4.5.3. 2023-39.3 Toelichting taakmutaties Meicirculaire 23.pdf
Tekst van het document
Toelichtingen mutaties meicirculaire 2023
1 Participatie (IU) / WSW deel en beschut werk De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2023 ( € 114,97 miljoen in 2023, aflopend naar € 95,96 miljoen in 2028). De onderverdeling van de loon- en prijsbijstelling naar de twee onderdelen binnen de integratie-uitkering (Wsw en beschut werk) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. Evenals de bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2023 en verder. Zie verder toelichting blz 29 mei circulaire 2023
2 Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches (DU) Op 8 februari 2023 is de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis 2023-2026 (SPUK-SGCS, ook wel ‘brede SPUK”) gepubliceerd. Voor de bestaande Brede Regeling Combinatiefuncties betekent dit een wijziging van het type uitkering van een decentralisatie uitkering naar een specifieke uitkering. Vanwege deze wijziging hebben we in de meicirculaire 2023 maatstaf 71 Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches met ingang van uitkeringsjaar 2023 en verder laten vervallen. De inkomensoverdracht vindt tenslotte niet meer plaats via het gemeentefonds, maar zal via de specifieke uitkering plaatsvinden.
3 Voorschoolse voorziening peuters (DU) De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2023 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2022 (in de gemeentelijke indeling van 2023). De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.3.4 van deze circulaire.
4 Wet kwaliteitsborging bouw (DU) In paragraaf 3.2.3 van de septembercirculaire is informatie opgenomen over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In bijlage 3.2.3 van diezelfde circulaire was de verdeling van de totaalbedragen over de gemeenten opgenomen voor de jaren 2022 tot en met 2026. Op verzoek van de VNG en de gemeenten is de verdeelsleutel voor de jaren 2023 en verder gewijzigd. De nieuwe verdeling van deze DU is opgenomen in bijlage 3.3.4. De verdeling voor 2022 is niet gewijzigd.
5 Armoedebestrijding kinderen (DU) In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede.16 De verdeling over de gemeenten voor 2024 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2020 en is opgenomen in bijlage 3.3.2 van deze circulaire.
6, 13 en 16 Wet Goed Verhuurderschap In het Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van € 9,2 miljoen voor de eenmalige kosten die gemeenten maken als gevolg van de invoering van de landelijke regels en het instellen van het meldpunt. Daarnaast bestaat de financiering uit een structurele bijdrage van € 12,4 miljoen voor de structurele kosten als gevolg van de handhaving van de landelijke algemene regels en het meldpunt. De structurele middelen worden vanaf januari 2023 uitgekeerd via de algemene uitkering13. De incidentele middelen worden via een decentrale uitkering uitgekeerd. De verdeling van deze decentrale uitkering wordt in deze circulaire verwerkt en met terugwerkende kracht vanaf januari 2023 uitbetaald, zie bijlage 3.2-1 van deze circulaire.
7 Leerlingenvervoer Oekraïne Eind januari 2023 zijn er meer dan 88.000 vluchtelingen uit Oekraïne naar Nederland gekomen en ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP), onder wie circa 18.000 kinderen en jongeren. Scholen en gemeenten spannen zich in om deze leerlingen onderwijs te bieden. Hier hoort in sommige gevallen ook het vervoer naar de school bij. Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan leerlingen uit Oekraïne. De decentralisatie-uitkering Leerlingenvervoer Oekraïne is een tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten die zij hiervoor hebben gemaakt, en maken. De decentralisatieuitkering ziet toe op de periode van januari 2023 tot en met 31 juli 2023. De bedragen, in totaal € 21,4 miljoen, die worden toegekend aan een gemeente zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde kinderen uit Oekraïne, met peildatum 23 januari 2023. De verdeling van de middelen is opgenomen in bijlage 3.2-8 van deze circulaire.
