CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

4.2. Toelichting Kommerseweg ongenummerd, Heerde.pdf

Raad 25 april 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kommerseweg ongenummerd12.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer;

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

28

• • •

NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).

5.8.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.9 Watertoets Het doel van de watertoets is om in vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is op 15 september 2020 uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. Op basis hiervan heeft het waterschap Vallei en Veluwe een wateradvies uitgebracht. De watertoets is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. 5.9.1 Advies Waterschap Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies afgegeven. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG.

Het structureel onttrekken/ drainen van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert dan ook om voorafgaande aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoonhouden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Gebiedsspecifieke aandachtspunten Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt binnen de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om daarmee toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. Bij het ontwerp van de woning kan hierop in worden gespeeld.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

29

5.9.2 Hemelwater Het hemelwater dat op de daken, de erfverharding en de onverharde delen valt, wordt op het eigen terrein in de bodem geïnfiltreerd. 5.9.3 Afvalwater Conform de Leidraad Rioleringen en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen. Het afvalwater van de vrijstaande woning wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering zoals aanwezig onder de Kommerseweg. Hiervoor wordt te zijner tijd een vergunning aangevraagd. 5.9.4 Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling, indien van toepassing, gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC, niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. 5.9.5 Conclusie Op basis van de watertoets heeft Waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies afgegeven. Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.10 Flora en fauna 5.10.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden.

Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: • soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); • soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); • andere soorten (artikel 3.10). Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

30

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).

Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden.

Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 5.10.2 Quickscan flora en fauna Ruimte voor Advies heeft in het kader van onderhavige ontwikkeling op 10 september 2020 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het doel van de quickscan is het inzichtelijk brengen van eventuele wettelijk beschermde planten- en dierensoorten in en direct rondom het plangebied. Daarnaast is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden er uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. De quickscan flora en fauna is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

31

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat binnen het plangebied alleen algemene soorten zijn aangetroffen. Op basis van het karakter en het gebruik van het terrein zijn bedreigde en zwaar beschermde soorten uit te sluiten. Van fauna is het voorkomen van algemene grondgebonden zoogdieren en foeragerende vogels mogelijk. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wet natuurbescherming in geval van ruimtelijke ontwikkeling. De begroeiing aan de westzijde is geschikt voor algemene broedvogels, verstoring wordt gezien de afstand van de werkzaamheden niet verwacht. Om negatieve effecten met zekerheid te voorkomen wordt geadviseerd om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. De voorgenomen activiteiten kan leiden tot lichtverstoring op foerageergebied en verblijfplaatsen van vleermuizen, dit is echter eenvoudig te voorkomen door een aangepast verlichtingsregime toe te passen en spaarzaam te zijn met verlichting in de actieve periode van vleermuizen. Voor de ontwikkeling van het terrein zijn, met uitzondering van een stikstof-berekening en het voorkomen van lichtverstoring op vleermuizen, geen aanvullende maatregelen of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Wel dient men rekening te houden met algemene zorgplicht.

5.10.3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en – depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en –depositie vereist. Hiertoe heeft Gras Advies een AERIUS-berekening uitgevoerd en dit verwerkt in een rapportage. Het rapport is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. 5.10.3.1 Conclusie AERIUS-berekening Uit de rekenresultaten blijkt dat de aanlegfase resulteert in een maximale depositiewaarde van 0,05 mol/ha/jr op het Natura 2000-gebied De Veluwe. Daarmee is sprake van een negatief effect op instandhoudingsdoelen van dit Natura 20000-gebied. Een vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming is in principe voor de voorgenomen ontwikkeling benodigd. Echter kan er gebruik gemaakt worden van de beschikbare vrijstelling voor woningbouwprojecten die de Provincie Gelderland hanteert. Deze vrijstelling is van toepassing op de aanlegfase van woningbouwprojecten. Hierbij bedraagt de aanlegfase maximaal 2 jaar en genereert deze een maximale depositie van 0,05 mol/ha/jaar. Voor onderhavig initiatief is deze vrijstelling toepasbaar en wordt er derhalve verwezen naar deze provinciale beleidslijn.

5.10.4 Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect ‘stikstof’ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.11 Archeologie en cultuurhistorie 5.11.1 Archeologie 5.11.1.1 Beoordelingskader De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

32

Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Conform het geldende bestemmingsplan ligt het plangebied binnen een zone met dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’. Hiertoe geldt onderzoeksplicht bij bodemverstoringen van >100m². Onderhavige ontwikkeling maakt een woning met een bouwvlak van 10 bij 15 meter met bijbehorend bijgebouw mogelijk. Daarnaast zal grondwerk plaatsvinden voor de aanleg van riolering en nutsvoorzieningen. Hiermee wordt de onderzoeksgrens van 100 m² overschreden en dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. 5.11.1.2 Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek In september en oktober heeft Transect een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied ten westen van de Kommerseweg 8 in Heerde (gemeente Heerde). Het vooronderzoek bestond hier uit een gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek (BO en IVO). De aanleiding voor het onderzoek vormt een bestemmingsplanwijziging om woningbouw in het plangebied (circa 3100 m2) mogelijk te maken. Op basis van het bureau- en booronderzoek is vastgesteld dat het plangebied zich landschappelijk gezien bevindt op de oostrand van het Veluwemassief.

