5.2. Rapport doorwerkingsonderzoek rekenkamercommissie 20220914.pdf
Tekst van het document
wel aandacht. Zo wordt met ingang van 2019 op de zorg in natura budgetten voor zowel jeugd als Wmo een maandelijkse monitoring op de uitnutting van budgetten ingevoerd. In 2019 worden verder de nazorg- en evaluatieactiviteiten, gericht op prestatielevering en doelrealisatie, geïntensiveerd. De raad zal periodiek over de voortgang hiervan worden geïnformeerd via de P&C cyclus, de monitor sociaal domein én de themabijeenkomsten. Informatie aan de raad moet beter In het plan van aanpak geeft de gemeente aan dat hieraan volop gewerkt wordt en dat al in 2018 de monitor sociaal domein verder ontwikkeld is en tijdens de themaraad in oktober 2018 aan de raad is gepresenteerd. Ook is in 2018 gestart met themabijeenkomsten sociaal domein waarbij een toelichting op en het verhaal achter de cijfers wordt gegeven. Daarbij is er aandacht voor doelrealisatie, een vergelijk met andere gemeenten, cliëntervaringsonderzoek en (landelijke) ontwikkelingen. Misschien nog niet volledig en goed, maar de eerste aanzetten zijn er. Terugkoppeling na een jaar, oktober 2019 In oktober 2019 vond weer een themaraad plaats. Daar werd kort ingegaan op de stand van zaken betreffende de rekenkameraanbevelingen.
Daarbij werd in het bijzonder stilgestaan bij de verdere ontwikkeling van het ‘loket 0-100’ en werd er gemeld dat er een plan van aanpak voor het kernteam preventie in concept gereed is en dat de gemeente inmiddels over de juiste beleidsinformatie beschikt, in het bijzonder betreft dit de uitnutting van de zorg-in-natura budgetten. Aangekondigd wordt dat bij de ontwikkeling van de nieuwe kadernota en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s meer aandacht zal zijn voor indicatoren bij beleidsdoelen. En verder De raad is na 2019 niet meer specifiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen, maar wel over de voortgang van het realiseren van het ‘loket 0-100’. Daarnaast kan de raad kennisnemen van de ontwikkeling van de informatie in de halfjaarlijkse monitor sociaalmaatschappelijke verbinding en de themaraden sociaal domein bezoeken. Tijdens de themaraden worden naast de monitors ook andere zaken gepresenteerd en besproken, zoals de belangrijkste uitvoeringsorganisaties, de uiteindelijke inrichting en toerusting van Stip (het ‘loket 0-100’) dat op 1 januari 2021 van start is gegaan en het aanbod van preventieactiviteiten.
Heeft de raad nadere vragen gesteld naar aanleiding van de vervolginformatie? (vraag 14) Voor zover bekend heeft de raad geen nadere vragen gesteld of besluiten genomen naar aanleiding van de aanbevelingen en de informatie over de implementatie van de aanbevelingen. Wel bleef de informatievoorziening een punt van aandacht bij raadsleden, zeker kort na het verschijnen van het onderzoek. Ondanks de uitgebreidere informatie in de monitor van 2018 en voorjaar 2019, werd deze door raadsleden nog als onvoldoende ervaren. Dat vertaalde zich in een naar de rekenkamercommissie aangegeven behoefte aan meer inzicht in de geldstromen in het sociaal domein, de financiële risico’s, de ontvangende, uitvoerende organisaties en wat er met de ingezette financiële middelen werd gepresteerd. Dit was voor de rekenkamer aanleiding een nader onderzoek te starten naar de geldstromen in het sociaal domein. Is de informatiepositie van de raad verbeterd? (vraag 15) Mede door het onderzoek heeft de gemeente Heerde een redelijk goed functionerend informatiesysteem in het sociaal domein in de vorm van een halfjaarlijkse monitor sociaal maatschappelijke verbinding en themaraden, waar naast de resultaten van de monitor ook actuele zaken in het sociaal domein worden besproken.
Dit in aanvulling op de informatie die in het kader van de P&C-cyclus, beleidsnota’s en/of raadsinformatiebrieven over het sociaal domein wordt verstrekt. De raad heeft daarbij dus ook diverse momenten waar zij haar vragen over het sociaal domein kan neerleggen bij de bestuurlijk verantwoordelijke en betrokken ambtenaren.
19/27
Bijlage 3 Zicht in samenwerkingsverbanden I.
