CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

14.2.8 Bijlage motivering - Quickscan externe veiligheid

Raad 30 juni 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Vaststelling TAM-omgevingsplan Bovenkamp III2.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE quickscan externe veiligheid Op den Oever Heerde

Rapport quickscan externe veiligheid Op den Oever, Heerde Opdrachtgever

Buro Stedenbouw Kerkplein 5 8121 BM Olst

1

Rapportnummer

20622.002

Versienummer

D3

Status

Definitief

Datum

15 april 2024

Opsteller1

De heer Q. Duong, BEng

Kwaliteitscontrole

De heer ing. M. de Loos

Vrijgave

In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven.

CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*.

Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers, door de publicerende instantie, verwijderd dan wel zwart gelakt te worden. RECHTEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

BELEID EN REGELGEVING .......................................................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED ............................................................................................... 5 3.1 3.2 3.3

4

Transport ........................................................................................................................................ 5 Inrichtingen .................................................................................................................................... 6 Buisleidingen .................................................................................................................................. 6

BEPERKTE VERANTWOORDING GROEPSRISICO ........................................................................................ 6 4.1 4.2

5

Wet- en regelgeving ....................................................................................................................... 2 Plaatsgebonden risico .................................................................................................................... 2 Aandachtsgebieden ........................................................................................................................ 2 Groepsrisico ................................................................................................................................... 4 Voorschriftengebied....................................................................................................................... 4

Zelfredzaamheid ............................................................................................................................ 6 Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid............................................................................................... 6

SAMENVATTING EN CONCLUSIES .............................................................................................................. 7

20622.002

1

INLEIDING

Buro Stedenbouw heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een onderzoek externe veiligheid ten behoeve van een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan ‘Bovenkamp III’. De locatie betreft een gebied aan de Op den Oever te Heerde. De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouwwoningen te realiseren. Volgens bijlage VI onderdeel C van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden woningen aangemerkt als kwetsbare gebouwen. Binnen het plangebied worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. In onderhavig onderzoek worden de risico’s rondom het plangebied beschouwd en worden de mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. In figuur 1.1 is de situering van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 Situering plangebied.

20622.002 versie D3

1/7

2

BELEID EN REGELGEVING

2.1 Wet- en regelgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen waarop het omgevingsplan externe veiligheid moet waarborgen bij het toedelen van functies aan locaties (omgevingsveiligheid). Milieubelastende activiteiten (MBA) met externe veiligheidsrisico’s dienen te worden opgenomen in het omgevingsplan. In bijlage VII zijn de MBA’s met externe veiligheidsrisico’s opgenomen. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: • activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn MBA’s uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); • het Basisnet (weg, water en spoor); • buisleidingen met vervoer van gevaarlijke stoffen (Bal); • windturbines (Bal). Voor de MBA’s met externe veiligheidsrisico’s staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. In de volgende paragrafen worden beide begrippen verder uitgelegd.

2.2 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een persoon als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die onbeschermd en continu aanwezig is op een willekeurige plaats buiten de begrenzing van de locatie van de risicovolle activiteit. In een omgevingsplan wordt op de begrenzing van een risicogebied externe veiligheid een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de miljoen per jaar. Voor nieuwe kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties geldt dat het plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar een grenswaarde is. Dit betekent dat binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar geen nieuwe kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties gerealiseerd mogen worden. Dit geldt niet voor het toelaten van kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties in verband met externe veiligheidsrisico’s van binnenwateren die behoren tot het Basisnet, met uitzondering van zeevaartroutes, het AmsterdamRijnkanaal en het Lekkanaal. Tevens geldt dit niet voor het toelaten van kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties op een locatie: • die parallel aan een tunnel is gelegen; • boven een tunnel waardoor het vervoer van gevaarlijke stoffen niet is toegestaan.

Voor de definitie van de begrippen (beperkt) kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties wordt verwezen naar bijlage VI bij artikel 5.3 van het Bkl.

2.3 Aandachtsgebieden Wanneer een plan is gelegen binnen aandachtsgebieden van risicobronnen is extra aandacht nodig voor de bescherming van mensen als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. In het Bkl zijn drie categorieën opgenomen waarvoor de regels bescherming bieden: beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties), kwetsbaar

20622.002 versie D3

2/7

(gebouwen en locaties) en zeer kwetsbaar (alleen gebouwen). In een omgevingsplan neemt de gemeente regels op om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico’s. De nadruk ligt op de bescherming van de kwetsbare gebruiksfuncties in een gebouw in plaats van de bescherming van het gebouw als geheel. Voor het groepsrisico gelden aandachtsgebieden waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Binnen een aandachtsgebied bepaalt het bevoegd gezag de benodigde beschermde maatregelen. Er zijn drie typen aandachtsgebieden: • Een brandaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen warmtestraling van een brand. De grens van het gebied ligt waar de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. • Een explosieaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen overdruk als gevolg van een explosie. De grens van het gebied ligt waar de warmtestraling van een gaswolkexplosie (BLEVE) wordt begrensd door een intensiteit van 35 kW/m2 of een explosie met een overdruk van ten hoogste 10 kPa. • Een gifwolkaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen een concentratie van giftige stoffen in de lucht. Binnen het gebied kunnen personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan een gifwolk. Voor het gifwolkaandachtsgebied geldt volgens artikel 5.12 lid 4 van het Bkl een grens van 1,5 kilometer vanaf de locatie van de activiteit.

