5.2. Wijzigingstabel artikel 15.docx
Tekst van het document
Bijlage 1. Wijzigingstabel artikel 15 Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020
Wordt (nieuwe verordening) Artikel 15a Aanvullende criteria voor Maatschappelijke opvang a. Ten aanzien van Maatschappelijk Opvang (MO) treft het college algemene voorzieningen in de vorm van dag- en nachtopvang voor diegenen die hun thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Dit dient te gebeuren met inachtneming van het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang vastgesteld bij collegebesluit van 19 november 2019 of diens rechtsopvolger. b. Na toelating tot een voorziening voor MO is iedere deelnemer verplicht om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, deel te nemen aan een traject aan begeleiding gericht op zelfredzaamheid, participatie en uitstroom uit de opvang. c. Indien de deelnemer in staat is om deel te nemen aan het traject zoals aangegeven in het vorige lid, maar dit weigert zonder een deugdelijke motivering, kan het college de toegang tot MO vanaf dat moment weigeren. Artikel 15b Varianten beschermd thuis Beschermd Thuis: Beschermd wonen zoals bedoeld in de wet (intramuraal verblijf in een 7x24 uurs woonvoorziening), uitgebreid met beschermd wonen in een tussenvorm of zelfstandig in de wijk., bestaande uit de varianten: -
-
-
klassiek beschermd wonen waarbij cliënten geen huur betalen (beschermd wonen zoals bedoeld in de wet); klassiek beschermd wonen waarbij cliënten wel zelf huur betalen (ook wel scheiden van wonen en zorg); tussenvormen van beschermd wonen waarbij cliënten huur of een vergelijkbare vergoeding voor het wonen betalen, bijvoorbeeld waarbij:
Was (huidige verordening) Artikel 15. Aanvullende criteria voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang 1. In aanvulling op artikel 5, lid 1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als hij: a. feitelijk dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek of na detentie, en; b. beperkt redzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en; c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke dakloosheid kunnen opheffen. 2. In aanvulling op artikel 5, lid 1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. hij psychische of psychosociale problematiek heeft, en; b. er sprake is van een noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychische of psychosociale problematiek, en; hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen kunnen opheffen. 3. Het college stelt nadere regels inzake toelating in de maatschappelijke opvang naar aanleiding van afspraken met andere gemeenten over wederzijdse overdracht van cliënten en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
i. de huur (tijdelijk) wordt overgenomen door de aanbieder; ii. de aanbieder een woning huurt van een woningcorporatie voor de cliënt of voor deze cliënt garant staat; iii. de cliënt een woning huurt van de aanbieder; iv. de cliënt op een andere manier zelfstandig woont met een beschermd wonen indicatie.
Artikel 15c Aanvullende criteria voor Beschermd Thuis 1.Het college kan de cliënt in aanmerking laten komen voor beschermd thuis indien de cliënt: a. is aangewezen op een beschermde woonomgeving ter voorkoming van verwaarlozing/teloorgang, maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen; b. er sprake is van complexe psychosociale en psychiatrische problematiek; c. niet in staat is om zichzelf op eigen kracht te handhaven in de samenleving; d. niet geholpen is met ondersteuning vanuit voorliggende en algemene voorzieningen aangevuld met ambulante maatwerkvoorzieningen al dan niet gecombineerd met respijtverblijf of een tijdelijk terugvalverblijf. e. binnen redelijke termijn zichzelf weer op eigen kracht zou kunnen handhaven in de samenleving zonder beschermde woonomgeving. 2. Het college kan de client in aanmerking laten komen voor tijdelijk intramuraal verblijf bij een instelling waarbij er 24/7 begeleiding beschikbaar is op de locatie indien de client: a. niet geholpen is met reeds ingezette ambulante maatwerkvoorzieningen vanuit een beschermde woonomgeving waardoor de leefsituatie instabiel is geworden; b. ADL-taken niet meer zelfstandig kan uitvoeren en de regie overgenomen moet worden; c.
is aangewezen op 24/7 toezicht in de nabijheid omdat verwaarlozing/teloorgang, maatschappelijk overlast of gevaar voor cliënt en anderen niet meer afgewend kan worden in de huidige leefsituatie.