15.3.2. Flora en fauna onderzoek.pdf
Tekst van het document
FLORA & FAUNA ONDERZOEK ENNERVELD
COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon
Stolp Holding Dhr. Stolp
Datum Status Projectnummer
Oktober 2017 Definitief 17045
Auteur Controle
Tim Asbreuk Elmar Prins
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
ONTWIKKELINGEN EN HET PLANGEBIED
5
2.1 2.2
VOORGENOMEN INRICHTING OMSCHRIJVING VAN HET ENNERVELD
5 7
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
12
3.1 3.2
SOORTBESCHERMING NATURA 2000
12 13
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
14
5
RESULTATEN
15
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2
WET NATUURBESCHERMING FLORA VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN REPTIELEN EN AMFIBIEËN VISSEN ONGEWERVELDEN NATURA 2000 SOORTEN
15 15 15 15 17 18 19 19 19
6
CONCLUSIE
20
6.1 6.2
SOORTBESCHERMING ECOLOGISCH WERKPROTOCOL EN BEGELEIDING
20 22
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 IN GELDERLAND
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
AANLEIDING In 2017 heeft Buiting Advies in opdracht van dhr. Stolp van Stolp Holding flora en fauna onderzoek uitgevoerd op het Ennerveld (gemeente Heerde). Stolp Holding is voornemens op het Ennerveld een bungalowpark te realiseren. Het doel van dit flora- en faunaonderzoek was om vast te stellen of er soorten of verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming en waarmee bij de planvorming en ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met een conclusie.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
4
2
ONTWIKKELINGEN EN HET PLANGEBIED
2.1
VOORGENOMEN INRICHTING
Het Ennerveld (afbeelding 1) heeft een oppervlakte van ongeveer 21 hectare. Binnen een oppervlakte van ongeveer 1,8 hectare (afbeelding 2) wordt bebouwing gerealiseerd met een totale oppervlakte van ongeveer 4.045 m2. . Daarnaast worden 125 parkeerplaatsen gerealiseerd. In deze rapportage wordt dit deel van het Ennerveld (1,8 hectare)de ‘ontwikkelingslocatie’ genoemd. Men is voornemens de huisjes, paden en parkeerplaatsen zo natuurvriendelijk mogelijk in het landschap in te passen. Het overige deel van het Ennerveld wordt ingericht en beheerd als natuurgebied. Dit omdat de initiatiefnemer de natuur in de omgeving van het Ennerveld als belangrijke trekker ziet van de gasten die het toekomstige park bezoeken. Men is voornemens de bossen geleidelijk om te vormen naar een natuurlijker bos met veel licht op de bodem en een deel van de bossen en bosopslag te verwijderen. Op de plekken waar het bos en/of de bosopslag geheel wordt verwijderd wordt gestreefd naar heide, heischrale graslanden of andere waardevolle (half)open landschapstypen. Hierdoor ontstaan vanuit de vakantiewoningen lange zichtassen over het (half)open landschap. Deze ongeveer 20,2 hectare natuurgebied binnen het Ennerveld wordt in de toekomst beheerd door het Gelders Landschap en Kastelen, een professionele natuurbeheerder. Op 1,1 kilometer ten westen van het Ennerveld ligt een parkeerplaats.
Deze parkeerplaats vormt een startpunt voor recreanten. Het is de wens van de initiatiefnemer om deze parkeerplaats op te heffen en deze parkeervoorziening binnen het Ennerveld te integreren.
