4.2.8 TB8_Programma van Eisen aanvullend archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
IVO-P Heerde, Kommerseweg 8 / 20210402 /TB1.0 / Datum: 12-04-2021
27
11. Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE Wijzigingen tijdens het veldwerk Mocht er sprake zijn van belangrijke wijzigingen ten opzichte van dit PvE, of omstandigheden zijn waardoor er een andere strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk is, dan dient de archeologisch aannemer dit terstond te melden bij de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De bevoegde overheid zal dan een besluit nemen over de te volgen vervolgstappen. De archeologisch aannemer is verantwoordelijk om de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte te stellen van de genomen beslissing van de bevoegde overheid. Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • (Kwalitatieve) Afwijkingen van de archeologische verwachting (of het complextype); • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Wijzigingen fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, complextype, aantallen vlakken et cetera). • Significante (kwantitatieve) afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden. Mogelijke overige wijzigingen: • N.v.t.
Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie hoofdstuk 8.1 en hoofdstuk 11.4 van dit PvE. Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit PvE zullen worden genomen door de bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten). Dit zal gebeuren op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de opdrachtgever.
IVO-P Heerde, Kommerseweg 8 / 20210402 /TB1.0 / Datum: 12-04-2021
28
Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • • • • •
Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
Literatuur • • •
• • • • •
Alterra, 2005, De geomorfologische kaart van Nederland, Wageningen.Berendsen, H.J.A., 2011. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen: Van Gorcum. Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land, Assen (Fysische Geografie van Nederland). Van Bussel, A.T.L.E. en D.S. Scheeringa, 2021. Heerde, Kommerseweg 8, gemeente Heerde (GD), Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Nieuwegein (Transect-rapport 3015). SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Borsboom, A.J./J.W.H.P., Verhagen 2009: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), versie 1.02, Gouda (CCvD). Carmiggelt, A./P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). Kooistra, L.I./O., Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD).
IVO-P Heerde, Kommerseweg 8 / 20210402 /TB1.0 / Datum: 12-04-2021
29
Bijlage 1.
Luchtfoto
30
Bijlage 2.
Toekomstige situatie
31
Bijlage 3.
Gemeentelijke beleidskaart
32
33
Bijlage 4.
Puttenplan
34
Bijlage 5.
Lijst met te verwachten aantallen1
Onderzoek
Verwachting
IVO-P Heerde, Kommerseweg 8
Midden-Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen
Omvang
Verwachte aantal m²
Plangebied: ca. 3100 m2
Ca. 320 m2 aan proefsleuven
Vondstcategorie
Verwachte aantallen (N)
Aardewerk
-
Bouwmateriaal
-
Metaal (ferro)
-
Metaal (non-ferro)
-
Slakmateriaal
-
Vuursteen
-
Overig natuursteen
-
Glas
-
Menselijk botmateriaal onverbrand
-
Menselijk botmateriaal verbrand
-
Dierlijk botmateriaal onverbrand
-
Dierlijk botmateriaal verbrand
-
Visresten (handverzameld)
-
Schelpen
-
Hout
-
Houtskool(monsters)
-
Textiel
-
Leer
-
Submoderne materialen
-
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM)
-
Algemeen zeefmonster (AZM)
-
Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
-
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek
-
Monsters voor micromorfologisch onderzoek
-
Monsters voor luminescentiedatering (OSL)
-
Monsters voor koolstofdatering (C14)
-
DNA
-
Dendrochronologisch monster
-
1
Aantallen zijn niet ingevuld aangezien het onderzoek in eerste instantie een proefsleuvenonderzoek betreft. Bij een proefsleuvenonderzoek hoeven nog geen aantallen op te worden gegeven, aangezien nog onduidelijk is hoeveel vondsten/monsters verwacht kunnen worden. Aantallen voor de eventuele Opgraving kunnen worden ingeschat na de uitvoer van het proefsleuvenonderzoek.
