CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Discussienota Motie actief grondbeleid.docx

Raadscommissie 1 februari 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: Motie actief grondbeleid3.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienota commissie Commissie Ruimte 1 februari 2021

Afdeling en opsteller ROW / L. Eijkelestam (L.Eijkelestam@heerde.nl) / J. Spronk (J.Spronk@heerde.nl) Portefeuille W. Meijer en J. Berkhoff Programma Ruimte

Agendapunt 12.

Onderwerp Motie actief grondbeleid

De commissie geeft als advies: - Haar overwegingen over de vertaling van het college over de motie ‘Actief Grondbeleid’ d.d. 13 juli 2020; - Haar oordeel of voornoemde motie met de beantwoording van het college voldoende is uitgewerkt. Inleiding Op 13 juli 2020 is de motie ‘Actief Grondbeleid’ door de gemeenteraad is aangenomen. De raad vraagt om het volgende: 1. Ten aanzien van de grondpolitiek het ‘nee tenzij’-principe los te laten en over te gaan naar het ’ja mits’-principe; 2. Een onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een financieel fonds voor de aankoop van gronden en vastgoed als smeermiddel voor locatie- en gebiedsontwikkeling en de risico’s en kansen daarvan ook in beeld te brengen; 3. Zo mogelijk op basis van ruimtelijke kaders in beeld te brengen op welke locaties in- en uitbreiding mogelijk is; 4. Ten aanzien van de bovenstaande drie punten binnen zes maanden met een concreet voorstel richting de raad te komen (desnoods op onderdelen vertrouwelijk). Het college heeft een antwoord geformuleerd op de door de gemeenteraad gestelde vragen. De beantwoording van de vragen wordt onder ‘Argumenten’ toegelicht.

Bevoegdheid / Juridisch kader - artikel 160 lid 1 en sub e Gemeentewet (bevoegdheid van het college van B&W voor het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen), in samenhang gelezen met: - artikel 169 lid 4 Gemeentewet (rol van de gemeenteraad bij privaatrechtelijke rechtshandelingen met ingrijpende gevolgen voor de gemeente); - artikel 82 lid 1 Gemeentewet (instelling en taak raadscommissie); - Structuurvisie Heerde 2025; - Uitvoeringsparagraaf Structuurvisie Heerde 2025 6.0; - Woonvisie Heerde 2015-2025; - Leidraad initiatieven.

1/8

Eerdere besluitvorming en kaders - De motie ‘Actief Grondbeleid’ d.d. 13 juli 2020; Argumenten Het college beantwoordt de vragen van de gemeenteraad als volgt.

Vraag 1: Ten aanzien van de grondpolitiek het ‘nee tenzij’-principe los te laten en over te gaan naar het ’ja mits’-principe. Samenhang ruimtelijk beleid en grondbeleid In de motie wordt gesproken over de toepassing van het grondbeleid (aangehaald als grondpolitiek). Het is voor de beantwoording van de motie niet effectief om alleen naar het grondbeleid te kijken. Voor beantwoording zullen we de toepassing van het grondbeleid vanuit een breder ruimtelijk, integraal perspectief moeten bekijken. Het uitvoeren van grondbeleid is namelijk geen doel op zich. Het grondbeleid biedt alleen basis voor de inzet van instrumentarium (zoals minnelijke aankoop van gronden, maar ook onteigening en kostenverhaal). Dit instrumentarium kan worden ingezet om gemeentelijke doelen te bereiken. Deze gemeentelijke doelen komen voort uit de gemeentelijke opgaves. Denk hierbij aan het bieden van voldoende woonruimte voor inwoners of het realiseren van een levendig centrum. De gemeentelijke ruimtelijke opgaves zijn nu beschreven in de huidige Structuurvisie en Uitvoeringsparagraaf. De Uitvoeringsparagraaf is ook de grondslag voor het toepassen van de uitnodigingsplanologie in de gemeente en de vindplaats voor de uitgangspunten van het gemeentelijk grondbeleid. Hieruit blijkt de nauwe verwevenheid van het ruimtelijk beleid en het grondbeleid.

