) worden gezamenlijk afspraken gemaakt over vergoedingen, omgevings- of gebiedsfondsen en over het ontwerp en de exacte locatie van het plan. De afspraken over het meeprofiteren van inwoners komt in een profijtplan. Het ontwerp en de
locatieduiding in het inpassingsplan. •
Een toets bij de netbeheerder voor aansluitmogelijkheden en beschikbaarheid maakt deel uit van het verslag.
1. Dit sluit aan bij stap 4 van het ‘participatiebeleid fysieke leefomgeving’.
17
Profijt- en inpassingsplan •
In het profijtplan staan de afspraken met de lokale omgeving
•
over hoe het plan bijdraagt aan de omgeving en maatschappij: •
een omwonendenregeling.) •
het ontwerp aansluit bij de schaal en kwaliteiten van de
Hoe profiteren inwoners van gemeente Heerde financieel mee? (mede-eigenaarschap, financiële deelneming een omgevingsfonds of Welke afspraken zijn gemaakt over hoe de planontwikkelaar zorg draagt voor ecologische en landschappelijke versterking van de omgeving, en een bijdrage levert aan educatie en lokale werkgelegenheid?
In het inpassingsplan staat de ruimtelijke onderbouwing en hoe omgeving.
•
De afspraken over de ruimtelijke inpassing zijn gemaakt in nauwe afstemming met gemeentelijke specialisten en de omgevingsraad: •
Hoe voldoet het aan de wettelijke eisen op het gebied van
ruimtelijke ordening? •
Op welke manier is het plan landschappelijk en in de omgeving ingepast?
•
Hoe is rekening gehouden met de natuurwaarde boven en onder de grond, en zijn opgaven gekoppeld?
•
Toekomstige gebiedsfunctie na exploitatietermijn;
•
Hergebruik van materialen na exploitatietermijn.
(eventuele noodzaak voor een M.E.R. plan komt naar voren uit de beoordeling van het principeverzoek.)
18
3. Windmolens
Inleiding windmolens •
I
De provincie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van windparken van 5 tot 100 MW. In veel gevallen draagt de provincie deze bevoegdheid over aan gemeenten. Dit wordt per project bepaald.
•
In de ontwerp RES 1.0 zijn drie zones aangewezen voor windmolens: de Veluwe stuwwal, ter hoogte van Zutphen, en Lochem. Het Veluwe stuwwal gebied loopt van Brummen tot en met Heerde. De insteek is om aan de hand van bovenregionaal onderzoek in het traject van de RES 2.0 de haalbaarheid voor windmolens in dit gebied te onderzoeken.
•
Buurgemeente Olst-Wijhe is onderdeel van de RES West-Overijssel. Zij heeft een windzoekgebied gedefinieerd in de RES1.0 voor vervolgonderzoek naar haalbaarheid in het traject RES2.0. Dit zoekgebied ligt tegen de gemeentegrens van Heerde aan de west kant van de IJssel*. Gemeente Heerde is betrokken bij de gesprekken die hierover gevoerd worden.
•
Landelijke energienetbeheerder TENNET heeft aangegeven voorlopig geen ruimte te hebben voor nieuwe duurzame energie op het netwerk waar Heerde onder valt. In 2022 wordt duidelijk of opties om meer ruimte te maken haalbaar zijn en wanneer dan hoeveel ruimte beschikbaar is.
* Het zoekgebied ligt binnen de 1-8km zone die voortkomt uit het onderzoek van Provincie Gelderland ‘Windenergie op en rondom de Veluwe - Effecten op Wespendief en andere soorten’ (2020).
20
Inleiding windmolens •
II
Vanuit vliegverkeerveiligheid, radarverstoring, en de externe veiligheid op kwetsbare objecten en transport- en energie infrastructuur worden eisen gesteld voor de afstanden van windmolens. Tot de uitspraak van de Raad van State op 30 juni 2021 vielen alle windturbines sinds 1 januari 2011 onder het Activiteitenbesluit. De Raad van State heeft geoordeeld dat de Nederlandse regering een milieubeoordeling (plan-MER) moet doen om een nieuwe norm te bepalen. Een gangbare afstand van 400 meter tot kwetsbare objecten (woningen, scholen, kerken, ziekenhuizen etc) bij windmolens van 3MW (+/- 180 meter tiphoogte) mag niet meer gebruikt worden bij vergunningverlening.