35
Bijlage 6.
Te raadplegen specialisten/specialismen
Vondstcategorie
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”
PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”2
PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”3
Nee
Nee
Bouwmateriaal
Nee Nee
Nee
Nee
Metaal (ferro)
Nee
Nee
Nee
Metaal (non-ferro)
Nee
Nee
Nee
Slakmateriaal
Nee
Nee
Nee
Vuursteen
Nee
Nee
Nee
Overig natuursteen
Nee
Nee
Nee
Glas
Nee
Nee
Nee
Menselijk botmateriaal onverbrand
Nee
Ja
Ja
Menselijk botmateriaal verbrand
Nee
Ja
Ja
Dierlijk botmateriaal onverbrand
Nee
Nee
Nee
Dierlijk botmateriaal verbrand
Nee
Nee
Nee
Visresten
Nee
Nee
Nee
Schelpen
Nee
Nee
Nee
Hout
Nee
Nee
Nee
Houtskool(monsters)
Nee
Nee
Nee
Textiel
Nee
Nee (en bloc lichten)
Nee
Leer
Nee
Nee
Nee
Submoderne materialen Monstername
Nee
Nee
Nee
Algemeen biologisch monster (ABM)
Nee
Nee
Nee
Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering ( 14C)
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
DNA
Nee
Nee
Ja
Dendrochronologisch monster
Nee
Nee
Nee
Aardewerk
2
Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.
3
Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.
36
Bijlage 7.
Deponeren, richtlijnen
37
Wijzigingsblad op de richtlijnen PDB van Gelderland van 2016 Dit wijzigingsblad is opgesteld om het deponeerproces beter af te stemmen op de huidige manier van digitaal deponeren via het landelijke portal Archeodepot.nl. Deze wijziging is meteen van kracht voor alle projecten die nieuw worden aangemeld. De wijziging heeft betrekking op: Aanleveren en in ontvangst nemen onderzoeksdocumentatie 3 De documentatie kan zowel digitaal als analoog worden aangeleverd. Analoge aanlevering is vooralsnog verplicht voor: het goedgekeurd selectieverslag het standaardrapport van het onderzoek, en daarnaast indien van toepassing: de verslagen van alle uitgevoerde materiaalstudies en -determinaties Dit wordt vervangen door: Aanleveren en in ontvangst nemen onderzoeksdocumentatie 3 De documentatie kan zowel digitaal als analoog worden aangeleverd. Digitale aanlevering heeft de voorkeur. De digitale aanlevering moet voldoen aan de eisen en de richtlijnen van het e-depot DANS EASY. Wanneer het standaardrapport als analoog boek wordt uitgegeven, zou het PDB het zeer op prijs stellen een exemplaar voor de bibliotheek te ontvangen.
Museum Het Valkhof, Nijmegen/maart 2020
Richtlijnen voor de deponering van vondsten in het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland Het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten (PDB) van Gelderland is ondergebracht in het Gelders Archeologisch Centrum G.M. Kam, onderdeel van Museum Het Valkhof te Nijmegen, dat verantwoordelijk is voor het beheer van het PDB. Algemene voorwaarden 1 Het PDB Gelderland accepteert alleen projectdocumentatie en vondst-/monstermateriaal, dat uitgewerkt en beschreven is en waarvan een standaardrapport opgemaakt is, tenzij schriftelijk anders overeengekomen met het PDB Gelderland. 2
Het PDB Gelderland accepteert alleen projectdocumentatie en vondst-/monstermateriaal, dat voldoet aan de in dit document beschreven eisen, tenzij schriftelijk anders overeengekomen met het PDB Gelderland.
3
Het PDB Gelderland behoudt zich het recht voor een overdracht van projectdocumentatie en vondst-/monstermateriaal te weigeren, indien deze niet voldoen aan de richtlijnen van de KNA en aan de eisen, die in dit document gesteld zijn.