De opgaves uit de Structuurvisie en Uitvoeringsparagraaf vinden straks een plek in de nieuw op te stellen Omgevingsvisie, op grond van de Omgevingswet. Ook het gemeentelijk grondbeleid wordt opgenomen in de Omgevingsvisie (en het Omgevingsplan). In de Omgevingsvisie komt de nadruk nog meer te liggen op integraal, gebieds- en opgavegericht werken. Uitnodigingsplanologie omvat het ‘ja mits’ principe Uw raad vraagt in uw motie om, ten aanzien van het grondbeleid, het ‘nee tenzij’ principe los te laten en over te gaan naar het ‘ja mits’ principe. De omslag van het ‘nee tenzij’ naar ‘ja mits’ vindt zijn oorsprong in de Omgevingswet. In Heerde wordt er al een aantal jaren gewerkt met uitnodigingsplanologie. Met de toepassing van de uitnodigingsplanologie wordt in feite vooruitgelopen op de invoering van de Omgevingswet en de toepassing van het ‘ja mits’ principe. Het programma Omgevingswet bereidt op dit moment de invoering van de Omgevingswet voor. Hierbij zijn de huidige werkprocessen, inclusief uitnodigingsplanologie en het bestaande gemeentelijk grondbeleid het vertrekpunt. In de laatste versie van de Uitvoeringsparagraaf is al duidelijk voorgesorteerd op de invoering van de Omgevingswet. Hiermee is deze ‘ja mits’ benadering (impliciet) op dit moment dus ook al van toepassing op het Heerder grondbeleid.

Dat betekent dat er geen aanvullend besluit hoeft te worden genomen om de ‘ja mits’-benadering mogelijk te maken. Mogelijk kan het wel als een extra aandachtspunt worden meegenomen bij lopende processen/projecten en waar mogelijk meer tot uiting worden gebracht. Mogelijkheden van het huidige grondbeleid De gemeente heeft meerdere instrumenten om te sturen bij initiatieven die door de markt worden aangedragen, maar kan zelf als grondeigenaar ook actief een positie bepalen. Mogelijkheden indien geen grondeigenaar Indien de gemeente geen eigenaar is van de locatie waarop een ontwikkeling plaats kan vinden, kan zij door middel van uitnodigingsplanologie invloed uitoefenen op het initiatief. De gemeente beoordeelt het plan namelijk op maatschappelijke meerwaarde binnen de kaders die de raad heeft

2/8

meegegeven in de desbetreffende visies (Structuurvisie, Centrumvisie, Woonvisie). Deze handelswijze is in lijn met het gedachtengoed van de Omgevingswet. Voor de indiening van een conceptaanvraag worden de gemeentelijke de kwalitatieve randvoorwaarden meegegeven aan de initiatiefnemer. Iedere locatie komt met eigen kwaliteiten en uitdagingen. Het is een gezamenlijke zoektocht van initiatiefnemer en gemeente om tot goede en realiseerbare plannen te komen. Het vergt de nodige flexibiliteit van beide kanten. Hier moet ook ruimte voor zijn. Mogelijkheden indien wel grondeigenaar Indien de gemeente wel eigenaar is van een locatie waarop een ontwikkeling plaats kan vinden, kan zij voorwaarden verbinden aan de verkoop en ontwikkeling van deze locatie. In het verleden is dit onder andere gebeurd bij de voormalige basisschool ‘De Spreng’ aan de Andoornstraat. Op deze locatie zijn de ingediende initiatieven beoordeeld op maatschappelijke meerwaarde overeenkomstig de daarvoor opgestelde Leidraad initiatieven. De beoordeling werd in dit geval gedaan met een beoordelingsformulier, waarbij punten gescoord konden worden op belangrijke aspecten voor de gemeente. Deze handelswijze kan wederom worden toegepast bij de verkoop van ‘Het Honk’. In ieder geval wordt ook bij deze locatie gezocht naar de ontwikkeling met de meeste maatschappelijke meerwaarde.