Tijdens de laatste ijstijd zijn aan de rand van dit stuwwallencomplex onder periglaciale omstandigheden sneeuwsmeltwaterafzettingen afgezet. Deze sneeuwsmeltwaterafzettingen zijn, op grond van de resultaten van de boringen, in het holoceen (de huidige geologische periode) nooit bedekt geraakt met dekzand. Hierdoor hebben pleistocene afzettingen tot en met het begin van de 20e eeuw aan de oppervlakte gelegen. Op grond van de strategische hooggelegen ligging van het plangebied, in de nabijheid van drinkwaterbronnen, geldt in het plangebied een archeologische verwachting voor de periode Midden-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen: al vanaf het begin van de vorming van het stuwwallencomplex kan de mens hier gewoond hebben. Door de onbekendheid met archeologische resten in de directe omgeving van het plangebied – geldt voor deze perioden vooralsnog een middelhoge verwachting. Voor de periode Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd geldt een lage verwachting door het ontbreken van bebouwing op historische kaarten tot aan 1900. Vanaf 1935 is in het noorden van het plangebied bebouwing gerealiseerd. Deze is aanwezig geweest tot en met circa 1955. Deze bebouwing wordt niet als archeologisch waardevol beschouwd. Op basis van de boringen zijn binnen het plangebied verschillende verwachtingszones aan te wijzen. Deze zijn weergegeven op de verwachtingskaart in bijlage 12.

Door verstoringen die reiken tot in de Bhorizont, is in de zones rond boringen 2 en 3 (midden) en boring 5 (zuidwesten) de verwachting voor vondstconcentraties uit de periode Midden-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar laag bijgesteld. De op de kaart aangegeven zoneringen zijn gebaseerd op de locaties van de boringen enerzijds, maar anderzijds ook op de locatie van de voormalige (vroeg-20e-eeuwse) bebouwing en op zoneringen van een mogelijke akker die is weergegeven op een recente luchtfoto. Voor het hele plangebied blijft op grond van het booronderzoek een middelhoge verwachting gehandhaafd voor een sporenniveau uit de periode Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. De middelhoge verwachting op vuursteenconcentraties is alleen rond boringen 1 en 4 gehandhaafd gebleven. 5.11.1.3 Advies In het plangebied wordt een bestemmingsplanwijziging doorgevoerd om woningbouw mogelijk te maken. De diepte en omvang van de grondwerkzaamheden die met de woningbouw gepaard gaan zijn ten tijde van onderhavig onderzoek niet exact bekend. Op basis van het vooronderzoek geldt in het hele plangebied een middelhoge verwachting (zie ook bijlage 12 bij het onderzoeksrapport). Archeologische resten kunnen zich bevinden vanaf een diepte van 45-65 cm -Mv (12,29-11,96 m +NAP.

Aan de hand hiervan wordt geadviseerd een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren, wanneer dieper wordt ontgraven dan 25 cm -Mv (45 cm -Mv met een

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

33

buffer van 20 cm). Dit vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Dit onderzoek heeft als doel om de aan- of afwezigheid van archeologische resten vast te stellen. Verder wordt bij dit onderzoek zoveel mogelijk de aard, ouderdom, ruimtelijke spreiding en conserveringstoestand van de archeologische resten vastgesteld. Aan de hand hiervan kan de bevoegde overheid (gemeente Heerde) een uitspraak doen over behoud in situ, vervolgonderzoek of vrijgave van het terrein. Het bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Heerde, om op basis van de resultaten van dit rapport een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten. De gemeente Heerde onderschrijft dit advies. 5.11.1.4 Archeologisch vervolgonderzoek Voorgenomen is om het archeologisch vervolgonderzoek mee te nemen in het omgevingsvergunningtraject. Als voorwaarde wordt gesteld dat een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) als bijlage bij het bestemmingsplan wordt gevoegd. Het PvE ten behoeve van het archeologisch vervolgonderzoek is derhalve als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

5.11.2 Cultuurhistorie Sinds de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om naast archeologisch bodemonderzoek ook cultuurhistorische waarden mee te wegen in het bestemmingsplan. 5.11.2.1 Aanwezige cultuurhistorische waarden De provinciale cultuurhistorische waardenkaart laat geen objecten zien binnen het plangebied. 5.11.3 Conclusie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Ten aanzien van archeologische dient het bevoegd gezag (gemeente Heerde) op basis van het uitgevoerde bureauen inventariserend veldonderzoek een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten.