Overdracht Een overdracht bestaat uit de volgende onderdelen: - de complete originele analoge en digitale projectdocumentatie - de beschrijving van deze documentatie in analoge of digitale vorm, of, bij projecten na 1 oktober 2011, de gestandaardiseerde beschrijving van deze documentatie conform Pakbon OS17 in analoge of digitale vorm. Nota bene: Bij het opsturen van een digitale pakbon dient gebruik gemaakt te worden van het digitale uitwisselformaat SIKB0102. - alle voor deponering geselecteerde vondsten en monsters De deponering bestaat uit twee deelprocessen: - aanleveren en in ontvangst nemen documentatie - aanleveren en in ontvangst nemen van vondsten en monsters Na afronding van elk deelproces wordt een overdrachtsverklaring aan de aanleverende partij uitgereikt.
Aanleveren en in ontvangst nemen onderzoeksdocumentatie 1 De aanleverende instelling draagt de complete originele analoge en digitale projectdocumentatie behorende bij de aan te leveren vondsten en monsters aan het PDB over. 2
De documentatie moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in het PvE van het betreffende onderzoek en aan de vigerende KNA-versie ten tijde van het onderzoek.
3
De documentatie kan zowel digitaal als analoog worden aangeleverd. Analoge
aanlevering is vooralsnog verplicht voor: het goedgekeurd selectieverslag het standaardrapport van het onderzoek, en daarnaast indien van toepassing: de verslagen van alle uitgevoerde materiaalstudies en -determinaties 4
Van de digitale projectdata ontvangt het PDB een complete dataset.
Verpakking onderzoeksdocumentatie Dossiers 1 De analoge projectdocumentatie wordt genummerd en geordend aangeleverd. 2
De dossiers bevatten geen ordners, nietjes, paperclips, ander ijzerwerk, gele memobriefjes of plastic mapjes.
3
Alle dossiers, losse stukken, registers, delen en banden, zijn verpakt in archiefdozen van zuurvrij karton.
4
In de archiefdozen zijn de dossiers per project gewikkeld in zuurvrije omslagen of dossiermappen; ruim gevulde omslagen en dossiermappen zijn voorzien van een sluitlint met de strik aan de bovenzijde.
5
Archiefdozen zijn van het standaardformaat folio.
6
Op de voorkant van elke archiefdoos is een sticker aangebracht met daarop het archiefdoosnummer en een inhoudsopgave.
7
De dozen en dossiers zijn vrij van vuil, stof, schimmel en ongedierte.
Tekeningen 1 Analoge tekeningen worden genummerd en geordend aangeleverd op tekeningfolie of calque, formaat maximaal A0. 2
Tekeningen groter dan A3 formaat zijn voorzien van een geperforeerde rand voor opslag in tekeningenhangkasten (standaardformaat).
3
Tekeningen van A3-formaat en kleiner worden in passende zuurvrije archiefdozen aangeleverd.
Foto’s en dia’s 1 Analoge foto’s en dia’s worden genummerd en geordend aangeleverd in fotoboeken en diacassettes. 2
Op de verpakking is een sticker aangebracht met daarop het verpakkingsnummer en een aanduiding van de inhoud.
Digitale documentatie 1 De digitale gegevens worden aangeleverd op CD-ROM, DVD of USB-stick.
Aanleveren en in ontvangst nemen van vondsten en monsters Pas als de aangeleverde documentatie gecontroleerd en voor compleet bevonden is, wordt
een afspraak gemaakt over de aanlevering van het vondstmateriaal en de monsters. Aanleveringen in welke vorm dan ook, die tevoren niet zijn aangemeld, worden geweigerd. Aanlevering vondsten en monsters 1 Vondsten en monsters worden altijd compleet overgedragen. 2
Vondsten en monsters worden aangeleverd nadat selectie heeft plaatsgevonden en nadat voor verwijdering geselecteerd materiaal is afgestoten (conform selectierapport). Nota bene: Het selectierapport moet door de depotbeheerder voorafgaand aan de deponering goedgekeurd zijn.
