CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2. Bestemmingsplan - Toelichting en regels

Raad 22 april 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Vaststelling bestemmingsplan Bonenburgerlaan 52-5414.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6

Besluit milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:   

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 28 van 66

onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Planspecifiek Dit bestemmingsplan voorziet in principe in directe eindbestemmingen voor de binnen de planonderdelen aanwezige activiteiten. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. De voorgenomen ontwikkeling maakt een toevoeging van 10 wooneenheden binnen de bebouwde kom mogelijk. Dat betekent, dat het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een stedelijk project valt onder een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:   

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.

Aangezien deze drempelwaarden niet worden overschreden geeft het Besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. Voor voorgenomen ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 9) opgesteld. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Hiermee is het bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van het Besluit milieueffectrapportage.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 29 van 66

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.    

5.2

Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Artikel 3 Tuin Aan de gronden aan de voorzijde en zijkant van het appartementengebouw is de bestemming Tuin toegekend. Deze gronden zijn bestemd voor de tuinfunctie behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende andere bouwwerken, erven en parkeervoorzieningen.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 30 van 66

Artikel 4 Wonen Aan de overige gronden binnen het plangebied is de bestemming Wonen toegekend. Deze gronden zijn bestemd voor de functie wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep; parkeervoorzieningen en tuinen en erven. Gestapelde woningbouw is met een aanduiding mogelijk gemaakt. Artikel 5 Waarde - Hoge archeologische verwachting Aan het gehele plangebied is de dubbelbestemming Waarde - Hoge archeologische verwachting toegekend. Op grond van deze dubbelbestemming geldt een beschermingsregeling voor het archeologisch bodemarchief.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 31 van 66

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6.1.2

Vooroverleg

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro opgenomen. 6.1.3

Inspraak

Aangezien zowel de gemeente als de initiatiefnemers veel waarde hechten aan burgerparticipatie hebben er in het voortraject twee informatieavonden voor de directie omgeving van het plangebied plaatsgevonden. De belanghebbenden hadden op deze informatieavonden overwegend een positief kritische houding. In de bijlage 10 en 11 zijn de verslagen van de informatieavonden opgenomen. 6.1.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 28 november 2023,6 weken ter inzage gelegen (tot en met 9 januari 2024). Gedurende deze periode zijn 3 zienswijzen ingediend. Op grond van de zienswijzen is afbeelding 2.3 gewijzigd. In de als bijlage 12 opgenomen zienswijzennota en nota van wijzigingen wordt ingegaan op de zienswijzen, de gemeentelijke reactie op de zienswijzen en welke wijzigingen zijn doorgevoerd in het plan.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 32 van 66

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:   

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de plankostenscan. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de anterieure overeenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 33 van 66

Bijlagen

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 34 van 66

Bijlage 1

planstatus vastgesteld

Verkennend bodemonderzoek

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 35 van 66

Bijlage 2

planstatus vastgesteld

Digitale watertoets

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 36 van 66

Bijlage 3

planstatus vastgesteld

Verkennend natuuronderzoek

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 37 van 66

Bijlage 4

planstatus vastgesteld

Nader ecologisch onderzoek

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 38 van 66

Bijlage 5

planstatus vastgesteld

Onderzoek stikstofdepositie

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 39 van 66

Bijlage 6

planstatus vastgesteld

Mobiliteitsonderzoek

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 40 van 66

Bijlage 7

planstatus vastgesteld

Bureauonderzoek archeologie

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 41 van 66

Bijlage 8

planstatus vastgesteld

Inventariserend veldonderzoek archeologie

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 42 van 66

Bijlage 9

planstatus vastgesteld

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 43 van 66

Bijlage 10

planstatus vastgesteld

Verslag informatieavond 7 april 2022

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 44 van 66

Bijlage 11

planstatus vastgesteld

Verslag informatieavond 13 oktober 2022

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 45 van 66

Bijlage 12

planstatus vastgesteld

Nota van zienswijze en wijzigingen

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 46 van 66

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 47 van 66

Regels

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 48 van 66

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Bonenburgerlaan 52-54 Heerde met identificatienummer NL.IMRO.0246.426HDEBPBBL52en54-VA01 van de gemeente Heerde. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan huis gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6

achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7

ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.10

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 49 van 66

1.12

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.13

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.14

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel; 1.16

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.19

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.20

gestapelde woning

een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen; 1.21

hoofdgebouw

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.22

inwoning

het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat woningsplitsing niet toegestaan is; 1.23

nutsvoorziening

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 50 van 66

1.24 a. b. c. 1.25

peil voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zijn bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar; 1.26

voorerfgebied

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.27

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(s); 1.28

woning / wooneenheid

een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden, tenzij het bestaande aantal huishoudens meer dan één bedraagt, dan is het bestaande aantal huishoudens toegestaan; 1.29

woongebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 51 van 66

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

Gebouwen en bouwwerken

2.1.1

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.2

de breedte van een gebouw:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; 2.1.3

