5.2.2b Bijlage bij de regels Landschapsplan.pdf
Tekst van het document
Landschapsplan Hoorneveenseweg 12a
Opgesteld: Ruimte voor Advies te Vaassen Datum: 29 april 2020 Versie: v2
1
Uitgangspunten Het plangebied ligt in het Hoornerveen, gesitueerd ten noordwesten van de Heerde. Het betreft enkele weidekavels met een woonboerderij, diverse oncourante opstallen, een laan en enkele bossingels.
De kaarten geven voor het plangebied geen historische beplantingen of verkavelingspatronen aanwezig, uitgezonderd de laanbeplanting aan de oostzijde bij de woning. Deze is op de 1880 kaart al zichtbaar (zie blauwe pijl) en nog steeds aanwezig. De bossingel is pas halverwege de vorige eeuw tot ontwikkeling gekomen.
Historische kaarten Aan de hand van oude kaarten (bron: topotijdreis.nl), 1860 tot nu, verkrijgt men een overzicht van de ontwikkeling van het projectgebied. Hierin is te zien dat er gedurende de jaren nogal wat veranderingen hebben plaatsgevonden. De meest opvallende is die uit de periode 1900 tot 1960, waarin het oude heidelandschap werd vervangen door een gemêleerd landschap van bouw- en weidegronden, veel bebouwing en een heel netwerk van wegen. Dit is op de onderstaande kaarten te zien. Het plangebied is er met een blauw kader aangegeven. De veranderingen die het plangebied heeft doorlopen komen overeen met de algemene trend van het Veluwse landschap op de stuwwalhelling tussen begin 20e eeuw tot nu. Anno 1960 resteert er van de vroegere heide niets meer; de hoeveelheid aan bebouwing is dan al opvallend hoog. Dit zet zich door tot vandaag de dag.
Afb. Historische kaarten omstreeks 1880 en 1920, waarin de eerste boerderijen (rood)en bouwgronden (wit) verschijnen op de verder nog open heide. Ook het wegenpatroon krijgt vorm. Bron: Topotijdreis, 2019.
Beleid LOS Stadomland B.V. stelde voor het Hoornerveen een gebiedsvisie op. Zij wijzen op de fraaie ligging op de flank van de Veluwe en de diverse kwaliteiten in het landschap en cultuurhistorie die op een relatief klein oppervlak aanwezig zijn. Ook bijzonder zijn de ligging van de sprengkoppen in het gebied (zie lichtblauwe pijlen op de onderstaande topografische kaart 2010), de bosrand van de Veluwe en de deels nog herkenbare ontginningsgeschiedenis met de oude boerderijen. De visie stelt vast: “Tegelijk is het gebied in de loop der tijd sterk verdicht met vooral woningen, sportvelden en bedrijven, waardoor het deels een nieuwe identiteit heeft gekregen: een woon- en hobbylandschap zonder agrarische bedrijven en met recreatief medegebruik door de Heerdenaren. Het is een uitdaging om hier tot een verantwoorde doorontwikkeling van het landschap te komen. Een gebied, dat meerdere functies kan dragen en tegelijk de natuurlijke en cultuurhistorische structuren herkenbaar kan houden.”
Afb. Historische kaarten omstreeks 1960 en 2010, waarin het gebied steeds meer bewoning krijgt. Bebouwingen, beplantingselementen en weidegronden bepalen het beeld. Bron: Topotijdreis, 2019.
Foto’s 1-3: Huidige beeld van het plangebied, gezien vanaf de 2e Hoornseveenseweg.
Visie op het kleinschalig ontginningslandschap rond de 2e Hoornerveenseweg De gebiedsvisie Hoornerveen stelt: “In dit gebied staat behoud en herstel van het landschap en het zorgvuldig vormgeven van bouwkavels centraal (zie ingrediënten). Het landschap bestaat hier uit een afwisseling van bouwkavels en open weides, gescheiden door of op de achtergrond begrensd door krachtige bomenrijen. Dit betreft oude houtsingels, zoals aan de oostkant van de 2e Hoornerveenseweg, of beekbegeleidende beplanting. Bijzonder is dat hier de gelaagdheid van het landschap met beplantingen op de voorgrond en doorkijkjes naar beplanting op de achtergrond, goed te zien is. Dat geeft veel diepte aan 37 zichtlijnen. Nieuwe investeringen moeten hier iets op aanvullen en mogen de bestaande structuren en zichtlijnen niet belemmeren. Anders wordt het kind met het badwater weggegooid. Op enkele plekken is ruimte voor een nieuwe bouwkavel. De percelen moeten een groene uitstraling krijgen door ze aan twee zijden te beplanten met een houtsingel of stevige bomenrij. Het aanplanten van bomen op, voor of achter het perceel, zoals b.v. met fruitbomen, past eveneens in dit beeld.”