•
Het RIVM doet onderzoek naar de relatie tussen gezondheid en windparken. In 2022 worden de resultaten verwacht van een vervolgonderzoek op basis van een steekproef onder 3500 adressen in de buurt van windmolenparken.
•
In dit uitnodigingskader maken we onderscheid tussen windmolens groter dan 30 meter tiphoogte en erfmolens tot 30 meter tiphoogte. Hoeveel elektriciteit een windmolen opwekt, hangt af van verschillende aspecten: as-hoogte, rotordiameter, het vermogen in de generator, de power curve (de windsnelheid), en de locatie van de windmolen. Om met erfmolens evenveel energie op te wekken als een 180 meter windmolen van 3MW zijn ongeveer 200 erfmolens nodig.
21
Windmolenkansen in Heerde •
I
We maken de keuze om windmolens niet toe te staan in gebieden waar verregaande natuurdoelen bestaan. Hierin volgen we de omgevingsverordening van de provincie en de keuzes die zijn gemaakt in de RES 1.0 Cleantech.
•
Hieronder vallen: •
Natura2000- gebieden;
•
Rust- en foerageergebieden voor winterganzen;
•
Weidevogelgebieden;
•
GeldersNatuurNetwerk;
•
Groene ontwikkelzones.
22
Windmolenkansen in Heerde •
II
Provincie Gelderland heeft aangegeven vanuit de Natura-2000 Europese instandhoudingsdoelen (voor onder andere de Wespendief) geen ruimte te zien voor windmolens op de Veluwe en 1 kilometer daaromheen.
•
De mogelijkheden voor windmolens in een bufferzone van 1 tot 8 kilometer vanaf de rand van de Veluwe in relatie tot de instandhoudingsdoelen voor dieren worden nader onderzocht in de komende 3 jaar.
•
De gemeente Heerde ligt volledig in deze zone.
23
Randvoorwaarden windmolens We wachten de volgende ontwikkelingen af voordat we overwegen ruimte te bieden aan windmoleninitiatieven: •
vervolgonderzoek van de provincie Gelderland naar instandhoudingsdoelstelling rond de Veluwe
•
het vervolgonderzoek naar lange termijn gezondheidsrisico’s en windturbines RIVM
•
nieuwe afstandsnormering vanuit het Rijk naar aanleiding van uitspraak RvS Delfzijl-Zuid
Voor windturbines stellen we in ieder geval de volgende randvoorwaarden: •
Alleen wanneer het een buurtinitiatief is, al dan niet met een ontwikkelaar.
•
Altijd met een extra inspanning voor natuur en landschap. In afstemming met de omgevingsraad en de lokale omgeving tijdens het ontwikkeltraject (zie pagina 16).
•
Waarbij goed rekening is gehouden met bijzondere zichtlijnen in het landschap vanaf wegen, paden en naar cultuurhistorisch erfgoed, en een door een landschapsarchitect onderbouwd ontwerp.
•
De effecten van geluidsbelasting en slagschaduw op diverse afstanden van woningen bij verschillende windrichtingen inzichtelijk zijn gemaakt en waar nodig zijn met inwoners mitigerende maatregelen getroffen.
•
Maximaal 25 jaar vanaf ingebruikstelling inclusief opruimtermijn en met hergebruik van onderdelen.
Wanneer er ruimte blijkt voor windmolens in gemeente Heerde dan hebben wij een voorkeur voor windmolens langs de A50 vanwege de combinatie met bestaande infrastructuur en omdat dit dichtbij afnemers en het energienetwerk is.
25
Randvoorwaarden windmolens •
Erfmolens en kleinere windmolens als windwokkels zijn wel mogelijk. Hiervoor geldt het proces van pagina 16.
