15.2.2. Wnb vergunning Nieuw Ennerveld.pdf
Tekst van het document
BESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Wet natuurbescherming hoofdstuk 2 gebieden Datum besluit Onderwerp Activiteit
: 15 mei 2019 : Wet natuurbescherming - gebieden - 2017-015114 - gemeente Heerde : het realiseren van een vakantiepark met vakantiehuisjes en voorzieningen aan Molenweg 1, 8191 KA Wapenveld Verlenen/weigeren : verlenen vergunning Aanvrager Zaaknummer
: Van Harte B.V. : 2017-015114
Documentnummer(s) inzagestukken: 02717684, 02721037, 02750785, 02868133, 02884329, 02885169, 02885299, 02885300, 02885514, 02885517, 02889259, 02924734, 02927897, 02940393, 02986153
Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van Van Harte B.V., Beethovenstraat 169, 1077 JD Amsterdam, hierna te noemen aanvrager, van 3 november 2017 om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. Aanvraag en procesverloop De aanvraag voorziet in een nieuw vestiging van het bedrijf. Vanwege de ligging van het project in de provincie Gelderland zijn wij bevoegd gezag. Op 2 juli 2018 hebben wij de aanvrager bij brief om aanvullende stukken verzocht. De aanvullende stukken zijn op verschillende momenten ontvangen. Na ontvangst van de aanvullende gegevens was de aanvraag op 14 augustus 2018 ontvankelijk en op deze datum is de aanvraag dan ook ingeboekt in AERIUS Register. Deze aanvraag is nog niet getoetst aan hoofdstuk 3 soorten van de Wet natuurbescherming. Mogelijk is hier ook nog een ontheffing nodig van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten uit de Wnb. Indien dit het geval is, dient de aanvrager deze ook bij de provincie aan te vragen. Tevens is deze aanvraag nog niet getoetst aan hoofdstuk 4 houtopstanden, hout en houtproducten van de Wet natuurbescherming. Mogelijk is hier ook nog een ontheffing nodig van de herplantplicht uit de Wnb. Indien dit het geval is, dient de aanvrager deze ook bij de provincie aan te vragen. Daarnaast dient voorafgaand aan de kap van bomen een kapmelding te worden gedaan.
Het ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er is een zienswijze ingekomen als reactie op de terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard. Besluit Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN gelet op artikel 1.13, artikel 2.7 lid 2 en 3 en artikel 2.8 lid 3 en 9 van de Wet natuurbescherming en artikel 2.7 Besluit natuurbescherming Van Harte B.V. een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen onder de volgende voorschriften: 1.
Deze vergunning met de bijbehorende AERIUS Register-bijlage (bijlage 1) met kenmerk Rk5vJJVcqeCz dient op het bedrijf aanwezig te zijn.
2.
De vergunning geldt voor het gebied zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2.
3.
Deze vergunning kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de vergunninghouder of in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts-)personen. De vergunninghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.
4.
De in voorschrift 3 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de activiteiten van de vergunning worden uitgevoerd over een (digitale) kopie van deze
vergunning, en tonen deze op verzoek aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren. 5.
De in voorschrift 3 genoemde (rechts)personen zijn op de hoogte van de inhoud en het doel van deze vergunning en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.
6.
Indien de vergunnhouder de vergunning in zijn geheel wil overdragen dan dient voor deze naamswijziging toestemming te worden gevraagd bij de Provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer van de vergunning.
7.
De start en de oplevering van de werkzaamheden moeten een week van te voren worden gemeld bij post@gelderland.nl, onder vermelding van de naam van het betrokken Natura 2000-gebied, de naam van de locatie en het zaaknummer van de vergunning.
8.
De uitvoeringswerkzaamheden die zorgen voor een grotere verstoring mogen alleen worden uitgevoerd in de periode van 1 oktober tot en met 28 februari zoals dit is aangegeven in tabel 3.
9.
De huidige verharding en paden die overbodig worden, moeten worden verwijderd. In de eindsituatie mogen alleen de verharding en paden blijven liggen zoals aangegeven in bijlage 2.
10.
Binnen 3 maanden na de openstelling van de parkeerplaats Ennerveld moet de parkeerplaats met alle voorzieningen aan de Leemculeweg zijn verwijderd (bijlage 3). Daarnaast moeten alle toegangspaden vanaf de parkeerplaats zijn geblokkeerd met boomstammen, takken en dergelijke.
11.
Voorafgaand aan de plaatsing van verlichting moet een verlichtingsplan worden opgesteld en ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Dit kan via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer van de vergunning. Aandachtspunten van het plan zijn dat verlichting naar beneden schijnt, laag bij de grond wordt aangebracht en met bewegingssensoren wordt aangeschakeld.
12.
In de gebruikssituatie is het verboden om katten en honden vrij op het terrein te laten lopen. Honden mogen wel aangelijnd buiten lopen. Bij alle toegangen van het park en de wandelpaden moet dit duidelijk worden aangegeven op een informatiebord.
13.
Minstens 1 maand voorafgaand aan de uitvoeringsfase dient een inrichtings-, uitvoerings-, en beheerplan te worden opgesteld en ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Dit kan via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer van de vergunning. Aandachtspunten van het plan zijn het behoud van de huidige natuurwaarden en het behalen van positieve effecten voor de Natura 2000doelstellingen. Zonder goedkeuring van de provincie Gelderland mag niet worden gestart met de bouw- en aanlegwerkzaamheden.
