CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2. Voorjaarsnota 2022 en perspectiefnota 2023-2026.pdf

Raad 4 juli 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Voorjaarsnota 2022 en perspectiefnota 2023-20268.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................4 Inleiding .............................................................................................................5 Meerjarenperspectief ..........................................................................................6 Onzekerheden ....................................................................................................7 Visie en koers college .........................................................................................9 1. Bestuur .........................................................................................................11 2. Bedrijfsvoering .............................................................................................13 3. (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen ..................................................15 4.

Sociaal maatschappelijk ...............................................................................17 Overzicht overhead ...........................................................................................20 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................22 Onvoorzien .......................................................................................................23 Financiële kaders ..............................................................................................24

4

Inleiding Aanleiding Leeswijzer Deze Voorjaarsnota 2022/Perspectiefnota 2023-2026 is nieuw van opzet. Er is tegemoetgekomen aan uw wens om te komen tot compactere/beter leesbare P&Cproducten; voor deze nota betekent dit dat er niet meer op productniveau maar op programmaniveau wordt gerapporteerd. Tevens sluit dit hogere verantwoordingsniveau beter aan op de bevoegdheden van uw raad. In dit document zijn de voorjaarsnota en perspectiefnota volledig geïntegreerd. De bijen aframingen 2022 hebben allemaal betrekking op de voorjaarsnota; de bij en aframingen voor de jaren 2023-2026 hebben betrekking op de perspectiefnota. Bij de diverse onderdelen worden deze mutaties naast elkaar in tabelvorm weergegeven. Tevens worden de realisatiecijfers uit 2021 en de budgetten van de primitieve begroting 2022 getoond. Bij het onderdeel 'Meerjarenperspectief' zijn de bijstellingen van de budgetten in categorieën onderverdeeld. Bij de toelichtingen op de budgetbijstellingen bij de diverse onderdelen is het nummer van de desbetreffende categorie aan het eind van de regel tussen haakjes weergegeven. Bij het hoofdstuk 'Onzekerheden' is een uiteenzetting gegeven van de financiële vraagstukken waarover het rijk nog moet besluiten en waar op dit moment nog geen duidelijkheid over bestaat.

Verwacht mag worden dat een deel van deze vraagstukken bij de meicirculaire wordt beantwoord; over een ander deel zal pas in de toekomst duidelijkheid komen. Op dit moment is van al deze onderwerpen nog geen financiële vertaling te maken. In het hoofdstuk 'Visie en koers college' is aangegeven hoe het college omgaat met genoemde onzekerheden en welke koers hiervoor kan worden bepaald. Vervolgens wordt er per programma inzicht gegeven in de mutaties en worden de belangrijkste posten toegelicht. Tenslotte volgt er een uiteenzetting van de 'Financiële kaders'. Een bijgewerkt investeringsplan treft u niet aan in dit document; deze wordt opgenomen in de Programmabegroting 2023-2026. Noot: De bedragen in dit document kunnen tot verwarring leiden. Een positief bedrag betekent een uitgaaf (nadeel); een negatief bedrag is een inkomst (voordeel).

5

Meerjarenperspectief

De basis voor dit meerjarenperspectief zijn de ramingen 2022-2025 zoals die zijn verwerkt in de Programmabegroting 2022-2025. Deze ramingen zijn geactualiseerd op basis van het principe 'realistisch ramen'. Dit houdt in dat alle budgetten opnieuw zijn bekeken en zijn afgezet tegen de laatste inzichten. Het resultaat van bovengenoemde werkwijze is een groot aantal budgetbijstellingen. Deze bijstellingen zijn uitgesplitst in de volgende categorieën: 1. Onvermijdbare en niet beïnvloedbare meerkosten; 2. Meerkosten met 'eigen' dekking; 3. Realistische meerkosten; 4. Meerkosten met karakter 'nieuw beleid' of 'wensen' (overige claims); 5. Meerkosten die zijn te relateren aan de coronacrisis.

6

Onzekerheden

In de Programmabegroting 2022-2025 hadden we aangegeven dat er sprake was van veel onzekerheid. Immers, doordat gemeenten in hoge mate afhankelijk zijn van rijksbeleid en rijksinkomsten (m.n. huishoudelijke ondersteuning en jeugd), leidde de afwezigheid van een nieuw kabinet en diens plannen tot een onzeker en onvolledig financieel beeld voor de komende jaren. Inmiddels is het kabinet er, maar financiële zekerheid nog alleszins. Meerdere bestaande financiële vraagstukken zijn nog altijd niet beantwoord; nieuwe financiële ontwikkelingen dienen zich aan. Bovendien brengen de huidige mondiale ontwikkelingen ook onzekerheid met zich mee. Te denken valt aan het verdere verloop van de coronapandemie, de oorlog in de Oekraïne en de impact die dat heeft op de wereldeconomie. Het is de bedoeling dat de aanstaande meicirculaire ons gaat helpen door meer concrete en financiële duiding te geven. Concreet gaat het dan om de navolgende onzekerheden: Arbitragegelden Jeugd 2023 e.v. Het rijk heeft vooralsnog gemeenten alleen voor 2022 gecompenseerd. Voor Heerde gaat dit om een bedrag van ruim €1 miljoen euro. In de cijfers voor 2022 is dit ook zichtbaar. Echter, nog altijd is onduidelijk of het rijk deze compensatie ook vanaf 2023 doorvoert. De meicirculaire zou zoals gezegd daar het antwoord op moeten geven. Gelet op deze onduidelijkheid hebben wij conform de oproep van de VNG, de zgn.

Hervormingsagenda Jeugd (die gekoppeld is aan de arbitragegelden) terughoudend opgepakt. Opschalingskorting 2026 e.v. Toenmalig minister Plasterk heeft destijds het voorstel gedaan om te komen tot zgn. 100+ gemeenten. Dit wetsvoorstel ging gepaard met een uitname van het gemeentefonds voor gemeenten kleiner dan 100.000 inwoners. Ondertussen is dit wetsvoorstel inhoudelijk allang van tafel, maar dit geldt niet voor de financiële korting van het gemeentefonds. Weliswaar heeft het rijk de korting incidenteel stopgezet voor de jaren 2023-2025, maar de situatie vanaf 2026 is ongewis. Voor Heerde zou het gaan om een bedrag van €635.000,- per jaar. Herverdeling Gemeentefonds Al eerder hebben wij uw raad bericht dat er een herverdeling van het gemeentefonds wordt voorbereid. In de eerste versies van die herverdeling was Heerde een (bescheiden) voordeelgemeente. In de laatste versie zijn wij een nadeelgemeente geworden. Indien en zodra deze herverdeling van het gemeentefonds wordt doorgezet moeten wij vanaf 2024 rekening houden met minder inkomsten: van €141.000,- in 2024 oplopend tot €300.000,- structureel vanaf 2026. Inflatie Landelijk is sinds lange tijd weer sprake van een forse inflatie. Deze prijsstijging heeft gevolgen voor onze meerjarenraming (prijsindex). Momenteel hanteren wij een gemiddelde indexering van 2% per jaar voor lonen, materialen en andere consumptiegoederen.