De visie verwoord ook het omgaan met nieuwe bebouwing: “Het kleinschalige ontginningslandschap kan nieuwe bebouwing het beste opvangen. Er is sprake van een verdicht landschap met verspreid liggende bebouwing, die ten opzichte van elkaar worden gescheiden door allerhande beplanting. Door de ruime percelen, het vele groen, het kronkelige wegenpatroon en de open weides daartussen ervaar je hier een kleinschalig coulisselandschap. Ondanks de redelijke dichtheid van bebouwing is het aantal woningen dat je vanuit een willekeurige locatie ervaart toch maar beperkt. Het gebied kan enkele nieuwe woningen als het ware absorberen zonder dat dit beeld sterk verandert. Daarvoor is het wel belangrijk dat nieuwe bebouwing maximaal over het gebied wordt verspreid. Er mogen geen clusters ontstaan.” Deze visie biedt voldoende houvast om tot een inrichtingsplan te komen.
foto’s 1-3
foto 9
foto 8
foto’s 4-5 foto 6 foto 7
Afb. Hoofdindeling Hoornerveen. Het plangebied is onderdeel van het kleinschalige ontginningslandschap. Blauw kader = plangebied. Bron: Gebiedsvisie Hoornerveen, 2013.
Afb. Satelietopname van het plangebied met de begrenzing in een blauwe onderbroken lijn weergegeven. Bron: PDOK, luchtfoto 2018 en kadastrale kaart.
Foto’s 4-6: Huidige beeld van de zuidelijke helft van het plangebied.
2
Inrichtingsvoorstel Het inrichtingsvoorstel omvat: voorstel voor een nieuwe bouwlocatie en een voorstel voor de landschappelijke inrichting van de kavels. Te behouden elementen/kwaliteiten: • aanwezige houtopstanden, te weten: bossingel, bomenrij, losse bomen, laan en bossages. Hiermee blijft de kleinschaligheid van het gebied in stand. Tevens wordt zicht op (teveel) woningen voorkomen. De beplantingen zijn waardevol vanwege de ouderdom (70-80 jaar), de omvang (aaneengesloten, stevige structuren) en de samenstelling (loofhout). De bossage is het minst waardevol vanwege het grote aandeel exoten/tuinplanten en de mate van verruiging. Het aandeel Amerikaanse eik is hoog –de laan zelfs volledig–, maar dit is passend in het gebied, zoals bij veel voormalige heidebebossingen. De houtopstanden vallen onder de Wet natuurbescherming (voormalige Boswet). Behoud en herstel is gewenst. Nieuwbouw mag geen van deze elementen teniet doen of aantasten • aanwezige graslanden/weidegrond. De open percelen, doorzichten en het agrarische karakter van het plangebied is een te behouden kwaliteit. De graslanden en weidegronden grenzen aan de openbare weg, waardoor dit goed beleefbaar is. Dit is een gewenste kwaliteit.
Behoud is gewenst en door de nieuwe bouwlocatie mag deze kwaliteit niet afnemen. • de huidige woonplek. Deze dateert uit de eerste ontginningsgolf in dit gebied en de locatie is op de historische kaart van 1880 weergegeven. De geringe omvang en de situering tussen weilanden en hoge beplantingen zijn karakteristiek. De bijbehorende laan is daar onderdeel van. Behoud van de setting is gewenst. Te verbeteren elementen/kwaliteiten: • de bossage is een rommelig geheel van oncourante/ongeoorloofde opstallen, bouwafval, braamverruiging, ongewenste bomen en opslag. Een deel van de beplanting is inheems, een deel betreft tuinbomen/planten die zijn uitgegroeid en verwilderd. • geen van de beplantingen heeft recentelijk onderhoud gehad. Er is sprake van een natuurlijke ontwikkeling naar een ouder bos(type), hetgeen fraai is, maar waar eveneens sprake is achterstallig onderhoud. De bossingel is daar een van voorbeeld van.
oprit
grasland
klein vee weide
laan (am. eik)
bossage tuin bossage bomenrij
erf
bossingel
grasland
losse bomen
losse bomen
Afb. Kaart met de bebouwingen (rood) en zichtlijnen (blauwe lijn); de zwarte lijnen geven de dichte beplantingen weer; de lichtblauwe de sprengenloop; de gestippelde ovalen de open ruimten.
