5.2. Accommodatiebeleid Gemeente Heerde 2024
Tekst van het document
Totstandkoming van binnensportaccommodaties is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De instandhouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en een stichting of commerciële exploitant. ▪ De gemeente draagt zorg voor het grote, planmatige onderhoud, voor het eigenaardeel van verzekeringen, belastingen en heffingen en voor het contractbeheer. ▪ Het gebruikersbeheer (beheertaken die voortvloeien uit dagelijks gebruik) van één of meerdere binnensportaccommodaties is de verantwoordelijkheid van één of meerdere beherende instellingen (stichting of commerciële exploitant) die hiervoor een exploitatiebijdrage ontvangt.
Met deze beleidsregels behoudt de gemeente de regie door afspraken over het gebruikersbeheer vast te leggen in een exploitatieovereenkomst met een beherende partij. Het verdient echter nog aandacht om de juiste beheerconstructie uit te werken. Op deze manier hoeft de gemeente zich alleen te concentreren op de totstandkoming en het eigenaarbeheer van de binnensportaccommodaties, waardoor ambtenaren niet belast worden met de dagelijkse gang van zaken.
Buitensport Voor de buitensportaccommodaties zijn de volgende beleidsregels van toepassing voor de totstandkoming en instandhouding. ▪ ▪
▪ ▪ ▪
Totstandkoming van de velden/banen is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Instandhouding van de velden/banen, niet zijnde dagelijks onderhoud, is de verantwoordelijkheid van de gemeente*. Denk hierbij aan: ▪ Het cultuurtechnisch onderhoud zoals maaien, prikken, rollen, bemesten, beregenen, vegen, et cetera. In wezen alle kosten voor het onderhoud aan de velden (zowel natuurgras als kunstgras). ▪ Reservering van groot onderhoud en vervangingen van bijvoorbeeld de diverse toplagen van velden/banen. Dagelijks onderhoud is de verantwoordelijkheid van de verenigingen. Hiermee wordt bedoeld het herstellen van speelschade, bladvrij houden, belijnen en kanten bij maaien. Totstandkoming en instandhouding van kleed-clubgebouw (alleen basisvoorziening, niet zijnde kantine en bestuurskamer) is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De kosten voor totstandkoming en instandhouding die niet als basisvoorziening geduid worden, zijn voor de vereniging.
* De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de instandhouding houdt niet in dat de gemeente deze taken zelf moet uitvoeren. Het is ook mogelijk dat de gebruikers (verenigingen/stichtingen), onder voorwaarden, een vergoeding ontvangen voor het uitvoeren van het onderhoud aan de velden/banen (gebeurd in de huidige situatie ook al voor een deel). Die voorwaarden hebben betrekking op de kwaliteit van het onderhoudswerk (bestek en controle). De bijdragen worden waar mogelijk vastgesteld op basis van meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s).
30
Multifunctionele accommodaties (MFA’s) Voor de multifunctionele accommodaties zijn in wezen dezelfde beleidsregels van toepassing voor de totstandkoming en instandhouding als voor de binnensport. ▪ ▪
Totstandkoming van MFA’s is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De instandhouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen de gemeente en een stichting of commerciële exploitant. ▪ De gemeente draagt zorg voor het grote, planmatige onderhoud, voor het eigenaardeel van verzekeringen, belastingen en heffingen en voor het contractbeheer. ▪ Het gebruikersbeheer (beheertaken die voortvloeien uit dagelijks gebruik) van één of meerdere MFA’s is de verantwoordelijkheid van één of meerdere beherende instellingen (stichting of commerciële exploitant) die hiervoor een exploitatiebijdrage ontvangt.
Net als voor de binnensportaccommodaties behoudt de gemeente de regie door afspraken over het gebruikersbeheer vast te leggen in een exploitatieovereenkomst met een beherende partij. Het verdient echter nog aandacht om de juiste beheerconstructie uit te werken. Op deze manier hoeft de gemeente zich alleen te concentreren op de totstandkoming en het eigenaarbeheer van de MFA’s, waardoor ambtenaren niet belast worden met de dagelijkse gang van zaken.