Wij baseren ons daarbij op de macro economische verkenningen van het Centraal Plan Bureau (CPB). De laatste inflatiecijfers van het CPB zijn aanmerkelijk hoger: ca. 4½-5%. In de meicirculaire wordt aangegeven met welke prijsindexen wij dienen te rekenen en in welke mate die door het rijk worden gecompenseerd (zgn. accres). Deze ontwikkeling was voor ons college aanleiding om voor het kalenderjaar 2022 -voor zover bekend- diverse prijsverhogingen incidenteel door te voeren. Voor 2023 e.v. wachten wij de ontwikkelen af. Accres: startnota nieuw kabinet Via de maartbrief gemeentefonds zijn wij geïnformeerd over de financiële vertaling van

7

de ambities uit de startnota van het nieuwe kabinet. Via het principe ‘trap op, trap af’ hebben die rijksambities een positieve doorwerking naar gemeenten (accressen). Dit gaat jaarlijks om substantiële extra bedragen. De exacte doorvertaling voor onze gemeente van deze positieve ontwikkeling moet straks blijken uit de meicirculaire. Inkomensafhankelijke bijdrage WMO en Jeugd Gemeenten hebben al langere tijd bij het rijk gepleit voor meer speelruimte voor de Wmo en Jeugd. Voor Jeugd heeft deze inzet bijvoorbeeld geleid tot de extra arbitragegelden Jeugd (zie boven). Hetzelfde pleidooi gold –overigens tot dusverre zonder succes- voor de Wmo en dan met name voor de huishoudelijke ondersteuning. In dat verband refereren wij aan het raadsvoorstel d.d. 5 juli 2021 over het beleid huishoudelijke ondersteuning voor de komende jaren. Voor 2022 en 2023 zijn de forse meerkosten (o.a. door het abonnementstarief) gedekt uit de algemene reserve, terwijl de meerkosten vanaf 2024 (ruim €800.000,- per jaar) zijn verwerkt in de jaarlijkse begroting vanuit de verwachting dat het rijk gemeenten extra compensatie zou aanbieden voor de stijgende kosten. Inmiddels is bekend dat het rijk werkt aan een voorstel om gemeenten de mogelijkheid te geven een inkomensafhankelijke bijdrage toe te passen.

Deze mogelijkheid van een inkomensafhankelijke bijdrage geldt dan niet alleen voor de Wmo, maar ook voor Jeugd. Daarmee zouden wij vanaf 2024 inderdaad een instrument in handen krijgen om onze meerkosten bij te sturen. Echter, het rijk is voornemens de invoering van deze inkomensafhankelijke bijdrage te koppelen aan een financiële korting van het gemeentefonds; zowel op Wmo als op Jeugd. Daarmee is sprake van een ‘sigaar uit eigen doos’ en biedt het rijk dus geen enkele oplossing voor de bestaande gemeentelijke tekorten op de Wmo! Mocht deze situatie zo blijven, dan zal uw raad zich binnenkort wederom moeten buigen over verdere beleidsaanpassingen huishoudelijke ondersteuning. Voor wat betreft de invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage, gaan wij er vooralsnog vanuit dat die budgettair neutraal verloopt. Verruiming/vernieuwing eigen gemeentelijk belastinggebied Al langere tijd ligt er de wens te komen tot een ruimer belastinggebied voor gemeenten. Met de wettelijke afschaffing van de precariobelasting op ondergrondse leidingen heeft het kabinet toegezegd hiervan serieus werk te maken. Het nieuwe kabinet pakt die handschoen op en streeft naar een nieuw belastingstelsel voor gemeenten vanaf 2027. Doordat gemeenten dan meer eigen inkomsten (belastingen) kunnen genereren, zijn er minder gelden nodig in het gemeentefonds, aldus de redenering van het rijk.

Het rijk overweegt om die reden de hoogte van het gemeentefonds tot 2027 te bevriezen. De VNG heeft al stevig stelling tegen deze plannen genomen, omdat dit zou betekenen dat gemeenten in 2027 ca. €4 miljard minder uit het gemeentefonds ontvangen (zgn. Ravijnscenario voor elke gemeente).

8

Visie en koers college

Voorgaande opsomming van financiële onzekerheden en ontwikkelingen leidt ertoe dat de impact van de meicirculaire op onze gepresenteerde meerjarenperspectief en ons te voeren financieel beleid fors zal zijn. Desondanks willen wij in deze perspectiefnota een financiële koers uiteenzetten en aan u voorleggen. Opnieuw kiezen voor behoedzaamheid? Vorig jaar heeft ons college bewust gekozen voor terughoudendheid en voor een uiterst behoedzaam financieel scenario. Het vertroebelende financieel meerjarenperspectief en onze behoefte om een gezonde financiële huishouding te voeren, waren aanleiding voor ons standpunt. Dit leidde ertoe dat we geen onomkeerbare besluiten wilden nemen ten aanzien van beleidswensen met langlopende verplichtingen (bijv. IHP en Hof van Cramer). Pas als er aan de financiële onzekerheden (door het rijk) tegemoet zou worden gekomen, zou er budgettaire ruimte ontstaan voor het bekostigen van dergelijke gemeentelijke ambities. Inmiddels zijn we een jaar verder en moeten we opnieuw constateren dat de gewenste duidelijkheid en zekerheid wederom niet aanwezig is. Mogelijk is dat na ontvangst van de meicirculaire anders, maar op dit moment is die onduidelijkheid een gegeven. Deze constatering roept ook de vraag op wanneer die gewenste duidelijkheid er wel is.

En hoe lang we dan moeten wachten? Ons college is van mening dat we niet eindeloos (jaar in, jaar uit) kunnen afwachten totdat alle onzekerheden zijn opgelost. We willen dan ook een stap naar voren zetten om te voorkomen dat we het risico lopen dat lokaal niets gebeurd, omdat we in afwachting zijn van. Op zo’n houding zitten onze inwoners niet te wachten. Wij voelen ons in een minder terughoudend financieel beleid gesteund en gesterkt door het Berenschot-onderzoek. Zoals u bekend heeft bureau Berenschot vorig jaar een onderzoek uitgevoerd naar de toekomstbestendigheid van onze gemeente. Zij heeft een inhoudelijke second opinion op het gevoerde beleid gedaan, een financiële analyse uitgevoerd alsook een benchmark op onze apparaatskosten. Resumerend kwam onze gemeente goed uit het onderzoek. Zo is onze gemeente goed in staat geweest om inhoudelijke uitdagingen het hoofd te bieden en verhouden onze apparaatskosten zich nagenoeg met vergelijkbare gemeenten (benchmark). Daarnaast bleek uit de financiële analyse dat ons gevoerde financieel beleid de afgelopen jaren solide en in control was. Wel werd opgemerkt dat we voor toekomst rekening moeten houden met een substantiële financiële opgave veroorzaakt door ontoereikende rijksmiddelen in het sociaal domein. Deze financiële analyse sluit naadloos aan bij de gepresenteerde meerjarenramingen in deze Perspectiefnota.

