5.2.1.3. Bijlage 3 - Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quick scan flora en fauna
IJsseldijk 83a te Veessen
In opdracht van: Plannenmakers 8 maart 2019
Colofon 2019 Laneco / Plannenmakers Tekst en samenstelling: A.M. Luijten MSc & R. Eversteijn Tweede lezer:
Ing. T. Brouwer
Projectnummer:
77.19.02
In opdracht van:
Plannenmakers
Wijze van citeren:
Luijten, A.M. & Eversteijn R., 2019. Quick scan flora en fauna. IJsseldijk 83a te Veessen. Laneco, Ede.
Contact:
Laneco Mastbos 25 6718 HA Ede www.laneco.nl
Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Laneco noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
INHOUD 1
INLEIDING .................................................................................................... 5
1.1 1.2 2
NATUURNETWERK NEDERLAND ........................................................................................................ 8 WET NATUURBESCHERMING ............................................................................................................ 8
TOETSING .................................................................................................... 11
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4
GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 6
WETTELIJK KADER ......................................................................................... 8
2.1 2.2 3
AANLEIDING ................................................................................................................................. 5
ONDERZOEKSMETHODIEK .............................................................................................................. 11 NATUURNETWERK NEDERLAND ...................................................................................................... 11 WET NATUURBESCHERMING –ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING......................................................... 12 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN .............................................................. 13 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTEN .......................................................................... 13
CONCLUSIE .................................................................................................. 20
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
NATUURNETWERK NEDERLAND ...................................................................................................... 20 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING ........................................................ 20
WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN.............................................................. 21 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING ...................................................... 21 AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 21
BIJLAGE 1
LITERATUURLIJST....................................................................... 24
1
INLEIDING 1.1 AANLEIDING Aan de IJsseldijk 83a te Veessen is men voornemens een loods te slopen. Om de sloop van de loods te realiseren moet voorafgaand de ingreep worden getoetst aan de natuurwet- en regelgeving.
Globale ligging plangebied met in het rood het plangebied (ondergrond Google Earth). Voorliggend onderzoek is een quick scan waarin op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een eenmalige veldverkenning, uitspraken worden gedaan over de geschiktheid voor beschermde plant- en diersoorten en de verwachte effecten op deze soorten. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen.
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
5
Deze quick scan is uitgevoerd op basis van de momenteel geldende uitwerking en interpretatie van beleid en wetgeving.
1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN Het plangebied, aan de IJsseldijk 83a te Veessen (gemeente Heerde, provincie Gelderland), ligt in het buitengebied ten oosten van het dorp Veessen en vormt een onderdeel van een kleine huizengroep buiten het dorp. Deze huizengroep wordt aan drie zijden omringd door agrarische gronden en aan de zuidzijde door de IJssel. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich diverse beukenhagen en fruitbomen. Direct aangrenzend aan het plangebied bevindt zich ten zuiden en ten westen van het plangebied
verharde
ondergrond
wat
dienst
doet
als
weg
en
parkeerplaats.
Aangrenzend ten noorden en ten zuiden bevindt zich verruigd grasland. Het plangebied zelf bestaat uit een loods. De muren van de loods zijn enkelwandige golfplaten en het dak bestaat uit asbestplaten. Het skelet van de loods bestaat uit horizontale houten balken en verticale stalen balken. De loods is op een paar voorwerpen na (ladders, blokken hout, steiger) leeg. Men is voornemens de loods te slopen. Er worden geen bomen gekapt.
LANECO 6
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
Indrukken van het plangebied, van links tot rechts en van boven naar beneden: zuiden oostaanzicht van de loods, westaanzicht van de loods met haagbeuk op de voorgrond, noordaanzicht van de loods en binnenkant van de loods (foto’s: Laneco).
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
7
2
WETTELIJK KADER 2.1 NATUURNETWERK NEDERLAND Een vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als NNN niet verankerd in de natuurwetgeving, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
2.2 WET NATUURBESCHERMING 2.2.1 Onderdeel gebiedsbescherming – Natura 2000 Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn worden aangemerkt als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van Natura 2000. De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming die per 1 januari 2017 van kracht is geworden. Het is verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 2.2.2 Onderdeel houtopstanden Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming heeft als doel bossen te beschermen en de bestaande oppervlakte bos- en houtopstanden in Nederland in stand te houden. Kort gezegd, alles wat bos is, moet bos blijven. Indien een houtopstand onder de Wet natuurbescherming valt en deze gekapt gaat worden, moet een kapmelding worden gedaan. Ook verplicht de Wet natuurbescherming om de betreffende grond binnen 3 jaar opnieuw in te planten, de zogenaamde herplantplicht. Als bos definitief gekapt wordt, zal een ontheffing of compensatie van deze herplantplicht verleend moeten worden.
De herplantplicht is niet van toepassing voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. Houtopstanden vallen onder de Wet natuurbescherming als het zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend betreffen die: •
buiten de bebouwde kom-boswet liggen
•
een oppervlakte hebben van 10 are of meer
•
rijbeplantingen die meer dan twintig bomen omvatten, gerekend over het totaal aantal rijen
LANECO 8
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
2.2.3 Onderdeel soortbescherming Wettelijk kader Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoals die ook in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomen en voor de Nederlandse situatie toegepast. Deze bescherming is, afhankelijk van het beschermingsregime (zie paragraaf 2.2.2), als volgt in de Wet natuurbescherming opgenomen: Vogelrichtlijn •
Artikel 3.1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
•
Artikel 3.1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
•
Artikel 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
•
Artikel 3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage 1 •
Artikel 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
•
Artikel 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
•
Artikel 3.5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
•
Artikel 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
•
Artikel
3.5
lid
5:
Het
is
verboden
plantensoorten
in
hun
natuurlijke
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Nationaal beschermde soorten •
Artikel 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
•
Artikel 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
•
Artikel
3.10
lid
1c:
Het
is
verboden
plantensoorten
in
hun
natuurlijke
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
9
Procedurele gevolgen De procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden
beïnvloed.