Aanvullend De bijdrage en kosten voor de totstandkoming en instandhouding van voorzieningen die van toepassing zijn op zowel basis- als niet-basisvoorzieningen worden naar rato verdeeld op basis van vierkante meters. Dit betreft bijvoorbeeld investeringen in CV-installaties en dakrenovaties. Eenzelfde systematiek wordt toegepast op kosten voor verzekeringen en belastingen. Subsidieregelingen Bij de uitvoering van het accommodatiebeleid wordt te allen tijde gekeken naar beschikbare subsidiemogelijkheden om de financiële lasten voor zowel de gemeente als de verenigingen te verlichten. Twee belangrijke subsidieregelingen (op dit moment) zijn de BOSA-regeling en de SPUK stimulering sport regeling. De BOSA-regeling is bedoeld voor sportverenigingen en stichtingen en biedt subsidies voor investeringen in bouw, onderhoud en duurzame aanpassingen van sportaccommodaties. Hierbij worden de BTW-kosten meegerekend in de subsidieaanvraag. De SPUK stimulering sport regeling is gericht op gemeenten en biedt ook specifieke uitkeringen voor investeringen in sportaccommodaties inclusief het onderhoud. Een belangrijk voordeel van deze regeling is dat de gemeente de BTW kan terugvorderen, wat de netto kosten verlaagt.
Bij het bepalen van de rolverdeling tussen de gemeente en de verenigingen wordt overwogen of de verantwoordelijkheid voor het aanvragen van subsidies bij de verenigingen wordt neergelegd, waarbij de gemeente de resterende kosten dekt. Indien de gemeente zelf investeert, zijn de uiteindelijke kosten voor de gemeente vergelijkbaar door de mogelijkheid tot BTW-terugvordering. Beide regelingen kunnen niet gecombineerd worden voor eenzelfde aanvraag.
31
Over- en ondercapaciteit buitensport De gemeente levert uitsluitend een financiële bijdrage aan de realisatie en instandhouding van de voorziening waarbij geen sprake is van overcapaciteit. Voor de buitensport betreft dit het aantal velden, kleed- en wasruimten et cetera. De omvang van verenigingen kan aan schommelingen onderhevig zijn. Verenigingen kunnen groeien of krimpen waardoor de situatie kan ontstaan dat een vereniging (al dan niet tijdelijk) teveel of juist te weinig velden of voorzieningen heeft. Er moet dus een goede regeling komen voor de wijze waarop vraag en aanbod in evenwicht blijven en de wijze waarop een teveel of tekort aan accommodatie wordt gefinancierd. In de bijlage treft u de voorgestelde regeling.
7.3. Tarieven en huursystematiek Het nieuwe tarievenbeleid is simpel, transparant en biedt duidelijkheid over de tariefbepaling per type accommodatie. Voorgesteld wordt om kostprijsgeoriënteerde tarieven te hanteren, wat betekent dat de hoogte van de tarieven wordt gerelateerd aan de kosten van het type voorziening. Om vanuit een kostprijsberekening te komen tot reële en transparante tarieven die de toegankelijkheid van accommodaties niet onbetaalbaar maken, wordt gebruikgemaakt van dekkingspercentages voor de maatschappelijke partijen. De gemeente wil dat op die manier het gebruik van de accommodaties betaalbaar blijft voor alle inwoners. Maatschappelijke tarieven houden direct in dat de gemeente op indirecte wijze de accommodaties blijft subsidiëren. Binnensport ▪ De beherende instelling wordt een kostendekkende huur in rekening gebracht. ▪ Tarief per sportzaal/zaaldeel per uur, zoals momenteel het geval is, blijft behouden en is in lijn met wat te doen gebruikelijk is binnen Nederlandse gemeenten. Wel wordt er een jaarlijkse indexatie doorgevoerd. ▪ Commerciële partijen betalen een kostendekkende huur. ▪ Voor de niet noodzakelijke voorzieningen (kantines en eventuele bestuurskamer) die niet multifunctioneel worden ingezet wordt een kostendekkende huur in rekening gebracht.
32
Tabel 5. Tarieven zoals ze van toepassing zijn in 2024.
