5.2. Bestemmingsplan Bonenburgerlaan 48 Heerde.pdf
Tekst van het document
28
Bonenburgerlaan 48 Heerde
middelen om grondwater af te voeren zijn in principe niet toegestaan; Geen uitlogende materialen gebruiken op plaatsen die in contact kunnen komen met (grond)water;
Er is sprake van een vrijstelling van het compenseren van de toename van verhard oppervlak als de toename minder is dan 1.500 m² in stedelijk gebied. In landelijk gebied geldt deze vrijstelling ook, tenzij de afvoer niet plaatsvindt in een oppervlaktelichaam met de aanduiding 'water met natuurfunctie zijnde Hen-Sed water' op de natuurkaart behorende bij de Algemene Regels van de Keur. Dan is er sprake van een vrijstelling bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 4.000 m². Planspecifiek Watertoets Het waterschap Vallei en Veluwe is via de digitale watertoets op de hoogte gebracht van voorliggend initiatief. De watertoets is als bijlage 4 toegevoegd. Het waterschap heeft aangegeven dat voorliggend initiatief is aan te merken als een plan met kleine waterbelangen waarvoor de korte procedure van toepassing is. Het plangebied ligt, anders dan binnen een grondwaterfluctuatiezone (zie het kopje in het vervolg van deze paragraaf) niet binnen gebieden, zones of keringen die vanuit het aspect water bescherming genieten. Verdere afstemming met het waterschap is dan ook niet aan de orde. Hemelwater Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt als gevolg van dit initiatief af. Het is daarom niet verplicht om compenserende maatregelen te treffen.
Bij de toekomstige inrichting van het buitenterrein worden door het toevoegen van groen en infiltratiekratten wel voorzieningen aangelegd waardoor overtollig hemelwater in de bodem wordt geïnfiltreerd. Een uitwerking van deze voorzieningen volgt tijdens de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. In de provinciale omgevingsvisie en -verordening zijn geen beleidsuitgangspunten en/of regels opgenomen over dit thema. Voorliggend plan voorziet echter niet in woon- en/of verblijfruimtes beneden maaiveld waardoor problemen met het grondwater zijn uit te sluiten. Overige waterhuishoudkundige aspecten De appartementen zullen worden aangesloten op het bestaande rioolnetwerk in de omgeving van het plangebied. Tijdens de bouw zullen geen uitloogbare materialen worden gebruikt. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland.
Bonenburgerlaan 48 Heerde
29
Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven.
Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In het kader van voorliggend initiatief zijn een quickscan Flora en Fauna (bijlage 5), een aanvullend onderzoek en een voortoets stikstofdepositie (bijlage 6) uitgevoerd. De belangrijkste conclusies zijn in het vervolg van deze paragraaf opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op 1,8 km (Veluwe, ten oosten) en 2,7 km (Rijntakken, ten zuiden) afstand vanaf het plangebied. Gelet op het voornemen in relatie tot deze afstanden kunnen negatieve effecten vanuit geluid, lichthinder en trilling op voorhand worden uitgesloten. Voor het aspect stikstof wordt een voortoets stikstofdepositie opgesteld. Zodra beschikbaar wordt de rapportage als bijlage 6 toegevoegd en worden de belangrijkste conclusies in deze paragraaf opgenomen. Geconcludeerd wordt dat in de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig. Soortenbescherming Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat het plan uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro. Behalve voor wat betreft huismussen en vleermuizen zijn er geen (leefgebieden van) beschermde soorten die verdwijnen door de ontwikkeling. Voor de genoemde soorten dienen enkele vervolgstappen genomen te worden. Voor de beoogde ontwikkeling dient aanvullend onderzoek naar huismus en vleermuizen uitgevoerd te worden. Beide onderzoeken kunnen pas starten in het voorjaar. Verder dienen er enkele algemene maatregelen te worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht. De onderzoeken zullen worden uitgevoerd. De uitkomsten zullen beschikbaar zijn voorafgaand aan de sloop en de oplossingen worden verwerkt in het bouwplan. Hiermee is het bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van ecologie.