8 Taal voor ontheemden uit Oekraïne Ontheemden uit Oekraïne hebben nu beperkte mogelijkheden om de Nederlandse taal op vrijwillige basis te leren. Om een hogere arbeidsparticipatie te stimuleren, het mogelijk te maken voor Oekraïners om werk te doen dat past bij hun vaardigheden en opleiding en om deel te kunnen nemen aan de Nederlandse maatschappij, is het leren van de Nederlandse taal essentieel. Deze middelen (€ 15 miljoen) hebben tot doel het gemeentelijke aanbod van taalonderwijs aan volwassen ontheemden uit Oekraïne te stimuleren. Dit kunnen ontheemden zijn die daar behoefte aan hebben, die dat nodig hebben om werk te vinden of die werk willen vinden dat beter past bij hun vaardigheden, werkervaring en onderwijsachtergrond. Er zal gebruik gemaakt worden van een verdeelsleutel op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het aantal opgevangen ontheemden uit Oekraïne per gemeente. De verdeling over gemeenten is bijgevoegd in bijlage 3.2-4 van deze circulaire.
9 Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2023 in totaal circa € 12,9 miljoen (5.424 personen * € 2.370). De wijze waarop de middelen verstrekt worden is te vinden in paragraaf 3.2-10 van de septembercirculaire 2022. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO.15 De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-15 van deze circulaire.
10 Einde lening Inburgeringsplicht (ELIP) In het Bestuurlijk Overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in regelgeving. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De middelen worden over gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPS zoals volgt uit deze definitie, op basis van de DUO-cijfers per 1 januari van het jaar 2023. In 2023 is afgerond € 1,6 miljoen beschikbaar. Voor de jaren 2024 – 2026 is in totaal afgerond nog € 1,2 miljoen beschikbaar. De jaarlijkse tranches zullen telkens bij de meicirculaire worden verdeeld. De verdeling van de middelen is opgenomen in bijlage 3.2-2 van deze circulaire.
11 Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag Op 1 januari 2023 is de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in werking getreden6. Vanaf dit uitkeringsjaar is er structureel jaarlijks € 3,3 miljoen beschikbaar voor de financiële gevolgen die de uitvoering van deze wet met zich meebrengt voor gemeenten. Dit houdt in dat er geen koppeling is met het daadwerkelijk plaatsvinden van verkiezingen in een gegeven jaar. Het bedrag is op basis van de maatstaven in het uitgavencluster bestuursorganen en bevolkingszaken (exclusief de maatstaf verkiezingen Den Haag)
verdeeld over de gemeenten.
12 Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of bete moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden.7 De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten voor de periode 2021 tot en met 2029 Zie ook de meicirculaire 2021 paragraaf 2.2‐16. De VNG en het ministerie van BZK vinden dat toezicht en handhaving van deze maatrege voortvarend moet worden opgepakt. Zo wordt een duidelijk signaal afgegeven dat normerende maatregelen opgevolgd dienen te worden. De spreiding van het budget voor toezicht en handhaving over een lange periode, zoals oorspronkelijk gepland, is ongewenst Daarom worden middelen naar voren gehaald, zodat het zwaartepunt van de financiering ligt in de jaren 2023 tot en met 2025. In de meicirculaire 2024 zullen de jaren 2026 tot en met 2029 worden verwerkt.
14 Flankerend beleid energiearmoede Het kabinet stelt in totaal incidenteel € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen.3 Van dit bedrag wordt in 2023 in totaal€ 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld voor de verwachte extra inzet die nodig zal zijn op het gebied van vroegsignalering en om gemeenten tegemoet te komen in het verwachte extra beroep op bijzondere bijstand.4 In een latere circulaire wordt u geïnformeerd over de middelen voor 2024 en de verdeling daarvan 15 Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Voor de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 in totaal € 118 miljoen beschikbaar gesteld. Van deze middelen wordt € 40 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om aan de slag te gaan met de prioriteiten van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede 17, 18 en 19 Loon- en prijsbijstelling 2023 participatie De omvang van de integratie‐uitkering Voogdij 18+ etc.
wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon‐ en prijsbijstelling 2023 (€ 2,5 miljoen vanaf 2023). Dit bedrag is inclusief de extra prijsbijstelling die door het kabinet toegekend is voor 2022 20 Compensatieregeling voogdij 18+ Dit betreft de overheveling van de € 29,5 miljoen vanuit de algemene uitkering. Dit bedrag
wordt toegevoegd aan de € 30 miljoen die in 2023 reeds beschikbaar is voor de compensatieregeling. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 2.2‐10 van deze circulaire.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeenten is opgenomen in bijlage 3.2-12.
