CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2. Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde Vastgesteld

Raadscommissie 13 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Wilhelminalaan 59 fase 2, Heerde16.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt, afhankelijk van de ontwikkeling, een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de daarbij horende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG tankstations De circulaire vraagt gemeenten uitdrukkelijk ook een effectbenadering toe te passen bij bij besluiten rondom LPG-tankstations. Daarnaast blijft een risicobenadering in het kader van het Bevi (plaatsgebonden risico en groepsrisico) nodig.

De Circulaire hangt samen met een Safety Deal. In deze Safety Deal liggen afspraken tussen het ministerie en de LPG-sector vast.

34

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid transportroutes (Revt) met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 5.9.2

Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord

Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord De Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Veluwe-Noord biedt aan de Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) een kader om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Daarnaast biedt de beleidsvisie ook een platform voor een samenwerking tussen de afdelingen van de gemeenten en bijvoorbeeld de hulpdiensten. Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. De systematiek in de beleidsvisie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aandacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsregels voor gebieden op grotere afstand. Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Veel externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving, maar gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering daarvan. Gemeenten dienen een antwoord te hebben op nieuwe technische en juridische inzichten, alsook ontwikkeling van nieuwe risicobronnen.

Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden:  inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie;  keuzes maken;  samenwerken. 5.9.3 Onderzoek

Uitsnede risicokaart

(vastgesteld)

35

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde Risicobronnen. Nabij het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen en is het plangebied niet gelegen in de nabijheid van buisleidingen, wegen en spoor waarover risicovolle transporten plaatsvinden. 5.9.4

Conclusie

Het aspect externe veiligheid hoeft niet nader onderzocht te worden en vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.10

Kabels en leidingen

5.10.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 5.10.2 Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen . Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden.

Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 5.10.3 Conclusie In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

5.11

MER-toets

5.11.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen:  Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.

36

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde 

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).  Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.

is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 5.11.2 Onderzoek 5.11.2.1

Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming

Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van 26 woningen, welke circa 208 extra verkeersbewegingen met zich meebrengt. Wanneer er verwacht wordt dat er sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Tevens zal er dan een berekening naar de stikstofdepositie benodigd zijn. In dit geval ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Veluwe' op een afstand van circa 1 kilometer. In 2024 is door Ecofect daarom nagegaan of er sprake is van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden (zie Bijlage 6). Uit de AERIUS-berekeningen voor het beschouwde plan komt naar voren dat, zowel in de aanleg- als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). 5.11.2.2

Drempelwaarden Besluit m.e.r.

In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-procedure. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden:  een oppervlakte van 100 hectare of meer,  een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-procedure. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage.

Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit

(vastgesteld)

37

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 5.11.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

38

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Hoofdstuk 6

Juridische planopzet

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel.

6.1

Opzet van de regels

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Voor alle plannen die vanaf 1 juli 2013 in procedure gaan, is de RO Standaarden 2012 verplicht. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs- en slotregels. Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen.

In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten. Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan. Bouwregels: eisen waaraan bebouwingspercentage, et cetera).

de

bebouwing

moet

voldoen

(bebouwingshoogte,

Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn. Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming. In paragraaf 6.2 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:

(vastgesteld)

39

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde Anti-dubbeltelregel. Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan een keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels Hierin is een regeling opgenomen voor parkeren en laden en lossen. Algemene gebruiksregels. In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels voorzien in de mogelijkheid om de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen te wijzigen en om eventueel de woning te splitsen. Overgangs- en slotbepalingen In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels.

In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.2

Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de verschillende bestemmingen. Tuin Deze bestemming betreft uitsluitend de voortuin van de woningen. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van bijvoorbeeld erkers of ingangspartijen ten dienste van de aangrenzende bestemming ‘Wonen - Woongebouw’. Ook is een regeling opgenomen voor bouwwerken ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen - Woongebouw', met dien verstande dat deze bebouwing de (verlegde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden. Erfafscheidingen zijn toegestaan tot maximaal 1 m hoog. Verkeer De openbare wegen en het openbaar groen zijn bestemd als 'Verkeer'. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, geluidwerende voorzieningen. De inrichting van de openbare ruimte is niet in het bestemmingsplan vastgelegd vanwege gewenste flexibiliteit. Als na enige tijd blijkt dat een iets andere inrichting van de openbare ruimte gewenst is, kan dit worden gerealiseerd zonder dat een bestemmingsplanherziening nodig is. Wonen - Woongebouw De toekomstige woningen zijn bestemd tot 'Wonen - Woongebouw'. De regels voor 'Wonen Woongebouw' bevatten in Heerde gebruikelijke bepalingen. De maximum bouwhoogte van de woningen is op de verbeelding vastgelegd.

