CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

4.2. Inspraaknota omgevingsvisie Heerde van de toekomst

Raad 27 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Vaststelling omgevingsvisie Heerde van de toekomst31.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hiermee geven we aan wat we belangrijk vinden voor onze leefomgeving. Het vijfde principe gaat over het heden en de toekomst op duurzame wijze met elkaar verbinden. Hierin wordt water en bodem als sturend systeem benoemd voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. Een nadere uitwerking van het principe staat op pagina 32 en 33 van de omgevingsvisie onder de kop ‘Ruimtelijke ordening vanuit het natuurlijk systeem’.

De omgevingsvisie voldoet hiermee al aan het verzoek van de inspreker en behoeft geen aanpassing. Reactie voorstel 4: In de ontwerp omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld herinrichting van straten of routing rekening mee dient te worden gehouden. Specifieke aandachtspunten komen terug in een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. Bovendien moet elk nieuw (recreatie) initiatief in het kader van een goede fysieke leefomgeving rekening houden met een goede verkeersgeneratie, verkeersafwikkeling en parkeren. Hier wordt een initiatief ook op beoordeeld. Reactie voorstel 5: De ontwerp omgevingsvisie wordt op dit punt aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Reactie voorstel 6: De omgevingsvisie biedt hier al ruimte voor. C. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden van Veessen en de omgeving van de oeverwal beter te beschrijven en de waarden die er nu zijn als zodanig te erkennen en beter te beschermen. Reactie voorstel 1, 2 en 3 en 5: De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau.

In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Bijvoorbeeld in het landschapsontwikkelingsplan, de cultuurhistorische waardenkaart en het welstandsbeleid. Reactie voorstel 4: De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Bijvoorbeeld in het landschapsontwikkelingsplan, de cultuurhistorische waardenkaart en het welstandsbeleid. Bovendien wordt zowel de kerk als molen in Veessen benoemd in de omgevingsvisie. Net als de open ruimten die in Veessen behouden zijn gebleven. D. Toekomstbestendige bedrijventerreinen, Duurzaamheid en klimaat. Voorstel 1: De omgevingsvisie spreekt op dit punt al ambitie uit. Zie hiervoor pagina 67 van de omgevingsvisie.

Conclusie De inspraakreactie leidt op punt A en B tot aanpassing van de omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 29. De belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, blijven in onze gemeente aanwezig en clusteren we zoveel mogelijk. Clustering is

Wordt Blz. 29. Het behouden van de belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, is van groot belang voor de leefbaarheid van al onze dorpen.

belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.

Daar waar het kan is het streven om voorzieningen te clusteren. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.

Blz. 74 In de uiterwaarden en in de hoogwatergeul is ook ruimte voor recreatie. Dat mag alleen niet ten koste gaan van de waterveiligheid, de natuur en het landschap. De bestaande recreatieterreinen langs de IJssel zijn belangrijk voor de leefbaarheid van het gebied en de beleving van de IJssel. Het liefst blijven deze terreinen toegankelijk voor bezoekers en bewoners van het gebied. We concentreren recreatieve activiteiten aan de oever van de IJssel in Veessen. Het voetveer is voor recreanten een verbinding tussen Salland, de IJssel en de Veluwe. De IJsseloever in Veessen fungeert daarmee voor de Veluwe als kleine ‘toegangspoort’ voor de Veluwe vanaf Salland over het water. Tegelijkertijd is het een ontvangstlocatie voor recreanten die hun weg langs de IJssel zoeken, op een wijze die past bij de maat en schaal van het gebied. Voor de bereikbaarheid is de veerverbinding naar Wijhe belangrijk. De pont zorgt voor de ontsluiting van het gebied, én geeft de

Blz. 74 In de uiterwaarden en in de hoogwatergeul is ook ruimte voor recreatie. Dat mag alleen niet ten koste gaan van de waterveiligheid, de natuur en het landschap. De bestaande recreatieterreinen langs de IJssel zijn belangrijk voor de leefbaarheid van het gebied en de beleving van de IJssel. Het liefst blijven We vinden het belangrijk dat deze terreinen toegankelijk zijn voor bezoekers en bewoners van het gebied. We concentreren recreatieve activiteiten aan de oever van de IJssel in Veessen. Het voetveer is voor recreanten een verbinding tussen Salland, de IJssel en de Veluwe. De IJsseloever in Veessen fungeert daarmee voor de Veluwe als kleine ‘toegangspoort’ voor de Veluwe vanaf Salland over het water. Tegelijkertijd is het een ontvangstlocatie voor recreanten die hun weg langs de IJssel zoeken, op een wijze die past bij de maat en schaal van het gebied. Voor de bereikbaarheid is de veerverbinding naar Wijhe belangrijk. De pont zorgt voor de

gebruikers de mogelijkheid te genieten van de mooie IJssel.

ontsluiting van het gebied, én geeft de gebruikers de mogelijkheid te genieten van de mooie IJssel.

Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.

Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Veessen heeft een basisschool en het sport- en gemeenschapscentrum De Noord. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. Het behouden van voorzieningen in zowel Veessen als Vorchten is belangrijk voor de leefbaarheid. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.

Inspraakreactie 17 Samenvatting 1. De inspreker verzoekt om het gedeelte van het rivierfront wat niet Natura 2000 gebied is op te nemen binnen het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten en de visie op recreatie van het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten ook van toepassing te laten zijn op het rivierfront. 2. De inspreker verzoekt om het onderscheid tussen dag- en verblijfsrecreatie expliciet te benoemen en expliciet aan te geven dat de verblijfsrecreatie in het dorp Veessen (inclusief rivierfront) blijft passen bij de schaal van het dorp. 3. De inspreker verzoekt om voor Veessen de instandhouding van de basisschool, van het sport- en gemeenschapscentrum de Noord en van de openbaar vervoersverbinding met Heerde expliciet als streven te benoemen. 4. De inspreker verzoekt om de karakteristieke landschapsaspecten van Veessen in de visie nadrukkelijk te benoemen: het dorpslandschap met zijn open ruimtes (enken), de doorzichtlijnen, de losse ervenstructuur en het heldere zicht op de visitekaartjes van Veessen zoals de molen en de kerk. 5. De inspreker verzoekt om aan het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten toe te voegen dat voor de IJsseldijk gestreefd wordt naar het beperken van het gemotoriseerde verkeer zodat de verkeersveiligheid toeneemt en de hinder afneemt.

