4.2. Voorjaarsnota 2023 en Perspectiefnota 2024-2027 definitief.pdf
Tekst van het document
2023 Voorjaarsnota en Perspectiefnota 2024-2027
2
3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................4 Inleiding .............................................................................................................5 Meerjarenperspectief ..........................................................................................6 Visie en koers college .........................................................................................7 1. Bestuur .........................................................................................................10 2. Ruimte, ondernemen en wonen ....................................................................11 3. Sociaal maatschappelijk ...............................................................................14 4.
Bedrijfsvoering .............................................................................................16 Overzicht overhead ...........................................................................................17 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................19 Onvoorzien .......................................................................................................20 Nagekomende investeringen ............................................................................21 Financiële kaders ..............................................................................................22
4
Inleiding Leeswijzer De Voorjaarsnota 2023 / Perspectiefnota 2024-2027 is gelijk aan de opzet van vorig jaar. Er wordt inmiddels gerapporteerd op programmaniveau; dit draagt bij aan een compacter en beter leesbaar boekwerk. Tevens sluit dit hogere verantwoordingsniveau ook beter aan op de raadsbevoegdheid. In dit boekwerk zijn zowel de budgetbijstellingen voor het lopende jaar 2023 als voor de jaren 2024-2027 opgenomen. Bij de diverse onderdelen worden deze mutaties naast elkaar in tabelvorm weergegeven. Tevens zijn de realisatiecijfers uit 2022 en de budgetten van de primitieve begroting 2023 opgenomen. Bij het 'Meerjarenperspectief' zijn de bijstellingen van de budgetten in 5 categorieën onderverdeeld. Bij de toelichtingen op de budgetbijstellingen is het nummer van de desbetreffende categorie aan het eind van de regel tussen haakjes weergegeven. Bij het onderdeel 'Onzekerheden' is een uiteenzetting gegeven van de financiële vraagstukken waarover nog duidelijkheid moet komen van het rijk. De Meicirculaire 2023 zal wellicht antwoord geven op een deel van deze vraagstukken. Deze meicirculaire komt echter te laat om hiervan nu nog een financiële vertaling te maken; bij de begroting komen we hierop terug. In het hoofdstuk 'Visie en koers college' is omschreven hoe het college omgaat met de bovengenoemde onzekerheden en wat voor koers hiervoor wordt ingezet.
Bij de 4 programma's en de onderdelen 'Overhead', 'Algemene dekkingsmiddelen' en 'Onvoorzien' wordt per onderdeel inzicht gegeven in de financiële mutaties en worden de belangrijkste afwijkingen toegelicht. Afgesloten wordt met de 'Financiële kaders' waarin de (beleids) uitgangspunten zijn verwoord. Het nieuwe investeringsplan voor de jaren 2024-2027 wordt opgenomen in de Programmabegroting 2024-2027. Noot: De bedragen in dit document kunnen tot verwarring leiden. Een positief bedrag betekent een uitgaaf/lagere inkomst (nadeel); een negatief bedrag is een inkomst/lagere uitgaaf (voordeel).
5
Meerjarenperspectief
De basis voor dit meerjarenperspectief zijn de begrotingssaldi 2023-2026 zoals die zijn opgenomen in de Programmabegroting 2023-2026. Hieraan is de jaarschijf 2027 toegevoegd. Deze ramingen zijn vervolgens geactualiseerd op basis van het principe 'realistisch ramen'. Dit houdt in dat alle budgetten opnieuw zijn bekeken en zijn geactualiseerd conform de laatste inzichten. Het resultaat van bovengenoemde aanpak is een groot aantal budgetbijstellingen die weer zijn onderverdeeld in de volgende vijf categorieën: 1. Onvermijdbare en niet beïnvloedbare meerkosten; 2. Meerkosten met 'eigen' dekking; 3. Realistische meerkosten; 4. Meerkosten met karakter 'nieuw beleid' of 'wensen' (overige claims); 5. Meerkosten die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma van het college.
6
Visie en koers college
Op financieel gebied blijven het onzekere tijden voor gemeenten. De aanhoudende oorlog in de Oekraïne, onduidelijkheid omtrent het gemeentefonds en krapte op de arbeidsmarkt maken het lastig om strategische keuzes gekoppeld aan een tijdsplanning te maken. Toch kan de gemeente Heerde niet afwachten; de ontwikkelingen in de maatschappij gaan snel en van de overheid, en dus ook van gemeenten, wordt in veel gevallen een aanjagers-/voortrekkersrol verwacht. Te denken valt hierbij aan de energietransitie, stikstofproblematiek, opvang van vluchtelingen, woningaanbod en verschraling van de jeugdzorg. Ook de invoering van de Omgevingswet, het IHP en het Centrumplan Heerde komen daar nog bij. We moeten dus stappen blijven zetten en dat gaan we zeker doen, alleen wel gecontroleerd. Uitdagingen vanaf 2026 In vergelijking tot de vorige begroting vertoont het meerjarenperspectief een gelijk beeld; de jaren 2024 en 2025 zijn (nagenoeg) sluitend, voor de jaren 2026 en 2027 ontstaat er een fors tekort. De oorzaak hiervan is voor een groot deel terug te herleiden naar het Gemeentefonds; deze rijksbijdrage wordt fors lager, enerzijds door de nadelige uitwerking van de herverdeling van het fonds, anderzijds door de toegepaste opschalingskorting en het wegvallen van de arbitragegelden jeugd.
Verder zijn de gemeenten nog niet (volledig) gecompenseerd voor de hoge inflatie van het afgelopen jaar; deze hogere lasten zijn al wel in het meerjarenperspectief van deze perspectiefnota opgenomen. Herverdelingseffect definitief Het herverdelingseffect van het Gemeentefonds pakt voor de gemeente Heerde zeer ongunstig uit in een structureel nadeel van €700.000,-. Deze herverdeling is inmiddels definitief en dit betekent dat er binnen de eigen organisatie gezocht moet worden naar oplossingen om dit tekort (deels) te compenseren. Gelet op de positieve jaarrekeningresultaten van de afgelopen jaren zien wij mogelijkheden om budgetten op onderdelen naar beneden bij te stellen. Ook het omzetten van positieve rekeningsaldi naar investeringsreserves, waar in de boekjaren 2021 en 2022 voor is gekozen, kan bijdragen tot het verlagen van de uitgaven en daarmee het compenseren van dit nadeel. Onduidelijkheid opschalingskorting en arbitrageleden jeugd In tegenstelling tot de definitieve korting als gevolg van het herverdelingseffect is er nog discussie over de opschalingskorting. Tevens is er nog geen duidelijkheid over de toekenning van de arbitrageleden jeugd. Voor 2026 en 2027 wordt hiervoor nog jaarlijks €600.000,- ontvangen.