Kortweg
kunnen
er
drie
beschermingsregimes
worden
onderscheiden: •
Soorten van de Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
•
Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn: Dit zijn alle soorten van bijlage IV onderdeel a van de Habitatrichtlijn inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
•
Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
Als een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Wettelijke belangen Voor soorten van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn: •
Ter bescherming van de wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats;
•
De volksgezondheid, de openbare veiligheid in het geding is;
•
Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
Voor vogels gelden voorwaarden uit de Vogelrichtlijn: •
De volksgezondheid en de openbare veiligheid in het geding is;
•
Veiligheid van het luchtverkeer in het geding is;
•
Ter bescherming van flora en fauna.
Voor nationaal beschermde soorten: •
Er is sprake van een bij de wet genoemd belang.
Zorgplicht Naast beschermde dier- en plantensoorten, moet iedereen voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
LANECO 10
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
3
TOETSING 3.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) kan een indicatie worden verkregen van de beschikbaarheid van soortengegevens. De gegevens geven echter alleen een indicatie. Daarom zijn ook andere verspreidingsbronnen geraadpleegd en is het onderzoek vooral gebaseerd op een biotoopinschatting door een ecoloog. Bij het opstellen van de quick scan flora en fauna is verder gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens zoals uit de Atlas van Nederlandse vleermuizen (Limpens et al., 1997), de Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al., 2016), Amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers en Van Delft, 2009) en andere beschikbare bronnen voor verspreidingsgegevens. De meeste gegevens zijn globale verspreidingsgegevens. Bijlage 1 vermeldt de geraadpleegde bronnen. Op 11 februari 2019 hebben de ecologen R. Eversteijn en A.M. Luijten van Laneco het plangebied en de directe omgeving verkend. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid voor de verschillende soortgroepen te beoordelen. Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie; het eenmalige veldbezoek geeft slechts een globaal beeld van aanwezige soorten en habitats op basis van een momentopname.
3.2 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied ligt op ongeveer 50 m van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) “Welsumer en Vochterwaarden”. Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN verloren. Gezien de dijk tussen het plangebied en het GNN-gebied en de lokale aard van de ingreep kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Het plangebied ligt in de groene ontwikkelingszone (GO) “Weteringen IJsselvallei”. Nieuwe kleinschalige ontwikkelingen zijn mogelijk mits: o
in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en
o
deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
Beoogde ingrepen mogen niet leiden tot significante aantasting van de kernkwaliteiten.
De kernkwaliteiten zijn: o
de samenhang met aangrenzende natuurgebieden;
o
de aanwezige en nog te ontwikkelen natuurwaarden (in het bijzonder de
o
de
ecologische verbindingszones); landschappelijke,
cultuurhistorische,
geomorfologische
en
archeologische waarden; LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
11
o
de
abiotische
kwaliteiten
stilte,
donkerte,
openheid
en
'rust'
(omgevingscondities). Men is voornemens een loods te slopen. Hierdoor zal de openheid in het landschap toeneemt. Er komt geen verlichting en bebouwd oppervlakte bij. Kernkwaliteiten worden niet aangetast door de voorgenomen ingrepen.
3.3 WET NATUURBESCHERMING –ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING Aan de overzijde van de dijk ligt op enkele meters afstand van het plangebied het Natura 2000-gebied “Rijntakken”. Het Natura 2000-gebied de Rijntakken is onderdeel van het riviersysteem van de Rijn. Natura 2000-gebied “Rijntakken” bestaat uit de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal (Uiterwaarden Waal), de uiterwaarden van de Neder-Rijn (Uiterwaarden NeerRijn) en de uiterwaarden van de IJssel (Uiterwaarden IJssel). De uiterwaarden van de IJssel kent een verscheidenheid aan habitattypen zoals stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden. Deze bieden foerageerplekken, broedplekken en rustplekken voor vogels zoals de kwartelkoning. Rondom het Natura 2000 gebied bevinden zich bovendien grootschalige foerageergebieden in de vorm van akkers en agrarische graslanden. Hierdoor is de uiterwaarden van de IJssel een zeer belangrijk gebied voor diverse watervogels als doortrekgebied, als overwinteringsgebied of als jaarrond verblijfgebied Door de voorgenomen ingreep gaat geen oppervlakte aan Natura 2000-gebied verloren. Voor de externe invloeden van de werkzaamheden, zoals stikstofemissie, geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trilling, kunnen gezien de reeds aanwezige activiteit en de ligging achter een dijk, effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Een Aerius-berekening wordt overbodig geacht.
LANECO 12
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
3.4 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing, het betreft een bestaand erf wat buiten de bescherming van de wet valt.