•
Erfmolens: ja, mits •
voor eigen gebruik (+ max 20%), of plan met buurt;
•
maximaal 3 geclusterd;
•
maximaal 30 meter tiphoogte;
•
gecombineerd met erf ensemble, en aansluitend aan erf;
•
niet binnen natura 2000 en GNN gebied, en niet bij rijks- en gemeentelijke monumenten;
•
na einde levensduur worden zoveel mogelijk onderdelen hergebruikt.
•
de effecten van geluidsbelasting en slagschaduw op diverse afstanden van woningen bij verschillende windrichtingen inzichtelijk zijn gemaakt en waar nodig zijn met inwoners mitigerende maatregelen getroffen.
26 Bureauzaaigoed
Voorbeelden erfmolens en windwokkels
BRON: Best Watt
BRON: DVHN
BRON: Green Hybrids
27
4. Zonnevelden
Inleiding zonnevelden •
II
Vanuit de landschapsanalyse komt een vijftal landschapstypen naar voren. Van deze landschapstypen is binnen drie typen ruimte voor zonnevelden. De Veluwe en Uiterwaarden kleuren rood op de zonneladder en zijn volledig uitgesloten voor zonnevelden.
•
Op basis van landschappelijke-, ecologische, en landbouwkundige kwaliteit is een maximale hoeveelheid aan hectare zonnevelden gedefinieerd per landschapstype: •
Veluwe flank: 15 hectare
•
Broeklanden: 25 hectare
•
Oeverwal: 10 hectare
•
Hiermee geven we ruimte aan maximaal 50 hectare1 zonnevelden.
•
Bij elk plan wordt bekeken of het plan op landbouwkundig mindere grond is gepland of dat uitwisseling met een andere locatie kansrijk is om landbouwkundige waardevolle grond te behouden. 1. één hectare = ongeveer twee voetbalvelden
29
Inleiding zonnevelden •
I
De zonneladder voor zon op land van de RES Cleantech Regio 1.0 is de basis voor dit kader. De lagere treden hebben een hogere kansrijkheid in de vergunningverlening, een voorrang, ten opzichten van de hogere treden. •
Eerste trede ‘ja, graag’: op daken, langs rijksinfrastructuur (geluidswal, in bermen en incourante zones), weg- en andere civiele kunstwerken, boven parkeerplaatsen, en op bedrijventerreinen.
•
Het onderscheid tussen de treden is gebaseerd op gebiedswaarden als natuur, cultuurhistorie, en landbouwkundige kwaliteit.
•
We hanteren per landschapstype een maximale schaalgrootte van een aaneengesloten zonneveld gebaseerd op de korrelgrootte van het landschap. Dit betreft het oppervlak aan zonnepanelen minus landschappelijke inpassing,
kwaliteitsverbetering en onderhoudspaden tussen de rijen. •
Voor alle projecten met zonnevelden en grote zonnedaken geldt dat de capaciteit op het landelijke energienet van TENNET en/of het regionale energienet van Liander bepalend is of het project kan worden aangesloten.
30
31
Randvoorwaarden zonnevelden •
Landschap •
•
Ontwerp sluit aan bij bestaande structuur en schaal van het
Natuur •
landschap; •
landschapstype;
Het landschap en de landschappelijke versterking blijft na exploitatietermijn in stand ongeacht de bestemming;
•
Het zonneveld is niet zichtbaar tenzij het kwaliteit toegevoegd
•
Waardevol groen wordt geïnventariseerd en blijft behouden;
•
Versterking natuurlijke elementen altijd met inheemse beplanting en kruidenrijke vegetatie;
aan het landschap, een duidelijke educatieve waarde heeft,
en/of het de gekoppelde ruimtelijke opgaven ten goede komt.
•
•
•
Maximaal 15 hectare geclusterde zonnevelden;
•
Bodemkwaliteit en ruimte voor water zijn onderdeel van het plan van het zonnepark en het zonneveld;
Ontwerp •
Altijd groene bermen en afrastering passend bij
•
Maximaal 25 jaar
Omgeving •
vanaf ingebruikstelling inclusief
Aanleg-/beheerplan altijd met ecologen en gemeente.