Nieuwe strategische koers Uit het gepresenteerde meerjarenperspectief blijkt dat op basis van het ‘realistisch ramen’ (categorie 1 t/m 3) sprake is van een jaarlijks oplopend tekort: €550.000,(2023) tot €1.696.000,- (2026). Deze tekorten hebben twee belangrijke oorzaken: 1) niet door rijk vergoede meerkosten huishoudelijke ondersteuning vanaf 2024 van ruim €800.000,- per jaar; en 2) nog niet ontvangen en niet berekende arbitragegelden Jeugd vanaf 2023 van ruim €1 miljoen per jaar. Deze gepresenteerde cijfers zijn nog exclusief de effecten van de meicirculaire. Ons college is evenwel positief over de effecten van de meicirculaire. De verwachtingen zijn namelijk reëel dat het accres vanwege de doorwerking van de startnota van het nieuwe kabinet leidt tot substantiële extra inkomsten vanaf 2023 (gebaseerd op informatie uit maartbrief). Ook de in de Eerste Kamer terzake aangenomen motie, geeft ons het vertrouwen dat het wel goed komt met het structureel maken van de arbitragegelden Jeugd. Om die reden hebben wij deze gelden in het meerjarenperspectief alvast in de ramingen verwerkt (in rood). Desondanks is dan het tekort van het 'realistisch ramen' 9

nog niet voor alle jaarschijven opgelost. Voor die jaren zijn wij bereid om voor het resterend tekort van het 'realistisch ramen' een jaarlijkse stelpost 'nog te ontvangen rijksmiddelen' op te nemen, in de veronderstelling dat die rijksmiddelen daadwerkelijk in de meicirculaire ontvangen worden. Mochten die rijksmiddelen onverhoopt toch niet binnenkomen, dan hebben we het tekort aan rijksmiddelen zichtbaar gemaakt in onze meerjarenbegroting en gaan we daarmee het gesprek aan met onze financieel toezichthouder (provincie). Ten aanzien van de eigen beleidswensen (categorie 4) gaat die redenering niet op. Immers, dit betreffen eigen lokale keuzes (o.a. Hof van Cramer), die geen koppeling met rijksmiddelen hebben. Mocht uit de meicirculaire onvoldoende extra middelen overblijven voor deze categorie, dan is ons uitgangspunt dat deze beleidswensen alleen via het principe van ‘oud voor nieuw’ gehonoreerd kunnen worden. Oftewel: als er geen vrij besteedbare gelden zijn, moet er eerst via beleidsombuigingen financiële middelen ter dekking gevonden worden alvorens tot toekenning van die wensen kan worden overgegaan. Door dit uitgangspunt wordt zowel het nieuwe college (die de uiteindelijke Programmabegroting 2023-2026 opstelt en aan uw raad aanbiedt) als uw raad in de gelegenheid gesteld de omvang en samenstelling van dit wensenmandje te bepalen.

10

1. Bestuur Toelichting op programma Bestuur Dit programma gaat over het besturen van de gemeente en de veiligheid van de inwoners. De raad en het college, bestuurlijke samenwerking, communicatie en rechtsbescherming van inwoners maar ook over openbare orde en veiligheid, de lokale regels in de Algemene Plaatselijke Verordening, de lokale uitvoering van de drank- en horecawet en handhaving, vallen onder dit programma. Ook komt in dit programma inclusief denken aan de orde, om het inclusieve gemeentebrede karakter hiervan te benadrukken.

Wat mag het kosten? Exploitatie Realisatie 2021 Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en aframen 2023

Bij en aframen 2024

Bij en aframen 2025

Lasten Bestuur

2.652.161

1.443.702

931.152

156.193

77.620

78.370

Veiligheid

1.734.460

1.810.674

48.872

9.000

17.420

20.560

79.130 23.820

Totaal Lasten

4.386.621

3.254.376

980.024

165.193

95.040

98.930

102.950

Baten Bestuur

-878.172

-190

-1.000

0

0

0

0

Veiligheid

-122.250

-22.110

-75.419

0

0

0

0

Totaal Baten

-1.000.422

-22.300

-76.419

0

0

0

0

Resultaat

3.386.199

3.232.076

903.605

165.193

95.040

98.930

102.950

Financiële toelichting programma Bestuur Lasten Voor het programma Bestuur wordt voor 2022 €165.000,- bijgeraamd; voor de jaren erna wordt er €95.000,- oplopend tot €103.000,- extra budget gevraagd. De belangrijkste budgetbijstellingen zijn hieronder toegelicht. Introductie nieuwe gemeenteraad In verband met de wisseling van de gemeenteraad na de gemeenteraadsverkiezingen wordt er voor 2022 €6.000,- bijgeraamd voor een inwerkprogramma, training en scholing (3). Voorziening (ex) bestuurders Voor de jaren 2023 e.v. kan de storting naar de voorziening voor bestuurders met €50.000 worden verlaagd. Als gevolg van de stijgende rente hoeft er jaarlijks minder aan de voorziening te worden toegevoegd om deze op het gewenste niveau te houden (3). Extra Corona middelen In 2022 is van het rijk nog een bedrag van €73.000,- aan Corona middelen ontvangen. (pakket 5). Dit bedrag is doorgestort naar de reserve Corona (5). Bestuurlijke samenwerking Als gevolg van de toenemende kosten voor bestuurlijke samenwerking is deze post voor 2023 e.v. jaarlijks met €50.000,- verhoogd (4). Het budget voor de samenwerking met de regio Zwolle (structureel €77.000,-) is van Economische Zaken naar dit programma overgeheveld (2). VNOG en ondermijning Het budget voor de VNOG is conform de ramingen in het ontwerpmeerjarenprogramma

11

2023-2026 met €8.000,- oplopend tot €17.000,- verhoogd (1). Tenslotte is er structureel €9.000,- bijgeraamd voor een coördinator ondermijning (3). Baten De inkomsten zijn voor dit programma niet bijgesteld voor 2022 en de komende jaren.

12

2. Bedrijfsvoering Toelichting op programma Bedrijfsvoering De gemeente is een betrouwbare rentmeester van de publieke middelen. Uitgangspunt is dat de exploitatie op orde is om jaarlijks te kunnen voldoen aan de voorwaarde van een sluitende begroting. Naast financiën en de financiële uitvoering van het Grondbeleid, vallen onder dit programma de gemeentelijke organisatie, de accommodaties voor gemeentebestuur en ambtelijke organisatie, burgerzaken, het streekarchivariaat, basisregistraties, informatisering en automatisering en elektronische dienstverlening.

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en aframen 2023

Bij en aframen 2024

Bij en aframen 2025

Lasten Financien

1.109.913

1.420.313

25.000

-1.431.491

-886.979

-100.584

-119.632

Uitvoering Grondbeleid

573.168

65.266

0

0

0

0

0

Burgerzaken

421.023

431.742

85.708

0

0

0

0

Basisregistratie

64.310

56.320

4.052

0

0

0

0

Streekarchivariaat

56.295

89.254

10.359

0

30.000

67.000

67.000

2.224.709

2.062.895

125.118

-1.431.491

-856.979

-33.584

-52.632

Totaal Lasten Baten Financien

-483.500

-65.948

0

0

0

0

0

Uitvoering Grondbeleid

-630.370

-303.247

0

0

0

0

0

Burgerzaken

-213.232

-233.740

-37.537

0

0

0

0

Totaal Baten

-1.327.102

-602.935

-37.537

0

0

0

0

897.607

1.459.960

87.581

-1.431.491

-856.979

-33.584

-52.632

Resultaat

Financiële toelichting programma Bedrijfsvoering Lasten De uitgaven van het programma Bedrijfsvoering kent een forse aframing van €1.431.000,- voor 2022 aflopend naar €53.000,- in 2025. De volgende mutaties zijn de oorzaak van deze bijstelling. Begrotingssaldi vorige meerjarenraming De positieve begrotingssaldi zijn op deze post teruggeboekt zodat voor de jaren 20222025 de nieuwe saldi kunnen worden bepaald. Voor 2022 is dit een bijstelling van €1.431.000,-; voor de jaren 2023-2025 respectievelijk €887.000,-; €101.000,- en €120.000,- (3). Streekarchivariaat Voor 2023 wordt er extra budget van €30.000,- gevraagd voor het financieren van het project Toekomst Streekarchief EHH en aansluiting op het e-depot. Het betreft kosten voor inhuur en begeleiding van het traject, migratie website en collectiebeheerssysteem en eventueel extern juridisch advies (1). Met ingang van 2024 zal een structurele verhoging van het budget worden opgenomen in verband met het aansluiten op een bestaand e-depot en daaruit voortvloeiende dienstverlening. De kosten zijn op dit moment nog niet bekend. De gemeente oriënteert zich momenteel over de toekomst van het streekarchief en de aansluiting op het SNWV. Hierbij kan worden voldaan aan de eisen om digitale archieven/informatie toegankelijk te maken en te houden. Daarnaast is het budget nodig voor het goed toegankelijk houden

13

en preserveren van te bewaren archieven. Met als doel het ondersteunen van de cultuurhistorische geschiedenis van de gemeente en haar omgeving. Ook kan de gemeente haar bedrijfsvoering dan verantwoorden. In het budget wordt ook een bedrag opgenomen voor het in stand houden van het huidige Streekarchief EHH (4). Baten De inkomsten zijn voor dit programma niet bijgesteld voor 2022 en de komende jaren.