3.5 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTEN In het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soorten moet worden getoetst of er ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is/kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkeling kan (indirecte) aantasting of verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied tot gevolg hebben. 3.5.1 Vaatplanten Het plangebied bestaat uit loods met daaromheen planten zoals bijvoet (Artemisia vulgaris), brandnetel (Urtica spp.), raapzaad (Brassica rapa), smalle weegbree (Plantago lanceolata) en speerdistel (Cirsium vulgare). Dit zijn soorten die duiden op een voedselrijke en door mensen beïnvloede situatie. Beschermde soorten vaatplanten zijn over het algemeen gebonden aan specifieke standplaatsen in natuurgebieden, natuurlijke bermen en randen of op niet intensief beheerde (graan)akkers; dergelijke habitats zijn binnen of rondom het volledig door mensen ingerichte plangebied niet aanwezig. Strikt beschermde plantensoorten worden dan ook niet verwacht binnen het plangebied. Negatieve effecten op strikt beschermde plantensoorten zijn uit te sluiten.
3.5.2 Grondgebonden zoogdieren Vrijgestelde soorten In en in de directe omgeving van het plangebied kunnen verschillende nationaal beschermde zoogdiersoorten voorkomen, zoals egel (Erinaceus europaeus), haas (Lepus europaeus), konijn (Oryctolagus cuniculus), ree (Capreolus capreolus), vos (Vulpus
vulpus)
en
verschillende
algemeen
voorkomende
soorten
muizen
en
spitsmuizen (Huizinga, 2011; Broekhuizen et al., 2016). Voor deze soorten geldt in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling een vrijstelling voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen. Nationaal beschermde soorten Van de niet-vrijgestelde nationaal beschermde zoogdiersoorten is uit de ruime omgeving van het plangebied het voorkomen bekend van boommarter (Martes martes), bunzing (Mustela putorius), das (Meles meles), eekhoorn (Sciurus vulgaris), hermelijn (Mustela erminea), steenmarter (Martes foina), waterspitsmuis (Neomys fodiens) en wezel (Mustela nivalis) (Broekhuizen et al., 2016; www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren). Boommarter en eekhoorn zijn afhankelijk van grotere samenhangende bosstructuren met oudere bomen. Het plangebied bestaat uit een grote loods en is verhard. In het LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
13
plangebied zijn geen bomen aanwezig. Door het ontbreken van leef- en foerageergebied in het plangebied wordt het voorkomen van deze soorten uitgesloten. Bunzing, hermelijn en wezel komen in verschillende landschapstypen voor. Vooral hermelijn wordt ook wel in open weidegebieden met sloten aangetroffen. Bunzing geeft voorkeur aan een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Holen van konijn, mol, vos en das kunnen als schuilplaats dienen. Hermelijn heeft als voorwaarde dat er voldoende bedekking aanwezig moet zijn. Wezel houdt voornamelijk van gebied waar bosschages, heggen en houtstapels aanwezig zijn. Begroeiing die als dekking kan dienen is niet aanwezig in het plangebied, daarom worden bunzing, hermelijn en wezel niet verwacht. Das geeft voorkeur aan een kleinschalig akker- en weidelandschap maar kan ook voorkomen op open terreinen. Het leefgebied van das moet voldoende dekking bevatten, weinig verstoring en een groot voedselaanbod bieden. Het plangebied bestaat uit een grote loods en is verhard. Van das zijn rondom het plangebied geen sporen (haren, graafsporen, wissels) aangetroffen, waardoor de aanwezigheid van vaste rustof voortplantingsplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van das worden uitgesloten. Het plangebied bestaat uit een grote loods die grotendeels leeg staat.
Steenmarter is een overwegend gebouwbewonende soort. Ondanks dat de ruimte tot de loods toegankelijk is voor steenmarter, zijn in de loods zelf geen geschikte ruimtes aanwezig die tot nestgedrag van steenmarters kunnen leiden. Er zijn geen sporen (veegsporen, prooiresten of latrines gevonden van steenmarter) die duiden op zijn aanwezigheid. De aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van steenmarter wordt uitgesloten. Waterspitsmuis leeft in structuurrijke oevers langs helder, niet te voedselrijk water met een goed ontwikkelde watervegetatie. Vanwege het ontbreken van dergelijke geschikte habitats, kan het voorkomen van waterspitsmuis in het plangebied worden uitgesloten. Europees beschermde soorten Van de Europees beschermde zoogdiersoorten is uit de ruime omgeving van het plangebied het voorkomen bekend van de bever (Castor fiber) en otter (Lutra lutra). De bever is een soort die afhankelijk is van ruim water met een beschermde overgang naar bosrijke omgeving. De otter is voor zijn leefgebied afhankelijk van visrijk water met structuurrijke oevers met voldoende dekking. Dergelijke habitats komen in het plangebied en de directe omgeving niet voor. De aanwezigheid van bever en otter kan worden uitgesloten.
LANECO 14
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
Conclusie Op basis van de archiefgegevens en biotoopinschattingen tijdens het veldbezoek wordt het voorkomen van niet-vrijgestelde nationaal en Europese beschermde grondgebonden zoogdiersoorten binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde zoogdieren zijn daarom uit te sluiten. Van de algemeen voorkomende zoogdiersoorten mogen de verblijfplaatsen bij ruimtelijke ingrepen op basis van een provinciale vrijstelling worden aangetast. 3.5.3 Vleermuizen Vleermuizen zijn globaal in te delen in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn echter ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te maken in zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Sommige soorten verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten, achter de bast). Een groot aantal soorten, ook soorten die ’s zomers in boomholten verblijven, overwintert echter weer in bunkers, grotten en kelders. Alle vleermuizen zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en daarom strikt beschermd in de Wet natuurbescherming.