Aanleiding voor het onderzoek
Al een langere tijd zijn samenwerkingsverbanden een belangrijk onderwerp voor verschillende gemeenteraden in het land. Hierbij speelt het grip hebben op de samenwerkingsverbanden (zowel de verplichte wettelijk samenwerkingsverbanden als de “vrijwillige”) een belangrijke rol. Gemeenteraden hebben lang niet altijd zicht op wat er bij verschillende samenwerkingsverbanden gebeurt of zien zich voor een voldongen feit gesteld als er financiële tekorten zijn en de gemeente moet bijstorten. In een gemeente van de grootte van Heerde ziet op die manier een aanzienlijk deel van de begroting opgaan aan samenwerking in de regio. Er zijn in de regio meerdere initiatieven om de grip te verstevigen, bijvoorbeeld het versterken van de samenwerking in de gemeente Voorst. Bij verschillende fracties in de gemeenteraad van Heerde speelt hierdoor de behoefte om meer zicht te krijgen op de verschillende samenwerkingsverbanden waar aan deel wordt genomen en hoe hier meer grip op gekregen kan worden. De gemeente Heerde bevindt zich geografisch aan de rand van twee grotere regio’s, namelijk de Cleantech Regio en de regio Zwolle. Hierdoor worden keuzes in samenwerking versterkt. De RKC onderkende dit en heeft daarom besloten dat dit een onderzoek is dat de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad zal verstevigen.
Het onderzoek is in 2019 in eigen beheer door de rekenkamercommissie uitgevoerd. Het onderzoeksplan is aan de gemeenteraad aangeboden, een gesprek heeft plaatsgevonden met de commissie Samenleving en het uiteindelijke rapport is gepresenteerd aan de gemeenteraad. De informatie hieronder bevat de antwoorden op de 15 vragen in Bijlage 1. II. Betrokkenheid ambtelijke organisatie, college van B&W en Raad voorafgaand en tijdens het onderzoek Betrokkenheid ambtelijke organisatie, college en raad bij (voor)onderzoek (vraag 1, 2 en 3) De gemeenteraad is actief betrokken bij dit onderzoek door het gesprek in de commissie Samenleving. Dit gesprek leverde, ook door de groepssamenstelling, veel praktische handvatten op. De betrokkenheid en belangstelling van de commissieleden bij dit onderwerp was groot. Voor de gemeenteraad is de handzame factsheet opgesteld, dit geeft in de kern een aantal voor de gemeenteraad belangrijke zaken weer. De ambtelijke organisatie is vooraan in het proces betrokken, met de gemeentesecretaris, de concerncontroller en een betrokken ambtenaar is op het gemeentehuis van Heerde het startgesprek gevoerd. Dit contact is tijdens het onderzoek gebleven. Ambtelijk en bestuurlijk wederhoor (vraag 4) In het najaar van 2019 is het onderzoek aangeboden voor ambtelijk en bestuurlijk wederhoor. Het ambtelijke wederhoor heeft niet tot substantiële aanpassingen geleid.
Het diende wel als een goede check op de feiten rondom de samenwerkingsverbanden die in het onderzoek genoemd worden. De samenwerkingsverbanden zijn legio en de opbouw is niet altijd even gemakkelijk in onderzoek te achterhalen. Het college heeft in haar reactie voornamelijk een aantal conclusies richting de gemeenteraad genuanceerd. De aanbevelingen zijn goeddeels overgenomen. III Politieke behandeling Commissie- en raadsbehandeling (vragen 5,6) Het onderzoek is door de RKC gepresenteerd in de commissievergadering van 13 januari 2020. De portefeuillehouder was bij de behandeling aanwezig. De commissieleden hebben aan zowel de RKC als de portefeuillehouder aanvullende vragen gesteld. Alle aanbevelingen zijn hier door de gemeenteraad overgenomen en vastgelegd in een raadsbesluit, deze raadsvergadering vond plaats op 27 januari 2020. Waarborging opvolging (vraag 7) 20/27
Door het unaniem aannemen van de conclusies en de aanbevelingen uit het onderzoek zijn college en de gemeenteraad zelf aan het werk gezet om deze ook uit te gaan voeren. Het college is hier in verschillende raadsbrieven op teruggekomen. Als eerste op 18 november 2020 in een Plan van Aanpak. In dit plan zijn de aanbevelingen samengevoegd en gegroepeerd naar drie onderdelen, hier gaat het college mee aan de slag. IV. De onderzoeksvragen, aanbevelingen, bestuurlijke reactie en ontvangst door de raad Onderzoeksvragen (vraag 8) Het onderzoek Zicht in samenwerkingsverbanden had een hoofdvraag ondersteund door een aantal deelvragen. De hoofdvraag luidde als volgt: “Heeft de gemeenteraad in Heerde zicht en grip op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeente Heerde participeert?”. Deze vraag viel uiteen in onderstaande deelvragen: º Op grond van welke criteria wordt besloten om tot samenwerking over te gaan? º Aan welke samenwerkingsverbanden neemt de gemeente Heerde deel? º Wat is het financiële beslag op de begroting van de gemeente Heerde en wat is het financiële risico van de verschillende samenwerkingsverbanden? º Welke sturing en controle hebben de raad en/of het college op het samenwerkingsverband? º Hoe verloopt de verantwoording naar de gemeenteraad? De aanbevelingen van het onderzoek (vraag 9) De RKC heeft 7 aanbevelingen gedaan.
