14.2.17 Bijlage motivering - Aanmeldnotitie
Tekst van het document
Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl
AANMELDNOTITIE ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’
Status: Concept Datum: 3 mei 2024 Auteur: Buro Stedenbouw – onderdeel van DAGnl
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Beoordelingskader ........................................................................................................................ 3 1.3 Procedure ...................................................................................................................................... 3 1.4 Drempelwaarden Besluit m.e.r. ..................................................................................................... 4 1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie .................................................................................................. 4
2. Kenmerken van het project ............................................................................................ 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 2.2 Aard en omvang van het project ................................................................................................... 6 2.3 Cumulatie met andere projecten ................................................................................................... 8 2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................................ 8 2.5 Productie van afvalstoffen ............................................................................................................. 8 2.6 Verontreiniging en hinder .............................................................................................................. 8 2.7 Risico van ongevallen .................................................................................................................... 8 2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid ....................................................................................... 8
3. Plaats van het project ..................................................................................................... 9 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 9 3.2 Ligging van de locatie ................................................................................................................... 9 3.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 9 3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving ............................................................. 10
4. Kenmerken van het potentiële effect ........................................................................... 12 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 12 4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ................................................................... 12 4.3 Effectkenmerken .......................................................................................................................... 15
5. Conclusie....................................................................................................................... 17
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In nauwe samenwerking met de gemeente Heerde werkt projectontwikkelaar BPD aan de uitbreiding van de nieuwbouwwijk Bovenkamp in Heerde. De Bovenkamp is één van de nieuwbouwlocaties voor woningbouw in de gemeente Heerde. Sinds 2010 is in twee fasen aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Heerde, ten westen van de Eperweg een nieuwbouwwijk gerealiseerd met een gedifferentieerd woningbouwprogramma. De Bovenkamp heeft een dorpse stedenbouwkundige opzet met een open en een op het omliggende landschap gerichte structuur. Met het realiseren van de beoogde derde fase wordt de Bovenkamp als nieuwbouwlocatie voor woningbouw afgerond. Hiertoe is voor de agrarische gronden ten westen van de bestaande woonwijk een schetsplan voor de stedenbouwkundige opzet gemaakt, dat aansluit op de bestaande woonwijk en recht doet aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. De stedenbouwkundige opzet voorziet in de bouw van maximaal 100 woningen in vier velden. Centraal in het door het plangebied stroomt de Wendhorstbeek. Rondom de loop van de beek is een groenzone voorzien, die het plangebied in een noordelijk en een zuidelijk deelgebied opdeelt. De groenzone biedt tevens de mogelijkheid om de wateropgave als gevolg van de nieuwe woonwijk op te lossen met de aanleg van wadi's.
De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende omgevingsplan van rechtswege, het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden', zoals vastgesteld op 13 juli 2009, en het bestemmingsplan 'Heerde-Dorp' vastgesteld op 30 maart 2009. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan ter plaatse van het plangebied noodzakelijk. Op dergelijke besluiten is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.2 Beoordelingskader De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan (inclusief BOPA) en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
3
een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets vindt plaats aan de hand van de criteria van bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.
1.3 Procedure In de gewijzigde Omgevingswet is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
1.4 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het besluit tot het vaststellen van een omgevingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie De inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r., zie tabel 1.1. Tabel 1.1: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’
Criteria 1. Kenmerken van het project
Beoordelingscriterium Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; - risico's voor de menselijke gezondheid.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
4
2. Plaats van het project
3. Kenmerken van het potentiële effect
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project/de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands; • kustgebieden; • berg- en bosgebieden; • reservaten en natuurparken; • gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn; • gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; • landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Conform tabel 1.1 wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de plaats van het project en in hoofdstuk 4 worden de waarschijnlijke gevolgen van het project voor het milieu en de effectkenmerken beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie van de notitie.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
5
2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn.