Buitensport Voor de buitensport wordt voorgesteld om een huursom in rekening te brengen voor het gebruik van velden/banen en voor het gebruik van kleed- en wasruimte die in lijn is met het landelijk gemiddelde. De gemeente staat immers aan de lat voor de kosten die gemoeid zijn met de totstandkoming en instandhouding van deze voorzieningen. Indien de gemeente een kostendekkende huur in rekening brengt, wordt de sport voor de meeste inwoners onbetaalbaar. Gemiddeld genomen dekken de inkomsten uit huur circa 5- tot 10 procent van de totale instandhoudingskosten inclusief de vaste lasten. De huidige huurkosten van de buitensport zijn lager dan landelijk gemiddeld. In de volgende tabel worden de tarieven vergeleken met het landelijke gemiddelde. Tabel 6. Huurtarieven gemeente Heerde in vergelijking met het landelijk gemiddelde Type accommodatie Natuurgras voetbalveld Kunstgras voetbalveld Atletiekbaan Skeelerbaan/piste Kleed- en wasruimten
Gemeente Heerde € 2.930 (2022) € 2.930 (2022) € 5.590 (2019) € 2.930 (2022) € 0,-
Gemiddelde Nederland* € 3.600 (2022) € 7.068 (2022) € 11.810 (2018-2019) o.b.v. 6 lanen
*Bron: Mulier Instituut Uit de tabel blijkt dat de tarieven in de gemeente Heerde lager zijn dan het landelijke gemiddelde. Het is echter belangrijk op te merken dat huurtarieven voor sportvelden lastig te vergelijken zijn, doordat gemeenten randzaken en voorzieningen in verschillende mate verwerken in de huurtarieven. Verschillen in het huurtarief kunnen voortkomen uit de manier waarop deze elementen zijn opgenomen. In de gemeente Heerde moeten verenigingen bijvoorbeeld diverse onderhoudskosten zelf dragen. Gezien de nieuwe beleidsregels is een verhoging van de huurprijs
33
gerechtvaardigd. De details van de huurverhoging worden (na de vaststelling van het nieuwe accommodatiebeleid) in samenspraak met de verenigingen en stichtingen uitgewerkt. Denk aan een overgangsregeling met een jaarlijkse huurstijging bovenop de jaarlijkse index. MFA’s ▪ De beherende instelling wordt een kostendekkende huur in rekening gebracht. ▪ Maatschappelijke activiteiten krijgen voorrang en betalen toegankelijke huurtarieven (in lijn met benchmark/naastgelegen gemeenten), per type ruimte. ▪ De beherende instelling ontvangt een exploitatiebijdrage om het tekort aan huurinkomsten (om kostendekkend te kunnen exploiteren) te dekken. Afspraken worden vastgelegd in een exploitatieovereenkomst. ▪ Indien commercieel beherende partij, dan deel van MFA risicodragend exploiteren (denk aan foyer, kantine en percentage ruimtes waarbij de leegstand gevuld kan worden met commerciële activiteiten).
34
8. Financiële consequenties 8.1. Inleiding De voorgestelde beleidsregels voor totstandkoming en instandhouding brengen enkele financiële consequenties met zich mee. In dit hoofdstuk worden de consequenties voor de binnensport, buitensport en de MFA’s beknopt beschreven.
8.2. Binnensport De voorgestelde beleidsregels hebben geen grote financiële consequenties voor de binnensportaccommodaties en haar gebruikers. Na de sloop van de sport- en tennishal in Wapenveld is er in de gemeente Heerde nog één sporthal inclusief aparte turnzaal (Faberhal) gevestigd die in stand moet worden gehouden. De overige gym- en sportzalen zijn geïntegreerd binnen de MFA’s. Het realiseren en in stand houden van binnensportaccommodaties was al de verantwoordelijkheid van de gemeente en dat verandert niet in het nieuwe beleid. Wel wordt er onderzocht wat de meest geschikte vorm van beheer en exploitatie van de Faberhal is. Opgemerkt moet worden dat de kosten voor het onderhoud, zoals aangegeven in de MJOP's, niet volledig in de gemeentebegroting zijn opgenomen. Grote kostenposten voor renovatie, vervangingen en verduurzaming worden in de perspectiefnota opgenomen.
8.3. Buitensport Voor buitensportaccommodaties zijn er financiële consequenties verbonden aan het nieuwe beleid. Deze paragraaf begint met een overzicht van de huidige financiële situatie voor zowel de buitensportverenigingen als de gemeente. Vervolgens biedt het een overzicht van de belangrijkste financiële gevolgen die de nieuwe beleidsregels met zich meebrengen.