Daarnaast wordt gevraagd om vanwege de verkeersveiligheid om ook in Veessen – net als in Vorchten – voor het hele dorp een 30-kilometerzone in te stellen en verkeersmaatregelen te nemen die dat ondersteunen. 6. De inspreker verzoekt om binnen de omgevingsvisie van het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten een paragraaf over de waterveiligheid toe te voegen. Hierin zou moeten worden opgenomen te staan dat ernaar wordt gestreefd om het bouwen in de lagere delen te beperken en vaste bebouwing (inclusief recreatieve voorzieningen) buitendijks te verbieden, zoals vanaf 2024 ook landelijk beleid is. Reactie gemeente 1. Dat het rivierfront onderdeel is van het dorp Veessen staat voor de gemeente niet ter discussie. Dit is echter geen reden om de begrenzing van de deelgebieden ‘Uiterwaarden en hoogwatergeul’ en ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’ aan te passen. De begrenzing van het Natura 2000 gebied Rijntakken heeft namelijk niet ten grondslag gelegen aan de begrenzing van de gebiedsindeling. De begrenzing van de gebiedsindeling is gebaseerd op de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterstaatsdoeleinden’ zoals deze is opgenomen in de het bestemmingsplan Buitengebied-Oost en het rijksinpassingsplan Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld.

Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. 2. De omgevingsvisie gaat uit van ‘hoogwaardig en kleinschalig recreëren’. Dit betekent dat bij het maken van een afweging over een recreatieve of verblijfsrecreatie ontwikkeling nadrukkelijk wordt gekeken naar kwaliteitsimpuls van het initiatief. De ontwikkeling moet daarnaast goed passen bij karakter en de ontwikkelrichting van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Dit maakt het niet nodig om onderscheid te maken tussen dag- en verblijfsrecreatie. 3. De gemeente herkent het belang van de genoemde basisvoorzieningen in de kleine kernen en in Veessen in het bijzonder. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Ten aanzien van goed openbaar vervoer volstaat de ontwerp omgevingsvisie al. In de ontwerp omgevingsvisie staat dat een aantrekkelijk en toegankelijk openbaar vervoer wordt geambieerd. Dit is een gemeentebrede ambitie en daarmee ook een ambitie voor Veessen.

4. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Bijvoorbeeld in het landschapsontwikkelingsplan, de cultuurhistorische waardenkaart en het welstandsbeleid. 5. In de ontwerp omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld herinrichting van straten en routing rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. Op pagina 45 van de ontwerp omgevingsvisie staat dat we binnen de bebouwde kom het grootste deel van de wegen inrichten als 30 km/u-zone. En we weren onnodig vrachtverkeer zoveel mogelijk. 6. In hoofdstuk 2 van de ontwerp omgevingsvisie worden onze kernprincipes beschreven. Hiermee geven we aan wat we belangrijk vinden voor onze leefomgeving.

Het vijfde principe gaat over het heden en de toekomst op duurzame wijze met elkaar verbinden. Hierin wordt water en bodem als sturend systeem benoemd voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. Een nadere uitwerking van het principe staat op pagina 32 en 33 van de omgevingsvisie onder de kop ‘Ruimtelijke ordening vanuit het natuurlijk systeem’. De omgevingsvisie voldoet hiermee al aan het verzoek van de insprekers en behoeft geen aanpassing. De gemeente werkt momenteel voor wat betreft calamiteiten een calamiteitenplan voor het oeverwalgebied. Conclusie De inspraakreactie leidt op punt 3 tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 29. De belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, blijven in onze gemeente aanwezig en clusteren we zoveel mogelijk. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving.

Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt

Wordt Blz. 29. Het behouden van de belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, is van groot belang voor de leefbaarheid van al onze dorpen. Daar waar het kan is het streven om voorzieningen te clusteren. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor,

het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.

dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.

Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.

Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Veessen heeft een basisschool en het sport- en gemeenschapscentrum De Noord. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. Het behouden van voorzieningen in zowel Veessen als Vorchten is belangrijk voor de leefbaarheid. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.

Inspraakreactie 18 Samenvatting 1. De inspreker verzoekt om het gedeelte van het rivierfront wat niet Natura 2000 gebied is op te nemen binnen het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten en de visie op recreatie van het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten ook van toepassing te laten zijn op het rivierfront. De inspreker vraagt daarnaast om aandacht voor het maken van ommetjes in de uiterwaarden. 2. De inspreker verzoekt om het onderscheid tussen dag- en verblijfsrecreatie expliciet te benoemen en expliciet aan te geven dat de verblijfsrecreatie in het dorp Veessen (inclusief rivierfront) blijft passen bij de schaal van het dorp. 3. De inspreker verzoekt om voor Veessen de instandhouding van de basisschool, van het sport- en gemeenschapscentrum de Noord en van de openbaar vervoersverbinding met Heerde expliciet als streven te benoemen. 4. De inspreker verzoekt om de karakteristieke landschapsaspecten van Veessen in de visie nadrukkelijk te benoemen: het dorpslandschap met zijn open ruimtes (enken), de doorzichtlijnen, de losse ervenstructuur en het heldere zicht op de visitekaartjes van Veessen zoals de molen en de kerk. 5. De inspreker verzoekt om aan het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten toe te voegen dat voor de IJsseldijk gestreefd wordt naar het beperken van het gemotoriseerde verkeer zodat de verkeersveiligheid toeneemt en de hinder afneemt.

Daarnaast wordt verzocht om vanwege de verkeersveiligheid om ook in Veessen – net als in Vorchten – voor het hele dorp een 30-kilometerzone in te stellen en verkeersmaatregelen te nemen die dat ondersteunen. 6. De inspreker verzoekt om binnen de omgevingsvisie van het Deelgebied Oeverwal met Veessen en Vorchten een paragraaf over de waterveiligheid toe te voegen. Hierin zou moeten worden opgenomen te staan dat ernaar wordt gestreefd om het bouwen in de lagere delen te beperken en vaste bebouwing (inclusief recreatieve voorzieningen) buitendijks te verbieden, zoals vanaf 2024 ook landelijk beleid is. Reactie gemeente 1. Dat het rivierfront onderdeel is van het dorp Veessen staat voor de gemeente niet ter discussie. Dit is echter geen reden om de begrenzing van de deelgebieden ‘Uiterwaarden en hoogwatergeul’ en ‘Oeverwal met Veessen en Vorchten’ aan te passen. De begrenzing van het Natura 2000 gebied Rijntakken heeft namelijk niet ten grondslag gelegen aan de begrenzing van de gebiedsindeling. De begrenzing van de gebiedsindeling is gebaseerd op de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterstaatsdoeleinden’ zoals deze is opgenomen in de het bestemmingsplan Buitengebied-Oost en het rijksinpassingsplan Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld.

Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. De omgevingsvisie biedt al ruimte voor nieuwe ommetjes. Afhankelijk van het initiatief, de locatie en de kwaliteitsimpuls kan medewerking worden verleend. 2. De omgevingsvisie gaat uit van ‘hoogwaardig en kleinschalig recreëren’. Dit betekent dat bij het maken van een afweging over een recreatieve of verblijfsrecreatie ontwikkeling nadrukkelijk wordt gekeken naar kwaliteitsimpuls van het initiatief. De ontwikkeling moet daarnaast goed passen bij karakter en de ontwikkelrichting van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Dit maakt het niet nodig om onderscheid te maken tussen dag- en verblijfsrecreatie. 3. De gemeente herkent het belang van de genoemde basisvoorzieningen in de kleine kernen en in Veessen in het bijzonder. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Ten aanzien van goed openbaar vervoer volstaat de ontwerp

omgevingsvisie al. In de ontwerp omgevingsvisie staat dat een aantrekkelijk en toegankelijk openbaar vervoer wordt geambieerd. Dit is een gemeentebrede ambitie en daarmee ook een ambitie voor Veessen. 4. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor Veessen. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in een andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Bijvoorbeeld in het landschapsontwikkelingsplan, de cultuurhistorische waardenkaart en het welstandsbeleid. 5. In de ontwerp omgevingsvisie staat op pagina 45 dat we het risico op verkeersincidenten verminderen middels veilige routes en een passende snelheid. Daarnaast willen we het aantal verkeersonveilige situaties in de gemeente verminderen. De omgevingsvisie beschrijft kaders voor verkeersveiligheid op hoofdlijnen waarbij in de uitwerking van bijvoorbeeld herinrichting van straten en routing rekening mee dient te worden gehouden. Er worden dus geen specifieke wegen in de omgevingsvisie benoemd, deze komen terug in een mobiliteitsplan waar momenteel aan wordt gewerkt. Op pagina 45 van de ontwerp omgevingsvisie staat dat we binnen de bebouwde kom het grootste deel van de wegen inrichten als 30 km/u-zone. En we weren onnodig vrachtverkeer zoveel mogelijk. 6.

In hoofdstuk 2 van de ontwerp omgevingsvisie worden onze kernprincipes beschreven. Hiermee geven we aan wat we belangrijk vinden voor onze leefomgeving. Het vijfde principe gaat over het heden en de toekomst op duurzame wijze met elkaar verbinden. Hierin wordt water en bodem als sturend systeem benoemd voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. Een nadere uitwerking van het principe staat op pagina 32 en 33 van de omgevingsvisie onder de kop ‘Ruimtelijke ordening vanuit het natuurlijk systeem’. De omgevingsvisie voldoet hiermee al aan het verzoek van de insprekers en behoeft geen aanpassing. De gemeente werkt momenteel voor wat betreft calamiteiten aan een calamiteitenplan voor het oeverwalgebied. Conclusie De inspraakreactie leidt op punt 3 tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 29. De belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, blijven in onze gemeente aanwezig en clusteren we zoveel mogelijk. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn.

Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij

Wordt Blz. 29. Het behouden van de belangrijkste basisvoorzieningen, zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen, is van groot belang voor de leefbaarheid van al onze dorpen. Daar waar het kan is het streven om voorzieningen te clusteren. Clustering is belangrijk, omdat voorzieningen en doelgroepen die hiervan gebruik maken, elkaar kunnen versterken. Andere voorzieningen (niet de basisvoorzieningen) vinden we in de plaatsen om ons heen, die goed bereikbaar zijn; o.a. in Zwolle en in Apeldoorn. Voor nu en voor de toekomst is het vooral belangrijk het huidige voorzieningenniveau te behouden en de

aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.

bereikbaarheid te garanderen. Een goed voorzieningenniveau draagt immers bij aan een waardevolle en fijne leefomgeving. Bovendien zorgt het ervoor, dat onze inwoners kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Ook draagt het bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Waar nodig breiden we het voorzieningenniveau in onze gemeente uit, zodat het nog beter aansluit op de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt dus constant om alertheid. Zo hebben jongeren in onze gemeente maar weinig mogelijkheden elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken binnen de eigen gemeente helpt jongeren zich te ontwikkelen in een veilige en vertrouwde omgeving.

Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.

Blz. 78 Het voorzieningenniveau in Veessen en Vorchten past bij het karakter van een klein dorp en kan zich nog verder ontwikkelen. Daarbij passen kleinschalige voorzieningen, bijvoorbeeld gericht op recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Veessen heeft een basisschool en het sport- en gemeenschapscentrum De Noord. Vorchten heeft een multifunctioneel centrum (MFC) De Verbinding, dat onder meer dienst doet als ontvangstlocatie voor recreanten die de IJsselvallei willen bezoeken. Het behouden van voorzieningen in zowel Veessen als Vorchten is belangrijk voor de leefbaarheid. We zien ook kansen voor het ontstaan van Heerenboerderijen, dagbestedingen en initiatieven geïnitieerd en getrokken door bewoners en lokale ondernemers die zich richten op gezond voedsel uit eigen streek.