Afb. Kaart van de aanwezige inrichtingselementen. Bron: PDOK, luchtfoto 2018 met kadastrale kaart.
Foto’s 7-9: verruiging en ongewenste opstallen nabij het erf. Onderste foto: de locatie van de nieuwbouw.
Voorstel tot inrichting: 1. nieuwe woonkavel met de locatie van de nieuwe woning, gesitueerd in de beschutting van de boselementen. 2. tuin, met een beukenhaag ter begrenzing van het weiland (west- en noordzijde). De haag zet zich door naar het bestaande erf (aan de oostzijde). De inrichting van de tuinen is in een sobere, gebiedseigen stijl, evenals het materiaalgebruik (erf met grind/halfverharding, weinig verlichting, geen gaasrasters, geen coniferen, etc.). De beplanting is authentiek, zoals Beuk, Tamme kastanje, Walnoot, Hulst en Boerenjasmijn.
7
10
7 7
3
6
6
3
5 1 2
8
0
4. boomgaard, hoogstam met historische, gebiedseigen rassen. De ondergroei van de boomgaard bestaat uit weiland en wordt begraasd door vee. Een alternatief is een ondergroei met bloemrijk grasland en een extensief beheer. De boomgaard blijft door een open ruimte gescheiden van de woonkavel, zodat het doorzicht naar achteren toe behouden blijft. 5. houtsingel, deze dient om het zicht op de nieuwe bebouwing te verminderen om zo vanaf de openbare weg het aantal zichtbare woningen laag te houden.
10 4
3. oprit en laan, bestaande uit halfverharding (leemgrind) en inheemse bomen (bij voorkeur beuk), met een bermondergroei (schraal bermenmengsel, extensief beheer). De oprit is open, d.w.z. niet middels een hekwerk vanaf de openbare weg afgesloten .
2
6. weiland/grasland, voorzien van traditioneel weideraster (draad en inheemse, onbehandelde houten palen). Bij kleinvee is een schapengaas (of wildraster) passend, eveneens van traditioneel materiaal. Bij paarden is houten raster (ongeschilderd, robina- of kastanjehout) een alternatief. De weilanden zijn in matig intensief of zelfs extensief gebruik en hebben een gevarieerde samenstelling van grassen en inheemse kruiden. 7. laan en bermen, te behouden amerikaanse eik, waar nodig dunnen om fraaie exemplaren extra kroonruimte te geven. De bermen bestaan uit inheemse kruiden en grassen en hebben een extensief beheer.
8 8
9
8. bos, huidige bossage, opschonen en omvormen tot inheemse bos. Geen gebruik als opslagruimte, tuin of andere functies anders dan bos. Exoten, verruiging, afval en opslag verwijderen. 9. bomenrij en losse bomen, te beheren en in stand te houden. De bomenrij bij 9 voorzien van bosaanplant met struik- en kruidenlaag. Zoveel mogelijk de randen van het weiland niet maaien, zodat een 2-3 m brede zoom ontstaat.
6
9
Afb. Voorstel voor de toekomstige inrichting van het plangebied, bestaande uit de nieuwbouw en de bijbehorende landschappelijke inrichting.
10. wandelpad, aan te leggen, onverhard met natuurlijke begroeiing (bermvegetatie, bosondergroei), breedte 1 m, inclusief berm.