Verenigingen Huidige situatie Op dit moment betalen de voetbalverenigingen, de atletiekvereniging, menvereniging, de skeelerclub en de ijsvereniging een huurbedrag voor het gebruik van de velden/banen. Voor kleeden wasruimten en eventuele overige opstallen betalen de verenigingen geen huur. Ze hebben geen verdere betalingsverplichtingen aan de gemeente, maar zijn verantwoordelijk voor het reguliere onderhoud van de velden. Dit reguliere onderhoud omvat activiteiten zoals maaien, prikken, rollen, bemesten, beregenen en vegen; kortom, alle kosten voor het onderhoud van de velden. Voor dit onderhoud ontvangen de verenigingen een bijdrage van de gemeente. In de volgende tabel worden de huurkosten en de bijdrage voor regulier onderhoud van de buitensportaccommodaties weergegeven.
35
Tabel 7. Huidige huurkosten en bijdrage regulier onderhoud uitgesplitst naar type veld/baan, afgerond naar 500-tallen. Veld-baantype Natuurgrasveld voetbalveld Kunstgras voetbalveld 4-laans atletiekbaan Skeelerbaan en -piste Natuurijsbaan Totaal
Aantal 8 5 1 1 1
Huidige huurkosten voor verenigingen € 25.000 € 15.500 € 6.000 € 3.000 € 500 € 50.000
Bijdrage regulier onderhoud aan verenigingen € 62.000 € 7.500 € 10.500 € 80.000
Een aantal kosten en inkomsten zijn in dit overzicht nog niet meegenomen. Dit betreft onder andere de kosten voor het uitvoeren van activiteiten en de aanschaf van sport- en spelmateriaal. Daarnaast zijn er kosten aan onderdelen van accommodaties die momenteel volledig of deels door de verenigingen worden gedragen volgens de huidige demarcatielijst. Ook overige inkomsten, zoals subsidies (bijvoorbeeld de jeugdledensubsidie), zijn in dit overzicht niet opgenomen. Nieuwe situatie Met de nieuwe beleidsregels voor de totstandkoming en instandhouding hoeven de verenigingen die momenteel door de gemeente worden ondersteund, geen kosten meer te maken voor regulier onderhoud en het reserveren voor groot onderhoud en vervangingen. De huurprijs voor het gebruik van de velden/banen zal echter worden verhoogd. Dit tarief omvat ook het gebruik van het aantal kleedkamers dat een vereniging nodig heeft volgens de landelijke normen (NOC*NSF). Zoals eerder aangegeven, worden de details van de huurverhoging in overleg met de verenigingen en stichtingen uitgewerkt. In de volgende tabel worden de oude en voorgestelde huurprijzen weergegeven. Hierbij zijn de oude huurkosten voor 2024 gebruikt en is dezelfde index toegepast als die voor de landelijke gemiddelde huurprijzen in 2022, welke ook in de gemeente Heerde wordt gehanteerd.
Voor een overzichtelijke vergelijking zijn alleen de verenigingen opgenomen die aanzienlijke kostenposten hebben en momenteel op het gebied van accommodatie door de gemeente worden ondersteund. Dit betekent niet dat andere buitensportverenigingen of stichtingen zijn uitgesloten. Tabel 8. Huidige huurkosten 2024 vergeleken met de voorgestelde huurkosten 2024, afgerond naar 500-tallen. De bedragen zijn inclusief kleed- en wasruimten. Veld-baantype Natuurgrasveld voetbalveld Kunstgras voetbalveld 4-laans atletiekbaan Skeelerbaan en -piste Natuurijsbaan Totaal
Aantal 8 5 1 1 1
Oude huurkosten € 25.000 € 15.500 € 6.000 € 3.000 € 500 € 50.000
Nieuwe huurkosten € 30.500 € 37.000 € 10.000 € 6.000 € 500 € 84.000
36
Gemeente Huidige situatie De gemeente heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in de realisatie van velden en banen en bijgedragen aan renovaties en onderhoud. Voor de buitensport zijn de gemeentelijke lasten vanaf 2005 op hoofdlijnen in de volgende tabel weergegeven. Omdat het lastig is om alle investeringen exact te achterhalen en het rentepercentage ook fluctueert spreken we over globale kosten. Het betreft hier investeringskosten, rente, afschrijvingen, renovatiekosten en kosten voor groot onderhoud. Kosten voor verzekeringen en belastingen zijn hierin niet meegenomen. Hier staan inkomsten uit huur tegenover. Tabel 9. Gemeentelijke investeringen in buitensportaccommodaties vanaf 2005
Velden en banen Kleed- clubaccommodaties Reguliere onderhoud Totaal
Investeringsbedrag vanaf 2005 € 3.200.000 € 670.000 € 3.870.000
Globale jaarlijkse kosten* € 230.000 € 49.000 € 80.000 € 359.000
Jaarlijkse inkomsten uit huur € 50.000
€ 50.000
*op basis van een rentepercentage van 2%, afschrijving 40 jaar bij nieuwbouw, 25 jaar bij renovatie, 12 jaar bij renovatie/vervangingen toplagen velden/banen. Nieuwe situatie Met de voorgestelde beleidsregels is de gemeente Heerde jaarlijks € 397.500 kwijt voor het toekomstbestendig in stand houden van de voetbalvelden, atletiekbaan, skeelerbaan en -piste en € 85.000 de kleed- en wasruimten. Het bedrag voor de velden/banen is gebaseerd op landelijke kengetallen en de benchmark van Hospitality-Group in 2024. Het bedrag is inclusief reserveringen voor groot onderhoud en vervangingen, maar is exclusief (resterende) kapitaallasten en exclusief de tennisaccommodaties en eventuele overige buitensportaccommodaties. De instandhoudingskosten van de kleed- en wasruimten, zijn momenteel niet volledig inzichtelijk. Wel is op basis van de MJOP’s een inschatting gemaakt van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud en vervangingen. In de volgende tabel is de nieuwe financiële situatie voor de gemeente weergegeven. Tabel 10. Nieuwe situatie globale gemeentelijke kosten en inkomsten per jaar.
