CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

15.3.1. Verkennend bodemonderzoek.pdf

Raadscommissie 21 juni 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: Bestemmingsplan Nieuw Ennerveld23.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 Molenweg 1 - Wapenveld

Opdrachtgever: BJZ.NU BV Locatie: Molenweg 1 8191 KA Wapenveld

Januari 2019

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 Molenweg 1 - Wapenveld

Opdrachtgever: BJZ.NU BV Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Locatie: Molenweg 1 8191 KA Wapenveld Projectcode: 18086116 Rapportagedatum: 31 januari 2019 Auteur: Ing. J.L. Kienstra

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina

1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

9 9 9 11 12 12 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

14

6

Literatuur en bronvermelding

16

2

3

4

Bijlagen I

II III IV V

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek CBB, augustus 1995 Boorplan verkennend bodemonderzoek CBB, mei 1997 Boorplan verkennend bodemonderzoek A&M Milieuadvies, maart 2005 Boorplannen verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2019 Boorstaten en legenda boorstaten Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU BV op een terreindeel aan de Molenweg 1 te Wapenveld door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van recreatiewoningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat zich geen specifieke verdachte deellocaties aanwezig zijn. Een deel van het terrein, rondom de voormalige bebouwing, is asbestverdacht volgens de asbestkansenkaart van de provincie Gelderland. In 2017 is het voormalig hoofdgebouw afgebrand. De onderzoekslocatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten.

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, oktober 2015; - de aanvulling NEN 5707/C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, november 2018; - NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, oktober 2015; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en/of het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in januari 2019 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 1 van 16

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Molenweg 1, op circa 1.7 kilometer ten noordwesten van de bebouwde kom van Wapenveld. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 199.993 en y = 494.895. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Heerde, sectie A, nummers 3009 (ged.), 3062 (ged.) en 3063 (ged.). De Molenweg is ten noorden van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie betreft een deel van een voormalig kampeerterrein (Het Ennerveld). Het te onderzoeken terreindeel is onbebouwd en deels verhard met klinkers. Er is een fundatielaag, bestaande uit puingranulaat, aanwezig onder de klinkerverharding. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als bos. De onderzoekslocatie is gelegen in een bosrijke omgeving van de oostelijke Veluwezoom. Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het te terreindeel. De onderzoekslocatie omvat circa 18000 m2, waarvan circa 1950 m2 is verhard met klinkers.

In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek CBB, augustus 1995; - Boorplan verkennend bodemonderzoek CBB, mei 1997; - Boorplan verkennend bodemonderzoek A&M Milieuadvies, maart 2005; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2019. 2.2

Vooronderzoek

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en bij de gemeente Heerde. Tevens is informatie ontleend aan het Masterplan Nieuw Ennerveld (Studio Larkema d.d. oktober 2017) en het bodemonderzoek van M&A Milieuadviesbureau uit maart 2005. De volgende informatie is verzameld: - Het Ennerveld is een, circa 21 hectare groot, voormalig kampeerterrein (van 1993 tot 1996) en recreatiecentrum in het natuurgebied van de oostelijke Veluwezoom. Het gebied van Ennerveld bestaat volgens het Masterplan nieuw Ennerveld uit 3 te onderscheiden delen: 1) het voormalige kampeerterrein en omliggend bos; 2) het voormalig zandafgravingsgebied, “de kuil van Keijl” (gelegen ten oosten van de onderzoekslocatie); 3) het terrein dat buiten de Natura 2000 valt (dit omvat ruwweg het terreindeel van het voormalig recreatiegebouw en de parkeerplaats). Het bestemmingsplan van de gemeente Heerde, Buitengebied West, heeft voor de kuil de bestemming dagrecreatie en voor het gehele gebied ten westen van de kuil de bestemming verblijfsrecreatie. - De “kuil van Keijl” is een circa 10 hectare groot voormalig zandafgravingsgebied. De familie Keijl verkreeg in 1960 de rechten voor ontzanding van het gebied. Het gebied is korte tijd gebruikt als skibaan.