Hieronder zijn de aanbevelingen samengevat en uitgesplitst voor college en gemeenteraad. Aanbevelingen aan het college: º Verzoek de gemeenschappelijke regelingen om de Kaderbrief voor 1 februari aan de gemeenteraden te zenden met de mogelijkheid om daarover een zienswijze in te dienen. º Stel naar aanleiding van de kaders voor gemeentelijke samenwerking een nota verbonden partijen op. º Zorg voor een noodplan voor onder andere uittreding bij de belangrijke samenwerkingsverbanden. º Zorg bij een aantal belangrijke samenwerkingsverbanden voor evaluatiemomenten in gezamenlijkheid tussen college en gemeenteraad. º Nodig directeuren van verschillende samenwerkingsverbanden met enige regelmaat uit in een commissievergadering. Aanbevelingen aan de gemeenteraad: º Maak als gemeenteraad gebruik van de initiatieven die in regioverband georganiseerd worden. º Zorg voor een heldere focus binnen een fractie. Zorg dat de focus wordt gericht op die samenwerkingsverbanden waar de maatschappelijke belangen het grootst zijn. Bestuurlijke reactie (vraag 10) Het college onderkent de spanning die er bestaat bij samenwerkingsverbanden in een gemeente en de behoefte die er bij een gemeenteraad leeft om hier grip en sturing op te houden. Zij gaat in op de conclusies en aanbevelingen, het college probeert deze te nuanceren.
Op de financiële risico’s die de laatste jaren bij samenwerkingsverbanden naar boven zijn gekomen geeft ze in haar antwoord aan dat dit specifiek op bepaalde samenwerkingsverbanden is. Er zijn ook nieuwe en al langer bestaande samenwerkingsverbanden (zoals BVO I-Dienst en ODNV) waar de financiële risico’s miniem zijn. Het college vraagt zich echter wel af waar het niet in control zijn op gebaseerd is. Deze conclusie richtte zich dan ook vooral op de financiële tekorten die bij verschillende samenwerkingsverbanden (zoals PlusOV en de VNOG) zijn ontstaan en waar de gemeenteraad op dat moment geen invloed meer op had. Ook de afstand die tussen gemeenteraad en samenwerkingsverbanden wordt gezien versterkt het gevoel van niet in control zijn.
21/27
Reactie commissie samenleving en raad op conclusies en aanbevelingen (vraag 11) De commissie Samenleving heeft een aantal reacties gegeven op het onderzoek. Als eerste werd genoemd dat door de volle agenda’s de rol van de raadsrapporteurs ondergesneeuwd kan raken. Ook de kaderbrief is veelvuldig door partijen genoemd als mogelijke oplossing voor meer invloed aan de voorkant maar ook als knelpunt door de doorlooptijd van een Planning- en Controlcyclus. Het gevoel van niet in control zijn, dat in de commissievergadering naar boven kwam, is nogmaals duidelijk in de raadsvergadering herhaalt. V. De implementatie van de aanbevelingen Wat is er met de aanbevelingen gebeurd en is de raad daarover geïnformeerd? (vragen 12 en 13) Niet elke aanbeveling is op dit moment even voortvarend opgepakt. De laatste raadsinformatie dateert van ruim een jaar geleden. Zoals bij vraag 7 aangegeven heeft het college een Plan van Aanpak opgesteld. Op 1 maart 2021 heeft het college een tussenstand over de opvolging van de aanbevelingen naar de gemeenteraad gestuurd. Het college geeft aan dat de kaderbrief om verschillende redenen niet mogelijk is bij de verschillende samenwerkingsverbanden. De Strategische nota verbonden partijen zou voor het zomerreces 2021 gereed zijn, tijdens het doen van dit doorwerkingsonderzoek in het voorjaar van 2022 is deze echter nog niet gereed.
