5.3. Omgevingsvergunning -concept-.pdf
Tekst van het document
26/32
Activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ( artikel 2.12 lid 1, sub a ten 1o Wabo) Bij het nemen van het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning is het volgende overwogen: dat voor de hierna genoemde activiteiten omgevingsvergunning gevraagd wordt: -
Behendigheidstrainingen en wedstrijden SUV’s.
- Maximaal 8 uur per week. Op circuit: maximaal 60 SUV’s met kenteken.
- Woensdag 13:00-19:00 uur. - Zaterdag 10:00-18:00 uur.
-
Nevenactiviteiten
- Mountainbike trainingen en wedstrijden; - Looptrainingen, survival- en overige conditietrainingen;
- Tijdens openingstijden.
dat het plangebied is gelegen binnen de grenzen van de bestemmingsplannen ‘Correctieve herziening Buitengebied-West’ en ‘Buitengebied-West’; dat door het als eerstgenoemde plan aan betreffende gronden de gebiedsaanduiding ‘overige zonedroge bos- en heideontginning’ wordt toegekend; dat de hierbij behorende regels geen uitwerking hebben op hetgeen gevraagd wordt; dat door het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ aan betreffende gronden de bestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘motorcrossterrein’ wordt toegekend en ook de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone’ en ‘ehs-natuur’; dat de regels behorend bij de gebiedsaanduidingen geen uitwerking hebben op hetgeen wordt aangevraagd; dat volgens de regels behorend bij de bestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘motorcrossterrein’, de als zodanig aangewezen gronden bestemd zijn voor onder andere sportieve recreatie bestaande uit motor- en bromfietscrossen; dat hetgeen gevraagd wordt niet past binnen deze bestemmingsomschrijving en dus niet bij recht is toegestaan; dat aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid geboden wordt om af te wijken van betreffende bestemmingsplanregels door toepassing te geven aan artikel 2.12 lid 1, sub a ten 1 o van de Wabo, in samenhang met artikel 19.5.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’; dat afwijken van bestemmingsplanregels alleen verantwoord kan worden wanneer er sprake is van een goede
ruimtelijke ordening en rechten en/of belangen van derden hierdoor niet onevenredig zwaar geschaad worden; dat in dit kader de overwegingen zijn gemaakt zoals hierna onder het item -Overwegingen behorend bij de hiervoor behandelde activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’-, is te lezen; dat gezien deze overwegingen het verantwoord kan worden om de gevraagde omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ te verlenen.
27/32
Activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ( artikel 2.12 lid 1, sub a ten 3o Wabo) Bij het nemen van het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning is het volgende overwogen: dat voor de hierna genoemde activiteiten omgevingsvergunning gevraagd wordt: - het vergroten van het maximaal toelaatbare gezamenlijke vloeroppervlak voor gebouwen, tot ten hoogste 1000 m2; -
het uitbreiden van het gebruik van het motorcrossterrein voor sportieve recreatie bestaande uit motor- en bromfietscrossen tot maximaal 21 uur/week in de periode april tot en met oktober (voor de periode november tot en met maart blijft het bestemmingsplan van kracht, te weten maximaal 14 uur per week);
dat het plangebied is gelegen binnen de grenzen van de bestemmingsplannen ‘Correctieve herziening Buitengebied-West’ en ‘Buitengebied-West’; dat door het als eerstgenoemde plan aan betreffende gronden de gebiedsaanduiding ‘overige zonedroge bos- en heideontginning’ wordt toegekend; dat de hierbij behorende regels geen uitwerking hebben op hetgeen gevraagd wordt; dat door het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ aan betreffende gronden de bestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘motorcrossterrein’ wordt toegekend, de dubbelbestemming ‘WaardeMiddelhoge archeologische verwachting’ en de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone’ en ‘ehs-natuur’; dat de regels behorend bij de gebiedsaanduidingen geen uitwerking hebben op hetgeen wordt aangevraagd; dat aan de gronden ter plaatse van de objecten aangeduid met de nummers 3, 4, 5, 7, 9, 11, 12 en 13 de dubbelbestemming ‘Waarde-Middelhoge archeologische verwachting’ toegekend wordt; dat volgens de regels behorend bij deze dubbelbestemming bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m 2 een rapport overlegd moet worden waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd; dat gezien de omvang van betreffende bouwwerken c.q.