Velden en banen Kleed- clubaccommodaties Totaal
Globale jaarlijkse kosten € 397.500 € 85.000 € 482.500
Jaarlijkse inkomsten uit huur € 84.000 € 84.000
De globale jaarlijkse kosten voor de gemeente zullen in werkelijkheid iets hoger uitvallen. Dit komt doordat er nog lopende afschrijvingen zijn op bestaande velden, kleed- en wasruimten. Als deze voorzieningen volledig zijn afgeschreven en de gereserveerde bedragen voor groot onderhoud en
37
vervanging niet voldoende zijn, moet de gemeente opnieuw investeren in nieuwbouw of renovatie. Dit leidt tot extra jaarlijkse kosten, zoals rente en nieuwe afschrijvingen. Opgemerkt dient te worden dat het verschil in globale jaarlijkse kosten tussen de ‘huidige’ en ‘nieuwe’ situatie mede komt door de hogere prijzen anno 2024 in vergelijking met het gemiddelde over 19 jaar vanaf 2005. Hoewel de structurele lasten voor de gemeente zullen stijgen, zijn er ook voordelen, namelijk: ▪ Onderhoud wordt meer preventief aangepakt, wat de levensduur verlengt en de kwaliteit van de accommodaties verhoogt. Bovendien brengt achterstallig onderhoud hogere kosten met zich mee. ▪ Inkomsten en kosten zijn vooraf inzichtelijk, wat de financiële planning ten goede komt. ▪ College en raad worden niet onverwachts geconfronteerd met verzoeken om incidentele bijdragen. Besparingsmogelijkheden In de nieuwe situatie blijft de gemeente verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen van basisvoorzieningen, maar kan de gemeente in gesprek met de verenigingen over het zelf uitvoeren van regulier onderhoud, onder toezicht van de gemeente. Het betreft hier uitsluitend het cultuurtechnisch onderhoud aan velden en banen (maaien, prikken, rollen, bemesten, beregenen, vegen, et cetera.) en niet de installatietechnische onderhoudswerkzaamheden. Dit kan voordelen opleveren voor beide partijen.
De vereniging kan bepaalde onderhoudstaken, zoals nu al het geval is, goedkoper uitvoeren met behulp van vrijwilligers. Als compensatie kan de vereniging een percentage ontvangen van het bedrag dat de gemeente anders aan deze werkzaamheden zou besteden. Op deze manier bespaart de gemeente op kosten, en kan de vereniging extra geld verdienen. Daarnaast zorgen de rijkssubsidies ook nog voor verlaging van de jaarlijkse kosten. Dit is niet verwerkt in de vorige tabel.
8.4. Multifunctionele accommodaties (MFA’s) Net zoals bij de binnensportaccommodaties, geldt ook voor de MFA’s en haar gebruikers dat de voorgestelde beleidsregels geen financiële consequenties hebben. De gebruikers zijn huurders van een of meerdere ruimtes en hebben verder geen rol bij de instandhouding van de accommodaties. Het realiseren en in stand houden van MFA’s was voor een deel al de verantwoordelijkheid van de gemeente. Alleen voor de MFA in Vorchten is geen rol voor de gemeente weggelegd. Hier wordt ook geen bijdrage verstrekt. Ook voor de MFA’s (inclusief de nieuwe MFA in Wapenveld) wordt onderzocht wat de meest wenselijke beheerconstructie is.