In de tussentijd wordt er landelijk naar een oplossing gezocht voor de toenemende problemen in de Jeugdzorg en de (financiële) doorwerking ervan naar de gemeenten. Wij vinden het verstandig om de ontwikkelingen omtrent de opschalingskorting en de Jeugdzorg af te wachten en hier nog niet in deze perspectiefnota op te anticiperen. Huishoudelijke ondersteuning Gemeenten zijn verplicht om huishoudelijke ondersteuning aan te bieden. Wij doen dit door middel van een algemene voorziening in combinatie met maatwerk. De kosten voor deze huidige systematiek lopen echter snel op door de vergrijzing van de bevolking én de aanzuigende werking als gevolg van de lage eigen bijdrage. Wij stellen voor om te kiezen voor een andere werkwijze die goed aansluit bij het uitgangspunt om inwoners zoveel mogelijk zelfstandig het huishouden uit te laten voeren (een separaat voorstel aan uw raad is onderweg). Dit houdt in dat er gewerkt gaat worden met een centrale toegang waar wordt bepaald of en zo ja, welke huishoudelijke ondersteuning noodzakelijk is. Ten
7
opzichte van het huidige beleid levert dit een uiteindelijk jaarlijkse besparing op van €480.000,-. Doorwerking uitvoeringsprogramma college Voor de nieuwe bestuursperiode is er voor de jaren 2022-2025 een jaarlijkse stelpost (ca.1,0 mln euro) in de begroting opgenomen om de doelstellingen uit het collegeprogramma te kunnen verwezenlijken. Overwogen is om die stelpost (ten dele) structureel te maken. Echter, gelet op het slechte perspectief vanaf 2026 vinden wij dit niet verantwoord. Dit betekent dat wij gehouden zijn deze jaarlijkse stelpost vanaf 2026 te laten vervallen en de uitgaven ten laste van deze middelen af te bouwen (uitzondering betreft kosten extra indexering bibliotheek; die worden meegenomen onder categorie 3). Regionale samenwerking Vanuit de provincie en het rijk komen er steeds meer taken naar de gemeente die dusdanig groot en complex zijn dat deze in regionaal verband moeten worden georganiseerd (denk aan landbouw, stikstof en Regioarrangementen). Tegelijkertijd worden lokale taken opgeschaald naar regionale samenwerking. Deze geregionaliseerde nieuwe taken leggen een druk op onze ambtelijke capaciteit. Dit knelt temeer, daar Heerde deelneemt aan twee strategische regio’s. Wij verkennen momenteel wat nodig is om een volwaardig deelnemer en sparring partner te zijn in deze regionale samenwerking.
Compensatie indexeringen Sinds vorig jaar hadden wij een tweede (structurele) stelpost per jaar opgenomen: ‘meerkosten crisissen’; bedoeld om de verwachte prijsstijgingen op te vangen (ruim 1,0 mln per jaar). In de cijfers van de perspectiefnota is een compensatie opgenomen voor de forse indexeringen die op tal van onderdelen zijn doorgevoerd zoals bijvoorbeeld bij salarissen, energie, licenties voor hard- en software, onderhoudscontracten, verplichtingen met zorgaanbieders en gemeenschappelijke regelingen en behelzen grofweg jaarlijks €1.500.000,-. Dit is aanmerkelijk hoger dan onze stelpost. Onduidelijk is nog in hoeverre we hiervoor door het rijk worden gecompenseerd, daarom wachten we hiervoor de Meicirculaire 2022 af. Uiteraard krijgt ook dit een vervolg bij de Programmabegroting 2024-2027. Hoe nu verder? Samengevat blijkt uit de meerjarenramingen dat -op 2024 na- sprake is van negatieve saldi. Met name de tekorten 2026 en 2027 baren ons college zorgen. Om die tekorten te dempen is het ons voornemen om op voorhand het negatieve effect van de herverdeling gemeentefonds (700.000,-) af te dekken, het financiële voordeel van de beleidswijziging huishoudelijke ondersteuning (ruim 400K) in te boeken en de stelpost Collegeprogramma te laten vervallen. Daarmee zijn de tekorten 2026 en 2027 echter nog niet opgelost.
In dat verband wachten wij eerst de uitkomsten van de Meicirculaire af. Ons college gaat er namelijk van uit dat deze Meicirculaire ons gaat helpen. Het lastige is echter dat de Meicirculaire verschijnt als deze nota al bij de gemeenteraad ligt. Wij hopen met een oplegger voor het raadsdebat de effecten van de Meicirculaire aan de gemeenteraad te presenteren. Mocht de Meicirculaire ons onverhoopt niet (voldoende) helpen, dan ontstaat er evenwel in de opmaat naar de Programmabegroting 2024 e.v. een situatie die om nadere afweging vraagt. Bij de vorige begroting is ervoor gekozen om de laatste jaarschijf 2026 niet dicht te leggen. Op dat moment bestond er nog geen duidelijkheid over het herverdelingseffect en ook de opschalingskorting en de vergoedingen voor het sociaal domein waren nog in nevelen gehuld. We zijn nu een jaar verder en kunnen het ons niet permitteren om af te blijven wachten totdat het rijk met oplossingen komt voor de lange termijn, het jaar 2026 nadert snel. Zoals al eerder gezegd, we moeten verder, voor de burger in het 8
bijzonder en de samenleving in totaliteit. Bovendien is ondertussen het herverdelingseffect gemeentefonds een feit (zie boven). Dit betekent dat we -anders dan vorig jaar- nu willen gaan voor een zoveel mogelijk sluitende meerjarenbegroting. Om dat te bereiken biedt het ophogen van onze inkomsten (OZB) nauwelijks soelaas, zodat enkel het principe ‘de tering naar de nering zetten’ resteert, oftewel een op te starten bezuinigingstraject. In dat geval zijn pijnlijke keuzes onvermijdelijk. Temeer, daar onze lokale voorzieningen dan de dupe worden van een onbetrouwbare rijksoverheid die met onvoldoende middelen over de brug komt. In het debat over deze perspectiefnota willen we met uw raad uitwisselen in welke mate u voor een bezuinigingstraject ruimte of juist opdracht geeft met het oogmerk uw raad in het najaar een sluitende begroting te kunnen aanbieden.
9
1. Bestuur Toelichting op programma Bestuur Dit programma gaat over het besturen van de gemeente en de veiligheid van de inwoners. De raad en het college, bestuurlijke samenwerking, communicatie en rechtsbescherming van inwoners maar ook over openbare orde en veiligheid, de lokale regels in de Algemene Plaatselijke Verordening, de lokale uitvoering van de drank- en horecawet en handhaving, vallen onder dit programma. Ook komt in dit programma inclusief denken aan de orde, om het inclusieve gemeentebrede karakter hiervan te benadrukken.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten Bestuur
3.307.206
1.110.018
41.250
17.250
2.250
0
0
Veiligheid
1.856.815
1.979.167
12.000
54.180
63.050
71.920
79.500
Dienstverlening
478.267
487.280
5.000
0
0
0
0
Bestuurlijke samenwerking
275.548
293.810
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
Totaal Lasten
5.917.836
3.870.275
208.250
221.430
215.300
221.920
229.500
-3.269.966
0
-153.000
-15.000
0
0
0
Baten Bestuur Veiligheid
-76.642
-22.640
0
0
0
0
0
-241.259
-239.350
0
0
0
0
0
Totaal Baten
-3.587.866
-261.990
-153.000
-15.000
0
0
0
Resultaat
2.329.970
3.608.285
55.250
206.430
215.300
221.920
229.500
Dienstverlening
Financiële toelichting programma Bestuur Lasten Voor het programma Bestuur wordt voorgesteld om voor 2023 €208.000,- bij te ramen. Voor de jaren erna wordt er ruim €220.000,- extra budget gevraagd. De belangrijkste budgetbijstellingen zijn hieronder toegelicht. Brandweertaken Het budget voor de VNOG is bijgesteld conform de Begroting 2024-2027 van deze organisatie en stijgt van €42.000,- in 2024 naar ruim €68.000,- in 2027. Deze stijging is het gevolg van indexeringen gecombineerd met hogere kapitaallasten door de aanschaf van nieuwe blusvoertuigen (1). Daarnaast is er structureel €10.000,- bijgeraamd voor het onderhoud van nieuwe waterputten in het bosgebied (3). Bestuurlijke samenwerking De jaarlijkse bijdragen voor de bestuurlijke samenwerking stijgen opnieuw, vooral door toegenomen ambities van de 2 regio's waarin de gemeente Heerde participeert. Hiervoor is jaarlijks een extra bedrag van €100.000,- nodig (1). Ook vanuit het uitvoeringsprogramma van het college wordt aan deze samenwerking €50.000,toegevoegd (5). Baten De inkomsten zijn bij dit programma in 2023 €153.000,- hoger en in 2024 zijn deze met €15.000,- gestegen. Dit komt doordat er naar aanleiding van de Corona crisis en de opvang van Oekraïense vluchtelingen extra tijdelijk personeel is aangetrokken.
