CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2.5. Bijlagen_Bijlage 5 Quickscan natuurtoets

Raad 27 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Vaststelling bestemmingsplan Wilhelminalaan 59 fase 2, Heerde7.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan Wilhelminalaan 59 Heerde

2

Inhoud 5. 1.

Colofon

2.

Samenvatting en advies

3.

Inleiding

4.

6.

Gebiedsbescherming 5.1.

Natura-2000

5.2.

Natuurnetwerk Nederland

5.3.

Stikstofdepositie

Soortbescherming

3.1.

Aanleiding

6.1.

Flora

3.2.

Planlocatie

6.2.

Fauna

3.3.

Ontwikkelingen

6.3.

Houtopstanden

Kader en methode 4.1.

Wettelijk kader

4.2.

Uitvoering

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

7.

Verantwoording

8.

Bijlage

3

1. Colofon Onderzoek

QuickScan natuurtoets

Document

QS50691 v1.3

Datum

14 december 2022

Locatie

Wilhelminalaan 59 Heerde

Opdrachtgever

Junco B.V.

Opdrachtnemer

Bureau Natuurlijk

Ecoloog Adres

Van Oordtstraat 3 8075 KV; Nunspeet

Telefoon

06-41737676

Email

info@bureaunatuurlijk.nl

Internet

www.bureaunatuurlijk.nl

KvK-nummer

66411467

Btw-identificatienr.

NL001643256B68

Rekeningnummer

NL15 KNAB 0256 8908 46

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

4

2. Samenvatting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet Natuurbescherming mogelijk wordt overtreden. Nadere onderzoeken worden geadviseerd.

Gebiedsbescherming Natura 2000

Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van N2000 gebieden wordt geen verstoring verwacht. Een voortoets N2000 wordt niet noodzakelijk geacht. Ten aanzien van stikstof wordt er in de nieuwe gebruiksfase mogelijk een hogere depositie verwacht. Een Aeriusberekening geadviseerd.

Soortbescherming Flora

Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen

Mogelijke overtreding wet natuurbescherming. Geadviseerd wordt om een nader onderzoek gebouw- en boombewonende vleermuizen uit te voeren volgens het vleermuisprotocol 2021. Zoogdieren

Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels

Mogelijk overtreding wet natuurbescherming. Geadviseerd wordt een nader onderzoek uit te voeren naar de huismus en de gierzwaluw op basis van de kennisdocumenten van BIJ12. Overige soorten

Geen overtreding wet natuurbescherming.

Natuur Netwerk Nederland

Volgens de routekaart NNN is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Houtopstanden

Er worden geen bomen gekapt, die vallen zoals bedoeld in de wet Natuurbescherming die vallen onder het onderdeel houtopstanden

5

3. Inleiding 3.1

Aanleiding

Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Wilhelminalaan 59 te Heerde heeft van EdokRO, namens Junco B.V., aan Bureau Natuurlijk gevraagd een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. 3.2

Heerde is een gemeente in de provincie Gelderland, aan de rand van de Veluwe. De gemeente telt 19.010 inwoners (31 januari 2022, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 80,40 km² (waarvan 1,42 km² water). Naast de kern Heerde behorende kernen Berghuizen, Hoorn, Veessen, Vorchten, Werven en Wapenveld ook tot de gemeente.

Planlocatie

De planlocatie betreft een perceel gelegen aan de Wilhelminalaan 59, zie figuur 1, binnen de bebouwde kom van Heerde. Op de planlocatie staat een voormalig schoolgebouw, een fietsenstalling en een elektriciteitshuisje. Het overige van de planlocatie is op dit moment ingericht als schoolplein met veel bestrating, enkele borders, hagen en gras (achterstallig onderhoud). De school is opgetrokken uit bakstenen muren en is gedekt met pannen. Een recenter gedeelte is opgetrokken uit bakstenen muren maar gedekt met bitumen. Het elektriciteitshuisje is opgetrokken bakstenen muren en gedekt met bitumen. De fietsenstalling is opgetrokken uit houten planken bevestigd op een stalen frame en gedekt met een aluminium profiel. QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Fietsenstalling

6

Figuur 1 planlocatie

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

7 3.3

Ontwikkelingen en effecten

Initiatiefnemer is voornemens op de planlocatie de huidige opstallen te slopen en de locatie te herontwikkeling met nieuwbouwappartementen. Ook de bijbehorende schoolplein / omliggende terrein behoort bij de planontwikkeling aangezien de woningen ingepast moeten worden in de huidige situatie. Onderstaand is een mogelijke inrichting / ontwerp

Voor een definitief ontwerp of inhoudelijke vragen hierover wordt verwezen naar Edok-ro of de initiatiefnemer. QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

8 Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal opnieuw ingevuld worden maar ecologisch gezien niet veranderen. De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: • • •

Slopen van de huidige opstallen. Afvoeren van het aanwezige groen. Egaliseren terrein.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

• •

•

Bouwen van woningen. Het herinrichten van de planlocatie met de inrichting welke bij de functie wonen verwacht kan worden. Aanleg tuin/bestrating/parkeren naar nieuwe situatie.

Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie.

9

4. Kader en methode 4.1

Wettelijk kader

Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Floraen faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet (1 januari 2023). Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming.

Elektriciteitshuisje

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

10 Tabel 1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000- gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000- gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn.

Soortbescherming

Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • • • • •

Vogels met jaarrond beschermde nesten; Overige vogels; Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.

Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

11 Vervolg tabel 1

Wet natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • • • • •

Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij) Het dunnen van een houtopstand, Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

12

Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te Art 3.5 lid 2 storen, tenzij de storing niet van Het is verboden dieren opzettelijk te wezenlijke invloed is op de staat van verstoren instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Niet van toepassing

Niet van toepassing

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

13 4.2

Onderzoeksmethode

De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Op 20 april 2022 is het plangebied aan de Wilhelminalaan 59 te Heerde door dhr. P. Smits en P. Wiegel bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het zonnig en ongeveer 19 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 3. Er is een visuele inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig). 4. De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegankelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop). 5. Bewijslast is verzameld met fotomateriaal. QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

6.

De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming.

7.

In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht.

8.

Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a. bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is.

9.

Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder f. Fotocamera

10. De opgestelde rapportage is beoordeeld door een tweede lezer.

gecontroleerd

en

14 4.3

Toepasbaarheid

Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; maart 2022) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen, wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: • • • •

Algemeen zorgvuldig handelen Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling Ecologisch werkprotocol Ontheffing/vrijstelling wet natuurbescherming

15

5. Gebiedsbescherming 5.1

Natura2000

Beschermde gebieden In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 2.7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). De planlocatie is gelegen tussen Natura2000 gebied de Veluwe en de Rijntakken. Veluwe De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. De Veluwe is ter plaatse begrensd als Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Voor de Natura2000 gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor negentien habitattypen, zeven habitatsoorten en tien broedvogelsoorten (zie bijlage). Omdat de werkzaamheden van het plangebied buiten het Natura2000 gebieden plaatsvinden heeft dit geen invloed op de oppervlakte van het Natura2000 gebied en de gestelde doelstellingen.

16 Rijntakken Het Natura 2000-gebied Rijntakken omvat 4 deelgebieden: 1. 2. 3. 4.

Uiterwaarden IJssel Uiterwaarden Neder-Rijn Gelderse Poort Waal

Het deelgebied Uiterwaarden IJssel omvat het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. De IJssel is een zijtak van de Rijn en loopt van Arnhem tot aan het IJsselmeer. Het landschap is ontstaan in een periode dat de rivier een veel groter deel van de waterafvoer verzorgde en de monding nog een echte delta was. De IJssel neemt in perioden van hoge afvoer 1/6 deel van de Rijnafvoer voor haar rekening. In perioden met lage afvoer wordt het water op peil gehouden door de stuw in de Neder- Rijn. Gedurende het winterhalfjaar zijn grote delen van de uiterwaarden geïnundeerd raken. De overstromingsduur en -frequentie variëren sterk van jaar tot jaar. Er zijn grote verschillen in het buitendijkse gebied, verschillen in hoogteligging, afwisseling tussen smalle en brede delen en tussen dichte kleinschalige en grote open delen. Plaatselijk treedt grondwater uit en monden beken uit in het IJsseldal. Zandige kalkrijke oeverwallen en rivierduinen worden afgewisseld met kleiige, vlakke stroomdalen. Bij Arnhem en Dieren snijdt de rivier de stuwwal van de Veluwe aan. Tot aan Olst zijn in het verleden brede meanders (kronkelwaarden) gevormd. In het middendeel stroomt de rivier tussen relatief smalle, hoog gelegen uiterwaarden. Bij Zalk, in het benedendeel, krijgt de rivier een breder bed dat QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