Aangevraagde situatie Het Ennerveld betreft een voormalige recreatiecentrum / camping met bestaande verhardingen (gebouwen zijn in 2017 afgebrand en gesloopt). De aanvraag betreft de oprichting van een nieuw vakantiepark met vakantiehuisjes en voorzieningen (figuur 1). Het gehele Ennerveld heeft een oppervlakte van 21,9 ha waarvan ongeveer 11 ha is geëxclaveerd van het Natura 2000gebied. Binnen deze oppervlakte vindt het gros van de ontwikkelingen plaats op circa 1,8 ha. Binnen deze 1,8 ha wordt 4.460 m2 bebouwd en worden 125 parkeerplaatsen gerealiseerd. De
3
huisjes, paden, parkeerplaatsen en verlichting worden zo natuurvriendelijk mogelijk in het landschap ingepast. Hierbij worden wel enkele bomen gekapt om de bebouwing en verharding te kunnen realiseren, enkele zichtlijnen te creëren en open plekken te maken zodat zonlicht op de bodem komt ten behoeve van mierennesten en heidevegetaties. Het overige deel van het Ennerveld wordt ingericht en beheerd als natuurgebied. Tabel 1 Oppervlakten in huidige en nieuwe situatie Huidige oppervlakte (m2) Binnen Buiten exclavering exclavering Bebouwingscontouren 1.850 0 25 boshuizen (65 m2 per woning) 0 0 met terrassen en bergingen 52 panoramawoningen 2 laags (70 0 0 m2 per appartement) met terrassen en bergingen Receptiegebouw met terrassen en 0 0 bergingen Wegen (verharding) 3.126 284 Wegen en parkeerplaatsen 0 0 (halfverharding) Paden (halfverharding) 288 3.815 Bosparkeerplaats Leemculeweg 0 1.300 Picknickveld Leemculeweg 0 1.000 Totaal 5.264 6.399
Nieuwe oppervlakte (m2) Binnen Buiten exclavering exclavering 0 0 1.205 745 0
1.910
0
600
0 1.645
0 1.610
477 0 0 3.327
1.454 0 0 6.319
Op het vakantiepark komen volgens de huidige verwachting 15.000 gasten per jaar. Dit is inclusief de mensen die gebruik maken van de faciliteiten maar niet overnachten (circa 2.500 mensen). Tabel 2 Verstoorde oppervlakten Huidige oppervlakte (ha) Verstoord Niet verstoord Ennerveld bos 5,5 14,7 Ennerveld heide en 0 0 (hei)schrale graslanden Ennerveld soortenrijke 0 1,7 graslanden en wilgenstruwelen Ennerveld zuidelijk 0m 170 m geëxponeerde bosranden Bosparkeerplaats 4,0 0 Leemculeweg en picknickveld Totaal 9,5 16,4
Nieuwe oppervlakte (ha) Verstoord Niet verstoord 11,2 6,5 1,5 1,0 0,2
1,5
450 – 500 m
400 – 450 m
0
0
12,9
9,0
Bepalen vergunningplicht op basis van de PAS Uit de bij de aanvraag ingediende AERIUS-berekening van de beoogde situatie volgt dat er gebieden zijn waar de depositie boven de grenswaarde ligt. De AERIUS-berekening is opgenomen in bijlage 1. Hierin staan alle gebieden vermeld met een depositie boven de 0,05 mol/ha/jaar.
4
Beoordeling van de aanvraag De aanvraag heeft betrekking op verschillende effecten. In de beoordeling wordt eerst ingegaan op de stikstofeffecten en daarna worden de overige effecten behandeld. Historie onder de PAS Voor deze locatie is niet eerder een toestemmingsbesluit verleend onder de PAS. Gelderse Beleidsregels Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben voor het toedelen van de vrij beschikbare ontwikkelingsruimte (segment 2) aan projecten en andere handelingen beleidsregels vastgesteld. Provincies hebben een gezamenlijke set van beleidsregels vastgesteld voor de verdeling van de vrij beschikbare ontwikkelingsruimte. Deze hebben tot doel om de toedeling ontwikkelingsruimte eenvoudig en eerlijk uit te voeren. Verder voorkomen deze regels dat enkele aanvragers in één keer de beschikbare ontwikkelingsruimte verbruiken. Bovendien moeten ze voorkomen dat er ongelijkheid ontstaat tussen provincies. Aanvragen worden getoetst aan de volgende beleidsregels: 1. Per PAS-programmaperiode wordt bij een toestemmingsbesluit aan een activiteit niet meer dan 3 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toegedeeld. Voor landbouw, industrie, infrastructuur of voor het gebruik van gemotoriseerd voertuigen voor wedstrijden geldt deze waarde in cumulatie met eerdere gemelde of vergunde activiteiten voor hetzelfde bedrijf binnen één PAS-programmaperiode. 2.
De activiteit, waarvoor ontwikkelingsruimte is toegedeeld, moet binnen twee jaar zijn gerealiseerd. Daarbij geldt als starttijdstip de datum waarop het besluit onherroepelijk is geworden. 3. Voor de toedeling van ontwikkelingsruimte geldt de volgorde van ontvangst van een volledige en ontvankelijke aanvraag. Bij binnenkomst via de post geldt het tijdstip van 12.00 uur. De aanvraag past binnen de voornoemde beleidsregels en is derhalve ter toetsing aangeboden aan AERIUS Register. Voor dit bedrijf locatie is niet eerder een vergunning danwel een verklaring van geen bedenkingen (hierna vvgb) op grond van de Wnb verleend. Referentie oprichting nieuwe activiteit Er is bij een nieuwe activiteit geen sprake van een referentiesituatie, de referentie is 0. Vaststellen en beoordelen van de overige effecten niet zijnde stikstof-effecten Het bedrijf wordt opgericht in het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Hierdoor zijn, naast de effecten van stikstofdepositie, andere effecten niet uit te sluiten. Uw bedrijfsactiviteiten zijn getoetst aan overige effecten (naast stikstofdepositie) op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen. Bij de aanvraag is een passende beoordeling gevoegd. In de aanvraag beschreven natuurwaarden In het, bij de aanvraag bijgevoegde, rapport “Passende beoordeling Natura 2000 Ennerveld, gemeente Heerde” zijn de volgende natuurwaarden aangegeven.
Habitattypen Op basis van de kaart van de provincie Gelderland blijkt dat habitattype H4030 Droge heiden in het Ennerveld voorkomt. Uit het veldonderzoek blijkt dat er binnen het Ennerveld geen habitattype H4030 Droge heiden aanwezig is. Zo ontbreekt de dominantie van struikhei en
5
andere dwergstruiken, maar wordt de vegetatie gedomineerd door bomen, struiken en grassen en is het oppervlak aaneengesloten struikhei kleiner dan de standaardnorm van 100 m2 die wordt genoemd in het profielendocument Natura 2000 (Ministerie van EZ, 2014). Er zijn ook geen andere habitattypen aangetroffen waarvoor het Natura 2000-gebied Veluwe is aangewezen. Habitatrichtlijnsoorten Tijdens de inventarisaties in 2017 werden habitatrichtlijnsoorten niet in het Ennerveld aangetroffen. Voor de meeste van deze soorten is op het Ennerveld en in de directe omgeving geen geschikt habitat aanwezig. Door het ontbreken van water is het Ennerveld geheel ongeschikt voor beekprik, rivierdonderpad en drijvende waterweegbree. Voor kamsalamander is geen voortplantingswater aanwezig (ook niet in de nabije omgeving). Gebruik van het gebied als overwinteringsgebied of landhabitat is gezien de afstand tot het Ennerveld uiterst onwaarschijnlijk. Voor gevlekte witsnuitlibel is noch voortplantingshabitat (water) noch geschikt jachtgebied aanwezig. De soort is in deze omgeving bovendien niet bekend. De meervleermuis jaagt bij voorkeur boven water en dit is niet aanwezig op de locatie. Kraamverblijfplaatsen van deze soort bevinden zich met name in gebouwen en als winterverblijfplaats worden vooral ondergrondse verblijven gebruikt. Paargroepen van deze soort zijn ook in boomholten gevonden.