21 Werkdrukverlaging jeugdbescherming Gezien de acute situatie ‐ met de hoge werkdruk en wachtlijsten ‐ in de jeugdbescherming is er in overleg met de VNG besloten om voor het jaar 2023, eenmalig, € 10 miljoen aan het gemeentefonds te onttrekken ten behoeve van de daling van de werkdruk. De middelen worden overgeheveld naar de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV en daar toegevoegd aan het budget voor de subsidieregeling verlagen werkdruk gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering die op 6 maart jl is gepubliceerd5. 22 Integraal Zorgakkoord (WMO abonnementstarief) Het kabinet stelt structureel extra middelen (€ 110 miljoen) beschikbaar aan gemeenten samenhangend met het Integraal Zorgakkoord, ter compensatie van gemeenten voor gestegen kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief Wmo
23 en Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp WMO 24 Herinvoering eigen bijdrage WMO Het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft (geraamde opbrengst € 95 miljoen vanaf 2025 (13a)) en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015 heringevoerd (geraamde opbrengst € 225 miljoen vanaf 2026 (13b)). Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving zoals die voorheen was met oog voor inkomenseffecten en het beroep dat wordt gedaan op de Wmo. Anders dan beoogd in het Coalitieakkoord verdwijnt het abonnementstarief niet alleen voo de huishoudelijke hulp, maar voor alle Wmo‐voorzieningen waarop het abonnementstarief nu van toepassing is. Hiervoor wordt een wetsvoorstel voorbereid. Het huidige wetsvoorste voor invoering van de passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp (waarvan de inwerkingtreding per 2025 werd voorzien) wordt ingetrokken 25 Jeugdzorg Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Onderstaande paragraaf over de beschikbaarstelling van extra middelen en de verdeling is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda.
In totaal wordt € 1,45 miljard in 2024 en € 954 miljoen in 2025 voor jeugdzorg beschikbaar gesteld, waarvan een deel van de investeringen en uitvoeringskosten van de hervormingsagenda vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden ingezet. Dit betreft € 91 miljoen in 2024 en € 95 miljoen in 2025. In totaal wordt dan ook € 1,36 miljard in 2024 en € 859 miljoen in 2025 aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd voor jeugdzorg. Op de AP zijn middelen gereserveerd voor 2026 en verder. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. Net als voor de middelen in 2024 en 2025 geldt dat deze beschikbaar worden gesteld aan gemeenten met uitzondering van de investeringen waarvan is afgesproken deze door het Rijk worden gedaan. De € 1,45 miljard voor 2024 en de € 954 miljoen voor 2025 zijn gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen, gecorrigeerd voor de besparing die aanvullend is opgenomen in het coalitieakkoord (€ 100 miljoen in 2024 oplopend tot € 511 miljoen structureel vanaf 2027).
In aanvulling hierop verzacht het kabinet het ingroeipad voor de besparingsopgave met € 285 miljoen (voor 2024 met € 89 miljoen en voor 2025 met € 196 miljoen) en laat daarnaast de extra besparing van € 100 miljoen in 2024 vervallen (de aanvullende besparing in het coalitieakkoord voor dat jaar).
26 Voorschoolse educatie Voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid ontvangen gemeenten geld via een specifieke uitkering. De voor‐ en vroegschoolse educatie (vve) maakt hier deel van uit Daarnaast ontvangen gemeenten via de algemene uitkering een aanvullende bijdrage vanwege het (eerstelijns) toezicht dat de GGD’en houden. Gemeenten hebben vanaf 2020 in stappen extra middelen ontvangen voor het (eerstelijns) toezicht vanwege het extra toezicht en handhaving. De extra bijdragen voor 2020 en 2021 zijn reeds toegevoegd aan het gemeentefonds in 2020, zie paragraaf 2.2‐6 van de meicirculaire 2020. Het was op dat moment nog niet helder op welke manier de middelen vanaf 2022 beschikbaar zouden worden gesteld. In deze circulaire is € 1,9 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Dit betreft de middelen voor het jaar 2022 (€ 1 miljoen) en 2023 (€ 0,9 miljoen). Het bedrag vanaf 2023 is structureel aangezien alle nieuwe maatregelen zijn ingevoerd 27 Overige niet in te delen / kleine taakmutaties Deze zijn zo klein dat het geen zin heeft hier een mutatie voor te maken 28 Algemene Uitkering Optelsom van accressen / ontwikkelingen maatstaven / de 1 miljard in 2027 ivm ander financieringssysteem / correctie op WOZ waarden