14

3. (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen Toelichting op programma (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen Dit programma gaat over duurzaamheid, het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en het bos, ruimtelijke ontwikkelingen, economie, recreatie en toerisme en bouwen en wonen. Onder dit programma valt ook het opstellen van de Omgevingsvisie, een instrument in het kader van de nog vast te stellen Omgevingswet. Met het toepassing van uitnodigingsplanologie hebben we ons al voorbereid op deze wet. Onze rol bij ruimtelijke vraagstukken is daarmee veranderd. De Omgevingsvisie maken we samen.

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021 Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en aframen 2023

Bij en aframen 2024

Bij en aframen 2025

Lasten Duurzaamheid

311.926

180.255

78.058

0

0

0

0

Economie

299.948

377.757

197.969

-66.880

-77.620

-78.370

-79.130

Toerisme

440.794

451.365

203.575

0

0

0

0

Bouwen & Wonen

1.320.494

1.047.356

82.989

0

9.504

13.445

20.286

411.980

552.036

94.026

0

0

0

0

Ruimtelijke ontwikkeling Accommodaties Beheer & Onderhoud Bosbeheer

532.786

301.351

62.428

15.000

0

0

0

7.836.236

8.075.821

1.511.260

183.000

3.000

3.000

3.000

94.582

106.351

41.685

5.000

0

0

0

11.248.746

11.092.292

2.271.990

136.120

-65.116

-61.925

-55.844

-128.605

0

-95.724

0

0

0

0

Economie

-11.066

-23.870

-7.376

0

0

0

0

Toerisme

-96.979

-21.587

-5.343

0

0

0

0

Bouwen & Wonen

-810.177

-610.822

-348.918

0

0

0

0

-86.067

-111.550

-18.774

0

0

0

0

Totaal Lasten Baten Duurzaamheid

Ruimtelijke ontwikkeling Accommodaties Beheer & Onderhoud

-811.909

-108.862

-15.786

-45.000

0

0

0

-4.900.558

-4.547.999

-3.656.311

0

225

225

225

Bosbeheer

-170.540

-157.078

-58.865

0

0

0

0

Totaal Baten

-7.015.900

-5.581.768

-4.207.098

-45.000

225

225

225

Resultaat

4.232.846

5.510.524

-1.935.107

91.120

-64.891

-61.700

-55.619

Financiële toelichting op programma (Openbare)ruimte, ondernemen en wonen Lasten Bij het programma Openbare ruimte, ondernemen en wonen wordt voorgesteld om de uitgaven voor 2022 met €136.000,- naar boven bij te stellen; de jaren erna zijn de kosten €65.000,- aflopend naar €56.000,- lager. Hieronder zijn deze mutaties toegelicht. Onderhoud Carillon en Villa Jacoba Voor het vervangen van de mechanische aansturing van het Carillon en de computer met

15

tijdsynchronisatie en overspanningsbeveiliging is €10.000,- nodig. Het vervangen van de CV-ketel bij Villa Jacoba kost €5.000,-. Beide posten worden gedekt door een onttrekking uit de reserve gebouwen (2). Bijdrage regio Zwolle Het budget voor de samenwerking met de regio Zwolle (structureel €77.000,-) is naar het programma Bestuur overgeheveld (2). Bijdrage Omgevingsdienst Conform de Meerjarenraming 2023-2026 van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) moet de gemeentelijke bijdrage hiervoor met €10.000,- (2023) oplopend tot €27.000,(2026) worden verhoogd (1). Energie en asfalt Als gevolg van de forste stijging voor gas en elektra moet hier voor 2022 €18.000,worden bijgeraamd; voor de jaren erna is nog onduidelijk hoe deze energiekosten zich gaan ontwikkelen. Door de explosieve stijging van de asfaltprijzen is er €120.000,- extra nodig om de Groteweg (traject Zwolseweg - Groot-Stokkert) aan te passen naar een 60KM zone (3). Onkruidbestrijding Vorige jaar zijn er veel klachten binnengekomen over het toegenomen onkruid op en langs wegen, voetpaden en in plantsoenen (3). Voor 2022 wordt daarom eenmalig €35.000,- bijgeraamd voor onkruidbestrijding; t.z.t. wordt bekeken of dit een structureel karakter moet krijgen (3). Stormschade Door de stormen van februari zijn er veel bomen omgewaaid/gekapt. Voor de vervanging van deze bomen is éénmalig €25.000,- nodig (3).

Baten Bij dit programma is een niet meer bestaande pachtinkomst afgeraamd (3).

16

4. Sociaal maatschappelijk Toelichting op programma Sociaal Maatschappelijk Het programma Sociaal Maatschappelijk gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt en heeft primair betrekking op zorg, welzijn, arbeid, onderwijs, volksgezondheid en vrijetijdsbesteding zoals sport en kunst en cultuur. Het gaat om mensen en de wijze waarop zij in staat zijn om deel te nemen aan de samenleving en invulling geven aan hun eigen verantwoordelijkheid.