Tijdens de vleermuisinventarisaties in 2017 is de meervleermuis niet in het Ennerveld aangetroffen. Het vliegend hert is niet aangetroffen en op het Ennerveld bevinden zich geen oude eikenstobben die geschikt zouden kunnen zijn voor de voortplanting (larven) van deze soort. Broedvogels Tijdens de inventarisaties in 2017 werden de vogelsoorten waarvoor de Veluwe als vogelrichtlijngebied is aangewezen niet aangetroffen in het Ennerveld. Het plangebied en de omgeving vormen geen gechikt leefgebied voor ijsvogel, duinpieper en tapuit. IJsvogel De ijsvogel eet vis en broedt enkel in steile wanden die zich vaak langs stromend water bevinden. Water is binnen het Ennerveld en in de omgeving niet aanwezig. Duinpieper Voorheen broedden duinpiepers op de stuifzanden van de Veluwe, de laatste jaren hebben er vermoedelijk geen duinpiepers meer in Nederland gebroed. Daarnaast ontbreekt de broedhabitat op het Ennerveld. Deze soort wordt dan ook niet verwacht als broedvogel in het Ennerveld. Tapuit Voorheen broedden tapuiten op de stuifzanden van de Veluwe, de laatste jaren hebben er vermoedelijk geen tapuiten meer op de Veluwe gebroed. Daarnaast ontbreekt de broedhabitat op het Ennerveld. Deze soort wordt dan ook niet verwacht als broedvogel in het Ennerveld.
Het plangebied vormt wel geschikt leefgebied voor wespendief, nachtzwaluw, draaihals, zwarte specht, boomleeuwerik, roodborsttapuit en grauwe klauwier.
6
Wespendief De wespendief is in de omgeving van het Ennerveld aangetroffen. Vrijwel de hele Veluwe is aangewezen als ten minste secundair leefgebied. Vrijwel alle bossen van de Veluwe zijn aangewezen als primair leefgebied. De bossen in het Ennerveld zijn aangewezen als secundair leefgebied. De wespendief is een strikte bosbewoner, met een voorkeur voor de grotere (> 250 ha), oudere bossen (ten minste 40 jaar). De soort broedt zowel in naaldbossen als in loofbossen, maar vermijdt jonge bossen en te sterk versnipperde bossen. De soort heeft een voorkeur voor sparren om zijn nest in te bouwen. De minimale grootte van het activiteitsgebied rond het nest bedraagt ongeveer 1.400 ha. Wespen vormen het hoofdvoedsel van deze soort, maar daarnaast worden ook veel vogels gevangen. Wespennesten worden uitgegraven, waardoor de soort afhankelijk is van redelijk zachte bodems. Het voedsel wordt in de regel gehaald op afstanden van 1 tot 3 km en maximaal op 7 km van het nest. Het Ennerveld wordt gekwalificeerd als een potentieel foerageergebied van matige kwaliteit. Nachtzwaluw Het Ennerveld is niet optimaal als leefgebied voor de nachtzwaluw. Door de beperkte aanwezigheid en geschiktheid van broed- en foerageerhabitat in de vorm van open zandige delen (heide, stuifzanden) met vliegdennen, wordt de soort niet verwacht in het Ennerveld.
Draaihals Vrijwel de hele Veluwe met uitzondering van een enkele plaats is ten minste secundair leefgebied voor de draaihals. Het grootste deel van het Ennerveld is als primair leefgebied aangemerkt. De draaihals heeft een voorkeur voor open loofbossen met grazige bodems en broedt daarnaast in heidegebieden en (niet in Nederland) dennen- en lariksbossen. Vroeger broedde de soort vooral in boomgaarden, maar tegenwoordig hebben randen van bossen de voorkeur. De nesten worden gebouwd in verlaten spechtenholen, boomholtes, nestkasten en in mindere mate in houtwallen of muurtjes. De soort leeft voornamelijk van mieren en mierenpoppen. Zwarte specht De zwarte specht is enkele keren waargenomen in de directe omgeving van het Ennerveld. Alle bossen op de Veluwe gelden ten minste als secundair leefgebied. In het Ennerveld ligt vrijwel geen primair leefgebied. De zwarte specht heeft een voorkeur voor rustige, grote en redelijk oude bossen (zowel loof- als naaldbos). Ook komen ze tot broeden in meer gefragmenteerde bossen of lanen. Het voorkomen is vrijwel geheel beperkt tot de bosrijke gebieden in het oosten en het zuiden van Nederland en de binnenduinrand van de Hollandse kust. Het voedsel bestaat uit insecten en insectenlarven, die vooral uit omgevallen en aangetaste bomen (veelal grove dennen) worden gehaald.
Het foerageergebied kan zich uitstrekken tot enkele kilometers van de nestplaats. Het Ennerveld worden gekwalificeerd als een potentieel foerageergebied van matige kwaliteit. Boomleeuwerik Vrijwel de hele Veluwe is ten minste secundair leefgebied. Het Ennerveld zelf is aangemerkt als primair leefgebied. De boomleeuwerik broedt op droge, zandige bodems met een schaarse begroeiing en verspreide opslag van bomen of struiken. Tevens broedt de soort langs de randen van meer gestructureerde vegetaties. De broedbiotoop omvat schrale heidevelden, zandverstuivingen en schrale duinen en kaalslagen en brandvlaktes. Deze landschappen ontbreken in het Ennerveld, er worden dan ook geen broedende boomleeuweriken verwacht. Roodborsttapuit De roodborsttapuit broedt in open gebieden met veel structuur (struweel, adelaarsvaren en ruigten). Het Ennerveld is waarschijnlijk te besloten voor de roodborsttapuit.