Op deze manier laat de gemeente enerzijds de ontwikkeling van het pand over aan de markt, maar houdt zij anderzijds grip op de ontwikkeling door voorwaarden hiervoor te stellen. Uitzonderlijke gevallen Op dit moment maakt het huidige Heerder grondbeleid het mogelijk om gronden aan te kopen in uitzonderlijke gevallen. Deze uitzonderlijke gevallen zijn niet nader uitgewerkt. Op basis van ervaringen in afgelopen jaren kan worden gedacht aan situaties waarbij door aankoop maatschappelijke, gemeentelijke kerntaken kunnen worden vervuld. Dit zijn situaties waarbij er gemeentelijke opgaves bereikt kunnen worden. Denk hierbij aan ontwikkeling van een vitaal en leefbaar centrum (verkenning aankoop Van Setten Van Loenen) of de ontwikkeling van een Multi Functioneel Centrum (aankoop woning Klapperdijk). Het ligt voor de hand dat de opgaves per type gebied binnen de gemeente kunnen verschillen. Bijvoorbeeld tussen opgaves voor een agrarisch gebied en opgaves voor een centrum gebied. Dit zorgt er voor dat het toe te passen grondbeleid ook per gebied kan verschillen. Dit zal in de Omgevingsvisie nog duidelijker naar voren komen. We concludeerden dat het niet meer nodig is om het ‘ja mits’ principe concreet van toepassing te verklaren, aangezien dit, door nauwe verwevenheid met het ruimtelijk beleid, al van toepassing is op ons grondbeleid.

De vraag van uw raad om toepassing van het principe maakt echter wel duidelijk dat het belangrijk is dat we de uitzonderingsgevallen concreter gaan benoemen. Om heldere kaders te scheppen voor uitzonderingsgevallen en hiermee inzet van het middel meer handvatten te geven, wordt er voorgesteld om de concrete situaties te gaan toetsen aan ‘doeltreffendheid’ en ‘doelmatigheid’. Een handeling is doeltreffend als door de handeling een bijdrage wordt geleverd aan het vervullen van een te behalen opgave. Een handeling is doelmatig als de aankoopkosten in redelijke verhouding staan met de te behalen opgave. Als het voor de ontwikkeling van een gebied ‘doelmatig’ en ‘doeltreffend’ is om een strategische grondaankoop te doen, dan kan hiertoe over worden gegaan. Dit kan zogezegd binnen de kaders van het huidige beleid. Het is vanzelfsprekend wel mogelijk om dit vast te leggen in een specifiek aanvullend besluit.

3/8

Vraag 2: Een onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een financieel fonds voor de aankoop van gronden en vastgoed als smeermiddel voor locatie- en gebiedsontwikkeling en de risico’s en kansen daarvan ook in beeld te brengen. Leren van eerdere ervaringen In uw motie vraagt u specifiek om een onderzoek uit te (laten) voeren naar een financieel fonds voor aankoop van gronden als smeermiddel en hierbij ook de kansen en risico’s in kaart te brengen. Het is vanzelfsprekend mogelijk om hier onderzoek naar te (laten) doen. Het is ook mogelijk om hieraan een maximumbedrag te verbinden of een fonds in te stellen. Het is echter wel van belang om hierbij verder te kijken dan de theoretische kansen en risico’s. Er zijn namelijk veel locatiespecifieke kenmerken. Het is hierbij belangrijk om te leren van Heerder ervaringen. Zo zullen naar verwachting in de komende jaren diverse lopende grondexploitaties worden afgesloten. Er kunnen mogelijk lessen worden geleerd uit de wijze waarop deze grondexploitaties zijn verlopen. Daarnaast kunnen we ook leren van de landelijke ervaringen en ontwikkelingen op terrein van grondbeleid. In het verleden heeft de gemeente Heerde en veel andere gemeenten een actievere rol genomen op de grondmarkt.

Als gevolg van de economische crisis in 2008 hebben veel gemeenten, als gevolg van aankoop van (dure) gronden voor ontwikkelingsdoeleinden en achterblijvende verdiensten, grote verliezen moeten nemen. Dit heeft landelijk doen realiseren dat ontwikkeling van gronden niet alleen kan leiden tot (forse) winsten, maar ook tot (forse) risico’s. Om deze reden is de regelgeving voor gemeenten rondom actieve grondpolitiek ook strikter geworden. Veel gemeenten zijn door de ervaringen in de crisis overgegaan tot een facilitair grondbeleid. Hierbij lieten gemeenten de ontwikkelingen over aan de markt, waarbij de gemeente de ontwikkelende partij faciliteert en kaders meegeeft. Deze kaders hebben als doel de gemeentelijke eisen, ook bij ontwikkelingen door marktpartijen, voldoende te kunnen borgen. In de praktijk blijkt dat er ontwikkelingen zijn die niet of nagenoeg niet worden opgepakt door de markt. In die gevallen pakken steeds meer gemeenten een actievere rol. Dit wordt situationeel grondbeleid genoemd. Dit past in de lijn van de Omgevingswet. Het huidige Heerder grondbeleid biedt al de ruimte om deze actievere rol te pakken. Voorbeelden zijn de Centrumontwikkeling Heerde en MFA Wapenveld. We willen benadrukken dat een financieel fonds slechts een instrumentarium kan zijn. Het is belangrijk om te onderzoeken in welk geval het instrumentarium gebruikt wordt.