30
Bonenburgerlaan 48 Heerde
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De gemeente Heerde heeft op 5 oktober 2012 de Parkeernormennota - naar integraal parkeerbeleid vastgesteld. In het vervolg van deze paragraaf wordt uitgegaan van de uitgangspunten uit deze nota. Op gemeenteniveau valt Heerde valt onder de noemer 'weinig stedelijk'. Het plangebied ligt binnen een 'schil / overloopgebied)'. Verkeersaantrekkende werking Binnen het plangebied verdwijnt een bedrijfslocatie met een bvo van ca 2.300 m² en twee bedrijfswoningen en daar komen in totaal 30 appartementen voor terug. In de Parkeernormennota van de gemeente Heerde zijn geen kencijfers over het aantal verkeersbewegingen opgenomen. Daarom is gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van CROW. Hieruit volgt het volgende aantal verkeersbewegingen: volgende beeld: Functie Koop, appartement, duur Koop, appartement, goedkoop Totaal
Verkeersgeneratie 7,3
Aantal te realiseren Totale woningen verkeersgeneratie 18 131,4
5,4
12
64,8
196,2
Daar tegenover staat dat in de bestaande nulsituatie, uitgaand van een hernieuwd gebruik als bedrijfspand er circa 115 verkeersbewegingen per dag (arbeidsintensief, bezoekersextensief: 5 verkeersbewegingen per 100 m² bvo per dag) kunnen plaatsvinden. Op basis van bovenstaande berekening kan de conclusie worden getrokken dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van voorliggend initiatief toeneemt met ca. 82 verkeersbewegingen per dag. De ontsluiting van de parkeerplaats vindt plaats via de Meidoornlaan en vervolgens Lijsterbeslaan en Bonenburgerlaan. Deze wegen hebben voldoende capaciteit om de toename aan verkeer op te vangen. T.o.v. de bestaande situatie verdwijnt het vrachtverkeer en vindt er geen laden en lossen meer plaats aan de Meidoornlaan. Hiermee is eventuele verkeersoverlast in de buurt beperkt ten opzichte van de bestaande situatie. Parkeren Het bouwplan omvat 30 appartementen, waarvan 12 in de goedkope sector. Voor deze appartementen geldt de parkeernorm van 1,8 pp/woning in het dure segment en 1,4 pp/woning in het goedkope segment. In totaal is er behoefte aan (18*1,8 + 12*1,4=) 49,2 parkeerplaatsen. Omdat er met het vigerende bestemmingsplan twee bedrijfswoningen zijn toegestaan binnen het plangebied, kan de parkeerbehoefte verdisconteerd worden met de parkeerbehoefte van voorliggend initiatief.
De bedrijfswoningen hadden namelijk geen parkeergelegenheid binnen eigen terrein waardoor er aanspraak moest worden gemaakt op de parkeergelegenheden in het openbaar gebied langs de Bonenburgerlaan. De parkeerbehoefte in de toekomstige situatie komt daarmee uit op 46 parkeerplaatsen (49,2 - 2*1,7 = 45,8). Binnen het plangebied is, binnen eigen terrein een parkeerterrein voorzien met in totaal 42 parkeerplaatsen en er kan aanspraak worden gemaakt op de twee parkeerplaatsen gelegen op het aangrenzende terrein Liander. Voor de realisatie van het plan worden verder 2 parkeerplaatsen uit het parkeerfonds afgenomen van de gemeente Heerde. De kosten die de gemeente rekent voor een parkeerplaats in het parkeerfonds bedraagt rond de € 5.000,- (het exacte bedrag is afhankelijk van de indexatie). Daarmee is aangetoond dat voor het overgrote deel van de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie binnen eigen terrein parkeergelegenheid aanwezig is. Samen met de twee parkeerplaatsen die op basis van het parkeerfonds mogelijk worden gemaakt,
Bonenburgerlaan 48 Heerde
31
voorziet voorliggend initiatief daarmee in voldoende parkeergelegenheid om in de parkeerbehoefte te voorzien. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Binnen het plangebied en in de omgeving zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten of elementen gelegen, waaronder monumenten. Ook ligt het plangebied niet binnen een landschap dat vanuit het aspect cultuurhistorie bescherming geniet. Voorliggend initiatief heeft geen negatief effect vanuit het aspect cultuurhistorie. Archeologie Op basis van de uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Heerde blijkt dat het plangebied ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Voor deze gebieden geldt een onderzoeksverplichting bij werkzaamheden die de bodem met een oppervlak van minimaal 100 m2 en dieper dan 40 cm onder maaiveld verstoren. Het plangebied is in de bestaande situatie echter helemaal bebouwd. Hierover is in het verleden al met de regio-archeoloog contact geweest.
Hij heeft aangegeven dat de handelsdrukkerij hier lang zijn functie heeft gehad. Gezien de bouwaanvragen en de onderkeldering is de bodem hier diep geroerd. De dekplaat die zichtbaar is in de Meidoornlaan, veronderstelt ook hier een kelderruimte.