2
Uitwerkingen 2.1 Onderdeel: boomgaard, haag en berm
Aantal Soortnaam
Maat
Toelichting
7 225
16-18 100-125
De boomgaard, beukenhagen en schrale bermen verwijzen naar het vroegere agrariche landschap. Daarom zijn ze gewenst en dienen ze zichtbaar te zijn vanaf de openbare weg. Voor de boomgaard zijn oude rassen gewenst, voor de hagen Beuk; beiden omdat deze traditioneel gebruikt werden bij de boerenerven. Voor de bermen gaat het om bloemrijke grasbermen die thuishoren op de armere gronden. Soorten als Duizenblad, Smalle weegbree, Vertakte eeuwentand, Boerenwormkruid, Rood zwenkgras en zelfs Grasklokje kunnen er voorkomen.
Hoogstamfruit - historische rassen Beuk - Fagus sylvatica
Totaal 232 stuks Let op: bij fruitbomen gaat het om historische rassen, hoogstam en dan bij voorkeur van lokale herkomst. Deze soorten zijn vaak beter bestand tegen de zure, schrale omstandigheden die op de Veluwe aanwezig zijn. Uitvoerings- en leveringsaspecten:
Aanlegspecificaties Haag: Inheems en landschappelijk soorten van matig voedselrijke grond. Totaal 55 m1 lengte, eenrijige aanplant. Plantafstand 4 stuks/m1. Maak vooraf een plantgleuf en zorg voor een losse ondergrond. Stip wat oud beukenblad door de ondergrond als bijmening. Dit oude gebruik stimuleert de wortelgroei en zorgt voor de aanwezigheid van de juiste bodemschimmels. Berm: huidige toplaag met voedselrijke grassen afplaggen. Bodem inzaaien met een schraal bermmengsel, zoals M1 van de Cruydthoeck.
•
Biologisch geteelt plantmateriaal van autochtone herkomst heeft de voorkeur.
•
Plaats de haag op minimaal 0,50 m vanaf het weideraster. Beukenhagen groeien op de duur uit tot een brede haag en voldoende ruimte is daarvoor nodig. Plant de hoogstambomen 8 m uiteen.
•
Voer vooraf een klic-melding uit en melding graafwerkzaamheden.
•
Bij de aanlegwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de natuurwetgeving. Dit houdt onder andere in dat vanwege broedvogels de aanplant uitgevoerd moet worden vóór of ná de periode half maart en half juli. Let op: dit is een richtlijn. Daarnaast is de algemene zorgplicht van toepassing die alle inheemse planten en dieren beschermd.
•
Nazorg, in de vorm van snoei, inboet en bewateren, is gewenst in de eerste twee seizoenen na aanplant. Inboet vindt plaats wanneer er meer dan 20% uitval is.
Boomgaard: Fruitbomen in ruim ruim losgegraven plantgaten plaatsen. Plantgat min. 1x1mx0,7m. Planten in voedzame grond. Na planten 2 boompalen plaatsen, vastzetten met boomband. Aanbrengen lage grondwal of tijdelijke ring plaatsen rondom plantgat t.b.v. watergeven. Watergeven minimaal twee groeiseizoenen: 4 tot 6 x per groeiseizoen.
Onderhoud aanplant: 2
4 •
Direct na aanplant de haag aftoppen. Daarna twee maal per jaar snoeien. Na 5 jaar voldoet vaak eens per jaar (mits gesnoeid na de langste dag).
•
Stamvoet haag vrijhouden van storende onkruiden (akkerdistel, haagwinde).
•
Fruitbomen jaarlijks snoeien op vorm, vruchtzetting en gebroken takken/storende takken. Fruitbomen jaarlijks licht bemesten (organische mest). Bomen individueel afschermen tegen vraat van vee(bij inscharing). Plaats twee boompalen (onbehandeld hout). Laat bij de stam gras/kruiden staan en houdt geen boomspiegel schoon.
•
Fruitbomen: indien nodig maatregelen nemen om zwakke/beschadigde exemplaren geheel of gedeeltelijk te vervangen. Dit laatste door gesteltakken tijdig in te nmen. Lukt dit niet, dan dient de boom vervangen te worden.
hoogstamfruit beuk 0,5 m
1m
rasterpaal
Faunamaatregelen:
grasland
lang gras
1m
tuin
lang gras
Principedoorsnede van de bomenrij. Ook de zoom is een belangrijk onderdeel ervan en met het ouder worden van de singel, zal het nodig zijn om het raster naar buiten te plaatsen.
•
Voorzieningen voor boerenzwaluw (zwaluw-broedplanken in schuur/onder afdak).