Na de zandwinning is de kuil gebruikt als vuilstortplaats. Op deze stortplaats zijn in de periode 1962 tot 1986 ongecontroleerd huishoudelijk afval, bouw- en sloopafval en chemisch afval gestort. Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 2 van 16

Het dumpen van het afval heeft ook buiten de vergunningsperiode van 1968 tot 1974 plaatsgevonden. Het chemisch afval bestond voornamelijk uit verfslib met oplosmiddelen, afkomstig van de nabijgelegen verffabriek van Sikkens-Smit, boorslib van oliemaatschappijen en metaal- en carbidhoudend slib van een gasinstallatiebedrijf. Aangezien het waterpeil zeer diep is, bestaat er geen gevaar voor vervuiling van het grondwater (bron: rapport verkennend bodemonderzoek A&M Milieuadvies, maart 2005). De stortlocatie betreft een bij de provincie Gelderland bekend geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de provincie op 2 maart 2005 de ernst en urgentie heeft vastgesteld (MW2004.22866). Gelet op de destijds beoogde ontwikkeling van het terrein "Ennerveld" is in 2005 een saneringsplan met bijbehorende bodemonderzoeken aan de provincie Gelderland voorgelegd. Omdat het saneringsplan onvoldoende rekening hield met de aanwezige natuurwaarden van het gebied, heeft de provincie niet in kunnen stemmen met dit plan. Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken en de terreinbezoeken, die destijds hebben plaatsgevonden, is de verontreinigingssituatie in kaart gebracht en is tevens vastgesteld dat plaatselijk afval aan het oppervlak voorkomt. Deze uitgevoerde onderzoeken hebben geleid tot een besluit in het kader van de Wetbodembescherming (MW2004.22866, 2 maart 2005).

De voormalige stortplaats is door de provincie aangemerkt als een niet-urgent geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit betekent dat er bij het huidige gebruik geen actuele risico’s zijn en een sanering niet op korte termijn uitgevoerd hoeft te worden. Gelet op de afwezigheid van actuele risico's (niet-urgent geval van ernstige bodemverontreiniging) kan dit wachten op een natuurlijk moment, zoals een beoogde herontwikkeling. Op dit moment is een (verplichte) verbetering van de deklaag of monitoring van het grondwater niet aan de orde. - Ten noordwesten van de onderzoekslocatie was het recreatiegebouw gelegen. Het pand is, nadat de locatie als recreatiegebied werd gebruikt, als asielzoekerscentrum (AZC) gebruikt (van 1997 tot medio 2006). In april 2017 is het pand afgebrand en vervolgens gesloopt. Mogelijk is er asbest vrijgekomen bij de brand. Niet bekend is in hoeverre het bluswater een negatieve invloed heeft gehad op de plaatselijke bodemkwaliteit. Niet bekend is waar het bluswater is weggestroomd tijdens de brand. Na de brand is het terrein rondom het afgebrande pand opgeschoond. Het terreindeel waar de brand heeft plaatsgevonden wordt niet beschouwd als een verdachte deellocatie. - Voor zover bekend is er op het te onderzoeken terrein geen sprake geweest van opslag in boven- of ondergrondse tanks van diesel of huisbrandolie (HBO).