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en aframen 2023

Bij en aframen 2024

Bij en aframen 2025

Lasten Participatie & Werk

2.617.406

2.543.594

2.170.806

68.412

65.449

65.441

-31.384

Inkomen

4.405.659

3.625.904

1.545.354

340.889

367.666

414.260

461.648

Wmo maatwerkvoorzieningen

2.643.949

2.540.532

938.271

103.564

-35.740

-35.740

-35.740

Wmo algemene voorzieningen

3.473.061

3.603.604

1.534.890

91.667

91.184

88.977

86.519

STIP

2.071.227

1.966.491

645.691

228.700

145.000

125.000

125.000

Onderwijs & Educatie

492.433

352.581

8.509

0

0

0

0

Onderwijshuisvestig

1.255.006

621.890

758.419

37.688

10.000

10.000

383.200

Kunst Cultuur & Media

703.183

752.933

632.163

-23.600

6.120

6.240

6.370

Sport

329.861

242.573

277.604

-10.000

-5.000

-4.900

-4.800

Accommodaties SMV

1.110.699

1.572.362

328.573

20.000

0

0

186.000

Informatie en toegang sociaal domein

519.973

247.240

18.815

288.708

288.708

288.708

288.708

Jeugdhulp individuele voorzieningen

5.042.498

4.816.849

1.659.498 -625.782 -540.864 -453.170 -473.108

979.107

995.942

379.569 -101.018 -113.564 -113.564 -113.564

25.644.062

23.882.495

10.898.163

419.228

278.959

391.252

-3.154.803

-2.800.514

-1.349.623

7.946

-18.831

-65.425 -112.813

Wmo maatwerkvoorzieningen

-528.009

-98.330

-60.038

-60.000

-60.000

-60.000

-60.000

Wmo algemene voorzieningen

-649.966

-586.794

-3.287

-65.329

-65.329

-65.329

-65.329

Jeugdhulp overige voorzieningen Totaal Lasten

878.849

Baten Inkomen

STIP

-79.139

-4.060

0

-70.000

-70.000

-70.000

-70.000

Onderwijs & Educatie

-396.858

-297.424

-191.883

0

0

0

0

Onderwijshuisvestig

-629.610

-36.180

0

-27.688

0

0

0

Kunst Cultuur & Media

-44.100

-53.200

-14.908

-14.100

0

0

0

Sport

-176.255

-95.042

-26.747

0

0

0

0

Accommodaties SMV

-521.404

-672.902

-221.517

0

0

0

0

Jeugdhulp individuele voorzieningen

-4.057

0

0

0

0

0

0

-86.242

0

-154

0

0

0

0

Jeugdhulp overige voorzieningen Totaal Baten

-6.270.443

-4.644.446

-1.868.156 -229.171 -214.160 -260.754 -308.142

Resultaat

19.373.619

19.238.049

9.030.007

190.057

64.799

130.498

570.707

17

Financiële toelichting op programma Sociaal maatschappelijk Lasten Voor het programma Sociaal maatschappelijk wordt voor 2022 €419.000,- meer geraamd aan de uitgavenkant. Voor de jaren erna is de bijstelling respectievelijk €279.000,-; €391.000,- en €879.000,-. Hieronder is een toelichting op deze belangrijkste bijstellingen gegeven. Mutaties gebouwen Voor De Rhijnsberg, De Faberhal en De Noordgouw moet voor 2022 extra onderhoud worden uitgevoerd; hiervoor is €48.000,- nodig. Deze kosten kunnen worden gedekt uit de reserve gebouwen (2). Daarnaast zijn vanaf 2025 de structurele kapitaallasten in de begroting opgenomen voor de renovatie van De Noordgouw (€289.000,-) (3), de mogelijke nieuwbouw van IKC De Lichtbron (€85.000,-) (4) en de mogelijke realisatie van de MFA Hof van Cramer (€186.000,-) (4). Zorg in natura jeugd Het budget voor de zorg in natura jeugd (ZIN) kan als gevolg van het gewijzigde woonplaatsbeginsel naar beneden worden bijgesteld. Voor 2022 is dit een aframing van €576.000,- aflopend tot €443.000,- in 2026. De rijksbijdrage jeugd is structureel met €1.332.000,- verlaagd (zie ook de toelichting bij de baten); per saldo een fors tekort welke naar alle waarschijnlijkheid wordt opgevangen door de structurele compensatie van de arbitragegelden (€1.175.000,-) (3).

2e jongerenwerker Conform collegeadvies van 2 november 2021 is er met ingang van 2022 €70.000,geraamd voor een 2e jongerenwerker. De kosten hiervan worden gedekt uit de reserve sociaal domein (2). Bijstandsverlening De kosten voor de bijstandsverlening zijn gelijkgesteld aan de inkomsten die vanuit de BUIG worden ontvangen. Bij de bezuinigingsronde van 2019 is deze post per abuis afgeraamd; dit is hierbij gecorrigeerd. Per saldo betekent deze bijstelling een extra structurele last voor de begroting van €327.000,- (3). Rolstoelen en woonvoorzieningen Voor 2022 wordt er eenmalig €180.000,- voor woonvoorzieningen bijgeraamd omdat er dit jaar enkele grote woningaanpassingen plaatsvinden die niet kunnen worden gedekt uit het huidige beschikbare budget. Voor de jaren erna is deze post structureel met €40.000,- verhoogd (3). De kosten voor rolstoelen zijn eveneens verhoogd op basis van de realisatiecijfers van de afgelopen jaren; hiervoor is structureel €20.000,- bijgeraamd (3). Inburgering Voor inburgering wordt structureel €128.000,- bijgeraamd. Deze bijstellingen, die voortkomen uit de Nieuwe wet Inburgering, worden volledig door het rijk vergoed en verlopen dus budgetneutraal voor de begroting (2). Mantelzorgcompliment en anti discriminatievoorziening De jaarlijkse aanvragen voor het mantelzorgcompliment zijn tweemaal zo hoog als was ingeschat.

Wanneer het huidige beleid wordt gecontinueerd dan moet deze post structureel met €10.000,- worden verhoogd (4). Voor de anti discriminatievoorziening wordt €8.000,- bijgeraamd. Ook deze bijstelling verloopt budgetneutraal omdat hiervoor een rijksbijdrage ontvangen (2). Baten De inkomsten moeten bij dit programma met €229.000,- oplopend naar €308.000,naar boven worden bijgesteld. BUIG-uitkering De BUIG-uitkering is gelijkgesteld aan de verwachte uitkeringen voor de komende jaren.

18

voor 2022 betekent dit nog een nadeel van €8.000,-, de jaren erop zijn de inkomsten hoger oplopend tot €113.000,- in het jaar 2025 (2). Inburgering Voor inburgering wordt €128.000,- extra van het rijk ontvangen. Hiervan loopt €65.000,via dit programma (SPUK), het restant is bij het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen meegenomen (2). Onttrekkingen reserve sociaal domein en reserve gebouwen Zoals al bij de uitgavenkant is aangegeven worden de jaarlijkse kosten van een 2e jongerenwerker (€70.000,-) gedekt uit de reserve sociaal domein (2). Het resterende bedrag voor het vervangen van de dakbedekking bij De Noordgouw ad. €27.000,- wordt uit de reserve gebouwen betaald (2).

19

Overzicht overhead Toelichting op product Overhead Wat mag het kosten? Exploitatie Realisatie 2021 Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en aframen 2023

Bij en aframen 2024

Bij en aframen 2025

Lasten Overhead

22.191.870

22.268.853

8.319.444

1.266.944

354.515

376.965

410.546

Totaal Lasten

22.191.870

22.268.853

8.319.444

1.266.944

354.515

376.965

410.546

Overhead

-14.853.657

-14.658.328

-3.456.051

0

0

0

0

Totaal Baten

-14.853.657

-14.658.328

-3.456.051

0

0

0

0

7.338.213

7.610.525

4.863.394

1.266.944

354.515

376.965

410.546

Baten

Resultaat

Financiële toelichting op onderdeel Overhead Lasten Voorgesteld wordt om de uitgaven voor het onderdeel Overhead voor 2022 met €1.267.000,- te verhogen. De verhoging voor de jaren erna is €355.000,- (2023) oplopend naar €411.000,- (2025). De belangrijkste wijzigingen zijn hieronder toegelicht. Onderhoud gemeentewerf Bij de gemeentewerf moet dit jaar extra onderhoud worden uitgevoerd. De klimaatinstallatieregeling moet worden vervangen en de rabatdelen worden opnieuw geschilderd. De kosten hiervoor bedragen €10.000,- en kunnen worden gedekt door een onttrekking uit de reserve gebouwen (2). Extra formatie In aansluiting op de opgestelde communicatievisie en inwonerparticipatie wordt voorgesteld om de formatie voor dit vakgebied uit te breiden. Voor 2022 betekent dit een toename van €50.000,- (resterende jaar); voor de jaren erna is dit een structurele verhoging van €100.000,- (4). Invoering Wet Open Overheid Voor de invoering van de Wet Open Overheid moet een programma worden opgesteld voor de implementatie van deze wetgeving. De structurele kosten bestaan uit softwarekosten en extra ureninzet bij de functionarissen op sleutelposities van waaruit publicatie plaatsvindt. De kosten worden ingeschat op €97.000,- voor 2022 oplopend tot €139.000,- voor 2025. Deze kosten worden volledig door het rijk vergoed (2).