Inspraakreacties met betrekking tot de uitleglocatie Horsthoekerenk Inspraakreactie 19 Samenvatting 1. Hoe en op welke manier wordt er bij een uitbreidingslocatie rekening gehouden met de bestaande omgeving en participatie? Wanneer is er sprake van een ontwikkeling die voldoet aan een sterk landschappelijke raamwerk? Dot wordt niet in de visie benoemd. 2. De uitbreidingslocatie aan de Horsthoekerenk is groter geworden. Het argument dat er geen m.e.r. hoeft worden uitgevoerd omdat er geen nieuwe locaties voor grote ruimtelijke ontwikkelingen zijn aangewezen is daarmee niet juist. Daarom vindt de inspreker dat er alsnog een m.e.r. moet worden uitgevoerd om de effecten van de uitbreidingslocatie als geheel te kunnen beschouwen. 3. Inspreker vindt hoogbouw om meerdere redenen onwenselijk, het moet daarom dan ook geen onderdeel zijn van de omgevingsvisie. Reactie gemeente 1. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau en geeft op hoofdlijnen aan hoe de toekomst van de gemeente eruit kan zien. Dit betekent dat de uitwerking in concrete projecten en in andere instrumenten gaat plaatsvinden. Dit geldt ook voor de uitwerking van de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk. Bij de uitwerking wordt op dat moment rekening gehouden met de ruimtelijke inpassing. Participatie is als belangrijke pijler onder de Omgevingswet onderdeel van de planvorming.

In de visie staat inderdaad dat de ontwikkeling moet plaatsvinden in een sterk landschappelijk raamwerk. De uitwerking hiervan wordt in het stedenbouwkundig plan vormgegeven en niet in de omgevingsvisie. Landschap is in dit proces één van de aandachtspunten. Het plangebied ligt bovendien dichtbij een landgoed. Aansluiting hierop is dus ook van groot belang. 2. Op pagina 12 van de omgevingsvisie is uitgelegd waarom geen milieueffectrapportage is uitgevoerd. Hier is beschreven dat de omgevingsvisie kaders geeft en geen concrete uitwerkingen omvat. Dit maakt het inschatten van de milieueffecten lastig. Bij de uitwerking van specifieke projecten (ook bij de Horsthoekerenk) wordt bepaald of een m.e.r. noodzakelijk is en wordt beargumenteerd hoe met de verschillende aspecten van milieu rekening wordt gehouden. 3. Zoals beschreven in de omgevingsvisie kan hoogbouw een belangrijk antwoord zijn op de grote woningvraag. We sluiten hoogbouw daarom dan ook niet uit. Als we medewerking verlenen, doen we dat alleen als dat gebeurt vanuit een goede locatiestudie en een zorgvuldige inpassing in de omgeving. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.

Inspraakreactie 20 Samenvatting 1. De uitbreidingslocatie Horsthoekerenk moet worden geschrapt voor woningbouw. Er wordt namelijk niet aangetoond dat deze locatie noodzakelijk is en past bij de woningvraag. Zijn er alternatieven onderzocht? Reactie gemeente 1. De uitbreidingslocatie Horsthoekerenk is al sinds 2012 in de structuurvisie aangeduid als zoekzone voor wonen, zorg, educatie en recreatie. Het betreft dus een locatie, die in een eerder stadium als aangewezen voor o.a. wonen. Door de grote behoefte aan woningen is dit onveranderd en komt deze locatie versneld in beeld voor met name woningbouw. Bovendien heeft de gemeente zich verbonden aan de woondeal Regio Stedendriehoek. In deze woondeal maken de gemeenten, woningcorporaties, provincie en Rijk afspraken over woningbouw in de regio. De afspraken gaan over de hoeveelheid te bouwen woningen, waar dit gaat gebeuren en het aantal betaalbare woningen. Om dit aantal te halen is ook de uitbreidingslocatie aan de Horsthoekerenk nadrukkelijk in beeld. Net als de andere twee uitbreidingslocaties Hulsbergerlanden en Bovenkamp 3. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.

Inspraakreactie 21 Samenvatting 1. De inspreker geeft aan dat de huidige bedrijfsactiviteiten aan de Eperweg 35 van invloed kunnen zijn op de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk. Vooral ten aanzien van geluidsoverlast op de nieuw te bouwen woningen. Daarnaast stelt de inspreker dat het landelijk uitzicht verdwijnt wanneer er woningen komen op de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk. Reactie gemeente 1. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt vanuit een goede fysieke leefomgeving rekening gehouden met de omgeving. Bestaande bedrijven met een milieucontour behoren hiertoe. Het is van belang dat voldoende afstand wordt aangehouden tussen een bestaand bedrijf en nieuwe kwetsbare of gevoelige functies, zoals woningen. Op deze manier wordt hinder vanuit bijvoorbeeld geur, stof, geluid of gevaar zoveel mogelijk voorkomen. Iedere nieuwe ontwikkeling leidt tot een wijziging van de huidige situatie voor omwonenden of ondernemers in de omgeving. Dat het uitzicht verandert in het geval van het realiseren van een nieuwe woonwijk staat vast. Echter moet de planuitwerking nog plaatsvinden. De omgeving wordt bij deze uitwerking betrokken en daar waar mogelijk wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met belangen vanuit de omgeving. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.

Inspraakreactie 22 Samenvatting 1. De inspreker roept op om bij de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk de landschappelijke waarden mee te nemen. Het liefst ziet de inspreker de uitbreidingslocatie veranderen in een gebied met de aanduiding ‘transformatie tot natuurgebied’. Reactie gemeente 1. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau en geeft op hoofdlijnen aan hoe de toekomst van de gemeente eruit kan zien. Dit betekent dat de uitwerking wordt vormgegeven in concrete projecten. Dit geldt ook voor de uitwerking van de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk. Bij de uitwerking wordt op dat moment dan rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden die aanwezig zijn in het gebied. In de visie staat ook dat de ontwikkeling moet plaatsvinden vanuit een sterk landschappelijk raamwerk. Het plangebied ligt bovendien dichtbij een landgoed. Aansluiting hierop is dus ook van groot belang. Tijdens de uitwerking wordt ook onderzocht in hoeverre beschermde dieren aanwezig zijn en hoe hiermee om moet worden gegaan. Participatie is als belangrijke pijler onder de recent inwerking getreden Omgevingswet onderdeel van de planvorming. De omgeving wordt daarom bij de uitwerking betrokken. Het klopt dat inbreiding minder impact heeft op de nu onbebouwde landschappen. Echter kan uitbreiding toch de voorkeur hebben boven inbreiding.

Bijvoorbeeld als het woonprogramma, niet past in de beschikbare ruimte binnen de kernen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.