8.5. Hoe verder De vorige paragrafen geven inzicht in de financiële gevolgen van de voorgestelde beleidsregels. Voor binnensportaccommodaties en multifunctionele accommodaties (MFA's) zijn deze gevolgen niet in euro’s uitgedrukt. Dit betekent niet dat er geen kosten zijn, maar dat de kosten voor de gemeente en gebruikers min of meer dezelfde zullen zijn. Afhankelijk van de beheerconstructie voor de binnensportaccommodaties en MFA’s en de rol van de gemeente kunnen er financiële wijzigingen ontstaan. Denk daarbij aan extra personele kosten aan de kant van de gemeente indien de beheerrol (grotendeels) bij de gemeente wordt neergelegd. Tegelijkertijd is het ook nodig om een exploitatiebijdrage te verstrekken aan een derde partij, indien het beheer uitbesteed wordt.
38
Zoals eerder vermeld wordt onderzoek gedaan naar de meest passende beheerconstructie en bijbehorende consequenties. Voor buitensportaccommodaties zijn er wel financiële consequenties. Het ligt echter niet voor de hand om na vaststelling van het nieuwe beleid de huidige situatie direct te veranderen. Daarom wordt voorgesteld om samen met de verenigingen een overgangsregeling uit te werken, binnen de kaders van het nieuwe beleid. Dit geldt zowel voor de huurverhoging als voor de bijdrage en verantwoordelijkheden in het onderhoud. Daarnaast wordt voorgesteld om in de gemeentebegroting de kosten voor groot onderhoud en vervangingen voor de komende vijf jaar op te nemen, waar mogelijk berekend op basis van een gemiddeld bedrag uit de MJOP's. Omdat de kosten voor groot onderhoud kunnen fluctueren (bijvoorbeeld omdat een dak niet elke vijf jaar vervangen hoeft te worden), is het zicht op toekomstige kosten beperkt. Daarom stellen wij voor dat de gemeente een fonds opricht voor reserveringen voor groot onderhoud. De gemiddelde jaarlijkse kosten per accommodatie over een periode van 20 jaar moeten in dit fonds worden opgenomen. Dit zorgt voor een realistischer en overzichtelijker beeld van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud en vervangingen.
39
Bijlage 1: Uitgangspuntennotitie nieuw accommodatiebeleid Separaat bijgevoegd
Bijlage 2: Afwegingskader Separaat bijgevoegd
40
Bijlage 3: Demarcatielijst Voetbal Voor voetbalaccommodaties geldt dat wordt bijgedragen aan: Velden ▪ Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de gezamenlijke norm van KNVB, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). ▪
Afmeting: 64 x 100 meter of 69 x 105 meter voor het hoofdveld, leunhekken rondom wedstrijdvelden, 4 meter uitloop rondom de velden.
▪
Voorzieningen per veld: Ballenvangers (2 stuks 25 x 5 meter), 2 seniorendoelen, 4 Hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom velden (1,5 m breed), beregeningsinstallatie, verlichting (6 masten, 8 armaturen voor trainingsvelden) en 2 dug-outs per wedstrijdveld.
Parkinfrastructuur ▪ Paden (1,8 m breed), toegangspoort, werktoegangspoort (5 m breed), afvalbakken, hekwerk rondom het park, groen, parkeerplaats (aantal parkeerplaatsen volgens CROW-normen, afmeting per parkeerplek 2,5 x 5 meter (regulier) of 3,5 x 5 meter (Miva)) en fietsenstalling. Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNVB/VNG/VSG-norm. ▪
Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlockers (bij dubbel gebruik van kleed- en wasruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters.
Kwaliteit en afwerkingsniveau De bonden maken onderscheid naar eisen/normen en aanbevelingen. De bijdrage in de gemeente Heerde bevat uitsluitend de eisen/normen en niet de aanbevelingen. Geen bijdrage De volgende accommodatiedelen wordt niet aan bijgedragen (geen uitputtende opsomming): ▪ Extra velden (meer velden dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden dan 64 x 100 meter. ▪ Tribune, kassahokje. ▪ Extra kleed- en wasruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair. ▪ Bestuurskamer/vergaderruimten. ▪ Meubilair/inrichting. ▪ Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pionnen en overig trainingsmateriaal. ▪ Onderhoudsmaterialen.