Werving & selectie Door de krapte op de arbeidsmarkt is het lastiger geworden om goed gekwalificeerd personeel te krijgen. Hierdoor worden er vaker werving- en selectiebureaus ingezet om vacatures in te vullen. De verwachting is dat hierdoor dit jaar €10.000,- meer wordt uitgegeven (3). ICT Conform de Kadernota 2023-2026 van de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O moet de gemeentelijke bijdrage hiervoor met €56.000,- (2023) oplopend tot €78.000,- (2026) worden verhoogd (1). De bijdrage voor het onderdeel O&I moet eveneens naar boven worden bijgesteld; voor 2023 met een bedrag van €93.000,- oplopend tot €117.000,voor 2026 (1).

20

Zaakgericht werken De kosten voor het project 'Zaakgericht werken' worden voor het deel van de gemeente Heerde op €1.100.000,- ingeschat. Voorgesteld wordt om dit bedrag in 2022 te reserveren. Wanneer het project de komende jaren wordt geïmplementeerd dan kunnen de kosten hiervan uit deze reservering worden betaald (4). Baten De inkomsten zijn voor dit onderdeel niet bijgesteld voor 2022 en de komende jaren.

21

Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn vrij besteedbare inkomsten zonder vooraf bepaald bestedingsdoel. Conform de nieuwe richtlijnen worden deze budgetten nu onder een separaat hoofdstuk opgenomen (voorheen programma 2 Financiën, Economie en grote projecten). De inkomsten die tot dit onderdeel behoren zijn de Algemene Uitkering en overige uitkeringen uit het gemeentefonds, OZB, Precariobelasting, Toeristenbelasting, bespaarde rente over het Eigen Vermogen en ontvangen rentes en dividenden. De uitgaven die bij dit onderdeel zijn opgenomen hebben betrekking op de inning en verwerking van bovengenoemde inkomsten.

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en aframen 2023

Bij en aframen 2024

Bij en aframen 2025

Lasten Algemene dekkingsmiddelen

863.872

702.496

135.345

0

111.390

246.202

0

Totaal Lasten

863.872

702.496

135.345

0

111.390

246.202

0

Algemene -39.012.884 -37.940.630 -19.283.702 -139.327 dekkingsmiddelen

1.064.343

1.058.960

1.195.197

Totaal Baten

-39.012.884 -37.940.630 -19.283.702 -139.327

1.064.343

1.058.960

1.195.197

Resultaat

-38.149.012 -37.238.134 -19.148.357 -139.327

1.175.733

1.305.162

1.195.197

Baten

Financiële toelichting op onderdeel Algemene dekkingsmiddelen Lasten De uitgaven bij het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen zijn in 2023 €111.000,- en in 2024 €246.000,- hoger. Dit komt door de aangetrokken geldleningen die, vooruitlopend op de renovatie van De Noordgouw (3), en mogelijke realisatie van het IHP (4) en de MFA Hof van Cramer(4), zijn afgesloten. De rentekosten hiervan zijn op deze post verantwoord. Baten De inkomsten zijn bij dit onderdeel in 2022 €139.000,- hoger en de jaren erna respectievelijk €1.064.000,-; €1.059.000,- en €1.195.000,-. lager. Rijksuitkeringen De bijstelling voor 2022 komt door de rijksvergoeding arbitragegelden Jeugd en Wet Open Overheid. Daarentegen wordt er structureel €1.332.000,- minder ontvangen voor voogdij/18+ (1). De resterende mutaties voor de jaren 2023 e.v. zijn extra rijksgelden voor Inburgering (2), WSW (2) en peutervoorzieningen (1).

22

Onvoorzien Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Bij en aframen 2022

Bij en Bij en Bij en aframen 2023 aframen 2024 aframen 2025

Lasten 7. Onvoorzien

0

50.000

0

0

0

0

0

Totaal Lasten

0

50.000

0

0

0

0

0

Resultaat

0

50.000

0

0

0

0

0

Financiële toelichting op onderdeel Onvoorzien Geen opmerkingen.

23

Financiële kaders Financiële kaders In dit hoofdstuk worden de richtlijnen en kaders geformuleerd die van belang zijn voor de financieel-technische afbakening van de op te stellen Programmabegroting 20232026. Deze richtlijnen en kaders zijn, gelet op de hanteren bestendige gedragslijn, gelijk aan vorig jaar, afgezien van een actualisatie of geringe aanpassing (aangegeven). In diverse regelingen, plannen, besluiten en verordeningen is het financieel beleid van de gemeente Heerde geregeld. Hieronder volgt een opsomming van deze financiële beleidsstukken: Verordeningen en financieel beleid; 

De financiële verordening gemeente Heerde 2019 inclusief 1e wijziging (art. 212 Gemeentewet);

De controleverordening gemeente Heerde (art. 213 Gemeentewet);

De verordening op de doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoeken (art. 213a Gemeentewet);

Het controleprotocol van de accountant;

Het (intern) controleplan;

Het treasurystatuut gemeente Heerde 2021;

De nota reserves en voorzieningen 2022;

Het besluit op de inrichting en werkwijze van de ambtelijke organisatie;

Het mandaatbesluit;

Het besluit aanwijzing productverantwoordelijken;

Het inkoop- en aanbestedingsbeleid.

Aanverwante zaken zijn of worden geregeld in: 

Het subsidiebeleid;

Het accommodatiebeleid;

De begraafverordening;

De legesverordening;

De belastingverordening;

De rioleringsverordening;

De afvalstoffenverordening;

Diverse beheer- en uitvoeringsplannen;

Diverse exploitatieopzetten en calculaties.

Daarnaast is de perspectiefnota kaderstellend voor de begrotingsvoorbereiding. In de diverse programma’s zijn de budgetten bijgesteld op basis van realistische ramingen. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt in: 'harde onvermijdbare claims', 'claims met dekking'; 'realistisch ramen' en 'overige claims'. Technische uitgangspunten

24

Onvoorzien Onvoorzien wordt geraamd over het geheel van de begroting en niet per programma. Hiervoor wordt voor de periode 2023-2026 een bedrag van €50.000,- per jaar opgenomen. Onvoorzien wordt alleen gebruikt voor onvermijdbare en onvoorzienbare gebeurtenissen. Andere gevallen worden als nieuw beleid meegenomen in de voorbereiding van de begroting van het volgende jaar of worden verwerkt in de voor- of najaarsnota van het betreffende jaar. Het college kan voor bovengenoemde uitgaven putten uit de post onvoorzien tot maximaal €10.000,- per gebeurtenis. Wel verplicht zij zich om hierover te rapporteren bij de bestuursrapportages (voor- of najaarsnota). Bij iedere bestuursrapportage wordt ook een staat gemaakt waarbij de mutaties afzonderlijk worden opgenomen met daarbij de beginstand en de eindstand. Onvoorzien is een apart onderdeel bij de rekening en de begroting. Algemene uitkering Uitgangspunt voor de berekening van de Algemene Uitkering[1] is de meicirculaire van 2022. Lokale belastingen, heffingen en tarieven De OZB-opbrengst wordt verhoogd met de areaaluitbreiding; vervolgens wordt de indexering toegepast die in de meicirculaire van 2022 is opgenomen (overheidsconsumptie/netto materiële consumptie). Uitgangspunt bij de calculatie van heffingen, rechten, leges, huren en tarieven is de kostendekkendheid hiervan.