De laatste aanbeveling over het uitnodigen van verbonden partijen in themaraden is op dit moment invulling gegeven, zij het maar met een deel van de verbonden partijen. Heeft de raad nadere vragen gesteld naar aanleiding van de vervolginformatie? (vraag 14) Alhoewel de interesse van de gemeenteraad niet geweken is, dat blijkt onder meer uit het verstevigen van de positie van de raadsrapporteurs in de regio zijn er geen verdere vragen gesteld over dit onderzoek. De raadscommissie heeft een vast agendapunt gekregen genaamd “Nieuws uit de regio”, dit biedt ruimte om verder naar regionale samenwerking te kijken. Is de informatiepositie van de raad verbeterd? (vraag 15) De informatiepositie van de raad is verbetert. Dit heeft de gemeenteraad bij de behandeling van het onderzoek in de commissievergadering uitgesproken. Mede door de acties die na het uitkomen van het onderzoek zijn ondernomen door gemeenteraad en college is de grip, maar zeker ook het zicht in samenwerkingsverbanden verbetert.
22/27
Bijlage 4 Geldstromen in het sociaal domein I Inleiding Het onderzoek Geldstromen sociaal domein, heeft de gemeente Heerde grip op de geldstromen? is in een aantal aspecten wat afwijkend van het reguliere onderzoek dat door rekenkamercommissies wordt uitgevoerd. Het onderzoek is door de leden van de rekenkamercommissie zelf uitgevoerd en het heeft ondanks de uitgebreidheid, een verkennend, terugkijkend karakter en diende primair tot het vergroten van het inzicht in de geldstromen in het sociaal domein, de aard van de financiële relaties tussen gemeente en uitvoeringsorganisaties en de resultaten van de financiële inzet. Het had geen beleidsinvalshoek, ook al kwamen tijdens het onderzoek wel de beleidsopties voorbij. Het onderzoek kwam voort uit een breed gedragen behoefte van de raad meer inzicht te krijgen in de geldstromen in het sociaal domein: waar gaat al dat geld eigenlijk naar toe, wat krijgen we ervoor terug en hebben we er wel grip op? In deze bijlage wordt eerst ingegaan op de betrokkenheid van de raad, college en ambtelijke organisatie tijdens het onderzoek en de politieke behandeling van het rapport. Daarna wordt meer ingegaan op de inhoud van het onderzoek geldstromen: de onderzoeksvragen, aanbevelingen, bestuurlijke reactie en ontvangst van het rapport door de raad.
Afgesloten wordt met een beeld van wat er is gebeurd met de aanbevelingen, zijn ze opgepakt en afgehandeld en is de raad daarover geïnformeerd? De informatie hieronder bevat de antwoorden op de 15 vragen in Bijlage 1. II Betrokkenheid raad, ambtelijke organisatie en college van B&W tijdens het onderzoek Betrokkenheid ambtelijke organisatie, college en raad bij vooronderzoek (vraag 1) Zoals hierboven aangegeven was de raad nauw betrokken bij de keuze voor het onderwerp van onderzoek en heeft zij ook een eerste richting/aanzet voor de onderzoeksvraag geformuleerd. Voorafgaand aan de start van het onderzoek is het onderzoeksplan aan de raad toegezonden met het verzoek daarop te reageren. Dit leidde tot enkele aanpassingen in het onderzoeksplan. Het definitieve onderzoeksopzet is in mei 2019 ter kennisname aan de raad, het college en de ambtelijke organisatie gezonden. Het vooronderzoek beperkte zich tot een summiere documentstudie. Er vonden geen gesprekken plaats met ambtelijke organisatie en wethouder over de actuele stand van zaken en gedachten over toekomstige ontwikkelingen. Betrokkenheid ambtelijke organisatie en B&W tijdens het onderzoek (vraag 2) In mei 2019 vond een startgesprek plaats met een medewerker van de afdeling financiën en de concerncontroller. Dit gesprek had een verkennend karakter met betrekking tot de beschikbare bronnen voor dit onderzoek.