Volgens verspreidingsgegevens (Broekhuizen et al., 2016; www.verspreidingsatlas.nl /zoogdieren), komen in de omgeving van het plangebied verschillende soorten vleermuizen voor zoals de baardvleermuis (Myotis mystacinus), franjestaart (Myotis nattereri), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), gewone grootoorvleermuis (Plecotus
auritus),
laatvlieger
(Eptesicus
serotinus),
meervleermuis
(Myotis
dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus) en watervleermuis (Myotis daubentonii). Van deze soorten zijn franjestaart, rosse vleermuis en watervleermuis overwegend boombewonende
soorten.
Baardvleermuis,
gewone
grootoorvleermuis
en
ruige
dwergvleermuis verblijven in zowel gebouwen als bomen. Gewone dwergvleermuis, laatvlieger,
meervleermuis
en
tweekleurige
vleermuis
zijn
overwegend
gebouwbewonend. Foerageergebied, vliegroute Het erf is geschikt foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Het zal gezien de betere alternatieven in de omgeving geen essentieel onderdeel vormen van het foerageergebied voor vleermuizen. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormig elementen om van hun rustplek naar foerageerplek te vliegen. De loods vormt samen met haagbeukhaag en een rij bomen een lijnvormig element in het landschap van de dijk naar weilanden. Er zijn verschillende betere alternatieven in de omgeving waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Daarom vormt de loods geen essentieel onderdeel van vliegroutes voor vleermuizen.
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
15
Verblijfplaatsen Vanwege het ontbreken van bomen in het plangebied kunnen verblijfplaatsen voor boombewonende soorten worden uitgesloten. De bebouwing bestaat uit golfplaten met metalen en houten balken. Er zijn geen kieren, hoeken of spleten aangetroffen waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Aangezien metaal te glad is voor vleermuizen, zijn ook deze plekken ongeschikt voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen (urinesporen of uitwerpselen) aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten. Conclusie Op basis van de archiefgegevens en biotoopinschattingen tijdens het veldbezoek wordt het voorkomen van rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuissoorten binnen het plangebied uitgesloten. 3.5.4 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn in en om het plangebied onder andere de vogelsoorten, buizerd (Buteo buteo), Canadese gans (Branta canadensis), huismus (Passer domesticus), grauwe gans (Anser anser), kolgans (Anser albifrons), koolmees (Parus major) en pimpelmees (Cyanistes caeruleus) gehoord en gezien. Alle vogels en dan specifiek
hun
verblijfplaatsen
(nesten)
zijn
strikt
beschermd
in
de
Wet
natuurbescherming. Aantasting van actief gebruikte nesten is niet toegestaan. Daarnaast is van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua)). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld kerkuil (Tyto alba) en slechtvalk (Falco peregrinus)). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: buizerd). De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Ook is er een lijst vogels aangewezen waarvan alleen bij effecten op populatieniveau maatregelen nodig zijn; de zogenaamde categorie 5. In de omgeving is het voorkomen bekend van buizerd, havik (Accipiter gentilis) en sperwer (Accipiter nisus) (www.vogelatlas.nl). Vanwege het ontbreken van opgaande begroeiing kan de aanwezigheid van broedlocaties van deze soorten worden uitgesloten.
LANECO 16
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
Ook vormt het overdekte en afgesloten plangebied geen onderdeel van het foerageerof rustgebied van deze soorten. In de omgeving is het voorkomen bekend van kerkuil (Tyto alba) en steenuil (Athene noctua) en ransuil (Asio otus) (www.vogelatlas.nl). Ransuil broedt in bomen, met een voorkeur voor naaldbomen. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig. De kerkuil en steenuil zijn soorten van het half open buitengebied. In de loods zijn drie oude braakballen aangetroffen van kerkuil. Gezien de leeftijd van de braakballen, het geringe aantal braakballen en het ontbreken van andere sporen (kalksporen, veren) wordt niet verwacht dat kerkuil (recent) gebruik maakt van de loods als foerageer-, rust- of verblijfplaats. Om het plangebied heen, naast het woonhuis zijn grote hoeveelheden braakballen gevonden van steenuil. Ook is een nestkast aanwezig in één van de omringende bomen. Na nadere inspectie is geconcludeerd dat deze niet in gebruik is door steenuil. Doordat tussenschotten ontbreken kan de kast ook gepredeerd worden door boommarter. Steenuil is vaak trouw aan zijn nestplek, maar wisselt soms ook wel van nestplaats binnen een territorium. Daarnaast heeft steenuil ook andere plekken op het erf die ze regelmatig
gebruiken.
Gezien
de
hoeveelheid
braakballen
heeft
de
steenuil
waarschijnlijk een nestlocatie op of rond het erf. De loods waarop deze quick scan betrekking heeft, is open en er zijn geen geschikte ruimtes aanwezig waar steenuil gebruik van kan maken. Ook zijn er in de loods geen sporen zoals braakballen of kalksporen gevonden van steenuil. Aanwezigheid van een nestlocatie van steenuil in de loods kan dan ook worden uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling (sloop van de loods) zorgt niet voor het beschadigen en vernielen van een nest- of rustplaats of essentieel leefgebied van de steenuil. Door bij het uitvoeren van de werkzaamheden rekening te houden met de aanwezigheid van deze soort, kunnen effecten worden voorkomen. Andere vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd die op dergelijke locaties voor kunnen komen, is de gebouwbewonende gierzwaluw (Apus apus) en huismus. Het gebouw is voorzien van een golfplaten dak en muren zonder ruimtes of holtes voor de gierzwaluw om in te kunnen nestelen. Aanwezigheid van deze soort kan daardoor worden uitgesloten. In de omgeving zijn voldoende heggen aanwezig die als beschutting en foerageergebied kunnen dienen. Tijdens het veldonderzoek is een nest van huismus aangetroffen op een balk en twee huismusnesten op de grond. Ook zijn uitwerpselen en veren gevonden. Vervolg onderzoek is nodig om te kijken of huismus actief gebruik maakt van de loods.