Rondom de voormalige bebouwing lagen en stonden brandstoftanks (2x bovengronds en 3x ondergronds). De ondergrondse tanks betroffen HBO-tanks met een inhoud van 3000 liter. Deze voormalige verdachte deellocaties zijn niet meer aangetroffen tijdens het bodemonderzoek in 2005 door A&M Milieuadvies en in 1997 en 2005 reeds voldoende onderzocht. - Na het buitengebruik stellen van de camping heeft de gemeente tijdens een veldinspectie veel zwerfaval (vooral plastic) aangetroffen. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Het te onderzoeken terreindeel heeft rondom het voormalig recreatiegebouw en ter plekke van (enkele) van de voormalige bijgebouwen op het campingterrein, volgens de asbestkansenkaart van de provincie Gelderland, een hoge kans op aanwezigheid van asbest. Uit een asbestinventarisatie van Contraa asbestexpertise en advies (projectnummer 2017091 d.d. 28 februari 2017) blijkt dat het meeste asbest inpandig was verwerkt. Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 3 van 16

Aan de buitenzijde van het pand was plaatselijk asbesthoudende borstwering aanwezig. - Onder de klinkerverharding bevindt zich een fundatielaag bestaande uit puingranulaat. De herkomst van het puin en de kwaliteit met betrekking tot asbest is niet bekend. Het puin wordt in dit onderzoek onderzocht op asbest. - Er is een bodemonderzoeksrapport van A&M Milieuadvies uit 2005 beschikbaar gesteld. Het bodemonderzoek maakt melding van 2 eerder uitgevoerde bodemonderzoeken door CBB in augustus 1995 en mei 1997. Uit de resultaten van deze onderzoeken bleek het volgende: CBB, verkennend bodemonderzoek op het terrein van de camping (13 hectare), rapportnummer 1079991 d.d. augustus 1995 In 1 mengmonster van de bovengrond werd een lichte verontreiniging met PAK aangetroffen en in 1 mengmonster van de ondergrond was licht verontreinigd met arseen en cadmium. CBB, verkennend bodemonderzoek, perceelsgedeelte rondom de bebouwing (4 hectare) rapportnummer 1079992 d.d. mei 1997 In de bovengrond werden lichte verontreinigingen met minerale olie en PAK aangetroffen. De ondergrond was niet verontreinigd. Bij 4 van de 5 brandstoftanks werden in de laag onder de tankbodem lichte verontreinigingen met minerale olie geconstateerd. Verkennend bodemonderzoek, Molenweg 1-3 te Wapenveld, A&M Milieuadviesbureau, rapportnummer 25-WM03 d.d.

1 maart 2005 Het onderzoek heeft plaatsgevonden op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie in onderhavig bodemonderzoek. Een met puin verhard pad is separaat onderzocht op asbest. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: Zintuiglijke waarnemingen: plaatselijk puin. De plekken van de voormalige brandstoftanks waren niet meer zichtbaar. Het vermoeden was dat de tanks zijn verwijderd (er zijn geen saneringscertificaten bekend). Bovengrond (rondom bebouwing): plaatselijk licht verontreinigd met PAK; Ondergrond: plaatselijk licht verontreinigd met nikkel en arseen en EOX. Er is geen olie aangetoond bij de vermoedelijke voormalige tanklocaties. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich op circa 30 meter boven NAP. De locatie bevindt zich ten westen van het IJsseldal. - De geohydrologische basis wordt gevormd door de Formatie van Tegelen en bevindt zich op circa 130 meter min maaiveld. - Het IJsseldal is na het terugtrekken van het landijs opgevuld met smeltwaterafzettingen behorend tot de Formatie van Drenthe. - Boven de Formatie van Drenthe bevinden zich continentale en fluviatele afzettingen behorend tot de Eemformatie en de Formatie van Kreftenheye. Plaatselijk zijn zandige afzettingen behorend tot de Formatie van Twente aangetroffen. - Het grondwater bevindt zich op meer dan 15 meter min maaiveld en stroomt globaal in noordoostelijke richting. - De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. - De IJssel stroomt op circa 3600 meter ten oosten van de onderzoekslocatie.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 4 van 16

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, oktober 2015; - de aanvulling NEN 5707/C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, november 2018; - NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, oktober 2015; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010. Onderstaande onderzoeksstrategie en het boorplan zijn akkoord bevonden door de gemeente Heerde. Er zijn op basis van het vooronderzoek geen verdachte deellocaties aan te wijzen binnen het te onderzoeken terreindeel. Hoewel slechts een deel (rondom de voormalige bebouwing) van de onderzoekslocatie, volgens de asbestsignaleringskaart van de provincie Gelderland, asbestverdacht is, wordt de gehele onderzoekslocatie onderzocht als zijnde asbestverdacht.