Inspraakreactie 23 Samenvatting 1. Als inbreiding voor uitbreiding gaat waarom is de Horsthoekerenk dan als uitbreidingslocatie aangemerkt. Er is niet duidelijk of er daadwerkelijk vraag is naar deze uitbreidingslocatie. Er zijn op deze plek belangrijke waarden die bewaard moeten blijven. Reactie gemeente 1. Het klopt dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Echter kan uitbreiding toch de voorkeur hebben boven inbreiding. Bijvoorbeeld als het woonprogramma, niet past in de beschikbare ruimte binnen de kernen. Inbreiden past soms ook niet goed bij het stedenbouwkundig karakter van een dorp of locatie. De uitbreidingslocatie Horsthoekerenk is al sinds 2012 in de structuurvisie aangeduid als zoekzone voor wonen, zorg, educatie en recreatie. Het betreft dus een locatie, die in een eerder stadium als aangewezen voor o.a. wonen. Door de grote behoefte aan woningen is dit onveranderd en komt deze locatie versneld in beeld voor met name woningbouw. Bovendien heeft de gemeente zich verbonden aan de woondeal Regio Stedendriehoek. In deze woondeal maken de gemeenten, woningcorporaties, provincie en Rijk afspraken over woningbouw in de regio. De afspraken gaan over de hoeveelheid te bouwen woningen, waar dit gaat gebeuren en het aantal betaalbare woningen. Om dit aantal te halen is ook de uitbreidingslocatie aan de Horsthoekerenk nadrukkelijk in beeld.

Net als de andere twee uitbreidingslocaties Hulsbergerlanden en Bovenkamp 3. De omgevingsvisie heeft een hoog abstractie niveau en geeft op hoofdlijnen aan hoe de toekomst van de gemeente eruit kan zien. Dit betekent dat de uitwerking wordt vormgegeven in concrete projecten. Dit geldt ook voor de uitwerking van de uitbreidingslocatie Horsthoekerenk. Bij de uitwerking wordt op dat moment rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden die aanwezig zijn in het gebied. In de visie staat ook dat de ontwikkeling moet plaatsvinden vanuit een sterk landschappelijk raamwerk. Het plangebied ligt bovendien dichtbij een landgoed, aansluiting hierop is dus ook van groot belang. Tijdens de uitwerking wordt ook onderzocht in hoeverre beschermde dieren aanwezig zijn en hoe hiermee om moet worden gegaan. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie.

Inspraakreacties met betrekking tot het landelijk gebied Inspraakreactie 24 Samenvatting 1. Landbouw is de drager van het gebied. De agrarische sector kan niet als enige verantwoordelijk worden gehouden voor de opgaven en doet momenteel al veel aan verduurzaming. Waardering voor de landbouw ontbreekt in de omgevingsvisie. 2. Uiterwaarden en hoogwatergeul zijn ten onrechte als één gebied weergegeven. Het zijn twee gebieden waar beide landbouw mogelijk moet zijn. Het grote verschil is echter dat de uiterwaarden een Natura 2000 gebied is met de bijbehorende beperkingen. De hoogwatergeul is een landbouwgebied. 3. Toekomstbestendige landbouw moet veel meer gaan over behoud van de primaire landbouw, want primaire landbouw is de belangrijkste bron van inkomsten in het landbouwgebied. Er moet niet te veel nadruk gelegd worden op de korte keten en verbreding. Dat is niet realistisch. Verbreding moet mogelijk blijven voor diegenen die dat willen. 4. Er moet ruimte zijn voor alle primaire sectoren van de landbouw, eventueel met aanvullende voorwaarden. Sectoren of vormen van landbouw uitsluiten, zoals uitsluiten van de intensieve veehouderij, stagneert de ontwikkeling van een boerenbedrijf. Wat is de definitie van intensieve veehouderij? 5. Door samen te werken in een regio kan er al snel circulair gewerkt worden.

Daarbij heeft de agrarische sector ook de potentie om energieneutraal of zelf energieleverancier te worden. Door slimme oplossingen op het erf als zon op dak, multifunctioneel grondgebruik, erfmolens tot 35 meter hoogte, mestvergisters en stikstofstippers kan er aan veel opgaven worden voldaan. Inspreker wil dan ook graag letterlijk ruimte in de vorm van landbouwgrond, maar ook ruimte in beleid om deze innovatieve en duurzame ontwikkelingen mogelijk te maken. 6. Nieuwe woningen in het buitengebied ziet de inspreker liever alleen in de kernen. Voormalige agrarische bedrijven kunnen hier met een rood-voor-rood regeling mee geholpen worden. 7. Inspreker is geen voorstander van zon op land en vraagt de gemeente nadrukkelijk de zonneladder te volgen. 8. Uitbreiding van recreatie in het landelijk gebied gaat ten koste van natuur en landschap en zou dus niet, of beperkt, mogelijk moeten zijn. Reactie gemeente 1. De gemeente waardeert de inspanningen van de landbouw. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2. Zowel de hoogwatergeul als de uiterwaarden hebben de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden’ en zijn om deze reden één deelgebied.

Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. De uiterwaarden zijn grotendeels aangewezen als Natura 2000 gebied. Daar gaan we uit van de doelstellingen voor het Natura 2000 gebied. Het doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen. Dat kan goed samengaan met agrarisch natuurbeheer door boeren. De gronden in de hoogwatergeul zijn niet aangewezen als Natura 2000 gebied en hebben hoofdzakelijk een agrarische bestemming. De gemeente heeft niet de intentie om dit te veranderen. Om

3.

4.

5.

6.

7.

onduidelijkheid te voorkomen wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. De gemeente ziet de landbouw als de belangrijkste economische drager van het landelijk gebied en heeft waardering voor de inspanningen die worden geleverd. Dit neemt niet weg dat het landelijk gebied voor grote uitdagingen staat, waar de landbouw als groot grondbezitter een belangrijke rol heeft. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. De gemeente wil graag samen met de landbouw werken aan deze uitdagingen. Ten aanzien van de korte keten wordt de omgevingsvisie aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Ten aanzien van nieuwe intensieve veehouderijen geeft de omgevingsvisie inderdaad aan dat hiervoor geen mogelijkheden zijn. Al sinds 2012 is de gemeente terughoudend voor wat betreft nieuwe intensieve veehouderijen. Momenteel worden nieuwe intensieve veehouderijen (op maagdelijke) locaties in het buitengebied van Heerde al niet toegestaan. Omvorming naar intensieve veehouderij is alleen mogelijk in de IJsselvallei als dit plaats vindt als onderdeel van de zogenoemde “afwaartse beweging”.

De uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen in combinatie met de ligging van onze gemeente tussen de Natura2000 gebieden Rijntakken en de Veluwe maken het nodig om ook omvorming naar intensieve veehouderij niet meer toe te staan. Vooralsnog houdt de gemeente vast aan de definitie ‘intensieve veehouderij’ zoals deze is opgenomen in het geldende omgevingsplan. Deze definitie is als volgt: een agrarisch bedrijf of dat deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer, waar geen melkrundvee, schapen, paarden, geiten of dieren biologisch gehouden worden (conform artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet) en waar geen dieren gehouden worden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer. Het omgevingsplan wordt over enkele jaren herzien en op dat moment worden definities ook geactualiseerd naar de meest actuele inzichten. De omgevingsvisie stelt dat bestaande agrarische bedrijven kunnen doorontwikkelen, mits de belasting op de natuur, het landschap en het milieu kleiner wordt. Daarmee geeft de gemeente ruimte, maar wel met respect voor de uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen. De gemeente wil nogmaals benadrukken dat de gemeente graag met de landbouw samenwerkt aan deze uitdagingen. De omgevingsvisie heeft namelijk een hoog abstractie niveau.

In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook voor de landbouw. Een gedetailleerde uitwerking van het beleid of een gebied volgt in andere (Omgevingswet) instrumenten of beleid. Daarbij is de gemeente ook afhankelijk van andere overheden (rijk, provincie, regio en waterschap). De omgevingsvisie stelt op pagina 26 dat erven in het buitengebied beter kunnen worden benut voor de woonopgave. Hier wordt aangegeven dat we het logisch vinden om nieuwe woningen vooral toe te staan op erven in de directe nabijheid van onze dorpen of in gemengde gebieden. In primair agrarische gebieden, waar de landbouw de ruimte heeft, willen we juist terughoudend zijn met het toevoegen van nieuwe woningen. Het op 27 juni 2022 door de gemeenteraad vastgestelde uitnodigingskader zon en wind op land wordt aangescherpt en staat in afwachting tot die aanscherping on hold. Om de doelstelling van een duurzaam en schoon energiesysteem te bereiken blijft een afwegingskader nodig. Na aanscherping zal er dus nog steeds sprake zijn van een lokaal kader voor zon en wind op land. Bij de aanscherping van het uitnodigingskader wordt de in de kamerbrief van de minister verwoorde aangescherpte voorkeursvolgorde zon op land betrokken. Dit geldt ook voor de door Provinciale Staten aangenomen motie.

8. De omgevingsvisie gaat uit van “Heerlijk en kleinschalig recreëren”. Daarbij is aangegeven dat het belangrijk is zuinig te zijn op onze kwaliteiten, zodat onze gemeente ook voor toekomstige generaties een aantrekkelijke recreatiegemeente blijft. Wij zijn van mening dat recreatie niet koste hoeft te gaan van natuur en landschap. Bij de aanleg van recreatieve voorzieningen, bijvoorbeeld een camping of fietspad, zien wij mogelijkheden om natuur en landschap te versterken. Wij zullen bij dit soort ontwikkelingen dan ook aandacht vragen en eventueel voorwaarden stellen aan verbetering van natuur- en landschap. Conclusie De inspraakreactie leidt op punt 1, 2 en 3 tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Zie hiervoor de tekstuele wijziging in onderstaande tabel. Was Blz. 34 De landbouw speelt een grote rol als grondgebruiker en beheerder van ons buitengebied. Tegelijkertijd staat de landbouw voor grote uitdagingen. De grootste uitdaging is de productie van gezond voedsel, op zo’n manier dat de boer voldoende inkomsten heeft. Maar zonder dat dit een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, de natuur, het landschap, het milieu en het klimaat. Belangrijk daarbij zijn ook dierwelzijn en gebruik van grondstoffen en energie zonder verspilling. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. Samen met onze agrariërs werken we aan een toekomstbestendige landbouw.

Wordt Blz. 34 De landbouw speelt van oudsher een grote rol als grondgebruiker en beheerder van ons buitengebied. Tegelijkertijd staat de landbouw voor grote uitdagingen. We zien de grote uitdagingen waar de landbouw voor staat. De grootste uitdaging is de productie van gezond voedsel, op zo’n manier dat de boer voldoende inkomsten heeft. Maar zonder dat dit een negatieve impact heeft op de biodiversiteit, de natuur, het landschap, het milieu en het klimaat. Belangrijk daarbij zijn ook dierwelzijn en gebruik van grondstoffen en energie zonder verspilling. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. Samen met onze agrariërs werken we aan een toekomstbestendige landbouw. Dit in tegenstelling tot de focus van na de oorlog. Toen voldoende en betaalbaar voedsel produceren de opgave voor de landbouw was. We zien dat veel landbouwers werken aan de huidige opgaven. Samen met hen werken we aan een toekomstbestendige landbouw.

Blz. 34 We stimuleren kortere agrarische ketens: een directere verbinding tussen de boer en de consument. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een boerderijwinkel, een groentepakket direct bij de boer vandaan, herenboeren, boerenmarkten of door samenwerkingen met lokale ondernemers en winkeliers. Directe verbindingen zorgen voor minder transport en minder partijen die een deel van de inkomsten afromen. Dit is beter voor het milieu, omdat er met minder vervoer minder CO2-uitstoot is. En het zorgt ervoor dat de boer als producent een betere prijs ontvangt. Tot slot zorgt een meer directe verbinding tussen de

Blz. 34 We stimuleren kortere agrarische ketens: een directere verbinding tussen de boer en de consument. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een boerderijwinkel, een groentepakket direct bij de boer vandaan, herenboeren, boerenmarkten of door samenwerkingen met lokale ondernemers en winkeliers. Directe verbindingen zorgen voor minder transport en minder partijen die een deel van de inkomsten afromen. Dit is beter voor het milieu, omdat er met minder vervoer minder CO2-uitstoot is. En het zorgt ervoor dat de boer als producent een betere prijs ontvangt. Tot slot zorgt een meer directe verbinding tussen de

boer en de consument voor meer bewustwording bij de consument van wat hij/zij koopt en hoe een product is gemaakt. En dat leidt weer tot minder voedselverspilling. Het biedt ook kansen voor agrotoerisme en boerderijeducatie in onze gemeente. Hiermee wordt de kennis over agrarische bedrijven in onze gemeente vergroot.

boer en de consument voor meer bewustwording bij de consument van wat hij/zij koopt en hoe een product is gemaakt. En dat leidt weer tot minder voedselverspilling. Het biedt ook kansen voor agrotoerisme en boerderijeducatie in onze gemeente. Hiermee wordt de kennis over agrarische bedrijven in onze gemeente vergroot. Tegelijkertijd beseffen we dat er door de land- en tuinbouwbedrijven in Heerde veel meer geproduceerd wordt dan lokaal afgezet kan worden. Daarom zal een deel van de producten ook buiten de regio gebruikt worden.