•
Insektenrijke bermen en weidegrond/boomgaard: bloemrijk.
Referentiebeelden: Boerenzwaluw, boerentuin met haag, kleine boomgaard en bloemrijke berm.
Aantal Soortnaam
Onderdeel: laan
8
Toelichting De lanen zijn deels nieuw en deels bestaand. Behoud is in dat laatste geval belangrijk. De laan is een toevoeging bij de nieuwe bouwkavel die de woning aan de openbare weg verbindt.
Beuk - Fagus sylvatica
Maat 16-18
totaal 8 stuks. Uitvoerings- en leveringsaspecten:
Aanlegspecificaties Inheems en landschappelijk soorten van matig voedselrijke grond. Totaal 30 m lengte, in een plantstrook van 1 m breedte. Plantafstand 4 m uiteen. In verband met vochttekort in het voorjaar dient men bij voorkeur eind oktober of begin november te planten.
•
Biologisch geteelt plantmateriaal van autochtone herkomst heeft de voorkeur.
•
Voor het planten van bomen en singels buiten het erf kan een aanlegvergunning vereist zijn. Dit moet afgestemd worden met de gemeente.
•
Voer vooraf een klic-melding uit en melding graafwerkzaamheden.
•
Nazorg, in de vorm van snoei, inboet en bewateren, is gewenst. Bij laanbomen kan dit gedurende meerdere jaren nodig zijn. Inboet vindt plaats bij iedere boom die uitvalt.
Onderhoud aanplant en bestaande bomen:
3
•
Eens per 3 jaar vorm- en begeleidingssnoei uitvoeren, stam-/wortelschot verwijderen. De frequentie van uitvoer neemt daarna af tot eens per 5 tot 7 jaar. Eens per jaar gebroken takken/storende/overgroeiende takken snoeien.
•
Laanbomen: handhaven lage takaanzet. Opsnoeien bij de toegangsweg zoveel mogelijk eenzijdig uitvoeren.
Faunamaatregelen: •
tot 25 m
Beuk
rasterpaal berm grasland toegangsweg
3m
1m
Principedoorsnede van de wegbeplanting. De bermvegetatie is onderdeel van het beeld.
Handhaaf een natuurlijke bermvegetatie onder de laanbomen. zie hiervoor bij ‘bermen’. De vegetatie heeft waarde voor fauna (met name insekten) en is geschikt foerageergebied voor o.a. Steenuil. Muizen en diverse vlindersoorten vinden er een geschikt habitat. Extensief beheer: max. twee jaar maaien en het maaisel afvoeren.
Onderdeel: houtsingel Toelichting De aanleg van een nieuwe houtsingel langs de westzijde komt langs de rand van de huidige kavel. De singels is 5 m breed en dat voldoet om 4 rijen beplanting aan te brengen; voornamelijk struikvormers en een enkele boomvormer (Zomereik). De beplanting dienen echter afgezet te worden, zodat een dichte, hakhoutsingel ontstaat. Indien gewenst kan een enkele eik doorgroeien tot boom. De aanleg is van belang voor fauna (broedvogels, fouragerende kleine zoogdieren) en schermt de nieuwe bebouwing af. Een eenvoudige samenstelling met inheemse, gebiedseigen soorten is gewenst dat aansluit bij het gebiedseigen bostype (Berken-eikenbos).
Aantal Soortnaam
Maat
15 15 25 25
80-100 60-100 60-100 60-100
Zomereik - Quercus robur Sleedoorn - Prunus spinosa Lijsterbes - Sorbus aucuparia Rhamnus frangula - Sporkehout
totaal 80 stuks. Let op: plaats de Zomereik op minimaal 2 m van de kavelgrens. Plaats het struweel op minimaal 0,5 m.
Uitvoerings- en leveringsaspecten: Aanlegspecificaties
•
Biologisch geteelt plantmateriaal van autochtone herkomst heeft de voorkeur.
Inheems en landschappelijk soorten van matig voedselrijke grond. Totaal 30 m lengte, 5 m breedte (4 rijen). Plantafstand 1,00 x 1,5m. Het plantsoen mag een kleine maat hebben. Dit vermindert de aanlegkosten en de kans op aanslaan vergroot daarmee aanzienlijk. In verband met vochttekort in het voorjaar dient men bij voorkeur eind oktober of begin november te planten.