Uit het vooronderzoek is gebleken dat tot 5 m-mv geen grondwater aanwezig is; het grondwateronderzoek komt derhalve te vervallen. De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), verdacht uit norm NEN 5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. De hypothese onverdacht gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Het aantal te analyseren asbestmonsters (5x grond) wordt gebaseerd op een oppervlakte van 16050 m2 (18000 - 1950 m2). Het aantal puinanalyses (2x puin) wordt gebaseerd op een oppervlakte van 1950 m2 puinverharding onder de klinkerbestrating. Op een terrein met een oppervlakte van circa 18000 m² worden in totaal 30 boringen worden verricht, die tot maximaal 0.5 m-mv worden vervangen door inspectiegaten, met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. In totaal worden 9 inspectiegaten doorgezet tot in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. De puinverharding onder de klinkerbestrating wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De onderzoeksstrategie voor de puinverharding is gebaseerd op de NEN 5897.

Er worden op basis van circa 1950 m2 minimaal 12 inspectiegaten gegraven, die deels worden gecombineerd met het onderzoek op de onverharde terreindelen. Er zijn 6 extra inspectiegaten gegraven in de puinverharding (totaal 12 gaten). Er worden minimaal 2 mengmonsters van de fijne fractie (25 kilo) geanalyseerd op asbest. In de normen NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 5 van 16

Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.

Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.

3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA Testing BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 14 (meng)monsters (waarvan 7 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 onderzocht. In tabel 3 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Tabel 3: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (4x) Ondergrond (3x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (5x)

Asbest en droge stof

Puingranulaat (2x)

Asbest en droge stof

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 6 van 16

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 7 van 16

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 8 van 16

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en 4.5. en in paragraaf 4.4 en 4.6. worden de resultaten besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in januari 2019 uitgevoerd door de heren J. Hartman en R. Veltmaat. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/07). Op 16 en 23 januari 2019 zijn, na het inspecteren van het maaiveld op 16 januari, in totaal 36 inspectiegaten gegraven, waarvan er 9 zijn doorgeboord tot 2.0 m-mv. Inspectiegat 5 is verplaatst nadat de boring is gestaakt op puin (de gestaakte boringen zijn gecodeerd als 5A, 5B en 5C). Het puin in de gestaakte boringen 5A en 5B vormt vermoedelijk een onderdeel van de puinverharding in de oprit van de parkeerplaats. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van bladafval, niet goed geïnspecteerd worden (minder dan 25% van de toplaag kon worden geïnspecteerd; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen of weinig neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Plaatselijk ligt zwerfafval op het maaiveld (voornamelijk plastic en baksteenpuin). Ter plekke van het voormalig hoofdgebouw ligt een depot puingranulaat. Er zijn geen waarnemingen gedaan, die duiden op een bodemverontreiniging.

Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 2.0 meter min maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn tot matig grof zand aangetroffen. In de ondergrond zijn veen-, grind-, roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 4 weergegeven. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem of in het puingranulaat. Tabel 4: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming 1

0.22 - 0.42

Puingranulaat

18

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

21

0.18 - 0.40

Puingranulaat

27

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 9 van 16

Vervolg tabel 4: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming 28

0.30 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

29

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

31

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

32

0.22 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

33

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

34

0.18 - 0.40

Puingranulaat

35

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

36

0.25 - 0.50 0.50

Puingranulaat Boring gestaakt op puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 5 staat omschreven. Het zintuiglijk schone ophoogzand tussen de klinkerverharding en de puinfundatie is niet geanalyseerd, omdat deze laag dun is en omdat er geen verontreinigingen worden verwacht. Tabel 5: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Monsterpunt