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
17
Sporen van huismus, van links naar rechts: veren, nest, uitwerpselen (foto’s: Laneco).
Het plangebied is grotendeels bebouwd en verhard. Er zijn binnen het plangebied geen geschikte nestlocaties voor categorie 5-soorten aanwezig. De geplande ingrepen hebben door het ontbreken van geschikt nestgebied geen effect op de instandhouding van de verschillende in de omgeving voorkomende vogelsoorten. Wel kunnen direct nabij de locatie vogels broeden. Indien er rekening wordt gehouden met het broedseizoen (actieve broedplaatsen), worden negatieve effecten op vogels niet verwacht. Conclusie Op basis van gevonden sporen tijdens een eenmalig veldbezoek is geconcludeerd dat nader onderzoek noodzakelijk is naar de aanwezigheid van essentieel foerageergebied of nestplaatsen van huismus. De aanwezigheid van nestplaatsen van andere vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd wordt op basis van een eenmalig veldbezoek in het plangebied uitgesloten. 3.5.5 Amfibieën Het habitat van amfibieën is onder te verdelen in water- of voortplantingshabitat (vaak een poel, vijver of smalle watergang zonder grote vissen) en landhabitat (bosjes, struwelen e.d. en voor sommige soorten vergraafbaar zand).
Het plangebied is verhard en bebouwd en binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig, waardoor de werkzaamheden geen effect hebben op algemene amfibieën zoals bruine kikker (Rana temporaria), gewone pad (Bufo bufo), kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) en meerkikker (Pelophylax ridibundus). De niet-vrijgestelde nationaal en Europees beschermde soorten amfibieën die voorkomen in de (ruime) omgeving van het plangebied, zoals knoflookpad (Pelobates fuscus), poelkikker (Pelophylax lessonae) en rugstreeppad (Epidalea calamita) (Creemers
&
Van
Delft,
2009;
De
Wild
et
al.,
2016;
www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen), worden uitgesloten binnen het plangebied vanwege het ontbreken van voortplantingswater en groenstructuren.
LANECO 18
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
3.5.6 Reptielen Uit de ruime omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van hazelworm (Anguis fragilis) en ringslang (Natrix helvetica). De hazelworm komt voor in bossen, bosranden, heiden, houtwallen, struwelen, kalkgraslanden, spoor- en wegbermen. Binnen het plangebied is geen vegetatie aanwezig die als dekking kan dienen. De hazelworm wordt daarom niet in het plangebied verwacht. De ringslang is een soort die ook veel in natte, meer natuurlijke gebieden voorkomt. Voor de ringslang biedt het bebouwde plangebied geen geschikt habitat. Aanwezigheid en effecten op ringslang en overige reptielen kunnen worden uitgesloten. 3.5.7 Vissen Vanwege het ontbreken van permanent watervoerende watergangen in het plangebied, zijn effecten op beschermde vissoorten uit te sluiten. 3.5.8 Insecten (vlinders, libellen, sprinkhanen) en overige soortengroepen Slechts een beperkt aantal van de zeer soortenrijke groep van de insecten is beschermd. De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatie specifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen en/of specifieke waardplanten. Dergelijke biotopen zijn in het volledig overkapte en bebouwde plangebied niet aanwezig. Effecten op deze soortgroep kunnen worden uitgesloten. Andere strikt beschermde soorten mollusken en tweekleppigen kunnen worden uitgesloten in het plangebied.
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
19
4
CONCLUSIE Aan de IJsseldijk 83a te Veessen is men voornemens om een loods te slopen. Voor deze werkzaamheden plaatsvinden, moeten de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties met betrekking tot de natuur wet- en regelgeving in beeld zijn gebracht. Gezien de bebouwde en volledig verharde situatie is de algemene natuurwaarde laag, en worden vooral soorten van de bebouwde omgeving verwacht.
4.1 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied ligt op ongeveer 50 m van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) “Welsumer en Vochterwaarden”. Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN verloren. Gezien de dijk tussen het plangebied en het GNN-gebied en de lokale aard van de ingreep kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Het plangebied ligt in de groene ontwikkelingszone (GO) “Weteringen IJsselvallei”. Nieuwe kleinschalige ontwikkelingen zijn mogelijk mits: o
in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en
o
deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
Beoogde ingrepen mogen niet leiden tot significante aantasting van de kernkwaliteiten.
De kernkwaliteiten zijn: o
de samenhang met aangrenzende natuurgebieden;
o
de aanwezige en nog te ontwikkelen natuurwaarden (in het bijzonder de ecologische verbindingszones);
o
de
landschappelijke,
cultuurhistorische,
geomorfologische
en
archeologische waarden; De sloop van de loods zorgt voor meer openheid in het landschap. Bebouwd oppervlakte en verlichting nemen niet toe. Kernkwaliteiten worden niet aangetast door de voorgenomen ingrepen.
4.2 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING Door de voorgenomen ingreep gaat geen oppervlakte aan Natura 2000-gebied verloren. Voor de externe invloeden van de werkzaamheden, zoals stikstofemissie, geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trilling, kunnen gezien de reeds aanwezige activiteit en de ligging achter een dijk, effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Een Aerius-berekening wordt overbodig geacht.