41
Atletiek Voor de atletiekaccommodatie geldt dat wordt bijgedragen aan: Velden Atletiek 4-laans kunststof atletiekbaan met binnenveld en technische onderdelen ▪ Kunststof atletiekbaan, met 4 lanen en 6 sprintbanen, belijning en goten ▪ Natuurgras middenterrein ▪ Technisch elementen vaste inrichting ▪ Verspringen ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ Afzetbalk ▪ Landingsbak ▪ Hinkstapspringen ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ Afzetbalk ▪ Landingsbak ▪ Hoogspringen (2maal) ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ 2 staanders ▪ Mat ▪ Polsstokhoogspringen ▪ Aanloop (kunststof met belijning) ▪ Insteekbak polsstok ▪ 2 staanders ▪ Mat ▪ Discuswerpen ▪ Werpcirkel ▪ Kooi ▪ Landingssector ▪ Kogelstoten ▪ Afwerpcirkel ▪ Stootbalk ▪ Landingssector ▪ Leunhekwerk ▪ Sportveldverlichting Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNGU ▪ Overige voorzieningen: Opslag, werkkast en sanitair sporters Parkinfrastructuur, kwaliteit en afwerkingsniveau en ‘geen bijdrage’ ▪ Gelijk aan voetbal
42
Skeelerbaan en -piste Voor de skeelerbaan en -piste geldt dat wordt bijgedragen aan: Velden ▪ 200m skeelerpiste ▪ Rondbaan 333m ▪ Leunhekwerk ▪ Baanverlichting voor de skeelerbaan en -piste Kleed-/clubgebouw ▪ twee kleed- en wasruimten 25 m² per ruimte. ▪ Sanitair sporters, vier toiletten, totaal 9m² Parkinfrastructuur, kwaliteit en afwerkingsniveau ▪ Gelijk aan voetbal
43
Bijlage 4: Onderbouwing financiën buitensport Benchmarkgegevens voor instandhoudingskosten buitensportaccommodaties. Aantal velden is gekoppeld aan de situatie binnen de gemeente Heerde. Ondanks dat de tennisverenigingen momenteel niet worden ondersteund zijn de instandhoudingskosten voor de tennissport ook inzichtelijk gemaakt. Velden en banen Hieronder staan de instandhoudingskosten van verschillende buitensportaccommodaties vermeld. De eerste tabel toont de instandhoudingskosten per veld en per baan. Dit is exclusief de kapitaallasten voor de realisatie van nieuwe velden/banen, maar inclusief regulier onderhoud en reserveringen voor groot onderhoud en vervangingen. In de tweede tabel vindt u een tabel met de reguliere onderhoudskosten voor voetbal, atletiek, skeelerbaan en -piste en de tennis. Hoewel tennisverenigingen momenteel geen gemeentelijke bijdrage ontvangen, zijn hun velden opgenomen in het overzicht om de mogelijke consequenties te duiden. Tabel 1: Instandhoudingskosten (regulier onderhoud, groot onderhoud en vervangingen) per veld/baan per jaar exclusief kapitaallasten. Veld-baantype
Aantal
Natuurgrasveld voetbalveld 8 Kunstgras voetbalveld 5 Kunstgras tennisbaan 7 Roodzand tennisbaan 4 Gravel tennisbaan 4 4-laans atletiekbaan 1 Skeelerbaan en -piste 1 Totaal Totaal exclusief tennis Bron: benchmarkgegevens Hospitality-Group
Instandhoudingskosten excl. kapitaallasten per veld/baan p/j € 24.000 € 30.000 € 1.200 € 2.000 € 2.750 € 33.000 € 22.500
Totaal € 192.000 € 150.000 € 8.400 € 8.000 € 11.000 € 33.000 € 22.500 € 424.900 € 397.500
Uit de tabel blijkt dat de totale instandhoudingskosten exclusief kapitaallasten voor voetbal, tennis, atletiek en de skeelervereniging in theorie uitkomt op circa € 424.900. Hierbij moet worden opgemerkt dat de voetbal-, atletiek en skeelervereniging niet volledig zelf hebben geïnvesteerd in de aanleg van de velden/banen. Daarnaast is het de vraag of de verenigingen/stichtingen wel reserveren voor groot onderhoud en vervangingen. De reguliere onderhoudskosten geven daarom een beter beeld van de kosten die momenteel voor een groot deel voor rekening van de voetbalverenigingen, atletiekvereniging en skeelerclub komen.