De kosten hiervan worden gedekt door een onttrekking uit de reserve Corona en door ontvangen rijksmiddelen voor de opvang binnen dit programma (2). 10
2. Ruimte, ondernemen en wonen Toelichting op programma (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen Dit programma gaat over duurzaamheid, het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en het bos, ruimtelijke ontwikkelingen, economie, recreatie en toerisme en bouwen en wonen. Onder dit programma valt ook het opstellen van de Omgevingsvisie, een instrument in het kader van de nog vast te stellen Omgevingswet. Met het toepassing van uitnodigingsplanologie hebben we ons al voorbereid op deze wet. Onze rol bij ruimtelijke vraagstukken is daarmee veranderd. De Omgevingsvisie maken we samen.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022 Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten Duurzaamheid
331.684
153.135
345.855
348.993
352.130
0
0
Riolering
1.275.096
1.249.643
0
0
0
0
0
Reiniging afval
1.606.934
1.608.073
0
0
0
0
0
Begraven
458.311
430.677
0
0
0
0
0
Economie
358.567
300.919
24.000
0
0
0
0
Toerisme en recreatie
473.080
422.868
0
44.700
7.500
7.500
7.500
Bouwen en Wonen
1.316.840
1.140.476
68.421
46.970
56.448
67.846
73.343
Ruimtelijke ontwikkeling
687.296
552.521
56.784
141.798
16.798
16.798
16.798
Grondbedrijf
685.088
61.619
0
0
0
0
0
Gemeentelijke accommodaties
1.433.546
1.926.042
48.000
-20.390
-20.390
-20.390
-20.390
Beheer en onderhoud
4.565.030
4.931.100
359.700
-20.000
-20.000
-20.000
-20.000
Verkeer en vervoer
169.826
181.766
0
0
0
0
0
13.361.298
12.958.839
902.760
542.071
392.486
51.754
57.251
Totaal Lasten Baten Duurzaamheid
-61.657
0
-345.855
-348.993
-352.130
0
0
Riolering
-1.516.269
-1.560.883
0
0
0
0
0
Reiniging afval
-1.985.890
-1.974.886
0
0
0
0
0
Begraven
-619.088
-582.351
0
0
0
0
0
Economie
-19.907
-24.440
0
0
0
0
0
Toerisme en recreatie
-70.161
-21.587
0
0
0
0
0
Bouwen en Wonen
-639.705
-347.569
-162.000
0
0
0
0
Ruimtelijke ontwikkeling
-74.217
-113.630
0
0
0
0
0
Grondbedrijf
-802.396
-304.113
-109.000
0
0
0
0
Gemeentelijke accommodaties
-662.381
-743.808
-236.843
78.157
78.157
78.157
78.157
Beheer en onderhoud
-656.348
-583.764
-69.700
20.000
20.000
20.000
20.000
Verkeer en vervoer
-316
0
0
0
0
0
0
Totaal Baten
-7.108.334
-6.257.031
-923.398
-250.836
-253.973
98.157
98.157
Resultaat
6.252.964
6.701.808
-20.638
291.235
138.513
149.911
155.408
11
Financiële toelichting op programma (Openbare)ruimte, ondernemen en wonen Lasten Bij het programma (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen worden de uitgaven voor 2023 met €903.000,- verhoogd. Voor de jaren erna is de budgetbijstelling €542.000,- (2024) aflopend naar €57.000,- in 2027. De grootste budgetaanpassingen zijn hieronder toegelicht. Klimaat- en energiebeleid Van het rijk wordt er voor de jaren 2023-2025 gemiddeld €350.000,- ontvangen voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid (zogenaamde Jetten-gelden). Dit geld wordt voor dit doel in deze jaren ingezet (2). Centrummanager Het college heeft besloten om voor de periode van 1 jaar een centrummanager aan te stellen. Deze centrummanager fungeert als verbinder tussen de gemeente en de Ondernemers Vereniging Heerde en ontzorgt en ondersteunt de ondernemers, die een zware Corona-periode achter de rug hebben, in het centrum. De kosten hiervoor bedragen incidenteel €48.000,-. De helft van deze kosten wordt door de Provincie Gelderland betaald; de resterende €24.000,- wordt gedekt uit de reserve Corona (2). Bijdrage Omgevingsdienst Het budget voor de ODNV is bijgesteld conform de Begroting 2024-2027 van deze organisatie en stijgt structureel van €44.000,- in 2024 naar €70.000,- in 2027. Indexeringen en meerkosten gerelateerd aan het upgraden van de organisatie veroorzaken deze kostenstijging (1).
Bouwen en wonen Voor het jaar 2023 wordt er budget aangevraagd om het 'rood-voor-rood' beleid te actualiseren (inhuur externe kennis). Voor 2024 staat de actualisatie van het sterk verouderde welstandsbeleid op de planning. Ook hiervoor is €25.000,- geraamd. Voor het opstellen van een programma biodiversiteit en het starten met de gebiedsontwikkeling Kerkdijk-Borchgraverweg moet eveneens extern worden ingehuurd. De kosten van deze beide projecten worden ingeschat op €50.000,- en staan gepand voor 2024 (4). Onderhoud wegen In 2022 is het groot onderhoud voor de wegen opnieuw aanbesteed. Door de forse prijsstijging van energie en materiaal is er voor 2023 €280.000,- extra budget nodig om het onderhoudsniveau op het vastgestelde niveau C te houden. Voor de jaren erna is er nog geen budget bijgeraamd omdat er nog teveel onzekerheid bestaat over de prijsontwikkeling (3). Parkeerbijdrage Van een ontwikkelaar is in 2023 een parkeerbijdrage van €90.000,- ontvangen. Deze bijdrage is doorgezet naar een voorziening en wordt op een later moment gebruikt om (nieuwe) parkeerplekken te realiseren (2). Baten De inkomsten zijn bij dit programma in 2023 €923.000,- hoger. In 2024 en 2025 resteert hiervan nog ruim €250.000,-, voor de jaren erna zijn de inkomsten €98.000,lager dan de oorspronkelijke raming. Hieronder volgt een toelichting op deze afwijkingen.