•
Voor het planten van bomen en singels buiten het erf kan een aanlegvergunning vereist zijn. Dit moet afgestemd worden met de gemeente.
•
Voer vooraf een klic-melding uit en melding graafwerkzaamheden.
•
Bij de aanlegwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de natuurwetgeving. Dit houdt onder andere in dat vanwege broedvogels de aanplant uitgevoerd moet worden vóór of ná de periode half maart en half juli. Let op: dit is een richtlijn. Daarnaast is de algemene zorgplicht van toepassing die alle inheemse planten en dieren beschermd.
•
Nazorg, in de vorm van snoei, inboet en bewateren, is gewenst in de eerste twee seizoenen na aanplant. Inboet vindt plaats wanneer er meer dan 20% uitval is.
Zomereik
Gewone lijsterbes Vuilboom
Sleedoorn
5
Onderhoud aanplant:
wandelpad 4-6 m
rasterpaal
•
Eerste drie jaar plantgoed uitmaaien; daarna alleen verruiging uitmaaien en afvoeren: 1(-2)x per jaar.
•
Eens per 5 jaar afzetten. Takken afvoeren, geen takhout of snippers inbrengen.
•
Eens per jaar gebroken takken/storende/overgroeiende takken snoeien.
•
Na 5 jaar eenmalig 20-30% dunnen.
rasterpaal
Faunamaatregelen:
grasland
zoom
•
Uitkijkpost (hoge paal) t.b.v. Steenuil. Zoom langs het weiland is foerageergebied.
•
Oprichten muizenruiter t.b.v. voedsel.
houtsingel
5m Principedoorsnede van de houtsingel.
Referentiebeelden: Houtsingel met bloeiende Sleedoorn, houten hekwerk, Steenuil en muizenruiter
Het plantsoen mag een kleine maat hebben. Dit vermindert de aanlegkosten en de kans op aanslaan vergroot daarmee aanzienlijk. In verband met vochttekort in het voorjaar dient men bij voorkeur eind oktober of begin november te planten.
Onderdeel: bos en losse bomen Toelichting De bosvakken en losse bomen zijn een bestaand onderdeel. Behoud is belangrijk omdat ze veel structuur geven aan het gebied en het kleinschalige karakter versterken. De selementen hebben vrij veel achterstallig onderhoud. De bomenrij langs het bos wordt versterkt door struweel aan te planten. De overige losse bomen behoeven geen verdere aanplant; de huidige opstand voldoet. Aanlegspecificaties Aanplant bos onder de bomenrij: Inheems en landschappelijk soorten van matig voedselrijke grond. Totaal 50 m lengte, 5 m breedte (4 rijen) en 200 m2 oppervlakte. Plantafstand 1,00 x 1,5m.
Aantal Soortnaam
Maat
25 25 25 50
60-80 60-100 60-100 60-100
Ilex aquifolium - Hulst Eur. vogelkers - Prunus pades Lijsterbes - Sorbus aucuparia Rhamnus frangula - Sporkehout
totaal 125 stuks. Let op: plaats Hulst en Vuilboom in de rijen onder de kroon, deze soorten zijn schaduwverdragend. Uitvoerings- en leveringsaspecten:
bestaande bomenrij
•
Biologisch geteelt plantmateriaal van autochtone herkomst heeft de voorkeur.
•
Voor het planten van bomen en singels buiten het erf kan een aanlegvergunning vereist zijn. Dit moet afgestemd worden met de gemeente.
•
Voer vooraf een klic-melding uit en melding graafwerkzaamheden.
•
Bij de aanlegwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de natuurwetgeving. Dit houdt onder andere in dat vanwege broedvogels de aanplant uitgevoerd moet worden vóór of ná de periode half maart en half juli. Let op: dit is een richtlijn. Daarnaast is de algemene zorgplicht van toepassing die alle inheemse planten en dieren beschermd.
•
Nazorg, in de vorm van snoei, inboet en bewateren, is gewenst in de eerste twee seizoenen na aanplant. Inboet vindt plaats wanneer er meer dan 20% uitval is.
Gewone lijsterbes
9 Eur. vogelkers Onderhoud aanplant: Hulst Vuilboom
3-5m
rasterpaal
grasland
zoom
•
Eerste drie jaar plantgoed uitmaaien; daarna alleen verruiging uitmaaien en afvoeren: 1(-2)x per jaar. Eens per 5 jaar afzetten. Takken afvoeren, geen takhout of snippers inbrengen.