Door het toepassen van doeltreffendheid en doelmatigheid, kan er doelgerichter gebruik worden gemaakt van de bestaande ruimte. Genoeg reden om de wens van uw raad gezamenlijk nader te concretiseren.

Vraag 3: Zo mogelijk op basis van ruimtelijke kaders in beeld te brengen op welke locaties in- en uitbreiding mogelijk is. Ruimte bieden aan de markt voor het indienen van initiatieven Een belangrijke opgave die de gemeente heeft, is het creëren van voldoende woonruimte. In de Uitvoeringsparagraaf wordt iedereen uitgenodigd om te komen met initiatieven. Dit kunnen onder andere initiatieven zijn om woningen te bouwen en hiermee extra woonruimte toe te voegen. De initiatieven kunnen gaan over inbreidings- en/of uitbreidingslocaties. De mogelijk in te dienen initiatieven zijn niet op voorhand uitputtend beschreven, omdat we initiatiefnemers niet willen belemmeren in hun creativiteit. Inbreidingslocaties Of inbreiding mogelijk is, is afhankelijk van de specifieke locatie en de locatiekenmerken. Denk hierbij onder andere aan de eigendomssituatie, ligging, gebruik van omgeving en gebiedskwaliteiten. Zoals gezegd nodigen wij in ons huidige ruimtelijk beleid iedereen uit om te

4/8

komen met initiatieven. Als een grondeigenaar zijn eigendom wil herontwikkelen voor woningbouw, dan kan hij/zij altijd contact opnemen met ons en gaan wij hierover met elkaar in gesprek. Als een initiatief voldoende meerwaarde heeft voor de samenleving, dan willen wij hieraan meewerken. Wij hanteren bij deze afweging heldere kaders en geven in een vroeg stadium onze gemeentelijke eisen mee. Een belangrijk kader is de onlangs vastgestelde woonagenda, met het daarin genoemde percentage woningbouw in het sociale huur/koop segment. Uitbreidingslocaties In de Structuurvisie Heerde 2025 zijn drie potentiële uitbreidingslocaties aangewezen. Dit zijn gronden in zowel gemeentelijk eigendom als particulier eigendom. Het gaat om de locaties Bovenkamp 3 (particulier), de gronden ten zuiden van de Haneweg (grotendeels particulier/deels gemeente) en de gronden ten noorden van De Kolk in Wapenveld (particulier). In de toekomst kan besloten worden om actief op deze locaties in te zetten. Relatie tussen inbreiding en uitbreiding Inbreiding gaat boven uitbreiding. Dat is het principe dat is opgenomen in de ladder van duurzame verstedelijking en in onze Structuurvisie. Op dit moment zijn er een flink aantal inbreidingsplannen in uitvoering en voorbereiding om in de huidige gemeentelijke woonbehoefte te voorzien.

Het lijkt echter verstandig om ook een uitbreidingslocatie in voorbereiding te nemen om te voorzien in de gemeentelijke doelstellingen tot het bouwen van voldoende woonruimte. Een goede fasering van een dergelijk uitbreidingsplan is van belang, zodat jaarlijks bezien kan worden hoeveel woningen op een uitbreidingslocatie in het woningbouwprogramma nodig zijn. Daarbij moet wel in het oog worden gehouden dat er een ruime hoeveelheid tijd verstrijkt tussen de voorbereiding van een woningbouwplan en de feitelijke oplevering van woningen. Dus een besluit in jaar x levert normaliter een woning op in jaar x+1. Dit geldt natuurlijk alleen als de grond juridisch en feitelijk bouwrijp is. De voorbereidingstijd voor het juridisch en feitelijk bouwrijp maken van een woningbouwplan is afhankelijk van veel factoren. Minimaal is een doorlooptijd van 1,5 jaar nodig. In de motie wordt gevraagd om de mogelijke uitbreidings- en inbreidingslocaties in beeld te brengen. Het aanwijzen van meer locaties dan de uitbreidingslocaties hierboven, zonder dat er een concrete wens ligt van de grondeigenaar, is op grond van onze huidige, hiervoor beschreven werkwijze niet doeltreffend. Dit zou tevens door grondprijsstuwing normale marktwerking in de weg kunnen staan.