In een latere fase (september 2019) zijn deze medewerkers nog een keer geïnterviewd, maar dan meer op de inhoud. In september 2019 zijn ook gesprekken gevoerd met de twee afdelingsmanagers in het sociaal domein. De informatie uit deze gesprekken is (anoniem) verwerkt in het feitenrelaas in het rapport. Deze ambtelijk betrokkenen, aangevuld met enkele specialisten hebben daarnaast ook een inbreng gehad in het kader van het ambtelijk wederhoor op het feitenrelaas. De bestuurlijk verantwoordelijken zijn niet gehoord in de loop van het onderzoek, wel in het kader van het bestuurlijk wederhoor. Betrokkenheid raad (vraag 3) De raad is van meet af aan nauw betrokken geweest bij de invulling van het onderzoek en is ook in de loop van het onderzoeksproces betrokken geweest. In november 2019 vond een bijeenkomst plaats met de commissie Samenleving. Tijdens die bijeenkomst zijn de eerste bevindingen van het onderzoek teruggekoppeld en zijn wensen/behoeften van de raadsleden opgehaald ten aanzien van de informatievoorziening ten behoeve van de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Deze informatie is verwerkt in het in december 2019 door de rekenkamercommissie vastgestelde feitenrelaas en heeft een duidelijke stempel op de in een later stadium geformuleerde aanbevelingen gedrukt. 23/27
Ambtelijk en bestuurlijk wederhoor (vraag 4) Het ambtelijk wederhoor op het feitenrelaas heeft plaatsgevonden in de maanden januari en februari 2020, eerst in de vorm van een gesprek en later nog een keer schriftelijk. Dit heeft tot diverse aanpassingen in het feitenrelaas van het eindrapport geleid. Het onderzoeksverslag met de conclusies en aanbevelingen is in mei 2020 voor bestuurlijk wederhoor aangeboden aan het college. De bestuurlijke reactie en het nawoord daarop van de rekenkamercommissie zijn integraal opgenomen in het eindrapport van het onderzoek. III Politieke behandeling Commissie- en raadsbehandeling (vragen 5, 6) Het eindrapport is eind augustus 2020 aangeboden aan de raad en gepresenteerd door de onderzoeker in de Commissie Samenleving in oktober 2020. De conclusies en aanbevelingen zijn met een positief advies doorgeleid naar de raadsvergadering van november 2020 en deze zijn daar zonder verdere discussie vastgesteld. Waarborging opvolging (vraag 7) De informatievoorziening naar de raad over de opvolging van de aanbevelingen is geborgd in de aanbeveling in het eindrapport, waarin het college gevraagd wordt binnen drie maanden met een plan van aanpak te komen en na een jaar over de voortgang te rapporteren.
IV Onderzoeksvragen, aanbevelingen, bestuurlijke reactie en ontvangst door de raad De onderzoeksvragen (vraag 8) De centrale vraag in het onderzoek was: “Hoe verlopen de geldstromen in het sociaal domein?”. Deze hoofdvraag werd uitgesplitst naar enerzijds de geldstromen vanuit het rijk naar de gemeente en anderzijds het verloop van de geldstromen naar de uitvoeringspartners in het sociaal domein. Daarnaast wilde de rekenkamercommissie een antwoord op de volgende deelvragen: º In hoeverre heeft de gemeente grip (sturing en invloed) op de geldstromen? º In welke mate zijn de geldstromen voorzienbaar? º Waar liggen de financiële risico’s voor de gemeente? º Wordt de raad in positie gebracht om te kunnen sturen en is de verantwoordingsinformatie toereikend voor een adequate uitvoering van de kaderstellende en controlerende rol van de raad? De aanbevelingen (vraag 9) Op grond van het onderzoek heeft de rekenkamercommissie de volgende (samengevatte) inhoudelijke aanbevelingen gedaan: º Stel prestatie-indicatoren vast waarmee de prestaties in het sociaal domein in beeld worden gebracht. Laat een commissie van ambtenaren en raadsvertegenwoordigers hieraan werken. º Presenteer bij majeure thema’s in het voortraject meerdere scenario’s, inclusief een inschatting van financiële gevolgen en risico’s aan de raad.