44
Tabel 2: Reguliere onderhoudskosten per veld/baan per jaar Veld-baantype Aantal Natuurgrasveld voetbalveld 8 Kunstgras voetbalveld 5 Kunstgras tennisbaan 7 Roodzand tennisbaan 4 Gravel tennisbaan 4 4-laans atletiekbaan 1 Skeelerbaan en -piste 1 Totaal Totaal exclusief tennis Bron: benchmarkgegevens Hospitality-Group
Regulier onderhoud per veld/baan p/j € 18.000 € 9.000 € 900 € 1.200 € 2.250 € 8.000 € 2.500
Totaal € 144.000 € 45.000 € 3.600 € 4.800 € 9.000 € 8.000 € 2.500 € 216.900 € 199.500
Uit de tabel blijkt dat de reguliere onderhoudskosten voor voetbal, tennis, atletiek en de skeelervereniging in theorie uitkomt op circa € 216.900. Zoals eerder beschreven zullen de werkelijke onderhoudskosten voor de meeste verenigingen lager zijn door zelfwerkzaamheid van vrijwilligers. Dat moet ook wel, want de structurele jaarlijkse vergoeding voor het reguliere onderhoud per type veld/baan zijn fors lager.
45
Bijlage 5: Regeling voor over- en ondercapaciteit buitensport ▪ ▪ ▪
▪
▪
▪
▪
Voor het vaststellen van de benodigde capaciteit aan velden en kleedlokalen wordt uitgegaan van de normen van KNVB (voetbal) en NOC*NSF (tennis) Om de drie jaar geven de verenigingen het aantal leden en het aantal teams door aan de gemeente. De gemeente maakt vervolgens een capaciteitsberekening op basis van de genoemde normen. Die berekening geeft uitsluitsel over het aantal velden en banen waar een vereniging recht op heeft en het aantal kleed- en wasruimten. Als deze berekening als uitkomst heeft dat een vereniging over te veel of te weinig velden/ voorzieningen beschikt, dan start de telling van het aantal jaren (het startmoment). Daarbij geldt dat een marge van 0,25 wordt aangehouden. Daarmee wordt bedoeld: ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar de behoefte heeft aan bijvoorbeeld 2,3 velden, heeft een tekort van 1 veld (immers het tekort bedraagt 0,3 veld, wat hoger is dan de marge van 0,25). ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar slechts behoefte heeft aan bijvoorbeeld 1,2 velden, heeft een overschot van 1 veld (immers de behoefte is lager (1,2) dan de marge (1,25)). Als is gebleken dat een vereniging over- of ondercapaciteit heeft worden vervolgens jaarlijks gegevens opgevraagd over leden/teams/deelnemers. De eerste drie seizoenen na de vaststelling van de over- of ondercapaciteit verandert er nog weinig tot niets.
De vereniging blijft – telkens aan het begin van het seizoen – de ledenaantallen en aantal teams indienen bij de gemeente. Het enige wat zou kunnen veranderen is dat de gemeente de vereniging helpt om trainingen of wedstrijden op een andere accommodatie te huisvesten (in het geval er een tekort is). Voorafgaande aan het vierde seizoen wordt vastgesteld of de over- of ondercapaciteit structureel is (door middel van toetsing aan de bevolkingsprognoses en de landelijke en regionale ontwikkeling van de betreffende sport). Als dat het geval is ontstaan er twee mogelijkheden: ▪ Structurele overcapaciteit: In deze situatie is de gemeente niet meer verantwoordelijk oor het in stand houden van de overcapaciteit. ▪ Structureel tekort: In dat geval dient de vereniging een aanvraag in voor een extra veld of kleedlokaal. Deze aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het afwegingskader. Daarbij geldt dat de daadwerkelijke aanpassingen, ingeval het een gemeentelijke accommodatie betreft, zoveel mogelijk zullen samenvallen met momenten waarop groot onderhoud is gepland. In geval van overcapaciteit (veld te veel) wordt per situatie bekeken of het overbodige veld een andere invulling kan krijgen, indien dit ook wenselijk is vanuit de vereniging of stichting. Mogelijk wil een vereniging de overcapaciteit wel aanhouden ondanks dat ze dan zelf aan de lat staat voor de totale instandhouding.
(Er wordt voor de overcapaciteit dan ook geen huur meer in rekening gebracht).
46