Incidentele meevallers Voor het jaar 2023 zijn er binnen dit programma drie (hogere) ontvangsten met een totaal voordeel van €586.000,-. In april is Het Honk verkocht voor €315.000,-. De bijgestelde Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) geeft voor dit jaar een verwachte winst van €309.000,-. In de begroting was rekening gehouden met een winst van 12
€200.000,-; dit is een extra voordeel van €109.000,-. Tenslotte is bij de raming voor 2023 rekening gehouden met het feit dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking zou treden met als gevolg substantieel lagere legesinkomsten. Nu de datum van invoering tot 1 januari 2024 is doorgeschoven kunnen de legesinkomsten met €162.000,- worden verhoogd (3). Klimaat- en energiebeleid Zoals ook al aangegeven bij de lasten is er van het rijk voor de jaren 2023-2025 gemiddeld €350.000,- ontvangen voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Zowel de uitgaven als de inkomsten hiervan zijn bij dit programma opgenomen (2). Lagere huurinkomsten De huurinkomsten voor De Heerd als De Rhijnsberg zijn te hoog geraamd; deze inkomsten moeten structureel met €80.000,- worden bijgesteld. Bijgestelde/lagere huurprijzen en (tijdelijke) leegstand zijn hiervan de oorzaken (3). Parkeerbijdrage Zowel de ontvangsten van €90.000,- voor de parkeerbijdrage als de doorstorting van dit geld naar de voorziening (lasten) zijn bij dit programma verwerkt (2).
13
3. Sociaal maatschappelijk Toelichting op programma Sociaal Maatschappelijk Het programma Sociaal Maatschappelijk gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt en heeft primair betrekking op zorg, welzijn, arbeid, onderwijs, volksgezondheid en vrijetijdsbesteding zoals sport en kunst en cultuur. Het gaat om mensen en de wijze waarop zij in staat zijn om deel te nemen aan de samenleving en invulling geven aan hun eigen verantwoordelijkheid.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten Onderwijs
1.279.234
979.226
0
0
0
0
0
Kunst cultuur en media
781.077
747.859
179.965
97.070
112.628
114.581
116.573
Sport
260.367
250.387
36.000
25.500
4.500
0
0
STIP
2.738.871
2.762.211
170.500
243.000
243.000
243.000
243.000
Jeugd
5.040.083
5.392.427
45.500
60.500
63.500
65.500
67.500
Participatie & werk
2.664.349
2.854.318
6.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Inkomen
4.693.342
4.114.160
795.776
309.076
309.076
309.076
309.076
WMO
6.398.648
6.589.443
152.000
396.000
544.000
743.000
876.000
Totaal Lasten
23.855.971
23.690.031
1.385.741
1.137.146
1.282.704
1.481.157
1.618.149
Onderwijs
-618.923
-298.424
0
0
0
0
0
Kunst cultuur en media
-15.168
-2.500
-89.980
0
0
0
0
Sport
-83.402
-85.738
0
0
0
0
0
STIP
-75.157
-4.160
0
0
0
0
0
Jeugd
-154
-70.000
0
0
0
0
0
-117.592
-158.981
0
0
0
0
0
Baten
Participatie & werk Inkomen
-2.870.427
-2.775.437
-516.619
-79.919
-79.919
-79.919
-79.919
WMO
-946.409
-857.000
60.000
56.000
135.000
140.000
140.000
Totaal Baten
-4.727.231
-4.252.240
-546.599
-23.919
55.081
60.081
60.081
Resultaat
19.128.740
19.437.791
839.142
1.113.227
1.337.785
1.541.238
1.678.230
Financiële toelichting op programma Sociaal maatschappelijk Lasten Voor het programma Sociaal maatschappelijk wordt voor 2023 €1.386.000,bijgeraamd. Voor de jaren 2024-2027 is de bijstelling €1.137.000,- oplopend tot €1.618.000,- in 2027. De grootste budgetbijstellingen zijn hieronder toegelicht. Indexering subsidie bibliotheek In het uitvoeringsplan van het college is budget beschikbaar gesteld voor het jaarlijks indexeren van de subsidie voor de bibliotheek. Deze indexering had al niet meer plaatsgevonden sinds 2014. Correctie hiervan betekent voor 2023 een extra uitgaaf van €67.000,- oplopend naar €102.000,- in 2027 (5).
14
Gelders Winterfonds De provincie Gelderland heeft voor 2023 €90.000,- subsidie beschikbaar gesteld als (financiële) tegemoetkoming aan gemeentelijke voorzieningen en maatschappelijk vastgoed voor de hoge energieprijzen. Inmiddels is er een uitvraag gedaan naar mogelijke gedupeerde instellingen en vindt dit jaar nog de verdeling en uitbetaling van dit subsidiebedrag plaats (2). Extra personeel bij STIP Vanuit het uitvoeringsprogramma van het college is er budget voor extra personele capaciteit beschikbaar gesteld voor bezoek aan ouderen (eenzaamheid), buurtsportcoaches, tegengaan van verslaving en de omgang met dementie en LHBTI+. De jaarlijkse kosten hiervoor bedragen €223.000,- (5). Omdat het budget voor het uitvoeringsprogramma stopt in 2026, moet op dat moment worden bekeken of deze personele inzet een structureel karakter krijgt (4). Jeugdzorg De kosten voor de jeugdzorg stijgen, naast de reeds in de begroting verwerkte indexeringen, met €46.000,- (2023) naar €68.000,- (2027). De GGD heeft het grootste aandeel in deze toename; het tegengaan van het genotmiddelengebruik kost jaarlijks €13.000,- extra en de bijdrage voor de jeugdzorg is met €16.000,- oplopend tot €25.000,- gestegen (1). De resterende stijging is het gevolg van indexeringen bij Verian en Pleegzorg (3).
Bijstandsuitkeringen Als gevolg van de stijging van 10% van het minimumloon moeten de bijstandsuitkeringen worden verhoogd met €160.000,-. Daarnaast is het budget voor de loonkostensubsidie in overeenstemming gebracht met de werkelijke uitgaven van de afgelopen jaren. Dit betekent een structurele verhoging van dit budget met €150.000,(3). Noodfonds energiearmoede Ter compensatie van de hoge energietarieven is er door het rijk voor 2023 €437.000,extra beschikbaar gesteld voor huishoudens met een inkomen onder 110% van de bijstandsnorm (2). Tevens is er €50.000,- als vangnet opgenomen voor huishoudens die door de energiecrisis in de financiële problemen zijn gekomen maar die niet tot de oorspronkelijke doelgroep behoren (3). Verwacht wordt dat het totaal van beide budgetten dit jaar wordt uitgekeerd. Huishoudelijke hulp De kosten voor de hulp in de huishouding (AVSLH) stijgen door de vergrijzing en toename van het aantal aanvragen met €225.000,- in 2023 naar €735.000,- in 2027. Deze bedragen zijn nog gebaseerd op ongewijzigd beleid (3). Baten De inkomsten zijn bij dit programma in 2023 €547.000,- hoger. De jaren erna wordt er €60.000,- meer ontvangen. Hieronder zijn deze inkomstenstijgingen toegelicht. Gelders Winterfonds Zoals bij de lastenkant al is aangegeven heeft de gemeente Heerde van de provincie Gelderland voor 2023 €90.000,- subsidie ontvangen.