Voor de afvalstoffenheffing, de rioolrechten en de begrafenisrechten geldt een kostendekkendheid na verwerking van de compensabele BTW. De leges zijn in principe kostendekkend (in meerjarenperspectief) voor categorieën van vergunningen en diensten. Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 

Bouwen, wonen en milieu;

APV en bijzondere wetten;

Bestuur- en burgerzaken.

Voor de overige tarieven geldt hetzelfde uitgangspunt. Inzet reserves voor de kostendekkende exploitaties In de financiële verordening van de gemeente Heerde is geregeld dat de werkelijke exploitatiesaldo’s van de kostendekkende exploitaties van riolering, reiniging en begraven gemuteerd worden met de bijbehorende reserve of voorziening. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026 wordt uitgegaan van een verhoging van de opbrengsten van alle lokale heffingen en tarieven waaronder leges en marktgelden, tarieven van gymzalen, sporthallen en zwembad zoals vermeld staat in de meicirculaire 2022 (overheidsconsumptie/netto materiële consumptie). De opbrengst van de toeristenbelasting wordt verantwoord op het product toerisme en recreatie. Hierdoor wordt de relatie tussen de gemaakte kosten voor toerisme en recreatie en de ontvangen opbrengst beter zichtbaar. Het tarief voor 2023 en de jaren erna is vastgesteld op €1,50 per overnachting. Voor de indexering van de uitgaven 20232026 wordt ook uitgegaan van het percentage dat vermeld staat in de meicirculaire 2022 (nationale consumentenprijsindex). De salarissen voor 2023 worden geraamd op basis van de realisatie van 2022. Hierbij wordt rekening gehouden met de CAO-afspraken. Voor de jaren 2024-2026 wordt de indexering aangehouden conform de meicirculaire 2022 (loonvoet sector overheid). Uitzonderingen:

25

Subsidiëring aan professionele instellingen met personeelskosten die meer dan 60% van de totale kosten uitmaken worden geïndexeerd voor het indexeringspercentage conform meicirculaire 2022 (overheidsconsumptie/lonen en salarissen). Onder 'professioneel' worden die organisaties verstaan die door minstens één betaalde professional in dienst van de betreffende organisatie worden aangestuurd;

Voor de overige gesubsidieerde instellingen vindt geen loon- en prijscompensatie plaats met uitzondering van de subsidie voor stichting het Berghuizer zwembad; de bijdrage aan deze stichting wordt geïndexeerd conform meicirculaire 2022 (overheidsconsumptie/netto materiële consumptie);

Bij een aantal uitgaven is er sprake van een afwijkende prijsontwikkeling die niet of nauwelijks beïnvloedbaar is; dit geldt vooral bij contracten die voor langere perioden zijn afgesloten. Dit zijn o.a. uitgaven voor verzekeringen, energie, bouwkundig onderhoud en schoonmaak;

Bij gemeenschappelijke regelingen hebben we als gemeente een klein aandeel in de besluitvorming en dus ook in de afspraken die gemaakt worden t.a.v. de indexeringen. De gemeentelijke bijdragen die deze organisaties ramen worden daarom overgenomen in de eigen gemeentelijke begroting;

De methode van renteberekening over de boekwaarden is voorgeschreven in de notitie Grondbeleid 2019. Alleen de daadwerkelijk betaalde rente over het vreemd vermogen mag worden toegerekend aan de grondexploitaties. De disconteringsvoet is vanaf 2016 bepaald op een vast landelijk rentepercentage van 2%. Dit percentage wordt gebruikt voor het contant maken van de grondexploitatieberekeningen en voor het treffen van een eventuele verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties.

Financiering De financieringsmiddelen van de gemeente Heerde bestaan uit 2 componenten; eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (leningen). Het grootste deel van het vreemde vermogen is aangetrokken in de vorm van langlopende geldleningen. Hiervoor wordt de werkelijk te betalen rente geraamd. Voor het deel van het vreemde vermogen waarvoor (nog) geen langlopende lening is afgesloten (financieringstekort), wordt een rentepercentage van 2% gehanteerd. Voor nieuwe investeringen > €100.000,- die annuïtair worden afgeschreven wordt eveneens een rentepercentage van 2,00% toegepast. Voor de overige investeringen < €100.000,- geldt een rentepercentage van 0,75%. Deze investeringen worden lineair afgeschreven. Over het eigen vermogen wordt geen rente berekend (conform aanbeveling BBV-richtlijnen). Huren Uitgangspunt bij de huren is een marktconforme huurprijs. Dit is aan de orde bij nieuwe verhuur of bij verlenging van aflopende contracten. Voor bestaande huur- en erfpachtovereenkomsten geldt een verhoging / indexering zoals vastgelegd in de desbetreffende overeenkomsten. Wanneer geen indexering is opgenomen dan geldt de algemene huurstijging (landelijke richtlijnen). Doeluitkeringen De uitvoering van taken in medebewind, waarvoor een doeluitkering wordt verstrekt, worden voor zover mogelijk binnen het door het rijk beschikbare budget uitgevoerd.

Loonkosten De loonsom wordt berekend op basis van de feitelijke loonkosten van de formatie zoals deze in het formatieplan (conform salarisstaat/staat B) is opgenomen. Vacatures worden geraamd op het maximum van de functieschaal. Vervanging tijdens ziekte 26

Het budget voor vervanging tijdens ziekte wordt structureel geraamd op 2% van de loonsom. Hiermee is vervanging van langdurige ziekte en vervanging bij zwangerschap niet volledig maar wel voor een belangrijk deel afgedekt. Kortdurend verzuim wordt in principe door collega's opgevangen, behalve als de dienstverlening direct in het geding is (bijv. receptie). Het streven is om het totale ziekteverzuimpercentage onder de 4% te brengen en te houden. Externe inhuur Externe inhuur kan plaatsvinden wanneer hier incidentele baten (o.a. projecten) tegenover staan. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn in te huren bij pieken of bij ziekte zoals hierboven al is aangegeven. Overige noodzakelijk geachte inhuur kan binnen de loonsom worden opgevangen indien er ruimte in de begroting ontstaat door onderuitputting van de loonsom als gevolg van vacatures. Het management beschouwt de hierboven genoemde bronnen als één geheel. Zo kan soms gekozen worden voor overuren, soms voor tijdelijke contracten en soms voor inhuur. Aan het eind van het jaar kan het zijn dat er een overschrijding op externe inhuur is en een onderuitputting op ziektevervanging en/of de loonsom. Het totaal van de drie posten (loonsom, ziektevervanging en incidentele baten) moet dekking geven voor het totaal van de kosten van eigen personeel en inhuur.

Bij de jaarstukken wordt een overzicht opgenomen van de werkelijke loonkosten zowel van intern al extern personeel, afgezet tegen de raming. Budget stage- en leerwerkplaatsen Voor de vergoeding van stagiaires is een budget van €10.000,- geraamd. Voor garantiebanen is geen raming meer opgenomen. Loonkosten van vakantiekrachten en overig tijdelijk werk wordt binnen de loonsom opgevangen. Training en opleiding Het budget voor training en opleiding wordt structureel geraamd op 2% van de loonsom (ongeveer €230.000,-). Deze raming wordt voor de helft centraal geraamd en voor de helft opgenomen bij de desbetreffende afdelingskostenplaatsen. Productieve uren en het uurtarief Uren worden verantwoord op de diverse producten. Het totaal aantal direct productieve uren wordt geraamd op 1.420 per formatieplaats (fte). Daarnaast worden er uren van eigen personeel toegeschreven aan bouwgrondexploitaties, investeringen, kostendekkende exploitaties (riolering, reiniging en begraven) en aan werken voor derden. Werken voor derden Bij werken voor derden (bijv. aanleg uitrit) gaat het om uitvoering van taken die niet noodzakelijkerwijs door de gemeente hoeft te worden gedaan. Deze werken kunnen ook door een private partij worden uitgevoerd. Hierdoor zal ook uit het oogpunt van oneerlijke concurrentie, een commercieel tarief worden berekend.