º Bij de behandeling van de jaarstukken moet ook inzicht worden geboden in de financiering, doelen en taken van de sleutelorganisaties in het sociaal domein en de bereikte resultaten. º Werk met resultaatbekostiging in de relaties met uitvoerders van beleid of geef helder aan welke resultaten behaald dienen te worden. º Breng meer verbinding aan tussen de begroting en jaarstukken enerzijds en de kadernota’s, beleidsnota’s en de monitor sociaal maatschappelijke verbinding anderzijds. º Doe systematisch onderzoek naar omvang en samenstelling van de geldstromen in de geïndiceerde jeugdzorg en Wmo-maatwerkvoorzieningen, breng in beeld het aantal geïndiceerden, de verwijzende partijen, het type hulp dat wordt geboden, de organisaties die hulp bieden, het aantal afgegeven beschikkingen per categorie en de daarmee gemoeide bedragen en rapporteer daarover aan de raad.
24/27
º
Breng de voor- en nadelen in kaart van het instellen van een sociaal domein brede egalisatiereserve.
Bestuurlijke reactie (vraag 10) Het college onderschrijft de conclusie van het onderzoek dat de gemeente nauwelijks kan sturen op de inkomstenkant en dat door de open einde regelingen in het sociaal domein dat eigenlijk ook voor de uitgaven geldt. Dat heeft ertoe geleid dat stevig wordt ingezet op monitoring en beheersing van de uitgaven bijvoorbeeld door het creëren van algemene voorzieningen (bijv. voor schoon en leefbaar huis) en (nieuwe) afspraken met ketenpartners. Het college geeft aan met de raad in gesprek te willen over de ontwikkeling van prestatie-indicatoren in het sociaal domein. Het college geeft aan daarbij aan te willen sluiten bij de landelijk gestandaardiseerde prestatie-indicatoren zoals voorgeschreven in de P&Ccyclus en waarstaatjegemeente.nl. Het college geeft verder aan al te werken met meerdere scenario’s met risicoparagrafen en deze voor te leggen aan de Raad. Zo zijn er voor de aanpak 0-100+ meerdere scenario’s met de Raad besproken. Ook wil het college meer grip hebben op de aansturing van de grote samenwerkingspartners in het sociaal domein. Met de aanpak 0-100+ wil de gemeente hierin meer structuur aanbrengen. Ook zal met de aanpak 0-100+ meer inzet onder aansturing van de gemeente vallen.
En waar mogelijk wil de gemeente uitgaan van resultaatbekostiging, al heeft het college wel zo zijn twijfels over het effect daarvan op de mate van het ‘in control’ zijn. Het college geeft verder aan met de themabijeenkomsten en monitor sociaal domein de Raad te informeren in aanvulling op de informatie in de planning en control cyclus. In de monitor sociaal domein zijn de beleidsdoelen opgenomen uit de beleidsnota’s. In de monitor zal verwezen worden naar de relevante beleidsnota’s. Daarnaast geeft het college aan dat de portefeuillehouder ieder kwartaal een bijgewerkt informatie-overzicht ontvangt met de in de aanbevelingen aangegeven data. In de monitor die wij 2 keer per jaar aan de raad sturen zal de informatie opgenomen zijn die de raad nodig heeft om haar kaderstellende en controlerende taak uit te voeren. Ook wil het college graag van de Raad horen welke informatie gemist wordt met betrekking tot de geldstromen sociaal domein. Wat betreft het instellen van een sociaal domein brede egalisatiereserve wil het college in gesprek gaan met de raad over nut en noodzaak. Reactie commissie samenleving en raad op conclusies en aanbevelingen (vraag 11) In zijn vergadering van oktober 2020 staat de Commissie Samenleving uitvoerig stil bij het onderzoek. De commissie waardeert het inzichtelijke rapport, ook al is de informatie in het rapport op onderdelen wat gedateerd.
De inbreng van de commissie in de loop van het onderzoek wordt herkend en de commissie spreekt haar steun uit voor de conclusies en de als waardevol getypeerde aanbevelingen en deze worden aan het eind van de vergadering dan ook met een positief advies doorgeleid naar de Raadsvergadering van november dat jaar. Naar aanleiding van het rapport wordt het college gevraagd aan te geven of de realiteit van het moment in lijn is met de conclusies en aanbevelingen in het rapport of dat er ontwikkelingen zijn die het rapport in een ander daglicht stellen en/of de capaciteit van de gemeente voldoende is om de aanbevelingen uit te voeren. Voor een enkele fractie is het rapport aanleiding te pleiten voor het inhuren van een externe deskundige projectleider die bekend is met sturing op resultaat en samenhang in het sociaal domein. De meeste fracties geven aan dat de monitoring en benchmarking beter kunnen om de doelmatigheid van het beleid beter in beeld te krijgen. Tijdens de commissievergadering werden verder vooral vragen gesteld aan de wethouder over de actualiteitswaarde van het rapport en wat het college nu al doet om meer controle en sturing op de geldstromen in het sociaal domein te bewerkstelligen. Daarbij wordt door de wethouder onder meer verwezen naar de samenwerking en de discussies in de zorgregio om de kosten te beheersen en uitvoerders beter aan te sturen.