3
De vondsten zijn gewassen, gedroogd, geconserveerd, geordend, uitgesplitst en verpakt per vondstnummer en per bewaarcategorie
4
Vondsten en monsters worden droog en schoon aangeleverd, vrij van schimmel en ongedierte.
5
Vondsten en monsters worden dusdanig geconserveerd aangeleverd, dat de conditie zo stabiel mogelijk blijft.
6
Kwetsbare vondsten worden gescheiden en gebufferd in de dozen aangeleverd.
7
De monsters zijn verwerkt (gezeefd/geflotteerd en gedroogd), geordend, uitgesplitst en verpakt per vondstnummer en per bewaarcategorie (zie toelichting bewaarcondities).
8
Niet uitgewerkte monsters worden alleen in uitzonderlijke gevallen geaccepteerd mits vooraf met de depothouder afgesproken.
9
De aanleverende instantie draagt zorg voor de aanwezigheid van voldoende menskracht voor het lossen en opslaan van de dozen met vondsten.
Verpakkingsmateriaal 1 Vondsten en monsters zijn verpakt in dozen met de standaardmaten van 50 x 50 x 18 cm of 50 x 25 x 18 cm. 2
Dozen 50 x 50 x 18 cm mogen niet zwaarder zijn dan 15 kg; dozen 50 x 25 x 18 cm niet zwaarder dan 10 kg.
3
Over de aanlevering van objecten die zwaarder zijn dan 15 kg en/of niet passen in een van de doosformaten, wordt vooraf overleg gepleegd met het PDB.
4
De dozen mogen niet overmatig gevuld worden en alle fragiele objecten moeten adequaat beschermd worden tegen schokken met inert schuim of zuurvrij beschermpapier
5
De dozen zijn vrij van vuil, stof, schimmel en ongedierte.
6
Op de dozen staat minimaal de volgende informatie: - OM-nummer; - een uniek doosnummer; - locatie: naam opgraving/toponiem, jaar vondst/opgraving;
- bewaarconditie kleurcode (zie toelichting bewaarcondities); - aanduiding “breekbaar” of “behandeld met schadelijke stoffen” en de naam van de stof. 7
In de dozen zijn de vondsten en monsters per nummer of per individuele vondst verpakt in standaard polyethyleen zakken met daarin een vondstkaartje.
8
De vondsten en monsters zijn minimaal voorzien van een compleet ingevuld waterbestendig vondstkaartje van zuurvrij materiaal beschreven of bedrukt met watervaste, lichtechte inkt. Op het kaartje staat minimaal de volgende informatie: - een binnen de opgraving uniek vondstnummer (Dit nummer staat voorgedrukt in barcode en in cijfers.) - identificatie van locatie/vindplaats - context (spoor en/of vlak) - identificatie van vondst-/monstercategorie - identificatie van vondst/monster - verzamelwijze - datum
Museum Het Valkhof, Nijmegen/juli 2016
Toelichting: bewaarcondities In het depot worden de vondsten in drie categorieën gescheiden en opgeslagen, al naar gelang de condities waaronder ze het best bewaard kunnen blijven. 1
Minimale bewaarcondities (kleurcode: GROEN) Materiaalgroepen die geen bijzondere bewaarcondities vereisen: o.a. glas, keramiek, bot, houtskool, steen en kunststof
2
'Vochtige' bewaarcondities (kleurcode: BLAUW) Materiaalgroepen waarvoor een relatief hoge luchtvochtigheid is vereist o.a. leder, hout, textiel, touw, bewerkt been/bot, gewei, barnsteen, git.
3
'Droge' bewaarcondities (kleurcode: ROOD) Materiaalgroepen waarvoor een relatief lage luchtvochtigheid is vereist: o.a. metalen, slak