Paden en wegen blijven openbaar (ook klompenpaden).
opruimtermijn. Geclusterde zonnevelden
32
Zonnevelden in de Veluweflank •
De Veluweflank is een fijnmazig half open mozaïeklandschap met weiden, bosjes, essen en beekdalen. De bebouwingskernen liggen op hogere plekken en erven liggen verspreid in het landschap. Landgoederen zijn gekoppeld aan beekdalen en het Apeldoorns kanaal.
•
De korrelgrootte van het landschapstype is leidend. Het zonnepark moet aansluiten bij de korrelgrootte en het landschap (indicatief 1 -3 hectare).
•
In overleg met gemeente en omgevingsraad wordt bepaald welke opgaven gecombineerd worden en welke meerwaarde gecreëerd wordt met het plan.
•
Voorbeelden activiteiten met maatschappelijke meerwaarde: •
Het maken en beheren van nieuwe routes (fiets-,wandel- of klompenpaden) of het beheren van bestaande routes;
•
Het maken en beheren van verblijfsplekken, oplaadpunten en informatiepunten (over natuur, landschap en duurzame energie);
•
Concrete educatiedoeleinden zoals samenwerking met onderwijs/onderzoek of monitoring bodem/biodiversiteit etc.
33
Zonnevelden in de Veluweflank •
Voorbeelden landschapsversterkende en/of ecologisch waarde verhogende elementen: •
Landschappelijke hagen, struwelen, mantelzoom vegetatie, houtwallen of houtsingels, (solitaire) bomen, (gerief) bosjes, poelen, boomgaarden.
•
Het versterken van bodem, biodiversiteit en water, door bijvoorbeeld: •
Toepassen van inheemse soorten passend bij de Veluweflank;
•
Toepassen van, bij voorkeur, extensief beheer van landschapselementen;
•
Toepassen van het passend maaibeheer voor (kruidenrijk) grasland;
•
Afvoeren van het maaisel de eerste jaren;
•
Het creëren van gradiënten (nat/droog, zon/schaduw);
•
Aanbieden van nestgelegenheden: keverbank, insectenhotel, dood hout, ...;
•
Rekening houden met voldoende lichtinval en regenwaterverdeling in het zonneveld;
•
Het verondiepen van sloten en verflauwen van oevers.
34
Zonnevelden in de Broeklanden •
De Broeklanden is een grootschaliger open gebied met veelal grasland en weinig bebouwing en wegen. Gekenmerkt door grote watergangen zoals de Weteringen, kleine sloten en de hoogwatergeul. Natuurgebied Gulbroek en weidevogelgebieden.
•
Het zonnepark moet aansluiten bij de korrelgrootte en het landschap (indicatief 2 – 5 hectare)
•
In overleg met gemeente en omgevingsraad wordt bepaald welke opgaven gecombineerd
worden en welke meerwaarde gecreëerd wordt met het plan. •
Voorbeelden activiteiten met maatschappelijke meerwaarde: •
Het maken en beheren van nieuwe routes (fiets-,wandel- of klompenpaden) of het beheren van bestaande routes;
•
Het maken en beheren van verblijfsplekken, oplaadpunten en informatiepunten (over natuur, landschap en duurzame energie);
•
Concrete educatiedoeleinden zoals samenwerking met onderwijs/onderzoek of monitoring bodem/biodiversiteit etc.
35
Zonnevelden in de Broeklanden •
Voorbeelden landschapsversterkende en/of ecologisch waarde verhogende elementen: •
Rietoevers, struwelen, mantel-zoom vegetatie, houtsingels, (solitaire) bomen, bosblokken, poelen, natte of alternatieve teelten.
•
Het versterken van bodem, biodiversiteit en water, door bijvoorbeeld: •
Toepassen van inheemse soorten passend bij de Broeklanden;
•
Toepassen van, bij voorkeur, extensief beheer van landschapselementen;
•
Toepassen van het passend maaibeheer voor (kruidenrijk) grasland;
•
Afvoeren van het maaisel de eerste jaren ;
•
Het creëren van gradiënten (nat/droog, zon/schaduw);
•
Aanbieden van nestgelegenheden: keverbank, insectenhotel, dood hout, ...;
•
Rekening houden met voldoende lichtinval en regenwaterverdeling in het zonneveld;
•
Realiseren van waterberging;
•
Het verondiepen van sloten en verflauwen van oevers.