7
Grauwe klauwier De grauwe klauwier broedt veelal in struweel in afwisselende landschappen. Belangrijk is dat gedurende de hele broedtijd voldoende grote insecten aanwezig zijn. De kuil lijkt voldoende structuur te hebben, zeer waarschijnlijk vormen de beperkte aanwezigheid van voldoende grote insecten en nabijgelegen bronpopulaties de bottleneck voor deze soort. In de aanvraag beschreven relevante factoren In het, bij de aanvraag bijgevoegde, rapport Passende beoordeling Natura 2000 Ennerveld, gemeente Heerde zijn de volgende factoren beschreven die een effect kunnen hebben: Licht- en geluidhinder van de uitvoeringswerkzaamheden. Licht- en geluidhinder in de eindsituatie. Vernietigende en verstorende effecten van bebouwing en verharding. Verstorende effecten van bezoekers, verkeer en huisdieren. In de passende beoordeling beschreven significant negatieve effecten van de gevraagde activiteiten, niet zijnde de effecten van stikstof In het, bij de aanvraag bijgevoegde, rapport “Passende beoordeling Natura 2000 Ennerveld, gemeente Heerde” zijn de volgende mogelijk significante negatieve effecten beschreven. Verstorende effecten van bezoekers Vanuit het Ennerveld wordt een wandelpad naar het zuiden onderhouden, dit is een reeds bestaand pad (maar wordt in de huidige toestand niet gebruikt) en sluit aan op het Maarten van Rossumpad.
De verstoring in het Ennerveld zal langs de randen van dit pad toenemen. Overige paden binnen de natuurlocaties in het Ennerveld worden afgesloten zodat in deze delen van het gebied de rust behouden blijft. Daarnaast leiden de extra bezoekers ook tot extra verstoring in de natuur rondom het Ennerveld. De verwachting is dat het merendeel van de bezoekers in de omgeving van het Ennerveld blijft, binnen de cirkels (500 en 1000 meter) (figuur 2). De combinatie van het nabij gelegen Wapenveld, het Maarten van Rossumpad en het Ennerveld, doet vermoeden dat in de toekomst het merendeel van de verstoring ten oosten van het Ennerveld plaatsvindt, zoals nu al het geval is. Om de verstoringsinvloeden op de zwarte specht en wespendief te kwantificeren is voor beide soorten een verstoringsafstand van 50 meter aangenomen (figuur 3). Deze waarde wordt voor de wespendief genoemd door Sierdsema et al., 2008. Effecten van verstoring op de zwarte specht zijn zeer waarschijnlijk gering. De soort broedt en foerageert namelijk met enige regelmaat langs zandpaden en fietspaden (Sierdsema et al., 2008). Een afstand van 50 meter wordt dan ook als voldoende geacht voor deze soort.
Omdat als gevolg van de herinrichting vakantiehuisjes in het bos worden gerealiseerd en hierdoor de verstoring toeneemt en het geschikt bosoppervlak afneemt is er mogelijk wel een significant negatief effect op de in bossen broedende vogelrichtlijnsoorten zwarte specht en wespendief. Voor de wespendief en de zwarte specht geldt dat er geen primair habitat binnen het Ennerveld ligt. Het gehele Ennerveld ligt namelijk binnen de 1.200 meter verstoringszone van de Molenweg. Wel is er binnen het Ennerveld sprake van secundair habitat op de locatie waar de vakantiehuisjes, parkeerplaatsen en overige voorzieningen zijn gepland. In de aanvraag beschreven negatieve effecten van de gevraagde activiteiten In het, bij de aanvraag bijgevoegde, rapport “Passende beoordeling Natura 2000 Ennerveld, gemeente Heerde” zijn de volgende negatieve effecten beschreven. Licht- en geluidhinder van uitvoeringswerkzaamheden Ten behoeve van de aanleg van de wegen, gebouwen en parkeerplaatsen vinden grondverzet en bouwwerkzaamheden plaats binnen de ontwikkelingslocatie (1,8 hectare). Dit leidt mogelijk tot licht- en geluidhinder voor de Natura 2000-doelsoorten. Deze verwachte
8
inrichtingsmaatregelen zullen in één keer worden uitgevoerd, hierdoor is de hinder eenmalig. De meest hinderlijke werkzaamheden worden buiten de gevoeligste periode voor wespendief en zwarte specht (broedseizoen) uitgevoerd (maart t/m september). De meest hinderlijke werkzaamheden zijn het wegzagen van bomen, het verwijderen van beplaning, het grondverzet met zware machines en de ruwbouw. Tabel 3 Effecten per onderdeel Werkzaamheden Verstoring binnen Ennerveld
Verstoring buiten Ennerveld
Geschatte duur werkzaamheden 5 werkdagen
Periode van uitvoer
Passende maatregelen
n.t.b.
geen
2 werkdagen 10 werkdagen
n.t.b.
geen
oktoberfebruari
- ecologische begeleiding; - geen werkzaamheden in het donker; - werken volgens werkprotocol. - ecologische begeleiding; - werken volgens werkprotocol; - geen verlichting tussen 17:00 en 7:00; - geluidsarme machines; - afschermen werkgebied.
Inmeten van de te ontwikkelen locaties, plaatsing van piketten etc. Bleswerkzaamhede n Velling van de bomen en struiken
laag
geen
laag
geen
vrij hoog
matig
Bouwrijp maken inclusief aanleg kabels en leidingen Plaatsing boshuizen in de buitenlucht (prefab) Bouwwerkzaamhed en in de buitenlucht: appartementen Bouwwerkzaamhed en in de buitenlucht: receptiegebouw Afronding bouw en civiele werkzaamheden Inrichting interieur gebouwen Inrichting groen in de buitenruimte
hoog
matig hoog
20 werkdagen
oktoberfebruari
matig
laag
20 werkdagen
oktoberfebruari
matig-hoog
laag
70 werkdagen
oktoberfebruari
matig-hoog
laag
70 werkdagen
oktoberfebruari
matig
laag
20 werkdagen
jaarrond
laag
geen
jaarrond
geen
laag
geen
40 werkdagen 20 werkdagen
jaarrond, opletten in broedseizoen
- ecologische begeleiding; - werken volgens werkprotocol; - geen verlichting
9
Werkzaamheden
Uitvoering natuurinrichtingsmaatregelen zoals beschreven in toekomstig beheer en inrichtingsplan
Verstoring binnen Ennerveld
laag
Verstoring buiten Ennerveld
matig-hoog
Geschatte duur werkzaamheden
20 werkdagen
Periode van uitvoer
oktoberfebruari
Passende maatregelen
tussen 17:00 en 7:00; - geluidsarme machines; - afschermen werkgebied. - ecologische begeleiding; - werken volgens werkprotocol; - geen werkzaamheden in het donker; - geluidsarme machines; - afschermen werkgebied.