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG I

2 en 30 19 20 25 26 en 28

0 - 0.20 0 - 0.15 0 - 0.50 0 - 0.25 0 - 0.30

Standaard pakket

BG II

3 en 5 22 23 24

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.35 0 - 0.15

Standaard pakket

BG III

6B 13, 15 en 16 14

0 - 0.30 0 - 0.50 0 - 0.40

Standaard pakket

BG IV

7, 10, 10, 11 en 12 9

0 - 0.40 0.30 - 0.50

Standaard pakket

OG I

1 2 3 4 5 6

0.90 - 1.40 1.50 - 2.00 1.00 - 2.00 0.50 - 1.00 0.90 - 1.40 0.80 - 2.00

Standaard pakket

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 10 van 16

Vervolg tabel 5: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Monsterpunt

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Overig terreindeel

OG II

1 2 3 4 5 6

0.42 - 0.90 0.80 - 1.20 0.50 - 1.65 0.25 - 0.50 0.70 - 0.90 0.30 - 0.80

Standaard pakket

OG III

7 8 9

0.40 - 1.90 0.40 - 1.80 0.50 - 1.30

Standaard pakket

MM FF - 01 (grond)

5A 19 20 25 26 30

0.20 - 0.50 0 - 0.15 0 - 0.50 0 - 0.25 0 - 0.30 0 - 0.20

Asbest

MM FF - 02 (grond)

3 22 23 24 28

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.35 0 - 0.15 0 - 0.30

Asbest

MM FF - 03 (grond)

4 14 en 17 15 en 16

0 - 0.20 0 - 0.40 0 - 0.50

Asbest

MM FF - 04 (grond)

6A 7 en 12 13

0 - 0.30 0 - 0.40 0 - 0.50

Asbest

MM FF - 05 (grond)

8, 10 en 11 9

0 - 0.40 0.30 - 0.50

Asbest

MM FF - A (puin)

1 27, 29, 31 en 32 28

0.22 - 0.42 0.25 - 0.50 0.30 - 0.50

Asbest

MM FF - B (puin)

18, 33, 35 en 36 21 en 34

0.25 - 0.50 0.18 - 0.40

Asbest

4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 11 van 16

In de bovengrond BG I, BG II, BG III en BG IV zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de 3 mengmonsters van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof). Monster

1

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Bovengrond, BG I

PCB

0.0056

0.0215 *

0.02

1.0

Bovengrond, BG II

PCB

0.0084

0.0215 *

0.02

1.0

Bovengrond, BG III

PCB

0.01

0.0288 *

0.02

1.0

Bovengrond, BG IV

Minerale olie

130

236.4 *

190

5000

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I, BG II en BG III - PCB De zeer licht verhoogde PCB-gehalten in de bovengrond BG I, BG II en BG III zijn op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond BG IV - Minerale olie Het zeer licht verhoogde minerale oliegehalte in de bovengrond BG IV is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. 4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 7 weergegeven. Tabel 7: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Inspectiegat

Component

Gewogen asbestconcentratie

Achtergrondwaarde

Interventiewaarde

MM FF - 01

Asbest

8.0

-

100

MM FF - 02

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - 03

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - 04

Asbest

n.a.

-

100

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 12 van 16

Vervolg tabel 7: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Inspectiegat

Component

Gewogen asbestconcentratie

Achtergrondwaarde

Interventiewaarde

MM FF - 05

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - A (puin)

Asbest

n.a.