Afbeelding 1: de huidige situatie in het Ennerveld en de globale ligging van de locatie van het vakantiepark (rood). Bron: Ennerveld Masterplan.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
5
Afbeelding 2a en 2b: de voorgenomen ontwikkelingslocatie binnen het Ennerveld. Bron: Ennerveld masterplan.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
6
2.2
OMSCHRIJVING VAN HET ENNERVELD
Het Ennerveld (afbeelding 2) bestaat uit vier delen: het uit de Natura 2000-bescherming geëxclaveerde deel in het noordwesten van het Ennerveld. Het voormalig recreatiecentrum/camping met ten zuiden daarvan enkele met paden doorsneden bossen. Het oostelijk deel van het Ennerveld bestaat uit een voormalig zandafgraving, die na de zandwinning is gebruikt als vuilstort. Op de hellingen heeft in het verleden ook een skibaan gelegen. Het overige deel bestaat uit gemengde bossen. Het totale oppervlak is ongeveer 21 hectare. GEËXCLAVEERD TERREIN Het uit Natura 2000 geëxclaveerde terrein (afbeelding1) bestaat grotendeels uit verharding en terreindelen waar tot dit voorjaar gebouwen stonden (afbeelding 3). De gebouwen zijn in 2017 afgebrand en daarna gesloopt. Op deze (voormalig) bebouwde en verharde delen zijn geen hoge natuurwaarden aanwezig. Wel is direct rondom deze delen veel opslag van grove den, ruwe berk en Amerikaanse vogelkers aanwezig, evenals enkele oude grove dennen en Amerikaanse eiken. Onder deze opslag van bomen en struiken is op enkele plekken nog een waardevolle schrale heide-/kruidenvegetatie aanwezig met soorten als zandblauwtje en struikhei.
Afbeelding 3a en 3b: het geëxclaveerde terrein, het puin op de rechter afbeelding is in de zomer van 2017 afgevoerd.
VOORMALIGE RECREATIECENTRUM/CAMPING Op het terreindeel dat op afbeelding 2 is aangegeven als voormalig recreatiecentrum/camping zijn in het veld nog veel sporen van het oude gebruik zichtbaar. Door achterstallig beheer zijn veel waardevolle natuurlijke vegetaties verdrongen (afbeelding 4b en 4c). Onder andere de voormalige camperveldjes (afbeelding 4a) en oude paden waar onder andere nog veel zandblauwtje en struikhei groeien (afbeelding 4e en 4f) zijn vrijwel geheel met Amerikaanse vogelkers en grove den begroeid. Door het achterblijven van beheer vormen de oprukkende exoten, de voortschrijdende successie en vergrassing een bedreiging voor de huidige natuurwaarden op de voormalige camping en de directe omgeving.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
7
Afbeelding 4a t/m 4f: het voormalige recreatiecentrum/camping waar de oude Kampeerveldjes en paden door successie steeds verder dichtgroeien met Amerikaanse vogelkers, grove den en ruwe berk.
VOORMALIGE ZANDAFGRAVING De voormalige zandafgraving is nadat de zandwinning is gestopt jarenlang in gebruik geweest als vuilstort en vervolgens afgedekt met een laag klei-/leemhoudend materiaal. Op het westelijk deel van de voormalige vuilstort bevindt zich een zandpakket, met daaronder waarschijnlijk dezelfde klei-/leemhoudende afdeklaag. Dit veroorzaakt een duidelijke gradiënt in de “kuil” met op de zandige delen ruige grazige vegetaties met soorten als akkerdistel, boerenwormkruid, duizendblad, gewoon reukgras, jakobskruiskruid, kropaar en smalle weegbree. Daarnaast zijn op enkele locaties indicatoren van schrale omstandigheden aanwezig, zoals gewone Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
8
veldbies en zandblauwtje. Op de lagere delen waar de klei-/leemlaag direct aan de oppervlakte komt bevindt zich een zeggevegetatie met scherpe zegge, geoord helmkruid, tweerijige zegge en ruig vochtig grasland met soorten als valeriaan, smeerwortel, fluitenkruid, late guldenroede, scherpe boterbloem, akkerdistel en kruipend zenegroen (afbeelding 5). In het centrale deel veel van de kuil hebben zich struwelen van wilgen en eenstijlige meidoorn en sleedoorn ontwikkeld.
Afbeelding 5a t/m 5d: de kuil vormt een voedselrijke, vochtige “oase” binnen de “droge, schrale Veluwe” en kent hoge dichtheden aan grote zoogdieren en dagvlinders.