Licht- en geluidhinder in de eindsituatie De lichthinder in de eindsituatie wordt zoveel mogelijk beperkt in het ontwerp. Zo wordt slechts op enkele plekken verlichting aangebracht met vleermuisvriendelijke naar beneden gerichte verlichting. Ook zal waar mogelijk de verlichting enkel branden wanneer dit noodzakelijk is (bijvoorbeeld met bewegingssensoren). Wel zal in enige mate sprake zijn van uitstraling vanuit de gebouwen. Aangezien deze hinder veelal binnen de 50-meterzone plaatsvindt, valt deze binnen de verstoringszone. Daarnaast is geen sprake van leefgebied van de erg gevoelige habitatrichtlijnsoort meervleermuis. Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen van deze soort en het Ennerveld is ongeschikt als foerageergebied / vliegroute. Voor andere vleermuizen vormen de ontwikkelingslocatie en de directe omgeving een foerageergebied dat slechts in beperkte mate wordt gebruikt en geen essentiële functie heeft. Voor de wespendief en de zwarte specht geldt dat in het Ennerveld niet wordt gebroed. Aangezien deze vogels tegen de avondschemer waarschijnlijk niet meer nabij de ontwikkelingslocatie aanwezig zijn, maar zich in de omgeving of op het nest bevinden is geen sprake van lichtverstoring. Overige voor licht gevoelige soorten worden niet verwacht in het Ennerveld, door hun verspreiding / habitateisen.
Geluidshinder wordt alleen veroorzaakt door de bezoekers van het Ennerveld. Van gemotoriseerd verkeer buiten de parkeerplaats is geen / nauwelijks sprake. Voor wespendief en zwarte specht kan worden gesteld dat de geluidshinder derhalve gelijk is aan de verstoringszone rondom het ontwikkelingsgebied en het wandelpad. Op de overige soorten wordt geen geluidshinder verwacht omdat deze niet binnen het Ennerveld voorkomen. Vernietigende en verstorende effecten door bebouwing en verharding Het bos waarin de parkeervoorziening wordt gerealiseerd bestaat uit een smalle bosstrook, waarin zomereik, grove den, fijnspar en Amerikaanse eik de meest voorkomende boomsoorten zijn. De ondergroei bestaat voornamelijk uit Amerikaanse vogelkers en wilde lijsterbes. Direct
10
langs deze bosstrook ligt de vrij drukke Molenweg die Wapenveld met Wezep verbindt. Aan de andere zijde bevindt zich een verhard oppervlak. Door de beperkte breedte en de verstoring vanuit de Molenweg is dit deel van het gebied vrijwel ongeschikt als foerageergebied voor de zwarte specht en wespendief. Ook na de inrichting zal dit deel ongeschikt blijven. De locaties waar wordt gebouwd bestaan uit matig geschikt tot (vrijwel) ongeschikt foerageerhabitat voor de zwarte specht en wespendief. Deze bossen kennen een vrij dichte ondergroei van Amerikaanse vogelkers, coniferen en andere opslag. Hierdoor ontbreekt het geschikte microklimaat voor rode bosmieren (Formica sp.), glanzende houtmieren (Lasius fuliginosus) en andere mieren en geleedpotigen (keverlarven, etc.) die als voedsel voor zwarte spechten dienen en wespennesten die als voedsel voor de wespendief dienen. Tijdens de veldonderzoeken zijn op de locaties waar wordt gebouwd of verharding wordt aangebracht geen mierenhopen aangetroffen. Wel is naast de oostelijke ingang, op slechts 2 meter van de Molenweg, een nest van de glanzende houtmier aangetroffen. In de factsheet (Sierdsema et al., 2008) wordt aangegeven dat autoverkeer van snelwegen een negatief effect heeft. Het is dus maar zeer de vraag of zwarte spechten zo dicht bij een drukke weg foerageren waar veel auto’s en fietsers langskomen.
Daarnaast ligt dit mierennest buiten de geplande ontwikkelingen, een direct effect wordt dan ook niet verwacht. Het bosgebied waar de huisjes worden gerealiseerd bestaat tevens uit een grove dennenbos, met daarnaast Amerikaanse eik, fijnspar, zomereik en beuk. De struiklaag in dit bos wordt gevormd door Amerikaanse vogelkers en in mindere mate wilde lijsterbes en andere struiken. Voor de aanleg van de vakantiehuisjes worden vrijwel geen bomen gekapt en blijft hier zoveel mogelijk een aaneengesloten kronendak bestaan. Dit bosgebied ligt, net als de rest van het Ennerveld, binnen de verstoringszone van de Molenweg, maar op grotere afstand dan de voorgenomen parkeerplaats. Voor vogelrichtlijnsoorten van (half)open gebied, als boomleeuwerik, roodborsttapuit, grauwe klauwier en draaihals zijn significant negatieve effecten niet te verwachten. Als gevolg van de herinrichting verdwijnt geen leefgebied maar ontstaat er een halfopen gebied van ongeveer 4,7 hectare potentieel leefgebied in de kuil. Daarbij zijn vogelrichtlijnsoorten van open gebied op dit moment in het plangebied niet aanwezig en werden bij het natuuronderzoek geen broedparen of individuen vastgesteld. De kapwerkzaamheden zullen buiten het broedseizoen worden uitgevoerd.
Al met al is een afname van het aantal broedparen van vogelrichtlijnsoorten van open terrein als gevolg van de herinrichting niet te verwachten; een toename van het aantal broedparen ligt meer voor de hand. Verstorende effecten van bezoekers, verkeer en huisdieren De realisatie van het vakantiepark leidt tot hogere bezoekersaantallen in het Ennerveld en tot meer verstoring in het Ennerveld. De paden in de omgeving zijn momenteel al in gebruik, dus hier zal het gebruik enkel toenemen. In het Ennerveld blijft zo’n 6,5 hectare bos over dat geheel buiten de verstoringszone ligt van de nieuwe paden, het vakantiepark en de paden in de omgeving. Honden en katten zijn niet buiten de vakantiehuisjes toegestaan, tenzij deze zijn aangelijnd. Effecten van honden en katten, anders dan die ook bij gangbare recreatie (aanlijnplicht) worden dan ook niet verwacht buiten de verstoringszone in het Ennerveld.