Mogelijke (nieuwe) instrumenten Opgave om met behoud van kwaliteit in woonruimte te voorzien Naast het bouwen van nieuwe woningen kan er ook nagedacht worden over het optimaliseren van het gebruik (Omgevingswet: benutting) van bestaande woonruimten en erven. Daar liggen in onze optiek ook nog kansen om met behoud of verbetering van de ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteit tot realisatie van extra woonruimte te komen. Eigenlijk willen wij medewerking verlenen aan veel verschillende vormen van wonen, mits dat de leefbaarheid van de omgeving en de kwaliteit van de omgeving niet aantast of bij voorkeur versterkt. Onze woonvisie geeft aan dat wij streven naar passende woonruimte voor onze inwoners. Passend moet daarbij ook aansluiten bij de persoonlijke voorkeuren van de inwoners, mits dat niet leidt tot een verminderde kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wij streven ernaar om buiten de bebouwde kom hiervoor geen open, groene gebieden te gebruiken, maar in dat gebied slechts bestaande erven/gebouwen. Ons doel is hiermee om voldoende passende woonruimte te realiseren met behoud van onze groene en rustige kwaliteit.

5/8

Opgavegericht werken In de gemeente spelen veel verschillende zaken. Toch kunnen er onderwerpen benoemd worden die prioriteit hebben en belangrijk zijn voor de ontwikkeling en kwaliteit van de gemeente. Dat worden tegenwoordig opgaven genoemd. Opgaven zijn dikwijls gekoppeld aan onderwerpen die aan de basis van ons leven liggen als wonen, werken en recreëren, maar ook die voorzien in de benodigde transities, zoals energie en grondgebruik (landbouw). Het lijkt voor de hand te liggen om voor die onderwerpen die in onze gemeente aan de orde zijn, integrale opgaves te benoemen en aan te pakken. Het benoemen van de opgaves wordt gekoppeld aan de Omgevingsvisie. Voor de uitvoering is een breed palet aan de instrumenten voorhanden. Dat wordt bij de uitwerking van de opgaves bepaald. Toewerken naar doelmatigheid en doeltreffendheid Het is erg lastig om op voorhand te bepalen in welke gevallen de gemeente zich wel actief moet opstellen en in welke het initiatief overgelaten kan worden aan derden. Het is een voorstel om dit kwalitatief te doen door het hanteren van de termen doelmatigheid en doeltreffendheid. Samen moet dit leiden tot een conclusie: leidt het nemen van het initiatief tot het gewenste resultaat tegen de laagste (maatschappelijke) kosten. Het voorstel is om dit toe te passen bij eventuele aankopen van onroerende zaken.

Daarbij is het natuurlijk wel van belang dat het doel en visie duidelijk zijn. Stand van zaken In de periode 2018 – 2027 is er ruimte om tussen de 350 – 400 nieuwe woningen te bouwen in onze gemeente. We hanteren deze periode ook in onze woonagenda. 2018 Woningen gereed gemeld Woningen vergund Totaal

77 57 134

2019 Woningen gereed gemeld Woningen vergund Totaal

31 85 116

2020 Per kern in behandeling (zachte woningaantallen) Heerde Wapenveld Veessen Buitengebied Totaal

179 108 43 12 342

Hieruit kan geconcludeerd worden dat de regionaal afgesproken aantallen zeker gehaald kunnen worden. Momenteel wordt gewerkt aan een actualisering van de aantallen. Hierbij gaat het aantal door Heerde te realiseren woningen(woonruimten) tot 2030 naar 475. Doorkijk Het lijkt erop dat we voorlopig nog genoeg ruimte hebben op inbreidingslocaties om aan het woningbouwprogramma te voldoen. Eventueel met aanvulling vanuit een uitleglocatie. De ontwikkelingen staan echter niet stil. Wij verwachten op het gebied van verstedelijking de nodige