2.2 Aard en omvang van het project De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 100 woningen met daarbij behorende verkeers- groen- en parkeervoorzieningen. Daarnaast wordt de openbare ruimte binnen het projectgebied herzien. Het projectgebied heeft een omvang van circa 3,2 hectare. De Bovenkamp III is de derde fase van de uitbreidingswijk De Bovenkamp. Voor het projectgebied is een voorlopig ontwerp van het stedenbouwkundig plan opgesteld. Het voorlopig ontwerp vormt de basis voor het bestemmingsplan en is niet uitgewerkt in een concreet stedenbouwkundig plan. Het voorlopig ontwerp voor de inrichting van de derde fase sluit in hoofdlijnen aan bij stedenbouwkundige structuur van de eerste twee fasen van de wijk Bovenkamp. In de Bovenkamp III is het beoogd een woonwijk te realiseren met een open en naar de omgeving gerichte stedenbouwkundige structuur en een mix van vrijstaande, geschakelde en aaneen gebouwde woningen.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
6
Voorlopig ontwerp voor de stedenbouwkundige opzet van de Bovenkamp III De stedenbouwkundige structuur van de Bovenkamp III valt uiteen in een noordelijk en een zuidelijk deelgebied. Beide deelgebieden worden van elkaar gescheiden door een groenstrook waar doorheen de Wendhorstbeek stroomt. De oevers van de beek krijgen een parkachtige inrichting en worden vrijgehouden van bebouwing. Dit biedt tevens ruimte om de wateropgave voor Fase III op een natuurlijke en beleefbare wijze te lossen binnen het plangebied. Het noordelijke en zuidelijk deelgebied vallen beide uiteen in twee velden voor het beoogde woningbouwprogramma. Met uitzondering van het noordelijke veld in het noordelijke deelgebied, zijn de beoogde woningen met hun voorgevel georiënteerd op de omgeving. Voor het noordelijkste veld is een meer losse opzet met vrijstaande en schakelde woningen voorzien, gegroepeerd langs hofje of doodlopende woonstraatjes. Dit veld heeft daardoor een meer naar binnen gekeerd karakter. De stedenbouwkundige opzet van de deel van het plan moet nog verder worden uitgewerkt. De opzet is onder meer afhankelijk van de aanleg van een fietspad naar de Elburgerweg. Of dit fietspad er komt en hoe de aansluiting met de Bovenkamp III er uit zal gaan zien is nog niet duidelijk.
Met het voorlopig ontwerp voor de Bovenkamp III wordt aangesloten bij de landschappelijke karakteristiek van de omgeving, waardoor een sterke verbinding tussen de nieuwe woonomgeving en het omliggende landschap ontstaat. Door de Wendhorstbeek nadrukkelijk op te nemen in de stedenbouwkundige opzet, wordt het landschap als ware doorgezet in de structuur van de nieuwe
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
7
wijk. Op een meer technisch vlak, maar zeker zo belangrijk, zorgt de zichtbaarheid van de afvoer van overtollig hemelwater via de wadi's naar de Wendhorstbeek voor verbinding tussen de nieuwe wijk en het landschap. De kleinschalige woonvelden met de naar buiten georiënteerde bebouwing passen binnen de ervenstructuur van het landschap te westen van het plangebied. De zichtlijnen die het landschap zichtbaar en beleefbaar maken vanuit de woonwijk, zorgen voor een visuele verbinding tussen de woonomgeving en het landschap.
2.3 Cumulatie met andere projecten In de aanlegfase van dit project is er geen sprake van cumulatie met andere projecten in de omgeving die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkzaamheden om de woningen mogelijk te maken (verwijderen eventueel aanwezige beplanting, bouw- en woonrijp maken van het plangebied, aanleggen kabels en leidingen, aanbrengen bouw/straatzand, egaliseren en aanleggen verharding, bouwen woningen) lokaal en van tijdelijke aard zijn.
2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van de beoogde woningen worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
2.5 Productie van afvalstoffen Het voorgenomen gebruik van het projectgebied voor wonen zorgt voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. Indien aanpassingen aan de riolering binnen het plangebied noodzakelijk zijn, dan worden deze uitgevoerd. Hierbij wordt er op voorhand van uitgegaan dat het hoofdrioleringsnetwerk voldoende capaciteit heeft om het afvalwater van de nieuwe woningen te kunnen verwerken.
2.6 Verontreiniging en hinder Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.
2.7 Risico van ongevallen In het kader van de aanlegwerkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen binnen of in de directe omgeving van het plangebied.