11
In de aanvraag voorgestelde mitigerende maatregelen In de aanvraag zijn de volgende mitigerende maatregelen opgenomen om significante effecten te voorkomen. Aanpassen bestemming De terreindelen buiten het vakantiepark, krijgen enkel een natuurbestemming, hiermee komen in dit deel de bestemmingen ‘verblijfsrecreatie’, ‘recreatiewoning’ en specifieke vorm van recreatie – stacaravan’ te vervallen. Door deze wijziging wordt de bescherming van de natuurdoelen in het Ennerveld ook in de toekomst op papier versterkt en geborgd. Opheffen parkeerplaats Leemculeweg De parkeerplaats aan de Leemculeweg (1,1 km westelijk van het Ennerveld) (figuur 4 en 5) kan door de realisatie van de parkeergelegenheid op het Ennerveld worden opgeheven. Door de bosparkeerplaats aan de Leemculeweg op te heffen verdwijnt een startpunt voor recreanten waardoor op en rondom deze locatie meer rust wordt gerealiseerd. Tevens kunnen de opgeheven parkeerplaats en het picknickveld natuurlijker worden ingericht en kunnen alle voorzieningen zoals de picknickbankjes worden verwijderd. Door het opheffen van deze parkeerplaats wordt ook meer rust gecreëerd rondom de parkeerplaats, uitgaande van een verstoringszone van 50 meter leidt dit tot een oppervlak van 4,0 hectare bos met minder verstoring. Tevens kunnen de paden rondom deze parkeerplaats door het opheffen feitelijk als afgesloten worden beschouwd.
Er is behalve de parkeerplaats namelijk geen reden om hier te wandelen / recreëren. De functie van deze parkeerplaats wordt verplaatst naar de beveiligde parkeerplaats van het Ennerveld. Deze beveiliging leidt tot minder (geluids)overlast en ligt tevens meer in de relatief drukke rand van de Veluwe waardoor de verstoring meer wordt geconcentreerd. De op de parkeerplaats Leemculeweg startende ATB-route ‘Noord-Oost Veluwe’ loopt vrijwel langs het Ennerveld. Ook dit startpunt kan worden verplaatst naar het Ennerveld. Door het verplaatsen van de parkeerplaats ontstaat meer rust in dit centrale van de Veluwe. Daarentegen neemt de recreatie toe in de nu relatief drukke randen van de Veluwe (zonering) nabij Wapenveld en het Maarten van Rossumpad. Aangenomen wordt dat deze zonering van recreatie gunstig is voor de natuurwaarden, waaronder de Natura 2000-doelen, binnen de Veluwe als geheel. Verbetering foerageerhabitat zwarte specht Door beheermaatregelen zijn de vrijwel ongeschikte bosgebieden in het Ennerveld om te vormen tot bossen die beter aansluiten bij de habitateisen van de zwarte specht. Door het (blijvend) verwijderen van exoten als Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik uit de bossen ontstaan meer potentiële locaties voor de vestiging van nesten van rode bosmieren (Formica sp.). Bomen met bladluizen zijn essentieel voor bosmieren.
Dit zijn met name zomereik, berk, grove den en fijnspar (Bosmieren.nl, website EIS-Nederland). Deze bomen krijgen dan ook extra de ruimte zich te ontwikkelen en worden zoveel mogelijk gespaard. Door het creëren van open plekken en het “lichten” van het kronendak komt extra licht op de bosbodem en worden tevens zonbeschenen boomstammen voor de glanzende houtmieren (Lasius fuliginosus) gecreëerd. Door op strategische plekken, buiten de verstoringszone van 50 meter en plekken waar Amerikaanse vogelkers of andere exoten domineren in de ondergroei, bomen te ringen en te laten liggen ontstaat naast meer licht ook staand en liggend dood hout. Dit levert foerageermogelijkheden op in de vorm van keverlarven en bespoedigt de vestiging van mierennesten. In totaal wordt 15,23 hectare bos omgevormd. De hoeveelheid zuidelijk geëxponeerde bosranden is op dit moment zo’n 170 meter. Deze is van matige kwaliteit door de dominantie van Amerikaanse vogelkers. Na het uitvoeren van de
12
plannen (verwijderen van Amerikaanse vogelkers) nemen de bestaande bosranden in kwaliteit toe. Naast de bestaande bosranden worden ook extra bosranden gecreëerd, door bos om te vormen naar heide. Hierdoor ontstaat zo’n 300 meter extra zuidelijk geëxponeerde geschikte bosranden. Deze 300 meter aan bosranden ligt buiten de verstoringszone. Naaste deze lengte wordt een nog grotere hoeveelheid (matig) geschikte bosranden gerealiseerd. Verbetering foerageerhabitat wespendief Door inrichtings- en beheermaatregelen zijn de vrijwel ongeschikte bosgebieden in het Ennerveld om te vormen tot bossen die beter aansluiten bij de habitateisen van de wespendief. Daar waar het bos reeds geschikt is, worden de eerste jaren geen maatregelen uitgevoerd. Daar waar Amerikaanse vogelkers in de ondergroei domineert, wordt deze verwijderd. Deze vormt namelijk een “tweede boomlaag” die ongunstig is voor wespendieven. Door het creëren van meer natuurlijke bosranden met een zoom-, mantelvegetatie ontstaan geschikte locaties voor wespennesten. In kolonie levende wespen (Vespula sp.) hebben voor het opbouwen van de kolonie veel insecten nodig (de larven van wespen zijn carnivoor). Door het creëren van luwe, warme bosranden met veel bloemen ontstaat een naaste geschikte nestlocatie ook geschikt foerageerhabitat voor wespen. De nesten van deze wespen vormen op hun beurt weer voedsel voor de wespendief.
Naast wespen(nesten) eten wespendieven ook (jonge) vogels, door het creëren van extra bosranden nemen zeer waarschijnlijk ook de hoeveelheid broedende vogels in de omgeving toe. De hoeveelheid zuidelijk geëxponeerde bosranden is op dit moment zo’n 170 meter en van matige kwaliteit door de dominantie van Amerikaanse vogelkers. Hiervan ligt 70 meter langs de Molenweg en blijft hierdoor matig van kwaliteit. Na het uitvoeren van de plannen (verwijderen van Amerikaanse vogelkers) nemen de bosranden zowel in kwaliteit als in kwantiteit toe. Naast de bestaande bosranden worden ook extra bosranden gecreëerd, door bos om te vormen naar heide. Hierdoor ontstaat zo’n 300 meter extra zuidelijk geëxponeerde geschikte bosranden liggend buiten de verstoringszone en een nog grotere hoeveelheid (matig) geschikte bosranden. Ontwikkeling van leefgebied voor overige natura 2000-doelsoorten Door het creëren van een meer open kuil met onderin een halfopen vochtig landschap en op de taluds schrale droge vegetaties ontstaat een luwe, warme kuil met veel afwisseling. Dit leidt tot een hogere soortenrijkdom en biomassa aan ongewervelden die op hun beurt weer als voedsel dienen voor roodborsttapuit, grauwe klauwier, draaihals en nachtzwaluw.