Blz. 73 De uiterwaarden -het buitendijkse gebiedlangs de IJssel en de hoogwatergeul vormen samen een deelgebied. De hoofdfunctie van het gebied is waterbeheer. De weilanden in dit open gebied kunnen overstromen tijdens hoge waterstanden van de IJssel.

Blz. 73 De uiterwaarden -het buitendijkse gebiedlangs de IJssel en de hoogwatergeul vormen samen een deelgebied. De hoofdfunctie van het gebied is waterbeheer. Waterbeheer, natuur en landbouw zijn hier de belangrijkste functies. De weilanden in dit open gebied kunnen overstromen tijdens hoge waterstanden van de IJssel.

Blz. 73 In het gebied tussen de Grote Wetering en de oeverwallen van de IJssel ligt de hoogwatergeul, tussen hoge groene dijken. Het landschap in de hoogwatergeul bestaat uit zeer open en plaatselijk vrij natte weilanden. De openheid en weidsheid maken dit gebied bijzonder. De hoogwatergeul is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren bij hoge waterstanden in de IJssel. Daarom zijn bomen, bosjes en bebouwing verwijderd. Beeldbepalend is de hoogspanningsleiding die eveneens noord-zuid loopt. Het land wordt voornamelijk gebruikt door boeren. Het gebied is daarnaast van belang voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen. Over de dijken lopen fietspaden, die veel recreanten trekken.

Blz. 73 In het gebied tussen de Grote Wetering en de oeverwallen van de IJssel ligt de hoogwatergeul, tussen hoge groene dijken. De hoogwatergeul wordt, wanneer deze niet nodig is voor de waterveiligheid, gebruikt voor landbouw. Het landschap in de hoogwatergeul bestaat uit zeer open en plaatselijk vrij natte weilanden. De openheid en weidsheid maken dit gebied bijzonder. De hoogwatergeul is aangelegd om water te kunnen bergen en afvoeren bij hoge waterstanden in de IJssel. Daarom zijn bomen, bosjes en bebouwing verwijderd. Beeldbepalend is de hoogspanningsleiding die eveneens noordzuid loopt. Het land wordt voornamelijk gebruikt door boeren. Het gebied is daarnaast van belang voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen. Over de dijken lopen fietspaden, die veel recreanten trekken.

Blz. 74 De uiterwaarden en de hoogwatergeul zijn in eerste instantie bedoeld om de IJssel de ruimte te geven. Zo kan bij een hoge waterstand rivierwater worden afgevoerd en de veiligheid worden gegarandeerd. Die functie moet ook in de toekomst

Blz. 74 De uiterwaarden en de hoogwatergeul zijn in eerste instantie bedoeld om de IJssel de ruimte te geven. Zo kan bij een hoge waterstand rivierwater worden afgevoerd en de veiligheid worden gegarandeerd. Die functie moet ook in de toekomst

behouden blijven; nieuwe ontwikkelingen mogen hier geen afbreuk aan doen. Daarnaast is dit deelgebied een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Daarmee is het van grote ecologische betekenis. We willen in dit gebied niet alleen de waterveiligheid garanderen. Ook het verbeteren van de natuur geven we prioriteit. In de uiterwaarden gaan we daarbij uit van de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Ons doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen, eventueel met natuurbeheer door boeren. Het is in delen van de uiterwaarden, maar ook in de hoogwatergeul, belangrijk de openheid en de weidsheid te behouden. Niet alleen voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen, maar ook ten behoeve van waterberging. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat het landschap zo mooi blijft als het is.

behouden blijven; nieuwe ontwikkelingen mogen hier geen afbreuk aan doen. Daarnaast is dit deelgebied een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Daarmee is het van grote ecologische betekenis. De hoogwatergeul is belangrijk voor productie van voedsel door de landbouw. We willen in dit gebied niet alleen de waterveiligheid garanderen. Ook het verbeteren van de natuur geven we prioriteit. In de uiterwaarden gaan we daarbij uit van de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Ons doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen, eventueel met natuurbeheer door boeren. In de hoogwatergeul, streven we naar landbouw met aandacht voor natuur en landschap: agrarisch natuurbeheer. Het is in delen van de uiterwaarden, maar ook in de hoogwatergeul, belangrijk de openheid en de weidsheid te behouden. Niet alleen voor broedende weidevogels en overwinterende ganzen en zwanen, maar ook ten behoeve van waterberging. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat het landschap zo mooi blijft als het is.

Inspraakreactie 25 Samenvatting 1. Landbouw is de drager van het gebied. De agrarische sector kan niet als enige verantwoordelijk worden gehouden voor de opgaven en doet momenteel al veel aan verduurzaming. Waardering voor de landbouw ontbreekt in de omgevingsvisie. 2. Uiterwaarden en hoogwatergeul zijn ten onrechte als één gebied weergegeven. Het zijn twee gebieden waar beide landbouw mogelijk moet zijn. Het grote verschil is echter dat de uiterwaarden een Natura 2000 gebied is met de bijbehorende beperkingen. De hoogwatergeul is een landbouwgebied. 3. Bij de ontwikkeling van landbouw en natuur moet er altijd gezamenlijk overleg plaatsvinden met de beheerders en gebruikers hiervan. We lezen bijvoorbeeld in de omgevingsvisie dat onder andere een hogere waterstand in het Gulbroek geambieerd wordt. 4. Toekomstbestendige landbouw moet veel meer gaan over behoud van de primaire landbouw, want primaire landbouw is de belangrijkste bron van inkomsten in het landbouwgebied. Er moet niet te veel nadruk gelegd worden op de korte keten en verbreding. Dat is niet realistisch. 5. Verbreding moet mogelijk blijven voor diegenen die dat willen. De agrarische sector heeft diverse mogelijkheden om aan maatschappelijke behoeften te voldoen.