2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid Zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase van het project is er geen sprake van specifieke risico’s voor de volksgezondheid.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
8
3. Plaats van het project 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de ligging van de locatie, het vigerende grondgebruik en toelichting op de al dan niet aanwezigheid van bijzondere waarden in het projectgebied en/of omgeving.
3.2 Ligging van de locatie Het projectgebied ligt in het zuidwestelijke deel van de bebouwde kom van Heerde en sluit aan bij de woonwijken Bovenkamp I en II. Deze wijken grenzen in het zuidoosten aan het projectgebied en zijn in eerdere ontwikkelingsfasen van de wijk gerealiseerd. Verder wordt het plangebied begrenst door agrarische gronden van het buitengebied van Heerde.
Ligging en begrenzing van het projectgebied
3.3 Omgevingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden in het tijdelijke deel van het omgevingsplan de bestemmingsplannen ‘Ontwikkelingsgebieden' en 'Heerde-Dorp' van de gemeente Heerde. Het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden' is vastgesteld op 13 juli 2009. Het plangebied is grotendeels bestemd als ‘Agrarisch’ zonder bouwmogelijkheden. De centraal door het plangebied stromende Wendhorstbeek is bestemd als 'Water'. Op de locatie waar de beek het plangebied binnenkomt is de grond bestemd als 'Bos'. zuidoostelijke hoek van het plangebied is bestemd als ‘Wonen’ met een bouwvlak. In het noordelijke deel van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
9
Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Ontwikkelingsgebieden' Het bestemmingsplan 'Heerde-Dorp' is vastgesteld op 30 maart 2009. Conform dit bestemmingsplan geldt de bestemming 'Agrarisch'. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’.
Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Heerde-Dorp'
3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op circa 870 m afstand van het projectgebied. Het wordt hiervan gescheiden door bebouwing, wegen als de rijksweg A50 en agrarische percelen. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op circa 600 m afstand.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
10
Archeologie en cultuurhistorie In de geldende bestemmingsplannen is het projectgebied gedeeltelijk voorzien van dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’. Ten behoeve van het vooronderzoek naar de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren. Deze kan bestaan uit een (zeer) intensief booronderzoek of een proefputten/proefsleuvenonderzoek en dient in ieder geval ter opsporing van eventueel aanwezige archeologische indicatoren en ter afbakening van eventuele vindplaatsen. Voor het vervolgonderzoek wordt een Programma van Eisen opgesteld, dat goedgekeurd dient te worden door het bevoegd gezag. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. In het projectgebied komt geen bebouwing voor en in de directe omgeving van het projectgebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. De in de omgeving aanwezige bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde. Het projectgebied en de directe omgeving zijn geen onderdeel van gebieden met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Een nadere toelichting aangaande waardevolle gebieden, archeologie en cultuurhistorie is opgenomen in paragraaf 4.2.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
11
4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van het potentiële effect op het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen, om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden, beschreven. Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven, wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase. In paragraaf 4.2 worden de waarschijnlijk belangrijke gevolgen van ontwikkeling van de woonwijk Bovenkamp III voor het milieu beschreven. Voor een aantal van de beschreven aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken maken deel uit van het omgevingsplan voor Bovenkamp III.
4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu 4.2.1 Kenmerken aanlegfase In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtkwaliteit) en bouwactiviteiten (licht, geluid en trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. De aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toename van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Veluwe. Voor de overige aspecten geldt dat deze niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leiden. Op het aspect stikstof wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.2.6. 4.2.2 Kenmerken gebruiksfase 4.2.2.1 Algemeen In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met de voorgenomen activiteiten leiden tot extra effecten. 4.2.2.2 Bodem en asbest Met als doel de milieuhygiënische bodemkwaliteit van zowel de grond als van het freatisch grondwater te onderzoeken is een verkennend bodemonderzoek (NEN5740) uitgevoerd. Aan de hand van de onderzoeksresultaten is beoordeeld of de onderzoekslocatie in milieuhygiënisch opzicht gebruiksbeperkingen kent voor het beoogde gebruik. Op basis van het vooronderzoek, veldonderzoek en het chemisch onderzoek wordt geconcludeerd dat Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik.