6/8

veranderingen. Wat gebeurt er als het berekende aantal tot 2030 van 475 toe te voegen woningen al veel eerder is volgebouwd omdat de druk en vraag vanuit de stedelijke gebieden van Zwolle en Apeldoorn is toegenomen. Dit zijn immers beide omgevingen die de nodige ambities hebben op het gebied van stedelijke ontwikkeling. Beide regio’s hebben een ontwikkelings- of verstedelijkingsstrategie op de agenda staan en Oost-Nederland heeft nationaal al aangegeven een deel van de 1 miljoen woningen die tot 2030 in Nederland nog gebouwd moeten worden, voor haar rekening te willen nemen. Welke gevolgen gaan deze ambities hebben voor onze woningmarkt en de behoefte aan woningen in Heerde. Het is nog te vroeg om deze vragen te beantwoorden, maar Heerde zal in de Omgevingsvisie moeten aangeven welke rol zij hierin wil spelen. Een rol waarin de naar verwachting toenemende vraag/behoefte wordt gevolgd of een ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de (woon-)omgeving centraal staan. Wij verwachten met de nodige creativiteit tot een toename van het aantal woonruimten te komen, die recht zal blijven doen aan de leefbaarheid en de kwaliteit van het leef- en woonmilieu in onze gemeente. Passend bij onze identiteit. Het grondbeleid zal de keuzes van de gemeenteraad op dit punt moeten ondersteunen.

Kanttekeningen Samenvattend komen in de beantwoording van het college de volgende punten naar voren: - Het grondbeleid is sterk verweven met het ruimtelijk beleid. Dit blijkt onder andere uit gemeentelijke documenten, zoals de Structuurvisie, en dient daarom in samenhang met elkaar te worden gezien; - In Heerde hanteren we al het ‘ja mits’-criterium door met uitnodigingsplanologie te werken, waarbij we de markt de ruimte bieden om met passende initiatieven te komen binnen de voorwaarden en uitgangspunten van de gemeente. Met deze werkwijze spelen we in op de komst van de Omgevingswet; - In uitzonderlijke gevallen kan besloten om actief gronden aan te kopen, waarbij per geval getoetst moet worden aan doelmatigheid en doeltreffendheid; - Het is van belang om op financieel gebied lering te trekken uit de grondexploitaties van de afgelopen jaren, maar ook uit de landelijke ontwikkelingen op gebied van grondbeleid; - Het uitgangspunt is dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Op dit moment is een groot aantal plannen voor inbreidingslocaties in voorbereiding of uitvoering. Het is ook wenselijk om voorbereidingen te treffen voor mogelijke uitbreidingslocaties; - Op dit moment lijken we in de woningbehoefte in onze gemeente te voorzien. Desondanks kan dit aan verandering onderhevig zijn gezien de ambities van Apeldoorn en Zwolle op gebied van stedelijke ontwikkeling.

Op termijn zullen we moeten bepalen welke rol we hierin als gemeente willen spelen. Alternatieven Mogelijk heeft de commissie een andere visie op de beantwoording van de motie ‘Actief Grondbeleid’ dan nu voorgesteld door het college. In dat geval dient er een dialoog plaats te vinden over de verschillende visies. Communicatie De beantwoording van de vragen is op ambtelijk niveau met de betrokken wethouders afgestemd. Er vindt geen externe communicatie hierover plaats. Burgerparticipatie is hierbij niet aan de orde. Inclusiviteit Niet van toepassing. Cittaslow De beantwoording van de vragen sluit aan bij het Cittaslow-gedachtegoed, waarbij de kwaliteit van de leefomgeving centraal staat. Met het huidige grondbeleid (in samenhang met het ruimtelijk

7/8

beleid) wordt gestreefd een hoge kwaliteit van de leefomgeving, goede infrastructuur en een gezond milieu. Inkoop en SROI Niet van toepassing. Vervolg Deze discussienota zal eerst in de themaraad over grondbeleid en grondexploitatie ter beeldvorming aan de orde komen. Vervolgens zal deze discussienota ter oordeelsvorming aan de commissie worden voorgelegd. Heerde, 1 december 2020 Het college drs. J.W. Wiggers B. van Zuthem Bijlagen: geen

8/8

, burgemeester , gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=21850835-9d6d-4d29-aa45-05096ed02098