Deze afwijkende vegetatie en flora op de voedselrijkere, vochtigere bodem heeft een grote aantrekkingskracht op de aanwezige fauna uit de omgeving. Tijdens de veldbezoeken zijn onder andere wild zwijn (15 exemplaren), edelhert, ree, das (bewoonde burcht en minimaal 3 exemplaren) en vos aangetroffen in de kuil. Ook leveren de bloeiende kruiden een welkome nectarbron voor veel dagvlinders uit de omgeving, met name als door droogte elders op de droge zandgronden weinig nectar te vinden is. Ook leven in de kuil veel hazelwormen en lijken de omstandigheden optimaal voor veel soorten bloembezoekende insecten, met name solitaire bijen en hommels. Aan de westzijde en op de taluds van de kuil groeit veel opslag van grove den en Amerikaanse vogelkers (afbeelding 6a). Op plekken waar nog licht op de bodem komt bestaat de kruidlaag onder andere uit zandblauwtje, gewoon struisgras en struikhei en bevind zich op enkele plekken open zand (afbeelding 6b t/m 6d). Het merendeel van deze ecologisch waardevolle vegetaties dat van waarde is voor veel diersoorten is echter volledig verdwenen door opslag van grove den en Amerikaanse vogelkers. De nog resterende open delen worden bedreigd door dezelfde opslag en zijn zonder ingrijpen binnen enkele jaren volledig verdwenen. Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
9
Afbeelding 6a t/m6d: op de hellingen groeien plaatselijk soorten van (hei)schrale milieus (7a t/m 7c). Deze bijzondere waarden verdwijnen snel door opslag van grove den en Amerikaanse vogelkers (7d).
BOSSEN EN BOSOPSLAG In en ook direct rondom het Ennerveld bestaan de bossen veelal uit grove den, Amerikaanse eik, zomereik en in mindere mate uit beuk, fijnspar, lariks en ruwe berk (afbeelding 7).
Afbeelding 7a en 7b: de bossen bestaan voornamelijk uit grove den met daarnaast Amerikaanse eik, fijnspar, zomereik en beuk.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
10
De ondergroei bestaat, waar aanwezig, grotendeels uit Amerikaanse vogelkers, wilde lijsterbes en diverse aangeplante exotische struiken (afbeelding 8a en 8c).
Afbeelding 8a t/m 8d: in de struiklaag van de bossen komen vooral exoten (waaronder Amerikaanse vogelkers) voor. De opslag op voormalig open terreinen bestaat uit grove den, Amerikaanse vogelkers en ruwe berk. De ecologische waarden van deze open delen dreigen door successie langzaam maar zeker te verdwijnen.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
11
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000 gebieden geregeld.
3.1
SOORTBESCHERMING
ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
12
ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen in bijlage 2 van dit rapport.
3.2
NATURA 2000
Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen m.b.t. de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
13
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in bestaande literatuur en andere beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het Ennerveld en de omgeving. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de meest recente verspreidingsatlassen en internetbronnen met verspreidingsinformatie over soorten. VELDBEZOEKEN Vanwege de omvang van het project en de ligging in en nabij het natuurgebied Petrea zijn meerdere veldbezoeken uitgevoerd (tabel 1). Tijdens deze veldbezoeken is gelet op alle aanwezige flora en fauna. Door te variëren in ochtend, dag en nachtbezoeken zijn alle relevante soortgroepen goed onderzocht. Zo werd tijdens ochtend- en dagbezoeken extra aandacht besteed aan broedvogels, reptielen, amfibieën en ongewervelden, tijdens avond- en nachtbezoeken werd gelet op zoogdieren (waaronder vleermuizen met behulp van een batdetector) en nachtactieve vogels (uilen en nachtzwaluw). Naast deze veldbezoeken is ook de omgeving een aantal keren onderzocht in het kader van de Passende beoordeling (Natura 2000). Tabel 1: de uitgevoerde veldbezoeken.