4.2.2.3 Geluid Wegverkeerslawaai Het projectgebied ligt in de geluidszones van diverse wegen. In dat kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De te verwachte geluidsbelasting blijft onder de wettelijk vastgestelde
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
12
voorkeurswaarde van 48 dB. De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van alle wegen gezamenlijk bedraagt maximaal 50 dB. Dit is minder dan 53 dB waarmee rekening dient te worden gehouden op grond van het gestelde in het Bouwbesluit. Hierin is namelijk opgenomen dat de schilconstructie in ieder geval 20 dB buitengeluid dient te weren. Hierdoor is een binnen niveau van 33 dB gegarandeerd. Ten noorden van het projectgebied ligt een tennispark. Overeenkomstig recente jurisprudentie dient er bij een Tennispark met de bestemming Sportdoeleinden, rekening te worden gehouden met een toeslag voor impulsachtig geluid. Dit vanwege het feit dat er plaatse op grond van het bestemmingsplan, mits milieuhygiënisch in te passen, padelbanen zijn toegestaan. Wanneer de gemiddelde geluidsniveaus, inclusie toeslag, worden getoetst aan het toetsingskader van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode, dan kan worden gesteld dat hieraan op alle beoordelingspunten kan worden voldaan. 4.2.2.4 Geurhinder Het omgevingsplan voor de Bovenkamp III voorziet niet in functies en/of activiteiten die leiden tot geurhinder voor in de omgeving aanwezige geurgevoelige functies zoals wonen. 4.2.2.5 Luchtkwaliteit De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van maximaal 100 woningen met één ontsluitingsweg. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM.
Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.2.2.6 Waterhuishouding In het kader van de voorbereiding van het omgevingsplan is een watertoets uitgevoerd. Op basis van de watertoets is de normale procedure bij het waterschap van toepassing. Om de beoogde ontwikkeling te kunnen realiseren dient er binnen het projectgebied voldoende berging voor hemelwater gerealiseerd te worden. Centraal in het projectgebied ligt de Wendhorstbeek. Deze wordt opgenomen in de toekomstige ruimtelijke structuur. Aan weerszijden van de beek zijn groenzones opgenomen. In de groenzones worden wadi's aangelegd waar het overtollige hemelwater wordt vastgehouden. Via een overstort staan de wadi's in verbinding met de Wendhorstbeek, zodat in situaties waarbij het hemelwater niet verwerkt kan worden in de wadi's overtollig hemelwater wordt geloosd op de beek. 4.2.2.7 Natuur en ecologie Om de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het projectgebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Beschermde gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op circa 870 m afstand van het projectgebied.
Het wordt hiervan gescheiden door bebouwing, wegen als de rijksweg A50 en agrarische percelen. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden bevindt, gecombineerd met de afstand tot het projectgebied kan verstoring door licht, trillingen en geluid van Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
13
Stikstofdepositie Een mogelijk substantieel negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is door middel van een AERIUS-berekening nader onderzocht. De aanlegfase genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase is tevens een verschilberekening uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat er sprake is van een afname van 0,04 mol N/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Voor de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot stikstofdepositie is geen vergunning benodigd. Beschermde soorten Op basis van het veldonderzoek worden ten aanzien van het voorkomen van beschermde soorten de volgende conclusies getrokken. Flora Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Zoogdieren Omdat de Wendhorstbeek behouden blijft, is er geen negatief effect op eventueel aanwezige kleine marterachtigen in het gebied. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute voor vleermuizen binnen het projectgebied.
Ook zijn er geen geschikte openingen in bomen langs de westgrens van het zuidelijke deel van het projectgebied waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied op voorhand kan worden uitgesloten. Indien er tijdens de bouw en na realisatie van de toekomstige ontwikkeling geen nachtelijke verlichting op de bomenrij in het westelijke deel van het projectgebied gericht wordt, is er van een negatief effect op vleermuizen geen sprake. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Vogels Er zijn geen beschermde vogelsoorten, jaarrond beschermde nesten of geschikte broedlocaties voor vogels waargenomen binnen het projectgebied. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor onder andere zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Een nader onderzoek naar vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig, mits werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Wanneer werkzaamheden toch binnen het broedseizoen vallen dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden.