Dubbelbestemming: Waarde - Archeologie Deze dubbelbestemming stelt voorwaarden ter behoud van het archeologisch bodemarchief.

40

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient een onderzoek te worden verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeente Heerde zal voordat het plan in procedure gaat met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten, zodat de economische uitvoerbaarheid 'anderszins verzekerd' is. De kosten voor de uitvoering van dit bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren. Hiermee wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Motto voor participatie: door respect te tonen voor elkaars belangen en goed te luisteren zijn we in staat om samen (inwoners, belanghebbenden, stakeholders, gemeente en Junco) het plan te maken dat kwaliteit en levendigheid toevoegt aan deze plek. De 1e ronde van het participatietraject heeft 27 oktober 2021 plaatsgevonden. Op 7 september 2022 heeft de 2e ronde plaatsgevonden. Op deze avonden zijn er vragen gesteld maar ook in de de periode na de bijeenkomsten zijn er schriftelijke vragen gesteld. Junco heeft de vragen en opmerken werkafspraken en persoonlijke gesprekken geweest. Omwonenden zijn op het gebied van uitzicht en privacy tegemoetgekomen door aanpassingen aan plan toe te passen. Zowel door het creëren van vrije ruimte rondom de naastgelegen “directeurs-woning” als met het verleggen van enkele balkons. Daarnaast is dankzij de inbreng van omwonenden het plan op een aantal punten verbeterd en geconcretiseerd. Hiervan is een verslag gemaakt welke als Bijlage 12 is toegevoegd aan dit plan. Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen en is tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website (www.heerde.nl) en de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl).

Voorafgaand is hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode zijn drie zienswijzen ingediend. De samenvatting en de beantwoording van de zienswijze is opgenomen in een de Nota van Zienswijzen. Deze is als Bijlage 13 bij de toelichting opgenomen in het bestemmingsplan en maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van dit ruimtelijke plan.

(vastgesteld)

41

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

42

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlagen

(vastgesteld)

43

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

44

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 1

(vastgesteld)

Beeldkwaliteitsplan

45

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

46

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 2

(vastgesteld)

Verkennend bodemonderzoek

47

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

48

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 3

(vastgesteld)

Watertoets

49

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

50

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 4

(vastgesteld)

Archeologisch onderzoek

51

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

52

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 5

(vastgesteld)

Quickscan natuurtoets

53

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

54

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 6

(vastgesteld)

Stikstofonderzoek

55

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 7

(vastgesteld)

Huismus onderzoek

57

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 8

(vastgesteld)

Gierzwaluw onderzoek

59

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 9

(vastgesteld)

Vleermuis onderzoek

61

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 10

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek

63

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 11

(vastgesteld)

Bezonningsstudie

65

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 12

(vastgesteld)

Participatieverslag

67

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlage 13

(vastgesteld)

Zienswijzennota

69

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Regels

(vastgesteld)

71

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

72

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan "Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde" van de gemeente Heerde; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0246.425HDEBPWilhel59-VA01 het de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3

aanbouw:

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar - ingevolge de regels - regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7

beroep aan huis:

een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, cosmetisch, kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, waaronder begrepen een kapsalon, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.9

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10

bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.11

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.12

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

(vastgesteld)

73

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

1.13

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.14

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.16

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18

carport:

een overdekt bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat blijkens zijn aard kennelijk is bestemd voor het stallen van een motorvoertuig; 1.19

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.20

erf:

de grond deeluitmakende van een bouwperceel behorende bij één hoofdgebouw; 1.21

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22

hoofdgebouw:

een gebouw dat door zijn constructie of afmetingen, danwel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.23

peil:

a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.24 prostitutiebedrijf: een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd voor het daar uitoefenen van prostitutie; prostitutie is het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen op een naar buiten toe kenbare wijze;

74

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

1.25

seks- en/of pornobedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno artikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel; 1.26

uitbouw:

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.27

voorgevel:

de naar de weg toegekeerde gevel; 1.28

woning:

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.

