5.3. Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit
Tekst van het document
Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit Maart 2025
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
1
Maart 2025 Gemeente Heerde
Dit rapport is tot stand gekomen met medewerking van adviesbureau Eelerwoude en enkele inwoners uit de gemeente
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
2
Inhoud 1.
Leeswijzer .................................................................................................................. 5
2.
Deelgebieden .............................................................................................................. 8
2.1.
Veluwe ................................................................................................................... 9
2.2.
Veluweflank ........................................................................................................... 10
2.3.
Centra en woongebieden Heerde, Wapenveld en Hoorn ............................................... 11
2.4.
Bedrijventerreinen ................................................................................................. 11
2.5.
Weteringengebied .................................................................................................. 11
2.6.
Uiterwaarden en hoogwatergeul ............................................................................... 12
2.7.
Oeverwal met Veessen en Vorchten .......................................................................... 14
3.
Wensbeelden per biotoop ........................................................................................... 16
3.1.
Gebouwen en tuinen binnen de bebouwde kom .......................................................... 16
3.2.
Bedrijventerreinen en plantvakken ........................................................................... 17
3.3.
Openbare ruimte met bomen en struiken .................................................................. 18
3.4.
Openbare ruimte met bloemrijke veldjes en bermen ................................................... 19
3.5.
Erven, buurten en gebouwen in het buitengebied ....................................................... 20
3.6.
Vijvers, poelen en andere wateren ........................................................................... 21
3.7.
Bossen .................................................................................................................. 22
3.8.
Lanen en bomenrijen langs wegen ........................................................................... 23
3.9.
Bosjes, houtwallen en houtsingels ............................................................................ 24
3.10.
Struiken, struwelen en struweelhagen ................................................................... 25
3.11.
Heide en schrale graslanden ................................................................................. 26
3.12.
Akkers ............................................................................................................... 27
3.13.
Bloemrijke graslanden en bermen in halfopen landschappen .................................... 28
3.14.
Bloemrijke graslanden en bermen in open landschappen ......................................... 29
3.15.
Apeldoorns kanaal .............................................................................................. 30
3.16.
Weteringen en sloten .......................................................................................... 31
3.17.
Sprengen ........................................................................................................... 32
3.18.
Poelen ............................................................................................................... 33
3.19.
Vennen .............................................................................................................. 34
4.
Onze Gidssoorten ...................................................................................................... 35
4.1.
Steenuil ................................................................................................................ 35
4.2.
Huismus ............................................................................................................... 37
4.3.
Grauwe klauwier .................................................................................................... 39
4.4.
Grutto .................................................................................................................. 41
4.5.
Havik ................................................................................................................... 43
4.6.
Gewone grootoorvleermuis ...................................................................................... 44
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
3
4.7.
Otter .................................................................................................................... 46
4.8.
Egel...................................................................................................................... 48
4.9.
Kleine watersalamander .......................................................................................... 50
4.10.
Beekprik ............................................................................................................ 52
4.11.
Icarusblauwtje.................................................................................................... 54
4.12.
Heideblauwtje .................................................................................................... 56
4.13.
Boomblauwtje .................................................................................................... 58
Begrippen uitgelegd ............................................................................................................. 60 Bronnen ............................................................................................................................. 68
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
4
1.
Leeswijzer
Met de tekst in deze bijlage willen we iedereen die de biodiversiteit wil versterken inspireren. Het kan gebruikt worden om te bepalen welke maatregelen op welke plaats kunt nemen. Bij alle maatregelen is belangrijk om de uitgangspunten te gebruiken: • Verbind en vergroot leefgebieden • Behoud en creëer variatie en overgangen • Beperk verstoringen • Gebruik zoveel mogelijk inheemse bomen, struiken en planten • Bouw aan een biodiverse omgeving De uitgangspunten zijn uitgebreid beschreven in het biodiversiteitsplan. In deze bijlage worden concrete voorbeelden gegeven om de uitgangspunten toe te passen. Eerst worden de verschillende deelgebieden (landschappen), die in Heerde voorkomen beschreven (hoofdstuk 1). We maken gebruik van de indeling in deelgebieden uit de omgevingsvisie “Heerde van de toekomst”. In ieder deelgebied komt één of meer biotopen voor. Je kunt in tabel 1 op de volgende blaszijde zien in welk deelgebied een biotoop voorkomt. Per biotoop hebben we beschreven, hoe zo’n biotoop er op het gebied van biodiversiteit uit kan zien; een wensbeeld. Ook geven we per biotoop aan welke gidssoorten er kunnen voorkomen. In hoofdstuk 2 zijn de verschillende biotopen beschreven. Wil je meer weten over één van de gidssoorten, dan kun je dit vinden in hoofdstuk 3. In tabel 2 kun je zien welke gidssoorten er in de deelgebieden thuishoren.
Sommige woorden zijn niet zo bekend, daarom hebben we achterin een lijst opgenomen met uitleg over deze woorden.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
5
Tabel 1 In welke deelgebeiden komen de biotopen voor
x
Oeverwal met Veessen en Vorchten
Bedrijventerreinen en plantvakken
Uiterwaarden en hoogwatergeul
x
Weteringengebied
Gebouwen en tuinen binnen de bebouwde kom
Bedrijventerreinen
Centra en woongebieden Heerde en Veluweflank Wapenveld
Veluwe
Biotoop
x
x
Openbare ruimte met bomen en struiken
x
x
x
Openbare ruimte met bloemrijke veldjes en bermen
x
x
x
Erven, buurten en gebouwen in het buitengebied
x
x
Vijvers, poelen en andere wateren
x x
Bossen
x
Lanen en bomenrijen langs wegen
x
Bosjes, houtwallen en houtsingels
x
x x
x x
x
Struiken, struwelen en struweelhagen Heide en schrale graslanden
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Akkers Bloemrijke graslanden en bermen in halfopen landschappen Bloemrijke graslanden en bermen in open landschappen
x
Apeldoorns kanaal
x
x
Weteringen en sloten Sprengen
x
Poelen
x
Vennen
x
x
x
x
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
6
Tabel 2 In welke deelgebieden komen de gidssoorten voor
x
Huismus
x
x
x
Grauwe Klauwier
x
x
x
x
Gewone grootoorvleermuis
x
Otter
x
x
x
x
x
x
x
Grutto Havik
Oeverwal met Veessen en Vorchten
x
Uiterwaarden en hoogwatergeul
Centra en woongebieden Heerde en Veluweflank Wapenveld
x
Weteringengebied
Veluwe
Steenuil
Bedrijventerreinen
Gidssoort
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
Beek- en rivierprik
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
Icarusblauwtje Heideblauwtje Boomblauwtje
x
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
7
2.
Deelgebieden
In de omgevingsvisie van de gemeente Heerde zijn 8 deelgebieden beschreven. In de kaart hieronder staan ze weergegeven. De deelgebieden Centra Heerde en wapenveld en Woongebieden Heerde, Wapenveld en Hoorn zijn in dit document als één deelgebied weergegeven.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
8
2.1. Veluwe Onder dit deelgebied valt het westelijk deel van onze gemeente. Het bestaat uit het Natura 2000gebied de Veluwe en het gebied daar direct omheen. De geschiedenis van het landschap van deelgebied Veluwe Grote delen van de Veluwse stuwwal waren 150 jaar geleden erg open. Hier vond je heide, stuifzand en in verhouding kleine bossen, die elkaar afwisselden. In Heerde vond je heidevelden met bossen op plekken zoals De Dellen en Het Veen, De Polberg en delen die grenzen aan wat nu de Grote Weg is. Deze heide is ontstaan door jarenlange overbegrazing door schapen en runderen, waarbij de mest van de dieren werd vermengd met plaggen. Dit werd gebruikt op de akkers (essen), die op de flanken van Veluwe lagen. Tegen het einde van de 19e eeuw zijn grote delen van de heide omgezet in bos, Zo hield men het oprukkende stuifzand onder controle en konden de gronden gebruikt worden om geld te verdienen. Vaak werd hier naaldhout, vooral grove den, aangeplant. Deze bossen zijn nu veelal 100-150 jaar oud, maar ze zien er niet meer uit zoals vroeger. De laatste tientallen jaren zijn veel van deze bossen uitgebreid met loofbomen en struiken, zoals zomereik, beuk, wilde lijsterbes, sporkehout en hulst. Hierdoor is er een grotere gelaagdheid in het bos ontstaan. Nu bestaat het landschap in dit gebied uit veel bos afgewisseld met heidevelden, lanen en paden.