Reptielen, vissen, amfibieën, ongewervelden Er zijn geen beschermde reptielen, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde reptielen binnen het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
14
De Wendhorstbeek blijft behouden. Er is geen negatief effect op eventueel beschermde vissoorten. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde vissen is niet nodig. De Wendhorstbeek is niet geschikt als voortplantingslocatie voor beschermde amfibiesoorten. Deze beek blijft ook behouden na de beoogde ontwikkeling. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde amfibieën is niet nodig. Er zijn geen beschermde ongewervelden, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde insecten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. 4.2.2.8 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie In het kader van de voorbereiding van het omgevingsplan is uitgebreid archeologisch onderzoek uitgevoerd. Als gevolg hiervan is een archeologisch advies voor het projectgebied opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde archeologische onderzoek wordt geadviseerd aan het gehele plangebied een Waarde – Archeologie (middelhoog) toe te kennen. Indien toekomstige bodemingrepen hier tot in de zogenoemde BC of C-horizont (‘de gele zandondergrond’) reiken, wordt geadviseerd hieraan voorafgaand eerst een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk te achten.
Een vervolgonderzoek bestaat ten minste uit een archeologisch karterend veldonderzoek. Deze kan bestaan uit een (zeer) intensief booronderzoek of een proefputten/proefsleuvenonderzoek en dient in ieder geval ter opsporing van eventueel aanwezige archeologische indicatoren en ter afbakening van eventuele vindplaatsen. Voor het vervolgonderzoek wordt een Programma van Eisen opgesteld, dat goedgekeurd dient te worden door het bevoegd gezag. Cultuurhistorie Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. In het projectgebied komt geen bebouwing voor en in de directe omgeving van het projectgebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. De in de omgeving aanwezige bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde. Het projectgebied en de directe omgeving zijn geen onderdeel van gebieden met een bijzondere cultuurhistorische waarde. 4.2.2.9 Externe veiligheid Risicobronnen In de omgeving van het projectgebied bevinden zich geen risicobronnen en het projectgebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicobron.
4.3 Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) - Orde van grootte van het effect: uit de beschrijving van de effecten in paragraaf 4.2 blijkt dat er sprake is van tijdelijke effecten als gevolg van de bouwwerkzaamheden in de realisatiefase en dat er geen sprake is van permanente effecten als gevolg van de voorgenomen activiteiten in de gebruiksfase;
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
15
- Bereik van het effect: uit de beschrijving van de effecten in paragraaf 4.2 blijkt dat er sprake is van tijdelijke effecten als gevolg van de bouwwerkzaamheden in de realisatiefase en dat er geen sprake is van permanente effecten als gevolg van de voorgenomen activiteiten in de gebruiksfase; er is geen sprake van een invloedsgebied dat zich uitstrekt buiten de grenzen van het projectgebied; - Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect - Aard van de effecten: uit de beschrijving van de effecten in paragraaf 4.2 blijkt dat er sprake is van tijdelijke effecten als gevolg van de bouwwerkzaamheden in de realisatiefase en dat er geen sprake is van permanente effecten als gevolg van de voorgenomen activiteiten in de gebruiksfase;. Grensoverschrijdende karakter van het effect - Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect - De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect - Beperkte tijdelijke emissies geluid, lucht en licht als gevolg van de bouwwerkzaamheden in de aanlegfase zijn zeker. - Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering (zie ook paragraaf 4.2).
Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect - Verwachte aanvang: na onherroepelijk bestemmingsplan (2e helft van 2024). - Duur en periode indicatief: de aanlegfase zal circa 2 jaar duren. - Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. - Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Zoals beschreven in paragraaf 2.3 van onderhavige notitie zijn er geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die gelijktijdig met de beschreven activiteiten worden uitgevoerd en kunnen leiden tot cumulatieve effecten. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot noemenswaardige effecten leiden.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
16
5. Conclusie De oppervlakte van het plangebied bedraagt ruim 1,1 hectare en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt 100 woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet worden overschreden. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen aanvullende informatie verschaft voor het beoordelen van de milieueffecten.
5 mei 2024 | Aanmeldnotitie ‘Omgevingsplan TAM-omgevingsplan Bovenkamp III in Heerde’ | Buro Stedenbouw
17