18.1. Raadsbesluit Verordening begrafenisrechten 2024
Tekst van het document
Verordening begrafenisrechten gemeente Heerde 2024 De raad van de gemeente Heerde;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit:
vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten in de gemeente Heerde 2024.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: -
-
-
-
begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats(en) gelegen te Heerde aan de Meester Nijhoffstraat, Kamperweg en Elburgerweg en te Wapenveld aan de Kwartelweg; particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: o het doen begraven en begraven houden van lijken; o het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; o het doen verstrooien van as; o het plaatsen van grafbedekking. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: o het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; o het doen verstrooien van as; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen; algemene urnennis: een nis, bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot: o het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; o asbus: een bus ter berging van as van een overledene; o urn: een voorwerp ter
berging van één of meer asbussen; verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien.
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze
2.
Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde
verordening behorende tarieventabel.
eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Belastingjaar 1.
2.
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Dit is van toepassing voor rechten per jaar die voor het inwerking treden van deze verordening zijn aangegaan.
Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.
Artikel 7 Wijze van heffing 1.
De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel, worden geheven bij
2.
Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel worden geheven door
wege van aanslag.
middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten. 1.
De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel zijn
verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht. Hoofdstuk 4.2. is van toepassing voor rechten die voor het in werking treden 2.
van deze verordening zijn aangegaan.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld
in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
3.
volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 10 Termijnen van betaling in enig kalenderjaar
a.
Ten aanzien van de tarieven als genoemd in de onderdelen 4.2.1 en 4.2.2. alsmede de
onderdelen 4.3.1. en 4.3.2. voor zover sprake is van vijf jaartermijnen van 20% van de tarieventabel. 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, ingeval het totaalbedrag van de op
één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan: -
lager is dan of gelijk is aan € 50,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee
-
hoger is dan € 50,00 echter lager is dan of gelijk is aan € 100,00 dat de aanslagen
-
3.
gelijke termijnen;
moeten worden betaald in vier gelijke termijnen;
hoger is dan € 100,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dan één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het tweede lid bestaat geen mogelijkheid tot automatische incasso voor
niet-natuurlijke personen waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde bedragen hoger is dan € 3.500,00. In dat geval gelden de betalingstermijnen zoals
4.
5. b.
genoemd in het eerste lid.
Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
De overige in de tarieventabel genoemde tarieven moeten worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van het aanslagbiljet.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.
Artikel 13 Overgangsrecht De ”Verordening begrafenisrechten gemeente Heerde 2023”, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14 Inwerkingtreding 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de
2.
In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van
bekendmaking.
inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang
van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode
plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die 3.
periode plaatsvindt.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening begrafenisrechten gemeente Heerde 2024”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2023.
griffier,
voorzitter,
Tarieventabel behorende bij de “Verordening begrafenisrechten gemeente Heerde 2024”. Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 1.1
Voor het verlenen van het uitsluitende recht op een graf
€
1.430,75
1.2
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf
€
715,25
€
357,50
voor veertig jaar wordt geheven
voor veertig jaar van een kind beneden 12 jaar wordt geheven
1.3
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een
1.4
Voor het telkens verlengen van het recht genoemd in 1.1,
urnengraf of urnennis voor veertig jaar wordt geheven
1.2 en 1.3 met twintig jaar bedraagt het tarief 50% van de genoemde bedragen
1.5
in afwijking van het genoemde in 1.1, 1.2, 1.3 en 1.4
wordt ingeval van een bijzetting waarbij het bestaande
grafrecht niet voorziet in de wettelijke termijn van grafrust een bedrag naar rato van het aantal resterende jaren voor de wettelijke grafrust geheven, waarna alsnog gebruik gemaakt kan worden van het genoemde in 1.4. Hoofdstuk 2 Begraven 2.1
Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar
2.1.1
in een particulier graf
€
1.391,00
2.1.2
in een algemeen graf
€
1. 391,00
of ouder, wordt geheven:
2.1.3
in een particulier graf (zaterdag)
2.1.4
in een algemeen graf (zaterdag)
2.4
Voor het begraven van lijk van een kind jonger dan één
2.4.1
in een particulier graf
2.4.2
in een algemeen graf
2.4.3
in een particulier graf (zaterdag)