36
Zonnevelden in de Oeverwallen •
De oeverwallen is een halfopen landschap met onregelmatige verkaveling en gevarieerde landschapselementen. Divers agrarisch gebruik: akkerbouw, veeteelt en fruitteelt. De IJsseldijk is een belangrijke recreatieve route. In de Oeverwallen liggen historische kernen.
•
De korrelgrootte van het landschapstype is 3 – 6 hectare, en rondom de bebouwde omgeving 2 hectare. Het zonnepark moet aansluiten bij de korrelgrootte en het landschapsontwerp.
•
Rondom bebouwing maximaal 2 hectare aaneengesloten zonneveld
•
In overleg met gemeente en omgevingsraad wordt bepaald welke opgaven gecombineerd worden en welke meerwaarde gecreëerd wordt met het plan.
•
Voorbeelden activiteiten met maatschappelijke meerwaarde: •
Het maken en beheren van nieuwe routes (fiets-,wandel- of klompenpaden) of het beheren van bestaande routes;
•
Het maken en beheren van verblijfsplekken, oplaadpunten en informatiepunten (over natuur, landschap en duurzame energie);
•
Concrete educatiedoeleinden zoals samenwerking met onderwijs/onderzoek of monitoring
bodem/biodiversiteit et cetera.
37
Zonnevelden in de Oeverwallen •
Voorbeelden landschapsversterkende en/of ecologisch waarde verhogende elementen: •
Landschappelijke hagen, hoge elzenhagen, struwelen, mantelzoom vegetatie, houtwallen of houtsingels, (solitaire) bomen, (gerief) bosjes en bosblokken, poelen, boomgaarden.
•
Het versterken van bodem, biodiversiteit en water, door bijvoorbeeld: •
Toepassen van inheemse soorten passend bij de Broeklanden;
•
Toepassen van bij voorkeur extensieve beheer van landschapselementen;
•
Toepassen van het passend maaibeheer voor (kruidenrijk) grasland;
•
Afvoeren van het maaisel de eerste jaren ;
•
Het creëren van gradiënten (nat/droog, zon/schaduw);
•
Aanbieden van nestgelegenheden: keverbank, insectenhotel, dood hout, ...;
•
Rekening houden met voldoende lichtinval en regenwaterverdeling in het zonneveld;
•
Realiseren van waterberging op lage plekken;
•
Het verondiepen van sloten en verflauwen van oevers.
38
5. Evaluatie
Evaluatie •
We evalueren dit kader nadat de maximale 50 hectare is vergund
•
De evaluatievragen zijn:
en minimaal de helft hiervan gerealiseerd is of uiterlijk in 2025. •
•
•
Hoeveel initiatieven voor zonnevelden en windmolens hebben zich gemeld? Met hoeveel opgewekt vermogen?
initiatieven.
•
Hoeveel zijn initiatieven zijn vergund en gerealiseerd?
We kijken naar de kwaliteit van de initiatieven, wat er qua
•
Waarom vielen initiatieven af tijdens de beoordeling aan de hand van het kader?
•
Hebben de initiatieven die door zijn ook daadwerkelijk de kwaliteit die de gemeente voor ogen heeft?
•
Hoe beoordelen de inwoners van Heerde de initiatieven die vergund/gerealiseerd zijn?
•
Hoe zijn inwoners betrokken en welke eisen/verzoeken die zij stelde zijn meegenomen in het plan?
•
In hoeverre sluit het kader nog aan bij de actualiteit? (Netwerk, nieuwe technieken, de actuele opgave et cetera)
Bij de evaluatie kijken we naar zowel zonnevelden als windmolen
duurzaamheidsopgave nog openstaat, en welke technieken op data moment beschikbaar zijn. Zo kunnen we zien of het uitnodigingskader het beoogde effect heeft en waar we voor het vervolg op inzetten.
40
6. Achtergrond
De opgave •
Als Citaslow gemeente zetten wij ons onder meer in voor een gezond milieu. We willen binnen 30 jaar klimaatneutraal zijn.