DATUM 18 april 2017 8 mei 2017 11 mei 2017 26 mei 2017 29 mei 2017 31 mei 2017 8 juni 2017 7 juli 2017 15 juli 2017 16-8-2017 22-8-2017
ONDERZOEKER(S) Tim Asbreuk en Elmar Prins Tim Asbreuk Tim Asbreuk en Elmar Prins Tim Asbreuk Tim Asbreuk Tim Asbreuk Tim Asbreuk Tim Asbreuk Tim Asbreuk Tim Asbreuk Tim Asbreuk
TYPE BEZOEK dag ochtend dag dag dag avond/nacht ochtend dag avond/nacht dag avond/nacht
WEER
ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek, is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkelingen zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
14
5
RESULTATEN
5.1
WET NATUURBESCHERMING
Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde of bedreigde/zeldzame soorten in het Ennerveld voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van bronnenonderzoek en de veldinventarisaties. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.1.1
FLORA
Binnen het Ennerveld zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Ook uit het bronnenonderzoek komen geen beschermde soorten naar voren. Gezien de verspreiding van de beschermde plantensoorten in de omgeving van het Ennerveld worden deze ook niet verwacht.
5.1.2
VOGELS
Het Ennerveld is een geschikte broedlocatie voor veel soorten vogels. Tijdens de veldbezoeken werden veel algemene soorten van bos en struweel waargenomen als: boomkruiper, fitis, goudhaan, grasmus, heggenmus, houtduif, merel, putter, roodborst, staartmees, tjiftjaf, tuinfluiter, vink, winterkoning, zanglijster, zwarte kraai en zwartkop. Ook zijn de in holen broedende boomklever, bosuil, groene specht, grote bonte specht, koolmees en pimpelmees waargenomen. Gezien deze soorten veelal met nestindicerend gedrag zijn waargenomen is de kans groot dat deze en andere soorten rondom het Ennerveld broeden. Alle broedende vogels zijn bij wet beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Het wordt dan ook aangeraden eventuele werkzaamheden waarbij de bomen en of struiken worden aangetast buiten het broedseizoen (15 maart-15 juli) uit te voeren. Ook eventueel buiten deze periode broedende vogels zijn overigens beschermd. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats, zoals de in gebouwen broedende soorten gierzwaluw en huismus werden in het Ennerveld niet waargenomen. Gezien het ontbreken van gebouwen worden geen nesten verwacht van deze en andere jaarrond beschermde soorten die van gebouwen afhankelijk zijn.
In of nabij het ontwikkelingsgebied in het Ennerveld werden geen nesten of potentiële nestlocaties van andere jaarrond beschermde soorten waargenomen. In de bomen direct rondom het ontwikkelingsgebied zijn geen nesten van jaarrond beschermde vogels als buizerd, sperwer, ransuil of wespendief waargenomen. Gezien het blad aan de bomen kan een eventueel nest van deze in bomen broedende soorten niet volledig worden uitgesloten. Tijdens de veldbezoek werden regelmatig buizerds en sperwers waargenomen, mogelijk broedt een van deze soorten of een andere soort met jaarrond beschermde nesten in (de omgeving van) het Ennerveld.
5.1.3
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
Tijdens het veldbezoek zijn de beschermde das, edelhert en wild zwijn waargenomen. Mogelijk gebruiken de in de literatuur vermelde beschermde boommarter, steenmarter en eekhoorn het Ennerveld. Deze kunnen echter snel worden gemist tijdens het veldonderzoek. Ook leven bosmuis, rosse woelmuis, vos en zeer waarschijnlijk andere in Gelderland vrijgestelde soorten in het Ennerveld. De beschermde soorten die zijn aangetroffen of op basis van habitat en verspreidingspatroon kunnen worden verwacht (en waarvoor in Gelderland geen vrijstelling geldt) zijn hieronder beschreven.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
15
BOOMMARTER De literatuur maakt melding van het voorkomen van de beschermde boommarter (Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het Ennerveld. Boommarters verblijven in holle bomen (oude zwarte spechtennesten), horsten en soms konijnenholen. Het plangebied en met name de ontwikkelingslocatie is diverse keren uitgebreid onderzocht. Tijdens de veldbezoeken zijn geen vaste verblijfplaatsen van boommarters of aanwijzingen daarvoor aangetroffen. Gezien de grote hoeveelheid naaldbomen in het plangebied, de boomhoogte en het blad aan de bomen kan een verblijfplaats over het hoofd zijn gezien. Er wordt aangeraden voorafgaand aan het eventueel omzagen van bomen deze nogmaals te inspecteren op aanwezige boommarterverblijfplaatsen. Het gehele Ennerveld en de omgeving is geschikt als leefgebied voor boommarter. Het vellen van bomen leidt niet tot verlies aan functionaliteit van een eventuele verblijfplaats in de omgeving.