Denk hierbij aan de verscheidende onderdelen van multifunctionele landbouw: agrarische kinderopvang, zorglandbouw, boerderijeducatie, agrarisch natuurbeheer en boerderijverkoop. Daarnaast heeft de agrarische sector ook de potentie om energieleverancier te worden. In de omgevingsvisie staat dat de gemeente natuureducatie wil stimuleren. Wij willen dat naast natuureducatie, ook boerderijeducatie gestimuleerd wordt door de gemeente. 6. Er moet ruimte zijn voor alle primaire sectoren van de landbouw, eventueel met aanvullende voorwaarden. Sectoren of vormen van landbouw uitsluiten, zoals uitsluiten van de intensieve veehouderij, stagneert de ontwikkeling van een boerenbedrijf. Wat is de definitie van intensieve veehouderij? 7. Door samen te werken in een regio kan er al snel circulair gewerkt worden. Daarbij heeft de agrarische sector ook de potentie om energieneutraal of zelf energieleverancier te worden. Door slimme oplossingen op het erf als zon op dak, multifunctioneel grondgebruik, erfmolens tot 35 meter hoogte, mestvergisters en stikstofstippers kan er aan veel opgaven worden voldaan. Wij willen dan ook graag letterlijk ruimte in de vorm van landbouwgrond, maar ook ruimte in beleid om deze innovatieve en duurzame ontwikkelingen mogelijk te maken. 8. Nieuwe woningen in het buitengebied ziet de inspreker liever alleen in de kernen.

Voormalige agrarische bedrijven kunnen hier met een rood-voor-rood regeling mee geholpen worden. Reactie gemeente 1. De gemeente waardeert de inspanningen van de landbouw. Om dit te benadrukken wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. 2. Zowel de hoogwatergeul als de uiterwaarden hebben de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden’ en zijn om deze reden één deelgebied. Gebieden die mede zijn bestemd voor 'Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatsdoeleinden. Daarmee zijn deze gebieden belangrijk vanuit het waterbelang met een eigen specifieke regeling. De uiterwaarden zijn grotendeels aangewezen als Natura 2000 gebied. Daar gaan we uit van de doelstellingen voor het Natura 2000 gebied. Het doel is om in de uiterwaarden aaneengesloten natuur te krijgen. Dat kan goed samengaan met

3.

4.

5.

6.

agrarisch natuurbeheer door boeren. De gronden in de hoogwatergeul zijn niet aangewezen als Natura 2000 gebied en hebben hoofdzakelijk een agrarische bestemming. De gemeente heeft niet de intentie om dit te veranderen. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt de omgevingsvisie hierop aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Dat vindt de gemeente ook belangrijk. In hoofdstuk 6 van de omgevingsvisie wordt aangegeven hoe we omgaan met het betrekken van inwoners, partners en gebruikers bij ontwikkelingen. Hierin staat dat we plannen samen en in overleg maken. We verwachten dit ook van andere partijen, die plannen in onze gemeente ontwikkelen. Bovendien heeft de gemeente een specifiek participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving. Het Gulbroek is een nat gebied met hoge kweldruk vanuit het Veluwemassief. Bovendien heeft het gebied een hoge natuurpotentie en heeft daarom ook provinciaal belang. De provincie werkt hier samen met partners, waaronder de gemeente, aan herstel en het robuuster maken van de natuur. Deze opgave voor dit gebied is niet nieuw en is in de structuurvisie Heerde 2025 - vastgesteld door de gemeenteraad in 2012 – al benoemd. De omgevingsvisie borduurt hierop voort. De gemeente ziet de landbouw als de belangrijkste economische drager van het landelijk gebied en heeft waardering voor de inspanningen die worden geleverd.

Dit neemt niet weg dat het landelijk gebied voor grote uitdagingen staat, waar de landbouw als groot grondbezitter een belangrijke rol heeft. In onze gemeente gaan we deze uitdaging niet uit de weg. De gemeente wil graag samen met de landbouw werken aan deze uitdagingen. Ten aanzien van de korte keten wordt de omgevingsvisie aangepast. Zie hiervoor het tekstvoorstel aan het eind van deze inspraakreactie. Verbreding van de landbouw komt in de omgevingsvisie nadrukkelijk aan bod. We stimuleren boeren om hun verdienmodel divers en daarmee weerbaar te maken. We ondersteunen daarom verbreding van de diensten van de boer. Naast voedselproducent, is de boer bij voorkeur ook leverancier van maatschappelijke diensten. Dan draagt hij bijvoorbeeld bij aan het vasthouden van water, het opslaan van CO2, het verhogen van de natuurwaarden en de biodiversiteit en het beheren van het landschap. Dit gaat goed samen met agrarisch ondernemerschap. Andere maatschappelijke diensten, zoals kleinschalige overnachtingsmogelijkheden en horeca, educatie en natuur- en cultuurrecreatie bij de boer, zijn ook goede voorbeelden van verbreding van het verdienmodel. Ten aanzien van nieuwe intensieve veehouderijen geeft de omgevingsvisie inderdaad aan dat hiervoor geen mogelijkheden zijn. Al sinds 2012 is de gemeente terughoudend voor wat betreft nieuwe intensieve veehouderijen.

Momenteel worden nieuwe intensieve veehouderijen (op maagdelijke) locaties in het buitengebied van Heerde al niet toegestaan. Omvorming naar intensieve veehouderij is alleen mogelijk in de IJsselvallei als dit plaats vindt als onderdeel van de zogenoemde “afwaartse beweging”. De uitdagingen die op het landelijk gebied afkomen in combinatie met de ligging van onze gemeente tussen de Natura 2000 gebieden Rijntakken en de Veluwe maken het nodig om ook omvorming naar intensieve veehouderij niet meer toe te staan. Vooralsnog houdt de gemeente vast aan de definitie ‘intensieve veehouderij’ zoals deze is opgenomen in het geldende omgevingsplan. Deze definitie is als volgt: een agrarisch bedrijf of dat deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer, waar geen melkrundvee, schapen, paarden, geiten of dieren biologisch gehouden worden (conform artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet) en waar geen dieren gehouden worden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=c6c0a670-509f-4ad7-bfe2-731065b6daa6