-

100

Inspectiegat 18 (0.25-0.5)

Asbest

0.8

-

100

Inspectiegat 21 (0.18-0.4)

Asbest

0.5

-

100

Inspectiegat 33 (0.25-0.5)

Asbest

0.8

-

100

Inspectiegat 34 (0.18-0.4)

Asbest

0.7

-

100

Inspectiegat 35 (0.25-0.5)

Asbest

0.7

-

100

Inspectiegat 36 (0.25-0.5)

Asbest

0.8

-

100

In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 (grond) asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De monsters die zijn opgenomen in MM FF - 01 zijn op het meest noordelijke deel van de onderzoekslocatie gelegen. Het asbest in dit monster betreft isolatiemateriaal. De overige 4 mengmonsters van de fijne fractie (grond) zijn asbestvrij. Het mengmonster van de fijne fractie van het puingranulaat MM FF - B is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte wordt veroorzaakt door 1 asbesthoudend fragmentje van 2 - 4 mm. Geconcludeerd kan worden dat 5 van de 6 inspectiegaten, die zijn opgenomen in dit mengmonster, asbestvrij zijn. Het mengmonster MM FF - A is asbestvrij.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 13 van 16

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van BJZ.NU BV is in een verkennend en nader bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 18000 m² aan de Molenweg 1 te Wapenveld. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en deels verhard met klinkers. Het overgrote deel is onverhard en in gebruik als bos. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen nieuwbouw van recreatiewoningen. Er zijn geen specifieke verdachte deellocaties aanwezig binnen het te onderzoeken terreindeel. Een deel van het terrein, rondom de voormalige bebouwing, is asbestverdacht volgens de asbestkansenkaart van de provincie Gelderland (de gehele onderzoekslocatie is onderzocht als zijnde asbestverdacht). Ook bij de brand in 2017 is mogelijk asbest vrijgekomen. De onderzoekslocatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten. Omdat het grondwater lager staat dan 5.0 m-mv, is het grondwateronderzoek komen te vervallen. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 39 inspectiegaten gegraven, waarvan er 9 zijn doorgeboord tot 2.0 m-mv. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. Met uitzondering van een puinfundatie onder de klinkerverharding zijn geen bodemvreemde materialen in de bodem waargenomen. Op het maaiveld ligt plaatselijk zwerfafval (plastic en baksteenpuin).

Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de bodem of in het puingranulaat. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - Bovengrond, BG I, BG II en BG III: is zeer licht verontreinigd met PCB; - Bovengrond, BG IV: is zeer licht verontreinigd met minerale olie; - Ondergrond, OG I tot en met OG III: is niet verontreinigd; - MM FF - 01: is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - MM FF - 02: is niet asbesthoudend; - MM FF - 03: is niet asbesthoudend; - MM FF - 04: is niet asbesthoudend; - MM FF - 05: is niet asbesthoudend; - MM FF - A (puin): is niet asbesthoudend; - MM FF - B (puin): is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Hypothese De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” dient te worden gehandhaafd, aangezien plaatselijk asbest is aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" met betrekking tot de chemische componenten dient te worden verworpen, aangezien enkele overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen De bovengrond is zeer licht verontreinigd. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren.

De 3 mengmonsters van de ondergrond zijn niet verontreinigd.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 14 van 16

Van de 5 geanalyseerde grondmengmonsters van de fijne fractie zijn er 4 niet asbesthoudend. Het mengmonster MM FF - 01 is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De 2 mengmonsters van de fijne fractie van de puinlaag zijn niet asbesthoudend of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (recreatie). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen.

Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 15 van 16

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Heerde Rapport verkennend bodemonderzoek, Molenweg 1-3 te Wapenveld, A&M Milieuadviesbureau, rapportnummer 25-WM03 d.d. 1 maart 2005 Asbestinventarisatie, Molenweg 1-3 te Wapenveld, Contraa asbestexpertise en advies, projectnummer 2017091 d.d. 28 februari 2017 NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, oktober 2015 NEN 5707/C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, november 2018 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.

Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, oktober 2015 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 27 F, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Atlas Gelderland www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 18086116

Pagina 16 van 16

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek CBB, augustus 1995 Boorplan verkennend bodemonderzoek CBB, mei 1997 Boorplan verkennend bodemonderzoek A&M Milieuadvies, maart 2005 Boorplannen verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2019

Molenweg 1 te Wapenveld

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 18086116 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 27 B

BJZ.NU BV Molenweg 1 8191 KA Wapenveld Verkennend bodemonderzoek

30

vml. pand 31 braak

29 1

klinkers

26

Mo

32 28

l en

we

g

bos 2

27

25

33 24

19

23

20

21 bos

5A 5B

34 22

3

18 klinkers

4

35

35 5

17 16

15 14

bos

13

6 6A

12

7

stortplaats (voormalige zandafgraving)

bos

11

8

10

0

50

9

= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV

Tekenaar: JK

Projectcode Schaal Datum

: 18086116 : 1:1000 (A3-formaat) : Januari 2019

Bijlage II Boorstaten

1

4

klinker, m aaiveld

0

0 -7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

2 -22

2

100 3

0 1

1

50

bosgrond, m aaiveld

0

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, uit erst wort els -20

veen, st erk zandig, donker zwart

granulaat

-25 -42

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, rest en oer, sporen t eelaarde

3 100

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer

-90

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige 150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker bruin, rood, m at ig oer

150

-150

4

4

200

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige

200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

2

4A

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

2

50

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 13.6%, donker bruin, beige, rest en zand, rest en wort els

3

0

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , zwak veen -20

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, rest en wort els 100

bosgrond

0

-80

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, m at ig oer

-30

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, m at ig oer

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-120

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige

150

5

4

bosgrond, m aaiveld

0

0

200

1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

2 3

4

3

0

50 2 100

32x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 14.2%, donker zwart , grijs, rest en zand, rest en wort els

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin -90

bosgrond, m aaiveld

1

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, ophoogzand geroerd -70

100

0

32x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en plant en, rest en zand

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen oer

150

-150 5 -50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, rest en oer, sporen veen, rest en t eelaarde, geroerd

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit

200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

3 150

4

-165

5 200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

Plast ic, pvc en bakst een op m aaiveld.

0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

M ole n w e g 1 - W a p e n ve ld 18086116 3 1 -0 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 6

bosgrond, m aaiveld

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

5A

-150

zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker zwart

-20

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, geroerd ophoogzand -50

gest aakt op puin.

5B

7

bosgrond, m aaiveld

0

0

0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin

1 -20

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, geroerd ophoogzand

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bosgrond, m aaiveld

0

50

-40 2

-50

gest aakt op puin.

33x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, uit erst wort els zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, rood, m at ig oer

100 3

150

5C

bosgrond, m aaiveld

0

4 0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin

200 -20

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, geroerd ophoogzand

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t -50

gest aakt op puin.

8 6

0

bosgrond, m aaiveld

0

1

0 1

50

bosgrond, m aaiveld

0

2

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, uit erst wort els

33x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, uit erst wort els

50 2 -30

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, rest en oer, sporen t eelaarde

-40

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, rood, m at ig oer -80

100

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, m at ig oer, edelm an

-80

100

3

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer

150

150

4

-150 4

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, geel, sporen roest

200

200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

9

bosgrond, m aaiveld

0

6A

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

0 1

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, uit erst wort els

50

2 50 3 -30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, rest en oer, sporen t eelaarde

4

5

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

M ole n w e g 1 - W a p e n ve ld 18086116 3 1 -0 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 6

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, rood, m at ig oer -80

200

onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

-30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, st erk wort els, edelm an -50

100

150

bodem profielen sch a a l 1 :5 0

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak wort els, ophoogzand

zand, uit erst grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, m at ig oer, edelm an

10

16

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

1

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, m at ig oer

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

11

50

bosgrond, m aaiveld

17

0

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

-40

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, m at ig oer

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht geel, bruin, m at ig oer

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

12

bosgrond, m aaiveld

0

18

0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els

klinker, m aaiveld

0

0 -7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

-40

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, m at ig oer

50

-25

granulaat ff/gf : 32,4/5,3 kg.