•
We zijn klimaatneutraal wanneer alle activiteiten die in onze gemeente plaatsvinden géén broeikasgassen (zoals CO2) uitstoten óf dat we deze uitstoot compenseren.
•
Het opwekken van duurzame energie is één van de mogelijkheden om de
Klimaatakkoord Parijs Doel: opwarming van de aarde te begrenzen tot maximaal 2 graden
Klimaatakkoord Nederland Doel: 49% CO2 besparing in 2030 en 95% in 2050 regeerakkoord 55%
CO2 uitstoot terugdringen voor het tegengaan van de klimaatverandering.
•
Gelders Energieakkoord
Eind 2019 was 7% van het totale energieverbruik van gemeente Heerde
Doel: 55% CO2 besparing in 2030
duurzaam opgewekt. Dit was voornamelijk met zon op dak. In dit kader geven we aan op welke manier het opwekken van duurzame energie in de vorm van zonnevelden en windmolens gerealiseerd mag worden in de gemeente Heerde.
Gemeente Heerde Doel: Klimaatneutraal binnen 30 jaar
Regio Cleantech Doel:2030 energieneutraal
42
Stand van zaken November 2021 In 2021 is gewerkt aan het realiseren van een zonneveld bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het Waterschap
•
Vallei en Veluwe, en een vergunning voor een zonnecarport boven de parkeerplaats van het Heerderstrand. Naast het duurzaam opwekken van energie met zonnevelden en windmolens wordt binnen de gemeente door
•
ondernemers, organisaties, inwoners en de gemeente zelf gewerkt aan de energietransitie. Dit doen we door te
7%
van het totale energieverbruik in 2019 was duurzaam opgewekt*
stimuleren om minder energie te gebruiken en te zorgen voor meer zonnepanelen op daken.
BESPARING • •
ZONNEPANELEN OP DAKEN
ZONNEVELDEN EN WINDMOLENS
Communicatie en informatie
•
Collectieve inkoop zonnepanelen inwoners
•
RWZI: ca 1.000 panelen
energiebesparing huishoudens
•
Faciliteren projecten postcoderoos
•
Heerderstrand: ca 7.500 panelen
energiecoöperatie Heerde Energiek
Regionaal Energieloket + wijkacties en collectieve inkoop
•
Inzet projectleider zon-op-dak bedrijven
•
Inzet Energiecoaches voor inwoners
•
Stimuleren zon-op-dak bedrijven,
•
Toekomstbestendig Wonen Lening Heerde
•
Bedrijven ondersteunen
•
Geven informatie, verlenen vergunningen
•
Programma gemeentelijk vastgoed +
•
Gemeentelijk vastgoed benutten
agrariërs en maatschappelijke instellingen
maatschappelijk vastgoed
*bron: klimaatmonitor.nl
43
De regionale energiestrategie (RES) •
We beginnen dit uitnodigingskader vanaf de Regionale Energiestrategie (RES). Het onderdeel van het nationale klimaatakkoord waar elke gemeenten in Nederland in regionaal verband aan werkt. In de RES van de Cleantech Regio (hier te lezen), de regio waar wij als Gemeente Heerde bij horen, staat de strategie voor de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame elektriciteit. Dit kader is onze lokale vertaling van de regionale aanpak voor het onderdeel ‘het opwekken van duurzame elektriciteit’.
•
•
Uitgangspunten •
Bewezen technieken die substantieel bijdragen in duurzame opgewekte energie tot 2030
•
Ruimte voor innovaties
•
50% lokaal eigenaarschap
Opgave RES Cleantech 1.0 •
Wind: 5 windmolens voor 2030 in de hele Cleantech regio binnen de bufferzone Wespendief onderzoek van Provincie Gelderland, en een aantal in gemeente Lochem en Zutphen.
•
Zon: ongeveer 110 hectare tot 2030 (bovenop reeds vergunde grondgebonden zonnevelden en de zonneveldopgave van Apeldoorn)
44
Het uitnodigingskader •
Het kader biedt duidelijkheid voor…
Ruimtelijke kwaliteit • Waar wel en waar niet welke schaalgrootte van zon en wind;
•
…planontwikkelaars: wat is op welke manier waar mogelijk?