Verder liggen er verschillende (asfalt)wegen, zoals bijvoorbeeld de A50. In het westen van het gebied ligt tot slot het militairoefenterrein, dat nog voor een groot deel uit heide en open landschap bestaat. Bebouwing is van oudsher op de Veluwe spaarzaam aanwezig. Plaatselijk zijn woningen, een schaapskooi of andere gebouwen aanwezig. Biodiversiteit in deelgebied Veluwe Doordat het bos ouder wordt en er meer variatie is in de boom- en struiklaag, is het aantal typische bossoorten zoals de boomklever de laatste jaren toegenomen. De delen die 150 jaar geleden al begroeid waren met bos, kunnen hoge(re) ecologische waarden hebben. Dat komt omdat hier soorten leven die houden van oude bomen of een oude bosbodem. Op de heide en heidebebossing leven veel verschillende soorten. Denk hierbij aan vogels en zoogdieren zoals havik, raaf, bosuil, houtsnip, boomklever, diverse soorten spechten, zwarte mees, goudhaan, vuurgoudhaan, appelvink, goudvink, kruisbek, das, boommarter, wild zwijn en edelhert. Verder leven er enkele zeldzame vleermuissoorten, zoals de bosvleermuis en de franjestaart en specialistische insecten, zoals de bosbesbij. Tot slot vind je er ook soorten, zoals de hazelworm, zandhagedis, levendbarende hagedis, heivlinder, heideblauwtje en specialistische bijen zoals de heidezandbij en heideviltbij.
De overgangen van bos naar (schraal) grasland en/of de heide vormen het leefgebied van onder andere de nachtzwaluw, koekoek, geelgors en boompieper. Daarnaast leven op de Veluwe veel andere insectensoorten en groeien op de Veluwe relatief veel zeldzame vaatplanten, mossen, korstmossen die kenmerkend zijn voor voedselarme omstandigheden. De A50 vormt een belangrijke barrière voor veel soorten. Het ecoduct Tolhuis moet deze barrièrewerking verminderen. Door het toegenomen aantal wegen en oppervlakte bos zijn de resterende heidevelden versnipperd komen te liggen. Hierdoor kunnen soorten van de heide zich niet of moeilijker verplaatsen tussen de heidevelden. Dieren en planten zijn hierdoor geïsoleerd komen te liggen. Er leven dus veel verschillende en bijzondere soorten in dit deelgebied. Plekken die we erg belangrijk vinden om te behouden zijn:
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
9
•
• •
Groeiplaatsen van dennenschotelkorst, grauwe ringboleet, grijze bisschopsmuts, kaal tandmos, klein wintergroen en wit heidetrechtertje. Dit zijn allemaal rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. Bestaande of mogelijke nest-, voortplantings- of rustplaatsen van de draaihals, grauwe klauwier en tapuit. Dit zijn allemaal rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. Plaatsen waar van de kleine wrattenbijter en de zadelsprinkhaan leven. Dit zijn allebei rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd.
2.2. Veluweflank De geschiedenis van het landschap van deelgebied Veluweflank De Veluweflank bestaat uit dekzandruggen, die vroeger werden gebruikt als akker, kampen- en essenlandschap. Op de hoge dekzandruggen werd akkerbouw bedreven op kleine schaal. Ieder boerenbedrijf had zijn eigen akker, maar ook vee om met de mest deze akkers te bemesten. Het vee liep in de lagere beekdalen en op de heide. De mest werd met heideplaggen vermengd en op de akkers verspreid. Door deze bemesting nam de hoogte van de akkers langzaam toe. Om de akkers te beschermen tegen wild en vee, werden ze omheind door houtwallen en singels met een dichte ondergroei. Het essenlandschap is wat grootschaliger van aard. In dit landschap vind je vaak één enk (ook wel es of eng genoemd), die door meerdere boerderijen werd gebruikt. De boerderijen lagen rondom de es. De enk had een open karakter. De graslanden in de beekdalen waren nat tot vochtig en arm aan voedingstoffen. Ze werden vaak door kwel (licht) en/of overstroming vanuit de beken gebufferd. Hierdoor vind je hier nog steeds zeldzame graslandtypen als blauwgrasland, dotterbloemhooiland en veldrusschraalland. Tegenwoordig ziet het landschap er toch wat anders uit. In de 19e eeuw werd het Apeldoorns kanaal aangelegd, zodat schepen Apeldoorn konden bereiken. Heerde en Wapenveld zijn gegroeid, waardoor er meer bebouwing is in de dorpen maar ook daarbuiten.
Je vind nu in het gebied veel verschillende gebouwen, zoals woningen, schuren, bedrijfsgebouwen en verblijfsaccommodaties. Ook de landbouw is veranderd. De landbouwpercelen zijn groter en er zijn minder houtwallen te vinden, of ze hebben een minder goede kwaliteit. Verder worden er minder verschillende soorten gewassen geteeld, zijn de graslanden veel droger door een betere waterafvoer en is er minder ruimte op de akkers voor andere planten. Hierdoor vind je zowel op de akkers als in de graslanden minder kruiden dan vroeger. Biodiversiteit in deelgebied Veluweflank Doordat het Apeldoorns kanaal in dit deelgebied ligt, kunnen er meerdere soorten leven, die in of nabij open water voorkomen. Ondanks dat er veel van het oorspronkelijke landschap verdwenen is, is het gebied nog steeds erg belangrijk voor soorten, die leven in kleinschalige landschappen met opgaande houtwallen en singels rondom bloemrijke graslanden en akkers. Soorten zoals steenuil, gekraagde roodstaart, bonte vliegenvanger, grauwe vliegenvanger, groene specht, bunzing, wezel en egel voelen zich hier thuis. Net zoals verschillende soorten vleermuizen en duizenden insectensoorten. In de gebouwen in de kernen en in het buitengebied vind je verschillende soorten.
In het buitengebied kun je zelfs schaarsere soorten tegenkomen, zoals steenuil, kerkuil, torenvalk, ooievaar, huiszwaluw, boerenzwaluw en kritische vleermuissoorten. Omdat de tuinen of erven in het buitengebied vaak ruimer zijn, kun je er ook soorten zoals bunzing, wezel, egel, spotvogel, grauwe vliegenvanger, steenuil, gekraagde roodstaart en diverse amfibieën tegen komen. Er leven dus veel verschillende en bijzondere soorten in dit deelgebied. Plekken die we erg belangrijk vinden om te behouden in dit gebied zijn: • Groeiplaatsen van rossig fonteinkruid. Dit is een rode lijstsoort, categorie bedreigd. • Bestaande of mogelijke nest-, voortplantings- of rustplaatsen van de draaihals of grote karekiet. Dit zijn twee rode lijstsoorten, uit de categorie bedreigd. Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
10
2.3. Centra en woongebieden Heerde , Wapenveld en Hoorn De geschiedenis van het landschap van de centra en woongebieden Heerde, Wapenveld en Hoorn zijn aan elkaar verbonden met wegen en het Apeldoorns kanaal. Doordat de plaatsen hard gegroeid zijn, sluit het groen en water in de kernen niet overal meer goed aan op dat wat in het buitengebied ligt. Hierdoor vind je in de kernen vaak een andere biodiversiteit dan erbuiten. De plaatsen zelf bestaan voor het grootste deel uit woningen. Je vind er vooral rijtjeswoningen, twee-ondereen-kapwoning en vrijstaande woningen. Ook vind je er grotere gebouwen zoals scholen, zorgcentra, winkels en bedrijven. Verder zijn er verschillende soorten groen te vinden, van tuinen tot plantsoenen, straatbeplanting en ander openbaar groen. Veel open water vind je er niet. Het grootste open water is het Apeldoorns kanaal. Daarnaast vind je her en der kleine (tuin) vijvers. Biodiversiteit in de centra en woongebieden Hier vind je veel soorten die leven in en rondom bebouwing. Dit zijn vaak soorten die eigenlijk in holtes en rotsgebieden leven, zoals huismus, gierzwaluw, zwarte roodstaart, spreeuw, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en andere vleermuizen. Maar ook soorten van bomen, struiken, grazige vegetaties en water hebben het in de centra naar hun zin.
