CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

12.3.2. WPVKWG24B_Motivering

Raadscommissie 16 juni 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Wapenvelder Kerkweg 24B20.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

49

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

risicobron nieuwe (kwetsbare) gebouwen toestaan of als de gemeente nieuwe risicobronnen op haar grondgebied wil toestaan. In het omgevingsplan van de gemeente Heerde zijn (nog) geen aandachtsgebieden opgenomen in het kader van externe veiligheid, derhalve is vastgehouden aan het omgevingsplan van rechtswege.

4.13.2

Onderzoek

In de huidige situatie is in het plangebied reeds een beperkt kwetsbaar object aanwezig: de agrarische bedrijfswoning. In de toekomstige situatie komen hier zes beperkt kwetsbare objecten bij: de zes nieuwe reguliere woningen. Figuur 23 toont een uitsnede van de kaart met bronnen risicobronnen van Atlas voor de Leefomgeving.

Figuur 23: Uitsnede externe veiligheidskaart Buisleidingen Ten westen van het plangebied is een buisleiding gesitueerd met een plaatsgebonden risicocontour en brandaandachtsgebied. De afstand van het hart van de leiding tot het plangebied bedraagt circa 490 meter. Deze afstand is dusdanig groot dat deze risicobron geen belemmering vormt voor het plan. Transportassen (weg, spoor, water) In de omgeving van het plangebied zijn transportassen met een externe veiligheidsrisico's gesitueerd. Ten westen van het plangebied, op circa 3,6 km afstand, ligt de A50. Ten oosten van het plangebied ligt op circa 4,2 km de IJssel en op circa 5,0 km de spoorlijn Zwolle - Deventer. Over deze transportassen vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De afstand tot het plangebied is dusdanig groot dat geen sprake is van belemmeringen voor het plan. Risicovolle inrichtingen Ten noorden van het plangebied is op circa 720 meter afstand een risicovolle inrichting gesitueerd. Dit betreft een opslagtank. Voor de bron gelden verschillende aandachtsgebieden voor explosie en brand. Het plangebied ligt buiten deze gebieden. De afstand tot het plangebied is dusdanig groot dat geen sprake is van een belemmering.

4.13.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

In het plangebied is geen sprake van een veiligheidsrisico, maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. De toegangsweg naar de 6 woningen moet geschikt zijn voor hulpverleningsvoertuigen. De weg wordt daarom verhard en is minimaal 3,25 meter breed.

50

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

4.13.4

Conclusie

Met betrekking tot omgevingsveiligheid is in het onderhavige initiatief sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.14

Water

Uit de Omgevingswet en paragraaf 5.1.3 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) volgt, dat de gemeenteraad bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan rekening dient te houden met waterbelangen.

4.14.1

Wettelijk kader

Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over delen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat belast is met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Onder de Omgevingswet is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Gemeenten kunnen zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is, dient in een ruimtelijke procedure ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende.

4.14.2

Onderzoek

Op basis van subparagraaf 3.5.6 geldt voor het onderhavige initiatief een waterbergingsopgave van 60 mm waterberging per vierkante meter verharding. Als gevolg van de ontwikkeling neemt de verharding af. Er wordt wateropvangend grasland gerealiseerd.

4.14.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Er wordt wateropvangend grasland gerealiseerd.

4.14.4

Conclusie

Met betrekking tot water is in het onderhavige initiatief sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

51

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Hoofdstuk 5 Voorbereiding en participatie (maatschappelijke uitvoerbaarheid) 5.1