bij Kampen overgaat in een kleine delta. Dit jong gebied is gevormd na de Romeinse tijd en voor de afsluiting van het IJsselmeer. Tussen Dieren en Wijhe liggen veel landgoederen met daarbij behorende oude verkavelingspatronen, heggen en bossen. Het landschap van het noordelijkste deel is open en wordt gekenmerkt door grasland. Een aantal vrijwel onvergraven en reliëfrijke uiterwaarden zoals Cortenoever, Rammelwaard, Ravenswaard en Scherenwelle, vormt een kleinschalig oud cultuurlandschap met daarin stroomdalgraslanden, kievitsbloemhooilanden en glanshaverhooilanden. In reliëfrijke delen komt plaatselijk hardhoutooibos voor. De IJssel verbindt een aantal natuurgebieden met elkaar: • • •

de natuurgebieden langs de rivieren, in de Gelderse Poort en bovenstrooms langs de Rijn in het zuiden; de laagveenmoerassen van Noordwest Overijssel in het noorden; de Randmeren en het Ketelmeer met aansluiting op het IJsselmeer in het westen.

De overige deelgebieden liggen op een grotere afstand van de planlocatie. De planlocatie is gelegen op +/- 1.01 kilometer van N2000gebied de Veluwe (figuur 2) en +/- 3.19 kilometer van N2000gebied de Rijntakken (figuur 3). Gezien de (effect-)afstand tot het Natura2000 gebied, in relatie tot de geplande ontwikkelingen, worden er geen significante invloeden op de beschermde natuurwaarden of aangewezen (beheer)doelstellingen. Externe werking zal naar verwachting niet optreden.

17

Figuur 2 N2000 Veluwe

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

18

Figuur 3 N2000 Rijntakken

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

19 5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • • • •

•

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Aangezien het plangebied is gelegen buiten het NNN van Gelderland of de groene ontwikkelingszone hiervan (figuur 4), en het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

20

Figuur 4 Natuur Netwerk Nederland

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

21 5.3 Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat

het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen. QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat)

AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000gebieden. U kunt in AERIUS alle bronnen die stikstof uitstoten invoeren. De bekendste bronnen zijn verkeer, veehouderijen en industrie. De afstand tot depositiegevoelige Natura 2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is 0.6 kilometer. Gezien de afstand tot het N2000 gebied Veluwe, wat stikstof gevoelig is, in relatie tot de geplande ontwikkelingen wordt mogelijk depositie verwacht. Om dit aan te tonen dan wel uit te sluiten wordt een Aeriusberekening geadviseerd.

22 Advies / conclusie Negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden, gezien de aanpassing van de functie onderwijs van 1 school naar de functie wonen met 24 wooneenheden op de planlocatie, mogelijk verwacht. Een aanvullend onderzoek door middel van een Aeriusberekening wordt dan ook noodzakelijkerwijs geadviseerd. De nieuwe wetgeving omtrent de partiële vrijstelling voor de aanlegfase wordt nu al in twijfel getrokken. Het zou kunnen dat door uitspraak van de rechter of Raad van

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

State na verloop van tijd de wetgeving onderuit gehaald wordt omdat het veel overeenkomsten vertoont met de oude PAS-systematiek. Zeker bij procedures of vaststellingen die langer lopen, zoals een bestemmingsplan, of wanneer de uitvoering verder in de toekomst is gepland, is de kans aanwezig dat er later alsnog een stikstofberekening van de aanlegfase nodig is. Het is daarom in veel gevallen aan te raden de aanlegfase toch te berekenen. Deze keuze is echter aan de initiatiefnemer.

23

6. Soortbescherming De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: • •

Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen

Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1.

Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen). 2. Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten). QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

3. Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren: Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld. 6.1

Flora

Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, zowel binnen als buiten beschermde gebieden. Bevinding veldbezoek Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie. De planlocatie betreft een bebouwd schoolplein met hagen, borders en gras.

terrein,

een

24 6.2

Fauna

Vogels Op de planlocatie is bebouwing aanwezig in de vorm van de eerder omschreven school, elektriciteitshuisje en fietsenstalling. De te slopen bebouwing is tijdens het veldbezoek gecontroleerd op holten en / of kieren wat het gebouw toegankelijk maakt voor soorten welke menselijke bebouwing gebruikt als vaste rust- of verblijfplaats. Hierbij kan gedacht worden aan de soorten zoals de huismus en gierzwaluw. Geconstateerd is dat het met dakpannen gedekte dak van de school geen aaneengesloten geheel vormt en tevens middels de dakgoot toegang geeft tot het dak. Dit maakt dat het dak toegankelijk is voor de eerder genoemde soort de huismus.