de te legaliseren gedeelten, geen onderzoek verricht hoeft te worden naar het aanwezig zijn van archeologische objecten/structuren; dat volgens de regels behorend bij de bestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘motorcrossterrein’, de als zodanig aangewezen gronden bestemd zijn voor onder andere gebouwen die ten dienste staan van deze bestemming met de functie ‘motorcrossterrein’, waarvan het gezamenlijke vloeroppervlak voor gebouwen maximaal 550 m2 bedraagt; dat de hierna genoemde gebouwen aanwezig zijn in het plangebied, waardoor het toegestane vloeroppervlak van 550 m2 wordt overschreden: - kassa/entree, 8 m2, aangeduid met nummer 3; - poorthuis en entree, rijders en officials, 20 m2, aangeduid met nummer 4; - toiletten douche en wastafels, 35 m2, aangeduid met nummer 5; - schuur en berging materiaal en onderhoudsmaterieel, fitnessruimte, dieseltank, 325 m 2, aangeduid met nummer 7; - kantine met keuken, toiletten, douches en vergaderruimte, 350 m 2, aangeduid met nummer 9; - jury ruimte en eerste hulp/opvang, 120 m2, aangeduid met nummer 11; - kiosk stroompunt en ehbo-hoofdpost, 18 m2, aangeduid met nummer 12; - kiosk en ehbo-steunpunt, 12 m2, aangeduid met nummer 13;
28/32
dat met bovenstaande objecten een gezamenlijke vloeroppervlak voor gebouwen bestaat van 888 m2; dat hiermee strijd bestaat met betreffende bestemmingsplanregel waardoor deze oppervlakte dus niet bij recht is toegestaan; dat volgens de regels behorend bij de bestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘motorcrossterrein’, de als zodanig aangewezen gronden onder andere bestemd zijn voor sportieve recreatie bestaande uit motor- en bromfietscrossen gedurende maximaal 14 uur/week; dat met de nu voorliggende aanvraag voor een omgevingsvergunning, zoals eerder geschreven, gevraagd wordt dit gebruik uit te breiden tot maximaal 21 uur/week in de periode april tot en met oktober; dat hiermee strijd bestaat met het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ en dus niet bij recht is toegestaan; dat het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geboden wordt om af te wijken van betreffende bestemmingsplanregels door toepassing te geven aan artikel 2.12 lid 1, sub a ten 3o van de Wabo, in samenhang met artikel 2.27 van de Wabo en artikel 6.5 van het Bor; dat afwijken van bestemmingsplanregels alleen verantwoord kan worden wanneer er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en rechten en/of belangen van derden hierdoor niet onevenredig zwaar geschaad worden; dat door de gemeenteraad van Heerde, overeenkomstig artikel 2.27 van de Wabo en artikel 6.5 van het Bor, een zogenaamde
‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) moet worden afgegeven voor hetgeen gevraagd wordt; dat door deze raad op 21 december 2020 een ontwerp-vvgb is afgegeven; dat in dit kader de overwegingen gemaakt zijn zoals hierna onder het item ‘Overwegingen behorend bij de hiervoor behandelde activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ is te lezen; dat gezien deze overwegingen er geen belemmeringen bestaan om de gevraagde omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ voor desbetreffende onderdelen te verlenen.
29/32
Overwegingen behorend bij de hiervoor behandelde activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Bij deze overwegingen wordt onder andere verwezen naar de van dit ontwerpbesluit deel uitmakende en als zodanig gewaarmerkte document met als titel ‘Motorsportvereniging Noord-Oost Veluwe te Heerde’ -Ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan-, opgesteld door ‘Peutz’ uit Zoetermeer, met rapportnummer: FB 17462-10-RA-002 en met datum: 2 juni 2020. Intentie van de aanvraag De intentie van de aanvraag, voor het onderdeel ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, is om de gebruiksregels van het bestemmingsplan en de gebruiksregels van de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’, met elkaar in overeenstemming te brengen. Het gaat daarbij om: 1. het aantal rij-uren voor het motor- en bromfietscrossen te verhogen van ten hoogste 14 uur per week naar maximaal 21 uur per week in de periode april tot en met oktober (voor de periode november tot en met maart blijft het bestemmingsplan van kracht, te weten maximaal 14 uur per week); 2. het toegestane gezamenlijke vloeroppervlak voor gebouwen te vergroten tot maximaal 1000 m2, waar het maximale oppervlak thans 550 m2 bedraagt; 3. het toestaan van behendigheidstrainingen en -wedstrijden voor SUV’s met een kenteken; 4.