Dit geld dient ter compensatie van de hoge energieprijzen met als beoogde doelgroep gemeentelijke voorzieningen en maatschappelijk vastgoed (2). BUIG-budget Het voorlopige BUIG-budget is voor 2023 met €80.000,- verhoogd. Zoals gebruikelijk wordt deze budgetaanpassing structureel in de begroting opgenomen (3). Noodfonds energiearmoede De rijksbijdrage van €437.000,- voor het noodfonds energiearmoede is op deze post als inkomst verwerkt (zie ook de toelichting aan de lastenkant) (2).
15
4. Bedrijfsvoering Toelichting op programma Bedrijfsvoering De gemeente is een betrouwbare rentmeester van de publieke middelen. Uitgangspunt is dat de exploitatie op orde is om jaarlijks te kunnen voldoen aan de voorwaarde van een sluitende begroting. Naast financiën en de financiële uitvoering van het Grondbeleid, vallen onder dit programma de gemeentelijke organisatie, de accommodaties voor gemeentebestuur en ambtelijke organisatie, burgerzaken, het streekarchivariaat, basisregistraties, informatisering en automatisering en elektronische dienstverlening.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten Financien
0
2.323.189
-1.457.189
-1.400.970
-1.507.733
-831.940
Streekarchivariaat
71.740
121.234
0
0
0
0
-837.080 0
Totaal Lasten
71.740
2.444.423
-1.457.189
-1.400.970
-1.507.733
-831.940
-837.080
Financien
-515.948
-66.402
0
0
0
1.895.576
0
Totaal Baten
-515.948
-66.402
0
0
0
1.895.576
0
Resultaat
-444.208
2.378.021
-1.457.189
-1.400.970
-1.507.733
1.063.636
-837.080
Baten
Financiële toelichting programma Bedrijfsvoering Lasten De uitgaven bij het programma Bedrijfsvoering wordt voor het jaar 2023 met €1.457.000,- naar beneden bijgesteld; voor de jaren 2024-2027 is de bijstelling respectievelijk €1.401.000,-; €1.508.000,-; €832.000,- en €837.000,-. Deze budgetbijstellingen zijn hieronder toegelicht. Aframen stelposten Bij de Programmabegroting 2023-2026 is er rekening gehouden met meerkosten voor energie, indexeringen en voor het sociaal domein. Hiervoor zijn stelposten binnen dit programma in de begroting opgenomen van €815.000,- in 2023 oplopend tot €837.000,in 2027. Nu er meer zicht is op het verloop van de crisis, is besloten om genoemde stelposten af te ramen en hiervoor in de plaats bij de desbetreffende producten realistische ramingen op te nemen (3). Uitvoeringsprogramma college Naast bovengenoemde stelposten zijn er voor de jaren 2023-2025 budgetten opgenomen voor het uitvoeringsprogramma van het college. Voor de jaren 2023-2025 wordt er een aantal taken hiervan opgepakt. De geraamde kosten voor deze jaren, respectievelijk €400.000,-; €480.000,- en €461.000,-, zijn bijgeraamd op de verschillende onderdelen binnen de begroting. De vereffening hiervan vindt plaats op het budget van het uitvoeringsprogramma binnen dit programma (5).
Begrotingssaldi vorige meerjarenraming De positieve begrotingssaldi uit de vorige meerjarenraming zijn op deze post teruggeboekt. Deze saldi bedroegen voor de jaren 2023-2025 achtereenvolgens €242.000,-; €100.000,- en €220.000,- (3). Baten De aframing in het jaar 2026 van €1.896.000,- betreft het negatieve begrotingssaldo uit de vorige meerjarenraming. Met het aframen van deze 'oude' meerjarenraming ontstaat weer een zuiver beeld van het actuele saldo (3).
16
Overzicht overhead Toelichting op product Overhead Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten Huisvesting
497.061
538.220
325.000
0
0
0
0
Facilitair
215.650
314.908
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
Personeel en Organisatie
5.421.693
17.622.562
207.000
103.000
88.000
88.000
88.000
ICT
6.002.700
4.827.937
200.000
213.000
239.000
248.000
256.000
Financiën
18.063
96.100
0
0
0
0
0
Elektronische dienstverlening
83.608
104.969
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
-5.000
337.963
396.347
0
0
0
0
0
12.576.739
23.901.043
712.000
296.000
307.000
316.000
324.000
-20.528
-20.000
0
0
0
0
0
-556.341 -12.315.619
0
0
0
0
0
Overheadtoerekening Totaal Lasten Baten Huisvesting Personeel en Organisatie ICT
-3.001.949
-2.964.584
0
0
0
0
0
Financiën
-139.907
0
0
0
0
0
0
Overheadtoerekening
-337.963
-396.347
0
0
0
0
0
Totaal Baten
-4.056.687 -15.696.550
0
0
0
0
0
Resultaat
8.520.052
712.000
296.000
307.000
316.000
324.000
8.204.493
Financiële toelichting op onderdeel Overhead Lasten Bij het Onderdeel Overhead is er voor 2023 €712.000,- bijgeraamd; de jaren erna is deze bijstelling €296.000,- oplopend tot €324.000,- in 2027. Hieronder zijn deze budgetbijstellingen toegelicht. Energieverbruik Voor 2023 is de verwachting dat het energieverbruik €325.000,- hoger zal zijn gelet op de tarieven die zijn afgesproken met de energieleverancier. Voor de jaren erna is hiervoor nog veel onduidelijk; de prijzen zijn inmiddels weer op het niveau van voor de Oekraïne oorlog. Besloten is daarom om voor de komende jaren nog geen budgetbijstelling op te nemen en de ontwikkelingen hieromtrent af te wachten (3). Uitbreiding formatie Voor 2023 is er voor €129.000,- bijgeraamd voor een gezinscoach, jongerenwerker, inkomensconsulent en thuisbegeleiders. Deze kosten worden gedekt uit de Corona reserve en de vergoeding voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De gezinscoach wordt ook in het begin van 2024 nog ingezet; hiervoor is €15.000,- gereserveerd (5). In het uitvoeringsprogramma van het college is jaarlijks €73.000,- opgenomen voor een dorpscontactpersoon, voor het opstellen van beleid op het gebied van LHBTI+ en voor schulddienstverlening (5). Voor 2026 en verder is hiervoor geen dekking binnen het uitvoeringsprogramma.
Op dat moment moet een keuze worden gemaakt of de dorpscontactpersoon structureel aan de formatie wordt toegevoegd (4).
17
Automatisering en Informatisering Het budget voor de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O is bijgesteld conform de begroting van deze organisatie. Jaarlijks moet hiervoor €100.000,- (2023) oplopend tot €156.000,(2027) worden bijgeraamd. Het onderdeel O&I (informatisering) heeft nog geen nieuwe begroting opgesteld maar gelet op de bijstellingen van de afgelopen jaren is hiervoor €100.000,- structureel bijgeraamd (1). De kosten voor bestuurlijke samenwerking stijgen door toegenomen ambities van de 2 regio's waarin de gemeente Heerde participeert. Hiervoor is jaarlijks een extra bijdrage van €100.000,- nodig (1). Ook vanuit het uitvoeringsprogramma van het college wordt aan deze samenwerking €50.000,- toegevoegd (5). Baten Geen mutaties.