2.4.4
in een algemeen graf (zaterdag)
2.5
Voor het begraven van lijk van een kind van één jaar of
2.5.1
in een particulier graf
2.5.2
in een algemeen graf
2.5.3
in een particulier graf (zaterdag)
2.5.4
in een algemeen graf (zaterdag)
€
1.584,75
€
1.584,75
€
347,75
€
347,75
€
396,25
€
396,25
€
695,25
€
695,25
€
792,00
€
792,00
jaar, wordt geheven:
ouder en jonger dan 12 jaar, wordt geheven:
Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen 3.1
Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:
3.1.1
In een particulier (urnen)graf, in een algemeen graf of in
€
372,75
3.1.2
In een particulier (urnen)graf, in een algemeen graf of in
€
420,75
3.2
Voor het bijzetten van een asbus of urn van een kind
3.2.1
In een particulier (urnen)graf, in een algemeen taf of in
€
93,00
3.2.2
in een particulier (urnen)graf, in een algemeen graf of in
€
105,25
3.3
Voor het bijzetten van een asbus of urn van een kind van
een urnennis
een urnennis (zaterdag)
jonger dan één jaar wordt geheven:
een urnennis
een urnennis (zaterdag)
één jaar en ouder en jonger dan 12 jaar wordt geheven:
3.3.1
In een particulier urnengraf, in een algemeen graf of in
€
186,00
3.3.2
in een particulier (urnen)graf, in een algemeen graf of in
€
210,00
een urnennis
een urnennis (zaterdag)
Hoofdstuk 4 Grafbedekking en onderhoud 4.1
Voor het afgeven van een vergunning ter zake van het
plaatsen of vernieuwen van de voorwerpen, bedoeld in artikel 19 van de Beheersverordening gemeentelijke
begraafplaatsen 2020, vastgesteld bij raadsbesluit 5 oktober 2020, wordt geheven: 4.1.1
voor de aanleg van een grafkelder
€
377,50
4.1.2
voor het plaatsen van gedenktekens, gedenkplaten en
€
59,25
4.1.3
voor het verwijderen van gedenkplaten in verband met
€
46,50
4.1.4
voor het verwijderen en weer aanbrengen van
€
46,50
kruisen, per gedenkteken, gedenkplaat of kruis
bijzetting in een particulier urnengraf
gedenktekens alsmede voorwerpen voor het bijzetten van asbussen
4.2
voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van een grafruimte en voorwerpen als bedoeld in artikel 22
van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2020, vastgesteld bij raadsbesluit van 5 oktober 2020, wordt geheven per grafruimte per jaar 4.2.1
voor een particulier graf
€
125,25
4.2.2
voor een particulier urnengraf, voor een particuliere
€
62,75
€
5.509,50
urnennis en voor een particulier graf van een kind jonger dan 12 jaar
4.3.
Voor het door of vanwege de gemeente te plegen onderhoud als bedoeld in artikel 22 van de
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2020,
vastgesteld bij raadsbesluit van 5 oktober 2020, voor een periode van veertig jaar 4.3.1
voor een particulier graf, eenmalig: of 5 jaartermijnen van 20% van dit tarief.
4.3.2
voor een particulier urnengraf, voor een particuliere
urnennis en voor een particulier graf van een kind jonger
€
2.754,50
€
1.404,50
dan 12 jaar, eenmalig:
of 5 jaartermijnen van 20% van dit tarief. 4.3.3
voor een algemeen graf voor zover er sprake is van een
4.4
Voor het telkens verlengen van de termijn genoemd in 4.3
andere initiatiefnemer dan de gemeente
met twintig jaar bedraagt het tarief 50% van het in het betreffende kalenderjaar geldende tarief.
4.5
In afwijking van het genoemde in 4.3.en 4.4 wordt ingeval van een bijzetting, waarbij de afkoop van onderhoud niet voorziet in de wettelijke termijn van grafrust, een bedrag naar rato van het aantal resterende jaren voor de
wettelijke grafrust geheven, waarna alsnog gebruik gemaakt kan worden van het genoemde in 4.4. 4.6
Een rechthebbende, die door middel van schriftelijke
bewijstukken, kan aantonen wie de erfgenamen zijn van
de gebruiker van een particulier (urnen)graf waarvoor het
tarief van onderhoud is verschuldigd en kan aantonen, dat het vermogen en het inkomen van de gebruiker van het
graf en de erfgenamen per persoon niet meer bedragen
dan respectievelijk het vrij te laten vermogen in geval van
een bijstandsuitkering en/of een inkomen tot 120% van de bijstandsuitkering voor de leefsituatie van de betreffende persoon, kan verzoeken om betaling van het
onderhoudstarief in 10 jaartermijnen van 10% van het in het betreffende kalenderjaar geldende tarief.
Hoofdstuk 5 Lijkschouwing en vervoer stoffelijke overschotten 5.1
Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer bedraagt het tarief: het tarief dat door de
gemeentelijke lijkschouwer aan de gemeente in rekening wordt gebracht. 5.2
Voor het vervoer van een aangetroffen stoffelijk overschot naar het mortuarium door of in opdracht van de politie,
bedraagt het tarief: het tarief dat door de meldkamer-VSO (Infinea) aan de gemeente in rekening wordt gebracht.
Hoofdstuk 6 Inschrijven en overboeken van particuliere graven en urnennissen
6.1
Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven
€
24,25
6.1.1
Voor het inschrijven en overboeken van particuliere
€
24,25
in een daartoe bestemd register wordt geheven
urnengraven en particuliere urnennissen in een daartoe bestemd register wordt geheven
Hoofdstuk 7 Opgraven, ruimen, verstrooien 7.1
Voor het opgraven van een lijk of de overblijfselen van een
€ 1.391,00
7.2
Voor het opgraven en weer opnieuw begraven (schudden)
€ 1. 391,00
lijk wordt geheven
in hetzelfde graf waardoor ruimte ontstaat voor het
begraven van één overledene meer dan waarvoor het graf oorspronkelijk was bedoeld wordt geheven 7.3
Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf
€ 1. 391,00
7.4.
Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt
€
388,50
7.4.1
Bij het weer terugplaatsen van de asbus worden de in
7.4.2
Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven
€
63,75
wordt geheven
geheven
hoofdstuk 3 genoemde rechten geheven
Behorende bij raadsbesluit van 11 december 2023. De raad van de gemeente Heerde,
griffier,
voorzitter,