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.4

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, liftschachten, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen en/of bouweregels niet meer dan 0,75 m bedraagt.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 52 van 66

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;

met daarbij behorende andere bouwwerken, erven en parkeervoorzieningen. 3.2

Bouwregels

Op de tot 'Tuin' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming dan wel de aangrenzende bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a.

b.

c.

voor erkers, terrassen, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' de bepaling geldt dat deze bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak over niet meer dan de halve gevelbreedte met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden; voor bebouwing ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' geldt dat de navolgende bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. andere bouwwerken in de vorm van erfafscheidingen toegestaan zijn tot een bouwhoogte van: 1. maximaal 1 m in voorerfgebieden; 2. maximaal 2 m in achtererfgebieden.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 53 van 66

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

wonen in een woongebouw, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep; parkeervoorzieningen; tuinen en erven;

met de daarbij behorende: d. e. f.

gebouwen; ondergrondse containers; bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2

Bouwregels

Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1

Hoofdgebouwen

Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte; in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak overschreden mogen worden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 4. (hoek)erkers, ingangspartijen, trappen, luifels, balkons en galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m worden overschreden.

4.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

bijbehorende bouwwerken zijn buiten het bouwvlak uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw'; de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen.

4.2.3

Bouwwerken, geen bouwwerken zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a. b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag voor de voorgevel of het verlengde van de voorgevel niet meer dan 1 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2 m bedragen.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 54 van 66

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting

Een gebruik en het laten gebruiken van gebouwen overeenkomstig artikel 4.1 is uitsluitend toegestaan, mits het hoofdgebouw wat betreft de te behalen architectonische kwaliteit aansluit op het streefbeeld en de landschappelijke inrichting is gerealiseerd zoals opgenomen in het beeldkwaliteitskader in bijlage 1 bij deze regels. 4.3.2

Strijd bestemmingsplan

Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; het niet aanleggen en/of niet in stand houden van ten minste 18 parkeerplaatsen op eigen terrein.

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Inwoning

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het toestaan van inwoning. 4.4.2

Afwegingskader

Een in artikel 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de sociale veiligheid en de woonsituatie.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 55 van 66

Artikel 5 5.1

Waarde - Hoge archeologische verwachting

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.2.1

Algemeen

Behoudens het bepaalde in artikel 5.2.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. f.

aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; aanleggen en dempen van watergangen en poelen; aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen (nutsvoorzieningen) breder dan 80 cm en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m onder het maaiveld - omploegen, het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering; bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters.

5.2.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Het in artikel 5.2.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a.

b. c.

d. e.

f.

werken en werkzaamheden in het kader van het normale (agrarische) beheer, onderhoud en exploitatie, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; werken en werkzaamheden waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor bouwen; voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,4m onder het bestaande maaiveld met een maximale oppervlakte 100 m2.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 56 van 66

5.2.3

Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden

Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 5, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, a. b.

niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

5.2.4

Rapportageplicht Archeologie

De onder artikel 5.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport of advies dat de aanvrager bij de aanvraag voor omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.2.5

Deskundige advies archeologie

Indien het onder artikel 5.2.4 genoemde rapport of de beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.

5.3

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a.

b.

De dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische monumenten' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 57 van 66

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 58 van 66

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het aantal parkeerplaatsen, de situering van de parkeerplaatsen en de situering van de laad- en losruimte ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 59 van 66

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. b. c.

het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor doeleinden van zelfstandige bewoning; het gebruik van gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering.

Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan: d.

het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, vrijstelling of ontheffing vereist en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 60 van 66

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. b.

c.

d.

e. f.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels en kan worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde en kan worden toegestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m 2; het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m 2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting

ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m 2.

Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 9.2.

9.2

Afwegingskader

9.2.1

Afwegingskader

Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden: a. b. c.

d. e.

de mate waarin de waarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of van eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de aanvaardbaarheid op het gebied van financiële uitvoerbaarheid, milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, geluid, ecologie en archeologie; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur.

9.2.2

Weigering

Indien de waarden en/of belangen als genoemd in artikel 9.2.1 onder a en b onevenredig worden geschaad en/of de artikel 9.2.1 onder c en d genoemde uitvoerbaarheid/ inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de artikel 9.2.1 onder e genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 61 van 66

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 10 10.1 a.

b.

c.

10.2 a. b.

c.

d.

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 10.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; Het eerste lid onder artikel 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; Het eerste lid onder artikel 10.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 62 van 66

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bonenburgerlaan 52-54 Heerde.

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 63 van 66

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 64 van 66

Bijlagen

planstatus vastgesteld

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 65 van 66

Bijlage 1

planstatus vastgesteld

Streefbeeld architectonische kwaliteit

referentie 426HDEBPBBL52en54 / 213208

pagina 66 van 66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=086ee025-801f-4584-9cbe-550421cf4653