De wethouder geeft aan het als een uitdaging te zien om goede prestatie-indicatoren te formuleren en te willen werken aan de uitwerking van de aanbevelingen als de Raad daarom vraagt. Terugkoppeling komt op de volgende themaraad. En de wethouder geeft aan de suggestie om een projectleider aan te stellen die bekend is met sturing op resultaat en samenhang in het sociaal domein serieus in overweging te nemen.
25/27
IV De implementatie van de aanbevelingen Implementatie aanbevelingen (vraag 12) In de bestuurlijke reactie wordt al voorgesorteerd op de inhoud van het plan van aanpak dat het college opstelt. In het memo van november 2020 wordt de stand van zaken met betrekking tot de aanbevelingen gegeven en wordt een plan van aanpak gepresenteerd. Tijdens de themaraad van november in dat jaar wordt dat nader geduid. Ongeveer een jaar later volgt dan nog een notitie voor de raad met daarin een nadere duiding van de stand van zaken. Ontwikkeling prestatie-indicatoren Aanvankelijk werd vooral ingezet op de indicatoren van waarstaatjegemeente.nl, maar er lijkt geleidelijk aan wat meer ruimte te komen voor eigen prestatie-indicatoren. In de nieuwe kadernota sociaal domein zal een (nieuwe) set van prestatie-indicatoren bij het beleid worden benoemd. Deze indicatoren zullen vervolgens in de monitor sociaal domein worden opgenomen zodat de voortgang op de gestelde doelen gemonitord kan worden. Daarbij zal ook aangesloten worden bij de informatie uit waarstaatjegemeente.nl. Waar mogelijk zal Heerde worden vergeleken met andere (regio) gemeentes of landelijke cijfers, maar veel vaker zal de voortgang van de cijfers binnen de gemeente worden gemonitord.
De raad stelt de nieuwe kadernota in 2022 vast en dat betreft zowel het hierin geformuleerde (nieuwe) beleid als de daarbij behorende prestatie-indicatoren. Aan het laatste deel van de aanbeveling, het instellen van een gezamenlijke commissie van ambtenaren en vertegenwoordigers van de raad is geen invulling gegeven. Meer met scenario’s werken Het college geeft aan conform aanbeveling twee te werken: zo zijn er in 2020 een aantal scenario’s voorgelegd voor de ontwikkeling van de Algemene voorziening schoon en leefbaar huis. En ook voor de aanpak 0-100+ zijn meerdere scenario’s met de raad besproken. Het college is voornemens deze werkwijze voort te zetten bij majeure thema’s. Ook op andere terreinen gebeurt dat steeds meer. Bij de jaarstukken meer inzicht verschaffen in financiën en prestaties van sleutelspelers. Met de ontwikkeling van Stip heeft de gemeente haar afhankelijkheid van sleutelorganisaties, m.n. Verian, verkleind en heeft de gemeente meer grip op zowel de financiën, de toegang tot zorg en ondersteuning als de uitvoering. Medewerkers bij Stip vallen onder directe aansturing van de gemeente. Met de invoering van Stip is het niet langer noodzakelijk over de uitvoerende organisaties te rapporteren, omdat de gemeente zelf de toegang organiseert en daarmee inzicht heeft in prestaties/te leveren diensten en de daarmee gepaard gaande financiën.