32
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Met de resultaten van het onderzoek op naburige plekken in het achterhoofd en de diverse typen bebouwing met onderkeldering uit diverse perioden wordt hier geen archeologisch onderzoek aanbevolen. Wel is er met de in dit bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming "Waarde - Hoge archeologische verwachting" zeker gesteld dat de regio-archeoloog betrokken wordt bij het uitgraven van de bouwput.
Uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart
Het initiatief is daarmee uitvoerbaar vanuit het aspect cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe heeft de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten.
Bonenburgerlaan 48 Heerde
33
Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de anterieure overeenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
34
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:
Tuin, ten behoeve van de functie tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende andere bouwwerken, erven en parkeervoorzieningen. Aan de zijde van de Meidoornlaan is de bestaande nutsvoorziening met een aanduiding mogelijk gemaakt. Wonen, ten behoeve van de functie wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep; parkeervoorzieningen en tuinen en erven. Gestapelde woningbouw is met een aanduiding mogelijk gemaakt. Waarde - Hoge archeologische verwachting, waarin een beschermingsregeling voor het archeologisch bodemarchief is opgenomen.
Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Bonenburgerlaan 48 Heerde
35
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro opgenomen. Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg niet toegezonden aan de provincie omdat geen sprake is van een bovenlokaal belang. Samen met het waterschap Vallei en Veluwe zijn de aan de orde zijnde waterhuishoudkundige aspecten behandeld.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
De initiatiefnemers hebben in de afgelopen periode verschillende gesprekken gehad met de omwonenden van het complex. De plannen over de sloop van het complex en ook de nieuwbouwplannen zijn voorgelegd. Naar aanleiding hiervan zijn enkele aandachtspunten meegegeven aan de architect. Op 23 mei 2022 is er een informatieavond in het pand georganiseerd voor omwonenden en belangstellenden. Naar aanleiding van deze goed bezochte avond zijn er enkele vervolggespreken georganiseerd met omwonenden.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 20 september 2022, 6 weken ter inzage gelegen (tot en met 1 november 2022). Gedurende deze periode zijn 10 zienswijzen ingediend. In de als bijlage 7 opgenomen zienswijzennota wordt ingegaan op deze zienswijzen en welke wijzigingen zijn doorgevoerd in het plan.
36
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlagen bij de toelichting
Bonenburgerlaan 48 Heerde
37
38
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 1
Bezonningsstudie
Bonenburgerlaan 48 Heerde
39
40
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 2
Akoestische beoordeling geluiduitstraling
Bonenburgerlaan 48 Heerde
41
42
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bonenburgerlaan 48 Heerde
43
44
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 4
Watertoets
Bonenburgerlaan 48 Heerde
45
46
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 5
Quickscan Flora en Fauna
Bonenburgerlaan 48 Heerde
47
48
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 6
Voortoets stikstofdepositie
Bonenburgerlaan 48 Heerde
49
50
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 7
Zienswijzennota
Bonenburgerlaan 48 Heerde
51
52
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Regels
Bonenburgerlaan 48 Heerde
53
54
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Bonenburgerlaan 48 Heerde met identificatienummer NL.IMRO.0246.423HDEBonenb48VA01 van de gemeente Heerde. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bed & breakfast het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf en ontbijt; 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak
met eenzelfde bestemming; 1.12 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
Bonenburgerlaan 48 Heerde
55
1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.17 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.20 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.21 gestapelde woning een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen; 1.22 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.23 inwoning het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat
woningsplitsing niet toegestaan is; 1.24 nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.25 peil voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald;
56
Bonenburgerlaan 48 Heerde
1.26 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zijn bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar; 1.27 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.28 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(s); 1.29 woning / wooneenheid een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden, tenzij het bestaande aantal huishoudens meer dan één bedraagt, dan is het bestaande aantal huishoudens toegestaan; 1.30 woongebouw een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Gebouwen en bouwwerken 2.1.1 De bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.2 De breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.3 De dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.4 De goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.5 De inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.6 De oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bonenburgerlaan 48 Heerde
57
2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.
58
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Tuin
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. nutsvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening'; met daarbij behorende andere bouwwerken, erven en parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de tot 'Tuin' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming dan wel de aangrenzende bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. voor erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' de bepaling geldt dat deze bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak over niet meer dan de halve gevelbreedte met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden; b. voor nutsvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' geldt dat de bebouwing maximaal 3 meter hoog is, waarbij afwijkingen in maten en afmetingen, zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, gehandhaafd mogen worden; c. voor bebouwing ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' geldt dat de navolgende bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. d.
andere bouwwerken in de vorm van erfafscheidingen toegestaan zijn tot een bouwhoogte van maximaal 1 m.