het toestaan van mountainbiketrainingen en -wedstrijden alsmede looptrainingen, survivalen overige conditietrainingen. De MSV-NOV gaat er in de voorliggende aanvraag van uit dat met deze activiteiten binnen de vaststaande normen van de milieu- en natuurwetgeving wordt gebleven, zoals vastgelegd in de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) en de vergunning Wet natuurbescherming. Deze normen zijn hierbij tevens mede de te toetsen omgevingsaspecten bij de ruimtelijke toelaatbaarheid van de activiteiten. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ geldt voor het terrein van de MSV-NOV. Hierin heeft het terrein de bestemming ‘Sport’ met de specifieke functieaanduiding ‘motorcrossterrein’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone’. Binnen deze bestemming is de inrichting daarmee positief bestemd voor motor- en bromfietscrossen gedurende maximaal 14 uur per week. Er mag daarnaast ten hoogste 550 m2 gezamenlijke vloeroppervlak voor gebouwen worden gerealiseerd. Met een binnenplanse afwijkingsregel mogen er ook andere sportvoorzieningen worden gevestigd, die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs kunnen worden gelijkgesteld met sportvoorzieningen zoals bedoeld in de bestemmingsomschrijving. De aanvraag spitst zich in het ruimtelijk deel toe op de strijdigheid met het bestemmingsplan: a.
verruiming van het aantal cross-uren per week boven de vastgestelde 14 uur per week; b. verruiming van het gezamenlijke vloeroppervlak voor gebouwen boven de maximale 550 m2; c. het toestaan van nevenactiviteiten. Voor de onderdelen a. en b. is wettelijk gezien een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) benodigd van de gemeenteraad, alvorens het college een besluit over de aanvraag kan nemen. De ontwerp-vvgb is op 21 december 2020 afgegeven. Onderdeel c. is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan, die zelfstandig door het college kan worden behandeld. De functie motorcrossterrein is in het verleden ruimtelijk acceptabel geacht en dientengevolge planologisch verankerd met een positieve bestemming in het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’.
30/32
De reden waarom in 2012 de 14-uursbegrenzing is opgenomen (deze begrenzing volgt uit de oorspronkelijke Hinderwetvergunning uit 1986) in het bestemmingsplan, is gelegen in het feit dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan nog niet onomstotelijk vaststond dat de vergunde 21-uursbegrenzing, zoals vastgelegd in de milieuvergunning van 2004, op basis van de natuurwetgeving uitvoerbaar was. Pas in 2014 is vast komen te staan dat de 21-uursbegrenzing geen significante effecten heeft op de habitat (gebied) en flora en fauna (soorten). Het bestemmingsplan was toen al onherroepelijk, maar de inpasbaarheid van deze begrenzing op 21 uur is destijds daarmee aangetoond. Er is daarmee geen strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van de additionele bebouwing kan gesteld worden dat er geen nadelige effecten in ruimtelijke zin te verwachten zijn binnen en buiten de inrichting. Er is geen ruimtelijk bezwaar tegen dit onderdeel, daar deze geschaard kunnen worden als autonome behoefte van een bestaande functie en het oppervlak thans al aanwezig is. Ten aanzien van de gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde nevenactiviteiten kan gesteld worden dat art.
19.5.1 van het bestemmingsplan Buitengebied West: “Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 19.1 en toestaan dat sportvoorzieningen worden gevestigd, die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs kunnen worden gelijkgesteld met sportvoorzieningen als bedoeld in lid 19.1.” voor deze activiteiten van toepassing is. Deze activiteiten zijn reeds vergund in zowel de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) als in de vergunning Wet natuurbescherming. Daaruit blijkt dat er als gevolg van deze nevenactiviteiten geen significant negatieve gevolgen voor de omgeving op zullen treden. Voor de overweging of de aangevraagde afwijkingen van het bestemmingsplan ruimtelijk acceptabel zijn, dient het initiatief aan de Structuurvisie Heerde 2025 te worden getoetst. In een nog breder perspectief is de Heerder verbinding aan Cittaslow eveneens een toetsingskader. De uitgangspunten van Cittaslow zijn echter verweven in de uitgangspunten van de Structuurvisie, dus toetsing aan de Structuurvisie is tevens toetsen aan de uitgangspunten van het Cittaslow-keurmerk. De aangevraagde activiteiten passen binnen de Structuurvisie Heerde 2025 De Structuurvisie Heerde 2025 geeft de volgende kaders. Het motorcrossterrein ligt in “Zone 1: Natuurlijkheid” van de Structuurvisie.