EEKHOORN De literatuur maakt melding van het voorkomen van de beschermde eekhoorn (Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het Ennerveld. Eekhoorns verblijven in holle bomen en maken nesten van takken en bladeren. Tijdens de veldbezoeken zijn geen vaste verblijfplaatsen van eekhoorns of aanwijzingen daarvoor aangetroffen. Gezien de grote hoeveelheid naaldbomen in het plangebied, de boomhoogte en het blad aan de bomen kan een verblijfplaats over het hoofd zijn gezien. Er wordt aangeraden voorafgaand aan het eventueel omzagen van bomen deze nogmaals te inspecteren op aanwezige eekhoornverblijfplaatsen. Het gehele Ennerveld en de omgeving is geschikt als leefgebied voor eekhoorn. Het vellen van bomen leidt niet tot verlies aan functionaliteit van een eventuele verblijfplaats inde omgeving. DAS Tijdens veldbezoeken is in de kuil een burcht van de beschermde das (Wet natuurbescherming 3.10) aangetroffen (afbeelding 9a). Tevens zijn in en rondom de kuil op diverse locaties dassen en sporen van dassen aangetroffen (afbeelding 9b.) Dassen verblijven in ondergrondse burchten. Vaak heeft een dassenfamilie een hoofdburcht en één of enkele bijburchten. Naast deze burchten maakt ook het essentiële leefgebied onderdeel uit van de bescherming.
Bij de dassen in het Ennerveld is de bodem van de kuil op te vatten als essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving van de voortplantings- of rustplaats. Door de voedselrijkere, vochtige omstandigheden is de kuil optimaal foerageergebied voor dassen. Aangezien dit elders in de omgeving van de burcht niet aanwezig is, is de kuil van essentieel belang voor de functionaliteit van de burcht.
Afbeelding 9a t/m 9d: in de kuil bevindt zich een dassenburcht onder betonplaten. Ook zijn diverse putjes en wissels van dassen aanwezig in de kuil.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
16
EDELHERT Tijdens drie veldbezoeken zijn edelherten waargenomen in de kuil. Tevens zijn diverse sporen van edelherten gevonden in het Ennerveld en is tijdens een avondbezoek op de kapvlakte naast het Ennerveld een groep edelherten (7 stuks) waargenomen. De herten zijn niet aangetroffen op de ontwikkelingslocatie. STEENMARTER De beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) is op enkele locaties in en direct rondom het Ennerveld waargenomen. Steenmarters verblijven vaak in gebouwen, maar kunnen ook in dichte begroeiing, holle bomen of in hopen van stenen/puin verblijven. Er zijn geen gebouwen binnen het plangebied, ook zijn geen sporen van steenmarters aangetroffen. De kans is dan ook zeer klein dat er steenmarterverblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied. WILD ZWIJN Tijdens vrijwel alle veldbezoeken zijn met name in de kuil maar ook daarbuiten (sporen van) wilde zwijnen waargenomen (afbeelding 10). De wijde omgeving van het Ennerveld bestaat uit geschikt leefgebied.
Afbeelding 10: foeragerende wilde zwijnen in de kuil en een zoelplek van wilde zwijnen.