Er leven vogels zoals ekster, zanglijster, merel, houtduif, zwartkop, braamsluiper, waterhoen en meerkoet. Tot slot leven er verschillende soorten insecten en andere soorten komen die afhankelijk zijn van inheemse bomen en struiken, bloemrijke graslanden en andere elementen. Bepaalde insectensoorten komen in de kernen zelfs meer voor dan daarbuiten. Er leven dus veel verschillende en bijzondere soorten in dit deelgebied. Plekken die we erg belangrijk vinden om te behouden zijn: • Groeiplaatsen van het heideoogje. Dit is een rode lijstsoort, categorie bedreigd. • Bestaande of mogelijke voortplantings- of rustplaatsen van de sleedoornpage. Dit is een rode lijstsoort uit de categorie bedreigd
2.4. Bedrijventerreinen De geschiedenis van het landschap van de bedrijventerreinen Zowel in Heerde als in Wapenveld vind je bedrijventerreinen met een lokaal en vooral kleinschalig karakter. De hoeveelheid groen verschilt sterk per terrein. Je vindt er bedrijfshallen, fabrieken en in beperkte mate bedrijfswoningen en andere bebouwingsvormen. Biodiversiteit op bedrijventerreinen Op bedrijfshallen vind je vooral dakbroeders 1 zoals scholekster, visdief, witte kwikstaart en meeuwen zoals de kleine mantelmeeuw. Verder kun je als er geschikte gebouwen staan, ook zwarte roodstaarten, huismus en diverse soorten vleermuizen tegenkomen.
2.5. Weteringengebied De geschiedenis van het landschap in het Weteringengebied Het Weteringengebied bestaat uit ontgonnen lage broekgronden en ligt relatief laag. De grond was vaak erg nat door kwel2 vanaf de Veluwe. Door de natte omstandigheden was dit landschap ongeschikt voor akkerbouw. In de lage delen lagen dan ook de natte graslanden, die werden gehooid of als de draagkracht het toeliet ook nog beweid. Het broeklandschap bestond rond 1915 vooral uit graslanden, die al dan niet omringd waren door (elzen)singels. De graslanden in het 1
Een dakbroeder is een vogel die op het dak van een gebouw broedt
2
Kwel is grondwater dat vanwege drukverschil weer naar boven komt. In Heerde is veel kwel aanwezig in de lage delen.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
11
broeklandschap waren nat tot vochtig en arm aan voedingstoffen. Ze werden vaak door kwel (sterk) gevoed en waren daardoor gebufferd tegen verzuring en rijk aan mineralen. Hierdoor vind je in dit gebied zeer zeldzame graslandtypen, zoals blauwgrasland en kleine zeggen- en kalkmoerassen. Richting de IJssel is op bepaalde plekken klei afgezet. Hier vormden zich schaarse, matig voedselrijke graslanden als dotterbloemhooilanden. De schaalvergroting van de landbouw is in het Weteringengebied duidelijk te zien. Percelen zijn groter geworden en de (elzen)singels zijn op veel plekken verdwenen. Door betere vochtafvoering zijn de graslanden veel droger geworden en is de invloed van kwel in het maaiveld verdwenen. Daarnaast is het mestgebruik sterk toegenomen. Verder vind je in dit gebied veel verschillende gebouwen, zoals woningen, schuren, erven en verblijfsaccommodaties. Biodiversiteit in het Weteringengebied Veel kenmerkende plantensoorten uit de voorheen bijzondere graslanden zijn verdwenen. Ook daarbuiten is het aantal soorten afgenomen. Op dit moment vind je in dit gebied vooral soorten die houden van redelijk open gebieden met plaatselijk opgaande begroeiing. Denk hierbij aan soorten als kievit, haas en hermelijn, bunzing, wezel, haas, roodborsttapuit en grasmus.
Ook komen plaatselijk nog typische plantensoorten van de oorspronkelijke natte graslanden, zoals dotterbloem en scherpe zegge voor. In de redelijk bloemrijke vegetaties leven diverse soorten dagvlinders, wilde bijen en andere insecten. In de weteringen zelf kun je mogelijk meerdere bijzondere aan water gebonden soorten vinden, zoals bever, otter, waterspitsmuis, zomertaling, bruine korenbout, winde, aal en bittervoorn. Op begroeide oevers met riet en/of ruigte vind je eenden, rallen en andere rietvogels. In en op gebouwen in het buitengebied vind je regelmatig schaarse soorten die meer eisen stellen aan de leefomgeving zoals steenuil, kerkuil, torenvalk, ooievaar, huiszwaluw, boerenzwaluw en de meer kritische vleermuizen. Vaak zijn de tuinen en erven ruimer en hebben ze soms hagen, poelen, boomgaarden en andere typische elementen. Hier profiteren soorten als bunzing, wezel, egel, spotvogel, grauwe vliegenvanger, steenuil, gekraagde roodstaart en diverse amfibieën van. Er leven dus veel verschillende en bijzondere soorten in dit deelgebied. Plekken die we erg belangrijk vinden om te behouden zijn: • Groeiplaatsen van voorjaarsganzenrik, wilde kievitsbloem, eikenweerschijnzwam en bleke franjehoed. Dit zijn rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. • Bestaande of mogelijke nest-, voortplantings- of rustplaatsen van de sleedoornpage, zomertaling, zwarte stern en grote karekiet.
Dit zijn allemaal rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. • Plaatsen waar kleverige poelslak leeft, dit is een rode lijstsoort uit de categorie bedreigd.
2.6. Uiterwaarden en hoogwatergeul De geschiedenis van het landschap van de uiterwaarden en hoogwatergeul In dit gebied vind je uiterwaarden3 en een hoogwatergeul4 . De uiterwaarden overstromen regelmatig en zijn afgebakend door de winterdijk en de IJssel. Door deze overstromingen vind je hier maar weinig bebouwing. Het land werd vroeger vooral gebruikt als grasland en heel soms voor akkerbouw. Doordat de uiterwaarden regelmatig overstromen, is het landgebruik de laatste honderd jaar nauwelijks gewijzigd. Wel is er naar verhouding meer akkerbouw en met name maisteelt aanwezig. Plaatselijk vond en vind je in de uiterwaarden watergangen, plassen, rietkragen,
De uiterwaard is het gebied dat tussen de rivier en een dijk ligt. Een hoogwatergeul is een aftakking van een rivier, die door mensen is gemaakt. We gebruiken deze in Heerde om water van de IJssel gecontroleerd af te voeren als de waterstand in de rivier extreem hoog is 3 4
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
12
meidoornhagen, knotwilgen en ooibos. De laatste 20 jaar zijn veel uiterwaarden in Nederland omgevormd tot natuur. Dit is bijvoorbeeld gedaan in het zuidelijke deel van de Vorchterwaarden. De hoogwatergeul in dit gebied ligt tussen twee nieuwe dijken en is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren in uitzonderlijke situaties bij extreem hoge waterstanden in de IJssel. Om ervoor te zorgen dat het water in de geul goed doorstroomd, is veel opgaande begroeiing zoals bomen, struiken en bosjes verwijderd. De hoogwatergeul bestaat voor het grootste deel uit agrarische graslanden, akkers en sloten. In het noordelijk deel ligt het weidevogelgebied Wapenvelderbroek. Biodiversiteit in het Weteringengebied In de uiterwaarden vind je veel soorten die voorkomen in open graslanden, zoals kievit, grutto, tureluur, graspieper, veldleeuwerik en haas. Met name in de Hoenwaard zijn nog belangrijke weidevogelgebieden aanwezig. Daarnaast zijn deze graslanden van belang als foerageergebied voor diverse soorten ganzen, eenden en muizeneters als buizerd, torenvalk, blauwe kiekendief, diverse soorten uilen, reigers en de hermelijn. Op sommige plekken in de uiterwaarden vind je struwelen en hagen.