5.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken, vormen de relevante milieuen omgevingsaspecten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

34

6 Toelichting op de regels 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzes voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan ‘Kommerseweg ong., Heerde’ wordt de beoogde realisatie van een nieuwe woning mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’ en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

De regels zijn, voor zover nodig, op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Inleidende regels; • Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3 Algemene regels; • Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.

6.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 6.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen., voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

35

6.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; • Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen; • Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag worden afgeweken van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; In paragraaf 6.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangegeven waarom daarvoor is gekozen. 6.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: • artikel 7 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen.

Dit kan zich met name voordoen wanneer een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom – nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel – wordt betrokken; • artikel 8 Algemene bouwregels: dit artikel bevat regels ten aanzien van de minimale afstand tot wegen die geldt voor het bouwen van gebouwen. • artikel 9 Algemene gebruiksregels: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming met de ter plekke geldende bestemming. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het bestemmingsplan geldende bestemmingen. • artikel 10 Algemene afwijkingsregels: in dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het voor het bevoegd gezag mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • artikel 11 Algemene wijzigingsregels: in dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels voorzien in de mogelijkheid om de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen te wijzigen. • artikel 12 Algemene procedureregels: in dit artikel wordt de procedure beschreven van eventueel nadere eisen.

• artikel 13 Overige regels: onder overige regels wordt aangegeven welke wettelijke regels geldig zijn. 6.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 14 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 15 is de officiële benaming van dit bestemmingsplan opgenomen.

6.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

36

Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van één nieuwe woning mogelijk op een huidig agrarisch perceel binnen het plangebied mogelijk. De ter plekke geldende bestemming ‘Agrarisch – Landschappelijke waarden’ staat geen woningen toe. Derhalve is de bestemming gewijzigd naar ‘Wonen’ ter plekke van de beoogde woning. De voorzijde van het plangebied is, in lijn met de ruimtelijke en stedenbouwkundige richtlijnen voor het zoekgebied Hoornerveen, gewijzigd naar de bestemming ‘Tuin’. Het achterste deel van het perceel wordt, conform het inrichtingsplan, ingericht als bloemrijk grasland met hoogstam fruitbomen. De reeds geldende bestemming ‘Agrarisch – Landschappelijke waarden’ blijft voor dit deel van het plangebied gehandhaafd. Tot slot is aansluiting gezocht bij de regels uit het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ van de gemeente Heerde, zoals vastgesteld op 16 april 2012. Deze regels zijn gedeeltelijk overgenomen en specifiek gemaakt voor onderhavige situatie.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

37

7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.

7.2 Financiële uitvoerbaarheid De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Hoofdstuk 4 (artikelen 4.1 - 4.3) Wabo, Financiële bepalingen) gaat ervan uit dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan het kostenverhaal verzekerd is. De voor dit bouwplan en bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Daarnaast vormt het realiseren van een bouwrecht een uitwerking van de Gebiedsvisie zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen. Per nieuwe woning wordt een totale investering in het landschap verlangd van €50.000,-. Onderliggend initiatief voldoet hieraan op de wijze zoals hieronder beschreven: • Realisatie informatieborden: €15.000,• Realisatie terreinverharding: €5.850,• Aanschaf beplanting: €9.440,• Investering groenfonds: €19.810,In totaal komt de bijdrage neer op €50.100,- en is er voldaan aan de bijdrage voor de landschappelijke versterking.

7.3 Anterieure overeenkomst Ten aanzien van het kostenverhaal en eventuele planschade als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen sluiten de gemeente en de initiatiefnemer een overeenkomst. Hiermee is het verhaal van kosten verzekerd.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

38

8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).

8.2 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd en het wordt tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website (www.heerde.nl) en de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl). Voorafgaand wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode kan een ieder een zienswijze over het ontwerp van het ruimtelijke besluit bij de gemeenteraad naar voren brengen. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van dit ruimtelijke plan.

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

39

Bijlagen Bijlage 1: Meerwaardenotitie met inrichtingsplan Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: Digitale watertoets Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: AERIUS-berekeningen Bijlage 7: Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Bijlage 8: Programma van Eisen aanvullend archeologisch onderzoek

7 juli 2021 | Bestemmingsplan ‘Kommerseweg ongenummerd, Heerde’ | Buro Stedenbouw

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=36806d91-f29f-4bb7-9ee8-958ece4466f4