LANECO 20
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
4.3 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN Er staan geen bomen in het plangebied. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is dan ook niet van toepassing.
4.4 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING In het kader van de Wet natuurbescherming dient te worden nagegaan of vaste rusten verblijfsplaatsen of belangrijke onderdelen van leefgebied van soorten door de ingreep worden aangetast. Voor een aantal mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomende nationaal beschermde soorten zoals egel, haas, konijn, vos, muizen en spitsmuizen, geldt een provinciale vrijstelling voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen. Een aantal van de mogelijk voorkomende soorten zijn niet-vrijgestelde nationale of Europees beschermde soorten (Habitat- en Vogelrichtlijn), waarvoor bij aantasting van rust- en voortplantingsplaatsen een ontheffingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming geldt. Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats en de biotoopeisen van individuele diersoorten is het voorkomen van huismus niet uit te sluiten. Door het uitvoeren van werkzaamheden worden mogelijk nestplaatsen of rust- en voortplantingsplaatsen van deze soort aangetast. Pas na een vervolgonderzoek kan
uitsluitsel
gegeven
worden
over
de
eventuele
noodzaak
voor
een
ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming. Op het erf is door de vele braakballen aanwezigheid van steenuil vastgesteld. Aanwezigheid van een nestlocatie van steenuil in de loods kan echter worden uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling (sloop van de loods) zorgt niet voor aantasting van een nest- of rustplaats of essentieel leefgebied van de steenuil. Van de overige in de omgeving voorkomende (niet-vrijgestelde) nationaal of Europees beschermde planten- en/of diersoorten worden geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen of belangrijke onderdelen van het leefgebied verwacht in het plangebied. Voorwaarde is wel dat nesten van broedende vogels niet mogen worden aangetast, kunnen nesten van vogels worden verstoord als in het broedseizoen wordt gestart met werkzaamheden. Verder geldt altijd de zorgplicht, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving.
4.5 CONSEQUENTIES Steenuil De voorgenomen ontwikkeling (sloop van de loods) zorgt niet voor aantasting van een nest- of rustplaats of essentieel leefgebied van de steenuil. De soort maakt gezien de LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
21
vele braakballen wel regelmatig gebruik van het erf en heeft hier of in de nabije ongeving mogelijk een nestplaats. Door bij het uitvoeren van de werkzaamheden rekening te houden met aanwezigheid van deze soort, kunnen effecten worden voorkomen. -
er mag tijdens de werkzaamheden geen extra verlichting worden aangebracht;
-
potentieel foerageergebied (korte grasvegetatie) op en rondom het erf dient onaangetast te blijven;
-
het slopen van de loods wordt uitgevoerd buiten het broedseizoen van de steenuil.
Als (indirecte) aantasting van de nestlocatie niet kan worden voorkomen, bijvoorbeeld omdat andere werkzaamheden worden uitgevoerd dan in deze quick scan beschreven of als bovenstaande preventieve maatregelen niet kunnen worden gevolgd, dient een ecoloog te worden ingeschakeld en is mogelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Nader onderzoek Aantasting van (vaste) rust-, foerageer- en nestplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van beschermde soorten en daarmee een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, kan niet zonder nader veldonderzoek worden uitgesloten. Er is nader onderzoek nodig naar: •
Huismus, nestplaatsen (Vogelrichtlijn). Onderzoek vindt plaats door in de periode; 1 april – 20 juni twee maal onderzoek te doen conform de Onderzoeksprotocollen (Netwerk Groene Bureaus, 2017 en kennisdocument Bij12 Huismus).
Indien de bovenstaande diersoorten worden aangetroffen en er is sprake van effecten op deze soorten als gevolg van de voorgenomen ingrepen zal ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd (moeten) worden. Algemene voorwaarden Twee algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming zijn altijd van toepassing: •
De start van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli) plaats te vinden om verstoring van broedvogels en het broedsucces te voorkomen. Alleen op basis van gericht onderzoek (naar broedende vogels), mag van deze voorwaarde worden afgeweken.
•
Op basis van de zorgplicht dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Verstoring moet worden beperkt en dieren moeten de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: o
werkzaamheden, zoals graaf- en sloopwerkzaamheden en het verwijderen van begroeiing, te starten buiten het voortplantingsseizoen (april augustus) en het winter(slaap)seizoen (november - februari).
o
het beperken van verlichting tijdens de avonduren ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren.
LANECO 22
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
4.6 AANBEVELINGEN Er zijn vanuit ecologisch oogpunt vrijblijvende aanbevelingen te doen ten aanzien van de inrichting: •
Bij het aanbrengen van beplanting wordt aanbevolen om gebruik te maken van inheemse bes- en bloemdragende bomen, struiken en planten die variëren in hoogte en ouderdom. Voorbeeld hiervan zijn Gelderse roos (Viburnum opulus), gewone vogelkers
(Prunus
padus),
hazelaar
(Corylus
avellana),
heggenroos
(Rosa
corymbifera), hondsroos (Rosa canina), sleedoorn (Prunus spinoza), sporkehout (Rhamnus frangula), vlier (Sambucus nigra), wilde appel (Malus sylvestris), wilde liguster (Ligustrum vulgare), wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia), winterlinde (Tilia cordata), zomereik (Quercus robur), zwarte els (Alnus glutinosa). Ook is het aangeraden
om
gevarieerde
plantensoorten
te
gebruiken
zodat
voedselmogelijkheden voor vogels en insecten verspreidt zijn over het jaar. •
Het aanbrengen van takkenrils, een “wal” van opgestapelde takken (bijv. snoeihout) dat bij elkaar wordt gehouden door palen, als afscheiding. Hier maken verschillende soorten gebruik van zoals insecten, vogel en diverse kleine zoogdieren zoals egels of muizen en spitsmuizen voor bescherming, foerageermogelijkheden of nestplek.