Deze zijn belangrijk voor verschillende broedvogels en zoogdieren die in en rondom struwelen leven, zoals grasmus, braamsluiper, grauwe klauwier, tuinfluiter, kneu, wezel, bunzing en mogelijk de sleedoornpage. Ook zacht- en hardhoutooibossen zijn voor de biodiversiteit erg belangrijke elementen in het landschap langs de rivieren. De hoogwatergeul is op zijn beurt belangrijk voor soorten als grutto, kievit, tureluur, graspieper en veldleeuwerik en wordt (met name in de winter) gebruikt door foeragerende ganzen, eenden, zwanen en diverse roofvogels en uilen als torenvalk, buizerd, blauwe kiekendief, velduil, ransuil en grote zilverreigers. In de weteringen kun je mogelijk meerdere bijzondere aan water gebonden soorten vinden, zoals bever, otter, waterspitsmuis, zomertaling, bruine korenbout, winde, aal en bittervoorn. Op begroeide oevers met riet en/of ruigte vind je eenden, rallen en andere rietvogels.
1 Weidevogels zoals de Grutto houden van open gebieden zonder bomen of struiken met vochtige tot natte graslanden.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
13
Er leven dus veel verschillende en bijzondere soorten in dit deelgebied. Plekken die we erg belangrijk vinden om te behouden zijn: • Groeiplaatsen van voorjaarsganzenrik, de wilde kievitsbloem, bleke franjehoed, doolhofelfenbankje en de grote kleefparasol. Dit zijn rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. • Bestaande of mogelijke nest-, voortplantings- of rustplaatsen van de sleedoornpage, zomertaling, zwarte stern en grote karekiet. Dit zijn allemaal rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. • De IJssel vormt een belangrijk leefgebied en een verbindingszone voor veel verschillende soorten.
2.7. Oeverwal met Veessen en Vorchten De geschiedenis van het landschap van de oeverwal Bij elke overstroming van de IJssel werd materiaal afgezet. Dicht bij de rivier werden de grove zandkorrels afgezet. Deze vormden na verloop van tijd een wal: de oeverwal. Verder weg werden in de komgronden die lichte klei- en slibdeeltjes afgezet. Het zand van de oeverwal is anders dan dat van de stuwwal. Het belangrijkste ecologische verschil is dat de rijkdom aan bufferstoffen, zoals calciumcarbonaat, magnesium en andere elementen hoger is. Het landschap op de oeverwal bestond 100 tot 150 jaar geleden uit een mozaïek van kalkrijke akkers, kalkrijke gaslanden, boomgaarden (hoogstam). In de graslanden en stonden kenmerkende soorten van stroomdalgraslanden zoals sikkelklaver, veldsalie, geel walstro, spiegelklokje en veel andere nu zeldzame soorten. De graslanden en akkers werden omsloten door hagen met veel meidoorns, maar ook singels, knotwilgen en bosjes kwamen in dit landschap voor. Vandaag vind je er nog steeds graslanden, akkers en boomgaarden. De percelen zijn alleen groter en meer hetzelfde, doordat er veel dezelfde gewassen verbouwd worden, het maaiveld vlak gemaakt is en er meer meststoffen gebruikt worden. Het netwerk van (meidoorn)hagen tussen de percelen is zo goed als verdwenen.
Biodiversiteit op de oeverwal Kenmerkende soorten van oeverwallen, zoals kruisdistel en sikkelklaver, vind je plaatselijk nog in wegbermen en op dijkhellingen. In de meidoornhagen die er nog staan, leven verschillende vogels waaronder grasmus, braamsluiper, spotvogel, zanglijster. Ook leven er zoogdieren zoals egel, bunzing, wezel en mogelijk hermelijn. Sleedoornstruwelen worden mogelijk gebruikt door de zeldzame sleedoornpage. Er leven dus veel verschillende en bijzondere soorten in dit deelgebied. Plekken die we naast de hiervoor genoemde landschapsonderdelen en leefgebieden van gidssoorten erg belangrijk zijn: • Groeiplaatsen van de bleke franjehoed. Dit is een rode lijstsoort uit de categorie bedreigd. • Bestaande of mogelijke nest-, voortplantings- of rustplaatsen van de sleedoornpage, zomertaling, zwarte stern en grote karekiet. Dit zijn allemaal rode lijstsoorten uit de categorie bedreigd. • Locaties met stroomdalgrasland(relicten) zoals geel walstro, geoorde zuring, kruisdistel worden nog relatief vaak in wegbermen en op dijkhellingen gezien. Ook ruigten met soorten als knikkende distel en wilde reseda zijn bijzonder en kenmerkend voor het rivierengebied.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
14
2 Knikkende distels hebben een groot bloemhoofdje, exemplaren met een bloemhoofdje met een doorsnede van 5 cm zijn niet ongebruikelijk. Deze bijzondere distels zijn vrij typisch voor de vaak wat drogere, kalkrijke delen van het rivierengebied.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
15
3. Wensbeelden per biotoop 3.1. Gebouwen en tuinen binnen de bebouwde kom Woningen, schoolgebouwen, sporthallen, kerken, appartementencomplexen in een groene omgeving zijn voor veel soorten van groot belang. In de gebouwen broeden vogels en verblijven vleermuizen. De tuinen rondom dienen als leef- en foerageergebied voor deze en vele andere soorten. Wensbeeld Gebouwen en tuinen bieden een verblijfplaats aan vleermuizen en veel typische vogels van gebouwen zoals huismus, huiszwaluw, gierzwaluw. Tuinen en openbaar groen hebben inheemse bomen en struiken, dichte hagen, fruitbomen, vijvers en bloemrijke graslanden, bijenhotels. Ook takkenrillen en composthopen hebben een grote (verborgen) biodiversiteit. Groen leidt vrijwel altijd tot meer leefgebied, groene daken en muren zijn dan ook vaak een pré. •
•
•
Natuurinclusief bouwen is de norm, met als belangrijke onderdelen de integratie van voorzieningen voor vogels en vleermuizen (zie wensbeeld), groene daken en gevels en natuurvriendelijke verlichting. Aanleg en het beheer van tuinen, schoolpleinen en ander (particulier) groen is natuurvriendelijk en specifieke faunavoorzieningen als nestkasten worden hierin geïntegreerd. Minimaal 75% van de nieuwe aanplant van bomen en struiken is inheems.
Gidssoorten Huismussen broeden onder dakpannen en houden van tuinen en openbaar groen met inheemse bomen, struiken, hagen met ruige delen met wilde kruiden en grassen.
De gewone grootoorvleermuis vliegt alleen in de donkerste delen van Heerde, Wapenveld en Hoorn langs bomenrijen en verblijft in gebouwen. Verlichting in tuinen wordt dan ook tot een minimum teruggebracht.