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woongebouw, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep; b. parkeervoorzieningen; c. tuinen en erven; met de daarbij behorende: d. gebouwen; e. ondergrondse containers; f. bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1 Hoofdgebouwen Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; c. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal;
Bonenburgerlaan 48 Heerde
59
d.
de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte; e. in afwijking van het bepaalde onder d geldt dat de goothoogte voor maximaal tweederde deel van de lengte van de voorgevel gelijk mag zijn aan de maximum bouwhoogte; f. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 4. (hoek)erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m worden overschreden. 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 200 m2; b. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen. 4.2.3 Bouwwerken, geen bouwwerken zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag voor de voorgevel of het verlengde van de voorgevel niet meer dan 1 m bedragen; b.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2 m bedragen. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.1 onder d en toestaan dat de goot- of bouwhoogte verhoogd met niet meer dan 2 m; b. artikel 4.2.2 onder b en toestaan dat de bouwhoogte wordt verhoogd met niet meer dan 1 m. 4.3.2 Afwegingskader De in artikel 4.3.1 genoemde afwijking kan slechts worden toegestaan, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de woonsituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Voorwaardelijke verplichting Een gebruik en het laten gebruiken van gebouwen overeenkomstig artikel 4.1 is uitsluitend toegestaan, mits het hoofdgebouw wat betreft de te behalen architectonische kwaliteit aansluit op het streefbeeld zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. 4.4.2 Strijd bestemmingsplan Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; b. het niet aanleggen en/of niet in stand houden van ten minste 42 parkeerplaatsen op eigen terrein.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het toestaan van inwoning.
60
Bonenburgerlaan 48 Heerde
4.5.2 Een in artikel 4.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de sociale veiligheid.
Artikel 5
Waarde - Hoge archeologische verwachting
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.2.1 Algemeen Behoudens het bepaalde in artikel 5.2.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen en poelen; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen (nutsvoorzieningen) breder dan 80 cm en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m onder het maaiveld - omploegen, het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering; f.
bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters. 5.2.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in artikel 5.2.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale (agrarische) beheer, onderhoud en exploitatie, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. werken en werkzaamheden waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor bouwen; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,4m onder het bestaande maaiveld met een maximale oppervlakte 100 m2.
5.2.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 5, zijn slechts toelaatbar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen,
Bonenburgerlaan 48 Heerde
61
a. b.
niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 5.2.4 Rapportageplicht Archeologie De onder artikel 5.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport of advies dat de aanvrager bij de aanvraag voor omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.2.5 Deskundige advies archeologie Indien het onder artikel 5.2.4 genoemde rapport of de beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 5.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a.
De dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische monumenten' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
62
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het aantal parkeerplaatsen, de situering van de parkeerplaatsen en de situering van de laad- en losruimte ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid.
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Strijdig gebruik a. Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 2. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor doeleinden van zelfstandige bewoning; 3. het gebruik van gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering. b. Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, vrijstelling of ontheffing vereist en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan.
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en kan worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan;
Bonenburgerlaan 48 Heerde
63
d.
de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde en kan worden toegestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m2; f. het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m2. Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 9.2 9.2 Afwegingskader 9.2.1 Afwegingskader Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden: a. de mate waarin de waarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of van eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; c.
de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de aanvaardbaarheid op het gebied van financiële uitvoerbaarheid, milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, geluid, ecologie en archeologie; d. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; e. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur. 9.2.2 Weigering Indien de waarden en/of belangen als genoemd in artikel 9.2.1 onder a en b onevenredig worden geschaad en/of de artikel 9.2.1 onder c en d genoemde uitvoerbaarheid/ inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de artikel 9.2.1 onder e genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing.
64
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 10.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid onder artikel 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid onder artikel 10.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bonenburgerlaan 48 Heerde'.
Bonenburgerlaan 48 Heerde
65
66
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlagen bij de regels
Bonenburgerlaan 48 Heerde
67
68
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bijlage 1
Illustratie streefbeeld architectonische kwaliteit
Bonenburgerlaan 48 Heerde
69
70
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Verbeelding
Bonenburgerlaan 48 Heerde
71
72
Bonenburgerlaan 48 Heerde
Bonenburgerlaan 48 Heerde
73
74
Bonenburgerlaan 48 Heerde