•
Eens per jaar gebroken takken/storende/overgroeiende takken snoeien.
•
Na 5 jaar eenmalig 20-30% dunnen.
wandelpad
Faunamaatregelen: •
Natuurlijke vegetaties langs de weideranden met schrale grassen en kruiden die van nature voorkomen langs bosranden en bomen (zoomvegetatie), zoals Hengel, Gladde witbol, Wilde kamperfoelie, Braam, diverse varensoorten, Gewone salomonszegel, etc.. De vegetatie heeft waarde voor fauna en is geschikt foerageergebied voor o.a. Steenuil. Muizen en diverse vlindersoorten vinden er een geschikt habitat, evenals kleine zoogdieren. Extensief beheer: 1x per jaar/per twee jaar maaien en het maaisel afvoeren.
•
Plaatsen nestkasten in de bomen voor bosvogels (Bosuil, Boomklever, mezen), vleermuizen en Eekhoorn. Enkele dode bomen handhaven (let op: gevaarzetting).
nieuwe aanplant
5m
Principedoorsnede van de bomenrij. Ook de zoom is een belangrijk onderdeel ervan en met het ouder worden van de singel zal het nodig zijn om het raster verder naar buiten te plaatsen.
Referentiebeelden: Bos met natuurlijke ondergroei, nestholte Bosuil.
Onderdeel: wandelpad
Hoeveelheden en investering t.b.v. natuur & landschap
Toelichting
Onderdeel
Bestaand
Nieuw
Normkosten*
Berekende kosten
Een wandelpad vanaf de 2e Hoorneveenseweg leidt wandelaar over en langs de percelen. Het karakter is een ‘struinpad’, zonder voorzieningen of specifieke inrichting en een traditionele, landelijke uitstraling.
woning, erf en tuin
895 m2
660 m2
-
-
haag
-
55 m1
€ 2.820,-/100m2
€
1.551,00
Aanlegspecificaties
laan (enkele rij, dubbel bomenaantal)
125 m1
40 m1
€ 15.200/100m1
€
6.080,00
Padbreedte 1 m, inclusief berm, onverhard, zonder cunet. Afgerasterd van vee d.m.v. een veekerend raster of draad van inheemse hout (eiken/kastanjepalen) en draad/raster passend in het gebied (ongeplastificeerd materiaal). Hekwerk (indien nodig) van inheems hout in een traditionele uitvoering.
boomgaard
-
500 m2
€ 10.000/ha
€
500,00
houtsingel
80
135 m2
€ 3.500/1.000 m2
€
472,50
weidegrond
5.420 m2
-
-
-
Aantal Type
Maat
oprit
180 m2
125 m2
-
-
245 m1 Onverhard pad
1 m breedte
bos, incl bomenrij
-
1.919 m2
€ 10.000/ha**
€
1.919,00
wandelpad, incl. hekwerk/rasters
-
245 m1
€ 0,00 ***
€
2.500,00
faunavoorzieningen
-
divers
€ 0,00 ***
€
1.500,00
bermen, inzaai kruidenmengsel
-
236 m2
€ 0,00 ***
€
500,00
€
15.022,50
Onderhoud aanplant: •
Uitmaaien 2x per jaar van overhangend gras/ruigte.
•
Eens per jaar controle van het pad, de doorgangen, afrastering en hekwerken. Indien nodig herstellen met gebiedseigen materialen.
•
Eens per 3 jaar afzetten struiken en ongewenst houtig opslag langs de randen.
Totaal begroot:
* aanlegkosten, inclusief waardevermindering grond, conform Tabel 3 Gebiedsvisie Hoornerveen, waarin is gerekend met een waardevermindering van € 3,20 per m2. ** idem, maar prijs ingeschat zonder waardevermindering grond en met beperkte aanplant. zandpad, tonronde ligging, geen cunet, geen verbeterde ondergrond Principe struinpad.
Referentiebeelden: hekwerk in traditionele uitvoering en karakter struinpad
*** geen eenheidsprijs opgenomen. Stelpost materialen en mankracht t.b.v. aanbrengen voorzieningen.