Plaats nestvoorzieningen voor de steenuil langs de randen van Heerde en Wapenveld en Hoorn.
Door variatie aan inheemse bomen en struiken en kruiden en de aanwezigheid van composthopen en takkenhopen is er voedsel voor egels. De tuinen zijn verbonden door egelpoortjes in de schutting of nog beter door de aanwezigheid van hagen in plaats van schuttingen.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
16
3.2. Bedrijventerreinen en plantvakken Bedrijventerreinen zijn anders dan dorpskernen en stadscentra. Ze hebben een ander type bebouwing, dat bestaat uit meer platte daken. Er zijn geen tuinen en in de openbare ruimte vind je vaak alleen plantvakken. Bedrijventerreinen zijn ’s avonds en in het weekend veel rustiger dan woonwijken, omdat er dan bijna geen mensen of verkeer zijn. Wensbeeld Alle bedrijfsgebouwen zijn geschikt voor vleermuizen en veel typische vogels van gebouwen zoals huismus, huiszwaluw, gierzwaluw. Platte daken zijn geschikt om op te broeden voor de scholekster en visdief. Bij voorkeur is op deze platte daken begroeiing en/of schuilgelegenheid in de vorm van groene daken aanwezig. Ook kan op daken enkel substraat (zand, stenen, dood hout etc.) worden neergelegd waarop zich spontaan natuur kan ontwikkelen Gevels zijn begroeid met inheemse klimplanten zoals wilde kamperfoelie, bosrank, heggenrank, klimop of bosroos. In de plantvakken staan soorten die nectar- en of stuifmeel leveren aan insecten en gezamenlijk het hele jaar door bloeien. •
• •
Natuurinclusief bouwen is de norm, met als belangrijke onderdelen de integratie van voorzieningen voor vogels en vleermuizen, groene daken en gevels en natuurvriendelijke verlichting. De aanleg en het beheer van plantvakken is natuurvriendelijk en waar mogelijk worden faunavoorzieningen als nestkasten en bijenhotels geplaatst. Minimaal 75% van de nieuwe aanplant van bomen en struiken is inheems. Er zijn ook open, zanderige plekken, daar kunnen bijen broeden.
Gidssoorten Huismussen broeden onder dakpannen en houden van tuinen en openbaar groen met inheemse bomen, struiken, hagen met ruige delen met wilde kruiden en grassen.
Begroeiingen met klimop en braam zijn vaak essentieel voor het voorkomen van boomblauwtje in de bebouwde kom.
Egels gebruiken dichte struiken om voedsel in te zoeken en om in te rusten. De jongen worden vaak geboren in bladhopen onder struiken.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
17
3.3. Openbare ruimte met bomen en struiken Bomen en struiken zijn belangrijk als broedplek, schuilplaats en voedsel voor veel soorten dieren. Lijnvormige elementen kunnen daarnaast belangrijke linten vormen voor dieren om zich langs te verplaatsen. Wensbeeld Er zijn voldoende inheemse bomen en struiken waar meerdere soorten dieren in of van kunnen leven. Oude bomen, struiken en groepen blijven behouden en de standplaats wordt met rust gelaten. Daar waar gaten zijn in de boom- of struiklaag van lijnvormige elementen, worden deze opgevuld met inheemse soorten. • • • • • •
De 3, 30, 300-regel wordt in de bebouwde omgeving behaald in 2050. Oude bomen en struwelen blijven behouden, zeker wanneer dit inheemse of holte bomen zijn of om een oude/bijzondere groeiplaats gaat. Minimaal 75% van de nieuwe aanplant van bomen en struiken is inheems. In elke straat staan minimaal 5 verschillende soorten bomen en/of struiken. Bij rijbeplantingen is de afstand tussen boomkronen bij voorkeur minder dan 25 meter. De rijbeplanting sluit aan op bomenrijen, houtwallen en houtsingels buiten de bebouwde kom.
Gidssoorten Huismussen broeden in gebouwen onder dakpannen en andere holtes en zoeken naar rupsen en andere insecten in bomen. Inheemse bomen bieden dan ook in potentie veel meer voedsel. In het najaar en de winter zijn zaden van uitgebloeide kruiden en grassen van groot belang.
De gewone grootoorvleermuis vliegt langs niet verlichte bomenrijen. Daarnaast mogen de boomkronen maximaal 50 meter van elkaar zijn verwijderd.
Egels gebruiken dichte struiken om voedsel in te zoeken en om in te rusten. De jongen worden vaak geboren in bladhopen onder struiken.
Begroeiingen met klimop en braam zijn vaak essentieel voor het voorkomen van boomblauwtje in de bebouwde kom.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
18
3.4. Openbare ruimte met bloemrijke veldjes en bermen Bloemrijke veldjes, tuinen en bermen zijn noodzakelijk voor dagvlinders, wilde bijen en andere insecten. Wensbeeld Bloemrijke veldjes, bermen en overhoekjes zijn geschikt als leefgebied voor veel soorten insecten en zorgen hierdoor voor voedsel vogels, insecten en andere dieren. De veldjes en bermen zijn kruidenrijk en hebben een extensief beheer. •
•
•
De bloemrijke veldjes worden maximaal 2 keer per jaar gemaaid. Een extra maaironde is mogelijk langs de randen of voor het creëren van paden. Het maaisel wordt altijd afgevoerd. De bloemrijke veldjes liggen in een netwerk van bloemrijke bermen, tuinen met inheemse kruiden, overhoekjes en andere kruidachtige vegetaties. Ze zijn verbonden met het buitengebied en andere gebieden in de centra. De bloemrijke veldjes en bermen hebben solitair of rondom inheemse struiken met stekels zoals meidoorn, sleedoorn of rozen.
Gidssoorten Bloemrijke graslanden en bermen zijn van groot belang als leefgebied voor het icarusblauwtje. Bloemrijke structuurrijke bermen vormen daarnaast belangrijke verbindingszones voor het icarusblauwtje.
Bloemrijke graslanden met insecten en zaden zijn onmisbaar in het broedgebied van de huismus. Stekelige struiken of hagen in de nabijheid zijn essentieel om huismussen en veilig gevoel te geven.
Bloemrijke graslanden en bermen zijn van belang als foerageergebied voor veel soorten die insecten, wormen en/of zaden eten, zoals de egel en de grootoorvleermuis.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
19
3.5. Erven, buurten en gebouwen in het buitengebied Erven en buurten in het buitengebied zijn belangrijk voor de typische cultuurvolgers, die leven in de nabijheid van mensen en vaak zowel gebouwen als een veel (half) open groen nodig hebben. De gebouwen op erven en in buurten bieden onderdak aan huismussen, zwaluwen, uilen, vleermuizen en in de beplanting broeden typische zangvogels als gekraagde roodstaart en grauwe vliegenvanger. Op de erven en in de buurten liggen hagen, solitaire bomen, fruitbomen, moes- en siertuinen, poelen, kleine weitjes met paarden, runderen of schapen en bloemrijke graslanden vol leven. Wensbeeld Erven en buurten in Heerde zijn geschikt als leefgebied voor veel typische vogels van gebouwen in een landelijke omgeving zoals huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw, gekraagde roodstaart, steenuil, kerkuil en torenvalk. Ook zijn op deze locaties belangrijke landschapselementen voldoende aanwezig. Denk hierbij aan hagen, solitaire bomen, fruitbomen, poelen en bloemrijke graslanden en bermen en natuurvriendelijke tuinelementen als inheemse bomen, struiken en bloemen, hagen, vijvers, een composthoop en nestkasten voor diverse vogels. •
• • •
Natuurinclusief bouwen is de norm, met als belangrijke onderdelen de integratie van voorzieningen voor vogels en vleermuizen (zie Wensbeeld) en natuurvriendelijke verlichting. We stimuleren de aanleg en het beheer van landschapselementen op ieder erf en in iedere tuin. We stimuleren specifieke faunavoorzieningen, zoals nestkasten voor de in de Wensbeeld genoemde soorten. Minimaal 75% van de nieuwe aanplant van bomen en struiken is inheems.