•
…inwoners: wat kunnen we waar verwachten op welke manier? hoe worden we meegenomen in een plan? hoe kunnen we deelnemen en hiervan profiteren?
• Inpassingscriteria op het gebied van landschap, omgeving en natuur.
Participatie • Communicatie en hoe inwoners mee kunnen doen in het ontwikkelproces; • Mogelijkheden om mee te profiteren.
Gemeentelijk proces: •
…de gemeente: hoe beoordeel ik een plan?
• Een processchema met de stappen in de vergunningverlening; • Een beschrijving van het beoordelingsproces en –criteria.
45
Gemaakt met inwoners en specialisten •
We hebben het uitnodigingskader stapsgewijs vormgegeven. Na elk gesprek met inwoners en specialisten hebben we aanpassingen gedaan in het kader.
•
•
Inwoners en specialisten uit Heerde hebben een actieve rol gekregen via: •
Enquêtes op Samenwerkenaan.heerde.nl
•
Drie gebiedsateliers
•
Werksessies met een klankbordgroep en inhoudelijke bespreking van de twee concept versies
•
Digitale Heerde brede bijeenkomst
•
Gesprek met agrariërs
•
Inspraak
We zijn steeds het gesprek aangegaan met een duidelijke vraagstelling en een helder kader zodat het voor deelnemers duidelijk was waar ze een bijdrage aan konden leveren. Samen hebben we gebouwd aan het kader vanuit constructieve gesprekken met de insteek ‘hoe het wel kan’.
46
Voorbeelden 50% lokaal eigenaarschap
Participatiewaaier. Bron: Klimaatakkoord, 2019
47
Solarpark de Kwekerij Plan van de gemeente Brockhorst en een ontwikkelaar, en ontwikkeld met omwonenden: •
7,1 hectare
•
6978 zonnepanelen
•
2 MWp
Openbaar toegankelijk park voor buurtactiviteiten, zoals wandelen, buurtfeest, jeugd (omwonendenregeling) Gecombineerd met biodiversiteitsopgave en maatschappelijke meerwaarde vanuit recreatie en educatie (omgevingsfonds)
Bron: Nieuwestedelijkenatuur.nl
48
Zonnepark de Groene Weuste •
•
Inwonerinitiatief van Stichting Duurzame Energie Wierden–Enter: •
4,5 hectare
•
17.920 panelen
•
5,5 MWp
Inwoners nemen deel via crowdfunding (financiële deelneming) en stichting Duurzame Energie is voor de helft eigenaar en na 15 jaar volledig eigenaar
(omwonendenregeling). Energie VanOns koopt en verkoopt groene stroom. Korting voor inwoners op de stroomprijs (omwonendenregeling). •
Gebouwd door lokale bedrijven met werkzoekenden voor extra werkervaring. Onderhoud en monitoring door lokale partijen.
Bron: Stichting Duurzame Energie Wierden-Enter
49
Zonnepark Klarenbeek •
Plan van Prowind, EnergieRijk Voorst, Duurzame energiecoöperatie Apeldoorn, en ontwikkeld met omwonenden:
•
•
20 hectare
•
40.000 zonnepanelen
•
18,76 MWp
7 hectare natuur, poelen, kruidenrijk grasland en diverse soorten
inheemse planten. •
Inwoners kunnen zon-delen kopen met een jaarlijkse uitkering per zon-deel met een vast bedrag aan aflossing en 3,5% rente over de restwaarde (financiële deelneming). Zo wordt toegewerkt naar 50%
lokaal eigendom.
Bron: Indebuurt.nl
50
Zonnedaken Heerde Energiek •
Initiatieven van Energiecoöperatie Heerde Energiek van vier zonnedaken:
•
•
905 zonnepanelen
•
71 deelnemers uit Heerde, Wapenveld en Veessen
Leden van de energie coöperatie hebben de mogelijkheid om mee te doen via een postcoderoos regeling (mede-eigenaar) en mee te denken en mee te beslissen in de activiteiten van de coöperatie.
Bron: Heerde-Energiek
51