Het habitat in de omgeving (tuinen en erven) is geschikt voor de huismus door de aanwezigheid van (groenblijvende) struiken, straatgras, zandbaden en water. De gierzwaluw maakt ook gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats. Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Een aantal voorwaarden stelt de gierzwaluw aan zijn nestplaats (kolonie). Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet in de onmiddellijke omgeving van bomen. De opstal op de planlocatie voldoet aan deze voorwaarde. Gierzwaluwen hebben invliegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

25 Dergelijke holten zijn aangetroffen op een hoogte van meer dan drie meter. Ook voor deze soort geldt dat er een mogelijkheid tot nestgelegenheid onder het dak is.

Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Wat betreft de spreeuw kan er buiten het broedseizoen worden gesloopt omdat dit soort een soort is dat makkelijk uitwijkt naar alternatieve verblijfplaatsen.Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw (Coloeus monedula). Sporen van uilen, zoals braakballen, zijn niet gevonden. Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen.

Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel (volgende pagina) zijn op genomen welke nesten door de wetgever jaarrond beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn waargenomen.

26 Roek Er is ons gewezen op de aanwezigheid van nestlocatie van de roek. Er is aan de westzijde van de ontwikkeling een nestkolonie van de roek waargenomen. Deze nesten worden niet (negatief) beinvloed met de planontwikkeling. Derhalve wordt wel geadviseerd om de bestaande bomen aan de rand van het plangebied zoveel mogelijk ongemoeid te laten. De kolonie bevindt zich aan de zijde van het grasveld en de functionaliteit van deze verblijfplaats zal niet verstoord worden. De activiteiten hebben geen effect op onderdelen van het roekenhabitat en de functionaliteit van een nestplaats van de roek. Aantasting van de functionaliteit kan aan de orde zijn als het geschikte habitat waar de roek in voorkomt in kwantiteit of kwaliteit voor de roek afneemt, waardoor de plek niet meer de functie van nest- of rustplaats kan vervullen. Een leefgebied moet de roek voorzien in alles wat nodig is om succesvol te kunnen voortplanten. Er kan sprake zijn van verstoring van een nest of van een rustplaats als deze plaatsen fysiek, al dan niet voorlopig, wel in stand blijven, maar de activiteiten wel tot gevolg

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

hebben dat de betreffende functie niet of minder goed vervuld kan worden. Dit is niet het geval in deze ontwikkeling. (* Zie bijlage) Ook de ransuil schijnt in de omgeving voor te komen. Een vaste rust- en verblijfplaats is onwaarschijnlijk vanwege de bebouwde omgeving en het ontbreken van sporen (braakballen etc). De bomen blijven tevens grotendeels intact bij de geplande ontwikkeling. De ransuil heeft een habitatvoorkeur vooral in (half)open cultuurland met bosjes of laanbeplanting (ook erven) en groot aandeel graslanden. Vestigt zich graag in een omgeving met muizenrijke plekken, inclusief wegbermen. Advies / conclusie Ten aanzien van vogels zijn nadere onderzoeken noodzakelijk. Geaviseerd wordt een nader onderzoek naar de huismus en de gierzwaluw uit te voeren op basis van de kennisdocumenten BIJ12. Dit om de aan- of afwezigheid van deze soort vast te stellen.

27

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

steenuil

Categorie 1

gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer wespendief zwarte wouw

Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4

blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger Boomklever boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals eidereend Ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger groene specht ijsvogel kleine bonte specht

Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5

kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht

Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

28 Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel (volgende pagina) worden deze onderdelen nader toegelicht. Zoals reeds eerder is beschreven is de opstal (school) op de planlocatie opgetrokken uit stenen muren en is gedekt met pannen. De overige opstallen zijn opgetrokken uit hout en gedekt met bitumen of golfplaten. De school kent via het dak de mogelijkheid voor de vleermuis tot aanklampen maakt dat ook het dak in potentie een verblijfplaats kan zijn voor de vleermuis. De overige opstallen missen spoumuren dan wel dakbeschot om een verblijfplaats te bieden voor de vleermuis. Verblijfplaatsen voor vleermuizen moeten voldoen aan een geschikt microklimaat, met een constante (lage) temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. De eerder genoemde opstallen (uitgezonderd de school) voldoen hier niet aan. Op en nabij en op de planlocatie zijn bomen aanwezig met vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten (op de planlocatie) en loshangende schors (op de planlocatie). Eventueel aanwezige soorten kunnen hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling dan wel verblijfplaatsen zouden verloren kunnen gaan.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

29 Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen kan mogelijk ontstaan wanneer de lijnelementen verwijnen uit het landschap. Rondom de planlocatie zijn deze lijnelementen aanwezig. Hiertussen staan ook bomen met holten welke in potentie een verblijfplaats kan zijn voor de vleermuis. Aangezien deze bomenrijen buiten het plangebied liggen is er in het onderzoek van uit gegaan dat deze in tact blijven. Het foerageergebied blijft intact hetzij aangepast. Een nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes is niet noodzakelijk. Het biotoop en habitat laat zich het beste omschrijven door stedelijke omgeving. Advies / conclusie Een nader onderzoek (conform het vleermuisprotocol 2021) naar gebouw- of boombewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

30

Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.)