(vastgesteld)

75

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

76

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw:

van enig punt van een bouwwerk tot de naar de weg toegekeerde gevel van dat gebouw. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits: a. de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,30 meter bedraagt; b. een erker aan een naar de weg toegekeerde gevel van een woning niet breder is dan 3/5 deel van de betreffende gevel. 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

(vastgesteld)

77

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

78

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende andere bouwwerken en erven. 3.2

Bouwregels

Op de tot 'tuin' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming dan wel de aangrenzende bestemming 'wonen', met dien verstande dat: 3.2.1

Gebouwen

Voor erkers, ingangspartijen, noodtrappenhuizen, luifels, balkons en galerijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' de volgende bepalingen gelden: a. deze (van een woonhuis deeluitmakende) bebouwing mag de (verlengde) grenzen van het bouwvlak over niet meer dan 3/5 gevelbreedte met niet meer dan 1,3 m overschrijden; b. de afstand tussen de bebouwing en de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1,5 m bedragen, tenzij sprake is van aaneengesloten bebouwing bij twee aan elkaar grenzende woonhuizen, in welk geval geldt dat de totale lengte van de aaneengesloten bebouwing niet meer dan 6 m mag bedragen en dat de afstand tot het daarnaast gelegen woonhuis niet minder dan 1 m mag bedragen; c. de afstand tussen de bebouwing en gronden met een bestemming verkeer mag niet minder dan 3,0 m bedragen. 3.2.2 Voor andere-bouwwerken de volgende bepalingen gelden: a. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; c. voor bebouwing ten dienste van de aangrenzende bestemming 'wonen' geldt dat de navolgende bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden: 1.

plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken.

(vastgesteld)

79

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

80

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer ' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. geluidwerende voorzieningen; h. met de daarbijbehorende: i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. ondergrondse en bovengrondse containers voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ondergrondse container'; k. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden. 4.2 Bouwregels Op de voor ' Verkeer ' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lantaarnpalen mag niet meer dan 10 m bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen.

(vastgesteld)

81

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

82

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep; b. tuinen en erven; met de daarbijbehorende: c. gebouwen; d. nutsvoorzieningen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal' aangegeven aantal; c. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen uitsluitend rijwoningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mag uitsluitend gestapeld worden gebouwd; e. de breedte van een woonhuis mag niet minder dan 5 m bedragen; f. de goothoogte en/of de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' en/of 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogtes; g. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 4. (hoek)erkers, ingangspartijen, luifels, balkons (balkons dienen minimaal 3 meter vrije hoogte vanaf de grond te hebben) en galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 2 m worden overschreden. h. de dakhelling ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mag niet minder dan 25 o en niet meer dan 60o bedragen.

5.2.2 Voor aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en carports de volgende bepalingen gelden: A. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen 1': a. de afstand van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen en van een carport niet minder dan 1 m; b. de afstand van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en carports bij een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 70 m² met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en carports mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het woonhuis en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 mag de gezamenlijke oppervlakte meer bedragen dan 50%, mits de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en carports niet meer bedraagt dan 20 m² ; 3. bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte wordt de oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en carports voor zover gelegen binnen het bouwvlak niet meegerekend; d.

de goothoogte van een aanbouw, uitbouw, aangebouwd bijgebouw of carport die niet minder dan 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan is gelegen, mag niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

(vastgesteld)

83

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde e. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, aangebouwd bijgebouw of een carport die niet minder dan 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan is gelegen, mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2 m; f. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; g. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5 m bedragen; h. de bouwhoogte van een carport die minder dan 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan is gelegen, mag niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; i. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met i geldt dat afwijkingen in maten en afmetingen, zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het vastgesteld van dit plan, gehandhaafd mogen worden. B. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen 2': a. uitsluitend bergingen zijn toegestaan, met een maximum oppervlakte van 110 m 2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter. 5.2.3 Voor andere bouwwerken de volgende bepalingen gelden a.

indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van een overkapping mag ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen 1' niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m bedragen. 5.3 Nadere eisen Op basis van de in het bestemmingsplan gegeven regels kan een omgevingsvergunning voor het bouwen pas worden verleend indien is aangetoond dat: a. het bouwplan voldoet aan de welstandseisen, die op basis van het beeldkwaliteitsplan aan de specifieke locatie voor de bouw worden gesteld. De welstandseisen en de wijze van toetsing zijn opgenomen in het beeldkwaliteitsplan, Bijlage 1 bij dit plan; b. het bouwplan voldoet aan de dan geldende parkeernormennota van gemeente Heerde. 5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1

Bevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 5.2.1 en toestaan dat de goot en/of bouwhoogte wordt verhoogd met niet meer dan 2 meter; b. het bepaalde in 5.2.1 en een verhoging dan wel verlaging van de dakhelling toestaan; c. het bepaalde in 5.2.2 onder A, sub c en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uit- en bijgebouwen ten behoeve van een aan huis gebonden beroep wordt vergroot tot ten hoogste 80 m2; d. het bepaalde in 5.2.2 onder A, sub c ten behoeve van de vervanging van meerdere aan- of uitbouwen of bijgebouwen waarvan de gezamenlijke oppervlakte op het tijdstip van de terinzagelegging van het vastgesteld van dit plan groter is dan 50 m2, door één aan- of uitbouw of bijgebouw met een overeenkomstige oppervlakte. Indien deze oppervlakte groter is dan 70 m 2, geldt daarbij dat de oppervlakte van het vervangende bijgebouw ten hoogste 70 m 2 bedraagt en dat vervanging bijdraagt aan een verbetering van de landschappelijke situatie ter plaatse. 5.4.2 Afwegingskader De in 5.4.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

84

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde 5.5

Specifieke gebruiksregels

5.5.1

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in Artikel 7, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor doeleinden van zelfstandige bewoning. 5.5.2

Voorwaardelijke verplichting

Tot een met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in Wonen wordt in ieder geval gerekend: a. te starten met bouwwerkzaamheden, zonder de uitvoering van een archeologisch vervolg onderzoek, zoals benoemd in Bijlage 4 van de toelichting behorende bij dit bestemmingsplan, waaruit blijkt dat de grond is vrijgegeven ten behoeve van bouwwerkzaamheden.

(vastgesteld)

85

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

86

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

(vastgesteld)

87

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

88

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 2. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor doeleinden van zelfstandige bewoning; 3. het gebruik van gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering. b. Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, vrijstelling of ontheffing vereist en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan. 7.2 Bed & breakfast 7.2.1

Toegestaan gebruik

Een woning mag worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van bed & breakfast met maximaal 2 slaapkamers en 5 slaapplaatsen. 7.2.2

Afwijken van toegestaan gebruik

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.1 ten behoeve van bed & breakfast in een aan de woning gebouwd bijbehorend bouwwerk.

(vastgesteld)

89

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

90

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 8 8.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudsmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsbepalingen met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; d. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de bouwhoogte van de andere-bouwwerken wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m²; f.

het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m², met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m² g. bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 8.2.1; h. bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid is de procedure van toepassing als genoemd in Artikel 9. 8.2 Afwegingskader 8.2.1

Afwegingskader

Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden: a. de mate waarin de waarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of van eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de aanvaardbaarheid op het gebied van financiële uitvoerbaarheid, milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, geluid, ecologie en archeologie; d. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; e. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur. 8.2.2 Weigering Indien de waarden en/of belangen als genoemd in artikel 8.2.1 onder a en b onevenredig worden geschaad en/of de artikel 8.2.1 onder c en d genoemde uitvoerbaarheid/ inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de artikel 8.2.1 onder e genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing.

(vastgesteld)

91

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

92

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 9

Algemene procedureregels

Een besluit omtrent het afwijken bij omgevingsvergunning wordt eerst genomen nadat belanghebbenden gedurende zes weken in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze schriftelijk kenbaar te maken bij burgemeester en wethouders.

(vastgesteld)

93

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

94

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

(vastgesteld)

95

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

96

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde.

(vastgesteld)

97

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

98

(vastgesteld)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

Bijlagen

(vastgesteld)

99

bestemmingsplan Wilhelminalaan 59, fase 2 Heerde

100

(vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=ddf2befd-7522-4462-b8e0-2283799c4960