18
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn vrij besteedbare inkomsten zonder vooraf bepaald bestedingsdoel. Conform de nieuwe richtlijnen worden deze budgetten nu onder een separaat hoofdstuk opgenomen (voorheen programma 2 Financiën, Economie en grote projecten). De inkomsten die tot dit onderdeel behoren zijn de Algemene Uitkering en overige uitkeringen uit het gemeentefonds, OZB, Precariobelasting, Toeristenbelasting, bespaarde rente over het Eigen Vermogen en ontvangen rentes en dividenden. De uitgaven die bij dit onderdeel zijn opgenomen hebben betrekking op de inning en verwerking van bovengenoemde inkomsten.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten Algemene dekkingsmiddelen
752.038
727.244
8.500
0
0
0
0
Totaal Lasten
752.038
727.244
8.500
0
0
0
0
Algemene dekkingsmiddelen
-41.739.806
-41.107.642
-584.503
-922.310
-348.143
-1.103.921
-832.760
Totaal Baten
-41.739.806
-41.107.642
-584.503
-922.310
-348.143
-1.103.921
-832.760
Resultaat
-40.987.768
-40.380.398
-576.003
-922.310
-348.143
-1.103.921
-832.760
Baten
Financiële toelichting op onderdeel Algemene dekkingsmiddelen Lasten Het budget bij het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen is voor 2023 met €8.500,verhoogd in verband met de opdracht tot uitvoering van een mutatiesignalering BGT en BAG (4). Baten Algemene Uitkering De inkomsten zijn bij dit onderdeel in 2023 €585.000,- hoger; de jaren erna is de stijging achtereenvolgens €922.000,-; €348.000,-; €1.104.000,- en €833.000,-. Deze bijstellingen zijn het resultaat van de doorrekening van de Septembercirculaire 2022 (1).
19
Onvoorzien Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting incl wijz
Bij en aframing 2023
Bij en aframing 2024
Bij en aframing 2025
Bij en aframing 2026
Bij en aframing 2027
Lasten 7. Onvoorzien
0
50.000
-20.000
0
0
0
0
Totaal Lasten
0
50.000
-20.000
0
0
0
0
Resultaat
0
50.000
-20.000
0
0
0
0
Financiële toelichting op onderdeel Onvoorzien Lasten Vanuit de post Onvoorzien is in 2023 €20.000,- bijgedragen aan de slachtoffers van de aardbeving in Turkije (Giro 555) (2).
20
Nagekomende investeringen Nagekomen investeringen 2023 Product
Omschrijving
Bedrag
Brandweer
Waterputten bosgebied
€ 40.000,-
Begraafplaatsen
Voorbereiding uitbreiding begraafplaats Wapenveld
€ 50.000,-
Samenleving
Hangplek jongeren (uitvoeringsprogramma)
€ 10.000,-
Gebouwenbeheer
Verduurzamen warmwatervoorziening De Heerd
€ 50.000,-
Gebouwenbeheer
Verduurzamen warmwatervoorziening Villa Jacoba
€ 50.000,-
Totaal
€ 200.000,-
Toelichting nagekomen investeringen 2023 De kapitaallasten van bovengenoemde investeringen worden verwerkt in de Programmabegroting 2024-2027.
21
Financiële kaders Financiële kaders In dit hoofdstuk worden de richtlijnen en kaders geformuleerd die van belang zijn voor de financieel-technische afbakening van de op te stellen Programmabegroting 20242027. Deze richtlijnen en kaders zijn, gelet op de hanteren bestendige gedragslijn, gelijk aan vorig jaar afgezien van een actualisatie of geringe aanpassing (aangegeven). In diverse regelingen, plannen, besluiten en verordeningen is het financieel beleid van de gemeente Heerde geregeld. Hieronder volgt een opsomming van deze financiële beleidsstukken: Verordeningen en financieel beleid;
De financiële verordening gemeente Heerde 2019 inclusief 1e wijziging (art. 212 Gemeentewet);
De controleverordening gemeente Heerde (art. 213 Gemeentewet);
De verordening op de doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoeken (art. 213a Gemeentewet);
Het controleprotocol van de accountant;
Het (intern) controleplan;
Het treasurystatuut gemeente Heerde 2021;
De nota reserves en voorzieningen 2022;
Het besluit op de inrichting en werkwijze van de ambtelijke organisatie;
Het mandaatbesluit;
Het besluit aanwijzing productverantwoordelijken;
Het inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Aanverwante zaken zijn of worden geregeld in:
Het subsidiebeleid;
Het accommodatiebeleid;
De begraafverordening;
De legesverordening;
De belastingverordening;
De rioleringsverordening;
De afvalstoffenverordening;
Diverse beheer- en uitvoeringsplannen;
Diverse exploitatieopzetten en calculaties.
Daarnaast is de perspectiefnota kaderstellend voor de begrotingsvoorbereiding. In de diverse programma’s zijn de budgetten bijgesteld op basis van realistische ramingen. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt in: 'harde onvermijdbare claims', 'claims met dekking'; 'realistisch ramen' en 'overige claims'. Technische uitgangspunten
22
Onvoorzien Onvoorzien wordt geraamd over het geheel van de begroting en niet per programma. Hiervoor wordt voor de periode 2024-2027 een bedrag van €50.000,- per jaar opgenomen. Deze post wordt alleen gebruikt voor onvermijdbare en onvoorzienbare gebeurtenissen. Andere gevallen worden als nieuw beleid meegenomen in de voorbereiding van de begroting van het volgende jaar of worden verwerkt in de voor- of najaarsnota van het betreffende jaar. Het college kan voor bovengenoemde uitgaven putten uit de post onvoorzien tot maximaal €10.000,- per gebeurtenis. Wel verplicht zij zich om hierover te rapporteren bij de bestuursrapportages (voor- of najaarsnota). Bij iedere bestuursrapportage wordt ook een staat gemaakt waarbij de mutaties afzonderlijk worden opgenomen met daarbij de beginstand en de eindstand. Onvoorzien is een apart onderdeel bij de rekening en de begroting. Algemene uitkering De hoogte van de Algemene Uitkering [1] kent een aantal bijstelmomenten; waarbij de meicirculaire en septembercirculaire de belangrijkste zijn. Deze Voorjaarsnota 2023 / Perspectiefnota 2024-2027 is gebaseerd op de Septembercirculaire 2022. De Programmabegroting 2024-2027, die in het najaar wordt opgesteld, is gebaseerd op de Meicirculaire 2023.
Lokale belastingen, heffingen en tarieven De OZB-opbrengst wordt verhoogd met de areaaluitbreiding; vervolgens wordt de indexering toegepast die in de Meicirculaire 2023 is opgenomen (nationale consumentenprijsindex). Uitgangspunt bij de calculatie van heffingen, rechten, leges, huren en tarieven is de kostendekkendheid hiervan. Voor de afvalstoffenheffing, de rioolrechten en de begrafenisrechten geldt een kostendekkendheid na verwerking van de compensabele BTW. De leges zijn in principe kostendekkend (in meerjarenperspectief) voor categorieën van vergunningen en diensten. Het gaat hierbij om de volgende categorieën:
Bouwen, wonen en milieu;
APV en bijzondere wetten;
Bestuur- en burgerzaken.