LANECO Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
23
BIJLAGE 1 LITERATUURLIJST Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Historisch Museum Naturalis, European Invertabrate Survey-Nederland, Leiden. Huizinga, N., 2011. Werkatlas Zoogdieren van Gelderland. Zoogdieratlas.nl Limpens, H., K. Mosterd en W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
Websites:
http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=92d4c5 4aed8147ae8aa704c312f719bc
LANECO 24
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx
www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen
www.verspreidingsatlas.nl/planten
www.verspreidingsatlas.nl/reptielen
www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren
www.vlindernet.nl
www.vogelatlas.nl
vissenatlas.nl
www.ravon.nl
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Quick scan flora en fauna IJsseldijk 83a te Veessen
Nader onderzoek huismus
IJsseldijk 83a, Veessen
In opdracht van: Plannenmakers 1 juli 2019
Colofon 2019 Laneco | Plannenmakers Tekst en samenstelling: A. M. Luijten MSc. Tweede lezer:
R. Eversteijn
Projectleiding:
-
Projectnummer:
77.19.02
In opdracht van:
Planenmakers
Wijze van citeren:
Luijten, A.M., 2019. Nader onderzoek huismus. IJsseldijk 83a te Veessen. Laneco, Ede.
Contact:
Laneco Mastbos 25 6718 HA Ede www.laneco.nl
Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Laneco noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
INHOUD 1
INLEIDING .................................................................................................... 4
1.1 1.2
AANLEIDING ................................................................................................................................. 4 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 5
2
SOORTENBESCHERMING ................................................................................ 6
3
SOORTBESCHRIJVING ................................................................................... 8
3.1 4
ONDERZOEKSVRAAG EN METHODE ................................................................ 9
4.1 4.2 4.3 5
ONDERZOEKSVRAAG ...................................................................................................................... 9 ONDERZOEKSMETHODIEK ................................................................................................................ 9 ONDERZOEKSRONDES ..................................................................................................................... 9
ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 10
5.1 5.2 6
VOGELS MET EEN JAARROND BESCHERMDE NESTPLAATS ........................................................................ 8
HUISMUS .................................................................................................................................. 10 OVERIGE WAARNEMINGEN ........................................................................................................... 10
CONCLUSIE EN CONSEQUENTIES ................................................................. 11
6.1 6.2
HUISMUS .................................................................................................................................. 11 OVERIGE SOORTEN ...................................................................................................................... 11
BIJLAGE 1
LITERATUURLIJST....................................................................... 12
BIJLAGE 2
KAARTEN.................................................................................... 13
1
INLEIDING 1.1 AANLEIDING Aan de IJsseldijk 83a te Veessen is men voornemens een loods te slopen. Tijdens een in februari 2019 uitgevoerde quick scan flora en fauna (Luijten, 2019) is geconstateerd dat de bebouwing binnen het plangebied mogelijk een functie heeft als verblijfplaats voor huismus. Laneco is gevraagd om nader onderzoek te verrichten naar het gebruik van het plangebied door bovengenoemde soort.
Globale ligging plangebied met in het rood de loods (ondergrond Google Earth).
1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN Het plangebied, aan de IJsseldijk 83a te Veessen (gemeente Heerde, provincie Gelderland), ligt in het buitengebied ten oosten van het dorp Veessen en vormt een onderdeel van een kleine huizengroep buiten het dorp. Deze huizengroep wordt aan drie zijden omringd door agrarische gronden en aan de zuidzijde door de IJssel. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich diverse beukenhagen en fruitbomen. Direct aangrenzend aan het plangebied bevindt zich ten zuiden en ten westen van het plangebied
verharde
ondergrond
wat
dienst
doet
als
weg
en
parkeerplaats.
Aangrenzend ten noorden en ten zuiden bevindt zich verruigd grasland. Het plangebied zelf bestaat uit een loods. De muren van de loods bestaan uit enkelwandige golfplaten en het dak bestaat uit asbestplaten. Het skelet van de loods bestaat uit horizontale houten balken en verticale stalen balken. De loods is op een paar voorwerpen na (ladders, blokken hout, steiger) leeg.
Indrukken van het plangebied, van links tot rechts en van boven naar beneden: zuiden oost aanzicht van de loods, west aanzicht van de loods met haagbeuk op de voorgrond, noord aanzicht van de loods en binnenkant van de loods (foto’s: Laneco). Men is voornemens de loods te slopen. Er worden geen bomen gekapt.
LANECO Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
5
2
SOORTENBESCHERMING Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoals die ook in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomen en voor de Nederlandse situatie toegepast. Deze bescherming is, afhankelijk van het beschermingsregime, als volgt in de Wet natuurbescherming opgenomen: Vogelrichtlijn
Artikel 3.1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Artikel 3.1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Artikel 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Artikel 3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage 1
Artikel 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Artikel 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Artikel 3.5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Artikel 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Artikel
3.5
lid
5:
Het
is
verboden
plantensoorten
in
hun
natuurlijke
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Nationaal beschermde soorten
Artikel 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Artikel 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Artikel
3.10
lid
1c:
Het
is
verboden
plantensoorten
in
hun
natuurlijke
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Procedurele gevolgen De procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden
beïnvloed.