Na de invoering van STIP is er sprake van een inkooprelatie in plaats van een subsidierelatie. De raad wordt via de reguliere P&C cyclus geïnformeerd over de financiën van de gemeente, inclusief Stip. Waar mogelijk uitgaan van resultaatbekostiging of helder aangeven welke resultaten behaald dienen te worden. Zoals in het bestuurlijk wederhoor is aangegeven gaat het college waar mogelijk uit van resultaatbekostiging. Maar daarbij wordt aangetekend dat dit wetenschappelijk nog niet is aangetoond dat deze vorm van bekostiging invloed heeft op de mate van de gemeente ‘in control’ kan zijn. Meer verbinding tussen de begroting/jaarstukken en de kadernota’s, beleidsnota’s en de monitor sociaal maatschappelijke verbinding anderzijds. De monitor sociaal domein is nog steeds volop in ontwikkeling. Na realisatie van de nieuwe kadernota sociaal domein zal in de monitor gerapporteerd worden over de opgestelde beleidsdoelen en de voortgang daarop. Ook wordt hierbij rekening gehouden met de structuur van de jaarstukken en begroting. Op deze manier kan de monitor de kader/beleidsnota’s met de P&C cyclus verbinden. Er ligt nu een notitie bij de raad om de hele P&C cyclus te verbeteren. Bij de nieuwe beoogde opzet en analyse van de monitor zal er ook een directe verbinding zijn met de beleidsvoornemens in de perspectiefnota.
26/27
Systematisch onderzoek naar omvang en samenstelling van de uitgaven in de jeugdzorg en Wmo maatwerkvoorzieningen en rapportage naar de raad. Periodiek wordt de voortgang van de zorg in natura voor zowel Jeugdwet als Wmo geanalyseerd. De uitkomsten hiervan dienen als basis voor het realistisch ramen in begroting, voor- en najaarsnota. Ook worden de uitkomsten hiervan in de monitor gedeeld met de raad. Zowel deze analyse als de informatie in de monitor zijn afgelopen jaar doorontwikkeld en die lijn zal verder worden doorgetrokken. Ieder kwartaal ontvangen de portefeuillehouders een overzicht met de informatie zoals door de rekenkamercommissie genoemd in aanbevelingen. Deze informatie zal met de raad gedeeld worden voor zover nodig om haar kaderstellende en controlerende taak uit te voeren. In de themabijeenkomst van 17 mei 2021 is een uitvraag gedaan naar wat de raad mist in de monitor. De uitkomsten hiervan worden meegenomen bij de doorontwikkeling van de monitor. Instellen van een egalisatiereserve voor het sociaal domein In de ARI-notitie voor de raad uit najaar 2021 geeft het college aan welke voor- en nadelen aan een dergelijke reserve zitten en komt tot de slotsom dat het instellen van een dergelijke reserve niet wenselijk is.
Controller voor het sociaal domein In navolging van de suggestie die tijdens de behandeling van het onderzoeksrapport in de Commissie Samenleving werd gedaan om een externe deskundige in te huren die bekend is met sturing op resultaat en samenhang in het sociaal domein is een extra controller, speciaal voor het sociaal domein, aangetrokken. Dat vond plaats voorafgaand aan de bespreking van het onderzoeksrapport in de raad. Deze controller is ook belast met de monitor en de ontwikkeling van prestatie-indicatoren en het rapport heeft (mede) inhoud gegeven aan zijn taakopdracht. Sindsdien zijn de geldstromen beter in beeld. De geldstromen zijn onderwerp van gesprek met de beleidsmedewerker(s) en de medewerkers van STIP. Nu is het mogelijk te sturen op trends en ontwikkelingen. Deze informatie komt terug in de monitor. Voortgangsrapportage (vraag 13) De raad is over het plan van aanpak schriftelijk geïnformeerd (memo van 12 november 2020) en op de themaraad van 23 november 2020. Bijna een jaar later is in ARI 2021-102 de raad nader geïnformeerd over de stand van zaken. Nadere vragen door de raad (vraag 14) Zover bekend zijn er niet of nauwelijks nadere vragen gesteld door de raad. De raad lijkt er niet bovenop te zitten. Wel zijn er bij de presentatie van de (vernieuwde) monitor vragen gesteld over de Kritische Prestatie-indicatoren.
Informatiepositie van de raad (vraag 15) Vooral door de monitor sociaal-maatschappelijke verbinding en de themaraden is de raad in een betere informatiepositie gekomen, maar er zijn nog steeds aanzienlijke verbeteringen mogelijk. Punt van zorg is dat de themaraden vooral een informatief karakter hebben en niet altijd ruimte lijken te bieden voor een meer beleidsinhoudelijke discussie. En de raad zou wellicht ook meer gebruik kunnen maken van de informatie uit de monitor bij de discussie over de perspectiefnota en programmabegroting.
27/27