Voor de overige tarieven geldt hetzelfde uitgangspunt. Inzet reserves voor de kostendekkende exploitaties In de financiële verordening van de gemeente Heerde is geregeld dat de werkelijke exploitatiesaldo’s van de kostendekkende exploitaties van riolering, reiniging en begraven gemuteerd worden met de bijbehorende reserve of voorziening. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2024-2027 wordt uitgegaan van een verhoging van de opbrengsten van alle lokale heffingen en tarieven waaronder leges en marktgelden, tarieven van gymzalen, sporthallen en zwembad zoals vermeld staat in de Meicirculaire 2023 (nationale consumentenprijsindex). De opbrengst van de toeristenbelasting wordt verantwoord op het product Toerisme & Recreatie. Hierdoor wordt de relatie tussen de gemaakte kosten voor toerisme en recreatie en de ontvangen opbrengst beter zichtbaar. Het tarief voor 2024 en de jaren erna is vastgesteld op €1,50 per overnachting. Voor de indexering van de uitgaven 20242027 wordt ook uitgegaan van het percentage dat vermeld staat in de Meicirculaire 2023 (nationale consumentenprijsindex). De salarissen voor 2024 worden geraamd op basis van de realisatie waarbij rekening wordt gehouden met de onlangs afgesloten nieuwe CAO. Voor de jaren 2025-2027 wordt de indexering aangehouden conform de Meicirculaire 2023 (loonvoet sector overheid).
23
Uitzonderingen:
Subsidiëring aan professionele instellingen met personeelskosten die meer dan 60% van de totale kosten uitmaken worden geïndexeerd voor het indexeringspercentage conform Meicirculaire 2023 (overheidsconsumptie/lonen en salarissen). Onder 'professioneel' worden die organisaties verstaan die door minstens één betaalde professional in dienst van de betreffende organisatie worden aangestuurd;
Voor de overige gesubsidieerde instellingen vindt geen loon- en prijscompensatie plaats met uitzondering van de subsidie voor stichting het Berghuizer zwembad en de Bibliotheek Noord Oost Veluwe; deze bijdragen worden geïndexeerd conform Meicirculaire 2023 (nationale consumentenprijsindex);
Bij een aantal uitgaven is er sprake van een afwijkende prijsontwikkeling die niet of nauwelijks beïnvloedbaar is; dit geldt vooral bij contracten die voor langere perioden zijn afgesloten. Dit zijn o.a. uitgaven voor verzekeringen, energie, bouwkundig onderhoud en schoonmaak;
Bij gemeenschappelijke regelingen hebben we als gemeente een klein aandeel in de besluitvorming en dus ook in de afspraken die gemaakt worden t.a.v. de indexeringen. De gemeentelijke bijdragen die deze organisaties ramen worden daarom overgenomen in de eigen gemeentelijke begroting;
De methode van renteberekening over de boekwaarden is voorgeschreven in de notitie Grondbeleid 2019. Alleen de daadwerkelijk betaalde rente over het vreemd vermogen mag worden toegerekend aan de grondexploitaties. De disconteringsvoet is vanaf 2016 bepaald op een vast landelijk rentepercentage van 2%. Dit percentage wordt gebruikt voor het contant maken van de grondexploitatieberekeningen en voor het treffen van een eventuele verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties.
Financiering De financieringsmiddelen van de gemeente Heerde bestaan uit 2 componenten; eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (leningen). Het grootste deel van het vreemde vermogen is aangetrokken in de vorm van langlopende geldleningen. Hiervoor wordt de werkelijk te betalen rente geraamd. Voor het deel van het vreemde vermogen waarvoor (nog) geen langlopende lening is afgesloten (financieringstekort), wordt een rentepercentage van 3,5% gehanteerd. Voor nieuwe investeringen > €100.000,- die annuïtair worden afgeschreven wordt een rentepercentage van 2,00% toegepast. Voor de overige investeringen < €100.000,- geldt een rentepercentage van 0,25%. Deze investeringen worden lineair afgeschreven. Over het eigen vermogen wordt geen rente berekend. Huren Uitgangspunt bij de huren is een marktconforme huurprijs. Dit is aan de orde bij nieuwe verhuur of bij verlenging van aflopende contracten. Voor bestaande huur- en erfpachtovereenkomsten geldt een verhoging / indexering zoals vastgelegd in de desbetreffende overeenkomsten. Wanneer geen indexering is opgenomen dan geldt de algemene huurstijging (landelijke richtlijnen). Doeluitkeringen De uitvoering van taken in medebewind, waarvoor een doeluitkering wordt verstrekt, worden voor zover mogelijk binnen het door het rijk beschikbare budget uitgevoerd.
Loonkosten De loonsom wordt berekend op basis van de feitelijke loonkosten van de formatie zoals deze in het formatieplan (conform salarisstaat/staat B) is opgenomen. Vacatures worden geraamd op het maximum van de functieschaal.
24
Vervanging tijdens ziekte Het budget voor vervanging tijdens ziekte wordt structureel geraamd op 2% van de loonsom. Hiermee is vervanging van langdurige ziekte en vervanging bij zwangerschap niet volledig maar wel voor een belangrijk deel afgedekt. Kortdurend verzuim wordt in principe door collega's opgevangen, behalve als de dienstverlening direct in het geding is (bijv. receptie). Het streven is om het totale ziekteverzuimpercentage onder de 4% te brengen en te houden. Externe inhuur Externe inhuur kan plaatsvinden wanneer hier incidentele baten (o.a. projecten) tegenover staan. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn in te huren bij pieken of bij ziekte zoals hierboven al is aangegeven. Overige noodzakelijk geachte inhuur kan binnen de loonsom worden opgevangen indien er ruimte in de begroting ontstaat door onderuitputting van de loonsom als gevolg van vacatures. Het management beschouwt de hierboven genoemde bronnen als één geheel. Zo kan soms gekozen worden voor overuren, soms voor tijdelijke contracten en soms voor inhuur. Aan het eind van het jaar kan het zijn dat er een overschrijding op externe inhuur is en een onderuitputting op ziektevervanging en/of de loonsom. Het totaal van de drie posten (loonsom, ziektevervanging en incidentele baten) moet dekking geven voor het totaal van de kosten van eigen personeel en inhuur.
Bij de jaarstukken wordt een overzicht opgenomen van de werkelijke loonkosten zowel van intern al extern personeel, afgezet tegen de raming. Budget stage- en leerwerkplaatsen Voor de vergoeding van stagiaires is een budget van €10.000,- geraamd. Voor garantiebanen is geen raming meer opgenomen. Loonkosten van vakantiekrachten en overig tijdelijk werk wordt binnen de loonsom opgevangen. Training en opleiding Het budget voor training en opleiding wordt structureel geraamd op 2% van de loonsom (ongeveer €250.000,-). Deze raming wordt voor de helft centraal geraamd en voor de helft opgenomen bij de desbetreffende afdelingskostenplaatsen. Productieve uren en het uurtarief Uren worden verantwoord op de diverse producten. Het totaal aantal direct productieve uren wordt geraamd op 1.420 per formatieplaats (fte). Daarnaast worden er uren van eigen personeel toegeschreven aan bouwgrondexploitaties, investeringen, kostendekkende exploitaties (riolering, reiniging en begraven) en aan werken voor derden. Werken voor derden Bij werken voor derden (bijv. aanleg uitrit) gaat het om uitvoering van taken die niet noodzakelijkerwijs door de gemeente hoeft te worden gedaan. Deze werken kunnen ook door een private partij worden uitgevoerd. Hierdoor zal ook uit het oogpunt van oneerlijke concurrentie, een commercieel tarief worden berekend.