In het onderstaande overzicht is per functie aangegeven of het plaatsgebonden risico van 10 -6/jaar geldt als standaardwaarde of grenswaarde. Tevens is per functie aangegeven of er extra aandacht benodigd is binnen het aandachtsgebied en of er sprake is van voorschriftengebied. Tabel 2.1 Overzicht per functie. plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar

aandachtsgebied

beperkt kwetsbaar gebouw

standaardwaarde

extra aandacht

beperkt kwetsbaar locatie

standaardwaarde

extra aandacht

kwetsbaar gebouw

grenswaarde

extra aandacht

kwetsbare locatie

grenswaarde

extra aandacht

zeer kwetsbaar gebouw

grenswaarde

voorschriftengebied verplicht2

functie

In onderhavig onderzoek geldt de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6/jaar als een grenswaarde en is extra aandacht nodig voor een woning binnen aandachtsgebieden.

2

Als de gemeente zeer kwetsbare gebouwen wil gaan toestaan in het aandachtsgebied moet het aandachtsgebied worden aangewezen als

een voorschriftengebied in het omgevingsplan.

20622.002 versie D3

3/7

2.4 Groepsrisico De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekeningen houden met het groepsrisico. Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers (tien of meer personen) valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico hoeft niet berekend te worden, maar biedt een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in een aandachtsgebied. De oriëntatiewaarde kan als richtwaarde gehanteerd worden en blijft een kwalitatieve beoordeling.

2.5 Voorschriftengebied Door de verplichte aanwijzing van voorschriftengebieden voor brand en explosie binnen een aandachtsgebied zijn groepen van niet of verminderd zelfredzame personen beter beschermd. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Voor locaties waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten, moet de gemeente het brand- of explosieaandachtsgebied aanwijzen in het omgevingsplan als voorschriftengebied. Binnen dit gebied gelden extra bouwkundige eisen uit het Besluit bouwactiviteiten leefomgeving (Bbl) zoals extra eisen aan de brandwerendheid en de brandklasse van een gebouw. Voor zeer kwetsbare gebouwen is dit verplicht. Wanneer in het omgevingsplan geen voorschriftengebieden zijn aangewezen, gelden binnen het aandachtsgebied geen aanvullende bouweisen, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen. Gifwolkaandachtsgebieden kunnen niet als voorschriftengebied worden aangewezen. Voor de bescherming tegen gifwolken gelden de bouweisen in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl. De bouweisen in de genoemde artikelen gelden ook voor beschermingen tegen de effecten van brand of explosie.

20622.002 versie D3

4/7

3

INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED

Met behulp van de Signaleringskaart EV kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van een plangebied worden gemaakt. In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de kaart met de risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is centraal in de figuur weergegeven. In de onderstaande paragrafen worden de genummerde risicobronnen nader toegelicht.

Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart. Bron: Signaleringskaart EV.

3.1 Transport Op circa 455 meter ten westen van de grens van het plangebied ligt de rijksweg A50 (bronnr. 1). Het plangebied ligt niet binnen het explosieaandachtsgebied van de rijksweg A50 waardoor er geen belemmeringen gelden. Als gevolg van een calamiteit op de rijksweg A50 met toxische stoffen kunnen gifwolken ontstaan. Een gifwolkaandachtsgebied kan enkele kilometers groot zijn en hangt af van het soort en hoeveelheid giftige stoffen die vrijkomen. Bij een besluit van een ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving van een MBA is het gebied waar rekening moet worden gehouden als gevolg van een gifwolk afgekapt op 1,5 kilometer. Het plangebied ligt op circa 455 meter van de rijksweg A50 en ligt derhalve binnen het gifwolkaandachtsgebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid van een ramp of een zwaar ongeval en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid als gevolg van een calamiteit op de rijksweg A50.

20622.002 versie D3

5/7

3.2 Inrichtingen Op circa 865 meter ten noordwesten van de grens van het plangebied ligt een LPG-tankstation (bronnr. 2). De grens van het explosieaandachtsgebied ligt op 160 meter vanaf het vulpunt en de bovengrondse opslagtank. Het plangebied ligt buiten het explosie- en brandaandachtsgebied van het LPG-tankstation waardoor er geen belemmeringen gelden. Overige risicovolle inrichtingen op meer dan 1 kilometer van het plangebied zijn niet relevant.

3.3 Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen een brandaandachtsgebied van leidingen waardoor er geen belemmeringen gelden.

4

BEPERKTE VERANTWOORDING GROEPSRISICO

4.1 Zelfredzaamheid Door een ongeval met een tankwagen op de rijksweg A50 kunnen giftige gassen vrijkomen. De toxische wolk kan zich snel ontwikkelen en verplaatsen. Afhankelijk van het type stof, windrichting en plaats van de calamiteit kunnen hoge concentraties optreden. Via waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en NL-Alert worden personen in de omgeving gewaarschuwd. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen. Ventilatievoorzieningen moeten eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken.

4.2 Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten als gevolg van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om: • op tijd ter plaatse te zijn; • voldoende opstelplaatsen te hebben; • voldoende blusmiddelen te hebben.

20622.002 versie D3

6/7

5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouwwoningen te realiseren aan de Op den Oever te Heerde. Volgens bijlage VI onderdeel C van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden woningen aangemerkt als een kwetsbare gebouwen. Binnen het plangebied worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. In onderhavig onderzoek zijn de risico’s rondom het plangebied beschouwd en zijn de mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. Bij een calamiteit op de rijksweg A50 zijn binnen het plangebied voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid. Vanuit oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor de realisatie van het plan. De Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) dient in de gelegenheid gesteld te worden om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de rijksweg A50. Dit advies geeft tezamen met de voorliggende rapportage de input voor het bevoegd gezag om invulling te geven aan de groepsrisicoverantwoordingsplicht.

20622.002 versie D3

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=c9c1c433-c441-4c63-baae-02bfd297f317