Gidssoorten Nestvoorzieningen voor de steenuil op erven nabij extensieve weilandjes, ruige slootkanten, houtwallen, houtsingels, (struweel)hagen en poelen.
De gewone grootoorvleermuis vliegt alleen op plekken zonder verlichting en slaapt overdag op zolders van schuren van erven die in verbinding staan met houtwallen en houtsingels.
Huismussen broeden onder dakpannen en houden van erven en tuinen met inheemse bomen, struiken, hagen met ruige delen met wilde kruiden en grassen.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
20
3.6. Vijvers, poelen en andere wateren Vijvers en andere wateren zijn noodzakelijk voor soorten van geïsoleerde wateren als de kleine watersalamander en ander amfibieën. Ook libellen als platbuik, bruine heidelibel en vuurjuffer maken vaak gebruik van visloze vijvers en poelen. Wensbeeld Vijvers, poelen en waterbergingen (wadi’s) zijn geschikt voor amfibieën en andere dieren, mits vissen afwezig zijn. Ze zijn omringd door groene beplanting die schuilplaatsen, voedsel en dekking levert aan amfibieën, zoals kruidenrijke graslanden, inheemse struiken en borders met inheemse planten. • • •
De vijvers en andere wateren zijn door de zon beschenen en liggen bij voorkeur op meer dan 25 meter van grote bomen en 5 meter van struiken. De vijvers hebben flauwe, begroeide oevers en hebben geen vis. De afstand tussen vijvers en andere wateren is maximaal 400 meter.
Gidssoorten Vijvers zijn van essentieel belang als voortplantingsplaats voor de kleine watersalamander en ander amfibieën.
Vijvers vormen voor veel soorten een essentiële drinkplaats tijdens droogte en een belangrijke vorm van variatie in het leefgebied door de aantrekkende werking op insecten en andere kleine dieren die als voedsel dienen voor vogels, zoogdieren en andere dieren. Zorg ervoor dat egels en andere dieren altijd de vijver veilig kunnen verlaten.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
21
3.7. Bossen Op de Veluwe bestaat een groot deel van de bossen uit aangeplante (naald)bomen en uit een menging van inheemse bomen en struiken als zomereik, ruwe berk, wilde lijsterbes en sporkehout. Ook komen op veel plekken (ongewenste) soorten als Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en andere uitheemse soorten voor. Wensbeeld De bossen op de Veluwe worden geleidelijk omgevormd naar robuuste bosecosystemen met inheemse bomen en struiken als zomereik, ruwe berk, hulst, wilde lijsterbes en sporkehout. Hierbij wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke verjonging van inheemse bomen en struiken zoals zomereik, ruwe berk, hulst, wilde lijsterbes en sporkehout. Op geschikte plekken is ook ruimte voor momenteel schaarse of ontbrekende soorten met mineralenrijk strooisel als hazelaar, winterlinde, een- en tweestijlige meidoorn en ratelpopulier. Circa 30% van de donkere naaldbossen wordt behouden vanwege de waarde voor paddenstoelen en broedvogels als het vuurgoudhaantje, zwarte mees, kruisbek en andere soorten. Faunabeheer is afgestemd op het bosbeheer, zodat ook natuurlijke verjonging van zomer- en wintereik, ratelpopulier, boswilg etc. mogelijk is. De wildpopulatie is afgestemd op de draagkracht van het terrein, er wordt geen lokvoer gebruikt. Op de Veluwe staan zo min mogelijk rasters, zodat er vrije uitwisseling van fauna mogelijk is.
De wolf draagt bij aan natuurlijker gedrag van het wild. In delen van het bos wordt geen hout meer geoogst. Rustgebieden worden aangewezen om rust te creëren voor schuwe broedvogels en zoogdieren. • Bossen hebben veel structuur, een gevarieerde leeftijd en bestaan uit inheemse bomen en struiken. • Bosranden langs heide, graslanden en brede paden hebben een duidelijke zoom- en mantelvegetatie. • Oude bomen en bomen met holten blijven zo lang als mogelijk gespaard. Gidssoorten Voor de havik zijn rustige bosdelen met geschikte nestplaatsen essentieel. Deze bevinden zich vaak, maar niet uitsluitend, in douglas en lariks opstanden. Van belang is dat in deze bosdelen geen beheerwerkzaamheden plaatsvinden (ook niet die de boomkronen5 beïnvloeden) en recreatie wordt beperkt.
Boomblauwtjes leven in lichte bossen en bosranden. Voor de ei-afzet zijn ze afhankelijke van sporkehout, hulst, klimop, struikhei, braam en bosbes.
De gewone grootoorvleermuis vliegt en jaagt in donkere bossen. Hij verblijft in de holten van oude bosbomen.
5
Een boomkroon is het deel van een boom dat in de zomer groen is van de bladeren dat duidelijk boven de stam uitsteekt. Bomen kunnen ook een boomkroon tot aan de grond hebben, in dat geval is de stam in de zomer nauwelijks zichtbaar. Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
22
3.8. Lanen en bomenrijen langs wegen Op de Veluwe en Veluweflank zijn veel (oude) lanen aanwezig, die een belangrijke functie hebben voor soorten die leven in oude bomen en boomholten. Hetzelfde geldt voor de bomenrijen langs wegen in het buitengebied. Wensbeeld Lanen en bomenrijen bestaan uit een netwerk van inheemse loofbomen als zomereik, wintereik en beuk. Plaatselijk kunnen lanen ook uit populieren, berken of linden bestaan. Op schrale zandgronden komen regelmatig specifieke soorten als hengel, havikskruiden en typische paddenstoelen voor onder bomenrijen langs wegen. • Er is een duurzaam laanbomen bestand op de lange termijn. Het bestand bestaat uit een variatie aan inheemse bomen, die de gelegenheid krijgen oud te worden en waar mogelijk af te takelen. • Oude bomen en bomen met holten blijven zo lang als mogelijk gespaard. Gidssoorten De gewone grootoorvleermuis vliegt door donkere lanen en verblijft graag in de holten van oude laanbomen
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
23
3.9. Bosjes, houtwallen en houtsingels Houtwallen, houtsingels en kleine bosjes zijn noodzakelijk voor verschillende dieren en planten als leefgebied en verbinding in het landelijk gebied. Het is daarom belangrijk dat ze kwantitatief en kwalitatief voldoen. Wensbeeld In de gemeente ligt een aaneengesloten netwerk van houtwallen en houtsingels met een dichte struiklaag, bomen en een zoom bestaande uit inheemse soorten. Van de te realiseren 10% groenblauwe dooradering bestaat in dit gebied een groot deel uit houtwallen en houtsingels. Bestaande bosjes worden opgenomen in dit netwerk en bestaan tevens uit inheemse bomen en struiken en hebben bij voorkeur een geleidelijke bosrand. • Houtwallen en houtsingels verbinden erven, poelen en bloemrijke graslanden. • Houtwallen, houtsingels en bosjes bestaan voor tenminste 90% uit inheemse bomen en struiken. • Houtwallen en houtsingels hebben een dichte aaneengesloten struiklaag over de gehele lengte en over tenminste 30% van de lengte is tevens sprake van boomkronen boven de struiklaag. • Bosjes hebben een struiklaag en zoomvegetatie. Gidssoorten Nestvoorzieningen voor de steenuil in bomen in houtwallen of houtsingels nabij extensieve weilandjes, erven en poelen.