5.1.4
VLEERMUIZEN
De literatuur maakt melding van diverse soorten vleermuizen inde omgeving van het plangebied. Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen zijn beschermd (Wet natuurbescherming 3.5). Dat geldt ook voor de functionele leefomgeving daarvan. Tijdens de onderzoeken (met kijker en batdetector) zijn geen aanwijzingen gevonden voor aanwezige voortplanting- of verblijfplaatsen. Rondom de ontwikkelingslocatie zijn geen holten aangetroffen die potentieel geschikt zijn. Verder in het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen in de vorm van boomholten of loszittende bast aanwezig. Deze zijn niet aangetroffen, maar gezien de omvangrijkheid van het bos ook niet geheel uit te sluiten. Er vinden echter geen ontwikkelingen plaats die daar een negatief effect op zouden kunnen hebben. Het plangebied is ook onderzocht op foeragerende vleermuizen, tijdens deze onderzoeken werden foeragerende gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger (buiten het plangebied) aangetroffen. In de omgeving van het Ennerveld is veel foerageergebied aanwezig, de ontwikkelingszone binnen het Ennerveld is dan ook geen essentieel foerageergebied. Wel wordt het aanbevolen tijdens de ontwikkelingen rekening te houden met foeragerende vleermuizen. Het plaatsen van zo min mogelijk of anders vleermuisvriendelijke verlichting is hierin de belangrijkste maatregel.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
17
5.1.5
REPTIELEN EN AMFIBIEËN
De literatuur maakt melding van het voorkomen van algemene soorten als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Hiervoor geldt echter een vrijstelling. Tijdens het veldbezoek werden bruine kikkers aangetroffen. Mogelijk doorkruizen ook andere in Gelderland vrijgestelde soorten het plangebied. Ook maakt de literatuur melding van de beschermde hazelworm (Wet natuurbescherming 3.10), zandhagedis (Wet natuurbescherming 3.5), rugstreeppad en poelkikker (beide Wet natuurbescherming 3.5). HAZELWORM Op meerdere locaties in het Ennerveld is de beschermde hazelworm (Wet natuurbescherming 3.10) aangetroffen (afbeelding 11). Hazelwormen leven in ruigten, heiden, graslanden, bosranden en lichte bossen. Op de ontwikkelingslocatie zijn geen hazelwormen aangetroffen, maar het is niet uitgesloten dat deze hier voor komen. Van hazelwormen is het essentieel leefgebied beschermd. Dit wordt niet bedreigd door de voorgenomen ontwikkelingen. Wel kunnen tijdens de werkzaamheden per abuis hazelwormen worden gedood. Dit dient middels een werkprotocol zo goed mogelijk voorkomen.
Afbeelding 11: één van de aangetroffen hazelwormen tijdens het veldonderzoek.
ZANDHAGEDIS Op de heidevelden in de omgeving van het Ennerveld zijn in het verleden zandhagedissen aangetroffen. Gezien de terreineigenschappen is de kans op het voorkomen van zandhagedissen klein. Tijdens het veldonderzoek zijn geen zandhagedissen aangetroffen. Het valt echter niet volledig uit te sluiten zich een kleine populatie of zwervende individuen van nabijgelegen populaties in het Ennerveld voorkomen. RUGSTREEPPAD EN POELKIKKER Voor de poelkikker en de rugstreeppad ontbreken geschikte voortplantingswater in het Ennerveld en de directe omgeving. Deze worden dan ook niet verwacht in het Ennerveld.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
18
Overige beschermde amfibieën en reptielen (Wet natuurbescherming 3.5 en 3.10) worden niet verwacht binnen het Ennerveld.
5.1.6
VISSEN
Binnen het plangebied is geen permanent natuurlijk open water aanwezig. Daarmee ontbreekt geschikt habitat voor beschermde vissoorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10).
5.1.7
ONGEWERVELDEN
Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor de in Wet natuurbescherming beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, etc.). Ook in de literatuur ontbreken meldingen van beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied. Er worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten uit andere soortgroepen (dagvlinders, libellen, kevers etc.).
5.2
NATURA 2000 SOORTEN
Het plangebied ligt in Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Tijdens het veldonderzoek is extra aandacht besteed aan de vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen soorten voor dit gebied. Tijdens dit onderzoek zijn geen van deze soorten aangetroffen (tabel 1 en tabel 2). Wel is in de omgeving van het Ennerveld, in het natuurgebied Petrea, een roepende zwarte specht waargenomen. Tabel 1: de habitatrichtlijnsoorten binnen het Ennerveld
HABITATSOORTEN: H1042 - Gevlekte witsnuitlibel H1083 - Vliegend hert H1096 - Beekprik H1163 - Rivierdonderpad H1166 - Kamsalamander H1318 - Meervleermuis H1831 - Drijvende waterweegbree
AANGETROFFEN 2017 nee nee nee nee nee nee nee
VERWACHT nee nee nee nee nee nee nee
* Soorten die worden verwacht op basis van habitat & verspreiding Tabel 2: de vogelrichtlijnsoorten binnen het Ennerveld.