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

13

bosgrond, m aaiveld

0

19

0 1

32x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, m at ig wort els -40

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

1

32x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig wort els

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0 1

0

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els -40

50

bosgrond, m aaiveld

0

32x35cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig wort els

0

bosgrond, m aaiveld 1

50

0

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, uit erst wort els

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

14

20

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

0 1

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, geel, m at ig oer

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

32x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, rest en wort els

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

15

21

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

bosgrond, m aaiveld

0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els -40

50

-15

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige

32x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig wort els

50

klinker, m aaiveld

0

0 1 -7

50

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand -18

granulaat ff/gf : 28,8/4,7 kg. -40

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 3 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

M ole n w e g 1 - W a p e n ve ld 18086116 3 1 -0 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 3 va n 6

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige

22

28

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

1

-40

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht geel, bruin, m at ig oer

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

23

granulaat . granulaat ff/gf 33.3/6.7 kg

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

29 0

klinker, m aaiveld

0

0

32x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, uit erst wort els

50

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, st erk wort els -30

50

bosgrond, m aaiveld

0 1

0

32x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, uit erst wort els

50

bosgrond, m aaiveld

0

1

-35

-7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

50

-25

veen, st erk zandig, donker zwart

granulaat ff/gf : 31,7/4,8 -40

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

24 0

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker bruin, rood, m at ig oer

30

bosgrond, m aaiveld 1

0

0

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, uit erst wort els

50

bosgrond, m aaiveld

0 1

-15

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak zandig, m at ig grindig, zwak hum eus, donker bruin, uit erst wort els -20

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, licht bruin

veen, st erk zandig, donker zwart -20

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, m at ig oer

25

31

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

0

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, m at ig wort els

-7 -25

50

klinker, m aaiveld

0

veen, st erk zandig, neut raal zwart

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

50

-25

ff/gf : 33,8/5,7 kg. -30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht bruin, rood, st erk oer

26

32

bosgrond, m aaiveld

0

0 1

50

32x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 14.1%, donker bruin, beige, rest en zand, rest en wort els

27

-30

-22

granulaat ff/gf : 32,6/6,8 kg. t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

33

0 -7

-7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 M ole n w e g 1 - W a p e n ve ld 18086116 3 1 -0 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 4 va n 6

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand -25

granulaat granulaat ff/gf 34.1/6.2 kg

-25

granulaat ff/gf : 33,2/3,6 kg.

onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

klinker, m aaiveld

0 0

1

50

-7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

klinker, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, rest en wort els

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

klinker, m aaiveld

0

34

klinker, m aaiveld

0

0 -7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

50

-18

granulaat ff/gf 26.3/7.2 kg -40

t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige

35

klinker, m aaiveld

0

0 -7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand

50

-25

granulaat granulaat ff/gf 35,6/8.5 kg t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

36

klinker, m aaiveld

0

0 -7

50

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, ophoogzand -25

granulaat granulaat ff/gf 34.2/5.8 kg t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 6 -0 1 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

M ole n w e g 1 - W a p e n ve ld 18086116 3 1 -0 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 5 va n 6

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT ( GI)

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h)

Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

Bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

Wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisat ie Det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. J. Kienstra Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 23-Jan-2019

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2019006113/1 18086116 Molenweg 1 - Wapenveld 17-Jan-2019

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

18086116 Molenweg 1 - Wapenveld

Monsternemer Monstermatrix

Jan Hartman Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

2019006113/1 17-Jan-2019 23-Jan-2019/15:52 A,B,C 1/2

1

2

3

4

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

91.7

88.1

95.2

92.6

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

2.6

3.9

<0.7

1.5

Gloeirest

% (m/m) ds

97.4

96.0

99.6

98.4

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

<2.0

<2.0

<2.0

<2.0

S

% (m/m)

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

<20

<20

<20

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

<0.20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=0df4b6e6-f1d0-4c89-886c-a7f93576fc56