Beheer Op de lange termijn wordt de ongeveer 19 hectare van het Ennerveld dat niet als vakantiepark wordt ingericht, als natuurgebied beheerd door het Gelders Landschap en Kastelen (GLK). Beheer door een professionele instantie met natuurbehoud als doelstelling zorgt voor een betere borging van de natuurkwaliteit op de lange termijn en voldoende professionaliteit om de Natura 2000-doelen te behouden / behalen. In de aanvraag voorgestelde passende maatregelen In de aanvraag zijn de volgende maatregelen opgenomen om negatieve (niet significante) effecten te voorkomen. Ontwikkeling H4030 droge heiden Op delen van dit talud zijn goede mogelijkheden (schrale droge gronden) tot het creëren van het habitattype H4030 droge heiden. Op dit moment is dit habitattype afwezig binnen het Ennerveld. Door het juist beheren van deze heide wordt de waarde van dit habittatype behouden cq. verder ontwikkeld. Aangezien het beheer in dit scenario door het Geldersch Landschap en Kastelen
13
wordt uitgevoerd, is er meer zekerheid over het behalen en behouden van deze vegetatietypen op de (middel)lange termijn. Gezien de beperkte kolonisatiesnelheid van een aantal karakteristieke heidesoorten is de verwachting dat de heide waardevoller wordt naarmate deze langer in beheer is. Ontwikkeling van de verbindingszone hattemerpoort In de plannen om de Veluwe met de IJssel te verbinden vormt het Ennerveld een belangrijke schakel. Het ontwikkelen van heide en andere open vegetatietypen in de kuil en op de taluds zal dit netwerk verder versterken. Het Ennerveld vormt op die wijze een bijdrage aan de kwaliteit van de verbindingszone Hattemerpoort. Behoud en ontwikkeling van waardevolle (half) open vegetaties Middels natuurbeheer zijn veel kansen aanwezig om in het Ennerveld waardevolle (half) open vegetaties te behouden en te ontwikkelen. Op veel locaties zijn restpopulaties van bijzondere soorten (zandblauwtje) aanwezig die zijn gebaat bij (half) open vegetaties. Ook leidt de afwisseling van schrale droge tot matig voedselrijke, vochtige gronden tot waardevolle voedselbron voor veel soorten bijen en andere insecten vormen. Gebouwbewonende soorten Binnen de te realiseren gebouwen in het Ennerveld worden extra rust- en voortplantingslocaties voor gebouwbewonende soorten gecreëerd. In eerste instantie dient te worden gedacht aan vleermuizen.
Tijdens de veldonderzoeken zijn in (de omgeving van) het Ennerveld de in gebouwen levende laatvlieger, gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis aangetroffen. Mogelijk komen in de toekomst deze of andere in gebouwen verblijvende soorten binnen het Ennerveld voor. Het type gebouwen en het omliggende terrein zijn niet geschikt voor gebouwbewonende vogels als huismus, gierzwaluw, steenuil of kerkuil. Cumulatieve effecten In de aanvraag zijn geen cumulatieve effecten beschreven omdat er geen effecten optreden door het uitvoeren van mitigerende en passende maatregelen. Beoordeling van de overige effecten van de aanvraag op de instandhoudingsdoelstellingen Wij onderschrijven de beoordeling van de effecten in de passende beoordeling van de aanvraag. Effecten op habitattypen Op de kaart van de provincie Gelderland is aangegeven dat het habitattype H4030 Droge heiden in het Ennerveld voorkomt. Bij controle is echter gebleken dat dit habitattypen niet in het plangebied aanwezig is. Er treden daarom geen effecten op. Op de habitattypenkaarten in Aerius is het habitattype nog wel aangegeven omdat deze kaarten niet recent zijn aangepast. Verstoring door recreanten Het grootste effect is te verwachten van verstoring door bezoekers binnen het plangebied en er buiten.
In het beheerplan van de Veluwe is beoordeeld dat voor het behalen van de instandhoudingsdoelen rekening moet worden gehouden met verstoring door recreanten en dat deze moet worden gezoneerd. De verstoring in het Ennerveld en op de paden vanaf het Ennerveld neemt toe. Dit heeft met name effecten op de zwarte specht en wespendief. Om dit mogelijk significante effect te mitigeren wordt de parkeerplaats langs de Leemculeweg opgeheven. Door de uitname van deze parkeerplaats en paden binnen het Ennerveld wordt een groot gebied moeilijker bereikbaar voor recreanten. Het gebied wordt daardoor een stuk rustiger. De verwachting is dat deze positieve effecten van een vergelijkbare omvang zijn als de negatieve effecten van de ontwikkeling van Ennerveld. Er treden daarom per saldo geen effecten van verstoring door recreanten op. Om dit te borgen is in de voorschriften opgenomen dat de parkeerplaats met alle voorzeiningen aan de Leemculeweg moet worden verwijderd zodra de
14
nieuwe parkeerplaats van het Ennerveld in gebruik wordt genomen en dat de toegangspaden vanaf de parkeerplaats worden geblokkeerd met boomstakken, takken of iets dergelijks en de overbodige paden in het Ennerveld worden verwijderd. Honden en katten van recreanten kunnen effecten hebben op de faunasoorten in en om het plangebied. Als deze binnenshuis worden gehouden en alleen honden aangelijnd buiten mogen komen dan zijn de effecten beperkt. Om dit te borgen moeten de recreanten op het terrein middels informatieborden worden geïnformeerd. Om dit te borgen is dit in de voorschriften opgenomen. Vernietiging leefgebied De realisatie van de gebouwen en verhardingen kan effecten veroorzaken door vernietiging van leefgebieden. De benodigde oppervlakte is ongeveer gelijk aan de oppervlakte in de huidige situatie. Wel zal de ligging worden aangepast en de overbodige verharding zal worden verwijderd. Om dit te borgen is in de voorschriften opgenomen dat de overbodige verharding moet worden verwijderd. Op de plekken waar verharding wordt verwijderd ontwikkeld zich in de loop van de tijd weer vegetatie. Er worden daarom geen effecten verwacht door oppervlakteverlies omdat er per saldo geen oppervlakte verloren gaat.