VOGELSOORTEN: A072 - Wespendief A224 - Nachtzwaluw A229 - IJsvogel A233 - Draaihals A236 - Zwarte Specht A246 - Boomleeuwerik A255 - Duinpieper A276 - Roodborsttapuit A277 - Tapuit A338 - Grauwe Klauwier
AANGETROFFEN nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
VERWACHT* mogelijk nee nee nee mogelijk nee nee nee nee nee
* Soorten die worden verwacht op basis van habitat & verspreiding
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
19
6
CONCLUSIE
6.1
SOORTBESCHERMING
FLORA De aanwezigheid van beschermde soorten is zo goed als uit te sluiten. Geen nader onderzoek noodzakelijk. Geen ontheffing noodzakelijk. VOGELS Alle broedvogels zijn beschermd via de Wet natuurbescherming. Nesten mogen niet worden beschadigd of vernield. De broedtijd van de meeste vogels loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, maar ook daarbuiten zijn nesten beschermd. Indien in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen, dan mogen deze niet worden beschadigd of weggenomen. Jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen Nesten en verblijfplaatsen die jaarronde bescherming genieten zijn zo goed als zeker niet aanwezig. Wel zijn tijdens de veldonderzoeken en in de literatuur meerdere soorten aangetroffen met jaarrond beschermde nestplaatsen. Het wordt dan ook geadviseerd bomen die men voornemens is te kappen, voorafgaand te onderzoeken op eventuele verblijfplaatsen van nesten van jaarrond beschermde soorten. Zeer waarschijnlijk vinden de werkzaamheden doorlopend plaats en daarmee ook in het broedseizoen. Om verstoring van beschermde broedvogels en het vernielen van nesten tijdens de werkzaamheden te voorkomen wordt aangeraden een ecologisch werkprotocol op te stellen. Tevens is het raadzaam buiten het broedseizoen alle opgaande beplanting waarvan vaststaat dat deze op termijn wordt verwijderd, op voorhand te verwijderen.
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Boommarter en eekhoorn Tijdens de veldonderzoeken zijn geen (verblijfplaatsen van) eekhoorns of boommarters aangetroffen. Het wordt desalniettemin geadviseerd nogmaals bomen die men gaat kappen voorafgaand te onderzoeken op eventuele verblijfplaatsen van eekhoorns of boommarters. Das In de kuil is een burcht aanwezig, de vochtige, voedselrijke gronden in de kuil maken onderdeel uit van het essentieel foerageergebied. Er worden geen permanente effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op de in het Ennerveld aanwezige dassen of verblijfplaats verwacht. Wel wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol op te stellen waarin wordt aangegeven hoe dient te worden omgegaan met de dassen en de dassenburcht en het essentieel leefgebied gedurende de werkzaamheden. Edelhert De kuil wordt door edelherten gebruikt als foerageergebied. In deze plannen wordt de hoeveelheid open vegetaties in de kuil vergroot. Zowel langs de randen als in de kuil blijft wel voldoende schuilgelegenheid aanwezig. De ontwikkelingen hebben vermoedelijk geen effect op de hier aanwezige edelherten. Ook worden gezien de relatief grote afstand tussen de ontwikkelingszone en de kuil en het feit dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden geen verstorende effecten van de werkzaamheden op foeragerende edelherten verwacht.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
20
Wild zwijn De kuil wordt door zo’n 10-25 wilde zwijnen gebruikt als foerageergebied en rustgebied. Men is voornemens zwijnen te weren uit delen van het Ennerveld (het ontwikkelingsgebied en mogelijk ook de kuil). Gezien het opportunisme van wilde zwijnen en de grote van het totale leefgebied (landgoed Petrea en omliggende terreinen) worden geen directe effecten op de wilde zwijnen verwacht indien deze uit de ontwikkelingszone en de kuil worden geweerd. Er worden geen overige beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht. Geen nader onderzoek noodzakelijk. Geen ontheffing noodzakelijk. VLEERMUIZEN Gedurende het vleermuisonderzoek zijn slechts foeragerende vleermuizen aangetroffen in het Ennerveld. Er zijn geen gebouwen aanwezig die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn binnen de ontwikkelingslocatie geen bomen met holten of andere potentiele verblijfplaatsen vastgesteld. Op locaties waar verder bomen dien en te worden verwijderd zijn ook geen potentiele verblijfplaatsen aangetroffen. Eventuele verblijfplaatsen elders binnen het plangebied ondervinden geen negatief effect van de ontwikkelingen. Het Ennerveld wordt door meerdere vleermuizen gebruikt als foerageergebied. Gezien de ligging van het Ennerveld op de Veluwe is geen sprake van een foerageergebied dat essentieel is voor de functionaliteit van een voortplantings- of verblijfplaats.