Het betreft een groen gebied met hoge natuurwaarden. Het primaire uitgangspunt hierbij is dat binnen deze zone enkele specifieke ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, maar verder worden de natuurwaarden in deze zone vooral beschermd en verder ontwikkeld. Ten aanzien van het motorsportterrein geeft de Structuurvisie aan: “De motorcrossbaan die in de zone Natuurlijkheid aanwezig is, blijft gehandhaafd. Uitbreiding van de motorcrossbaan is niet toegestaan. Wel kan bezien worden of een intensiever gebruik van het huidige terrein mogelijk is.” (p37) Er is in de Structuurvisie daarmee geanticipeerd op een mogelijke intensivering van het gebruik. Het primaire uitgangspunt van de zone Natuurlijkheid staat op gespannen voet met de activiteiten van de MSV-NOV. Desalniettemin wordt er voor de MSV-NOV een mogelijke intensivering niet uitgesloten. Het is op grond hiervan verdedigbaar dat de aanvraag zoals die nu voorligt geen inbreuk doet op het primaire uitgangspunt van het gebied, omdat er al rekening is gehouden met een intensiever gebruik. De kwaliteit van de natuurwaarden en de leefomgeving wordt ook niet geschaad bij een intensivering van de MSV in deze omvang. De Structuurvisie erkent de ruimtelijke acceptatie van het terrein en het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ heeft de ruimtelijke acceptatie van het terrein in 2012 bevestigd.
31/32
Het terrein is na zorgvuldige planvorming als regionaal crossterrein juist op deze locatie voorzien om andere locaties te saneren en het wildcrossen te beperken. De locatie is met de waarden van die tijd gekozen vanwege de relatief grote afstand tot geluidgevoelige functies en met bundeling van bestaande functies zoals de A50, de Kamperweg en het ASK. Milieu-ruimtelijke overweging Het milieudeel is volgens de geldende kwantitatieve normen vergunbaar. De onderzoeken zoals overlegd bij de aanvraag, geven geen aanleiding voor de Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV), adviseur milieu van de gemeente, en ons college, om deze conclusie in twijfel te trekken. Desondanks speelt ook hier de milieu-ruimtelijke toelaatbaarheid als toetsingsaspect een rol. Een goed milieu is een omgevingskwaliteitscriterium (een goede ruimtelijk ordening). De ervaren geluidsoverlast van bewoners in het buitengebied speelt een niet te negeren rol in de toelaatbaarheid. Bewoners van solitaire woningen en solitaire andere functies alsmede de bewoners van de wijk Hoornerveen ervaren geluidsoverlast, met name in de zomerse avonden. De verruiming van het aantal uren tot het -thans op basis van de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’- vergunde maximum van 21 uur per week, brengt met zich mee dat er ten opzichte van de huidige feitelijk situatie niet meer overlast zal worden ervaren.
Er wordt immers al in lijn met deze vergunning gecrost. Vanuit het omgevingsaspect geluid ontstaat er geen strijd. Natuur-ruimtelijke overweging In 2014 is door de provincie een Natuurbeschermingswet-vergunning verleend voor de activiteiten van de MSV-NOV. In 2016 is deze onherroepelijk geworden na behandeling door de Raad van State. Alle activiteiten zoals deze nu aangevraagd zijn, passen ruimschoots binnen deze vergunning. Conclusie: ruimtelijke regels gelijkschakelen met milieuregels Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het ruimtelijk toelaatbaar is om conform het aangevraagde af te wijken van het bestemmingsplan en de gebruiksregels van het terrein gelijk te schakelen met de gebruiksregels van de ‘milieuvergunning’.
32/32