De gewone grootoorvleermuis vliegt langs niet-verlichte houtwallen en singels waarbij de boomkronen maximaal 50 meter van elkaar zijn verwijderd.
De grauwe klauwier broedt in dichte stekelstruiken als meidoorn, rozen en sleedoorns in houtwallen en houtsingels nabij insectenrijke graslanden en poelen.
Houtwallen en houtsingels met inheemse bomen, struiken en planten vormen een belangrijk leefgebied voor het boomblauwtje.
Een netwerk van houtwallen en singels met voldoende dekking door de aanwezigheid van een gesloten struik- en/of kruidlaag is van belang als verbinding tussen leefgebieden voor egels en andere dieren.
Houtwallen en singels worden gebruikt als foerageergebied en beperkt als schuilplaats voor huismussen wanneer zich in de omgeving erven of andere broedplekken bevinden.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
24
3.10. Struiken, struwelen en struweelhagen Struiken, struwelen en struweelhagen vind je vooral in en rondom de Vorchterwaard en de kernen in de uiterwaarden. Deze landschapsonderdelen zijn belangrijk als nest- en schuilplaats voor vogels en zoogdieren als voor de voortplanting van veel soorten insecten. Wensbeeld Struiken, struwelen en struweelhagen zijn met name rondom de IJssel aanwezig, maar ook daarbuiten zijn ze aanwezig. Struiken, struwelen en struweelhagen bestaan uit inheemse soorten. Op de (flanken van) de Veluwe groeien met name soorten van zandige bodem als sporkehout, brem, braam en gaspeldoorn. Op de voedselrijkere delen groeien soorten als eenstijlige meidoorn, sleedoorn, hondsroos en braam. Op nattere groeiplaatsen staan grauwe wilg (op zand), katwilg en amandelwilg (op klei). • In en rondom kruidenrijke graslanden, met name in het Gulbroek en de Vorchterwaard, is 520% van het oppervlak begroeid met struwelen van inheemse soorten. • In wegbermen rondom de Vorchterwaard zijn er geen bomen, maar struwelen aanwezig om de 50 tot 100 meter. Gidssoorten De grauwe klauwier broedt in dichte stekelstruiken als meidoorn, rozen en sleedoorns in houtwallen en houtsingels nabij insectenrijke graslanden en poelen.
Een netwerk van struweelhagen met voldoende dekking door de aanwezigheid van een gesloten struik- en/of kruidlaag is van belang als verbinding tussen leefgebieden voor egels en andere dieren.
Struwelen nabij erven en water worden gebruikt om in te schuilen en dienen als foerageerlocatie voor steenuilen, gewone grootoorvleermuizen, huismussen en kleine watersalamanders.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
25
3.11. Heide en schrale graslanden Heide en heischrale graslanden met hun overgangen naar bos, struweel en open zand zijn belangrijke leefgebieden voor typische heidesoorten, zoals de nachtzwaluw, zandhagedis en heidezandbij. Wensbeeld De heide en schrale graslanden hebben veel variatie in structuur en bestaan niet enkel uit de oneindige paarse heide. Er groeien brem-, jeneverbes en braamstruwelen, stukjes open zand, vochtige delen en vennen. Delen van de heide zijn rustig en bieden ruimte aan verstoringsgevoelige broedvogels en zoogdieren. Langs de randen zijn de overgangen geleidelijk naar de bossen en mineraalrijkere delen rondom de Veluwe. •
•
•
Om te zorgen voor voldoende structuur op de heide, streven we naar een oppervlakte aandeel van: o 5-40% open zand/of open pioniervegetatie o 5-80% oude heide o 5-20% bochtige smele, pijpenstrootje en/of pitrus o 5-20% lage vegetaties van grassen, zeggen en kruiden o 5-20% braam-, gagel-, brem en/of jeneverbesstruweel o 1-10% solitaire bomen en kleine bosjes Heidevelden op de Veluwe zijn met elkaar en met andere (half)open natuur verbonden als extensieve akkers en graslanden. Deze verbindingen hebben minstens 6 uur zon per dag. Verbindingen zijn: bermen, zandpaden, geleidelijk bosranden, stapstenen in de vorm van open plekken in het bos van ongeveer twee keer de boomhoogte. Op plaatsen waar wegen en intensief gebruikte fiets- en mountainbikepaden heidevelden en de verbindingen doorkruisen, zijn voorzieningen voor reptielen en amfibieën aanwezig. Zo voorkomen we dat deze soorten doodgereden worden.
Gidssoorten Voor het heideblauwtje zijn structuurrijke heidevelden met gradiënten van nat naar droog en de aanwezigheid van open grond van groot belang.
Voor de grauwe klauwier is als broedplaats behoud en uitbreiding van dichte (stekelige) struwelen van braam, jeneverbes of gaspeldoorn van groot belang. Ook hebben ze veel kleinschalige variatie op de heide nodig. Denk hierbij aan heide, grassen, open zand, struweel en overgangen naar vochtige/natte delen. Zo is er voldoende variatie aan grote insecten tijdens het hele broedseizoen.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
26
3.12. Akkers Extensieve akkers met granen, vlinderbloemigen en/of extensieve randen vormen het leefgebied van verschillende dieren en planten. Akkers verschillen van graslanden door de regelmatige (vaak jaarlijkse) bodemberoering als ploegen of eggen. Na deze bewerkingen is een pioniermilieu aanwezig met een uniek klimaat en omstandigheden voor pioniersoorten. Wensbeeld Op relatief extensieve akker(randen) leven verschillende soorten vogels als veldleeuweriken, gele kwikstaarten en kwartels. Het belangrijkste is dat ruimte is voor extensieve delen, waar voldoende insecten leven en kunnen overleven en een zaadbank van kenmerkende pioniersoorten (planten). •
•
•
Extensieve akkers zijn kleinschalig en omzoomd door akkerranden met akkerkruiden zoals klaprozen, korenbloemen, gele ganzenbloem en kamille. Op de akkers groeien bij voorkeur granen, vlinderbloemigen of andere gewassen met een lage input van bestrijdingsmiddelen. De granen blijven deels achter, zodat onder andere vinken, gorzen en muizen zich hier in de winter mee kunnen voeden. Idealiter zijn voedselveldjes van 0,5 hectare aanwezig waar granen niet worden geoogst. De voedselveldjes zijn het wintervoedsel voor vinken, gorzen en muizen. Om predatie van grondbroeders te beperken zijn akkerranden bij voorkeur breder dan 15 meter.
Gidssoorten Bloemrijke akkerranden met veel grote insecten en kleinschalige variatie in de vorm van struweel en grazend vee zijn onmisbaar in het broedgebied van de grauwe klauwier.
Bloemrijke akkers zijn van belang als foerageergebied voor veel soorten die insecten, wormen, muizen en/of zaden eten. Zoals de steenuil, grootoorvleermuis, huismus en egel.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
27
3.13. Bloemrijke graslanden en bermen in halfopen landschappen Bloemrijke graslanden en bermen vormen een noodzakelijk onderdeel van leefgebieden en verbindingen voor verschillende dieren en planten. Ook dienen ze als belangrijk voedselgebied voor de in struwelen en poelen aanwezige vogels, zoogdieren en amfibieën. Daarom is het belangrijk dat ze voldoende aanwezig zijn. Wensbeeld De graslanden en bermen zijn geschikt als leefgebied voor vogels, insecten en andere dieren. De graslanden en bermen bestaan uit grassen en inheemse kruiden. De kruiden passen bij de bodemeigenschappen. De graslanden hebben een extensief beheer, dat bestaat uit maximaal 2 keer per jaar maaien. Ook hebben ze een lage productie van minder dan 6 ton per jaar. •
•
•
De bloemrijke graslanden hebben een lage productie en een hoge kruidenrijkdom. Ze hebben een extensief en gefaseerd beheer en zijn minimaal voor 20% begroeid met kruiden. Dit geldt ook voor de randen. Bloemrijke graslanden liggen in een netwerk van opgaande houtige elementen als houtwallen, houtsingels en/of struweelhagen met inheemse soorten. Plaatselijk bestaan deze elementen uit solitaire struwelen. Alle bermen hebben een ecologisch beheer, waarin fasering en afvoer van het maaisel belangrijke onderdelen zijn.