Het is dan niet noodzakelijk een ontheffing aan te vragen voor de effecten op vleermuizen van de voorgenomen ingrepen. Wel wordt aangeraden het Ennerveld ’s nachts zo donker mogelijk te houden, indien dit niet mogelijk is vleermuisvriendelijke verlichting aan te brengen. REPTIELEN EN AMFIBIEËN Hazelworm en zandhagedis Tijdens het veldonderzoek is de beschermde hazelworm op meerdere locaties in de kuil aangetroffen. Op de ontwikkelingslocatie is de soort niet aangetroffen, maar het is ook niet geheel uit te sluiten dat hier af en toe een hazelworm aanwezig is. Het Ennerveld zal als voortplantingslocatie en rustlocatie blijven functioneren. Tijdens de veldonderzoeken zijn geen zandhagedissen aangetroffen, mogelijk doorkruist een zandhagedis van naburige populaties de ontwikkelingszone van het Ennerveld. Tijdens de werkzaamheden kunnen hazelwormen en zandhagedissen worden gedood door bijvoorbeeld rijdende machines. Ook het doden van hazelwormen en zandhagedissen is verboden (Wet natuurbescherming 3.10 en 3.5). Er wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol op te stellen waarin wordt aangegeven hoe dient te worden omgegaan met hazelwormen en eventuele zandhagedissen binnen het plangebied. Dit om het doden van dieren tijdens de werkzaamheden tegen te gaan. Er worden geen overige beschermde reptielen en amfibieën verwacht. Geen nader onderzoek noodzakelijk.
Geen ontheffing noodzakelijk. VISSEN Er worden geen beschermde vissen verwacht. Geen nader onderzoek noodzakelijk. Geen ontheffing noodzakelijk.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
21
ONGWERVELDEN Er worden geen beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, etc.) verwacht. Geen nader onderzoek noodzakelijk. Geen ontheffing noodzakelijk.
6.2
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL EN BEGELEIDING
Aangezien het Ennerveld het (mogelijke) leefgebied vormt van meerdere beschermde en/of zeldzame plantensoorten wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol op te stellen en de uitvoering te laten begeleiden door een ecoloog. In een ecologisch werkprotocol staat hoe en wanneer welke werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Dit zodat de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden in het veld door een ecoloog te laten begeleiden wordt voorkomen dat beschermde dieren worden onnodig gedood of verblijfplaats worden beschadigd. Tevens kan tijdens de begeleiding worden ingeschat wanneer de ‘Zorgplicht’ (zie hoofdstuk 3) van belang is.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
22
LITERATUUR Creemers, R. C. M. van Delft, J. C. W. 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna 9. Stichting Ravon. 476pp. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013. Internetbronnen www.telmee.nl www.waarneming.nl www.ravon.nl
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
23
BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE DIERSOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur soepschildpad hamster bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn
Buiting Advies BV
24
BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat
Buiting Advies BV
25
BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
26
VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE GELDERLAND Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Gelderland bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaard kikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
27
Flora en fauna onderzoek Ennerveld
Buiting Advies BV
28