In de praktijk betekent dit een toeslag van 10% op het uurtarief plus overheadkosten. Risico’s Bij de opstelling van de begroting wordt rekening gehouden met risico’s en onzekerheden. Zoveel mogelijk wordt geprobeerd om budgetten zo juist mogelijk te ramen. Wanneer uitgaven of inkomsten een hoge mate van onzekerheid hebben worden deze als risico opgenomen in de top 10 risico’s van de paragraaf Weerstandsvermogen. [1] Uitkering uit het gemeentefonds die gekoppeld is aan de uitgaven van het rijk. Technische uitgangspunten grondexploitatie Rente

27

Op basis van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) wordt het werkelijke rentepercentage opgenomen. Deze wordt jaarlijks door de afdeling Financiën berekend. Dit rentepercentage wordt gebruikt voor zowel de negatieve rente (rente over de kosten) als de positieve rente (rente over de opbrengsten). Disconteringsvoet In het BBV is een vaste disconteringsvoet van 2% opgenomen. De disconteringsvoet is het percentage wat gebruikt wordt bij de berekening van de eindwaarde naar de contante waarde. Het BBV eist dat de discontering gelijk moet zijn aan het lange termijn gemiddelde inflatiepercentage van de Europese Centrale Bank en het gemiddelde van een historische tijdsreeks. In november 2021 heeft de ECB een analyse uit laten voeren, waaruit gebleken is dat de inflatie op lange termijn nog niet dusdanig is dat de disconteringsvoet moet worden bijgesteld. De disconteringsvoet in de grondexploitaties zal de komende jaren gewoon 2% blijven als de commissie BBV niet de uitgangspunten veranderd. Kosten- en opbrengstenstijging Bij het vaststellen van de parameters kostenstijging en opbrengstenstijging wordt aansluiting gezocht bij de Outlook Grondexploitaties 2022 van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Dit adviesbureau stelt jaarlijks een advies op voor het toepassen van de parameters kosten- en opbrengstenstijging.

Hierbij gebruikt Metafoor de meest recente jaarcijfers en prognoses van een aantal toonaangevende instanties, de meest recente marktinformatie en de gegevens uit de goed gevulde eigen database. De voorgestelde parameters zijn opgedeeld in verschillende categorieën: bedrijventerrein, kantoren en top-, midden- en basiswoningmarktgebied. Ook wordt er een minimaal en een maximaal percentage aangegeven. Beleidsmatige uitgangspunten Rolverdeling De begroting wordt voorbereid door de medewerkers die aangewezen zijn als P&Caanspreekpunten. De afdelingsmanagers hebben hierin een coördinerende rol voor het betreffende programma en bespreken deze met de betreffende portefeuillehouder(s). Uiteraard kijkt de concerncontroller mee. De coördinatie op de planning en ondersteuning wordt verzorgd door de financieel adviseurs. Het MT bepaalt of de inhoud van de begroting zodanig is, dat deze met het college kan worden besproken en is integraal verantwoordelijk voor de toepassing van de in deze nota genoemde uitgangspunten. Primitieve begroting De basis voor de primitieve begroting[1] 2023 is de meerjarenraming 2023-2025 die bij de begroting van 2022 is vastgesteld. De jaarschijf 2026 wordt hieraan toegevoegd. De richtlijnen en kaders die in dit hoofdstuk worden genoemd, moeten hierin worden verwerkt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met niet beïnvloedbare stijgingen.

Deze doen zich vooral voor bij bijvoorbeeld (meerjarige) contracten. Niet beïnvloedbare stijgingen worden tot bestaand beleid gerekend. Hierbij gaat het om: 

Belastingen en verzekeringen;

Energieprijzen e.d.;

Doorlopende overeenkomsten;

Vastgestelde begrotingen van gemeenschappelijke regelingen.

In de primitieve begroting worden tevens de begrotingsaanpassingen als gevolg van raadsbesluiten tot en met 4 juli 2022 (incl. Voorjaarsnota 2022) verwerkt. Structureel sluitende begroting Uitgangspunt is een begroting waarvan de structurele uitgaven en inkomsten in het

28

begrotingsjaar 2023 minimaal in evenwicht zijn of een positief saldo vertonen. Een sluitend meerjarenperspectief waarbij het begrotingsjaar 2026 in evenwicht is is ook toegestaan. Eén of meerdere tekorten in de begrotingsjaren 2023-2025 is daarbij geen probleem. Er moet dan echter wel (incidentele) dekking worden gevonden om deze tekorten op te vangen. Incidentele uitgaven en inkomsten worden niet meegerekend. Van deze posten moet een apart overzicht worden gemaakt. Dit overzicht maakt deel uit van de programmabegroting. Een structureel sluitende begroting en een tijdige aanlevering van de stukken resulteert in repressief toezicht[2] door de provincie. Wanneer aan 1 of beide voorwaarden niet wordt voldaan dan geldt er preventief[3] toezicht. Het gevolg hiervan is dat de begroting en de begrotingswijzigingen eerst moeten worden goedgekeurd door de provincie voordat tot uitvoering mag worden overgegaan. Beleidsruimte: nieuw voor oud Voor nieuw beleid geldt dat er een integrale afweging moet kunnen plaatsvinden. Dit betekent dus dat de afweging en prioritering voor nieuw beleid gemaakt moet worden voorafgaand aan het begrotingsjaar. Het is onwenselijk om gedurende het jaar voorstellen voor nieuw beleid te behandelen. Uitgangspunt is “nieuw beleid voor oud beleid”, oftewel geen verhoging van de structurele lasten. Voor nieuwe investeringen geldt dezelfde integrale afweging.

Ook deze worden in samenhang beoordeeld. Om een goede afweging te kunnen maken, moet er voor iedere investering een afzonderlijke onderbouwing worden gegeven voor nut, noodzaak en kosten. Tevens moet worden aangegeven wat de consequenties zijn wanneer de investering niet doorgaat. De kosten (afschrijving en rente) voor nieuwe investeringen worden het 1e jaar voor 1/3 deel in de begroting opgenomen. Voor alle investeringen geldt een minimum grensbedrag van €10.000,-. Aanschaffingen met een lager bedrag worden direct in de exploitatie geraamd; hierop wordt niet afgeschreven. Investeringen < dan €100.000,- worden lineair afgeschreven; investeringen > dan €100.000,- worden afgeschreven op annuïteitenbasis[4]. [1] Begroting zoals die is vastgesteld door de gemeenteraad voorafgaand aan het begrotingsjaar. [2] Mildste vorm van toezicht; de gemeente kan zonder voorafgaande goedkeuring van de Provincie de begroting en de begrotingswijzigingen uitvoeren. [3] Vorm van toezicht waarbij de Provincie de begroting en begrotingswijzigingen van de gemeente vooraf moet goedkeuren. Wanneer deze goedkeuring er niet is dan mag het gemeentebestuur geen uitgaven doen. [4] Conform financiële verordening gemeente Heerde 2019 (inclusief 1e wijziging).

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=898f3bb3-c9bd-4b73-81b0-fd8ab5a5a2b3