Gidssoorten Bloemrijke graslanden en bermen zijn van groot belang als leefgebied voor het icarusblauwtje. Bloemrijke structuurrijke bermen vormen daarnaast belangrijke verbindingszones voor het icarusblauwtje.
Bloemrijke graslanden met veel insecten zijn onmisbaar in het broedgebied van de grauwe klauwier.
Bloemrijke graslanden en bermen zijn van belang als foerageergebied voor veel soorten die insecten, wormen, muizen en/of zaden eten. Zoals de steenuil, grootoorvleermuis, huismus en egel.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
28
3.14. Bloemrijke graslanden en bermen in open landschappen Bloemrijke graslanden en bermen vormen een noodzakelijk onderdeel van leefgebieden en verbindingen voor verschillende dieren en planten. Ook dienen ze als belangrijk voedselbied voor de in struwelen en poelen aanwezige vogels, zoogdieren en amfibieën. Daarom is het belangrijk dat ze voldoende aanwezig zijn. Wensbeeld De graslanden en bermen zijn geschikt als leefgebied voor vogels, insecten en andere dieren. De graslanden en bermen bestaan uit grassen en inheemse kruiden. De kruiden passen bij de bodemeigenschappen. De graslanden hebben een extensief beheer, dat bestaat uit maximaal 2 keer per jaar maaien. Ook hebben ze een lage productie van minder dan 6 ton per jaar. •
• •
De bloemrijke graslanden hebben een lage productie en een hoge kruidenrijkdom. Ze hebben een extensief en gefaseerd beheer en zijn minimaal voor 20% begroeid met kruiden. Dit geldt ook voor de randen. De graslanden worden afgewisseld met weteringen en sloten met natuurvriendelijke oevers. Alle bermen hebben een ecologisch beheer, waarin fasering en afvoer van het maaisel belangrijke onderdelen zijn.
Gidssoorten Voor het icarusblauwtje zijn bloemrijke graslanden en bermen van groot belang als leefgebied. Bloemrijke structuurrijke bermen zijn ook belangrijke verbindingszones voor het icarusblauwtje.
Vochtige tot natte bloemrijke graslanden bieden in het noordelijk deel extra broedgebied, foerageer- en uitwijkmogelijkheden voor de grutto en andere weidevogels vanuit de Hoenwaard en de hoogwatergeul. Een specifieke inrichting en uitgekiend mozaiekbeheer is voor deze weidevogels essentieel.
Bloemrijke graslanden, akkers en bermen zijn van belang als foerageergebied voor veel soorten die insecten, wormen, muizen en/of zaden eten.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
29
3.15. Apeldoorns kanaal Het Apeldoorns kanaal is een belangrijke (potentiële) verbinding voor zowel aan water als land gebonden soorten tussen de IJssel en de Veluwse sprengen en in het kanaal uitmondende weteringen. Wensbeeld Het Apeldoorns kanaal is een blauwgroene ader, die de verbinding vormt tussen de IJssel en diverse weteringen en sprengen. Je vindt er moerasvegetaties zowel boven als onder water en bloeiende bermen. In de bermen vind je ook solitaire struiken, zoals grauwe wilg en meidoorn. • • • • •
Het kanaal is verbonden met de IJssel, sprengen en weteringen. Vissen en andere dieren kunnen vrijuit wisselen tussen deze wateren. Een afwisselende watervegetatie door de aanwezigheid van drijvende planten, zoals gele plomp en kikkerbeet, ondergedoken waterplanten, helofyten als rietkragen, lisdodde en pijlkruid. De oevers bestaan uit afwisselend natte strooiselruigtes, natte/vochtige bloemrijke graslanden, rietkragen en wilgenstruwelen. Op plekken met voldoende ruimte zijn natuurvriendelijke oevers, wilgenstruwelen en of solitaire poelen aanwezig. Verschillende soorten gebruiken deze landschapselementen als stapstenen. Om de 50 meter ligt er een plek waar zoogdieren het kanaal kunnen verlaten, als er geen natuurvriendelijke oevers aanwezig is.
Gidssoort De bruggen en stuwen in het Apeldoornskanaal zijn passeerbaar voor otters. Het water is helder en rijk aan vissen. Op de oevers zijn voldoende schuilplaatsen aanwezig voor de otter.
De poelen in de stapstenen zijn van essentieel belang als voortplantingsplaats voor de kleine watersalamander en andere amfibieën.
De stapstenen langs het kanaal vormen voor veel soorten een essentiële plek om tot rust te komen en te nestelen. Het geeft een belangrijke vorm van variatie in het leefgebied door de aantrekkende werking op insecten en andere kleine dieren, die als voedsel dienen voor vogels, zoogdieren en andere dieren.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
30
3.16. Weteringen en sloten Weteringen en sloten zijn van belang als (onderdeel van het) leefgebied van veel soorten en als verbindingszone. Wensbeeld De weteringen en sloten hebben een goede waterkwaliteit, zijn helder en zijn rijk aan ondergedoken waterplanten, helofyten en drijfbladplanten. In de weteringen leven vissen, zoogdieren en diverse ongewervelden, op de oevers vinden veel vogels een broedplek. • Weteringen en sloten zijn rijk aan waterplanten, zoals ondergedoken waterplanten, drijfbladplanten en helofyten. • Weteringen en sloten hebben brede gevarieerde oevers met riet, natte strooiselruigtes of soorten van vochtige tot natte hooilanden. • Weteringen en sloten staan in verbinding met elkaar en waar mogelijk met de IJssel. Gidssoorten De sloten en weteringen zijn goed verbonden en worden niet doorsneden door drukke wegen. Het water is helder en rijk aan vissen. Op de oevers zijn voldoende schuilplaatsen aanwezig voor de otter.
Natuurvriendelijke oevers en plas-draszones langs sloten bieden in het noordelijk deel extra foerageer mogelijkheden voor de grutto en andere weidevogels vanuit de Hoenwaard en de hoogwatergeul.
Weteringen en sloten zijn van belang als voortplantingsplaats voor de kleine watersalamander en andere amfibieën wanneer er visvrije delen aanwezig zijn.
Weteringen en sloten vormen voor veel soorten een essentiële drinkplaats tijdens droogte. Ze geven een belangrijke vorm van variatie in het leefgebied door de aantrekkende werking op insecten en andere kleine dieren, die als voedsel dienen voor vogels, zoogdieren en andere dieren.
Heerde natuurlijk, Bijlage Inspiratie voor versterken biodiversiteit, maart 2025
31
3.17. Sprengen De sprengen in Heerde hebben een goede waterkwaliteit en hebben daardoor een bijzondere biodiversiteit. Zo vormen ze het leefgebied van bijzondere vissen en macrofauna en een mogelijke groeiplaats voor bijzondere varens, mossen en korstmossen. Wensbeeld De sprengen in Heerde behouden hun goede waterkwaliteit en bijzondere biodiversiteit, waaronder de populaties van beek- en rivierprik. • De chemische en biologische waterkwaliteit en de waterkwantiteit van de sprengen blijft gewaarborgd. • De sprengen zijn het hele jaar door watervoerend en stromen. Ze hebben koel en zuurstofrijk water. Gidssoorten Sprengen met een permanente stroming met koel, zuurstofrijk water, dood hout, blad, grindbanken en variatie in stroomsnelheid door meanders zijn van essentieel belang voor de beekprik.