In de praktijk betekent dit een toeslag van 10% op het uurtarief plus overheadkosten. Risico’s Bij de opstelling van de begroting wordt rekening gehouden met risico’s en onzekerheden. Zoveel mogelijk wordt geprobeerd om budgetten zo juist mogelijk te ramen. Wanneer uitgaven of inkomsten een hoge mate van onzekerheid hebben worden deze als risico opgenomen in de top 10 risico’s van de paragraaf Weerstandsvermogen. [1] Uitkering uit het gemeentefonds die gekoppeld is aan de uitgaven van het rijk.
25
Technische uitgangspunten grondexploitatie Rente Op basis van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) wordt het werkelijke rentepercentage opgenomen. Deze wordt jaarlijks door de afdeling Financiën berekend. Dit rentepercentage wordt gebruikt voor zowel de negatieve rente (rente over de kosten) als de positieve rente (rente over de opbrengsten). Disconteringsvoet In het BBV is een vaste disconteringsvoet van 2% opgenomen. De disconteringsvoet is het percentage wat gebruikt wordt bij de berekening van de eindwaarde naar de contante waarde. Het BBV eist dat de discontering gelijk moet zijn aan het lange termijn gemiddelde inflatiepercentage van de Europese Centrale Bank en het gemiddelde van een historische tijdsreeks. In november 2021 heeft de ECB een analyse uit laten voeren, waaruit gebleken is dat de inflatie op lange termijn nog niet dusdanig is dat de disconteringsvoet moet worden bijgesteld. Voor de disconteringsvoet in de grondexploitaties blijft vooralsnog ook het percentage van 2% gelden. Kosten- en opbrengstenstijging Bij het vaststellen van de parameters kostenstijging en opbrengstenstijging wordt aansluiting gezocht bij de Outlook Grondexploitaties 2023 van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Dit adviesbureau stelt jaarlijks een advies op voor het toepassen van de parameters kosten- en opbrengstenstijging.
Hierbij gebruikt Metafoor de meest recente jaarcijfers en prognoses van een aantal toonaangevende instanties, de meest recente marktinformatie en de gegevens uit de goed gevulde eigen database. De voorgestelde parameters zijn opgedeeld in verschillende categorieën: bedrijventerrein, kantoren en top-, midden- en basiswoningmarktgebied. Ook wordt er een minimaal en een maximaal percentage aangegeven. Beleidsmatige uitgangspunten Rolverdeling De begroting wordt voorbereid door de medewerkers die aangewezen zijn als P&Caanspreekpunten. De afdelingsmanagers hebben hierin een coördinerende rol voor het betreffende programma en bespreken deze met de betreffende portefeuillehouder(s). Uiteraard kijkt de concerncontroller mee. De coördinatie op de planning en ondersteuning wordt verzorgd door de financieel adviseurs. Het MT bepaalt of de inhoud van de begroting zodanig is, dat deze met het college kan worden besproken en is integraal verantwoordelijk voor de toepassing van de in deze nota genoemde uitgangspunten. Primitieve begroting De basis voor de primitieve begroting[1] 2024 is de meerjarenraming 2024-2026 die bij de begroting van 2023 is vastgesteld. De jaarschijf 2027 wordt hieraan toegevoegd. De richtlijnen en kaders die in dit hoofdstuk worden genoemd, moeten hierin worden verwerkt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met niet beïnvloedbare stijgingen.
Deze doen zich vooral voor bij bijvoorbeeld (meerjarige) contracten. Niet beïnvloedbare stijgingen worden tot bestaand beleid gerekend. Hierbij gaat het om:
Belastingen en verzekeringen;
Energieprijzen e.d.;
Doorlopende overeenkomsten;
Vastgestelde begrotingen van gemeenschappelijke regelingen.
In de primitieve begroting worden tevens de begrotingsaanpassingen als gevolg van raadsbesluiten tot en met 3 juli 2023 (incl. Voorjaarsnota 2023) verwerkt.
26
Structureel sluitende begroting Uitgangspunt is een begroting waarvan de structurele uitgaven en inkomsten in het begrotingsjaar 2024 minimaal in evenwicht zijn of een positief saldo vertonen. Een sluitend meerjarenperspectief waarbij het begrotingsjaar 2027 in evenwicht is is eveneens toegestaan. Eén of meerdere tekorten in de begrotingsjaren 2024-2026 is daarbij geen probleem. Er moet dan echter wel (incidentele) dekking worden gevonden om deze tekorten op te vangen. Incidentele uitgaven en inkomsten worden niet meegerekend. Van deze posten wordt een apart overzicht gemaakt. Dit overzicht maakt deel uit van de programmabegroting. Een structureel sluitende begroting en een tijdige aanlevering van de stukken resulteert in repressief toezicht[2] door de provincie. Wanneer aan 1 of beide voorwaarden niet wordt voldaan dan geldt er preventief[3] toezicht. Het gevolg hiervan is dat de begroting en de begrotingswijzigingen eerst moeten worden goedgekeurd door de provincie voordat tot uitvoering mag worden overgegaan. Beleidsruimte: nieuw voor oud Voor nieuw beleid geldt dat er een integrale afweging moet kunnen plaatsvinden. Dit betekent dus dat de afweging en prioritering voor nieuw beleid gemaakt moet worden voorafgaand aan het begrotingsjaar. Het is onwenselijk en ongebruikelijk om gedurende het jaar voorstellen voor nieuw beleid te behandelen.
Uitgangspunt is “nieuw beleid voor oud beleid”, oftewel geen verhoging van de structurele lasten. Voor nieuwe investeringen geldt dezelfde integrale afweging. Ook deze worden in samenhang beoordeeld. Om een goede afweging te kunnen maken, moet er voor iedere investering een afzonderlijke onderbouwing worden gegeven voor nut, noodzaak en kosten. Tevens moet worden aangegeven wat de consequenties zijn wanneer de geplande investering niet doorgaat. De kapitaallasten (afschrijving en rente) voor nieuwe investeringen worden het 1e jaar voor 1/3 deel in de begroting opgenomen. Voor alle investeringen geldt een minimum grensbedrag van €10.000,-. Aanschaffingen met een lager bedrag worden direct in de exploitatie geraamd; hierop wordt niet afgeschreven. Investeringen < dan €100.000,- worden lineair afgeschreven; investeringen > dan €100.000,- worden afgeschreven op annuïteitenbasis[4]. [1] Begroting zoals die is vastgesteld door de gemeenteraad voorafgaand aan het begrotingsjaar. [2] Mildste vorm van toezicht; de gemeente kan zonder voorafgaande goedkeuring van de Provincie de begroting en de begrotingswijzigingen uitvoeren. [3] Vorm van toezicht waarbij de Provincie de begroting en begrotingswijzigingen van de gemeente vooraf moet goedkeuren. Wanneer deze goedkeuring er niet is dan mag het gemeentebestuur geen uitgaven doen.
[4] Conform financiële verordening gemeente Heerde 2019 (inclusief 1e wijziging).
27