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

31 Overige zoogdieren

Slaapmuizen

Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn

Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vanwege het bebouwde karakter van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

32 Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich dan ook niet voor deze soort. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. De bomen op het plangebied zijn onderzocht. Vanwege het (winter)seizoen zijn de bomen goed te inspecteren door het ontbreken van blad. Het plangebied vertoont dan ook geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de UV lamp om urine sporen te doen oplichten en de endoscoop om ruimten te inspecteren. De bunzing (Mustela putorius), QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwachten op de planlocatie. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Reptielen en amfibieën en vissen Het plangebied ligt buiten het bereik van beschermde reptielen en amfibieën. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De effectafstanden en invloeden van genoemde soorten zijn dus irrelevant. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen.

De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg. De

33 beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Derhalve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

34 6.3

Bescherming houtopstanden

Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Wet

Natuurbescherming. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

Houtopstanden

Deze regel geldt niet voor :

Hoofdstuk 4 wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld(artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

1.

2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; Houtopstanden op erven of in tuinen; Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; Kweekgoed; Uit populieren of wilgen bestaande: a. Wegbeplantingen; b. Beplantingen langs waterwegen, en c. Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand; Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: a. Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; b. Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en c. Zijn aangelegd na 1 januari 2013.

35

Verantwoording Literatuur/bronnen • • • •

Wet Natuurbescherming Omgevingsverordening Fauna inventarisatie, Rik Schoon 150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf

Materiaal

Internet

• • • • • • • •

• • • • • • • • •

Camera Zaklamp Thermometer Windmeter Verrekijker Endoscoop Ladder (5 meter) Uv lamp

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

www.rvo.nl www.bij12.nl wwww.verspreidingsatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl www.ndff.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten www.natura2000.nl https://www.infomil.nl

36 Vrijgestelde soorten per provincie

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

37

Disclaimer Deze QuickScan is vervaardigd op verzoek van de

opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Bureau Natuurlijk, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Bureau Natuurlijk is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurlijk voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2020 Bureau Natuurlijk; Nunspeet

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

38

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

39

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

40

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

41

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

42 Nadere onderbouwing Roek Volgens het kennisdocument Roek hebben de volgende ingrepen effect op het nesthabitat van de roek. De ligging van de kolonie betreft aan de westzijde van de planontwikkeling, niet grenzen aan de fysieke bouwplaats. Geen van onderstaande activiteiten die zijn opgenomen in het kennisdocument worden uitgevoerd.

QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

43 https://www.farmlandbirds.net/sites/default/files/LI M_77-1_02-schoppers.pdf Indien er vanuit zorgvuldig handelen geen activiteiten in het donker plaatsvinden tijdens de aanlegfase en de bomen worden niet beschenen met sterkte verlichting, is de verwachting op verstoring nihil vanwege de tussenliggende barrière-werking van de bestaande woning en bosstrookje. Harde geluiden zijn tijdens de sloop- en bouwfase niet geheel te vermijden, echter zal dit niet veel afwijken van de menselijke activiteit waar deze dieren aan gewend zijn, gezien de keuze van hun kolonie. De sloopactiviteiten hebben geen invloed op de winterslaapplaatsen en broedperiode van de roek, mits voldaan wordt aan bovenstaande. Situatie kolonie ten opzichte van de realisatie bebouwing.

De bomen blijven intact. De roek is menselijke activiteit gewend in de bestaande situatie vanwege de ligging in de bebouwde kom van Heerde. Ook het voormalig gebruik van het schoolgebouw heeft de roek niet als hinder ervaren vanwege de vestiging in het bosje. Over storende effecten voor de roek is weinig bekend. De meest voorkomende verstoring vind plaats als broedkolonies worden versnipperd. Deze broedkolonie blijft ongemoeid en dus intact waardoor er geen versnippering plaatsheeft. Bron: Jan Schippers: QuickScan natuurtoets Wilhelminalaan 59 Heerde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=51dbeda6-7708-4e36-a4b8-7884f311c3ae