Vooroverleg

Initiatieven die niet passen in een van onze bestemmingsplannen worden volgens het principe van uitnodigingsplanologie in behandeling genomen. Hiertoe is in november 2023 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Heerde. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente Heerde op 19 december 2023 een positieve grondhouding ten opzichte van het initiatief ingenomen. Uit dit vooroverleg zijn enkele uitgangpunten naar voren gekomen welke bij de nadere uitwerking van het initiatief van belang zijn (geweest):  Ten behoeve van de functieverandering van het agrarische erf wordt advies ingewonnen van een ervenconsulent.  Het onderzoeken van potentiële milieuhinder ter plaatse van de nieuwe reguliere woningen.  Uitgaan van maximaal drie bouwvolumes met transparante verbinding van 8 meter OF maximaal vier bouwvolumes met een transparante verbinding van 6 meter.  Vergunningsvrij bouwen bij de nieuwe reguliere woningen moet worden uitgesloten.  Juridisch-planologisch borgen van landschappelijke inpassing(smaatregelen).  Opnemen spuitzonering in agrarische bestemming ten behoeve van gezond woon- en leefklimaat ter plaatse van nieuwe reguliere woningen.  Juridisch-planologisch borgen van architectonische samenhang (materiaal en kleurgebruik) van nieuwe woningen waarbij een enkele woonlaag met kap, inpandige berging en integrale duurzaamheidsmaatregelen het uitgangspunt is.

Op basis van hetgeen in voorliggend plan is opgenomen (motivering, regels en verbeelding) is invulling gegeven aan voorgenoemde uitgangspunten.

5.2

Participatie

Het "participatiebeleid fysieke leefomgeving" is van toepassing op de onderhavige ontwikkeling. Het plan ligt niet in de nabijheid van derden waardoor geen sprake is van een noodzaak tot een omgevingsdialoog. Wel heeft de initiatiefnemer de buren (ondanks de afstand) geïnformeerd over de plannen. Hiervan is verslaglegging gemaakt. Hierbij is het participatiebeleid gebruikt. Uit de reacties op het plan is niet naar voren gekomen dat er bezwaren zijn tegen het plan. Geconstateerd wordt dat hiermee positief op het plan is gereageerd.

5.3

Procedure

De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Het ontwerp van dit wijzigingsbesluit wordt op grond van artikel 3.11 van de Awb gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd en het wordt tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de landelijke website (LVBB). Voorafgaand wordt hiervan mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze over het ontwerpbesluit bij de gemeenteraad naar voren brengen.

52

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de financiële uitvoerbaarheid toegelicht. Uitgangspunt hierbij is dat de kosten die gemaakt worden ten behoeve van het planvoornemen voor rekening komen van de initiatiefnemer.

6.1

Financiële economische uitvoerbaarheid

In voorliggende ruimtelijke motivering is onderbouwd dat met het besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat het initiatief uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is.

6.2

Kostenverhaal

Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal bij gebruiksactiviteiten die mogelijk worden op grond van een nieuw toegedeelde functie of bij één of meerdere aangewezen bouwactiviteit(en). Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (Ob). Kostenverhaal is mogelijk middels het afsluiten van een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag of via de publiekrechtelijke weg. Voor kostenverhaal via de publiekrechtelijke weg dient de gemeenteraad kostenverhaalregels vast te stellen in het omgevingsplan. Bovenstaande geldt niet indien de kosten die het initiatief vanwege artikel 8.15 Ob maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in gevallen genoemd in artikel 8.14 Ob. De gemeente Heerde heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee gedekt.

6.3

Nadeelcompensatie

De basisregeling voor nadeelcompensatie staat in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In titel 4.5 Awb staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. De regels over nadeelcompensatie in afdeling 15.1 van de Omgevingswet zijn een aanvulling op deze algemene regeling uit de Awb. De regels over nadeelcompensatie in de Omgevingswet hebben voorrang op de regels in de Awb. Het eventueel vergoeden van nadeelcompensatie die ontstaat als gevolg van de activiteit is geborgd in de afgesloten anterieure overeenkomst.

53

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Hoofdstuk 7 7.1

Juridisch kader TAM-omgevingsplan

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de beoogde ontwikkeling, het relevante beleid en de omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord, dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het plan "Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld" wordt de amovering van de intensieve veehouderij juridisch-planologisch gerealiseerd. Daarbij wordt voortzetting van het agrarische bedrijf als akkerbouwbedrijf mogelijk gemaakt. Tevens wordt de ontwikkeling van zes maximale reguliere woningen mogelijk gemaakt. Deze wijziging van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Heerde is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

7.2

Opzet regels

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMROstandaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025.

Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Wapenvelder Kerkweg 24b-c, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand xxx, zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/zoeken/locatie?regelsandere=regels. In hoofdstuk 1 van voorliggende ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.

7.2.1

Preambule

In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

7.2.2

Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit:  Artikel 1 Begripsbepalingen: in dit artikel worden de begripsbepalingen van het omgevingsplan van rechtswege van toepassing verklaard.  Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen: in dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, dit ten behoeve van een eenduidige interpretatie van deze begrippen.  Artikel 3 Meet en rekenbepalingen: dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering geïnterpreteerd moeten worden.

54

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Artikel 4 Toepassingsbereik: dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 5 Aanvraagvereisten: in dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod: dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt.

7.2.3

Functies en activiteiten

In Hoofdstuk 2 van de regels is opgenomen welke functies en activiteiten binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. In paragraaf 7.3 worden de verschillende functies en gebiedsaanduidingen toegelicht en wordt ook per functie aangegeven waarom voor deze toedeling is gekozen.

7.2.4

Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3 van de regels bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:  Artikel 10 Algemene bouwregels: in dit artikel zijn de algemene bouwregels die van toepassing zijn opgenomen.  Artikel 11 Algemene gebruiksregels: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies en activiteiten.

7.2.5

Overgangs- en slotbepalingen

In Hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In Artikel 13 Overgangsrecht is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan. Hoofdstuk 23 van het omgevingsplan van rechtswege bevat slotbepalingen met een artikel genaamd citeertitel: 'Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: 'Omgevingsplan gemeente Heerde'. Aangezien het TAM-IMRO omgevingsplan een onderdeel is van dit ene omgevingsplan wordt geen slotbepaling opgenomen.

7.3

Nadere toelichting op de regels

Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een 'ja, mits'principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden).

7.3.1

Functies en gebiedsaanwijzingen

Agrarisch Het toekomstige agrarische akkerbouwbedrijf behoudt de bestemming 'Agrarisch', omdat dit toereikend is voor de beoogde bedrijfsvoering. Binnen het bouwvlak is een agrarische bedrijfswoning met 600 m2 agrarische bedrijfsbebouwing toegestaan. Middels de functieaanduiding 'geen veehouderij toegestaan' is het bedrijfsmatig houden van vee ter plaatse van het bouwvlak uitgesloten. Binnen de functie 'Agrarisch' is de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijkomstige voorzieningen toegestaan. Ter bescherming van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de functie wonen is middels een gebiedsaanduiding de toepassing van gewasbestrijdingsmiddelen in een zone van 50 meter rondom de woonfunctie uitgesloten.

55

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Wonen Ten behoeve van de beoogde woningen is de functie 'Wonen' opgenomen. Binnen het bouwvlak zijn twee-onder-éénkapwoningen en vrijstaande woningen toegestaan. Middels een maatvoering is het maximale aantal woningen vastgesteld, er mogen maximaal 6 woningen worden gerealiseerd. Bijgebouwen mogen uitsluitend aanpandig worden gerealiseerd. Vergunningsvrij bouwen is uitgesloten middels een verbodsbepaling.

56

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Hoofdstuk 8

Belangenafweging en conclusie

Op basis van voorliggende motivering wordt geconcludeerd dat, alles overwegende, de ontwikkeling wel aanvaardbaar is omdat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

57

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

58

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlagen bij motivering

59

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 1

60

Landschappelijk inpassingsplan

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 2

61

Inrichtingstekening

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 3

62

Archeologisch onderzoek

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 4

63

Bodemonderzoek

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 5

64

Geluidonderzoek activiteiten

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 6

65

Geluidonderzoek wegverkeer

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 7

66

Quickscan flora en fauna

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 8

67

Voortoets Natuur - gebiedsbescherming (stikstof)

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 9

68

Digitale watertoets

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=5aff4939-e388-45b7-b04a-6fda51378271