Kortweg
kunnen
er
drie
beschermingsregimes
worden
onderscheiden:
LANECO 6
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen
Soorten van de Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn: Dit zijn alle soorten van bijlage IV onderdeel a van de Habitatrichtlijn inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
Als een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Wettelijke belangen Voor soorten van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn:
Ter bescherming van de wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats;
De volksgezondheid, de openbare veiligheid in het geding is;
Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
Voor vogels gelden voorwaarden uit de Vogelrichtlijn:
De volksgezondheid en de openbare veiligheid in het geding is;
Veiligheid van het luchtverkeer in het geding is;
Ter bescherming van flora en fauna.
Voor nationaal beschermde soorten:
Er is sprake van een bij de wet genoemd belang.
Zorgplicht Naast beschermde dier- en plantensoorten, moet iedereen voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
LANECO Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
7
3
SOORTBESCHRIJVING 3.1 VOGELS MET EEN JAARROND BESCHERMDE NESTPLAATS Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, (voorbeeld: kerkuil). 4. Vogels die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks een nest bouwen (voorbeeld: ransuil). De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Door de leefwijze van deze soorten is het niet mogelijk om bij directe verstoring van de nesten te voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Deze gewijzigde lijst van jaarrond beschermde vogels is in september 2009 door het ministerie van LNV gepubliceerd. Alle vogels zijn beschermd in de Wet natuurbescherming (Artikel 3.1/3.2 Wet natuurbescherming en Vogelrichtlijn). Huismus De huismus is een standsoort in Nederland.
De populatie van deze soort is in de laatste tientallen jaren gehalveerd door een afname van geschikt leefgebied en broedplaatsen. De huismus leeft in en nabij menselijke bebouwing, zowel in als buiten de bebouwde kom. Het dier bouwt zijn nest in of tegen bebouwing (in een dichte klimop bijvoorbeeld). Er moet altijd voldoende voedsel en schuilgelegenheid (dichte bosschages) nabij de nestplaats aanwezig zijn.
LANECO 8
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen
4
ONDERZOEKSVRAAG EN METHODE 4.1 ONDERZOEKSVRAAG Doel van dit onderzoek is om na te gaan of de voorgenomen ingreep gevolgen heeft voor jaarrond beschermde nesten van huismus. Als effecten op deze beschermde soort(en) zodanig zijn dat belangrijke onderdelen van het leefgebied of verblijfplaatsen (indirect) verloren gaan, dan moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor de ingreep worden aangevraagd.
4.2 ONDERZOEKSMETHODIEK Huismus Het onderzoek naar de aanwezigheid van huismus is tijdens het broedseizoen uitgevoerd. Onderzoek vond plaats door: •
Territoriumgedrag te onderzoeken (roepende mannetjes)
•
Te luisteren naar roepende jongen op geschikte plaatsen
Te kijken naar met voer slepende ouderdieren
Het onderzoek is uitgevoerd conform het onderzoeksprotocol van het Netwerk Groene Bureaus naar de aanwezigheid van huismus in het plangebied. Dit is gedaan door in de periode 1 april tot 20 juni minimaal twee rondes uit te voeren met minimaal 10 dagen tussen de rondes.
4.3 ONDERZOEKSRONDES Huismus Datum
Soort
Personen
Windkracht
Temperatuur
(Bft)
(˚C)
Bijzonderheden
15 mei 2019
Huismus
1
1-2
11
Half bewolkt
3 juni 2019
Huismus
1
1-2
20
bewolkt
LANECO Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
9
5
ONDERZOEKSRESULTATEN 5.1 HUISMUS Er zijn conform aan het onderzoeksprotocol van het Netwerk Groene Bureaus twee onderzoeksrondes naar de aanwezigheid van huismus uitgevoerd in en rond het plangebied. De onderzoeken zijn uitgevoerd op 15 mei en 3 uni 2019. Binnen en in de omgeving van het plangebied is nestactiviteit van huismus waargenomen. 1e onderzoeksronde, 15 mei 2019 Tijdens de eerste op huismus gerichte onderzoeksronde, op 15 mei 2019, zijn er drie actieve nestplaatsen van huismus vastgesteld binnen het plangebied, in de loods. 2de onderzoeksronde 3 juni 2019 Tijdens de tweede onderzoeksronde op 3 juni 2019 zijn er twee actieve nestplaatsen waargenomen. In de loods zijn twee roepende mannetjes waargenomen die een paartje vormde met een vrouwtje. Eén van de actieve nesten is eerder waargenomen in de onderzoeksronde van 15 mei. Twee eerder vastgestelde nesten van 15 mei 2019 waren tijdens dit onderzoek niet meer actief. Er zijn verschillende in- en uitvliegende mussen waargenomen, vermoedelijk zijn dit jongen uit de eerdere 2 actieve nesten. Conclusie Tijdens de verschillende onderzoeksrondes in en rondom het plangebied zijn verschillende waarnemingen van huismus en actieve nestplaatsen gedaan in het plangebied.
5.2 OVERIGE WAARNEMINGEN Er is tijdens de tweede huismusronde op 3 juni 2019 een verlaten nest aangetroffen op een balk, mogelijk van een spreeuw of kauw.
LANECO 10
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen
6
CONCLUSIE EN CONSEQUENTIES Aan de IJsseldijk 83a te Veessen is men voornemens een loods te slopen. Bij een verkennend onderzoek is geconcludeerd dat het gebied mogelijk van belang is als vaste rust- en/of voortplantingsverblijfplaats voor huismus.