Verstoring door licht en geluid in de eindsituatie De effecten van verstoring door licht en geluid blijven beperkt tot de nabijheid van bebouwing, parkeerplaatsen en paden in het Ennerveld. Er is een algemene verstoringsafstand aangehouden van 50 m. De uitstraling van verlichting vanuit de gebouwen kan mogelijk groter zijn want de omgeving is donker. De verlichting langs de paden zal naar beneden zijn gericht, mogelijk aanschakelen met bewegingssensoren en indien mogelijk vleermuisvriendelijk zijn. Om dit te borgen is in de voorschriften opgenomen dat er een verlichtingsplan moet worden opgesteld en ter toetsing moet worden voorgelegd. Daarnaast worden extra effecten van geluid niet verwacht. Verstoring door licht en geluid tijdens de werkzaamheden De effecten van verstoring door licht en geluid blijven in de periode maart – september beperkt tot de nabijheid van bebouwing, parkeerplaatsen en paden in het Ennerveld. In de periode oktober – februari wordt een groter gebied verstoord. Hierbij kan eventueel een enkele foeragerende zwarte specht worden verstoord. Aangezien deze periode buiten het broedseizoen ligt, is het effect hiervan ook zeer beperkt.
Zienswijze Zienswijze van Wösten juridisch advies te Den Haag, gedateerd 18 maart 2019 In de zienswijze wordt, onder verwijzing naar de verwijzingsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 mei 2017, gesteld dat het Programma aanpak stikstof onhoudbaar is. Verschillende bronmaatregelen mogen niet betrokken worden bij dit programma en de passende beoordeling vertoont gebreken. Reactie op zienswijze Zowel uit bovenvermelde verwijzingsuitspraak als de uitspraak van het Europese Hof van Justitie volgt niet dat het Programma aanpak stikstof principieel en op voorhand in strijd is met de Europese Habitatrichtlijn. Op grond daarvan volgt niet dat de aangevraagde activiteiten niet vergund kunnen worden. Evenmin staat vast dat de bronmaatregelen niet bij het PAS betrokken mogen worden. Zolang hun effectiviteit voor de uitvoering van de vergunde activiteit vaststaat is dit toegestaan. Ten aanzien van het bemesten en beweiden wordt opgemerkt dat deze activiteiten niet zijn aangevraagd. Dit onderdeel van de zienswijze is daarom niet van toepassing op deze vergunning.
15
Ten aanzien van de stikstofdepositietoenames tot 0,05 mol/ha/jr wordt onder meer verwezen naar de op 25 april 2019 inwerking getreden wijziging van de Regeling natuurbescherming zoals bekend gemaakt in de Staatscourant van 24 april 2019, nummer 23195. Daaruit volgt dat voor dergelijke depositietoenames geen reserveringsruimte hoeft te worden toebedeeld. Conclusie Uit de Register-bijlage (zie bijlage 1) blijkt dat er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is om de aangevraagde situatie te verlenen. Er is voor onderliggende aanvraag ontwikkelingsruimte vastgelegd in AERIUS Register. De aanvraag past eveneens binnen de Gelderse beleidsregels. Ook uit de beoordeling van de overige effecten volgt dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten. Nu tevens de belangen zoals vermeld in artikel 1.10 lid 3 Wnb niet aan de orde zijn, kan de vergunning worden verleend. De vergunning kan worden verleend. Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
H. Boerdam
Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland, telefoonnummer (026) 359 20 00 of op www.rechtspraak.nl.
Bijlagen: Bijlage 1: AERIUS Register-bijlage (kenmerk: Rk5vJJVcqeCz) Bijlage 2: Kaarten met aangevraagde situatie Bijlage 3: Kaarten met locaties plangebied en mitigatie
16
Bijlage 1 AERIUS Register bijlage Deze bijlage is apart bijgevoegd.
17
Bijlage 2 Kaarten met aangevraagde situatie
Figuur 1 Aangevraagde situatie volgens Ennerveld Masterplan
18
Figuur 2 Aangevraagde wandelpaden (links) en parkeerplaatsen (rechts)
19
Bijlage 3 Kaarten met locaties plangebied en mitigatie
Figuur 3 Luchtfoto met locaties parkeerplaats (gele stip) Leemculeweg en Ennerveld (rode contour)
Figuur 4 Te verwijderen parkeerplaats en picknickveld Leemculeweg
20
Dit document is een bijlage bij het toestemmingsbesluit als bedoeld in artikel 2.7 eerste lid, van het Besluit natuurbescherming.
Bijlage, Vergunningaanvraag Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 1/7
Ontwikkelingsruimte toegekend
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
SAB
-, - -
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bevoegd gezag
Ennerveld 170402
Rk5vJJVcqeCz
Provincie Gelderland
Datum berekening
Rekenjaar
18 oktober 2018, 09:05
2017
Sector
Deelsector
Wegverkeer
Buitenwegen
Totale emissie
Resultaten
Situatie 1
NOx
9,18 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Veluwe
0,78
Toelichting
alleen verkeer
Ontwikkelingsruimte toegekend
Ennerveld 170402
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 2/7
Ontwikkelingsruimte toegekend Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
verkeer Wegverkeer | Buitenwegen
Ontwikkelingsruimte toegekend
Ennerveld 170402
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
9,18 kg/j
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 3/7
Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten PASgebieden (mol/ha/j)
Natuurgebied
Hoogste bijdrage *
Veluwe
0,78
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *
Ontwikkelingsruimte toegekend
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.
Ennerveld 170402
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 4/7
Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten per habitattype
Veluwe
(mol/ha/j) Habitattype
Hoogste bijdrage *
H4030 Droge heiden
0,78
ZGL4030 Droge heiden
0,78
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,78
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *
Ontwikkelingsruimte toegekend
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.
Ennerveld 170402
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 5/7
Ontwikkelingsruimte toegekend Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Ontwikkelingsruimte toegekend
Soort
Voertuig
Standaard
verkeer 200024, 494923 9,18 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen (/dag) Stof
Emissie
Licht verkeer
325,0 NOx NH3
7,44 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
3,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
3,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Ennerveld 170402
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 6/7
Ontwikkelingsruimte toegekend Disclaimer
De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de projectinvoer en de aanvraag wordt getoetst door het bevoegd gezag. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20180926_2a474e88d4 Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Ontwikkelingsruimte toegekend
Ennerveld 170402
Rk5vJJVcqeCz (18 oktober 2018) pagina 7/7